Tagarchief: bloed

De gestigmatiseerde broeder pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Beknopte Biografie

 

Pater Pio van Pietrelcina, geboren Francesco Forgione, spirituele erfgenaam van Sint‑Franciscus van Assisi, was de eerste priester die op zijn lichaam de stigmata van de kruisiging vertoonde. Reeds bij leven gekend als “gestigmatiseerde broeder” zette pater Pio, aan wie de Heer bijzondere bovennatuurlijke gaven had geschonken, zich totaal in voor het heil van de zielen. Tot op de dag van vandaag bereiken ons zeer talrijke getuigenissen van de “heiligheid” van de kloosterling, vergezeld van dankbetuigingen. Zijn providentiële voorspraak bij God bewerkte voor velen genezing van lichaam en geest.

 

 

padre_pio

 

 

Pater Pio van Pietrelcina, alias Francesco Forgione, werd op 25 mei 1887 geboren in Pietrelcina, een dorpje in de streek van Benevento. Hij kwam ter wereld in een huis van arme mensen waar vader Grazio Forgione en moeder Maria Giuseppa Di Nunzio reeds andere kinderen hadden verwelkomd.

 

 

Benevento

Benevento

 

 

Vanaf zijn prilste jeugd voelde Francesco het verlangen om zich totaal aan God te wijden en dit verlangen maakte hem verschillend van zijn leeftijdgenoten. Dit verschil was voorwerp van opmerkingen vanwege familieleden en vrienden. Moeder Peppa vertelde:

 

“Hij beging geen enkele nalatigheid, geen enkel vergrijp, was niet lastig, gehoorzaamde altijd aan mij en aan zijn vader, elke morgen en elke avond ging hij naar de kerk om Jezus en Maria te bezoeken. Van de ganse dag ging hij nooit naar buiten met kameraden. Ik zei hem eens: ‘Francì, ga eens wat buiten spelen.’ Hij weigerde door te zeggen: ‘Ik wil er niet naartoe gaan omdat ze vloeken.’

 

Uit het dagboek van pater Agostino van San Marco in Lamis, een van de geestelijke leiders van pater Pio, kwam men te weten dat pater Pio vanaf 1892, toen hij nog maar vijf jaar was, reeds zijn eerste mystieke ervaringen had. Extases en verschijningen waren zó talrijk dat het kind ze volkomen normaal vond.

Mettertijd kon Francesco’s grootste droom verwezenlijkt worden, nl. zijn leven totaal aan de Heer wijden. Op 6 januari 1903, toen hij zestien jaar was, trad hij als postulant binnen in de orde van de kapucijnen en werd priester gewijd in de kathedraal van Benevento op 10 augustus 1910.

Wegens zijn precaire gezondheidstoestand begon zijn priesterleven aanvankelijk in verschillende kloosters van de streek van Benevento waar Pio door zijn oversten naartoe gestuurd werd om er zijn genezing te bevorderen. Vanaf 4 september 1916 tot aan zijn dood op 23 september 1968 verbleef hij, behalve tijdens een paar kleine onderbrekingen, altijd in het klooster van San Giovanni Rotondo aan de Gargano.

 

 

Kathedraal van Benevento

Kathedraal van Benevento

 

 

 

Klooster van San Giovanni Rotondo

Klooster van San Giovanni Rotondo

 

 

In deze lange periode waarin geen belangrijke gebeurtenissen de kloosterstilte verstoorden, begon pater Pio heel vroeg aan zijn dag. Vóór dag en dauw begon hij met het gebed ter voorbereiding van de eucharistieviering. Daarna ging hij naar de kerk voor deze eucharistieviering waarna een lange dankzegging volgde, een gebed op de galerij vóór het Heilig Sacrament en tenslotte een langdurige belijdenis.

Een van de gebeurtenissen die het leven van de pater grondig tekenden deed zich voor in de ochtend van 20 september 1918, toen hij biddend vóór het kruisbeeld in het koor van het oude kerkje de gave van de zichtbare stigmata ontving die open, vers en bloedend bleven gedurende een halve eeuw.

Dit uitzonderlijke fenomeen wekte de aandacht van artsen, geleerden en journalisten maar vooral van het gewone volk dat in de loop van zoveel decennia zich naar San Giovanni Rotonde begaf om er de heilige kloosterling te ontmoeten.

In een brief van 22 oktober 1918 aan pater Benedetto vertelt pater Pio over zijn “kruisiging” het volgende:

 

“… wat zal ik jullie vertellen over wat jullie me vragen, nl. hoe mijn kruisiging zich heeft voorgedaan? Mijn God, wat een verwarring en wat een vernedering voel ik als ik moet duidelijk maken wat U in mij, uw zielig schepsel hebt verricht! Het was de ochtend van de twintigste van vorige maand (september) in het koor, na de eucharistieviering, toen ik overvallen werd door een gevoel van rust, net zoals een vredige slaap.

Alle inwendige en uitwendige zintuigen en ook mijn geestelijke vermogens bevonden zich in een onbeschrijflijke toestand van rust. Rond mij en binnenin mij was er totale stilte; er volgde op het gevoel van gemis aan alles plots een grote vrede en overgave en dan een terugkomen in dezelfde chaos; dit alles gebeurde in een flits.

En terwijl dit alles gebeurde zag ik vóór mij een raadselachtig personage zoals dat wat ik gezien had op de avond van de 5e augustus en dat er enkel van verschilde doordat de handen, de voeten en de borst druipten van het bloed. Zijn gezicht joeg me de stuipen op het lijf; wat ik op dat ogenblik in mij voelde zou ik jullie niet kunnen zeggen.

Ik voelde me sterven en ik zou inderdaad gestorven zijn indien de Heer niet had ingegrepen om mijn hart te ondersteunen: zó voelde ik het uit mijn borst springen. Het personage trok zich terug en ik stelde vast dat mijn handen, mijn voeten en mijn borstkas doorboord waren en bloedden. Stel jullie de kwelling voor die ik toen ervoer en die ik bijna alle dagen zal ervaren.

Uit de wonde van het hart spuit er constant bloed vooral van donderdagavond tot zaterdag. Vader, ik sterf van de pijn, door de kwelling en de daarop volgende verwarring die ik voel in het binnenste van mijn ziel. Ik vrees dat ik ga doodbloeden indien de Heer niet naar het gekreun van mijn arm hart luistert en deze verschijnselen niet van mij wegneemt…”

 

 

padre_pio_stigmata_mass460

 

 

Doorheen de jaren komen de gelovigen dus vanuit alle delen van de wereld naar deze gestigmatiseerde priester om zijn machtige voorspraak bij God te verkrijgen. Na vijftig jaar leven in gebed, nederigheid, lijden en opoffering om zijn liefde te verwerkelijken, realiseerde pater Pio twee initiatieven in twee richtingen: een verticale naar God met de oprichting van “gebedsgroepen” en een horizontale naar de broeders met de bouw van een modern ziekenhuis: “Casa Sollievo della Sofferenza” (Huis “Verlichting van het lijden”).

 

 

Casa Sollievo della Sofferenza

Casa Sollievo della Sofferenza

 

 

In september van het jaar 1968 kwamen duizenden vromen en geesteskinderen van de pater naar het trefpunt in San Giovanni Rotondo om samen de 50e verjaardag van de stigmata te herdenken en het vierde internationaal congres van de gebedsgroepen bij te wonen.

Niemand kon echter vermoeden dat op 23 september 1968 om 2.30 u het aardse leven van pater Pio van Pietrelcina een einde zou nemen.

 

 

30eaaa1e00000578-0-image-a-7_1454700593079

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Het probleem met afslankdiëten

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

Waarom afslank diëten niet werken

.

.

dieet_met_2_vorken

Het volgen van een dieet om af te vallen is niet raadzaam. Ongewenst in gewicht aankomen is een signaal van het lichaam dat er iets niet goed verloopt. Je kan het vergelijken met het hebben van koorts. Een verhoging van de lichaamstemperatuur is een signaal dat er “ergens” in het lichaam iets aan de hand is.

Als we paracetamol nemen zal de koorts ongetwijfeld dalen; maar als de koorts veroorzaakt wordt door een longontsteking hebben we het probleem niet opgelost. Zo is het met ons gewicht ook. We kunnen gaan lijnen, maar als we de werkelijke oorzaak niet aanpakken zal er weinig veranderen.

Een ander nadeel aan het volgen van een dieet is dat het lichaam zich aanpast aan de veranderde omstandigheden. Het lichaam is er op gericht om te overleven en zal alles doen om dit te bereiken. Als we minder calorieën tot ons nemen verandert onze stofwisseling.

Het lichaam denkt dat we in tijden van hongersnood leven. We gaan zuiniger om met de beschikbare energie. Hiertoe zetten we de stofwisseling op een laag pitje. We verbranden minder lichaamsvet en alle vetten die we binnen krijgen worden direct opgeslagen. Een mooi voorbeeld om dit te illustreren is een zeer onfortuinlijke inwoner van Zweden.

Een man was met zijn auto ingesneeuwd op een zeer stil weggetje. Hij heeft ruim 2 maanden ingesneeuwd in de auto gezeten en heeft zich in leven gehouden met het “eten”van de sneeuw. Zijn lichaam had zich helemaal aan deze omstandigheden aangepast.

Ons lichaam heeft minimaal 1200 kCal per dag nodig om alle processen goed te laten verlopen. Een voeding gebaseerd op 1000 Kcal (of soms zelfs nog minder) is bij lange na niet toereikend. Er zullen voedingstekorten optreden. Deze tekorten kunnen klachten geven als duizeligheid, hoofdpijn, concentratiestoornissen, haaruitval en vermoeidheid.

.

.

Waarom een ongewenste gewichtstoename?

Hyperinsulinism

Als we koolhydraten eten worden ze in de darmen omgezet naar glucose. Glucose wordt opgenomen in het bloed; vandaar de naam bloedsuiker. Onze cellen gebruiken glucose als brandstof. Om glucose de cellen binnen te krijgen heeft de cel insuline nodig.

Dus zodra de bloedsuikerspiegel stijgt gaat de alvleesklier insuline produceren. Als de cellen voldoende brandstoffen hebben zorgt insuline er voor dat het resterende bloedsuiker omgezet wordt in vet. Als we dus veel insuline in het bloed hebben wordt er veel vet opgeslagen.

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wie moet zich laten testen op prostaatkanker?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

.

.

Wie moet zich laten testen op prostaatkanker?

.

.

Moet ik mij laten testen op prostaatkanker? Het is een vraag die vele mannen vanaf de leeftijd van 55 jaar zich stellen, zelfs zonder specifieke klachten. Op die vraag bestaat evenwel geen eenduidig antwoord. Over de voor- en nadelen van prostaatkankerscreening door PSA-meting bestaat nog steeds onzekerheid.

Op 1000 mannen die kiezen voor deze prostaatkankerscreening zijn er vermoedelijk 2 die binnen de 15 jaar een overlijden door prostaatkanker vermijden. Maar door voor een opsporing te kiezen worden veel mannen geconfronteerd met een kanker waar ze anders nooit of pas veel later last zouden van hebben.

Prostaatkanker evolueert immers meestal zeer traag. En de behandelingen die volgen op een diagnose kunnen zorgen voor ernstige complicaties, zoals incontinentie en impotentie.

Prostaatkanker evolueert traag

Hoewel prostaatkanker bij Belgische mannen de vaakst vastgestelde kanker is, overlijdt minder dan 4% van de mannen eraan. Dat komt omdat prostaatkanker meestal zeer traag evolueert. In de helft van de gevallen wordt hij slechts na de leeftijd van 75 jaar vastgesteld. Zo hebben van de 80-plussers hebben meer dan 4 mannen op 10 prostaatkanker, zonder enig symptoom. Bij actieve opsporing waren deze mannen nodeloos behandeld geweest, met alle hinderlijke bijwerkingen.

2 sterfgevallen minder op 1000 door screening

Geschat wordt dat binnen de 15 jaar na de screening van 1000 mannen tussen 55 en 69 jaar, ongeveer 2 mannen minder zullen sterven aan prostaatkanker.

PSA-test niet 100% betrouwbaar

De PSA-test is niet 100% betrouwbaar. Prostaatkanker kan gepaard gaan met een verhoging van het PSA-gehalte (prostaat-specifiek antigeen) in het bloed. Een abnormaal PSA-testresultaat wijst echter niet altijd op prostaatkanker. Andersom is prostaatkanker ook mogelijk bij een normaal, niet-verhoogd, PSA-testresultaat. Dit betekent dat mannen zich ten onrechte bezorgd of opgelucht kunnen voelen.

De praktijkrichtlijnen raden systematische PSA-screening van alle mannen niet aan, en de PSA-test wordt in dat geval ook niet meer terugbetaald. Dit belet mannen echter niet om toch om de test te vragen. In dat geval is het de rol van de arts om hem goed te informeren over de voor-en nadelen en de onzekerheden die er mee gepaard gaan, zodat hij een weloverwogen keuze kan maken, toch een fundamenteel patiëntenrecht.

Risico op te vroege of overbodige behandeling

Meer testen leidt zeker tot meer invasieve behandelingen (biopsie, chirurgie, radiotherapie), met de gekende complicaties van impotentie en incontinentie, terwijl deze behandelingen niet altijd iets wezenlijks veranderen aan de levensduur van de patiënt.

Door screening worden kleine prostaatkankers gemiddeld 7 jaar eerder ontdekt dan wanneer er geen opsporing zou plaatsvinden. Dit betekent dat de man vroeger in zijn leven als “kankerpatiënt” wordt beschouwd. Hierdoor leven patiënten dus langer met de nadelen en de nasleep van de behandelingen dan patiënten die pas na klachten worden gediagnosticeerd en behandeld.

Daarnaast worden bij ongeveer 25 van de 1000 gescreende mannen tumoren opgespoord die heel langzaam groeien en die zonder opsporing tijdens de rest van het leven bij de grote meerderheid nooit problemen zouden gegeven hebben. Zonder screening zou deze man nooit “kankerpatiënt” zijn geweest, en nu wel.

Testen of niet testen?

Om mannen te helpen bij een beslissing om zich al dan niet te laten testen, ontwikkelden LUCAS KU Leuven in opdracht van de Vlaamse Liga tegen Kanker (VLK), en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) elk een hulpmiddel om hen goed geïnformeerd een beslissing te helpen nemen.

Laat je je als man testen en kies je daardoor voor een iets betere overlevingskans en neem je er de aanzienlijke risico’s op nutteloze behandelingen en vervelende bijwerkingen bij? Of laat je je niet testen, met een kleine kans dat je een behandelbare kanker zal missen, maar zonder risico op een nutteloze behandeling?

De nieuw ontwikkelde hulpmiddelen geven geen pasklaar antwoord op deze vraag, maar ze helpen elke man wel om op een beter geïnformeerde manier zelf of in overleg met zijn arts een keuze te maken die het best aansluit bij zijn waarden en voorkeuren.

• Deze beslissingshulp is bedoeld voor mannen die:
– 50 tot 75 jaar oud zijn,
– een goede gezondheid hebben
– en een weloverwogen keuze willen maken over vroegtijdige opsporing van prostaatkanker.

• Als uw vader of broer(s) ooit de diagnose van prostaatkanker kregen, zijn de cijfers op deze website niet van toepassing op u. Raadpleeg uw arts indien u vragen heeft over opsporing van prostaatkanker.

• Vroegtijdige opsporing van prostaatkanker is niet geschikt voor mannen die ouder zijn dan 75 jaar en/of een slechte gezondheid hebben.
– Deze mannen zullen waarschijnlijk niet sterven aan hun prostaatkanker of hier ernstige klachten van ondervinden.

Keuzetabel: Wel of geen PSA test voor vroegtijdige opsporing van prostaatkanker

Vaak gestelde vragen Indien u wel een PSA test laat doen Indien u geen PSA test laat doen
Wat zijn de belangrijkste voordelen? Van alle 100 prostaatkankers die aan het licht komen zijn er 34 agressief (34%). Bij deze kankers kan vroegtijdige behandeling voordelig zijn. Zo voorkomt een vroege behandeling voor 3 op 100 mannen met prostaatkanker (3%) dat ze sterven aan de ziekte. Voor 8 op 100 mannen met prostaatkanker (8%) voorkomt vroege behandeling dat de kanker zich naar andere delen van het lichaam verspreidt. Een verhoogde PSA waarde wijst niet altijd op prostaatkanker. Of dit zo is gaat men na met een biopsie. Indien u de PSA test niet laat doen, dan vermijdt u de risico’s van een biopsie. Ook vermijdt u de risico’s verbonden aan de behandeling van een vorm van prostaatkanker die geen behandeling vereist.
Heb ik dan minder kans om te sterven aan prostaatkanker? Waarschijnlijk niet. Door in een vroeg stadium te testen kan bij minder dan 1 klachtenvrije man op 100 (0,2%) voorkomen worden dat hij aan prostaatkanker sterft. Neen.
Als mijn PSA waarde hoog is, heb ik dan zeker prostaatkanker? Neen: 76 op 100 mannen (76%) met een hoge PSA waarde hebben geen prostaatkanker. Of dit zo is, wordt onderzocht met een biopsie. Als u ervoor kiest om zich niet te laten testen, zult u uw PSA waarde niet kennen.
Als mijn PSA waarde laag is, heb ik dan zeker geen prostaatkanker? Neen: Minder dan ŽŽn man op 100 (0,5%) met een normale PSA waarde heeft toch prostaatkanker. In dit geval zult u uw PSA waarde niet kennen.
Welke zijn de voornaamste nadelen? Op 100 prostaatkankers zijn er 66 (66%) die zo traag groeien dat ze zonder behandeling geen problemen zouden veroorzaken. Voor deze kankers is behandeling niet nodig, maar het is moeilijk vooraf te zeggen of dit zo’n kanker is. Testen kan dus onnodige behandeling uitlokken. Hiernaast kan de PSA test laten doen leiden tot ongerustheid en twijfel over volgende keuzes. Het risico bestaat dat een agressieve prostaatkanker niet vroegtijdig wordt ontdekt. Ook als u zich niet laat testen kunt u ongerust zijn en twijfelen.
Welke nadelen brengt een prostaatbiopsie met zich mee? Na de biopsie kan een man te kampen krijgen met onder meer bloed in de urine (langer dan drie dagen bij ongeveer 25 op 100 mannen, 25%) of pijn (bij ongeveer 5 op 100 mannen, 5%). Meer ernstige neveneffecten zoals infectie komen minder vaak voor. Deze risico’s worden vermeden als u zich niet laat testen. Immers, enkel bij een verdachte PSA-waarde wordt een biopsie gedaan.
Wat zijn de risico’s van een behandeling voor prostaatkanker Dit hangt af van het type behandeling. Neveneffecten op lange termijn zijn bv. erectieproblemen (bij 40 tot 58 op 100 mannen; ±40-58%), urineverlies (na operatie bij ongeveer 32 op 100 mannen; ±32%) en darmklachten (na bestraling bij ongeveer 25 op 100 mannen ±25%). Een man kan er samen met zijn arts ook voor kiezen om zich niet meteen te laten behandelen. Als u zich niet laat testen is het minder waarschijnlijk dat u vroegtijdig behandeld wordt voor prostaatkanker.

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Aambeien of hemorroïden

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Aambeien of hemorroïden zijn verwijdingen en uitzakkingen van bloedvaten in en rond de anus. Heel wat mensen hebben aambeien zonder dat dit enige last bezorgt. Aambeien kunnen echter ook pijn doen en bloeden. Indien u regelmatig of overvloedig bloedt, raadpleeg dan uw arts.

 

 

In en net boven de anus bevindt zich een sponsachtig netwerk van kleine, sterk doorbloede bloedvaatjes bedekt met een dun laagje slijmvlies. Dit vormt een zwellichaam dat er samen met de kringspieren voor zorgt dat we de aars luchtdicht kunnen afsluiten en onze stoelgang ophouden.

Wanneer er veel druk op de kussentjes komt te staan kunnen de bloedvaatjes zwellen en uitrekken, uitzakken en zelfs naar buiten puilen. Men spreekt dan van aambeien of het speen. Een aambei is pas een aambei als het normale aambei-weefsel zodanig overrekt of geïrriteerd is dat het klachten geeft, zoals een ongemakkelijk of pijnlijk gevoel, vooral wanneer u naar het toilet bent geweest. Soms gaan ze bloeden.

Aambeien kunnen erg vervelend en soms heel pijnlijk zijn, maar ze zijn niet gevaarlijk. Alleen voor mensen die bloedverdunners nemen, kan het enig risico inhouden.

 

Men maakt soms een onderscheid tussen uitwendige en inwendige aambeien:

 

Uitwendige aambeien bevinden zich onder de huid rond de aars. Ze zijn zichtbaar als dikke knobbels en vaak is de huid rood aangespannen. U kunt ze met uw vinger voelen en bij een uitwendig onderzoek van de aarsstreek zijn ze meteen zichtbaar.

 

Inwendige aambeien zitten binnen in de endeldarm, het laatste stukje van de dikke darm. Ze veroorzaken meestal weinig ongemak. Maar door persen of irritatie kunnen ze naar buiten gedrukt worden. Men spreekt dan van een prolaps.

 

 

 

 

Afhankelijk van de mate van uitstulping, worden verschillende graden van aambeien onderscheiden:

– Graad I: aambeien die bij persen niet uitzakken en naar buiten worden gedrukt. Ze zijn met het blote oog niet zichtbaar.
– Graad II: aambeien die bij persen uitzakken maar zich spontaan terugtrekken
– Graad III: aambeien die spontaan (bv. bij hoesten) of tijdens persen naar buiten komen en niet vanzelf terugtrekken.
– Graad IV: aambeien die continu uitgezakt zijn en niet kunnen teruggedrukt worden.

 

 

Hoe weet u dat u aambeien hebt?

 

• Bloedverlies bij de ontlasting: kleine hoeveelheden helder rood bloed op WC-papier of in de WC.
• Jeuk, soms een branderig gevoel rond de anus.
• Aandrang: het gevoel dat u naar het toilet moet.
• Aambeien zelf zijn pijnloos. Maar als de bloedtoevoer wordt afgekneld en er in de aambei een bloedstolsel ontstaat (een aambeien- of hemorroïdale trombose), treedt er een scherpe pijn op.
Hevige, scherpe pijn tijdens en vooral na de stoelgang, die meerder uren kan aanhouden, wordt niet veroorzaakt door aambeien maar door een kloofje of fissuur in het buitenste deel van het slijmvlies van de anus (fissura ani).

• Door persen kunnen inwendige aambeien naar buiten geperst worden. Dan komen ze uit de aars tevoorschijn (prolaps). Dat kan een doffe pijn of een propgevoel geven en gepaard gaan met een bloeding. In het begin zal de uitgezakte aambei vanzelf weer terugtrekken, maar na meerdere uitzakkingen gebeurt dat niet meer vanzelf en moet u ze terug naar binnen duwen.
• Soms incontinentie: lekken van kleine hoeveelheden stoelgang en darmslijm, wat vaak leidt tot zogenaamde ‘remsporen’ in de onderbroek.

 

 

Oorzaken

 

Aambeien ontstaan door een combinatie van een te hoge druk in de bloedvaten in en rond de anus, het uitrekken van het steunweefsel en het dunner worden van de beschermende slijmvlieslaag. Wanneer het bloed in de hemmorïedaders niet meteen kan wegstromen, kunnen de aders zwellen of uitstulpen, en kan de bevestiging aan de spierlaag uitgerekt worden of loskomen. Wat de preciese oorzaak is, is niet bekend: meestal gaat het om een combinatie van meerdere factoren.

• Constipatie (verstopping): door harde ontlasting en langdurig persen wordt het aambeiweefsel samengedrukt, wat het ontstaan van aambeien in de hand zou kunnen werken.
• Zwangerschap en bevalling: Tijdens en vooral na een bevalling krijgen nogal wat vrouwen last van aambeien. Door het persen tijdens de bevalling zijn de weefsels van de bekkenbodem meer gezwollen doordat ze vol bloed zitten. Bestaande aambeien kunnen tijdens de bevalling naar buiten geperst worden.
• Overgewicht: een te hoog lichaamsgewicht verhoogt de druk op de anus, en verhoogt ook de kans op verstopping.
• Zittend werk en langdurig rechtstaan: mensen die weinig bewegen en veel zitten, hebben vaak een harde, droge ontlasting. Veel zitten verhoogt ook de druk op de anus.
• Ouderdom: bij het ouder worden het weefsel in de vaatkussentjes rond de aars minder krachtig en rekken ze uit. Aambeien komen dan ook vooral voor bij mensen tussen 45 en 60 jaar. Naar schatting zou ongeveer één op twee 50-plussers last hebben van aambeien.
• Persoonlijke aanleg: aambeien komen in sommige families meer voor, maar of er een erfelijke factor meespeelt is nooit aangetoond.

 

 

Hoe kunt u aambeien voorkomen?

 

Hoe minder het aambeienweefsel onder druk staat, des te kleiner is de kans dat u last van aambeien krijgt of dat ze na een behandeling terugkeren.

 

• Toiletbezoek
• Als u naar het toilet moet, stel dat dan niet te lang uit. Hoe langer u wacht, hoe droger en harder de stoelgang wordt en hoe meer u moet persen.
• Vermijd hard persen.
• In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, krijgt u geen aambeien door lang op het toilet te blijven zitten.
• Bij irritatie of jeuk rond de anus kunt u beter geen wc-papier gebruiken, maar een nat washandje en daarna droogdeppen (niet wrijven!) met zacht toiletpapier. Buitenshuis kunt u eventueel vochtige toiletdoekjes (zonder alcohol of parfum) gebruiken.

• Vermijd diarree en constipatie. Constipatie maar ook diarree, veroorzaken bloedverlies.
Vraag bij hardnekkige constipatie aan uw huisarts om een niet-irriterend laxatief voor te schrijven.

• Vezelrijke voeding. Eet veel vezels (bruin brood, volle rijst, zemelen, groente, vruchten…). Dit houdt de ontlasting zacht en soepel. Drink daarbij veel water, anders raakt u waarschijnlijk nog harder geconstipeerd.

• Doe aan lichaamsbeweging. Dit stimuleert de darmbeweging en bevordert de stoelgang.
• Zit of sta niet te lang aan één stuk door.
• Vermijd anale seks: anale seks is geen oorzaak van aambeien, maar kan bij aambeien wel zorgen voor bijkomende irritatie.
• Vermijd alcohol, want het doet de bloedvaten uitzetten.
• Warme (zit)baden geven verlichting van jeuk en pijn en houden de anaalstreek proper. Gebruik beter geen zeep, dat kan de irritatie verergeren. Dep de anaalstreek goed af na elk bad.
• Een ijsblokje kan helpen tegen de pijn.

 

 

Wanneer naar de dokter?

 

Aambeien zijn zoals gezegd meestal onschuldig en genezen meestal ook vanzelf. Toch is het aan te raden om een arts te raadplegen als u merkt dat er bloed in de stoelgang zit. Dit kan namelijk wijzen op poliepen in de darm, een maag-darmbloeding, en zelfs op darmkanker. Aambeien zelf kunnen nooit ontaarden in kanker en maken u ook niet gevoeliger voor kanker.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Robijn.

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

Robijn

.

De bloedrode robijn siert de kronen van koningen en koninginnen en spreekt zeer tot de verbeelding. Alle schat-ten in sprookjes en legenden bevatten traditioneel robijn, naast smaragd, saffier en diamant. Oorspronkelijk wer-den alleen deze vier stenen ‘edelsteen’ genoemd, vanwege hun hardheid, schoonheid en zeldzaamheid. Alle andere sierstenen werden ‘halfedelsteen’ genoemd. Tegenwoordig wordt dit onderscheid niet meer gemaakt.

Robijn behoort tot de familie korund. Bevat korund een spoortje chroom, dan wordt de steen rood en heet hij robijn. Robijn is altijd een tint rood, variërend van roze tot donkerrood. Robijn kan zo donkerrood zijn dat hij zwart lijkt. Dan wordt hij zwarte robijn genoemd. In het verleden werd robijn ook wel karbonkel genoemd. De naam karbonkel werd vroeger gebruikt voor alle rozerode tot bloedrode stenen, zoals granaat, spinel, robijn en toermalijn. Men dacht dat het een en dezelfde steen was.

De robijn is het zinnebeeld van het bloed van de aarde. Zijn rode kleur wordt geassocieerd met liefde, voortplan-ting en het scheppen van nieuw leven. In vroeger tijden werd de robijn gezien als de eerste edelsteen, waaruit alle andere edelstenen geboren werden. Zuidoost-Azië levert sinds jaar en dag veel robijnen. Vooral de robijnen uit Birma zijn geliefd vanwege de fraaie rode kleur. De robijnen uit Birma, India en Sri Lanka zijn door eeuwenlange handel over heel Europa te vinden, vooral in kronen en andere kroonjuwelen. Korund van lage kwaliteit is niet geschikt om tot sierstenen te verwerken. Deze stenen worden als slijpmiddel en polijstmiddel gebruikt.

Robijn kan synthetisch gemaakt worden. Synthetische robijn wordt graag gebruikt voor precisie-gereedschap (lasers, masers). Echte robijn kun je onderscheiden van synthetische robijn door de steen te bekijken met een microscoop. Echte robijn bevat insluitsels als rutiel, gas en waterblaasjes. Synthetische robijn heeft een zeer regelmatige inwendige structuur. De robijn wordt in de edelsteentherapie regelmatig ingezet, bij uitputting en bij herstel na ziekte of operatie, omdat hij bloedversterkend is. Voeg een robijn toe aan pleegzuster bloedwijn en je hebt een extra sterk tonicum.

robijn

Herkomst van de naam

De naam robijn dook pas in de 12e eeuw op, en verving de tot dan gebruikelijke naam karbonkel. Robijn betekent ‘rode (steen)’. Het komt van het Middenlatijn rubinus, dat is afgeleid van het Latijnse woord rubeus, ‘rood’. De naam karbonkel is afgeleid van het Latijnse woord carbunculus, ‘kooltje vuur, gloeiende steen’. De naam korund is afgeleid van het Hindi-woord kurand of van het Sanskriet kuruvinda. Dat was in India de benaming van robijn. In het Sanskriet heet de robijn ratnaraj, ‘koning der edelstenen’, of ratnanayaka, ‘leider der edelstenen’. De stad Rat-napura in Sri Lanka is de ‘stad der edelstenen’, een historische vindplaats van granaten en robijnen.

Door de eeuwen heen

Al sinds de Bronstijd wordt de robijn gewaardeerd en gebruikt als siersteen. In het oude India gold de robijn als moeder van alle edelstenen en als zinnebeeld van de zon die alles laat groeien. Veel koninklijke sieraden als kro-nen, tiara’s en spelden bevatten daarom mooie bloedrode stenen. Zelfs zetels, als de beroemde 17e-eeuwse Pauwentroon, zijn rijkelijk getooid met deze steen die geluk en vruchtbaarheid zou brengen. Oosterse buikdan-seressen droegen graag een robijn of spinel in hun navel, omdat dit lustopwekkend en enthousiasmerend zou zijn.

Chhatrapati Manik is de naam van de robijn met de oudst bekende geschiedenis. Deze robijn wordt reeds ge-noemd in het Indiase epos Mahabharata, met teksten die duizenden jaren oud zijn. Het verhaal gaat dat Sri Raja Bir Vikramaditya, vóór het begin van onze jaartelling koning van een heilige stad in India. zichzelf uitriep tot Chhatrapati, ‘Opperkoning’. Hij wilde een kroon met 9 edelstenen, symbolen voor de negen planeten. De be-langrijkste plaats, die van de zon, moest ingenomen worden door een robijn. Deze robijn kreeg de naam ‘edel-steen van de opperkoning, oftewel chhatrapati manik. n het jaar 1934 was de Chhatrapati Manik in London te bewonderen, als centrale steen in een tiara met diamanten. Het is onbekend waar deze robijn zich momenteel bevindt.

De oude Grieken en Romeinen waren ook dol op rode edelstenen. Zij geloofden dat de robijn kracht gaf en wonden sneller liet genezen. Veel zwaardknoppen en schilden uit die tijd zijn dan ook met robijnen en spinellen versierd. De Romeinse wetenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.) noemde de steen carbunculus, ‘kooltje vuur, gloeiende steen’. Men meende dat de karbonkelsteen licht gaf in het donker.

Uit de Middeleeuwen stamt de Wenzelskroon. Deze kroon is vervaardigd in 1347 voor de kroning van Karel IV tot koning van Bohemen. De kroon is vernoemd naar Wenzel I of Wenceslaus I (905-935), de beschermheilige van Bohemen. Deze kroon bevat een enorme ruwe robijn van 250 karaat. De overige rode stenen zijn spinellen. De Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) schreef over de robijn: “Overal waar zich een karbonkel bevindt, kunnen de luchtdemonen hun duivelswerk niet verrichten.” De Duitse filosoof Albertus Magnus (1193-1280) schreef in zijn lapidarium (boek met beschrijving van edelstenen) “de kracht van alle andere stenen” aan de robijn toe. Hij meende net als Hildegard von Bingen dat de robijn gif in lucht en damp verdrijft.

Dankzij moderne onderzoeksmiddelen kunnen we vaststellen dat veel robijnen uit de Middeleeuwen eigenlijk geen robijn zijn. Bekend voorbeeld is de Black Prince’s Ruby. Deze enorme rode steen van 5 cm siert de Engelse staatskroon. Ooit behoorde deze steen toe aan Edward van Stockwood (1330-1376), bijgenaamd ‘de Zwarte Prins’. Nu weten we dat deze robijn eigenlijk een spinel is. Dit geldt ook voor de Timur-robijn, gevat in een ketting uit de Engelse kroonjuwelen. Dit is eveneens een fraaie rode spinel, afkomstig uit India. Het verschil tussen robijn en spinel is moeilijk te bepalen; de kleur en glans lijken heel veel op elkaar. De robijn is echter harder en dichter van structuur. De Peace Ruby, oftewel Vredesrobijn, is de naam van een beroemde robijn die werd gevonden in 1919, kort na het tekenen van het Verdrag van Versailles, het einde van de Eerste Wereldoorlog. Men hoopte dat het geven van deze naam de vrede zou helpen waarborgen.

Robijn cabochon

Spiritueel

* Robijn is een krachtige beschermer tegen negatieve energieën, zoals energetisch vampirisme.
* Robijn versterkt de wil en het ego. Hij maakt je doelbewust en wilskrachtig. Deze steen versterkt door rode kleur je mannelijke kant. Robijn is een goede steen voor timide mensen.
* Robijn verhoogt de concentratie en geeft plezier in wat je doet.
* Robijn laat je actief en gemotiveerd in het leven staan, maakt vrolijk. Je fantasie wordt gescherpt, je spontaniteit wordt vergroot.
* Robijn helpt ook om realistisch te blijven. Hij helpt de perfectionisten de lat wat lager te leggen, doelstellingen haalbaar te houden.
* Robijn maakt je initiatiefrijker, en laat je vaker het voortouw nemen.

Chemische samenstelling

Robijn is een korund. Deze groep verwante mineralen bevat de hardste stenen na diamant. Korund bestaat uit aluminiumoxide en is vaak grijzig, bruinig. Robijn heeft zijn rode kleur te danken aan ingesloten chroom. Alleen chroomhoudende korund geldt als robijn. Is korund roodgekleurd door andere elementen, dan is het zijn broertje saffier. Saffier is een korund die allerlei kleuren kan hebben. Robijn komt vaak voor als insluitsel in rotsgesteente. Vaak hebben deze robijnen een te lage kwaliteit voor economische exploitatie. Door het hoge soortelijke gewicht komen de robijnen vrij bij het verweren van het moedergesteente. Vervolgens worden ze door water meegevoerd. In Zuidoost-Azië, en vooral in Birma, India en Sri Lanka, worden zo concentraties van edelstenen gevonden in bochten en uitloop van rivieren, waar het water langzamer stroomt. Daar werden en worden robijnen vervolgens met de hand uitgezocht, geslepen en verhandeld.

robijn cabochons

Samenstelling: Al2O3 + Cr, Ca, Fe, Mg, Si, Ti, Zn + (Mn)
Hardheid: 9
Glans: glasglans, diamantglans (bij geslepen stenen van
edelsteenkwaliteit), mat of vettig (bij ruwe stenen)
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig, ruw, zeer bros
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 3,97 – 4,05
Kristalstelsel: trigonaal-hexagonaal

ruwe robijn

ruw

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

John Astria

John Astria

De mammoetboom in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

De mammoetboom

 

U zult in de Bijbel tevergeefs naar een vermelding van mammoetbomen zoeken, maar omdat zij tot de groep hoogste bomen ter wereld behoren, mogen wij ze niet over het hoofd zien. Trouwens, dat zou ook heel moeilijk zijn; want hun toppen zijn bijna niet te zien vanaf de grond. Mammoetbomen kunnen namelijk 90 meter hoog worden en de stam kan een doorsnede van 7 meter hebben. Zij zijn inheems in Californië, maar zijn in Europa vaak als straat- of parkboom aangeplant. Hoe kan een boom van zo’n enorme omvang voortkomen uit een mi-nuscuul zaadje? Is dit niet één van de merkwaardigste wonderen van de schepping?

 

 

zaadje van de mammoetboom

 

De apostel Paulus gebruikte dit fenomeen als illustratie, toen hij de opstanding uit de doden wilde verklaren. In 1 Korintiërs 15 nam hij het op tegen de Griekse opvatting, dat een opstanding van het lichaam onzin is (zie Hande-lingen 17:32); en als antwoord op de sceptische vraag: “Hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?”, wees hij naar het enorme verschil tussen zaad en plant (1 Korintiërs 15:35-38). Wat in dit le-ven onaanzienlijk en van geen betekenis lijkt te zijn, krijgt bij de wederkomst van Christus een verandering tot heerlijkheid, waarvan de mogelijkheden onze stoutste verwachtingen te boven gaan.

 

 

handelingen17: 32

 

32 Toen de mensen hoorden over een opstanding uit de dood, lachten sommigen hem uit. Anderen zeiden: “We komen een andere keer nog wel eens naar je luisteren.”

 

 

geestelijk lichaam

 

 

1 Korintiërs 15

 

Hoe worden de doden weer levend gemaakt?

 

35 Jullie zeggen misschien: “Maar hóe worden de doden dan weer levend gemaakt? En wat voor lichaam hebben ze dan?” 36 Maar dat is een dwaze vraag! Alles wat je zaait, moet eerst sterven. Pas dan kan er nieuw leven uit ontstaan. 37 En wat je zaait, ziet er niet hetzelfde uit als wat er later uitkomt. Wat je zaait is maar een simpele korrel, bijvoorbeeld graan. 38 Maar God laat er een bepaalde plant uit groeien. Uit elke soort zaad groeit een bepaalde soort plant.

39 Ook zijn niet alle levende wezens hetzelfde. Het lichaam van mensen is anders dan van dieren. En het lichaam van vogels is weer anders dan van vissen. 40 En aardse lichamen zoals mensen, dieren en planten, zijn weer an-ders dan de hemellichamen zoals zon, maan en sterren. Ze zijn verschillend van schoonheid. 41 En het licht van de zon is ook weer anders dan het licht van de maan of van de sterren. En de ene ster schijnt helderder dan de andere ster.

42 Zo is het ook met de opstanding uit de dood. Wat wordt gezaaid, is sterfelijk. Maar wat opstaat uit de dood, is onsterfelijk. 43 Wat wordt gezaaid is niet mooi. Wat opstaat uit de dood is prachtig. Wat wordt gezaaid, is zwak. Maar wat opstaat uit de dood, is vol kracht. 44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar er staat een geestelijk lichaam op. Want net zoals er een aards lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. 45 Dat staat ook in de Boeken: “De eerste mens, Adam, werd een levend wezen.” Maar de laatste Adam (= Jezus) werd een levendmakende Geest.

46 Maar het geestelijke was er niet het eerst. Eerst kwam het aardse. Daarna pas het geestelijke. 47 De eerste mens werd uit het stof van de aarde gemaakt. Maar de tweede Mens is uit de hemel. 48 Alle aardse mensen lij-ken op de eerste aardse mens. En alle hemelse mensen lijken op de hemelse Mens. 49 En net zoals we eerst lijken op die aardse mens, zo zullen we later lijken op die hemelse Mens.

50 Maar ik zeg jullie, broeders en zusters: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet binnengaan. Ster-felijke dingen kunnen geen onsterfelijkheid binnengaan. 51 Kijk, ik vertel jullie een goddelijk geheim. We zullen niet allemaal eerst sterven. Als de laatste trompet klinkt, zullen we allemaal in één ogenblik veranderd worden. 52 Want op een dag zal er op de trompet worden geblazen. Dan zullen de doden als onsterfelijke mensen uit de dood opstaan. En wij zullen op dat moment veranderd worden.

53 Want dit sterfelijke lichaam moet onsterfelijkheid aantrekken. 54 En op het moment dat dit sterfelijke li-chaam onsterfelijkheid heeft aangetrokken, is werkelijkheid geworden wat in de Boeken staat: “De dood is opge-slokt door de overwinning. 55 Dood, wat wil je nu nog? Waar is nu je macht?” 56 De dood heeft macht door het kwaad, en het kwaad heeft macht door de wet van Mozes. 57 Maar prijs God, Hij heeft ons de overwinning gegeven door onze Heer Jezus Christus.

58 Wees daarom altijd sterk in het geloof, lieve broeders en zusters. Houd vol en doe altijd je best voor de Heer. Jullie moeten weten dat álles wat je voor de Heer doet, beloond zal worden.

 

 

Met een ander beeld gaf de engel Daniël te kennen, dat de rechtvaardigen in Gods Koninkrijk “zullen stralen als de glans van het uitspansel … als de sterren, voor eeuwig en altoos” (Daniël 12: 1 – 3, NBG‘51). Als wij openstaan voor de warmte van Gods liefde kan dat ook met ons gebeuren.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Daniël 12: 1 – 3

 

1 In die tijd zal de engel Michaël komen, de machtige beschermer van je volk. Hij zal je volk helpen in de vre-selijke tijd die komt. Want zulke verschrikkelijke tijden zijn er nog nooit geweest sinds er mensen bestaan. Maar iedereen van jouw volk wiens naam in het Boek van het Leven is bijgeschreven, zal worden gered. 2 Veel van de mensen die allang dood zijn, zullen opstaan. Sommigen zullen het eeuwige leven krijgen, anderen de eeuwige, vreselijke straf. 3 De wijze mensen zullen stralen als de sterren aan de hemel. Zij die andere mensen hebben geleerd hoe ze God moeten dienen, zullen schitteren als de sterren, voor altijd en eeuwig.”

 

 

 

 

 

 

 

Wordt iedereen zalig in zijn eigen geloof?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

GELUKKIG WORDT IEDER ZALIG
IN ZIJN EIGEN GELOOF ! ?
DUS ALLES komt WEL GOED!
zegt men…. OF NIET ?

.

 

kruis-in-muur

.

 

Wat een geruststelling is dat in onze tijd met al zijn kerken, stromingen en sekten. Gelukkig leidt elk geloof ons toch tot God. Men zegt immers :
Wie de waarheid heeft, is niet zo belangrijk, al die godsdiensten geven ons toch eeuwig leven bij God
En het komt allemaal toch op hetzelfde neer. Als we maar rustig blijven leven, en niemand kwaad doen, elkaars mening respecteren dan zal alles wel goed komen.

.

Echter…
DE HEILIGE SCHRIFT , GODS WOORD, ZEGT IETS HEEL ANDERS.
Velen menen, dat de woorden : « Ieder wordt in zijn geloof zalig, » in de Bijbel staan, maar Petrus zegt duidelijk
« En de behoudenis is in niemand anders (dan Jezus), want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden. »

.

Paulus zegt
« Wij prediken een gekruisigde Christus. »

en ook
«Al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkende van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt !»

 

En Jezus zelf zegt
«Voorwaar voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.»

 

.

Wel wordt ieder nog zalig in zijn geloof?

 
DE HEILIGE SCHRIFT, GODS WOORD ZEGT
Door Petrus :
« …alleen door Jezus Christus… »

Door Paulus :
« …wie het anders zegt, is onder de vloek… »

Door Jezus :
« …als u niet naar mij luistert, komt het oordeel »

de Heilige schrift toont ons een uniek evangelie

Niemand anders kan u zaligheid geven (gelukkig maken) dan de Here Jezus alleen
– Niet de kerk…
– Niet uw goeden werken…
– Niet Maria…
– Niet de Heiligen…
ALLEEN JEZUS CHRISTUS

 

.

 

GELUKKIG WORDT IEDER ZALIG IN ZIJN EIGEN GELOOF !

 

Laat u zich nu nog langer in slaap sussen en gaat u met deze geruststelling de hel tegemoet? De heilige schrift ontmaskert deze woorden als een gevaarlijke leugen ! God zoekt uw behoud. Er is echter één voorwaarde : het kan alleen op Zijn wijze. Hij gaf daarvoor Zijn Zoon, die stierf op het kruis van calvarie. Jezus Christus gaf daar zijn bloed tot verzoening van uw zonden. Naar aanleiding van dit feit, geven verschillende mensen in de Heilige Schrift ons een raadgeving.

.

Petrus zegt :
« Bekeert u. » (Keer u terug naar God’s beloften)
«Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht. » (Doe wat God zegt)

 

Paulus zegt « Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden. »

Jezus zegt : « Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en ik zal u rust geven. » (ware innerlijke rust)

 

.

 

Ziet u wat God zegt over zaligmakend geloof ?

 

Alleen een persoonlijke geloof in Jezus Christus, door Hem te aanvaarden als uw verlosser en Heer van uw leven, doet iemand zalig worden. (En als toemaatje krijgt m’n een persoonlijke relatie met God). De heilige Schrift zegt dat al het ander misleiding is!

.

DE GROTE FOUT DIE MENSEN MAKEN IS JEZUS CHRISTUS TE AANVAARDEN ALS EEN PROFEET ZOALS ER ZOVELEN ZIJN GEWEEST. HIJ WAS EEN PROFEET, DE ZOON VAN GOD, MAAR HIJ WAS OOK DE MESSIAS DIE DE LOSPRIJS BETAALDE OP HET KRUIS VOOR DE ZONDEN VAN DE MENSEN. DAARDOOR OVERWON HIJ HET KWADE EN WERD HIJ EEN BRUG TUSSEN GOD EN DE MENS. ZO WERD IEDEREEN DIE IN HEM GELOOFT GERED VAN DE EEUWIGE VERDOEMENIS.

 

 

the_only_way

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4                                                                                    JOHN ASTRIA

 

 

Aids en HIV

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Aids of verworven immunodeficiëntiesyndroom is een

ziektebeeld dat wordt veroorzaakt

door het retrovirus hiv

 

 

 

De geschiedenis van aids

.

 

Een onbekende ziekte

.

Aan het eind van de jaren 70 stak er een tot dan onbekende ziekte de kop op in Amerika en even later in Europa. Kenmerkend aan de ziekte was dat de weerstand van de getroffen personen aangetast werd, dat negen van de tien patiënten homoseksueel waren en 98% man. Het leek een ‘homoziekte’, zoals veel kranten toen berichtten en daarom sprak men in eerste instantie over GRID (gay-related immuno deficiency).

Later bleek deze aanduiding onjuist te zijn. In 1982 werd duidelijk dat ook gebruikers van verdovende middelen en lijders aan de bloedziekte hemofilie de ziekte konden krijgen. Deze laatsten kregen bloedtransfusies met bloed dat besmet bleek te zijn. De ziekte kreeg al een naam voordat de verwekker gevonden was: acquired immuno-deficiency syndrome (verworven immuundeficiëntiesyndroom), afgekort aids.

 

 

 

Afweersysteem

 

Medici veronderstelden dat de ziekte te maken had met het afweersysteem, omdat een belangrijke groep bloedcellen die onze immuniteit regelen, de CD4+ T-cellen, afnam bij mensen met aids. Hierdoor krijgen mensen met aids zogenaamde ‘opportunistische infecties’: infecties die gezonde mensen niet krijgen, maar die zich kunnen ontwikkelen bij een verzwakte afweer.

Dat was bijvoorbeeld het geval met longontstekingen door het organisme Pneumocystis jiroveci, die bij deze mensen frequent ontstonden. Gezonde mensen lijden nooit aan een infectie met dit organisme. Verder bleken infecties die gezonde mensen meestal doorstaan, dodelijk te zijn voor personen die getroffen waren door de onbekende ziekte.

 

 

Aidsvirus

 

 

Ouder dan gedacht

.

De onderzoeker Jaap Goudsmit schreef dat het aidsveroorzakende virus, hiv, al tientallen jaren eerder dan gedacht voorkwam in Europa. Het virus zou verantwoordelijk zijn geweest voor enkele epidemieën van de bovengenoemde Pneumocystis-longontsteking. De eerste epidemie was in de Poolse stad Gdańsk in 1939 en het virus was waarschijnlijk meegekomen met Duitse soldaten vanuit Kameroen.

De tweede epidemie stak de kop op tussen 1955 en 1958 in de Kweekschool voor Vroedvrouwen in Heerlen. Er zijn in enkele decennia oude weefselmonsters (1959, 1970) van patiënten die aan toen onverklaarbare ziekten waren gestorven wel aidsvirussen aangetroffen.

Doordat het aidsveroorzakende virus relatief snel muteert, is het mogelijk een genetische stamboom van het virus samen te stellen. Een genetische analyse van 25 jaar oude bloedstalen toont aan dat een van de meest verspreide subtypes van hiv rond 1969 vanuit Haïti de VS werd binnengebracht. In Haïti waarde het al 3 tot 7 jaar rond. Deze introductie in de Verenigde Staten komt mogelijk voor rekening van één persoon.

Onderzoek van Rambaut en andere uit 2007 suggereert dat het virus tien jaar eerder dan eerst was aangenomen al in de Verenigde Staten rondwaarde. Onderzoek gepubliceerd in Nature suggereert dat het aidsveroorzakende virus al een eeuw onder de mensheid verspreid is. Door het genetisch profiel van oude stammen van het virus te vergelijken met moderne varianten werd de mutatiesnelheid uitgerekend.

Op basis hiervan schatten de onderzoekers de ontstaansperiode ergens tussen 1884 en 1924. De onderzoekers stellen dat deze periode samenvalt met het ontstaan van steden in Afrika, waardoor de voedingsbodem ontstond voor verdere verspreiding van het virus. Desondanks suggereert hetzelfde onderzoek dat rond 1960 slechts enkele duizenden Afrikanen met het virus besmet geweest zijn.

 

 

Apen

.

Het aidsvirus komt oorspronkelijk voor bij apen.Volgens Goudsmit is het virus bij de mens terechtgekomen door een toegenomen contact tussen mensen en apen. Hiv is een virus en heeft dus gastheren nodig. Het aidsvirus stapte van de ene gastheer (de aap) over naar een andere gastheer, de mens, en evolueerde verder.

 

 

Oorzaak

.

Aids was in de eerste decennia na de ontdekking een ziekte, die in de meeste gevallen vrij snel een dodelijke afloop had. Hiv is een virus en kan worden overgedragen wanneer een slijmvlies of de bloedsomloop in aanraking komt met een hiv-besmette lichaamsvloeistof, zoals bloed, sperma, vaginale afscheiding, voorvocht en moedermelk.

Overdracht van besmetting kan dus plaatsvinden tijdens anale, vaginale of orale seks, een bloedtransfusie met besmet bloed, het gebruik van besmette injectienaalden, en overdracht van moeder op kind tijdens de zwangerschap, geboorte of door borstvoeding. De tabel hieronder is een weergave van de kans op besmetting met betrekking tot verschillende besmettingswegen.

 

 

 

.

besmettingsroute geschat gemiddeld aantal besmettingen op 10.000 blootstellingen
bloedtransfusie 9.000
besmetting van een kind bij geboorte uit een seropositieve moeder 2.500
injectienaalden, intraveneus drugsgebruik 67
anale seksuele penetratie (ontvangend) 50
ingrepen met een percutaneuze toegangsnaald 30
vaginale seksuele penetratie (ontvangend) 10
anale seksuele penetratie (penetrerend) 6,5
vaginale seksuele penetratie (penetrerend) 5
orale seks (met een man, ontvangend) 1
orale seks (met een man, penetrerend) 0,5

 

Een virus heeft een incubatietijd, dat is de tijd tussen de besmetting en het uitbreken van de ziekte. Bij aids is de gemiddelde incubatietijd 9 à 10 jaar. Na deze periode wordt men dus pas echt ziek en heeft men aids. De eerste 9 à 10 jaar is men seropositief.

.

 

Hiv

 

.

structuur aidsvirus

 

.

 

Aids is een syndroom dat bij mensen meestal veroorzaakt wordt door hiv-1. Er is een stamboom van aidsvirussen, daarbij wordt verschil gemaakt tussen menselijke virussen (hiv) en apenvirussen (SIV, Simian Immunodeficiency Virus). De mensvirussen worden onderverdeeld in het veel voorkomende hiv-1 en het zeldzamere hiv-2, dat vooral voorkomt in West-Afrika.

Een besmetting met hiv-1 is zonder behandeling fataal, maar mensen die met hiv-2 besmet worden, krijgen niet altijd aids. De aapvirussen kunnen gesplitst worden in een chimpanseevirus, een roodkopmangabévirus en verschillende meerkatvirussen. De verschillen tussen deze virussen komen door verschillen in het erfelijk materiaal, RNA, een stof die sterk op het DNA lijkt.

Het aidsvirus behoort tot de retrovirussen, waarvan het genetisch materiaal bestaat uit RNA (ribonucleïnezuur). RNA dient normaal voor de reproductie van het eigen DNA. Het retrovirus tracht via het DNA van de besmette gastheer zijn eigen erfelijk materiaal te vermenigvuldigen.

Een virus is geen cel en heeft zelf geen enzymen waarmee een stofwisseling in stand kan worden gehouden. Een virus is voor zijn vermenigvuldiging daarom aangewezen op levende cellen. Daartoe dringt een virus levende lichaamscellen binnen en dwingt deze om nieuwe virusdeeltjes te maken die gelijk zijn aan het oorspronkelijk binnengedrongen deeltje. Het virale RNA wordt met behulp van enzymen ‘vertaald’ in DNA. Het virale DNA dringt binnen in het DNA van de gastheercel en zet de gastheercel aan tot het maken van viraal RNA voor hiv.

Het erfelijk materiaal van virussen is omhuld door eiwitten. Vaak kan een vaccin tegen een virus worden gemaakt door antistoffen tegen die eiwitten te laten opwekken. Helaas kunnen deze eiwitten bij het aidsvirus snel muteren, wat de bestrijding ervan moeilijker maakt. Het is tot dusver niet mogelijk gebleken om een vaccin te maken om de productie van antistoffen te bevorderen, want die helpen maar tegen één vorm van het eiwitomhulsel.

Aangezien dit eiwit mogelijk verder gemuteerd is heeft een dergelijk vaccin geen blijvend effect. Het tweede nadeel van de snelle mutatie is dat hiv zelf niet getraceerd kan worden. De ziekte wordt dan ook vastgesteld door bloed te testen op aanwezigheid van antistoffen.

Als een vrouw met hiv zwanger is, kan haar baby met het virus besmet ter wereld komen. Vaker treedt besmetting pas na de geboorte op. De baby zal wel antistoffen hebben maar die duiden in dit geval niet noodzakelijk op een besmetting met het virus.

 

 

 

Symptomen

.

Een infectie met hiv leidt tot een algemene immunodeficiëntie. Dit wil zeggen dat de specifieke afweer tegen bedreigingen voor het lichaam wordt afgebroken. We spreken van het aidsstadium als er per microliter bloed nog slechts 200 T-helpercellen of minder worden aangetroffen.

Deze verminderde afweer leidt tot een grotere gevoeligheid voor infecties. De aidspatiënt wordt sneller ziek en kan aan meer ziekten tegelijk gaan lijden. Ook kunnen ziekteverwekkers die gezonde personen zonder problemen meedragen de kop opsteken omdat ze niet meer onderdrukt worden door het afweersysteem. Dit noemen we het aids related complex.

.

De volgende symptomen kunnen optreden als ziekten en symptomen:

  • longziekten
  • kanker (met name kaposisarcoom)
  • herpesinfecties
  • acute necrotiserende ulceratieve gingivitis
  • Candida albicans proliferatie en andere schimmelinfecties
  • chronische diarree

Wanneer geen behandeling, bestaande uit antivirale medicijnen, voorhanden is, bedraagt de levensverwachting van een aidspatiënt 6 tot 18 maanden (gemiddeld 9,2 maanden). Patiënten die met een combinatie van antivirale middelen (HAART) behandeld worden hebben over het algemeen een normale levensverwachting.

 

 

 

Preventie

.

Condoomgebruik

.

Het gebruik van een condoom maakt de kans op besmetting door aids veel kleiner maar de kans op besmetting blijft aanwezig, zoals ook zwangerschappen bij het gebruik van condooms niet uitgesloten zijn. Bij zeer massaal, langdurig en zorgvuldig condoomgebruik wordt het aantal besmettingen uiteindelijk zo laag dat de epidemie uitwoedt. Het bevorderen van het gebruik van condooms in onder andere derdewereldlanden is een middel om ervoor te zorgen dat aids en hiv zich minder verspreiden.

 

 

 

Actuele situatie

.

Tegen hiv bestaat geen vaccin en er zijn geen medicijnen die aids kunnen genezen. Er zijn wel medicijnen die de replicatie van het virus remmen, de zogeheten hiv-remmers. De huidige behandeling van aids bestaat uit een combinatie van meerdere van deze aidsremmers, die HAART (Highly active anti-retroviral therapy) wordt genoemd. Deze therapie is zeer effectief, zodat in de Westerse wereld de levensverwachting van hiv-positieve patiënten tegenwoordig de normale levensverwachting benadert.

Een hiv-besmetting is hierdoor veranderd in een chronische ziekte. In veel derdewereldlanden en met name in zuidelijk Afrika, waar de ziekte de grootste ravage aanricht, zijn aidsremmers echter zeer moeilijk verkrijgbaar en vaak onbetaalbaar. De farmaceutische industrie heeft onder druk van de politiek en aidsorganisaties wel de prijzen voor haar aidsremmers verlaagd. Daarmee wordt de therapie echter nog niet voor alle mensen betaalbaar en zijn de logistieke problemen ook niet opgelost.

Het succes van de behandeling van hiv heeft ertoe geleid dat het beeld van hiv is veranderd. Mensen zijn minder bang om hiv op te lopen en vertonen daardoor vaker risicogedrag. De laatste jaren wordt in Westerse landen een duidelijke stijging gezien in het aantal nieuwe hiv-besmettingen en andere soa’s. Eind 2007 waren wereldwijd 33 miljoen mensen geïnfecteerd met hiv, waarvan 22 miljoen in zuidelijk Afrika.

Dat jaar stierven ongeveer 2 miljoen mensen aan de gevolgen van hiv. Volgens het jaarrapport van UNAIDS in 2009 liepen in 1996, toen het aantal nieuwe besmettingen een hoogtepunt bereikte, 3,5 miljoen mensen een nieuwe hiv-besmetting op.Dat komt overeen met circa 1 nieuwe besmetting per 9 seconden.

 

 

Ten slotte

 

Een samenleving met hetzij 100% perfect condoomgebruik hetzij alleen exclusieve monogame relaties is een utopie. De combinatie van beide – het condoom en trouw aan de partner – kan zowel op individueel niveau als op het niveau van de samenleving een goede bescherming bieden. Het idee van exclusieve monogamie dan wel het celibaat voor iedereen gaat voorbij aan de realiteit waarin de meeste mensen serieel monogaam zijn en circa 30% van de mensen ook tijdens een relatie andere seksuele contacten heeft.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De ziekte van Lyme in België

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

De ziekte van Lyme, ook wel tick-borne borreliosis of Lyme-artritis genoemd, wordt veroorzaakt door de spirocheet Borrelia burgdorferi. Men schat dat in Europa ongeveer 10% van de teken besmet zijn met Borrelia.

 

Dit bacterie-achtige organisme wordt overgebracht via de beten van teken behorende tot het geslacht Ixodes, die zich ook vaak voeden met het bloed van andere zoogdieren, zoals knaagdieren, egels en herten. De ziekte wordt vermoedelijk slechts overgebracht nadat de teken zich gedurende uren op het slachtoffer hebben gevoed. Er zijn geen aanwijzingen voor besmetting van persoon op persoon.

Teken worden mee rondgedragen door hun gastdieren. Bijna overal waar die dieren komen, vindt men dus ook teken. Tenminste in een plantenrijke omgeving met hoog gras, struiken en een rijke onder begroeiing.

Een teek of bloedzuiger is een minuscuul diertje, nauwelijks groter dan een speldenkop. Bij het zuigen van het bloed wordt het achterlijf steeds dikker. De beet van een teek is pijnloos, pas na enkele uren begint het te jeuken.

.

 

Teken

 

.
.
.
De teek is een zogenaamde geleedpotige, en behoort tot de mijten. Er bestaan twee verschillende families van teken: de harde of schildteken (Ixodidae) en de zachte of lederteken (Argasidae). In totaal komen er over de wereld meer dan 800 tekensoorten voor!

Van een tekenbeet op zich wordt de mens normaal gesproken niet ziek, maar de teek kan wel een rol spelen bij het overbrengen van diverse ziekten.De werkelijke boosdoener is niet de teek zelf, maar de bacterie, die hij via zijn speeksel en darminhoud overbrengt van de ene op de volgende gastheer.

Omdat de teek een zogenaamde driegast herenteek is, kan zij in één van de ontwikkelingsstadia een ziekteverwekker binnen krijgen door van een besmet dier bloed te zuigen en deze ziekteverwekker vervolgens in het volgende ontwikkelingsstadium overbrengen op een ander dier of mens overbrengen.

Binnen Europa kunnen via teken 4 ziekten op de mens worden overgebracht:
•de ziekte van Lyme
•Tick Borne Encephalitis (ook wel bekend als TBE)of TBD (Tick Born Disease)
•Früh Sommer Meningo Encephalitis (FSME)
•Ehrlichiose
Daarnaast kan in Zuid Europa de tekensoort Rhipicephalus sanguineus de ziekte Fièvre boutonneuse overbrengen.

 

.

Stijging

 

De ziekte van Lyme treedt vooral op tussen juni en oktober, en op basis van de gevallen vastgesteld tussen 1993 en 2000 door de referentielaboratoria (K.U.L. en U.C.L.), kan men stellen dat de ziekte overal in ons land optreedt, vooral in de Kempen (Antwerpse en Limburgse), de Oostkantons, het Zoniënwoud en de Ardennen.

Naargelang de studies treedt bij 1,1 tot 3,4% van de personen met een tekenbeet de ziekte van Lyme op.
Het aantal jaarlijks vastgestelde gevallen, bevestigd door één van de referentielaboratoria (K.U.L. of U.C.L.), is sinds 1991 gestegen. Er is in de loop der jaren een gestage stijging te zien in België, gaande van 42 gevallen in 1991 tot 300 gevallen in 1997.

Het cijfer voor 1997 komt overeen met een incidentie van 2.9 gevallen per 100000 inwoners.
In 2002 werden 975 gevallen vastgesteld.

 

 

.
.
.
.

Cyclus

 

De teek brengt het grootste deel van zijn leven door in de natuur: bossen en graslanden. Om zich te kunnen ontwikkelen en voort te planten heeft hij echter bloed nodig. De teek die bij ons voorkomt heeft voor zijn volledige ontwikkeling drie gastheren nodig.

Hij kiest hierbij zowel voor wilde dieren (bosmuizen, egels, eekhoorns, reeën,…) als huisdieren (schapen, runderen, paarden, honden, katten,…) evenals de mens.Een teek wacht in grashalmen of lage bosjes op een passerende gastheer, waaraan hij zich in het voorbijgaan vastklampt. Eenmaal op het dier kruipt de teek naar een plaats waar de huid het dunst is en bijt hij zich stevig vast. Hij verankert zich als het ware in de huid.

 

.

.
.
.

De dikste teek links is een volwassen vrouwtje, tweede van links is een volwassen mannetje,tweede van rechts is een nimf en de rechtse is een larve.

De vrouwtjes kunnen door het zuigen van bloed tot wel 1 cm lang worden. Eenmaal volgezogen met bloed maakt zij zich los van de huid en laat zich op de grond vallen. Op een beschutte plaats legt het vrouwtje zo’n 2.000 eitjes waarna zij sterft. Uit deze eitjes ontwikkelen zich (binnen een maand) 6-potige larven.

Ook deze klimmen in grashalmen en wachten op een gastdier, waarop ze drie tot 8 dagen lang bloed zuigen, tot ze verzadigd zijn. Vervolgens laten ze zich op de grond vallen en ontwikkelen ze zich in drie maanden tot 8-potige nimfen, die eveneens een bloeddonor zoeken. De ontwikkeling tot volwassen teek duurt dan nog zo’n drie tot vijf maanden.

De volledige ontwikkelingscyclus van sommige soorten teken (die op meerdere gastdieren leven) kan zelfs tot 3 jaar duren. Warmte en een hoge luchtvochtigheid scheppen een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van teken. Ze komen ook veel voor in de lente en de herfst.

 

.

Besmetting

 

De bacterie Borrelia burgdorferi wordt zeer waarschijnlijk niet meteen overgedragen, omdat de bacterie zich in de darm van de teek bevindt en zich pas gaat vermenigvuldigen nadat er eerst een beetje bloed is gezogen. Vandaar ook dat men vaak leest dat wanneer men de teek tijdig (afhankelijk van de literatuur binnen 8 tot 36 uur) verwijderd, de kans op infectie zeer gering is.

Een volledige garantie kan niet gegeven worden blijkt uit een artikel in het Geneeskundig Tijdschrift van 1990. Daarin wordt aangegeven dat besmetting waarschijnlijk plaatsvindt door regurgitatie (opbraken) van de darminhoud, maar dat bepaalde waarnemingen wijzen op de mogelijkheid van besmetting via de speekselklieren.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA