Tagarchief: God

De hof van Eden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

345

 

.

 

 

De hof van Eden is voor de mensheid geschapen

 

De hof van Eden wordt in hoofdstukken 2 en 3 van het boek Genesis beschreven. De Heer schiep de hof specifiek voor Adam, de eerste mens die door God was geschapen. In Genesis 2:8-9 lezen we:

“Daarna legde de Heer God een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste Hij de mens die Hij geboetseerd had. De Heer God liet uit de grond allerlei bomen opschieten, aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten”.

 

Sommige mensen geloven dat de hof zich op een bergtop bevond of dat er mogelijk zoetwaterbronnen ontsproten, omdat we het volgende kunnen lezen:

“In Eden ontspringt de rivier die water geeft aan de tuin; zij splitst zich in vier armen” (Genesis 2:10).

 

De hof van Eden was perfect, bood de mens schoonheid en voeding en was de thuisplaats van allerlei bomen die “aanlokkelijk om te zien en heerlijk om van te eten” waren. De hof was een bron van zoet drinkbaar rivierwater. God plaatste de mens “in de tuin van Eden, om die te bewerken en te beheren” (Genesis 2:15).

 

 

 

Is de hof van Eden een Bijbelse tegenstrijdigheid?

 

De hof van Eden, zoals deze in het boek Genesis wordt beschreven, wordt door critici vaak genoemd omdat deze een schijnbare tegenstrijdigheid bevat. Critici vergelijken de “scheppingsweek” in Genesis hoofdstuk 1 (de schepping van planten op dag 3 en van dieren en mensen op dagen 5 en 6) met de schepping van de hof van Eden in Genesis hoofdstuk 2 (de hof werd voor de mens geschapen nadat de mens reeds door God was voortgebracht).

We lezen:

“Zo werden de hemel en de aarde voltooid, en alles waarmee ze toegerust zijn. Op de zevende dag bracht God het werk dat Hij verricht had tot voltooiing. Hij rustte op de zevende dag van al zijn werk dat Hij verricht had. God zegende de zevende dag en maakte hem heilig, want op die dag rustte God van al het werk dat Hij scheppend tot stand had gebracht. Dit is de geschiedenis van het ontstaan van de hemel en de aarde, zoals ze geschapen zijn. Toen de Heer God aarde en hemel maakte, waren er op aarde nog geen wilde planten en groeide er geen enkel veldgewas, want de Heer God had nog geen regen op de aarde laten vallen en er was nog geen mens om de grond te bebouwen” (Genesis 2:1-5).

 

Critici wijzen erop dat Genesis 1 beweert dat planten op dag 3 werden geschapen, terwijl de mens op dag 6 werd geschapen. Waarom lezen we dan in Genesis 2 dat er geen planten waren omdat de mens nog niet gevormd was? De sleutel tot het antwoord is dat we Genesis 1 en Genesis 2 in de juiste context moeten lezen.

Genesis 2:1-4 beëindigt de “scheppingsweek” terwijl Genesis 2:5 begint met het verslag over de hof van Eden. Dit wordt duidelijk uit de volledige context van Genesis hoofdstuk 2 en het feit dat de hof nog niet door God was aangelegd. Hij had de mens nog niet geschapen die de Hof moest “bewerken en beheren” (Genesis 2:15).

We lezen dat God in de hof van Eden, die Hij voor de mens had geschapen, elk dier uit de aarde boetseerde en naar Adam bracht om van hem een naam te krijgen. Critici stellen dat dit een tegenstrijdigheid is, omdat we lezen dat God de dieren op dagen 5 en 6 van de scheppingsweek schiep. Dit was dus voordat de hof door God was geschapen.

Deze schijnbare tegenstrijdigheid kan gemakkelijk verklaard worden. God schiep de wereld en alle dieren in de wereld. Daarna schiep Hij de mens. En daarna toonde Hij elk dier aan de mens zodat de mens elk dier een naam kon geven (en waarschijnlijk ook om de mens te laten zien dat God inderdaad de dieren had geschapen, omdat de mens later werd geschapen dan de dieren en hier dus geen getuige van was geweest).

“De mens gaf dus namen aan alle tamme dieren” (Genesis 2:20).

 

Het afzonderlijk lezen van de twee verslagen (de schepping van de aarde als een biosfeer in Genesis 1 en de schepping van een enkele hof en wat daarin gebeurde in Genesis 2) en vervolgens de verschillen tussen deze twee verslagen een “tegenstrijdigheid” noemen, getuigt van een zwakke hermeneutiek (interpretatie van de Bijbel).

conclusie : na de schepping van hemel en aarde schiep God op de derde dag de planten. Op dag 5 schiep hij de dieren en op dag 6 de mens. Dan maakte God op aarde een paradijs voor de mens, de hof van Eden. Dan plaatste God de dieren en de mens in de hof. De mens mocht de hof bewerken en de dieren een naam geven.

 

 

 

maxresdefault

 

 

.

 

Het paradijselijke land

 

God gaf de hof van Eden aan de mens om deze te beheren en te bewerken. En hoewel de hof ongetwijfeld spectaculair was, was deze nog niet het paradijs. Het mooiste juweel in de kroon van perfectie, het toppunt van aardse schoonheid, ontbrak nog. God verkondigde:

Het is niet goed dat de mens alleen blijft…” (Genesis 2:18).

 

En ook al gaf Adam “dus namen aan alle tamme dieren en aan alle vogels van de lucht, en aan al de wilde beesten”, toch was hij niet in staat om een hulp te vinden die bij hem paste. Daarom

liet de Heer God de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep, nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. En de Heer God vormde de rib die Hij uit de mens had weggenomen tot een vrouw, en bracht haar naar de mens. Toen zei de mens: ‘Eindelijk, dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen.’ Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Ze waren beiden naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze voelden geen schaamte voor elkaar” (Genesis 2:21-25).

 

Terugkomend op de vermeende tegenstrijdigheid die we hierboven noemden, is het belangrijk om op te merken dat Jezus Christus de verslagen in Genesis1 en 2 letterlijk nam. In Matteüs 19:3-6 lezen we:

“Er kwamen farizeeën op Hem af om Hem op de proef te stellen. Ze zeiden: ‘Is het een man geoorloofd zijn vrouw te verstoten om een willekeurige reden?’ Hij gaf ten antwoord: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Dus, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden.’

 

Hier citeerde Jezus uit Genesis 1 -27 en 2-24, wat aantoont dat Hij Genesis1 en 2 niet zag als tegenstrijdige scheppingsverhalen die gecorrigeerd zouden moeten worden.

 

 

.

 

Het land van de keuze

 

De mens werd geschapen om een ware liefdesrelatie met zijn Schepper God te hebben in de hof van Eden. Een noodzakelijk ingrediënt van een oprechte liefdesrelatie is een vrije wil. Ware liefde kan per definitie niet bestaan als hier niet vrijwillig voor wordt gekozen. Zonder een keuzemogelijkheid is het dus niet mogelijk om werkelijk lief te hebben.

Een misvatting die mensen vaak hebben, is dat liefde een emotie of een verlangen zou zijn. Begeerte is een emotie of een verlangen, liefde is een beslissing. Liefde is jouw beslissing om de verlangens van die ander op de eerste plaats te stellen in plaats van je eigen verlangens.

En dus gaf God de mens het vermogen om te kiezen om God lief te hebben of om zichzelf op de eerste plaats te stellen.

“En de Heer God gaf de mens dit gebod: ‘Je mag van alle bomen in de tuin overvloedig eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag je niet eten'(Genesis 2:16-17).

 

De mens had dus een keuze, God gehoorzamen of God niet gehoorzamen. De mens had de keuze om Gods wensen voorrang te geven of om zijn eigen verlangen voorrang te geven; zijn verlangen om eerst van de verboden vrucht te eten. De mens at van deze vrucht nadat Satan de mens door een leugen om de tuin leidde. De mens zou volgens Satan gelijk worden aan God en kennis krijgen van goed en kwaad na het eten van de verboden vrucht.

 

 

 

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

Satan die via de slang de mens in de verleiding bracht om te zondigen

 

 

 

Door het toedoen van een geestelijk schepsel zondigde de mens en werd daarom door God uit de hof van Eden verbannen. Het paradijs ging verloren. Vanwege de opstandigheid van de mens vervloekte God de wereld, in het belang van de mens. God schiep de mens met het potentieel om te zondigen, maar Hij schiep de zonde niet.

De eerste man en de eerste vrouw zetten dat potentieel om in een werkelijkheid en brachten zo de zonden in de wereld. Sindsdien zijn alle mannen en vrouwen verraderlijk, roekeloos, verwaand en meer genotzuchtig dan godvruchtig geweest (2 Timoteüs 3:4).

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Advertenties

Vervuiling op TV

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

 Inleiding

 

Zoals iedereen waarschijnlijk merkt komt geweld en andere vervuiling steeds vaker op de televisie. Deze vervuiling kan ernstige gevolgen hebben voor kinderen, maar net zo goed voor volwassenen. Angst en een toename van vloeken en geweld zijn hiervan voorbeelden.

 

 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van vervuiling op televisie

 

Toen de televisies in de jaren ’50/’60 steeds normaler werden, was er nog niks aan de hand. Maar de laatste jaren zijn de normen en waarden van veel mensen veranderd. Mensen vonden dat alles moest kunnen en mogen. Er kwamen steeds meer onbehoorlijke dingen op TV, de zogenaamde “vervuiling”. Gelukkig zijn er ook mensen die daar tegen in “opstand” komen, want ze willen dat deze ontwikkelingen niet door gaan.

 

 

 

 

Verschillende soorten vervuiling

 

Alles wat op de televisie komt wat een negatieve invloed op mensen heeft die ernaar kijken is eigenlijk vervuiling. Maar om wat duidelijker aan te geven welke dingen dat nou precies zijn, wordt de vervuiling vaak in verschillende soorten ingedeeld. De bekendste soorten zijn:

  • geweld,
  • seks / pornografie en
  • vloeken.

Maar sommige mensen vinden discriminatie en druggebruik ook vervuiling. Natuurlijk is het best mogelijk om nog meer categorieën te bedenken. Geweld, seks / pornografie, vloeken en discriminatie zijn de meest voor komende kenmerken die de publieke omroepen hanteren om hun programma’s te classificeren. De vier soorten spreken voor zich, dus het is niet nodig dat we verder nog uitleggen wat ze inhouden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gevolgen van vervuiling op de televisie

 

Over geweld op de televisie bestaan allerlei meningen. Sommige deskundigen zeggen dat mensen zichzelf afreageren door naar ‘spannende films’ te kijken, vooral als daar wat geweld in voorkomt. Andere deskundigen waarschuwen dat je agressiever, onverschilliger en zelfs angstiger kunt worden van films met geweld.

Waarom worden er dan toch gewelddadige films en andere vervuilde programma’s uitgezonden? Voor TV stations is het belangrijk dat veel mensen naar hun programma’s kijken. In Amerika worden programma’s vooral betaald uit de opbrengst van reclamespotjes. Reclamemakers willen dat zoveel mogelijk mensen hun spotjes zien.

Vandaar dat men de aandacht van de kijkers probeert te trekken door onder andere veel programma’s met geweld te vertonen. Hoe hoger de kijkcijfers, des te meer er door de TV stations aan de reclame wordt verdiend. Maar volgens Brad Bushman, een professor in de psychologie, is het niet zo verstandig van de reclamemakers om hun spotjes in TV programma’s met geweld te stoppen.

Uit zijn onderzoek is namelijk duidelijk geworden, dat mensen die naar gewelddadige video’s kijken, de reclameboodschappen minder goed kunnen onthouden. Als professor Bushman gelijk heeft, komt er straks misschien minder geweld op de TV. Zeker als de programma’s worden betaald uit de opbrengst van de reclame.

Men wil kinderen tegen geweld op tv beschermen, omdat de volwassenen denken dat de kinderen door het zien van geweld zelf gewelddadig worden. Worden volwassenen dan niet gewelddadig door het zien van geweld? Is het niet zo dat heel wat moorden gebeuren precies zoals ze op tv te zien waren?

Het is onzin om te beweren dat kinderen wel en volwassenen niet door geweldfilms worden beïnvloed. De televisie heeft ook een grote invloed op het taalgebruik van mensen. Zo nemen kinderen woorden snel over van de televisie.

Toch kan er onderscheid gemaakt worden tussen gewelddadige beelden. Beelden van het vernietigen van varkens, of een aanslag in Israël zijn nieuwsfeiten. Problematischer is verheerlijking van geweld in films waar iemand die veel geweld toepast als held wordt afgeschilderd en waar de gevolgen voor de slachtoffers niet in beeld worden gebracht. Bij sommige mensen kan daar een soort vervormd beeld ten aanzien van geweld ontstaan.

Geweldbeelden kunnen een negatieve invloed hebben op kinderen die al moeite hebben met het verwerken van de realiteit. Ook jongeren die uit een gezin komen, waar ze weinig begeleid worden en die zich dus makkelijk identificeren met helden uit de televisiewereld en jongeren uit omgevingen waar geweld als oplossing voor conflicten wordt gehanteerd, zijn belangrijke risicogroepen.

Deze jongeren zullen zich sneller identificeren met geweld in de media en daardoor mogelijk zelf sneller agressief gedrag vertonen. Jos Manders, werkzaam bij een RIAGG, wees erop dat het er niet alleen om gaat dat het kijken naar geweldfilms de grens van het zelf gebruiken van geweld zou verlagen, maar ook dat geweld zien ook veel angst oproept, en dat is ongezond

 

 

 

 

Wat zegt de Bijbel over “vervuiling op televisie”

 

In de Bijbel staan een heleboel dingen over “vervuiling op de televisie”. Natuurlijk niet over de televisie, maar wel over de vervuiling. Hieronder staan een aantal teksten die ermee te maken hebben, met een korte uitleg erbij.

 

 

 

 

vloeken

 

  • Leviticus 19:14: een dove zult gij niet vloeken
  • Exodus 20:7 / Deuteronomium 5:11: gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken, want de Here zal niet onschuldig houden wie Zijn naam ijdel gebruikt.

Veel vloeken bestaan uit een verbastering van de naam van God of Jezus. Bijvoorbeeld de uitroep “Jezus”. Verder zijn er ook een heleboel vloeken waarmee je een vloek over jezelf of iemand anders uitspreekt, bijvoorbeeld het g-woord (gvd). Hiermee vraag je eigenlijk of God je naar de hel wil sturen;  klere (colere) of kanker, hiermee wens je iemand deze ziekte toe, en zo zijn er nog veel meer dingen maar die noemen we niet allemaal op.

Uit deze teksten blijkt duidelijk dat God niet wil dat we vloeken, of dat nu betekent dat we Gods naam “ijdel gebruiken” of dat we een vloek over onszelf of een ander uitspreken. Vloeken zou dus niet op de televisie moeten zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

geweld

 

  • Psalm 11:5: de Here toetst de rechtvaardige en de goddeloze; en wie geweld bemint, die haat Hij
  • Prediker 3:31: weest niet afgunstig op een man van geweld en verkies geen enkele van zijn wegen
  • Jeremia 22:3: zo zegt de Here: doet recht en gerechtigheid, bevrijdt de beroofde uit de macht van de verdrukker, doet de vreemdeling, wees en weduwe schade noch geweld aan en vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats
  • Ezechiël 45:9: Laat af van geweld en onderdrukking, handelt naar recht en gerechtigheid
  • Zacharia 4:6: niet door kracht noch geweld, maar door mijn geest, zegt de Here der heerscharen

Uit deze teksten blijkt heel duidelijk dat God het niet goed vindt als wij (onnodig) geweld gebruiken. En Hij vindt het ook niet goed als we het leuk vinden om naar geweld te kijken. Daarom hoort geweld ook niet op de televisie thuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Seks / pornografie

 

  • Mattheus 5:28: Maar ik zeg u: een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.
  • Exodus 20:17: gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht nog zijn dienstmaagd (zie ook Deuteronomium 5:21)
  • Galaten 5:16: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees
  • Prediker 6:32: wie overspel pleegt met een vrouw, is verstandeloos; wie dit doet, richt zichzelf te gronde
  • 1 Thessalonicenzen 4:3: Want dit wil God: uw heiliging, dat gij u onthoudt van de hoererij

Zoals wel duidelijk is in deze teksten vindt God het niet goed als iemand overspel pleegt. En Hij noemt het niet alleen overspel als iemand werkelijk met een ander dan zijn / haar man / vrouw naar bed gaat, maar ook al als iemand daar aan denkt, en zelfs als je naar een ander kijkt om hem / haar te begeren.

Het Griekse woord dat in de Bijbel vertaald is als hoererij, heeft namelijk een veel bredere betekenis: alles wat met pornografie te maken heeft valt daar ook onder. Als men seks of pornografie op de televisie laat zien, dan pleegt degene die daarnaar kijkt dus al overspel.

Diegene is niet alleen verstandeloos, maar richt zichzelf ook te gronde. Aangezien dit niet de bedoeling is en God het ook niet goed vindt, zou er dus ook geen seks / pornografie op de televisie moeten zijn.

 

 

 

 

 

 

 

discriminatie

 

  • Deuteronomium 10:17: want de Here, uw God, die geen partijdigheid kent
  • Exodus 12:49: eenzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft
  • Exodus 22:21: een vreemdeling zult gij niet onderdrukken, noch hem benauwen, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte (zie ook Exodus 23:9)
  • Leviticus 19:34: als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft: gij zult hem liefhebben als uzelf, want gij zijt vreemdelingen geweest in het land Egypte
  • Leviticus 23:22: Wanner gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen.

Uit deze teksten blijkt heel duidelijk dat discriminatie niet de wil van God is. God kent geen partijdigheid en Hij wil dat wij dat ook niet kennen. Daarom moeten we vreemdelingen net zo behandelen als alle anderen. We moeten iedereen als gelijke behandelen, en we moeten zelfs extra goed voor ze zijn. Omdat discriminatie dus tegen God ingaat, moet het niet op de televisie worden uitgezonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze eigen mening

 

Wij zijn tegen vervuiling op televisie, want wij denken dat God het niet goed vindt en bovendien heeft het een slechte invloed op mensen die ernaar kijken. Wij vinden dat het niet op televisie uitgezonden zou mogen worden maar als het niet mogelijk is om dit te verbieden moeten er in ieder geval maatregelen getroffen worden.

Zo zou het mogelijk moeten worden dat er iets in de televisie ingebouwd kan worden tegen slecht taalgebruik, geweld en andere vervuiling en zouden vervuilde (teken)films of programma’s niet uitgezonden mogen worden.

 

 

 

 

Slotwoord

 

We hebben onze eigen mening kunnen vormen, en het is goed om eens na te denken over dit esthetische onderwerp. Helaas hebben wij ook moeten constateren dat er nog een heleboel mensen zijn die zich niet veel aantrekken van televisievervuiling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Wat is annihilationisme?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

bbq-1200x1200

 

 

 

.

Wat is annihilationisme ?

 

Annihilationisme, ook bekend als de vernietigingsleer, stelt de vraag:

 

“Hoe kan een barmhartige en morele God een mens naar een letterlijke hel sturen om daar een oneindige, eeuwige straf uit te zitten?”

 

De annihilationist is van mening dat een ongelovige geen eeuwig lijden in de hel zal ondergaan, maar in plaats daarvan vernietigd zal worden. Veel aanhangers van deze leer geloven niet in een letterlijke hel, een plaats waar de zielen van verloren mensen tot in de eeuwigheid in een vuurpoel gekweld worden.

Anderen geloven dat de hel weliswaar een letterlijke plaats is waar de ongelovige zal worden gestraft, maar zij geloven niet dat de straf eeuwig is. In plaats daarvan geloven zij dat die zielen op een bepaald moment vernietigd worden, zodat zij niet meer bestaan.

De meeste mensen hebben moeite met het idee van een letterlijke, eeuwige hel. De mogelijkheid dat onze naasten en vrienden zich daar zouden kunnen begeven, is nog moeilijker te aanvaarden. Misschien preken voorgangers daarom zelden over dit onderwerp.

De hel wordt beschreven als “het best bewaarde geheim van het christendom”, omdat predikanten niet graag spreken over een plaats waar mensen tot in de eeuwigheid gestraft worden. Het is moeilijk om dit onderwerp op een rationele manier te bekijken, omdat ons verteld wordt van een liefdevolle, barmhartige en vergevingsgezinde God. Maar de Bijbel is zeer duidelijk over het eeuwige lijden van de goddelozen in de hel.

Veel mensen vragen zich af hoe God iemand oneindig lang kan straffen, als hij maar een beperkt aantal zonden heeft kunnen begaan tijdens zijn leven op aarde. Velen beweren dat een dergelijke straf overdreven is. Maar is het niet vreemd dat we geen probleem hebben met het idee van een eeuwige hemel?  Blijkbaar hebben we geen moeite om het idee van een oneindige, eeuwige beloning te aanvaarden voor de mensen die Christus als Redder hebben aanvaard.

 

 

 

image357-300x197

 

 

 

Wat is Gods kijk op zonde?

 

Is de eeuwige straf voor de verloren mensen rechtvaardig? Het antwoord ligt in ons ontoereikende begrip van de zonde vanuit het oogpunt van een oneindige, rechtvaardige God. Een God die oneindige genade schenkt aan mensen die in geloof wedergeboren zijn, moet ook oneindige gerechtigheid toepassen op ongelovige mensen. Als zelfs de allerkleinste zonde oneindig is in Gods ogen, zou een rechtvaardige God ook een oneindige straf moeten eisen.

De Bijbel zegt dat een mens gestraft moet worden, als hij een zonde pleegt die nooit vergeven kan worden door het bloed van Jezus Christus. Als hij sterft zonder Jezus als zijn persoonlijke Redder te aanvaarden, zullen zijn zonden nooit vergeven kunnen worden. Een jaar later, duizend jaar later of een miljoen jaar later zullen deze zonden nog steeds niet vergeven worden, omdat hij tijdens zijn leven nooit tot inkeer is gekomen en vergeving heeft gezocht.

Zijn zonden leven dus voort tot in de eeuwigheid. God heeft geen enkele manier om zijn zonden te vergeven, omdat hij tijdens zijn leven Christus had afgewezen. Dus als zijn zonden voor eeuwig voortleven, moeten zij voor eeuwig worden bestraft. Als God zo iemand zou vernietigen in een soort “niet bestaan”, dan zou dit in feite een soort vergeving zijn van de straf die opgelegd werd voor zijn zonden. En dat is iets wat God niet kan doen.

 

 

 

Het Bijbelse standpunt

 

Afsluitend kunnen we zeggen dat de hel een werkelijke plaats is. Er staat niets in de Bijbel dat die stelling tegenspreekt. Sommige van de Schriftteksten beschrijven de hel als een plaats waar mensen tot in de eeuwigheid gekweld worden:

 

  • “Ik zag de doden, jong en oud, voor de troon staan. Er werden boeken geopend. Toen werd er nog een geopend: het boek van het leven. De doden werden op grond van wat in de boeken stond geoordeeld naar hun daden.”

 

  • “..Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.” (Openbaring 20:12,15)

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

  • “Daarop zal Hij ook de groep aan Zijn linkerzijde toespreken: ‘Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.’” (Matteüs 24:41)

 

  • “De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.” (Openbaring 14:11)

 

 

 

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

  • “Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Hel te moeten gaan, naar het onblusbare vuur.” (Marcus 9:43)

 

  • Tot slot, lees het verhaal van de rijke man en Lazarus zoals beschreven in Lucas 16:19-31.

Het is uit dit verhaal heel duidelijk dat de hel een plek is waaruit je niet kunt ontsnappen:

  • “Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.” (Lucas 16:26)

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

 

De gevolgen van de aanbidding van Satan

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Trouw en onderscheidingsvermogen in onze aanbidding

 

 

Het getal 666 staat voor de mens die wil zijn als God. Satan voert zijn demonische strijd tegen de christenen via deze mens, die nu eens bruut geweld gebruikt dan weer massieve verleiding. Uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen zijn nodig om trouw te blijven in de aanbidding van God.

 

 

 

Openbaring 13

 

Het getal 666 is voor veel mensen het getal van de duivel. Een beladen getal. Een getal waar iets mis mee is. En net zoals sommige hotels geen kamernummer 13 hebben, zo heeft de opwekkingsbundel geen nummer 666. Volgens sommige mensen zit het getal ook verstopt in het embleem van 999-games. Op zijn kop, maar dat zou ook weer met de duivel te maken hebben.

Nu is in Openbaring 13 666 niet het getal van de duivel maar van het beest uit de zee. Door middel van dit beest strijdt satan tegen de christenen. Maar wie of wat op aarde is dan dit beest? Zijn getal -666- duidt volgens vers 18 op een mens. Dus satan zet bij zijn demonische strijd tegen de christenen een mens in.

Er is door de geschiedenis heen een stroom aan namen genoemd op wie dat dan wel slaat. Hitler was het beest van de 20 ste eeuw zegt men dan.

In de eerste eeuw was er ook zo’n menselijk beest: keizer Nero. Ook zijn naam kun je uit het getal 666 halen. De eerste lezers van het boek Openbaring kenden deze naam goed. Nero was een wrede tiran die de christenen vreselijk vervolgd heeft. Waarschijnlijk zijn de apostelen Paulus en Petrus door zijn toedoen gedood. Het kan goed zijn dat de 1e hoorders van het boek Openbaring aan deze keizer Nero gedacht hebben bij het getal 666.

Andere uitleggers wijzen erop dat het getal symbolisch moet worden opgevat. Het getal van de volheid, van Gods volkomenheid is 7. En 6 is dan net één minder. Oftewel, het is het bijna-goddelijke. Het is de mens geschapen naar het beeld van God. ‘U hebt hem bijna een god gemaakt’, zingt Psalm 8. Maar de mens neemt daar geen genoegen mee, hij wil zijn als God. Dat was de kern van de zondeval.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het beest uit de zee

 

Het beest dat uit de zee komt is een mens, de antichrist. De zee staat symbool voor de naties, de volkeren. Het is iemand die uit een politiek stelsel komt, groeit, macht krijgt en bezeten wordt door de geest van Satan. Er komt een politiek leider die de autoriteit zal verwerven over de hele wereld gedurende 42 maanden of 3.5 jaar.

Hij zal de gave van het spreken hebben, de mogelijkheid om politieke leugens te verspreiden en in het bezit komen van demonische mogelijkheden. Deze persoon zal zwaar gewond worden en door een mirakel overleven waardoor iedereen hem zal volgen, behalve zij die in het boek des levens staan. De wereld verlangt naar de komst van die persoon omdat men een oplossing wil voor elk probleem.

Dit willen zijn als God kleurt Openbaring 13. Het beest uit de zee heeft een dodelijke wond aan één van zijn koppen, vers 3. Het zag eruit alsof het was geslacht. Dus net als het Lam, net als Christus. Johannes ziet Christus -in Openbaring 5- als een Lam dat geslacht is, maar het staat recht overeind. Het leeft. Dit beest kan dat ook. Zijn dodelijke wond geneest. Het beest imiteert Christus om de mens te verleiden en op het verkeerde been te zetten.

 

 

 

hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Eigenschappen van de antichrist

 

de grootste wereldleider ooit geweest

een satanisch bezetter ( Daniël 7: 8  ; een superintelligent iemand )

een groot spreker ( Openbaring 13: 2 )

een politiek genie ( Openbaring 17: 17 )

een commercieel genie ( Openbaring 13: 17 – Daniël 8: 25 )

een militair genie ( Openbaring 13: 4 – Daniël 8: 24 )

 

 

 

666 en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het beest uit de aarde

 

Het beest dat uit de aarde komt is een mens, de valse profeet. Het krijgt grote macht, is gelijk een lam en communiceert als een draak. De valse profeet wil dat men de antichrist, het beest uit de zee, aanbidt. Door grote, indrukwekkende wonderen te doen volgt men de valse profeet. Velen denken dat, door toedoen van de valse profeet, de antichrist de Messias is. De valse profeet laat een groot beeld maken van de antichrist en laat het zelfs spreken, in tegenstelling tot God die het afbeelden van zichzelf ten strengste verbiedt.

 

 

De doelstelling van Satan

 

De doelstelling van Satan is om een perfecte imitatie te maken van de Drievuldigheid en om aanbeden te worden door de mens.

 

 

Satan 

 

De Valse Drievuldigheid

Satan de draak ( Openbaring 12 )

Satan de antichrist ( Openbaring 13 )

satan de valse profeet ( openbaring 13 )

 

 

God 

 

De Heilige Drievuldigheid

God de Vader

God de Zoon

God de Heilige Geest

 

 

 

de Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Satan zoekt bewondering en dat lukt hem geweldig goed. Openbaring 13:4 zegt dat iedereen de draak aanbad. En ook het beest wordt aanbeden. Oftewel: machtige mensen worden vereerd als goden. Mensen gaan vol bewondering achter hen aan. En als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks: het beest dat eruit ziet als een lam dwingt de mensheid om het beest te aanbidden, vers 12.

Hierbij zullen de eerste lezers van het boek Openbaring ongetwijfeld gedacht hebben aan de dwang om de keizer in Rome te vereren. Wie niet meedeed aan deze mensverering werd uitgesloten uit de samenleving. Zij konden niet meer kopen of verkopen, zegt vers 17. Zoals het goddelijk zegel van Openbaring 7 duidt op een door geloof gestempeld leven, zo laat het merkteken van Openbaring 13:16 zien dat het leven wordt gestempeld door mensverering. En alleen die mensen worden geaccepteerd.

Dus dit is de manier waarop de verslagen, maar woedende satan zich tegen de christenen keert. Door middel van de mens die zichzelf aanbidt. Deze mens gebruikt de ene keer bruut geweld, dat zit in de tekening van het eerste beest, een andere keer gebruikt hij verwarrende en indrukwekkende verleiding, daarop duidt het tweede beest. Voor dat brute geweld gebruikte satan de Romeinse keizers. En eerder al zette hij de Farao op tegen Gods volk.

Door dit brute geweld hebben vele christenen hun leven al verloren. En wat kun je dan schrikken van vers 7 van Openbaring 13: ‘Het beest mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen.’ Het geweld van mensen tegen christenen laat God dus toe. Als christen ben je je leven niet zeker in deze wereld.

 

Dan die tweede manier waarop satan zijn venijnige strijd tegen de christenen voert. En dat is die van de verleiding. Ook daarvoor zet hij mensen in. Mensen die mooie woorden spreken. Mensen die grote dingen doen. En wat is dat verwarrend. Wonderen lijken de waarheid van hun woorden te onderstrepen. En ook achter deze tweede strategie zit satans streven om de aanbidding van God de nek om te draaien. Daarvoor ging hij lang geleden naar de hof van Eden. Daarom verleidde hij Adam en Eva. Zij waren geschapen om God te eren en te aanbidden. Om God te bewonderen en achter Hem aan te gaan, om dichtbij Hem te willen zijn. Dat is toch aanbidding? Maar satan wil God zijn aanbidding afnemen.

 

 

 

Het aanbidden van zichzelf

 

Er zijn heel veel mensen die zichzelf aanbidden. En daarmee heeft de satan net zo goed bereikt wat hij wil, want deze mensen aanbidden God niet meer. En wij leven te midden van deze mensen. Je aanbidt jezelf als je kiest voor jezelf. En wat zit dat diep in ons. En wat wordt ons dat ook nog eens verleidelijk aangepraat. Door de reclame: het gaat om jou. Dat jij er mooi uitziet. Dat het jou aan niks ontbreekt. Dat jij doet waar je zin in hebt.

Dat jij leeft als een god in Frankrijk, of waar dan ook. Dat is die verleidelijke, valse profetie. Het kenmerk van valse profetie is dat het ons ertoe beweegt te zijn als God. Ware profetie brengt altijd tot het aanbidden van God. Maar wanneer ik mee ga met die valse profetie, en mezelf in het middelpunt zet, vereer ik een beeld. De mens, geschapen naar Gods beeld. Zelfverering, aanbidding van ons eigen ik, is een grote verleiding voor ons.

Tegelijk voelen wij ook steeds meer die boycot van Openbaring 13. De uitsluiting uit de samenleving. Christelijke standpunten worden niet langer gedoogd. Die moeten weg uit het publieke leven. Bijbelse standpunten over het huwelijk, over homoseksualiteit, over zondagsrust, de afwijzing van menselijke zelfbeschikking, die standpunten worden steeds minder getolereerd.

Omdat de aanbidding van God mensen steekt. Wie niet meedoet aan de verering van de mens is immers een spelbreker. Die is afwijkend. De wereld is te verdelen in mensen die zichzelf aanbidden en mensen die God aanbidden. Dat gaat terug op de zondeval. Toen draaide het ook om die keus. En God aanbidden betekent mezelf verloochenen. Mijn eigen plannen, mijn eigen geluk, mijn eigen eer, willen opgeven voor God. Maar heel veel mensen vinden dit bizar. Zelfverloochening is hoogverraad tegen de aanbidding van de mens.

 

 

 

Satan wordt aanbeden in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De boodschap van Openbaring 13

 

De boodschap van Openbaring 13 is dat het aankomt op uithoudingsvermogen. Op uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan God. Om trouw te blijven in het aanbidden van Hem. Ook als Hij een weg met mij gaat die ik niet begrijp. Het zijn de verzen 9 en 10 en vers 18 die deze boodschap laten horen.

Vers 10: ‘Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.’ En vers 18: ‘Hier komt het aan op wijsheid.’ Christus spoort zijn kerk, en u en mij vandaag, aan tot uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen om trouw te blijven aan Hem.

Hiermee bereidt Christus ons voor op wat er op ons af kan komen, aan bruut geweld. En Hij leert ons doorzien wat er al op ons afkomt, aan verwarrende en vaak massieve verleiding. Christus wil ons ook bemoedigen. Kijk eens in vers 8. We schrokken van vers 7: het beest uit de zee -oftewel, de mens die wil zijn als God- krijgt de ruimte om de strijd met ons aan te binden en ons te overwinnen.

Maar vers 8 laat zien dat zij zullen standhouden van wie de naam vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat. Dat wijst op de uitverkiezing. Hier wordt de volharding van de heiligen beschreven. Dat troost. Satan kan door middel van zijn menselijke handlangers wel ons lichaam doden, maar niet onze ziel (Matteüs 10:28). En in hoofdstuk 15:2 zullen we lezen over hen die ‘het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam’ hebben overwonnen. Zij zijn trouw gebleven aan de verering van Christus, hun Heer.

 

 

Slotgebed

 

Laten wij bidden om uithoudingsvermogen en onderscheidingsvermogen. Laten we ons bewust zijn van het grote verschil tussen aanbidding van onszelf en aanbidding van God. Ik denk dat het goed zou zijn wanneer wij de aanbidding van God een grotere plaats geven in ons leven. Elke dag ruimschoots de tijd nemen om God te aanbidden in gebed, in bijbel lezen en daarover nadenken. Daardoor groei je in volhardende trouw. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De getallen in de verschijning van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

bible-and-numbers

 

 

Een samenvatting van het bericht ” Bijbelse getallen en hun betekenis in de Schrift” ( zie categorie : religie )

 

 

De symboliek van het getal

 

1 : staat voor de volmaaktheid en éénheid van God

2 : staat voor gemeenschap en getuigenis

3 : symboliseert de Goddelijke Drie-eenheid

4 : is het getal van de aarde en de windstreken ( wereldwijd )

5 : vertegenwoordigt de behoeften en de verantwoordelijkheid van de mens tegenover God

6 : is de mens in zijn onvolmaaktheid ; 666 is 3 keer de imperfecte mens, het symbool van Satan

7 : staat voor een afsluiting van een periode met een nieuw begin als gevolg

8: is het begin van een nieuw tijdperk

9 : symboliseert de volmaaktheid ; 999 is 3 maal de perfecte mens, het symbool van God

10 : geeft de verantwoordelijkheid van de mens tegenover God weer aangaande Zijn wet

12 : symboliseert de volmaaktheid in Goddelijk bestuur

 

Met Onze-Lieve-Vrouw van Fátima wordt Maria  aangeduid die tussen mei en oktober 1917 zes keer verschenen zou zijn aan de drie herderskinderen Lucia, Francisco en Jacintha nabij het Portugese stadje Fatima.

 

Verklaring:

  • tussen mei en oktober liggen zes maanden / 6
  • ze zal zes keer verschijnen / 6
  • aan drie herderskinderen / 3

 

Maria heeft de opdracht gekregen van God (3) om te verschijnen aan  drie herderskinderen omdat zij de schuld van het bewust zondigen nog niet in het hart dragen. Hij wil de imperfecte mens (6) zes keer (6) tot inkeer doen komen en waarschuwen voor zijn toorn mocht dat niet gebeuren.

 

 

 

port2012-dag10_versch_250

 

 

 

Verschijning aan de herderskinderen

 

De verschijningen van Maria werden voorafgegaan door drie bezoeken van een engel. Op 13 mei 1917 zou Maria voor de eerste keer aan de kinderen verschenen zijn en beloofd hebben elke maand opnieuw op de dertiende te zullen verschijnen.

Ze riep de kinderen op om boete te doen en offers te brengen met het doel lijdende zielen uit het vagevuur te helpen en te bidden voor de bekering van zondaars, opdat die niet naar de hel zouden gaan.

De kinderen zagen daarom af van eten en drinken op bijzonder warme dagen en droegen een touw om hun middel bij wijze van offer. Ook droeg Maria hen op iedere dag de Rozenkrans te bidden voor de vrede.

 

Verklaring:

  • 3 bezoeken van een engel / 3
  • 13 mei 1917 / 1+3 =4  / 1+9+1+7 = 18> 1+8 = 9

 

Een engel die God vertegenwoordigt (3) moet een Goddelijke (9) ,wereldwijde Boodschap (4) komen aankondigen.

 

 

 

3_kinderen_van_fatima

 

 

 

 

 

Zaligverklaring

 

Twee van de drie herderskinderen, de broer en zus Francisco Marto  en Jacintha Marto, werden het slachtoffer van de Spaanse Griep. Paus Johannes Paulus II verklaarde hen in 2000 zalig. Het derde herderskind, hun nichtje Lucia Dos Santos , trad in 1925 in in een Spaans karmelietessen klooster. Zij schreef zelf haar herinneringen aan de verschijningen op. Lucia stierf op 13 februari 2005.

 

Verklaring:

  • 2 herderskinderen sterven vroeg / 2
  • zaligverklaring in 2000; 2+0+0+0=2
  • intrede klooster in 1925 / 1+9+2+5 = 17 > 1+7 = 8
  • de dood van Lucia : 13 februari 2005 / 1+3 = 4 en 2+0+0+5 = 7

 

De 2 herderskinderen die vroeg sterven zijn de getuigen (2) van de verschijning en worden later zalig verklaard. Voor zuster Lucia breekt er een nieuw tijdperk aan (8) bij haar intrede in het klooster. Na haar leven op aarde (7) begint voor haar een nieuw hemels leven. Wereldwijd (4) wordt haar dood verkondigd.

 

 

 

Getuigenverslagen van de verschijningen

.

Eerste verschijning van Maria

 

In de lente van het jaar 1917 op 13 mei verschijnt in Fátima, Portugal, een hemelse vrouw aan drie herderskinderen. De vrouw zegt dat ze op de 13e van elke maand van mei tot oktober zal terugkomen.

 

Verklaring :

  • 1917 / 1+9+1+7 = 9
  • 13 mei / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / Symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3

God (9) laat Maria verschijnen aan onschuldige kinderen (3) om een aan de wereld gerichte (4) boodschap te verkondigen

 

 

 

Tweede verschijning van Maria

 

Op 13 juni verschijnt Maria aan de drie kinderen en aan zo een zestig mensen uit het dorp om twaalf uur.

 

Verklaring :

  • 13 juni / 1+3= 4
  • 3 kinderen /  de onschuld , symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 60 mensen / 6+0 = 6
  • 12 uur / 12

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen en aan een groep niet perfecte mensen (6). Zijn boodschap, die op het punt staat globaal verspreid te worden (4), is dat de mens moet tot inkeer komen en zijn zonden moet belijden om eeuwig te kunnen verwerven onder Zijn latere Goddelijk bestuur (12).

 

 

 

 

Derde verschijning van Maria

 

Op 13 juli verschijnt Maria aan de drie kinderen en aan zo een vierduizend mensen. De verschijning deed zich weer precies om twaalf uur voor.

 

Verklaring :

  • 4000 / 4+0+0+0= 4

 

Dezelfde uitleg als bij de tweede verschijning, alleen wordt de boodschap nog ruimer (4) verspreid

 

 

 

 

Vierde verschijning van Maria

 

Op 13 augustus te Cova da Ira zou Maria verschijnen aan de drie kinderen en aan 20.000 mensen ter plaatse. Op 13 augustus echter werden de drie kinderen door het plaatselijke hoofd van bestuur in zijn huis vastgehouden. De kinderen kwamen zo niet naar de plek van de verschijning en ook de Verschijning bleef weg.  Zes dagen later, op 19 augustus verscheen de H. Maagd weer.

 

Verklaring :

  • 13 augustus / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / de onschuld,  symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 20000 mensen / 2+0+0+0 = 2
  • 6 dagen later / 6
  • 19 augustus / 1+9 = 10 

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen met een hele groep mensen als getuigen (2). De verspreiding van het nieuws wordt nog groter (4). De kinderen worden tegen gehouden door imperfecte (6) mensen. God laat Maria volgens zijn wet en wil (10) terug verschijnen.

 

 

 

 

Vijfde verschijning van Maria

 

Op 13 september verschijnt Maria aan de drie kinderen en 30.000 mensen. Er vinden zeer merkwaardige verschijnselen aan de hemel plaats. De zon verliest haar glans, de lucht krijgt een goudgloed en langs de hemel ziet men bloembladeren neerdwarrelen die halverwege schenen op te lossen in de lucht.  Het verschijnsel van de vallende bloembladeren herhaalt zich op 13 mei 1918, en nog eens zes jaar later op 13 mei 1924.

 

Verklaring :

  • 13 september / 1+3 = 4
  • 3 kinderen / de onschuld, symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 30000 mensen / 3+0+0+0 = 3
  • 13 mei 1918 / 1+3 = 4 en 1+9+1+8 = 19> 1+9 = 10
  • 6 jaar later / 6
  • 13 mei 1924 / 1+3 = 4 en 1+9+2+4 = 16> 1+6 = 7

 

De Drievuldigheid (3) laat Maria verschijnen aan de herderskinderen en laat haar een Goddelijk wonder ( 3 van 30000 ) uitvoeren voor heel veel mensen. God wil dat volgens zijn wet (10) een gedeelte van het wonder  wordt herhaald in mei 1918. Dan laat hij dat wonder nog éénmaal herhalen zes jaar later voor de zondige mens (6). God voorziet reeds een nieuw wonder (7) bij de zesde verschijning.

 

 

 

 

 

Zesde verschijning van Maria

 

Op 13 oktober vindt de laatste verschijning plaats aan de 3 herderskinderen en 70.000 mensen.
De Verschijning had beloofd dat zich bij haar laatste bezoek tekenen zouden voordoen waardoor velen aan de waarheid van de verschijningen zouden gaan geloven.

De zon begon te beven en te schudden, hij draaide om zijn as als een vuurrad en straalde hierbij telkens anders gekleurde lichtbundels uit. Toen stond hij enige ogenblikken stil. Opeens leek het of de zon loskwam van de hemel en zich met sprongen zigzaggend naar de menigte bewoog en op de aarde zou neerkomen.

Grote schrik maakte zich van de mensen meester, en zij vielen op hun knieën in de modder. Dit gebeurde drie keer achtereen.

 

Verklaring :

  • 13 oktober / 1+3 =4
  • 3 herderskinderen / de onschuld, symbool voor God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 3
  • 70000 mensen / 7+0+0+0 =7
  • 3 keer achter elkaar / 3

 

God (3) laat Maria voor de laatste keer verschijnen aan de herderskinderen en een hele grote massa mensen. Het hele gebeuren is al wereldwijd bekend (4). God wil een verandering (7) in de harten van de mens teweeg brengen door ze wonderen te laten zien en ze te waarschuwen voor de eeuwige hel. Hij laat het mirakel van de zon meerde keren plaats vinden (3) om zijn glorie te bevestigen.

 

 

 

 

Mirakel van de zon

Mirakel van de zon

 

 

 

 

Drie geheimen van Fatima

 

 

Eerste geheim

 

In het eerste geheim beschreef Maria de verschrikkingen van de hel. Daarbij voorspelde zij het einde van de Eerste Wereldoorlog en tevens het begin van de Tweede Wereldoorlog.

 

 

 

Tweede geheim

 

Ook deed de Maagd Maria een oproep aangaande Rusland dat moest toegewijd worden aan het Onbevlekte Hart van Maria. Nadrukkelijk vraagt Maria om de rozenkrans te bidden.

 

 

 

Derde geheim

 

Het derde geheim was lange tijd alleen bekend bij het Vaticaan dat pas in 1960 openbaar gemaakt zou worden door de pausHet visioen verklaart dat de profetie een aanslag was van Mehmet Ali Agca op paus Johannes Paulus de tweede in 1981. Die aanslag vond eveneens plaats op 13 mei en de paus gelooft daarom dat het aan Onze-Lieve-Vrouw van Fátima te danken was dat de kogel in zijn buik, en niet in zijn hoofd terechtgekomen was.

 

Verklaring:

  • 3 geheimen / 3
  • 1960 / 1+9+6+0 = 16 >6+1=7
  • 1981 / 1+9+8+1 = 19 > 1+9 =10
  • 13 mei / 1+3 = 4

 

Maria moest van God (3) geheimen openbaren. Na de openbaring van het laatste geheim (7) wist de mensheid de gruwel van de toekomt mocht men niet tot inkeer en bekering komen. De wereldbekende aanslag (4) op de paus moest Maria voorspellen en gebeurde in 1981 volgens God plan (10).

 

 

 

Lucia en paus Johannes Paulus 2

Lucia en paus Johannes Paulus 2

 

 

 

 

De Devotie van de vijf eerste zaterdagen

 

In 1925 verscheen Maria aan Lucia met het Jezuskind aan haar zijde. Het Jezuskind zei : ‘Heb medelijden met het Hart van je Allerheiligste Moeder dat bedekt is met doornen waarmee ondankbare mensen het ieder ogenblik doorboren met godslasteringen en ondankbaarheid’

Daarna zei Maria tot Lucia: ‘Zie, mijn dochter, zie mijn Hart omgeven van doornen, door de mensen onophoudelijk gekwetst. Troost jij mij tenminste en maak mijn belofte bekend: Ik zal allen die gedurende vijf maanden achtereen op de eerste zaterdag van de maand biechten, de H.Communie ontvangen, de rozenkrans bidden en mij 15 minuten gezelschap houden om de 15 mysteries van de rozenkrans te overwegen, met de bedoeling mij te troosten, in het uur van hun dood bijstaan met de nodige genaden voor de redding van hun zielen.’

Twee maanden later op 15 februari 1926 verscheen het kindje Jezus opnieuw aan Lucia en moedigde haar aan de devotie tot het Heilig Hart van Maria te verspreiden. Lucia wees op de moeilijkheden die sommige mensen ondervonden om op de eerste zaterdag van de maand te biechten.

Ze vroeg of men ook acht dagen voor of na de eerste zaterdag te biechten mocht gaan. Jezus zei haar toen ‘Ja, de biecht mag zelfs langer geleden zijn, op voorwaarde dat als men Mij ontvangt, in staat van genade is en men de bedoeling heeft het Onbevlekt Hart van Maria te troosten.’

 

Verklaring :

  • 1925 / 1+9+2+5 = 17 > 1+7 = 8
  • 5 maanden / 5
  • eerste zaterdag / 1
  • 15 minuten / 1+5 = 6
  • 15 mysteries 1+5 = 6
  • 2 maanden later / 2
  • 15 februari 1926 / 1+5 = 6 en 1+9+2+6 = 18 > 1+8 = 9
  • 8 dagen / 8

 

In 1925 (8) heeft het Jezuskind, als het met Maria verschijnt, een nieuwe boodschap voor Lucia. God laat de blijde boodschap brengen dat elke zondig mens (6) zijn verantwoordelijkheid (5) in handen heeft om in het uur van de dood bijstand te krijgen van Maria. De volmaakte eenheid van God (1) vraagt dat men biecht, de communie ontvangt en dat men de rozenkrans bidt op bepaalde tijdstippen om boetedoening voor zonden (6).

Het Jezuskind (9) verschijnt opnieuw als getuigenis (2) aan Lucia. God verandert zijn voornemen (8) om de zondige mens (6) op een later tijdstip te laten biechten.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Gods tempel en de zevende bazuin : Openbaring 11

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

 

 

Gods tempel en de zevende bazuin : Openbaring 11

 

Gods tempel en de zevende bazuin

 

 

H11

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote  ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit  boek onthoudt ‘’.

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft.

Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

God geeft kennis over

 

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeels

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Boodschap 14 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

 

Ik

.

.

.

GOD, heb medelijden met uw wereld,

 

want hij is er erg aan toe.

 

Het lijkt of in deze tijd het boze overheerst,

 

maar wij kunnen uw wegen niet doorgronden,

 

 niets is zonder doel.

 

Wij weten dat na elke duisternis

 

het licht weer wordt geboren

 

en daar wachten wij nu op,

 

in deze tijd meer dan ooit tevoren.

 

Zend uw fakkeldragers voor ons uit

 

om de mensheid voor te gaan

 

en uw weg te bereiden voor uw wederkomst. 

.

.

.

.

.

 

voorpagina openbaring a4

 

    

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Wat bedoelen de volgende verzen in de Koran?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

 

Nu kunnen we verzen onder de loep nemen die door islamofoben op tafel geworpen worden als vermeend bewijs van het gewelddadig karakter van de Koran en van de islam.

Ter inleiding echter een paar opmerkingen inzake interpretatie van verzen:

  1. De krijgswet is het burgerrecht niet. Dat zou voor zich moeten spreken. Toch is het iets waar menig islamofoob zich op verkijkt. Men citeert een vers dat betrekking heeft op de krijgswet en doet alsof dat op het burgerrecht slaat, met alle gevolgen van dien inzake misinterpretaties.
  2. Sommige verzen zijn algemene regels, andere zijn juist uitzonderingen op de algemene regels.
  3. Verzen moeten ook getoetst worden aan het algemeen kader en aan andere verzen die de betekenis ervan verduidelijken
  4. Voor sommige verzen kan het nodig zijn de historische context waarin ze geopenbaard zijn na te gaan om te weten waarover ze precies handelen.

Vrede is voor de islam de voorkeurstoestand. Pas onder zeer beperkte en duidelijk omschreven omstandigheden kan gewapende strijd toegestaan zijn, en dit pas na uitputting van alle andere middelen. Een oorlog kan ook nooit door een individu of groep afgekondigd worden maar is pas wettig als de beslissing door de bevoegde organen genomen werd. Burgers moeten te allen tijde gespaard worden.

 

 

 

media_xl_4888423

 

 

 

Koran 2:216 

 

« Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet. »

 

De inhoud van dit vers bevestigt dit algemeen kader. Oorlog wordt hier immers niet opgehemeld als een goed, integendeel, oorlog voeren wordt hier omschreven als iets waar men tegen opziet. In sommige omstandigheden (zoals het zich verdedigen bij een aanval op de rechtvaardige, gematigde samenleving en het strijden tegen oppressie) kan een gewapende strijd gewettigd zijn.

De Koran zegt hier dat niemand graag oorlog voert, dat oorlog een kwalijke zaak is, maar dat men soms niet anders kan omdat het algemeen belang primeert voor het bewaren en beschermen van de rechtvaardige samenleving. Dat is wat hier bedoeld wordt door te zeggen dat iets dat men niet graag heeft, toch goed kan zijn.

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. »

 

Dit vers roept niet op tot vechten, maar beperkt integendeel de strijd tot situaties waarin men aangevallen wordt (“bestrijdt hen die jullie bestrijden”). Het vers verleent moslims dus hooguit de toelating zich te verdedigen in een wettige oorlog. Binnen die omstandigheden van gewettigd verweer, legt dit vers onmiddellijk beperkingen op, men mag de grenzen niet overschrijden.

Het is niet omdat een agressor alle normen laat varen, dat men dat zelf ook mag doen. Ook het grootste onrecht rechtvaardigt niet dat men zelf in immoreel gedrag vervalt. De toestemming tot strijden wanneer men aangevallen wordt, wordt door nog meer beperkingen omschreven en vernauwd, zoals blijkt uit de context van vers 190:

 

 Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

 

 

 

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. (Koran 2:191)

«Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.» (Koran 2:192)

 

Het vers kadert duidelijk binnen een oorlogssituatie, en heeft niets te maken met de manier waarop moslims in het gewone burgerleven met niet-moslims moeten omgaan. Het vers verduidelijkt enkel de principes van de krijgswet en oorlogsethiek. Het vers stelt dat dat men diegene mag verdrijven die jou eerst uitgedreven hebben.

Daarmee beperkt dit vers de legitimiteit van gewapend verzet alweer tot een situatie van zelfverdediging. Het gaat hier evenmin om ‘de’ ongelovigen, maar enkel om diegenen die een aanval ingezet hebben op de moslimgemeenschap.

Uit boven gaande teksten blijken volgende punten:

  1. Men mag alleen naar de wapens grijpen ter defensie.
  2. Moslims krijgen de opdracht ook dan de grenzen niet te buiten te gaan. Dit betekent dat men ook in verdediging niet zelf in onrecht mag vervallen. Het verbiedt moslims oorlogsmisdaden te begaan. God staat dus alleen aan de kant van diegenen die de rechtvaardige zaak verdedigen tegen een aanval, en die dat op een wettige manier doen.
  3. Van zodra de tegenpartij de gevechten staakt, moet men dat ook doen en moet men meegaan in de vrede. Dit betekent dat men alleen de aanval mag afslaan, en dat het daar moet eindigen. Ook wanneer men op een bepaald ogenblik het overwicht behaalt en dus gemakkelijk de vijand zou kunnen decimeren en uitroeien, is dat niet toegestaan.
  4. De vrede herstellen betekent niet dat de spons geveegd wordt over oorlogsmisdaden van de vijand. Een oorlogsmisdadiger gaat niet vrijuit, ook niet als de vrede teruggekeerd is. Hij zal voor een rechtbank moeten verschijnen en zijn gepaste straf krijgen.
  5. De strijd duurt tot er geen godsdienstvervolging meer is, dwz dat moslims en niet-moslims weer vrij zijn hun geloof te beleven. De moslims mogen ook niemand dwingen zich tot de islam te bekeren. Tevens krijgen moslims de opdracht niet alleen eigen verdrukking maar ook verdrukking van niet-moslim te bestrijden.
  6. Moslims mogen geen vredesakkoord aanvaarden waarin ze bv. akkoord moeten gaan met het aanbidden van een of andere afgod maar dat ze moeten strijden tot ze werkelijk volledige godsdienstvrijheid genieten en dus hun islam kunnen beleven. Het staat anderen echter wel vrij dat beeld te blijven aanbidden.

 

De bescherming van de rechten van niet-moslim minderheden ( Dhimmi’s)  in een samenleving is verplicht. Immers:

 

«”Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand over dragen zou verraad van de garantie betekenen.” 

 

 

 

Koran 2 : 244

 

« Strijd op Gods weg en weet dat God wetend en horend is.»

 

Er staat hier dat God alles hoort, alles weet. Dit wil zeggen dat men zich binnen het toelaatbare moet begeven. Men mag dus geen (oorlogs-) misdaden begaan want God hoort alles en ziet alles, ook wanneer men wettige een oorlog voert.

 

 

 

 

 

Koran: 2:193

 

«Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

Het volstaat hier de aandacht te vestigen dat deze verzen verduidelijken hoe lang moslims in een aan de gang zijnde oorlog mogen strijden. Moeten ze strijden tot iedereen zich tot de islam bekeerd heeft? Het moet gezegd dat deze verzen op het eerste gezicht in die richting wijzen, en dat er ongetwijfeld ook wel extreme groepen moslims zijn die de verzen uit hun context lichten en ze zo interpreteren.

Godsdienstvrijheid staat centraal in de islam. Dat sluit een interpretatie in de zin van strijden tot iedereen zich bekeerd heeft tot de islam uit. Er moet aan herinnerd worden dat moslims een godsdienstoorlog, een aanval op hun godsdienst, mogen afslaan.

Het vers “en strijd tot godsdienst alleen God toebehoort” betekent dat moslims in zulke omstandigheden de opdracht krijgen te strijden tot wanneer hun godsdienstvrijheid gegarandeerd wordt en tot de eigen islam beleving veilig gesteld is. De godsdienst behoort alleen God toe.

Volgens de islam heeft men een lager zelf waarin een satan de mens aanspoort tot het kwade, en een hoger zelf waarin een Engel uitnodigt tot het goede.“En strijd tot er geen fitnah meer is” betekent dat men moet strijden tegen het lagere zelf en wel zodanig tot de eigen satan zich overgeeft aan God tot er geen kwade meer aanwezig is.

 

 

 

 

Koran 8:12

 

«Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: “Ik ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de harten van de ongelovigen schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers”.» 

 

Dit vers handelt over de slag om Badr waarin de moslims in de minderheid zijn. God stuurt engelen uit om aan de zijde van de moslims te strijden. Het gedeelte “Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers” is een opdracht aan de engelen, het is geen opdracht die aan de moslims gegeven wordt.

Het is ook God die zegt: “Ik zal de harten schrik aanjagen”. Hij zal er met andere woorden voor zorgen dat de vijand, niettegenstaande hij een numerieke overmacht heeft, schrik krijgt voor de kleine aantallen moslimstrijders. 

 

 

 

screenshot_602

 

 

 

 

Koran 8:60

 

«”En maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen…”» (Koran 8:60)

 

Dit vers schrijft moslims voor hoe ze een op handen zijnde oorlog alsnog kunnen proberen afslaan te door de tegenstander te imponeren. Het is wat men een ‘afschrikkingsmiddel’ zou noemen. Onze eigen West-Europese politiek maakt van precies dezelfde techniek gebruik met de bedoeling een mogelijke vijand af te schrikken. Het gaat hier dus om een regel die de vrede probeert te bewaren en oorlog probeert te voorkomen.

 

 

 

Koran 4:76 

 

«Zij die geloven strijden op Gods weg en zij die ongelovig zijn strijden op de weg van de Taghoet. Bestrijdt de aanhangers van de satan. De list van de satan is maar zwak!»

 

Wat hier met elkaar gecontrasteerd wordt is voor de zaak van God of voor de zaak van de duivel te strijden. Wat de zaak van God inhoudt wordt uiteengezet in het vers dat er onmiddellijk aan voorafgaat:

 

«Wat hebben jullie dat jullie niet op Gods weg strijden en ook niet voor die onderdrukte mannen, vrouwen en kinderen die zeggen: “Onze Heer, breng ons uit deze stad waarvan de inwoners onrecht plegen en breng ons van Uw kant een beschermer en breng ons van Uw kant een helper”. »

 

Strijden voor de zaak van God, betekent dus de rechtvaardige samenleving beschermen, strijden tegen verdrukking en onrecht. Het tegendeel daarvan is strijden voor tirannie, hebzucht, hoogmoed, repressie, macht, apartheid, enz.

De Taghoet slaat op alles en iedereen dat in de weg staat van het zuivere geloof in de Ene God. Dat hoeft helemaal geen beeld of persoon te zijn, ook hoogmoed, racisme en repressie staan het zuivere geloof in de Ene God in de weg. Ze worden daarom geassocieerd met de zaak van satan. De Koran zegt hierover dat de zaak van satan maar zwak is. De zaak van God, de strijd voor rechtvaardigheid, bescherming van de zwakken en onderdrukten, onrecht en racisme is de goede zaak.

Vers 4:76 stelt de zaak van de gelovigen tegenover de zaak van satan zonder daarbij namen van godsdiensten te noemen. Zoals hoger reeds besproken, erkent de islam dat er bij moslims, joden en christenen zowel gelovigen als ongelovigen zijn. Het oordeel over geloof en ongeloof komt alleen God toe.

En het is niet de naam van het geloof dat men aanhangt maar de godvrucht en de goede daden. Vervalt men, vanuit om het even welk geloof in God, in racisme, hoogmoed, oppressie enz., dan staat men aan de kant van satan.  Dit is een belangrijk koranisch inzicht, waardoor er geen “wij tegen zij” kan zijn op grond van kenmerken zoals huidskleur, geloof, nationaliteit en afkomst. Het is altijd de rechtvaardige kant tegen het onrecht, over alle grenzen van ras, geloof, nationaliteit en afkomst heen.

 

 

 

 

 

 

 

Koran 9:5

 

« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de weg. God is vergevend en barmhartig»

 

Het vers handelt over een oorlogssituatie waarin “heilige maanden” in acht genomen worden, dit wil zeggen, een oorlogssituatie waarin een periode van staakt-het-vuren van kracht is. Moslims krijgen hier de opdracht zich aan een overeengekomen staakt-het-vuren te houden. Na deze periode mogen ze, bij ontstentenis van vredesverdrag, verder strijden. Opnieuw legt de context van het vers daarop volgend beperkingen op:

 

En als een van de veelgodendienaars bij jou bescherming zoekt, geef hem dan bescherming totdat hij het woord van God hoort en laat hem daarna een plaats bereiken waar hij veilig is. Dat is omdat zij mensen zijn die niet weten. Hoe kan er jegens de veelgodendienaars een verbondsverpliching bij God en bij Zijn gezant zijn, behalve jegens hen met wie jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige moskee. Zolang zij jegens jullie correct handelen, handelt jullie dan ook correct. God bemint de godvrezenden.» (Koran 9:5-7)

 

De context verduidelijkt dat alleen mag gestreden worden tegen diegenen met wie geen vredesovereenkomst kon bereikt worden gedurende het staakt-het-vuren. Wie correct handelt, moet ook correct behandeld worden. Men heeft geen enkele verplichting zich tot de islam te bekeren.

Ook als hij zich niet bekeert, moeten moslims de persoon in veiligheid brengen. Wat in dit versdeel wel tot uitdrukking gebracht wordt is het principe dat wanneer een vijandig soldaat zich bekeert tot de islam, men hem niet langer als vijand mag beschouwen.

 

 

 

Koran 9 : 12

 

«En als zij hun eden breken nadat jullie met hen een verbond gesloten hebben en jullie godsdienst belasteren, bestrijdt dan de leiders van het ongeloof. Voor hen bestaan er geen eden. Misschien zullen zij ophouden.»”

 

volgende vers :

«Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die hun eden gebroken hebben en die van plan waren de gezant te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie begonnen? Vrezen jullie hen? God komt het met meer recht toe dat jullie Hem vrezen als jullie gelovig zijn.»

 

Deze verzen handelen dus weer over het krijgsrecht en stellen dat wanneer een vijandige groep een vredesakkoord verbreekt en de moslims aanvalt, dat de moslims zich mogen of zelfs moeten verzetten als het voortbestaan van de gemeenschap op het spel staat.

De vraag wordt gesteld waarom moslims zich niet zouden verzetten tegen een aanval of tegen oppressie. De Koran zegt dat je maar beter God kan vrezen in plaats van de vijand, en je kan dus maar beter de kant van de rechtvaardigheid kiezen.

 

 

 

 

 

 

 

Koran 9 : 29

 

«Strijdt tegen hen die niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebben en  die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen.”»

 

De Koran stelt hier dat gewapend verweer mogelijk is en dat de tegenstander bereid moet zijn om een taks te betalen. Moslims zelf zijn gehouden de zakaat te betalen. De zakaat is een islamitisch religieuze aangelegenheid, waarvan niet-moslims vrijgesteld zijn.

Niet-moslims moeten uiteraard wel mee betalen voor een aantal openbare diensten waarvan zij genieten, zoals onderhoud van het moslimleger dat ook hen beschermt in geval van een aanval. Moslims zijn verplicht alle inwoners van hun samenleving, ook niet-moslims, te beschermen en te verdedigen tegen een aanval. Zij mogen deze mensen ook niet uitleveren aan de vijand.

 

« Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand overdragen zou verraad van de garantie betekenen» 

 

De Koran draagt moslims hier op erover te waken dat deze taks billijk ingesteld wordt en de draagkracht van de mensen niet te boven gaat. Iedereen moet de zakaat betalen.

 

 

 

 

Koran 4 : 89

 

.Als zij zich van jullie afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie vrede aanbieden dan verschaft God geen weg om tegen hen op te treden. Jullie zullen anderen vinden die voor jullie veilig wensen te zijn en evenzo voor hun eigen mensen. Telkens als zij aan de beproeving worden blootgesteld worden zij daardoor misleid. Als zij zich dan niet van jullie afzijdig houden, jullie geen vrede aanbieden, noch hun handen in bedwang houden, doodt hen dan waar jullie hen aantreffen. Zij zijn het over wie Wij een duidelijk gezag hebben verleend.” » (Koran 4:88-91)

 

Ook dit vers kan niet geïnterpreteerd worden als toestemming om zomaar eender wie te doden. Wel integendeel. Als de tegenpartij vrede wil, moet men daar in meegaan. Het is pas als de tegenstanders geen vrede willen dat moslims de toestemming krijgen om zich te verdedigen. Als dit soort verzen niet zou bestaan, zouden moslimstrijdkrachten zich in oorlogstijd door iedereen moeten laten afslachten zonder enig weerwerk te mogen bieden.

 

 

 

 

 

 

 

Koran 47 : 4

 

«En wanneer jullie hen die ongelovig zijn in de strijd ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen lost te kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. …».”

 

Ook dit vers handelt niet over burgerrecht, maar over oorlogsethiek en krijgsrecht. Het algemeen principe is dat het leven altijd heilig en onschendbaar is, behalve in bij wet voorziene omstandigheden. Dit vers maakt een uitzondering voor soldaten in een oorlogssituatie.

In een dergelijke situatie kan het doden van de vijand in het heetst van de strijd toegestaan zijn als men om logistieke en militaire redenen niet in staat is gevangenen te nemen. Van zodra de militaire en logistieke mogelijkheden het toestaan schrijft de Koran voor de vijand krijgsgevangen te nemen om hem later

1) weer vrij te laten (dat is de eerste en meest geprefereerde optie)

2) hen uit te wisselen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Gods waarschuwing tegen bedriegers

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Christus redding van de duivel door genade

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

2 Petrus 2

 

 

Waarschuwing tegen bedriegers

 

1 Maar er waren vroeger ook leugen-profeten bij het volk. En ook bij jullie zullen er zulke bedriegers komen. Zij willen jullie verkeerde dingen leren. Ze leren jullie leugens, die slecht voor jullie zijn. Ze zullen zelfs de Heerser die hen heeft gekocht, niet als Heer willen dienen. Daardoor zal het al heel gauw slecht met hen aflopen.

2 Veel mensen zullen met hen meedoen en net als zij er maar op los leven. Zo zullen er, door hún schuld, slechte dingen worden gezegd over het goede nieuws.

3 En omdat ze hebzuchtig zijn, zullen ze proberen jullie over te halen om je geld aan hen te geven. Daarvoor gebruiken ze allerlei goed klinkende praatjes. Maar Gods oordeel over hen staat al lang vast. Hun straf is al onderweg. Het zal binnen korte tijd slecht met hen aflopen. Hij zal geen genade met hen hebben.

 

4 Want God heeft ook de engelen die Hem ongehoorzaam waren, geen genade gegeven. Hij heeft hen gevangen gezet in de bodemloze put. Daar wachten ze vastgebonden in de duisternis tot Hij over hen zal rechtspreken.

5 En ook de mensen van heel lang geleden die zich niets van Hem aantrokken, heeft Hij geen genade gegeven. Hij liet een grote overstroming over de wereld komen. Alleen Noach werd door God gered, samen met nog zeven andere mensen. Want Noach had aan de mensen verteld dat ze verkeerd leefden en hoe God wilde dat ze zouden leven.

6 En de steden Sodom en Gomorra heeft God voor straf tot as verbrand en omgekeerd. Hij deed dat als waarschuwing voor andere mensen die zich niets van Hem aantrekken.

7 Maar God redde Lot. Want Lot leefde wel zoals God het wil. En Lot vond het heel erg dat de mensen er zo op los leefden.

8 Hij woonde wel bij hen, maar hij had dag en nacht verdriet over alle slechte dingen die ze deden.

9 Dus de mensen die leven zoals God het wil, worden door Hem gered uit de moeilijkheden die hun geloof op de proef stellen. Maar de mensen die zich niets van Hem aantrekken, worden door Hem gevangen gehouden tot de dag dat Hij over hen zal rechtspreken. Dan zal Hij hen straffen.

 

10 Hij straft dan vooral de mensen die allerlei verkeerde dingen op het gebied van seks doen en er maar op los leven en die helemaal niet willen luisteren naar de Heerser in de hemel. Zulke slechte mensen die alleen maar aan zichzelf denken, durven zelfs slechte dingen van God te zeggen.

11 Zelfs de engelen zijn heel wat bescheidener dan zij. Want de engelen zijn wel veel sterker en machtiger dan mensen, maar willen zulke mensen niet beschuldigen bij de Heer.

12 Maar die mensen zijn net dieren zonder verstand. Ze zijn van nature alleen geschikt om gevangen genomen en gedood te worden. Want ze durven slechte dingen te zeggen over zaken waar ze niets van begrijpen. Maar ze zullen zelf worden vernietigd door de slechte dingen die ze doen.

13 Ze zullen hun verdiende straf krijgen. Ze vinden het heerlijk om overdag wilde feesten te houden en te doen waar ze zin in hebben. Als ze met jullie eten, zijn zij als rotte plekken en vieze vlekken aan jullie tafel, omdat ze nooit genoeg krijgen van liegen en bedriegen.

14 Hun ogen zijn altijd opzoek naar een vrouw. Ze krijgen er nooit genoeg van om te doen wat God verboden heeft. Ze verleiden mensen die niet tegen hen op kunnen. Ze halen hen over om met hen mee te doen. En het zijn echte geldwolven. Ze zijn vervloekt!

 

15 Doordat ze van het rechte pad zijn afgegaan, zijn ze verdwaald. Ze zijn dezelfde weg opgegaan als Bileam , de zoon van Beor. Bileam werd ongehoorzaam aan God omdat hij veel geld hoopte te verdienen.

16 Maar zijn ezel was verstandiger dan hij: hij sprak met een mensenstem tegen Bileam om hem tegen te houden.

17 Zulke mensen zijn als bronnen waar geen water meer uit komt. Ze zijn als wolken die geen regen geven maar door de wind weggeblazen worden. Ze zullen voor eeuwig in de diepste duisternis terechtkomen.

 

18 Want ze leven er maar op los en doen wat ze willen. Met hun mooie praatjes verleiden ze de mensen die nog maar pas aan het kwaad zijn ontsnapt. Ze halen hen over om weer dezelfde slechte dingen te gaan doen als eerst.

19 Ze beweren dat ze vrijheid komen brengen, maar zelf zijn ze slaven van het kwaad. Want een mens is de slaaf van dat wat hem in zijn macht heeft.

20 Eerst hebben ze wel Jezus Christus als Redder en Heer leren kennen. Daardoor waren ze aan de vuiligheid van de wereld ontsnapt. Maar later zijn ze weer naar hun oude manier van leven teruggaan. Daardoor zijn ze er op het laatst erger aan toe dan in het begin toen ze Jezus nog niet kenden.

21 Ze willen nu niets meer te maken hebben met hoe God wil dat ze leven. Maar dan was het beter voor hen geweest als ze er nooit iets over hadden geweten.

22 Want met hen is dan gebeurd wat het spreekwoord zegt: ‘Hij is als een hond die teruggaat naar zijn braaksel,’ of wat een ander spreekwoord zegt: ‘Hij is als een schoongewassen varken dat teruggaat naar de modder.’

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Wonderen en tekenen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Jezus, Gods Zoon en Boodschapper 

 

 

 

wonderen-visioenen

 

 

 

Jezus zei “die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft” Johannes 5:36b. Jezus veranderde water in wijn als begin van Zijn tekenen (Johannes 2:1-11). Nadat Hij 2 broden en 5 vissen zegende, konden er meer dan 5000 mensen van eten (Matteus 14:13-21). We zien Jezus de winden en de zee bestraffen zodat zij stil werden (Matteus 8:23-27).

Toen Zijn discipelen Hem over het water zagen lopen, zeiden ze “Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon” (Matteus 14:22-33). Om te laten zien dat Hij de macht had om op aarde zonde te vergeven genas Hij een verlamde man (Matteus 9:1-8). “En vele scharen kwamen bij Hem, die lammen, kreupelen, blinden, stommen en vele anderen bij zich hadden, en zij legden die aan zijn voeten neer.

En Hij genas hen, zodat de schare zich verwonderde, want zij zagen stommen spreken, kreupelen gezond, lammen lopen en blinden zien. En zij verheerlijkten de God van Israel” Matteus 15:30-31. Zelfs doden werden door Jezus terug tot leven gebracht (Matteus 9:18-26; Johannes 11:1-45) en ook over boze geesten had Jezus macht (Markus 1:21-28; Matteus 12:28-29).

 

 

 

cropped-pinksterschilderij-1_595.jpg

 

 

 

 

De aard van Jezus’ tekenen en wonderen

 

De melaatse werd terstond genezen (Matteus 8:1-3). De twee blinden werden terstond ziende nadat Jezus hen aanraakte (Matteus 20:29-34). De verlamde kon op Jezus’ Woord voor het oog van allen weer lopen, waardoor zij die het zagen, zeiden: “zo iets hebben wij nog nooit gezien”(Markus 2:1-12). De koorts van Petrus’ schoonmoeder verliet haar toen Jezus haar hand vatte (Markus 1:29-31).

De vrouw die al 12 jaar aan bloedvloeiingen leed, werd terstond genezen toen zij Jezus’ kleed aanraakte (Markus 5:25-34). We zien dat Jezus tekenen en wonderen terstond gebeurden, dat is onmiddellijk, dadelijk, direct. Er is één voorbeeld te vinden waar Jezus ervoor koos om een blinde man in 2 stappen te genezen (Markus 8:22-25).
Nikodemus, een Farizeeër zei tegen Jezus “Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is” Johannes 3:2b.

Johannes zegt op het einde van zijn evangelie “Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” Johannes 20:30-31.

Op pinksterdag na Jezus’ opstanding predikte Petrus “Jezus, de Nazoreeer, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet” Handelingen 2:22. God had krachten, wonderen en tekenen door Jezus in hun midden verricht en allen waren ervan op de hoogte. Deze dingen waren niet ergens in het verborgene gebeurd.

 

 

 

Jezus gaf bepaalde mensen de macht om tekenen en wonderen te doen

 

Tijdens Zijn leven riep Jezus Zijn 12 apostelen tot Zich en “gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen” Hij zei “Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet” Matteus 10:1, 7-8.

“Daarna wees de Here nog tweeenzeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou” en Hij zei “geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen. … En de tweeen zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam. … Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen” Lukas 10:1,9,17,19.

 

 

.

 

Jezus’ apostelen konden tekenen en wonderen doen

 

Na Zijn opstanding verscheen Jezus aan de elf apostelen met de opdracht om het evangelie van geloof en doop tot behoudenis aan de hele schepping te prediken (Markus 16:15-16). “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen;

op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden. De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods. Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden” Markus 16:17-20.

 

 

 

 

wonderen-god-jezus-christus-geest-bijbel-3

 

 

.

De lege plaats  van  de apostel Judas werd aangevuld met een man die ooggetuige was van Jezus’ opstanding en die zich bij hen had aangesloten vanaf de tijd dat Jezus is beginnen te prediken (Handelingen 1:20-26). Een apostel werd door God aangewezen zoals Saul (Paulus) door de Here werd uitverkoren als een werktuig om Zijn Naam te verkondigen (Handelingen 9:15).

Paulus zegt daarom ook “Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen;     maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene” 1 Korintiërs 15:7-8. Deze apostelen waren te onderscheiden van anderen zoals Paulus de Korintiërs duidelijk maakt “De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten” 2 Korintiërs 12:12.

Vanaf pinksterdag zien we dan ook “En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk … En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen.

En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.” Handelingen 5:12a, 14-16. Merk op dat ook nu weer alle zieken werden genezen! Eerder had Petrus een man die van geboorte af lam was, in Jezus’ Naam genezen (Handelingen 3:1-10). Hij had ook een gestorven vrouw weer tot leven gewekt (Handelingen 9:32-42). Paulus dreef in Jezus’ Naam boze geesten uit (Handelingen 16:16-18), wekte doden op (Handelingen 20:9-12) en zelfs de bijt van een  slang had geen werking op hem (Handelingen 28:3-6).

“En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren” Handelingen 19:11-12. Tegenstanders konden niet loochenen welke wondertekens door de handen van de apostelen geschiedden (Handelingen 4:16).

 

 

 

Universele liefdesenergie

Universele liefdesenergie

 

 

.

 

Zij op wie de apostelen de handen oplegden, konden tekenen en wonderen doen

 

Filippus, een evangelist, predikte de Christus in Samaria. “En toen de scharen Filippus hoorden en tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen en er kwam grote blijdschap in die stad” Handelingen 8:6-8.

Ook Simon die een tovenaar was geweest “kwam tot geloof, en na gedoopt te zijn, bleef hij voortdurend bij Filippus, verbijsterd door die tekenen en grote krachten, die hij zag geschieden”. Toen de apostelen hoorden dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij Petrus en Johannes tot hen en dezen legden hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

Toen Simon zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd gegeven wilde hij deze macht kopen maar Petrus bestrafte hem daarvoor  (Handelingen 8:14-25). Het kwam Simon niet toe om door handoplegging de Geest te geven, zelfs Filippus die zelf tekenen en grote krachten kon doen, bezat deze macht niet. Enkel de apostelen hadden deze macht (vgl Handelingen 19:5-7; 2 Timoteus 1:6).

Paulus zegt daarom ook tegen de christenen te Rome “Want ik verlang u te zien om u enige geestelijke gave mede te delen tot uw versterking” Romeinen 1:11 (1 Korintiërs 12:1-11). Hij sprak ook over het einde van deze gaven (1 Korintiërs 13:8-13).

 

 

 

 

Gebeuren er nog tekenen en wonderen?

 

Jezus, Zijn apostelen en hen die door handoplegging van de apostelen de Geest ontvingen, konden tekenen en wonderen verrichten. Deze tekenen en wonderen zijn geschied om te bevestigen dat de sprekers boodschappers van God waren.

“Daarom moeten wij al onze aandacht richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken. Want als het door engelen gesproken woord al zo veel rechtskracht bezat dat op elke overtreding en ongehoorzaamheid een rechtmatige straf volgde, hoe zullen wij dan aan die straf ontkomen wanneer we geen acht slaan op de zoveel meer omvattende redding die begonnen is met de woorden van de Heer, en die voor ons bevestigd werd door hen die deze woorden hebben gehoord? Ook God zelf getuigde daarvan, door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten, en door de gaven van de heilige Geest overeenkomstig zijn wil te verdelen” Hebreeën 2:1-4.

Het Woord van God is op betrouwbare wijze aan ons overgeleverd en God zelf heeft dat Woord bevestigd! Laat u niet misleiden door hen die beweren Gods boodschappers te zijn en zeggen tekenen en wonderen te kunnen doen (zie 2 Tessalonissenzen 2:9-17). Hedendaagse tekenen en wonderen komen nog niet eens in de buurt van wat Gods ware boodschappers deden in de eerste eeuw. Breng het woord van Jezus en Zijn apostelen, dat eens voor altijd is overgeleverd, in toepassing en God zal met u zijn (Filippenzen 4:9; Judas 3).

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’ .

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten . Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA