Dagelijks archief: februari 18, 2025

Cinnaber

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Cinnaber, of cinnabariet, is een kwiksulfide. Het mineraal wordt sinds de Oudheid gebruikt als erts om kwik uit te winnen. Het mineraal vormt grote kristallen die diep vermiljoen tot baksteenrood van kleur zijn. Kleine kristallen kunnen licht doorschijnend zijn.

Cinnaber heeft een helderrode streepkleur en een volkomen splijting volgens kristalvlak [1010]. Het kristalstelsel is trigonaal, de dichtheid is met 8,1 hoog. De hardheid is 2 tot 2,5. Cinnaber is niet radioactief. Cinnaber is giftig omdat het kwik bevat. Het kan dus beter niet op de huid gedragen worden en na aanraking moeten de handen gewassen worden.

.

.

.

.

Etymologie

.

Het woord cinnaber betekende oorspronkelijk vermiljoen en is afkomstig uit het Perzisch (shangarf). Het heeft onze taal bereikt via het Grieks, het Latijn en het Frans.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Cinnaber komt vooral voor in hydrothermale aders van lage temperatuur. De typelocatie en lang een belangrijke vindplaats van kwik als erts is Almadén, Spanje, waar het reeds door de Kelten werd ontgonnen. Cinnaber wordt nog gevonden in Italië, Slovenië, het Midden-Oosten, China, Japan en Midden-Amerika.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: HgS

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 8,2

.

.

.

.

Cinnaber
Cinnabar.jpg
Mineraal
Chemische formule HgS
Kleur rood tot bruinrood, loodgrijs
Streepkleur purper
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 8090 kg/m³
Glans diamantglans tot metaalglans
Splijting volkomen volgens [1010]
Habitus massief, korrelig, romboëdrisch of dik tabulair
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Bijzondere kenmerken belangrijkste kwikerts, vanaf 344 °C wordt cinnaber omgezet tot metacinnaber

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Tektiet, woestijnglas

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

 

Algemene informatie

.

Tektiet is natuurlijk ontstaan glas bij hoge temperaturen door meteoorinslagen en geothermische activiteit. Moldaviet is een zeldzame, groene variant. Libisch goud tektiet, ook wel Libisch woestijnglas genoemd, is een gele variant die voornamelijk wordt gevonden op nabij de grens van Libië en Egypte.

.

.

.

.

tektiet

.

.

 

moldaviet

.

.

Libisch woestijnglas

.

.

Vindplaats

.

Tektiet wordt o.a. gevonden in Tsjechië, de Filipijnen en het Midden-Oosten.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: SiO2 + Al,Ca,Fe,K,Na

hardheid: 5,5

dichtheid: 2,4

.

.

.

.

moldaviet

.

.

.

.

Libisch woestijnglas

.

.

.

.

.

.

 

 

Zwanenbloem : Saponaria officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

butomusumbellatus2

 

 

Goed te herkennen aan
– de schermvormige bloeiwijze met roze bloemen
– op lange bladerloze stengels
– aan of in ondiep, voedselrijk water

 

 

zwanenbloem-090802-241

 

 

 

Algemeen

 

Zwanenbloem is een overblijvende moeras- en oeverplant, die groeit in en aan ondiep, voedselrijk water in sloten, vaarten en afwateringskanalen. Ze wordt 30 tot 150 cm hoog. Ze is algemeen voorkomend en is wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zwanenbloem bloeit vanaf juni tot en met september met roze of witte, donker geaderde bloemen, die in een schermvormige bloeiwijze aan het einde van een bladerloze stengel staan. Aan de sierlijke vorm van de stijlen dankt ze haar naam. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen, de buitenste wat korter en smaller dan de binnenste. Na de bloei sluiten de bloemdekbladen zich om de rijpende vruchten. Zwanenbloem is protandrisch, dat wil zeggen dat de stampers pas gaan rijpen als de meeldraden uitgebloeid zijn. Op deze manier voorkomt de bloem zelfbestuiving.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

zwanenbloemfamilie (Butomaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– roze
– vanaf juni t/m september
– schermvormige tros
– 1,6 tot 2,6 cm
– stervormig
– 6 bloemdekbladen
– 9 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– wortelstandig
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top afgerond
– rand gaaf
– parallelnervig
– in doorsnede driehoekig
– vaak bovenaan gedraaid

Stengel
– rechtop
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zompvergeet-me-nietje : Myosotis laxa subsp. cespitosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_7443-gr-zompvergeet-me-nietje

 

 

Goed te herkennen aan
– de “trosjes” kleine (2 tot 5 mm) helder blauwe bloemetjes en
– de met aanliggende haren bedekte kelkbladen en
– de tot ongeveer de helft ingesneden vruchtkelk

 

 

zompvergeet-me-nietje

 

 

 

Algemeen

 

Zompvergeet-me-nietje is een eenjarige (soms overblijvende) plant, die groeit op open, natte, zomers droog- vallende grond in greppels, moerassige graslanden, venen en slootkanten. Ze wordt (10) 15 tot 45 (100) cm en is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zompvergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot en met augustus. De kleine bloemetjes zijn helder blauw. Het hart wordt gevormd door gele keelschubben. In de knop zijn de bloemen roze. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schicht aan het einde van de stengels en zijstengels. Tijdens de bloeitijd ontrolt de schicht zich en wordt de bloeistengel langer, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de open kelk.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig (soms overblijvend)
– algemeen tot zeldzaam
– (10) 15 tot 45 (100) cm

Bloem
– helder blauw
– vanaf mei t/m augustus
– schicht
– stervormig
– 2 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– aanliggend behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA