Tagarchief: exodus

Dommer dan de dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het eerste hoofdstuk van het boek Jesaja staat in vers 2 en 3 het volgende:

 

 

‘Hoort, hemelen en aarde, neigt uw oor, want de Here spreekt: Ik heb kinderen groot gebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. Een rund kent zijn eigenaar, en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, Mijn volk geen inzicht’.

 

Als u het begin van de Bijbel de beide boeken van Genesis en Exodus leest, ziet u hoe God alles geschapen heeft. Hoe God de mens een pracht plekje op aarde gaf, waar geen voedsel of ruimteprobleem heerste. U leest daar ook hoe de mens ontrouw is geworden en hoe het kwaad in deze schepping is binnengedrongen. In Exodus kunt u lezen hoe God Z’n volk verlost uit de slavernij in Egypte en het brengt naar het land Kanaän of Palestina. God had grote plannen met dat volk. Uit Israël zou namelijk de Verlosser geboren worden. Het moest laten zien wat het betekent een volk van God te zijn. Maar het volk faalde hopeloos.

Hier in Jesaja trekt God een vergelijking tussen hen en het vee, en dan blijkt het vee verstandiger te zijn dan de mensen. Een rund kent immers zijn eigenaar, het loopt in de wei al naar de boer toe als hij er aan komt. Een ezel weet tenminste waar en van wie hij zijn voedsel krijgt. Israël dacht echter niet aan de zorgen die God aan hen besteed had. Wij mensen doen alsof er geen God in de hemel is. We doen alsof we eigen baas zijn hier op aarde. We hebben de evolutietheorie uitgevonden, we zijn uit de dieren geëvolueerd en zijn zogezegd ontwikkeld. Dat moet echter wel een neerwaarts gerichte evolutie zijn geweest.

Diep in ons hart weten we natuurlijk wel dat er een God is, maar we willen aan Hem liever niet denken. Want als er een God is, dan zullen we eenmaal voor Hem rekenschap hebben af te leggen. De stem van ons geweten leggen we daarom het zwijgen op. En hoe beroerd ’t in de wereld ook toegaat – en het gaat steeds beroerder – we kloppen onszelf trots op de schouder, want we kunnen toch heel wat. Onderwijl echter is iedere koe in de wei een aanklacht. Zo’n beest is verstandiger dan de mens, die God de rug heeft toegekeerd.

Heeft u God gedankt voor uw gezondheid? ‘Daar zorgt de dokter toch voor!’ zegt u misschien. Heeft u God gedankt voor uw eten? ‘Daar werk ik toch voor!’ Zo kunnen we doorgaan. En toch houdt diezelfde God, waar u geen gedachte aan wilt wijden, die Schepper, die u niet wenst te erkennen, deze schepping nog in stand en zorgt nog dat uw voedsel groeit. Bovenal zond diezelfde God Zijn Zoon, Jezus Christus, om voor uw zonde te sterven, opdat wanneer wij ons niet meer dommer dan de dieren zouden willen gedragen, u met Hem weer in contact zou kunnen komen.

Diezelfde God roept u op om u tot Hem te bekeren vóór het te laat is en Hij de afrekening aan deze wereld gaat presenteren. Dit is geen dreigement, maar realiteit. In het verleden heeft de wereld ook de rekening van haar ontrouw en zonde gepresenteerd gekregen in de zondvloed. In de toekomst zal het weer gebeuren in het eindoordeel, dat deze wereld zal treffen.

 

 

Daarom roepen we u op uw schuld voor God te belijden en Jezus Christus als uw Heiland te aanvaarden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Advertenties

De 10 geboden van Mozes en Marcus 12 : 29-31

Standaard

categorie : religie

 

 

 

             De 10 geboden uit het Oude Testament

 

 

 

 

 

     

 

  Het Nieuwe Testament > Marcus 12 : 29-31

 

29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heer, onze God, is de enige Heer. 30 En gij zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. 31 En het tweede aan dit is gelijk : Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod, groter dan deze.

 

 

 

 

 

.

  Gelijkenissen

 

*De 10 geboden bevatten de 10 leefregels waar de mens zich moet aan houden. Volgens Exodus ontving Mozes op de berg Horeb in de Sinaï woestijn deze wetten op twee stenen tabletten. Toen Mozes de berg afdaalde en zag hoe het volk een gouden kalf had gemaakt en aanbad, gooide hij de tabletten stuk. Nadat God Mozes opdroeg een tweede versie van de stenen tabletten te maken, las hij de wetten het volk voor en bewaarde ze in de Arc van het Verbond. God gaf de wetten aan Mozes ongeveer 1400 jaar voor de geboorte van Christus. Ze staan vermeld in het boek Exodus in het oude Testament.

*De woorden van Christus over het eerste en tweede gebod zijn de wetten genoteerd in het Nieuwe Testament. Het zijn de woorden van de Heer zelf als vleesgeworden God op aarde.

We zien duidelijk een gelijkenis met de eerste vijf geboden van de wetten die Mozes ontving van God en het eerste gebod van Christus waarin staat dat God onze enige Heer is en dat we Hem moeten beminnen met geheel ons hart, ziel, verstand en kracht. Wie dat uitvoert luistert naar zijn naam, knielt niet voor een andere onbestaande God, aanbidt geen beelden, misbruikt zijn naam niet verkeerd en respecteert de rustdag aan hem toegewijd.

De gelijkenis tussen de laatste vijf geboden van de wetten van Mozes en het tweede gebod van Christus zijn ook treffend. Wie zijn naaste bemint als zichzelf doodt geen andere mensen, zorgt goed voor zijn man of vrouw, steelt niet, liegt niet en is niet  jaloers op anderen.

De 10 geboden worden ook bevestigd binnen de Islam. De bijbel en de Thora ( Joodse geloof- en wetboeken ) worden ook gerekend tot de heilige boeken. In de Koran komen de geboden meerdere malen voor.

Ps : het getal 10 drukt in de bijbel de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God.

 

 

Vb: de wetten van Mozes ( Exodus 20 en 34 )

het geven van de tienden ( Gen 14: 20 en 20: 22 )

de 10 dagen op proef ( Dan 1: 12 )

de 10 slaven en ponden ( Luc19: 13 )

de 10 regels van het Onze Vader

 

 

 

Afbeelding (2)

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Contradicties in de Bijbel? Deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel 2

 

 

 

12598026-Chapter-1-of-the-Book-of-Genesis-in-the-Old-Testament-of-the-Holy-Bible-Stock-Photo

.

.

.

Exodus 3:22 vs. Exodus 20:15

.

Exodus 3:22
zo zult gij de Egyptenaren beroven.

Exodus 20:15
15 Gij zult niet stelen.

 

Ten eerste, God kan natuurlijk zijn eigen geboden overrulen, zoals Hij ook deed in het Nieuwe Testament (zoals hier en hier).

Ten tweede, het Bijbelgedeelte van Exodus 3:22 is compleet uit de context gerukt. Laat ik eerst de directe context van dat vers citeren:

Exodus 3:21, 22
21 En Ik zal bewerken, dat de Egyptenaren dit volk gunstig gezind zijn, zodat gij, wanneer gij wegtrekt, niet ledig wegtrekt: 22 iedere vrouw moet dan van haar buurvrouw en van haar huisgenote zilveren en gouden voorwerpen vragen en klederen, die gij uw zoons en dochters te dragen geeft; zo zult gij de Egyptenaren beroven.

Maar nog is de context niet compleet. Daarvoor moeten we teruggaan naar de tijd van Abram. Dit is wat God in een droom tegen Abram zei:

Genesis 15:12-14
12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. 13 En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.

De bezittingen die de Hebreeën meenamen uit Egypte, vormden in feite hun salaris, omdat ze meerdere generaties als slaven voor de Egyptenaren gewerkt hadden. En dit was allemaal al voorspeld.

 

 

 

 

Exodus 15:3 vs. Romeinen  15:33

.

Exodus 15:3
3 De HERE is een krijgsheld;
HERE is zijn naam.

Romeinen 15:33
33 De God nu des vredes zij met u allen! Amen.

 

Dit is geen contradictie. God is compleet. God is een ‘God des vredes’ omdat vrede is wat Hij uiteindelijk wil. Maar Hij is ook een Krijgsman in de zin van Nehemia 4:20:

Nehemia 4:20
20 Onze God zal voor ons strijden.

 

 

 

 

 

 

Exodus 20:5 vs. Ezechiël 18:20

.

Exodus 20:5
5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten,

 

Ezechiël 18:20
20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf.

 

De context van Ezechiël 18 gaat duidelijk over een zoon die zijn vader niet navolgt in het kwade, maar het goede doet. In Exodus 20:5 staat niet dat degenen die hun leven beteren (t.o.v. hun ouders) gestraft zullen worden.

 

 

 

Exodus 20:13 vs. 1 Samuel 15:3

.

Exodus 20:13
13 Gij zult niet doodslaan.

1 Samuël 15:3
3 Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.

 

Dat God zijn eigen geboden kan overrulen is in dit geval zelfs irrelevant, omdat er een andere reden is waarom dit beslist geen contradictie is.

Het is belangrijk het verschil in te zien tussen enerzijds het individu en anderzijds de staat of de overheid. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ wil zeggen dat een individu niet op eigen gezag een ander individu mag vermoorden, maar het wil niet zeggen dat de staat niet het recht heeft iemand het leven te benemen, hetzij in een oorlog, hetzij als veroordeling van een wetsovertreder.

 

 

 

 

Exodus 31:17 vs. Jesaja 40:28

.

Exodus 31:17
17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.

 

Jesaja 40:28
28 Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de HERE, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden.

 

Er is niet de geringste sprake van een tegenstrijdigheid. Omdat God geen fysieke beperkingen heeft, kent Hij in die zin geen vermoeidheid. Dus kan Gods rust in Exodus 31:17 (en Genesis 2:2, Exodus 20:11, Psalmen 95:11 en Hebreeën 4:3) niets te maken hebben met vermoeidheid.

En dat heeft het ook niet. Het Hebreeuwse woord voor ‘gerust’ is ‘shabath’ (daar komt ook het woord ‘sabbat’ vandaan). Wanneer dit woord gebruikt wordt, hoeft het niet te betekenen dat iemand moe is, maar simpelweg dat iemand ophoudt met hetgeen hij mee bezig was.

In deze vorm (voltooide tijd) komt het woord ‘shabath’ 71 keer voor, in de Statenvertaling wordt het als volgt vertaald:

Ophouden 47, rusten 16, afschaffen 2, wegdoen 2, afblijven 1, nalaten 1, staken 1, vernielen 1.

‘Shabath’ betekent in de context van Exodus 31:17 dus ‘ophouden’ of ‘stoppen’ (waar God mee bezig was).

 

 

 

bible_480

 

 

 

 

 

Leviticus 6:7 vs. Hebreeën 10:4

.

Leviticus 6:7
7 En de priester zal over hem verzoening doen voor het aangezicht des HEREN, en hem zal vergeving geschonken worden, ten aanzien van elke zaak waardoor hij schuld op zich laadt.

 

Hebreeën 10:4
4 want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen.

 

Remko Jorritsma commentarieert:
“De Levitische offers waren een schaduwbeeld van Christus’ offer aan het kruis. In feite neemt de oudtestamentische mens een krediet (voorschot) op de werkelijke vergeving in Christus. M.a.w. de vergeving van zonden wat in het schaduwbeeld door het offerdier in feite niet geschonken kon worden, werd met terugwerkende kracht geratificeerd op het moment dat Christus stierf.”

 

 

 

 

Numeri 1:23 vs. Numeri  26:14

.

Numeri 1:23
23 de getelden van de stam Simeon waren negenenvijftigduizend driehonderd.

 

Numeri 26:14
14 Dit waren de geslachten der Simeonieten, tweeëntwintigduizend tweehonderd.

 

Dit zijn twee verschillende hoeveelheden op twee verschillende tijdstippen. Tussen de eerste en de tweede telling van Israël hebben er nogal wat uitdunningen plaatsgevonden. Kennelijk waren de Simeonieten zwaar getroffen. Bijvoorbeeld de volgende gebeurtenissen hebben tussen beide tellingen plaatsgehad:

  • Brand in de legerplaats. (Numeri 11:1-3)
  • Verloren veldslag (Numeri 14:39-45)
  • Een door God neergeslagen opstand (Numeri 16:41-50)
  • Aanvankelijke nederlaag (met weggevoerde krijgsgevangenen), maar uiteindelijke overwinning. (Numeri 21:1-3)
  • Slangenplaag. (Numeri 21:4-9)
  • Nog meer militaire overwinningen. (Numeri 21:21-22:1)
  • Gods toorn wegens Israëls afgoderij van Baäl-Peor. (Numeri 25)

Kortom, er is geen enkele reden waarom Numeri 26:14 in tegenspraak zou zijn met Numeri 1:23.

 

 

 

 

 

 

 

 

Numeri 23:19 vs. Jona 3:10

.

Numeri 23:19
19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben.
Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

 

Jona 3:10
10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

 

‘Berouwde’ in Jona (en ook in bijvoorbeeld Genesis 6:6, 7) is uiteraard anders bedoeld dan berouw van zonden (specifiek: berouw om een leugen), zoals in Numeri 23:19. Dat blijkt ook uit het bevel van de koning:

Jona 3:7-10

7 En men riep uit en zeide in Nineve op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. 8 Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. 9 Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. 10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet.

 

‘Berouw’ in het onderstreepte gedeelte is in de grondtekst hetzelfde woord. Natuurlijk zagen de inwoners van Nineve in dat zíj degenen waren die berouw van zonden moesten hebben, niet God. Ze wilden, door zich nederig te bekeren, God ertoe brengen de straf, die zij anders zouden krijgen, niet te geven. Zij hadden op dat moment echt niet de arrogantie van God te eisen dat Hij berouw van zonden zou hebben. Dus moet ‘berouw’ in Jona 3:9 en 3:10 een andere betekenis hebben dan het gebruikelijke ‘berouw van zonde.’

‘Berouwde’ impliceert dus een koerswijziging ten opzichte van het scenario dat de inwoners van Nineve zich niet bekeerd zouden hebben.

 

 

 

 

Numeri 25:9 vs. 1 Korintiërs 10:8

.

Numeri 25:9
9 Het getal van hen die aan de plaag gestorven waren, bedroeg vierentwintigduizend.

 

1 Korintiërs 10:8
8 En laten wij geen hoererij plegen, zoals sommigen van hen deden, en er vielen op één dag drieëntwintigduizend.

 

In Numeri ontbreekt de limitering ‘op één dag.’ De anderen kunnen daarna omgekomen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Contradicties in de Bijbel? Deel1

Standaard

categorie : religie

 

 

.

 

 

Contradicties in de Bijbel?

 

De Bijbel is Gods onfeilbare Woord, waar christenen hun vertrouwen op kunnen stellen. Zie De Bijbel: Gods Geïnspireerde Woord voor enkele redenen waarom het voor christenen logisch is om te geloven dat de oorspronkelijke boekrollen en brieven door God geïnspireerd werden.

 

 

 

wetenschapisookgeloof

 

 

 

Er zijn echter sceptici die graag willen aantonen dat de Bijbel vol fouten staat. Een mooie manier om aan te tonen dat de Bijbel niet Gods Woord is, is natuurlijk door deze zichzelf tegen te laten spreken. Op het internet circuleren verschillende lijsten met vermeende contradicties. Dit artikel is een reactie op twee van die lijsten.

De Bijbel is duizenden jaren geleden geschreven door mensen met een heel andere taal en culturele achtergrond. De oppervlakkige bijbellezer die denkt de Bijbel ‘zomaar’ te kunnen verwerpen op grond van een aantal schijnbare tegenstrijdigheden in een Nederlandse vertaling, verkeert in een illusie. Wanneer je een schijnbare tegenstrijdigheid tegenkomt, trek dan geen overhaaste conclusies, maar volg eerst de volgende stappen:

  • Lees de context van beide teksten.
  • Verdiep je in de culturele context van de tijd waarin het geschreven is.
  • Bedenk je hoe letterlijk de betreffende teksten genomen moeten worden. Houdt daarbij rekening met het genre.
  • Ga na of er een ander schriftgedeelte is dat duidelijkheid verschaft.
  • Gebruik je hersenen, misschien zijn het geen tegenstrijdige, maar aanvullende teksten.
  • Raadpleeg meerdere vertalingen.
  • Wees niet te tekstkritisch, er wordt misschien niet letterlijk geciteerd, maar geparafraseerd.
  • Raadpleeg de grondtekst (bijvoorbeeld met behulp van een Interlineair) en zoek de Griekse of Hebreeuwse woorden op in een Lexicon.
  • Overweeg de mogelijkheid van een kopieerfout, die misschien gemaakt is tijdens de vele eeuwen dat de tekst opnieuw en opnieuw gekopieerd is. Dit is alleen waarschijnlijk als het verschil slechts enkele letters is. Vooral getallen zijn kwetsbaar voor kopieerfouten, omdat een klein verschil in spelling reeds de betekenis kan veranderen. Bedenk dat alleen de oorspronkelijke geschriften goddelijk geïnspireerd werden.
  • Ga na wat de experts zeggen.

 

De opsteller van de onderstaande lijst heeft deze stappen duidelijk niet doorlopen. Voor iedere ‘contradictie’ zijn plausibele oplossingen denkbaar.

De ‘contradicties’ staan op volgorde naar de indeling van de Bijbelboeken van de protestantse Bijbels. (Daarbij is telkens uitgegaan van de eerste tekst. Dus voor de contradictie tussen Numeri 25:9 en 1 Korinthiërs 10:8 moet gezocht worden naar die in Numeri.) De teksten komen uit de NBG ’51, tenzij anders aangegeven.

 

 

 

Genesis 3:8,9 vs. Jeremia 23:24

 

Genesis 3:8,9
8 Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.
9 En de HERE God riep de mens tot Zich en zeide tot hem: Waar zijt gij?

Jeremia 23:24
24 Zou zich iemand in schuilhoeken kunnen verschuilen, dat Ik hem niet zou zien? luidt het woord des HEREN. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? luidt het woord des HEREN.

 

Dat God Adam vraagt waar hij is, wil nog niet zeggen dat Hij dat niet weet. Als een basisschooljuffrouw aan haar klas vraagt hoeveel 7 maal 8 is, betekent dat niet dat ze zelf het antwoord niet weet.

In dit geval had Gods vraag betrekking op het feit dat Adam zich verstopt had omdat hij zich schaamde voor zijn naaktheid, wat een gevolg was van Adam’s ongehoorzaamheid. Gods vraag confronteerde Adam met zijn zonde.

 

 

Genesis 3:20 vs. Hebreeën 7:1-3

 

Genesis 3:20
20 En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden.

Hebreeën 7:1-3
1 Want deze Melchisedek, koning van Salem, priester van de allerhoogste God, die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegende,
2 aan wie ook Abraham een tiende van alles gegeven heeft, is vooreerst, volgens de uitlegging (van zijn naam): koning der gerechtigheid, vervolgens ook: koning van Salem, dat is: koning des vredes;
3 zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos.

 

Met ‘moeder van alle levenden’ wordt de moeder van alle vleselijke mensen bedoeld (behalve Adam). Melchisedek valt waarschijnlijk niet binnen deze categorie. Bijvoorbeeld de leden van de Qumran gemeenschap (de verstoppers van de Dode Zee Rollen, geen christenen maar Judaïsten) zagen Melchisedek als een hemels Wezen. Sommige christenen merken op dat Melchisedek voldoet aan het profiel van Christus (die al bestond voor de schepping). Er is dus geen contradictie.

 

 

 

 

jezus_bijbel

 

 

 

 

Genesis 9:3 vs. Deuteronomium 14:8

 

Genesis 9:3
3 Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.

Deuteronomium 14:8
8 Ook het zwijn, omdat het wel gespleten hoeven heeft, maar niet herkauwt; onrein zal het voor u zijn. Van hun vlees zult gij niet eten en hun aas zult gij niet aanraken.

 

In Genesis 9:3 staat wat God zei tegen Noach en zijn nakomelingen. De wet in Deuteronomium is specifiek voor de Joden. Later komt er een nieuw verbond, onder Christus als hogepriester, waar al het voedsel rein verklaard wordt. Hier is geen sprake van een contradictie, maar van verschillende fasen in Gods plan met de mensheid.

 

 

 

Genesis 17:10 vs. Galaten 5:2

 

Genesis 17:10
10 Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde;

Galaten 5:2
2 Zie, ik, Paulus, zeg u: indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen.

 

Besneden zijn of niet besneden zijn is volkomen irrelevant voor de christen. Maar wat Paulus duidelijk wil maken (en wat blijkt uit de context van Galaten 5) is dat iemand die zich laat besnijden omdat de wet dit voorschrijft, dat eigenlijk doet uit ongeloof in Jezus Christus.

Je laten besnijden om andere redenen (medische redenen, of uit respect voor de tradities van mensen met wie je contact hebt) is echter geen enkel probleem.

 

 

 

Genesis 22:1 vs. Jacobus 1:13

 

Genesis 22:1 (Statenvertaling)
1 En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!

Jakobus 1:13 (Statenvertaling)
13 Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand.

 

Merk op dat ik deze teksten in de Statenvertaling heb laten staan, omdat er in de NBG ’51 geen sprake is van een contradictie. In de NBG staat in Genesis 22:1 ‘op de proef stelde’ in plaats van ‘verzocht’. Er is een verschil tussen verleiden en op de proef stellen (testen).

Verleiden = proberen iemand ertoe te bewegen het kwade te doen. Dit is één van satans hobby’s.
Op de proef stellen = iemand in een situatie brengen waar een moeilijke beslissing genomen moet worden (in Abraham’s geval: gehoorzaam zijn aan God, of niet).

Als God ons test doet Hij dat voor ons eigen bestwil. Het is leerzaam, we worden er sterker van en ons vertrouwen in God neemt toe. En als we in moeilijke situaties God blijven navolgen, sterkt dat onze volharding (Romeinen 5:3,4).

Staat de grondtekst dit onderscheid tussen op de proef stellen en verleiden toe? Ja, in Genesis staat er het Hebreeuwse woord ‘nasah’ terwijl in Jakobus het Griekse woord ‘peirazo’ staat. Beide kunnen zowel ‘op de proef stellen’ als ‘verleiden’ betekenen. De juiste vertaling van ‘nasah’ moet, gezien de context, ‘testte’ of ‘op de proef stelde’ zijn. De NBG ’51 heeft dit dus correct vertaald.

 

 

 

Genesis 22:12 vs. Psalmen 44:22

 

Genesis 22:12
12 En Hij zeide: Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthouden.

Psalmen 44:22
22 zou God dat niet uitvorsen?
Hij toch kent de geheimen des harten.

 

Apologeet James Patrick Holding zegt over Genesis 22:12:

[…] the word used for ‘know’ [‘weet’ in Gen 22:12] is yada, which has broad connotations meaning knowledge (when something was not known before) or familiarity, or observation. In this sense it would suggest that God could not logically act upon human responses until the response was made.
James Patrick Holding, Everywhere That Man Has Went, Does the Bible Indicate that God is not Omnipresent or Omniscient? 

 

 

 

full11893219

 

 

 

 

Genesis 32:30 vs. Exodus 33:20

 

Genesis 32:30
30 En Jakob noemde de plaats Pniël, want (zeide hij) ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven.

Exodus 33:20
20 Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven.

 

Gods volle Majesteit kan niet gezien worden (zie context), maar Hij kan wel in een andere vorm aan mensen verschijnen. Opnieuw citeer ik J. P. Holding:

First of all, the Hebrew term ‘face’ has an idiomatic twist which refers to awareness and direct knowledge of presence, without the help or hindrance of a mediator — one might say today, it is a ‘close encounter’ of a personal kind!

Jacob had not seen God’s ‘face’ in this idiomatic sense; nor had anyone else so far.
James Patrick Holding, To Be Seen, or Not to Be Seen, Is the Bible Contradictory Concerning God’s Visibility?

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Het op schrift zetten van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

en-de-i0-geboden

 

.

.

.

 

 

De eerste vermeldingen van schrijven

 

De Bijbel is het geschreven Woord van God. De oudste geschiedenis van de Bijbel hangt daarom samen met de geschiedenis van het schrift. Zonder schrift geen Bijbel. De Bijbel zelf spreekt voor het eerst over schrijven in het boek Exodus. De Tien Geboden werden door God zelf geschreven op stenen tafelen. En Mozes schreef de woorden van de wet op in een boek:

“Hierna schreef Mozes alles op wat de Heer had gezegd. Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor” (Exodus 24:4,7 ).

 

 

God gebood hem de geschiedenis met Amalek op te schrijven:

“En de Heer zei tegen Mozes: Leg deze overwinning in een oorkonde vast” (Exodus 17:14 ).

 

 

De namen van de twaalf stammen van Israël stonden gegraveerd in edelstenen op Aärons borstschild en schouderstukken; op zijn tulband zat een gouden plaat waarop stond geschreven: ‘Aan de Heer gewijd’ (Exodus 39:6,14, 30 ).

Toen God wilde tonen dat Hij Aäron tot hogepriester had gekozen, liet Hij de twaalf vorsten van Israël elk hun staf inleveren met hun naam daarop geschreven (Numeri 17:2,3,8). Ook in de wet komt het schrijven naar voren. In het voorschrift over jaloersheid moest de priester bijvoorbeeld een vervloeking opschrijven (Numeri 5:23).

 

 

 

image

 

 

 

 

 

Het ontstaan van schrift

 

Lange tijd werd ontkend dat men zo lang geleden kon schrijven. In de tijd van Mozes zou de schrijfkunst nog niet hebben bestaan. Intussen weten we beter. De oudste geschreven teksten die we bezitten stammen uit de tijd tussen 3500 en 3000 v.Chr. en Mozes leefde zo’n 2000 jaar later. Aanvankelijk was er sprake van een primitief beeldschrift dat zich geleidelijk ontwikkelde tot spijkerschrift.

 

 

 

spijkerschrift

spijkerschrift

 

 

 

 

Het eerste ons bekende spijkerschrift was Sumerisch, later volgden Assyrisch en Babylonisch evenals een aantal Semitische talen. In latere tijden zijn in andere delen van de antieke wereld andere schriftvormen ontstaan. Rond 3000 v. Chr. ontstond in Egypte het hiëroglyfenschrift. Deze schriftvormen zijn nauw verbonden met de materialen die men voorhanden had.

De gecompliceerde beeldschriftvormen en de daarvan afgeleide schriftvormen vereisten een langdurige schrijversopleiding. Er ontstond een aparte klasse van schrijvers. Jongens die hiervoor werden opgeleid gingen vanaf hun zesde jaar naar een schrijversschool, waar ze 10 tot 12 jaar moesten leren. Niet alleen schrijven, maar ook landmeten en andere wetenschappen waarbij schrijven of geschreven boeken te pas kwamen.

Alleen gegoede ouders konden zo’n langdurige opleiding betalen. Maar de jongen was dan ook verzekerd van een goede baan als ambtenaar of een soort notaris. De uitvallers van de opleiding werden dorpsschrijver. De goede schrijvers konden veel macht verwerven, omdat rijksbestuurders zelf vaak net zo min konden schrijven of lezen als het gewone volk.

De invoering van alfabetisch schrift heeft hierin echter grote verandering gebracht. Toen de richter Gideon een jongen uit Sukkoth in handen kreeg, schreef deze namen van vorsten en oudsten voor hem op. En dan niet met veel moeite één of enkele namen, maar een lange lijst van 77 (Richteren 8:14). De schrijver van het boek Richteren nam niet de moeite vooraf te vermelden dat de jongen kon schrijven. Dat sprak kennelijk vanzelf.

Toen Jesaja sprak over de ondergang van Assur, vergeleek hij dat met een bos waarvan zo weinige bomen overblijven dat ze “te tellen zijn, ja, een jongen zal ze kunnen opschrijven” (Jesaja 10:19). De beperkingen van het kind lagen hier niet in zijn schrijfkunst, maar in zijn vaardigheid tot tellen. Eerder had God tot Jesaja gezegd:

“Neem een groot schrijftablet en noteer daarop in leesbaar schrift…” (Jesaja 8:1 ).

 

De eventuele moeilijkheid om het te lezen lag in het al of niet duidelijk schrijven van Jesaja, niet in een mogelijke ongeletterdheid van het volk. De consequentie hiervan was dat de Israëliet zelf toegang had tot Gods Woord omdat hij het zelf kon lezen.

 

 

 

 

Het schrijven van de Pentateuch

 

 

Pentateuch

Pentateuch

 

 

 

Volgens de traditie heeft Mozes de eerste vijf boeken van de Bijbel geschreven. Aangezien ook Jezus zich hierbij aansloot, hebben we alle reden dit te geloven. Dat ligt echter anders met de bijbehorende gedachte dat met name het materiaal van Genesis tot aan Mozes mondeling zou zijn overgeleverd. Hiertegen worden door sommigen argumenten aangevoerd van drieërlei aard:

  1. Argumenten van aardrijkskundige aard. Namen of situaties die ten tijde van Mozes niet meer bestonden worden als nog bestaand beschreven.
  2. Aanhalingen uit het Nieuwe Testament waaruit blijkt dat bepaalde woorden uit Genesis al op schrift stonden voordat andere in Genesis beschreven gebeurtenissen plaatsvonden (Galaten 3:8 vgl Jakobus 2:23, Hebreeën 11:5).
  3. De argumenten van P.J. Wiseman, die stelt dat Genesis sporen draagt van oorspronkelijke teboekstelling op kleitabletten. Het verhaal van de schepping zou door God aan Adam zijn geopenbaard en door deze, of door God zelf, opgeschreven.

 

Wiseman wijst voor de onderbouwing van zijn theorie op frappante overeenkomsten in literaire stijl tussen Genesis en de bekende kleitabletten. Genesis begint met: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” Hoofdstuk 2 begint met: “Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heir.” Volgens Wiseman betekent dit:

“Hiermee is het verhaal voltooid van hemel en aarde’ en alle tabletten daarvan.”

 

 

 

kleitablet

kleitablet

 

 

 

 

De overgang op een nieuw kleitablet binnen een verhaal werd vaak gemarkeerd door herhaling van woorden, die aan het eind van het ene tablet stonden, aan het begin van het volgende tablet. Dit verschijnsel vinden we ook in bijvoorbeeld Genesis 11:26 en 27. Vanaf hoofdstuk 37 verdwijnen de genoemde kenmerken.

Het verhaal wordt dan ook breedsprakiger. Dit klopt met het feit dat de geschiedenis van Jozef in Egypte te boek moet zijn gesteld. Daar gebruikte men geen kleitabletten maar papyrusrollen waarop een doorlopende, en veel uitgebreidere, tekst kon worden geschreven.

 

 

 

papyrusrol

papyrusrol

 

 

 

 

Alles wat Mozes dan gedaan zou hebben is de verschillende verslagen tot één verhaal samenvoegen en er hier en daar wat aantekeningen aan toe voegen. Dat Mozes zelf kon schrijven hoeven we hier niet meer te betogen. Het schrift bestond, in tegenstelling tot wat men in de negentiende eeuw nog meende, ook in Egypte al meer dan 1500 jaar.

Hooguit kan men de vraag stellen of Mozes dan tot de schrijversklasse behoorde. Stephanus geeft ons daarop een antwoord:

“En Mozes werd onderwezen in alle kennis (wijsheid) van de Egyptenaren” (Handelingen 7:22).

 

 

Deze kennis/wijsheid steunde op de kennis van het geschreven woord, welke kennis ook zelf deel uitmaakte van die wijsheid.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

De sprinkhaan in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

De sprinkhaan

 

Voor boeren in de landen grenzend aan de Middellandse Zee, is het ergste dat hen kan overkomen – op een lang-durige droogte na – een sprinkhanenplaag. De sprinkhanen daar zijn verwant aan die in ons land. Het zijn insec-ten, die in zulke enorme aantallen optrekken, en met zo’n precisie te werk gaan, dat zij alles wat zij op hun pad tegenkomen en dat groen is, volledig kaalvreten.

Wanneer wij in het boek Exodus lezen over de achtste plaag die God over Egypte bracht, beseffen wij wat voor catastrofe dat moet zijn geweest (Exodus 10: 1-20). De vroege gewassen, het vlas en de gerst, waren al door de hagel neergeslagen; nu waren de tarwe en de spelt aan de beurt (Exodus 9: 29-33).

Omdat de Farao steeds weigerde naar God te luisteren, voerde Hij met een oostenwind een zwerm sprinkhanen aan, groter dan Egypte ooit had gezien. Nadat zij al het overige gewas kaalgevreten hadden, voerde God hen weer weg met een westenwind. Sprinkhanen werden dus door God gebruikt om mensen te straffen, onder meer de Israëlieten toen zij Hem de rug toekeerden (Deuteronomium 28: 38-42).

 

 

 

Exodus 10: 1-20

 

1 De Heer zei tegen Mozes: “Ga opnieuw naar de farao. Want Ik heb hem en zijn dienaren zó koppig gemaakt, dat ze niet zullen willen luisteren. Want Ik wil mijn wonderen bij hen doen. 2 Dan zullen jullie aan je kinderen en kleinkinderen vertellen wat Ik voor wonderen in Egypte heb gedaan. Jullie zullen weten dat Ik de Heer ben.”

3 Toen gingen Mozes en Aäron weer naar de farao. Ze zeiden tegen hem: “Dit zegt de Heer, de God van de He-breeën: hoelang zult u blijven weigeren om Mij te gehoorzamen? Laat mijn volk vertrekken, zodat ze Mij kunnen aanbidden. 4 Als u mijn volk niet laat gaan, zal Ik morgen sprinkhanen in uw land laten komen. 5 Ze zullen het hele land bedekken. Zelfs de grond zal niet meer te zien zijn. Ze zullen alles opeten wat er na de hagelbuien nog is overgebleven van de oogst en de bomen.

6 En alle huizen in Egypte zullen vol met sprinkhanen zitten. Nog nooit eerder is zoiets gebeurd in de geschie-denis van Egypte.” Toen draaide Mozes zich om en vertrok. 7 De dienaren van de farao zeiden tegen hem: “Hoelang zal deze man ons nog ellende bezorgen? Laat die mannen vertrekken om hun Heer God te aanbidden! Ziet u dan niet dat Egypte helemaal wordt vernietigd?”

8 Toen werden Mozes en Aäron bij de farao terug geroepen. De farao zei tegen hen: “Ga jullie Heer God maar aanbidden. Maar wie zullen er eigenlijk allemaal gaan?” 9 Mozes antwoordde: “We gaan met jong en oud, met onze zonen en dochters, met onze schapen, geiten en koeien. Want we hebben een feest voor de Heer.” 10 Toen zei de farao tegen hen: “Ik wens jullie nog liever de zegen van de Heer toe, dan dat ik jullie en jullie kinderen laat vertrekken! Pas maar op, want ik begrijp wel wat jullie van plan zijn!

11 Nee, alleen de mannen mogen gaan om de Heer te aanbidden, want dat was wat jullie hadden gevraagd.” En hij joeg hen zijn paleis uit. 12 Toen zei de Heer tegen Mozes: “Strek je hand uit over Egypte. Dan zullen er sprinkhanen in Egypte komen. Ze zullen alle planten opeten, alles wat er na de hagel nog is overgebleven.” 13 Toen strekte Mozes zijn staf uit over Egypte. En de Heer zorgde ervoor dat er die hele dag en die hele nacht een oostenwind over het land waaide. Toen het ochtend werd, bracht de wind sprinkhanen mee.

14 Zo kwamen er sprinkhanen in heel Egypte. In het hele land streken ze in grote zwermen neer. Nog nooit eer-der was er zó’n grote sprinkhanenplaag in Egypte geweest en zo één zal er ook nooit meer komen. 15 Ze be-dekten het hele land. Het zag er zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten en vruchten op die niet door de hagel waren vernield. Zo bleef er in heel Egypte geen sprietje groen meer over.

16 Toen liet de farao snel Mozes en Aäron halen en zei: “Ik heb verkeerd gedaan tegen jullie Heer God en tegen jullie! 17 Vergeef het mij nog één keer! Bid tot jullie Heer God dat Hij ons redt! Want zo gaan we allemaal dood!” 18 Toen ging Mozes bij de farao weg en bad tot de Heer. 19 En de Heer zorgde ervoor dat er een harde westenwind ging waaien. Die nam de sprinkhanen mee en blies ze de Rietzee in. Er bleef in heel Egypte geen één sprinkhaan over. 20 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao koppig bleef, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.

 

 

 

Exodus 9: 29-33

 

29 Mozes zei tegen hem: “Zodra ik buiten de stad ben, zal ik tot de Heer bidden. Het onweer zal ophouden en het zal niet meer hagelen. Dan zult u toegeven dat de aarde van de Heer is. 30 Maar ik weet dat u en uw die-naren nog steeds geen ontzag hebben voor de Heer God.” 31 Het vlas en de gerst waren door de hagel platge-slagen, want de gerst had al aren en het vlas stond net in bloei.

32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die groeien later. 33 Mozes ging bij de farao weg. Hij ging de stad uit, stak zijn handen op naar de Heer en bad tot Hem. Toen hield het zware onweer op en de ha-gel en de stortregen stopten.

 

 

 

 

Deuteronomium 28: 38-42

 

38 Jullie zullen veel zaad in de akkers zaaien, maar weinig oogsten. Want de sprinkhanen zullen de oogst opvreten.
39 Jullie zullen wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn drinken of druiven plukken. Want de wormen zullen alles kaalvreten.
40 Jullie zullen in het hele land olijfbomen hebben, maar jullie zullen je niet met olie zalven. Want de olijven zullen afvallen.
41 Jullie zullen zonen en dochters krijgen, maar niet van hen genieten. Want ze zullen als buit meegenomen worden.
42 Alle bomen en akkers zullen door ongedierte worden kaalgevreten.

 

 

 

De 10 plagen van Egypte

 

 

 

“De sprinkhanen – een koning hebben zij niet, maar ze rukken in slagorde op” (Spreuken 30: 27) zei Salomo. De profeet Joël voorspelde zo’n sprinkhanenplaag, zowel letterlijk als figuurlijk, als een sterke invallende macht (Joël 1: 1-7). In vers 4 worden vier verschillende woorden voor de sprinkhanen gebruikt; ze worden vertaald als knager, sprinkhaan, verslinder en kaalvreter.

 

 

 

Spreuken 30: 27

 

27 De sprinkhanen – ze hebben geen koning, maar toch trekken ze als één groot leger op.

 

 

 

 

Joël 1: 1-7

1 Dit is wat de Heer zei tegen de profeet Joël, de zoon van Petuël. 2 Luister, leiders van het volk! Luister goed, bewoners van het land! Luister naar wat Ik nu ga zeggen. Is dit ooit eerder gebeurd in de geschiedenis van dit land? 3 Vertel het aan je kinderen. En laten zij het weer aan hún kinderen vertellen, en ook zij weer aan hún kin-deren.

4 De sprinkhanen eten alles op: wat de knager overlaat, eet de sprinkhaan op. Wat de sprinkhaan overlaat, wordt opgevreten door de verslinder. En wat de verslinder overlaat, eet de kaalvreter op.

5 Dronkenlappen, word wakker! Huil en klaag, zuipers, want jullie zullen geen nieuwe wijn hebben! 6 Want een groot volk valt dit land aan. Een machtig, ontelbaar leger. Als een leeuw verslindt het alles met zijn tanden. 7 Israël, mijn wijnstruik, wordt helemaal verwoest. Mijn vijgenboom Israël ziet wit als schuim. Het leger schilt mijn vijgenboom helemaal kaal en werpt hem weg. De takken zijn kaal en wit geworden.

 

 

 

sprinkhanenplaag

 

 

 

 

Wij weten niet wanneer Joël profeteerde, maar het feit dat de bazuin op Sion geblazen moest worden (Joël 2: 1), betekent dat een aanval op Juda ophanden was. Dit zou wellicht de aanval van de Assyrische koning Sanherib in de dagen van koning Hizkia geweest kunnen zijn. Interessant is dat er in 2 Koningen 15 t/m 18 over vier invallen van Assur wordt geschreven, drie op het noordelijke rijk en één op Juda.

 

 

 

Joël 2: 1

 

1 Blaas op de ramshoorn in Jeruzalem! Sla alarm op mijn heilige berg Sion! Laten de bewoners van het land beven van angst, want de dag van Gods straf komt eraan!

 

 

 

In Arabische landen gebruikt men nog steeds sprinkhanen als voedsel. Dus is het niet zo vreemd dat Johannes de Doper, toen hij in de woestijn was, leefde van deze insecten en wilde honing (Matteüs 3: 4). En de wet van Mozes stond hem dat toe (Leviticus 11: 20-22).

 

 

Matteüs 3: 4

 

4 Johannes droeg een mantel die van kameelhaar was gemaakt, met een leren gordel om zijn middel. Hij leefde van sprinkhanen en honing van wilde bijen.

 

 

 

 

Leviticus 11: 20-22

 

20 Alle insecten moeten jullie walgelijk vinden. 21 Maar alle insecten die springpootjes hebben, mogen jullie wél eten. 22 Dat zijn dus alle soorten sprinkhanen. 23 Maar alle andere insecten moeten jullie walgelijk vinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De uittocht uit Egypte

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Na onderzoek van de weg die de Israëlieten zouden kunnen hebben gevolgd bij hun uittocht uit Egypte vond Ron Wyatt dat de Bijbelse beschrijving goed past bij een diepe kloof genaamd Wadi Watir. Het boek Exodus legt uit hoe de kinderen van Israël door God geleid werden “niet langs de weg naar het land van de Filistijnen maar door de Wildernis van de Rode zee.” Exodus 13:17,18.

 

.

 

Exodus van de Israëlieten uit Egypte

Exodus van de Israëlieten
uit Egypte

 

.

 

 

Plaats van de overtocht aan de golf van Aqaba

Plaats van de overtocht aan de golf van Aqaba

 

.

 

 

 De exodus

.

Toen de farao het volk had laten vertrekken, leidde God hen niet langs de weg die door het gebied van de Filistijnen loopt (langs de Middellandse Zee), ook al was dat de kortste route. God dacht namelijk: Als ze strijd zouden moeten leveren, konden ze wel eens spijt krijgen en terug willen gaan naar Egypte. Daarom liet hij het volk een omweg maken en door de woestijn naar de Rietzee trekken.

 

.

Route via de Rietzee

Route via de Rietzee

.

 

 

 

Hier is een grote open woestijn (Wildernis van de Rode Zee). Dan zegt God in Exodus 14:1,2:

 ‘Zeg tegen de Israëlieten dat ze omkeren en hun kamp opslaan voor Pi-Hachirot, tussen Migdol en de zee; jullie moeten je kamp recht tegenover Baäl-Sefon opslaan, vlak bij de zee.

 

.

turnback

 

.

 

Ron vond deze weg die naar een kloof leidde die nu Wadi Watir heet. De Bijbel vertelt de reactie van de farao toen hij hoorde van de afslag die de Israëlieten hadden genomen, in Exodus 14:3

.

 

nuweiba_labelled

 

.

 

 

De farao zal denken dat jullie de weg kwijt zijn geraakt en de woestijn niet meer uit kunnen komen. Ik zal ervoor zorgen dat hij onverzettelijk blijft, zodat hij jullie achtervolgt, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger ten val te brengen. Dan zullen de Egyptenaren beseffen dat ik de Heer ben.’ De Israëlieten gehoorzaamden.

.

Wadi Watir is een lange diep kloof die goed overeenkomt met de beschrijving van Exodus.

Volgens traditie vond de Doortocht plaats door de Golf van Suez. Maar daar zijn geen bergen. Het gebied is volkomen vlak, niet zoals in de Bijbelse beschrijving. Een andere reden waarom de Golf van Suez populair was in de gedachtegang, was, omdat men volgens de traditie dacht dat de berg Sinaï op het Sinaï schiereiland ligt.

De Bijbel verteld ons echter dat de berg Sinaï in Arabië ligt. (Galaten 4:25 Hagar staat voor het verbond van de berg Sinaï in Arabië, dat slaven baart.) Na enkele kilometers opent Wadi Watir in een breed strand, aan de westkust van de Golf van Akaba, het enige strand dat groot genoeg was om de ongeveer 2 miljoen mensen en hun vee te herbergen.

De Israëlieten konden niet naar het noorden omdat daar de weg verspert was door een Egyptisch fort. Nog steeds vinden we aan de noordkant van het strand een versterking. Kon dit het Bijbelse Migdol zijn? (Exodus 14:2) Aan de zuidkant is geen strand, maar lopen de bergen tot aan zee, zodat daar niemand langs kan. Zij konden ook niet terug, omdat het Egyptische leger hen achtervolgden. God had ze bij een punt gebracht waar alleen Hij ze kon brengen. Exodus 14: 13, 21, 22:

.

Maar Mozes antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, wacht rustig af. Dan zult u zien hoe de Heer vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien.

 

En:

Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de Heer liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.

De Egyptenaren achtervolgden hen, alle paarden en wagens van de farao en al zijn ruiters gingen achter hen aan de zee in. Maar in de morgenwake keek de Heer vanuit de vuurzuil en de wolk kolom neer op het Egyptische leger en zaaide paniek onder hen. Hij liet de wielen van de wagens vastlopen, zodat de Egyptenaren de grootste moeite hadden om vooruit te komen. ‘Laten we vluchten!’ riepen ze. ‘De Heer steunt de Israëlieten, hij strijdt tegen ons!

Ron vond een stenen pilaar op het strand. Aan de Saudische zijde vond hij precies zo één met een oud hebreeuwse inscriptie: “MIZRAIM (Egypte), SOLOMON, EDOM, DEATH, PHARAOH, MOSES, YAHWEH.” Hij leidde hieruit af, dat zij door Salomo waren opgericht om de doortocht te herdenken.

 

.

 

Pilaar die de oversteekplek markeerde

Pilaar die de oversteekplek markeerde

.

 

De inscripties op de kolom die op het strand lag waren weg geërodeerd. De kolom werd door de autoriteiten in beton vastgezet. In 1978 doken Ron en twee van zijn zonen naar de bodem van de Rode Zee en vonden daar – en fotografeerden – talloze met koraal bedekt delen van strijdwagens. Hoe vaker zij doken, hoe meer bewijsmateriaal zij vonden. Een van zijn vondsten was een strijdwagen wiel met acht spaken, dat hij bij de directeur van de Egyptische Oudheidkunde bracht, Dr Nassif Mohammed Hassan.

Na onderzoek verklaarde hij het afkomstig uit de 18de dynastie en dateerde de exodus in 1446 v.Chr. Toen hem werd gevraagd hoe hij dit wist, verklaarde hij dat het wiel met 8 spaken alleen in de 18de dynastie werd gebruikt, de tijd van Ramses II en Tutmoses (Moses). Strijdwagen kisten, menselijke skelet restanten, 4, 6 en 8 spaken-wielen liggen er als stille getuigen van het wonder van het splitsen van de Rode Zee.

 

.

 

doortocht-rode-zee-20-638

 

.

 

.

 

exo14-25

 

.

 

Het meest verbazingwekkende is de aanwezigheid van een onderzees pad. Langs de lengte van de Golf van Akaba zijn de diepten ongeveer 1,6 km en de Egyptische kust valt weg onder een hoek van 450. Als de Israëlieten elders hadden moeten oversteken, dat hadden zij een steile helling van 450 moeten afdalen tot 1600 m diepte en aan de andere kant weer opklimmen. Met al hun wagens, dieren en kinderen zou dat absoluut onmogelijk zijn. Alleen hier aan het strand van Nuweiba, daalt de bodem met een helling van 1:14 tot een diepte van slechts 850 m om aan de Saudische kant te stijgen met een helling van 1:10. De Bijbel beschrijft het als volgt:

Dit zegt de Heer, die een weg baande door de zee en een pad door machtige wateren, die paarden en wagens liet uitrukken, een heel leger van geweldenaars – daar lagen ze, en ze stonden niet meer op, ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd”

.

De afstand van Nuweiba tot Saudi Arabië is ongeveer 15,6 km. De breedte van de onderwater brug is geschat op 900 m.

.

 

 

Slide1165

 

.

 

 

 De berg Sinaï “

.

En de berg brandde met vuur tot het midden van de hemel, met duisternis, wolken, en dikke duisternis .”…… Deuteronomium 4:11

“En de Here sprak tot u vanuit het midden van het vuur: gij hoorde de stem van de woorden, maar zag geen gelijkenis, alleen hoorde gij een stem. En hij verkondigde aan u zijn verbond, dat hij u gebood om uit te voeren, als tien geboden, en hij schreef ze op twee stenen tafelen .”…… Deuteronomium 4:12-13

 

 

 

De Sinaï in het vroege ochtendlicht.

De Sinaï in het vroege ochtendlicht.

 

 

 

 

 

f11ca08827eef273e11036adcce6bbc1

 

.

 

In 1978 vond Ron Wyatt strijdwagendelen in de Golf van Akaba vlak bij de Egyptische kust. Op dat moment, wist hij dat de berg Sinaï op de andere oever moest zijn.  Aangezien het Bijbelse verslag vertelt hoe het volk bij de berg Sinaï aankwam nadat ze de Rode Zee overgestoken waren, en aangezien de Golf van Akaba het schiereiland Sinaï (Egypte) van en Saoedi-Arabië scheidde, was er geen twijfel over m.b.t. de locatie van de berg Sinaï in Arabië.

Maar waar in Arabië? Ron bestudeerde het Bijbelse verslag en zag op de vluchtkaarten van het gebied dat er een bergketen was in het noordwestelijke deel van Saudi dat naar zijn aanvoelen het potentieel had om de berg Sinaï te zijn.

 

“De Here, onze God, sprak tot ons in Horeb, zeggende: Gij hebt lang genoeg gewoond bij deze “berg ….. Deuteronomium 1:6

 

Deze beschrijving betekende voor Ron dat de mensen “in” een bergketen waren . Op de kaart was Jebel el Lawz de hoogste piek in de hele NW Saoedi-Arabische regio, en het lag in een gebergte met daarbinnen talrijke brede wadi’s, of canyons, die voldoende ruimte zouden hebben geboden voor een enorm aantal mensen, samen met hun kudden, om “in” het gebied te kamperen en de bescherming van de bergen rondom hen te hebben.

 

.

 

 

De locatie van de berg Sinaï in Midian

.

 

midian-arabia

 

.

 

Als we naar de Bijbel gaan is de locatie van de berg Sinaï niet zo moeilijk te achterhalen. Toen God voor het eerste tot Mozes sprak met betrekking tot het grote werk van het volk uit hun Egyptische slavernij te leiden, zei Hij tot Mozes:

 

“Zeker zal Ik met u zijn, en dit zal een teken voor u zijn, dat Ik u gezonden heb: Wanneer gij het volk uit Egypte hebt gebracht, zult gij God op deze berg dienen. “……. Exodus 3:12 2

 “Nu hoede Mozes de kudde van Jethro zijn schoonvader, de priester van Midian, en hij leidde de kudde naar de achterkant van de woestijn, en kwam bij de berg van God, (zelfs) bij Horeb. En de engel van de HEER verscheen hem in een vlam van vuur vanuit het midden van een struik, en hij zag, en zie, de struik brande met vuur, en de struik werd niet verbrand. “…. Exodus 3:1-2

 

Mozes werd zelfs gezegd zijn schoenen te verwijderen, omdat hij op “heilige grond” stond. Dus weten we nu dat Mozes in Midian was, in de “achterzijde van de woestijn”, dat ons het gebied lijkt te impliceren tegenover het grootste deel van de woestijn of de andere kant van de berg die de grens van de woestijn afbakende.  Er was maar één kandidaat naar zijn mening, en dit was Jebel el Lawz.

 

.

Marmeren Zuilen in de buurt van het Altaar te Jebel el Lawz

.

“Twaalf Zuilen Volgens de twaalf stammen van Israël”  En Mozes schreef al de woorden van de HEER, en stond vroeg in de ochtend op, en bouwde een altaar onderaan de heuvel, en twaalf pilaren, volgens de twaalf stammen van Israël …… Exodus 24:4

De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één.

 

.

 

restanten van de zuilen

restanten van de zuilen

.

 

Ron geloofde dat deze stukken van een ‘heiligdom’ waren die nabij het altaar gezeten hadden. Er waren ten minste 10 stukken gebroken, ronde kolommen, bijna 59 centimeter in diameter. Ze varieerden in hoogte van 20 tot 66 cm. Daarnaast waren er een groot aantal rechthoekige marmeren stenen 21 bij 42 cm, 25-66 cm lang. Deze stukken zijn gevonden rond het altaar, terwijl anderen op grotere afstand verspreid lagen en in onze telling niet zijn opgenomen.

Hij geloofde dat dit de site van de berg Sinaï moest zijn en hij zag de hele top van de berg geblakerd als verkoold. Hij merkte verschillende kenmerken van de site op die het gebied identificeerden. Als Ron de streek rond de berg overzag, zag hij dat hier een ruimte was die perfect bij de beschrijving van de berg Sinaï (Horeb) paste.

 

.

 

Bewijzen te Jebel el Lawz

.

Vanaf de berg zag Ron de resten van een wit marmeren structuur die was opgericht in de buurt van de altaar aan de voet van de berg. Dit waren de witte zuilen die Ron op zijn eerste reis in 1984 gezien had. De structuur was vernietigd, maar restanten van de kolommen lagen er nog verspreid in het gebied. Aan Ron werd door Bedoeïenen in het gebied verteld dat het stenen “heiligdom” ontmanteld is en gebruikt werd in een moskee te Hagl.

.

 

.

Zicht op het “Heilige gebied” aan de voet van de berg Sinai

 

Image136 bewijs

.

.

 

A= Saoedi-bewakershuis

B = Altaar met rotstekeningen

C = Overblijfsels van 12 pilaren

D = Groot altaar aan de voet van de berg Sinaï

e = Rode Lijnen merken bronnen

e = Aqua Lijnen merken stenen omheiningen

 

.

 

Altaar van Mozes

.

-Een altaar van aarde, zult gij t.b.v. mij maken, en zult daarop uw brandoffer, en uw vrede offer offeren, uw schapen, en uw ossen: op alle plaatsen waar Ik mijn naam aan verbind zal Ik tot u komen, en Ik zal u zegenen. 25 En indien gij mij een altaar van steen maakt, zult gij het niet bouwen van gehouwen steen: want als gij uw gereedschap er op heft, hebt gij het verontreinigd. 26 Noch zult gij met trappen tot mijn altaar omhoog gaan, opdat uw naaktheid daarop niet ontdekt worde…. Exodus 20:24

En Mozes schreef al de woorden van de HEER, en stond vroeg in de ochtend op, en bouwde een altaar onder aan de heuvel, en twaalf pilaren, volgens de twaalf stammen van Israël … Exodus 24:4

 

.

 

altaar van Mozes

altaar van Mozes

 

 

 

 

 

wpe72 altaar van, mozes

 

.

 

.

 

Het Gouden Kalf Altaar

.

De archeologische ontdekking van het altaar was erg belangrijk. Men vond rotstekeningen op het altaar. Het altaar ligt, naar beneden kijkend naar het heilige gebied,  bijna meteen rechtdoor. Maar het is zowat 1,5 km of meer van de voet van de berg.

 

.

 

altaar van het gouden kalf

altaar van het gouden kalf

 

 

 

.

12 afbeeldingen van kalveren naar Egyptische stijl

12 afbeeldingen van kalveren naar Egyptische stijl

.

 

 

Exodus 32:5 vertelt het verhaal van Aaron hoe hij het altaar voor het gouden kalf bouwt, en Ron vond een altaar met 12 kalf tekeningen naar Egyptische stijl:

Toen Aäron besefte wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de Heer zou zijn.

Een archeoloog van de Universiteit van Riadh raakte opgewonden toen hij de kalveren zag, hij vertelde dat de tekeningen van Egyptische stijl waren, men trof ze nergens anders in Saoedi Arabië aan.

 

 

.

Mozes ontvangt op de Sinaï de 10 geboden van God

.

Mozes trekt alleen  de berg op. Hij blijft een lange tijd weg. Het volk denkt daarom dat hij gestorven is en vraagt aan Aäron of hij van hun sieraden een gouden stierkalf kan maken. Dan hebben ze een nieuwe God om te aanbidden. Aäron geeft toe aan de druk en doet dit. Net op het moment dat er een feest gaande is voor het gouden stierkalf keert Mozes terug met de stenen tafelen. Hij gooit de stenen tafelen kapot en vernietigt ook het beeld.

Daarna keert Mozes terug de berg op. Hij vraagt aan God of hij hem mag zien. God geeft hier gehoor aan, maar laat alleen zijn achterkant zien. Als Mozes God van aangezicht tot aangezicht zou zien zou hij sterven. Ook maakt God nieuwe stenen tafelen voor hem met de tien geboden erop.

Ook ontvangt Mozes de opdracht om een heiligdom, de tabernakel, te bouwen. Hij ontvangt aanwijzingen voor de inrichting van deze tabernakel. Zo moet hij onder andere een gouden ark en een brandoffer altaar maken.

 

.

 

de 10 geboden

de 10 geboden

 

pasteltekening van John Astria

 

.

 

 

De Rots te Horeb

.

Na hun tocht door de Sinaï woestijn  komen de Israëlieten zonder water te zitten  water en begonnen tegen Mozes  te morren, hij was zelfs bang dat ze hem zouden stenigen (Exodus 17:4). God gaf dan aan Mozes de opdracht om met zijn staf op een rots te slaan om een bron te laten ontspringen. Mozes deed dit en er vloeide het water uit de rots.

In Numeri 20:2-13 wordt het verhaal enigszins anders verteld. Daar moet Mozes tot de rots spreken nadat hij eerst het volk heeft bijeengeroepen. Maar in plaats van tot de rots te spreken sloeg Mozes er twee keer op met zijn staf, wat de bron deed ontspringen. En omdat Mozes niet gehoorzaamd had aan God kreeg hij de boodschap dat hij het Beloofde Land niet zou bereiken.

.

Zie, Ik zal daar voor u op de rots in Horeb staan, en gij zult de rots slaan, en er zal daar water uitkomen, opdat het volk kan drinken. En Mozes deed zo voor de ogen van de oudsten van Israël. …. Exodus 17:6

.

Net over de westzijde van de bergketen, tegenover het Heilige Gebied, is een gebied dat over een ongelooflijke, vijf tot zes verdiepingen hoge rots beschikt hoog op een heuvel die ongeveer 60 meter hoog is. Deze rots is doormidden gesplitst en vertoont het patroon van water-erosie en het bewijs dat vele beken van daaruit vertrokken, in verschillende richtingen.

 

.

 

horeb

De splitsing in de rots waar water uitkwam

.

 

.

Elim Twaalf waterbronnen, en zeventig palmbomen; en zij legerden daar.

.

Hierna kwamen ze in Elim, een plaats met twaalf waterbronnen en zeventig dadelpalmen. Daar sloegen ze bij het water hun tenten op. Exodus 15: 27

.

Tijdens het verkennen van de site in 1985 met Samran en zijn werkvolk, vonden ze zeer grote putten, die maar een paar centimeter boven de grond uitkwamen. Ze vormden een lijn die zich langs het meer uitstrekte, het “heilige gebied” begrenzend.

 

.

 

12 waterbronnen van Elim

12 waterbronnen van Elim

.

 

Mozes terug keert roept hij het volk bijeen en legt hij hun de regels uit die hij van God ontvangen heeft. Deze gaan onder andere over de sabbatsrust. Ook bevatten deze hoofdstukken een uitleg van de bouw en inkleding van de tabernakel en de manier waarop de priesters zich moesten kleden.

Toen de tabernakel af was werd deze gevuld door de majesteit van God. Dit was zichtbaar door een wolk. Als de wolk stilstond, dan sloegen de Israëlieten daar hun kamp op. Als de wolk verder trok, dan ging het volk daar achteraan. Alzo ging de Exodus verder noordwaarts naar het Beloofde Land Kanaän te Israël.

 

.

Manna

.

Manna, ook genoemd man, is het voedsel waarmee God zijn volk spijsde tijdens de veertigjarige reis door de woestijn, op weg van Egypte naar het Beloofde Land. Het woord manna betekent letterlijk “Wat is dat?”, omdat de Israëlieten dat vroegen toen ze de spijs voor het eerst zagen.

.

Ex 16:4 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde [hoeveelheid] verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet.

Ex 16:15 Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft.

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria

De acacia in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Bomen komen niet veelvuldig voor in de woestijn, maar in de Sinaï is de acacia een bekend verschijnsel; het is zelfs de meest voorkomende boom in dat gebied. De acacia behoort tot een van de talrijkste bomenfamilies ter wereld en groeit tot in Australië toe. En wie kent ook niet de beelden van Afrikaanse savanne’s met hun paraplu-vormige acacia’s, als karakteristiek element in het landschap?

 

 

 

 

.

Wanneer wij dan in het boek Exodus lezen dat de tabernakel grotendeels uit acaciahout gemaakt moest worden, is dat te begrijpen. De Israëlieten legerden zich toen aan de voet van de berg Sinaï, en God riep hen op acaciahout te brengen, wat zij deden (Exodus 25:5; 35:24). De door God aangestelde vaklieden, Besaleël en Oholiab, hebben daarmee de ark van het Verbond, de tafel voor de toonbroden, het reukofferaltaar en het brandofferaltaar, alle met hun draagstokken, gemaakt (Exodus 25-27:30).

Het hout moest duurzaam maar niet te zwaar zijn. Daarom denkt men dat de wanden van de tabernakel niet van massieve planken werden gemaakt, zoals in de NBV staat, maar van een soort raamwerk, waar slanke staanders door dwarslatten met elkaar verbonden werden. Het Hebreeuwse woord in Exodus 26:15 qeresh is anders dan b.v. in Exodus 27:8, waar het woord luach iets massiefs beschrijft.

.

 

 

De Arc van het Verbond met de 10 geboden

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

De tabernakel was de ontmoetingsplaats tussen God en Zijn volk. Van tussen de cherubs op het verzoendeksel van de ark sprak Hij met Mozes (Exodus 25:21-22). Het woord tabernakel betekent tent of woonplaats en in de tabernakel zou God onder Zijn volk wonen. In de proloog van zijn evangelie schreef Johannes: “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (lett. getabernakeld)” – Johannes 1:14. God heeft met ons gesproken door Zijn Zoon, zodat wij met Hem verzoend mogen worden.

Een tweede beeld van de Here Jezus zien wij in de acaciaboom zelf, want Jesaja schreef over Hem: “Als een loot schoot Hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond” (Jesaja 53:2). Jezus groeide op als een levende, en levengevende, boom in een geestelijke woestenij. Doordat Hij diep geworteld was in Gods Woord, kon Hij de hitte van vijandschap en nijd weerstaan. De schaduwrijke acacia is dus een passend symbool van onze Verlosser.

.

 

 

 

.

.

.

.

.

.

..

 

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

Een archeologisch bewijs van de 10 plagen van Egypte

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Exodus

 

De geschiedenis van de uittocht van het Joodse volk uit Egypte heeft de mensheid al vele duizenden jaren bezig gehouden. Bovenal geïntrigeerd door de enorme rampspoed die over Egypte en zijn bevolking kwam, door hun weigering aan YHWH, de God van Israël, te gehoorzamen. Maar vooral in de laatste eeuw zijn er over de historische waarheid nogal wat vraagtekens geplaatst.

 

 

 

story2

 

 

.

.

En toegegeven, voor iemand die zijn vertrouwen en geloof niet op onze Vader heeft gesteld kan deze geschiedenis, met zijn plagen en wonderen, ongeloofwaardig overkomen. Water verandert in bloed, immense plagen van allerlei dieren en ongedierte. Mensen en vee krijgen massaal steken van vliegen, zweren op hun lichaam te verduren en of dat niet erg genoeg is sterven ze massaal aan de pest, hagelbuien, leven ze in volledige zonsverduistering en tot slot sterven alle eerstgeboren zonen in alle gezinnen door heel Egypte heen. En dit alles volgde zich in een rap tempo op, en we spreken dan niet over jaren, maar over weken en maanden.

Dat zou dan toch zeker ook opgetekend zijn op oude Egyptische papyrus’ en tabletten? Misschien moeilijk te geloven, maar dat is ook gedaan. We weten dat de Egyptenaren een geschiedenis hadden van het herschrijven van de geschiedenis en succesverhaal na succesverhaal optekenden of zo herschreven. Het rauwe gevolg hiervan was dat zo echter ook de minder succesvolle gebeurtenissen “verfraaid” werden of zelfs volledig weggelaten werden uit de annalen der geschiedenis.

Voorbeeld is de, door farao’s, regelmatig toegepaste handeling om alle hïerogliefen van zijn/haar voorganger rigoreus te verwijderen en daarvoor zichzelf en eigen “heldendaden” in de plaats te laten beitelen, of door uitkomsten van veldslagen te verdraaien voor eigen eer. Maar ondanks hun neiging historische “onwelgevalligheden” weg te poetsen in hun annalen, mogen we toch wel verwachten dat er Egyptische bronnen zouden zijn die ook maar iets zouden spreken over deze verschrikkelijke (maar tevens vernederende) plagen die Egypte en zijn inwoners hebben getroffen? Mogen we inderdaad en het Ipuwer Papyrus is nu exact zo’n bron.

 

 

 

Ipuwer Papyrus

 

Het Ipuwer Papyrus is een schrift die in handen is van het Nationaal archeologisch museum in Leiden. Het manuscript is gevonden in Memphis, Egypte en is gedateerd rond de 13e-14e eeuw v. Chr., exact overeenkomend met de periode van de Exodus van het Joodse volk uit Egypte. Dit kunnen we nagaan aan de hand van de Joodse jaartelling. Joden gaan uit van het moment van de schepping en zij leven momenteel in het jaar 5770 (uitgezonderd de jaren in ballingschap). Joden dateren de Exodus uit Egypte in het jaar 2313. 5770 – 2313 = 3457 jaar. 2014 (ons huidige jaar) – 3457 (de jaren die verlopen zijn vanaf het joodse jaar van de Exodus) = 1443 v. Chr.

 

 

 

 

.

.

 

Beschrijving  Ipuwer Papyrus 

 

In dit papyrus beschrijft een zekere Ipuwer de gebieden Beneden- en Opper-Egypte in een staat van complete chaos, waar ziekten, plagen en de dood het straatbeeld beheersen. Een ander aspect van deze chaos is een ware anarchie waar slaven hun taken verder weigeren uit te voeren en rebelleren tegen hun meesters en de staat.

Catastrofale natuurrampen treffen het land en mensen zoeken wanhopig naar manieren om te overleven. Bij dit beschrijven zullen sommige mensen al gelijk  denken aan het verhaal van de uittocht in het Bijbelboek Exodus, maar het wordt ons nog duidelijker als Ipuwer verder gaat en schrijft dat in heel Egypte het water niet meer drinkbaar is omdat dit in bloed veranderd is, het vee massaal door ziekte en dood getroffen wordt, de volledige oogst in één nacht vernietigd is, broers hun broers moeten begraven en de straten letterlijk bezaaid liggen met hun lichamen.

Het land is voor een periode in complete duisternis gehuld en niemand kan in deze duisternis nog iets ondernemen. De gebeurtenissen die Ipuwer beschrijft komen dus wel erg duidelijk overeen met het verslag in Exodus. Aan de hand van enkele voorbeelden kunnen we zien dat de beide verhalen inderdaad verbijsterend veel overeenkomsten met elkaar hebben., Aan de linkerzijde ziet u de beschrijvingen in het Ipuwer Papyrus en aan de rechterzijde die van het Bijbelboek Exodus.

Zoals we hieronder kunnen zien beschrijft Ipuwer gebeurtenissen van ongekende omvang. Gezien de periode waarin dit papyrus geschreven is, is het aannemelijk dat Ipuwer een getuige is geweest van wat er geschreven staat over de uittocht in Exodus. De opvallende gelijkenis is meer dan zomaar opmerkelijk. In onze (bescheiden) ogen dient dit papyrus dan ook gezien te worden als een Egyptische versie of samenvatting van de traumatische gebeurtenissen, zoals die beschreven staan in Exodus 7 tot en met 12.

 

 

 

     Ipuwer Papyrus                                      Thora / Exodus

2:5-6
 
Pest en plagen verspreid in het hele land. Bloed is overal.
 
7:20-21
 
 
 
 
8:6
 
 
8:17
 
 
8:24
In een oogwenk veranderde het water in bloed. Overal in Egypte was het water in bloed veranderd.
Kikkers kwamen van alle kanten opzetten en overstroomden het hele land.
Opeens verschenen in heel Egypte grote hoeveelheden luizen.
In alle huizen en in heel Egypte wemelde het van de steekvliegen.
2:9
De rivier (Nijl) is vol met bloed. Mensen drogen uit, verzwakken en snakken naar water.
7:25
En alle Egyptenaren moesten in de omgeving van de Nijl naar water graven, omdat ze uit de rivier niet meer drinken konden.
2:4
 
 
4:1
 
 
2:13
Veel doden zijn begraven in de rivier.
Elk dood persoon is een goed-geboren (Egyptisch) persoon.
Overal mannen die hun broers in de grond stoppen.
12:29
 
12:30
De eerstgeborene in elk Egyptisch gezin stierf.
Er was niet één huis waar geen doden waren. Er was een groot huilen in Egypte.
3:10-13
Dat is ons water! Dat is onze blijdschap. Wat kunnen wij hieraan doen? Alles is ten gronde gericht.
7:21
En de rivier was volledig bedekt met en stonk naar rottend vis.
5:5
Alle dieren, hun harten huilen. Het vee schreeuwt het uit.
9:1-7
De machtige hand van YHWH zal een dodelijke plaag sturen die al uw vee zal doden.
2:10
Poorten, zuilen, pilaren en muren worden verteerd door vuur.
9:23-25
En de bliksemschichten doorkliefden de hemel. En er was hagel, en er was vuur vermengd met de hagel.
6:3
5:12
 
 
 
 
3:3
 
 
4:11
 
5:2
Graan is overal vernietigd.
Alles is vernietigd wat er gisteren nog was. Het land is volledig aan zijn lot overgelaten.
Huisvrouwen klagen: hadden we maar iets te eten!
Bomen zijn geveld en struiken zijn kaal.
Magnaten zijn hongerig en gaan ten onder.
9:25
10:15
En de hagel doorploegde het veld en vernietigde alle oogst.
Er bleef geen enkel groen over, in de bomen, kruiden, specerijen noch in het veld, in heel Egypte.
9:11
Het land is zonder licht.
10: 21-29
Het werd aardedonker in het land, drie dagen lang. Gedurende die tijd kon niemand een hand voor ogen zien en zelfs niet opstaan om iets te doen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA