Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
Psalm 32 • Blessed is the one whose transgression is forgiven
.
Psalmen 32 . Gezegend is hij wiens overtreding is vergeven
.
Paul LeBoutillier
.


.










Onbekend maakt onbemind, geldt zeker voor nogal wat mensen. Immers, wat je niet kent is nieuw, anders en kan je uit je comfort zone halen. Maar je kunt iets dergelijks ook altijd van een andere kant bekijken en proberen er nieuws uit te halen wat goed voor je is, wat lekker voelt en je plezier brengt. Het is maar net hoe je er in zit als mens. Feit is wel, dat je yoga regelmatig toe moet passen om er een gevoel bij te krijgen én te ervaren wat het voor je lichaam en geest doet.
Als je er serieus aan begint wordt het een manier van leven en is daarmee meer dan slechts bewegen. Dat wil overigens niet zeggen dat je als een volleerde yogi moet gaan leven, maar er zijn zoveel facetten aan yoga dat deze als een soort vanzelfsprekendheid onderdeel uit gaan maken van je leven. Het gaat enig moment als vanzelf.
.
Mogelijk de bekendste van allen is de ademhaling. Als je aan yoga doet, word je bewust gemaakt van verschillende facetten van je lichaam, maar de belangrijkste en een soort basis is de ademhaling. Veel mensen zitten als het ware in hun hoofd en daar is min of meer de ademhaling met het bovenlichaam aan gekoppeld.
Als je diep ademhaalt en komt je borstkas meestal naar voren. Maar buikademhaling levert je behalve meer zuurstof ook meer “contact” met je lichaam. Doe het maar eens een aantal keren heel bewust (laat je buik dus opbollen tijdens je ademhaling), je merkt direct het verschil. Als je actief met yoga wordt, kan de buikademhaling een soort automatisme worden.
Er zijn verschillende vormen van yoga, maar yoga kan je zeker ontspanning brengen terwijl je toch actief bezig bent. Yoga brengt geest en lichaam dicht bij elkaar en als je in balans bent voel je je beter. Bovendien maak je met bewegen endorfine aan. Dit is wat men ook wel het “gelukshormoon” noemt en cortisol, het stresshormoon, daalt hierdoor. Dit maakt dat je je prettig ontspannen gaat voelen.
Om yoga goed te doen, moet je je concentreren. Dit is in het begin niet eenvoudig en maakt helaas dat er ook mensen afhaken in deze fase. Teveel “gedoe”. Echter, als je het volhoudt helpt yoga je ook je concentratievermogen te vergroten. Je focus wordt scherper en dit kan je vervolgens weer doorvoeren in je dagelijks leven. Dit gaat overigens meestal niet als een bewust proces, maar je ervaart het enig moment gewoon zo.
.
We hebben er de mond over vol, we moeten in het Nu leven. Terecht overigens, want de mens is altijd op weg. Op weg naar dat mooie doel en vergeet niet zelden te genieten van het moment dat je richting dat mooie doel gaat. Geniet dus ook van die reis er naar toe en laat het dagelijks leven je ook gewoon eens overkomen. Door die balans te ervaren en je focus te vergroten dat je ieder moment van de dag kunt genieten van de zaken om je heen. Het komt eigenlijk echt binnen.
Sommige mensen zijn uitermate gedisciplineerd en sommige mensen helemaal niet. Maar hoe het ook bekeken wordt, als je serieus aan yoga doet en het als manier van leven oppakt, komt er automatisch een vorm van discipline in je leven. Maar het voelt alleen zo niet, je ervaart het vanuit een ontspannen manier van leven en dat is feitelijk de kunst van discipline. Het moeten geen “moetjes” zijn, dan kan discipline tegen je gaan werken en wordt het sleur en kan je zelfs frustreren.
Er zijn nog veel meer redenen te bedenken waarom yoga goed voor je is, maar als je al interesse hebt moet je het misschien maar gewoon eens proberen. Volg een proefles bij een goede yogaleraar en ervaar hoe je er na een uur uitkomt. Wat nu als je dit prettige gevoel, wat vanuit ervaring gezegd kan worden, altijd gevoeld kan worden? Het kan met yoga, gewoon een manier van leven die je verrijkt.
.
.
.
.
.
Hildegard schreef het boek Liber Vitae Meritorum tussen 1158 en 1163. Het is een belangrijke schakel tussen Hildegards eerste werk, Scivias, en het Liber divinorum operum. Hildegard gaat hierin namelijk via uiteenzettingen over de heilsgeschiedenis, de zin van het leven en het streven van de mens naar eeuwig heil over naar het ontvouwen van haar kosmologische visie op wereld, mens, micro- en macrokosmos en de verhoudingen hiertussen. Geen enkel afschrift werd gedocumenteerd, wat misschien te verklaren is door de mindere bekendheid van het werk.
‘Aan het begin van mijn eenenzestigste levensjaar, dus in het jaar 1158 na de menswording van de Heer, toen de apostolische stoel bedreigd werd en keizer Frederik het Roomse Rijk bestierde, toen hoorde ik een stem uit de hemel tot mij spreken: Jij die van kindsbeen af door de Geest van de Heer niet op lichamelijke, maar op geestelijke wijze onderwezen bent in het zuivere waarnemen, verkondig nu dat wat je hoort en ziet.
Want vanaf het begin van je visioen worden je enkele beelden als het ware zo vloeibaar als melk getoond; andere worden je als een verkwikkende, licht verteerbare spijs aangeboden en weer andere worden jou als vast en volvet voedsel opgediend. Schrijf dus wederom zoals ik het wil en niet zoals je het zelf zou willen!
En ik begon te schrijven zoals een zeker man getuigen kan, die ik, zoals ik reeds in vroegere visioenen heb gezegd, in het geheim gezocht en gevonden had, en zoals ook een zeker meisje getuigen kan, dat mij zo behulpzaam was. En wederom hoorde ik de hemelse stem die tot mij sprak en mij als volgt onderwees.’
De man van wie sprake is, is uiteraard de monnik Volmar, met wie zij steeds samen haar werken neerschreef. Het meisje is niet Richardis, want die is dan al gestorven. Kennelijk heeft Hildegard een nieuwe secretaresse. Het Liber Vitae Meritorum behandelt een groot aantal deugdenopposities, paren van deugden en ondeugden. Het Latijnse woord voor deugd is virtus. Dit woord wordt ook vertaald met ‘kracht’. Deugd en kracht zijn dus semantisch verwant. Wie deugdzaam leeft, is sterk.
De middeleeuwse deugdenleer wordt gekenmerkt door de vier zogenaamde kardinale deugden: de prudentia (de bezonnenheid), iustitia (de rechtvaardigheid), temperantia (de gematigdheid) en fortitudo (de moed). Deze deugden zijn van klassieke oorsprong en het eerst geformuleerd door Plato. (Pansters 2007, 12). In Hildegard haar tijd waren deze deugden min of meer vanzelf onderdeel van het collectieve morele bewustzijn.
Die christelijke deugdenleer wordt gedomineerd door de drie theologische deugden: fides, spes, charitas (geloof, hoop en liefde). Deze zijn expliciet geformuleerd door Paulus in zijn brief aan de Korinthiërs (1Kor:13,13). In vrijwel alle brieven van Hildegard komen een of meer van deze theologische deugden voor. Hildegard eindigde heel vaak met de fortitudo-wens: wees moedig en sterk in de strijd.
Ze veroordeelde dikwijls het gebrek aan prudentia, bijvoorbeeld het onbezonnen gedrag van de priesters, dat bovendien dikwijls ook nog gekenmerkt werd door de hebzucht, en dat is het tegenovergestelde van de temperantia. Uiteraard waren ook de theologische deugden dikwijls direct of indirect onderwerp van haar geschriften. Kortom, Hildegard voegde zich in eerste instantie in het deugdenschema van haar tijd. We herkennen dat ook in het Liber Vitae Meritorum.
.
.
Hildegard tekent in haar LVM eerst een grote, heldhaftige, goddelijke gestalte die zich uitstrekt van de ultieme hoogte tot de uiterste diepte. Dat is haar favoriete voorstelling van de kosmische dominantie van de godheid, de oneindigheid van God in Zijn alomvattende bereik. God verbindt het universum en de peilloos diepe afgrond, te midden waarvan de aarde en de mens zich bevinden.
De goddelijke man wordt vervolgens door Hildegard in al zijn grootsheid minutieus beschreven. Voor zijn mond bevindt zich een helderwitte wolk waar de man in blaast en terwijl hij dat doet ontstaan er drie nieuwe wolken: een vuurwolk, een donkere onstuimige wolk en een schitterend witte wolk.
.
De vuurwolk symboliseert de eenheid van de positief op elkaar en op God gerichte levende wezens; zij voelen door hun deugdzaamheid een innige verwantschap met elkaar en met God. De donkere, woeste wolk bevat de zondige zielen die door hun ijdele, eenzijdige gerichtheid God niet meer zien. En in de helderwitte wolk bevinden zich de zon en de maan die alles verlichten. Als zodanig is deze wolk een zinnebeeld van de menswording van Christus.
Het werk is verdeeld in zes delen en in de eerste vier delen keert de gestalte zich achtereenvolgens naar het oosten en het zuiden, naar het westen en het noorden, naar het noorden en het oosten en naar het zuiden en het westen. In het vijfde deel draait de man volledig rond van windrichting naar windrichting om tenslotte in deel zes alle zones en zichzelf tegelijkertijd in beweging te zetten.
In alle delen vinden discussies plaats tussen de deugden en hun opponerende zonden. Eigenlijk is dit hele boek een literair-visionaire weergave van de strijd tussen het het Goede en het duivelse kwaad. Hildegard behandelt vijfendertig deugd-zonde opposities, waarvan hier de drie theologale deugden:
één van de vier kardinale deugden, de fortitudo, tegenover de indolentie en tot slot bespreken we de visie van Hildegard op de onkuisheid.
Hier begint het boek over de Deugden en de Zonden, uit het Levende Licht openbaar gemaakt door een eenvoudig mens. (…).
.
.
De eerste gestalte had de vorm van een mens en hij was zwart als een neger, en hij was naakt, en met zijn armen en met zijn onderbenen omklemde hij een boom onder zijn takken, waaruit de mooiste bloesems ontsproten. En met zijn handen trok hij die bloemen naar zich toe en hij zei: Ik houd alle koninkrijken ter wereld vast in hun bloemenpracht.
En waarom zou ik verdorren, nu ik vol zit met al die groenkracht? Waarom zou ik leven als een grijsaard, terwijl ik bloei zoals de jeugd? Waarom zou ik het prachtige zien van de ogen met blindheid omfloersen? Als ik zo zou doen, zou ik me moeten schamen. Zolang als ik kan genieten van de schoonheid van deze wereld, zal ik dat vrolijk doen. Een ander leven is mij onbekend en ik ontken de praatjes die ik erover hoor.
En toen hij dat zei verdorde de hiervoor genoemde boom tot aan de wortel en hijzelf verdween in de hierboven genoemde duisternis en het beeld vervaagde er totaal door. En ik hoorde uit de donkere wolk een stem die aan deze gestalte zei: Je bent ongelooflijk dom, als je denkt in een vonk van de as reeds het volle leven te bezitten; en je zoekt niet dat leven, dat in de schoonheid van de jeugd nooit verdort en dat ook in de ouderdom nimmer teloor gaat.
Jij mist ook alle licht en je bevindt je in een zwarte duisternis en je bent in het menselijk verlangen verstrikt geraakt als een worm. En je leeft als het ware maar een enkel moment, om vervolgens als hooi te verdorren en zo val je in het meer des verderfs. En daar zal je eindigen met al de omarmingen van die dingen die je in je huidige situatie nu ‘bloesems’ noemt.
Ik echter ben de zuil van de hemelse harmonie en ik leg me toe op álle levensvreugde. Ik wijs het leven niet af, en alles wat schadelijk is, versmaad ik, zoals ik jou ook veracht. Ik ben voor alle deugden een spiegel, waarin elke gelovige zich helder bekijken kan. Jij echter bewandelt nachtelijke paden, en je handen doen de verkeerde dingen. (LVM, I, 14)
Hildegard waarschuwt in dit fragment de lezer voor een beperkte, hedonistische levensopvatting. Wie alleen uit is op kortstondig genieten, doet de verkeerde dingen en zal uiteindelijk alle groenkracht en zichzelf verliezen. Wie echter de hemelse liefde bezit, richt zich op alle deugden en zal de hemelse harmonie rotsvast, als een zuil, dus voor altijd, ervaren.
De tijdelijke zelfgenoegzaamheid moet plaatsmaken voor de blijvende hemelse liefde, die verder gaat dan de kortstondige bevrediging van zintuiglijke verlangens. De nu volgende dialoog tussen geloof en ongeloof uit deel drie van Liber Vitae Meritorum is oppositioneel geformuleerd. Vooral dat wat gezegd wordt door het ongeloof doet opmerkelijk eigentijds aan.
Ook heden ten dage woedt in filosofenland weer de strijd tussen geloof en ongeloof, toegespitst op de vraag hoe het toch mogelijk is dat weldenkende wetenschappers nog in God geloven, alsof er nooit een Verlichting is geweest. Welnu, Hildegard heeft – al ver voor de Verlichting – een antwoord gegeven. Eerst geven we de vertaling van het visionaire beeld en de woorden van het ongeloof en vervolgens van het antwoord van het geloof.
.
.
En de vijfde gestalte had de vorm van een mens zonder hoofd en van de knieën tot de voetzolen was hij in duisternis gehuld. En op de plek van zijn hoofd was niets te zien, behalve dat die plek overal vol zat met zwarte ogen; tussen die ogen zat er één, zo leek het, op zijn voorhoofd en dat oog flikkerde soms als een fonkelend vuur. De rechterhand had hij op zijn borst gelegd, in de linkerhand hield hij een staf en hij had een zwarte mantel omgeslagen. En hij zei: Een ander leven ken ik niet dan dit hier, dat ik kan zien, en voelen en aanraken.
Wat heeft een leven dat niet zeker is, mij dan te bieden? Van dit leven kan ik zeggen: Het is er of het is er niet. En hoe ik ook zoek en uitzoek en rondkijk, en luister en wetenschap bedrijf, ik vind niets anders. Als ik dan soms iets wat de natuur mij toont, opmerk en dat te baat neem, zou mij dat dan schaden? Ik bewandel nimmer paden, en ik bedrijf geen wetenschap in gebieden die ik niet goed ken.
Want als ik wil vliegen op de vleugels van de winden, dan zal ik ter aarde neerstorten; of als ik de zon of de maan vraag wat ik moet doen, dan zullen zij mij weinig antwoorden; en mocht mij iets ter ore komen, dan weet ik niet of het mij van nut zal zijn of zal schaden. Ik weet immers niets over wat mij zoal wordt voorgespiegeld; alleen als ik het zie, dan weet ik het.
Ik hoor ook veel heil voorspellende verhalen en veel preken en veel doctrines die ik niet begrijp en daarom zal ik dat doen wat mij het meest van nut zal zijn. En wederom hoorde ik uit de donderwolk de stem die een antwoord gaf aan deze gestalte: O wat ben je toch een gemeen stuk vreten, je bent een list van de duivel die in zijn borst alles wat rechtvaardig is, verloochent. Je geeft te kennen net zo te zijn als die borst van hem.
Want de stellingen van jouw denken nijgen naar de duivel, die aan jouw rechterkant staat; daarom zijn ook jouw ogen zo verduisterd dat je niet kunt zien de weg van jouw heil die opstijgt ten hemel. Je bent nacht en zo samengedrukt dat rechts op links valt. Je rechterkant drukt je immers te neer en hierdoor is jouw opstijging roemrijk, omdat het slechte geweten de dienstmaagd van het goede wordt genoemd.
Deze wil echter niet als de dienstmaagd dienen, zoals ook de domina de onderdanige diensten van de dienstmaagd niet zal uitvoeren: en daarom heeft zij een eerbiedwaardige naam, en wordt zij domina genoemd. Jij echter gaat voort als een veroordeelde, omdat je het vonnis van de rechters over je hebt afgeroepen, omdat je alles ontvlucht wat in je geloof licht zou kunnen worden.
Jouw ‘verstandige geredeneer’ leidt bij de mensen die jij bedriegt steeds tot zonde, omdat je niet wilt wandelen op de weg van de bonafide leermeesters. Ik echter prijs God samen met de engelen in geloof, omdat ik alles wil wat van God is. Met de cherubijn schrijf ik alle geboden op die Hij uitvaardigt en die hij bij God ziet.
En zo beslis ik ook door de profeten en door de wijzen en door de geleerden over alle dingen. Alle koninkrijken ter wereld gezamenlijk schitteren in mij door de gerechtigheid van God; want ik ben een spiegel van God, omdat ik ook in alle voorschriften van God stralend te zien ben.
Aldus spreken ongeloof en geloof. Het fragment begint met de sinistere tekening van het ongeloof in de vorm van een in het zwart gehulde manspersoon die op het eerste gezicht doet denken aan een hoofdpersoon uit een eigentijds derderangs horrorverhaal: allemaal zwarte ogen en één oog dat, op zijn voorhoofd, als het ware bliksemend oplicht. Je kunt erbij griezelen.
En dat is nu precies de bedoeling van Hildegard. De griezel is het symbool van het ongeloof. Hij lijkt veel ogen te bezitten. En dat middeleeuwse beeld kennen we ook uit het werk van Hildegard waar ogen wijzen op wijsheid. Denken we maar aan het visioen uit Scivias. In dat visioen was God volledig met ogen bezaaid. God als zetel van de Wijsheid, de Sapientia.
Maar de ogen van deze figuur zijn zwart en zij zijn als zodanig dus geen tekenen van het licht, maar van de duisternis; de figuur kan er, in zijn ongeloof, niet mee zien. Er is slechts één oog dat af en toe wat flikkerend oplicht en dat weliswaar iets kan zien. Het oog kan kennelijk niet het ware en het goede onderscheiden omdat het niet het licht van het geloof in zich heeft.
De cycloopachtige figuur is een rationalist, een ongelovige thomas, die alleen in dat gelooft dat hij met zijn zintuigen kan waarnemen. Hij moet kunnen aanraken, voelen en zien en zal nimmer aanvaarden dat het goddelijke de wereld overstijgt.
De in het zwart geklede griezel doet met zijn staf ook denken aan de duivel en aan de dood en hij wordt door het geloof uitgemaakt voor al wat mooi en lelijk is. Hij verwerpt de signalen van zijn geweten, dat immers de mens de paden naar het goede zou moeten wijzen. Hij blijft in de duisternis van het ongeloof omdat hij ervan uitgaat dat het denkvermogen van de mens alleen zaligmakend is, terwijl dat slechts één aspect is van het menselijk deel van de ziel.
Hildegard wijst erop dat geloven betekent dat de mens moet vertrouwen in de Schrift, in het Woord van God. Wie leeft en streeft volgens Zijn geboden en voorschriften zal in het licht mogen leven en verwachtingsvol mogen sterven.
Hildegard speelt in deze tekst met de antithese licht en donker. Wie het hemelse licht wil ervaren zal de duisternis van de werkelijkheid moeten trotseren en zal moeten durven loslaten. De gelovige gaat op zoek naar het licht van de Eeuwige achter de duisternis en wordt daarbij geleid door de engelen, de profeten en de priesters van de goede soort.
Wie God wil zien, aanraken en ervaren zal het dwaallicht van de menselijke rationaliteit moeten loslaten en daar is durf voor nodig. Het woord dat Hildegard gebruikt voor geloof is ‘fides’ wat samenhangt met het werkwoord ‘fidere’ dat ‘vertrouwen’ betekent. Hildegard plaatst God in de vertrouwenspositie, omdat zij gelooft dat God Zijn Woord gestand doet. Zij heeft het gedurfd door de duisternis heen te vechten en daardoor ervaart zij het Levende Licht.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
pasteltekening van John Astria
.
.
De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.
.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten.
Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen.
Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
.
.
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,
voel de vreugde in deze tijd, voel de vreugde en de kracht van het vuurteken. Voel de vreugde en de kracht van de verbondenheid die dit alles brengt. Want het Feest van Imbolc staat al reeds vanuit de oudheid gekend als een feest dat in het teken staat van het vuurteken. En in de vernieuwing van het vuurteken werd het oude vuurteken gedoofd zodanig dat een nieuwe geboorte, het nieuwe vuurteken zal inluiden. Want ieder vuurteken mag opnieuw geboren worden met een brandstof voor de nieuwe tijd.
Want ieder jaar luidt een nieuwe tijd, een nieuwe energie en nieuwe kansen in. Ook in deze tijd is dit het geval en zeker, zeker met name in dit jaar komt de Imbolc energie zeer dicht naar de aarde maar vooral ook vanuit de aarde. Want Imbolc betekent in de buik. En in de buik van de kosmische baarmoeder is ook de aarde aanwezig. En in de buik van de aarde is het krachtig oervuur aanwezig. Het oervuur waaruit de kracht van Moeder Aarde en de natuur is ontstaan en blijft bestaan.
Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,
voel dan ook dat in deze tijd de kracht in alles terug zal toenemen. Dat ook de natuurkracht terug haar evenwicht en balans vindt en dat het vuurteken in de Imbolc energie voor de mensheid in het teken staat van bezieling, van inspiratie maar ook van wedergeboorte. De wedergeboorte vanuit de geesteskracht, de wedergeboorte vanuit het zelfbesef, de wedergeboorte vanuit een hoger bewustzijn maar vooral ook vanuit het hoger voelen, het Hoger-Zijn. Het logïsch denken is bijzonder in deze tijd aanwezig.
Voel dan ook dat vele zielen, vele mensen verbonden worden met het grote vreugdevuur dat de komende 3 dagen en nachten in de etherische sfeer van de aarde zal branden. En dit vreugdevuur is werkelijk een zeer hoge spirituele frequentie. Het is een vuur dat zuivert maar het is vooral ook een vreugdevuur dat verbindt, dat vreugde brengt. Dat werkelijk warmte en verbondenheid brengt. En daarom ook dat Ik ieder vraag om zich de komende 3 dagen met dit vreugdevuur te verbinden.
Het zal u verwarmen. Het zal u in uw bezieling en in uw aspiraties brengen. Het zal u terug in uw dromen brengen. Want het is belangrijk dat de mensheid telkens opnieuw durft dromen. Soms terug oude dromen, soms nieuwe dromen maar durven dromen is belangrijk. Door ervan te dromen en te visualiseren brengt u het in uw eigen etherisch veld tot stand. En datgene wat u in uw eigen etherisch veld tot stand brengt, kan en mag zich ook manifesteren in het leven.
Vandaar dat het altijd zo belangrijk is geweest om te beseffen wat u denkt en wat u voelt. Want wanneer u denken en voelen samen plaatst op één lijn en u kunt zich voorstellen wat er dan gebeurt, zult u het ook gaan manifesteren in uw leven. Vandaar de kracht van positiviteit die altijd zo belangrijk is geweest. Maar in deze tijd opent zich een nieuwe dimensie, namelijk de dimensie om te komen tot waar zelfbesef en te komen tot het beseffen van uw eigen Hoger-Zijn.
En dit is werkelijk een andere staat van zijn dan u tot nu toe gewend bent. Daarom is het zo belangrijk om te blijven dromen van deze hogere staat van zijn. Ook al zullen velen dit nog bestempelen als fantasie. Het is belangrijk dat men het bewustzijn durft te verruimen voor nieuwe mogelijkheden, voor grootse potenties. Want de mensheid is tot meer, veel meer in staat dan men wel denkt.
.
Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,
.
op dit moment is dan ook werkelijk dit groeiproces in geesteskracht in gang gezet. Het is werkelijk een zeer grote verandering. Het heeft niets met fantasie te maken maar wel dat de mensheid komt tot eigen mogelijkheden. Mogelijkheden waarvan men als mens niet dacht dat het kon. Het is werkelijk groeien in bewustzijn. En het groeien in bewustzijn kunt u vergelijken zoals de mens opgroeit als kind. Wanneer een pasgeboren baby in de ruimte met mama aanwezig is, zal het kind gefixeerd zijn op de mama en beseft het.
Maar wanneer de moeder de ruimte verlaat, is voor de baby de moeder ook werkelijk weg. Want het kind, het kleine kind, een baby of een peuter beseffen nog niet dat er nog een andere ruimte zou zijn dan de ruimte waarin het kind zich bevindt. En naarmate het kind groeit en ouder wordt en leert in de ontwikkeling, gaat het kind merken dat de moeder toch terugkomt vanuit andere ruimtes. Eerst is dit vanuit kamerniveau, vanuit huiselijk niveau en dan gaat het kind naar schoolniveau.
Ook dan is het dikwijls een grote stap want het kind beseft niet dat wanneer het huilt of roept dat mama niet onmiddellijk terugkomt. Dit alles kan beangstigend zijn. Dit alles kan voor het kind werkelijk zeer vermoeiend en beangstigend zijn want telkens wordt het geconfronteerd met de angst dat de moeder of de vader niet terug zal komen.
Dit gebeurt en zo groeit het kind in de ontwikkeling en gaat het kind besef krijgen van meer ruimtes. Zo gaat het kind besef krijgen van tijd en zo verder maar ook van het wederkerende effect. Zo groeit men als kind in het mens-zijn, in het bewust worden van ruimtes en het terugkerende effect en dat het goed is.
.
Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,
.
in deze tijd is het zo dat men ook vanuit de geesteskracht op deze manier bijzonder sterk groeit. En iedere keer men een nieuwe fase doorgaat zoals het kind doet wanneer het wisselt van ruimtes en van scholen, wanneer het wisselt van werkzaamheden, is dit ook in de geest het geval. In deze tijd bent u dus ook werkelijk aan het wisselen van het ene ruimtebesef naar het andere, van het ene dimensiebesef naar het andere. En net zoals het kind het als beangstigend kan ervaren wanneer het de ouders niet onmiddellijk kan zien of kan aanraken, kan dit ook in de geest zo zijn.
Want men is zo lang gewend om op een bepaalde manier te denken en te geloven. Om werkelijk als het ware in vakjes te denken, te reageren of emoties te plaatsen. Nu komt men in een fase van evolutie waarin men als het ware out of the box gaat denken en voelen. De energieën in deze tijd activeren dit ook. En men groeit in deze tijd dan ook snel in geesteskracht. Het is dit groeien van bewustzijn dat het bewustzijn ook enorm zal verruimen omdat men meer inzicht krijgt in tijd en ruimte.
Omdat men meer inzicht krijgt in het mens-zijn en in de mogelijkheden van het mens-zijn. En het is dan ook belangrijk dat men de angsten durft overwinnen om zo te blijven groeien. Te blijven groeien in kracht, in geesteskracht maar ook in de mogelijkheden van het mens-zijn. Want het mens-zijn is meesterlijk-zijn en wanneer men gaat begrijpen wat het meesterlijk bewustzijn betekent, gaat men ook begrijpen wat men vanuit dit meesterlijk zijn kan doen.
.
Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,
voel dan ook werkelijk de zegening in deze tijd want het is een vreugde en een zegening op aarde ook wanneer velen het niet op deze manier bemerken of voelen. Vandaar dat Ik werkelijk naar u toe kom in het teken van Imbolc, in het teken van de vuurenergie. Want velen hebben op dit moment behoefte aan het vuurteken zodanig dat het leven zich weer mag vernieuwen. Men wist dit vanuit oude tijden en vanuit oude gnosis en vandaar dat dit zoveel mogelijk levend is gehouden.
Dikwijls onder andere vormen maar men heeft het levend gehouden. En het is belangrijk dat dit alles weer tot de traditie gaat behoren. Want in deze tijd, wanneer in uw cultuur de winter gaat plaatsmaken voor de lente, hebben mensen werkelijk behoefte aan een extra boost van energie. Zeker wanneer de winter donker en bewolkt is geweest. Wanneer het zonlicht is weggebleven, voelt men dit werkelijk in lichaam en in geest.
Men voelt dit dikwijls als bezwarend voor het lichaam maar ook dikwijls bezwarend vanuit emoties. Zeker wanneer men oude emotionele stukken gaat loslaten, is dit alles dubbel zo zwaar. En men gaat oude emotionele stukken loslaten die vooral en met name betrekking hebben op het gevoel van machteloosheid en het gevoel van teleurstelling. En velen hebben dan ook gevoeld en ervaren dat soms de tranen spontaan in de ogen sprongen.
Dat soms de emoties spontaan naar voor kwamen, niet de overhand kregen, maar wel dat het spontaan opborrelde en dat men spontaan begon te huilen. Soms waren dit emoties die bij u behoorden en soms behoorden deze emoties bij het veld van de aarde. Want de aarde heeft veel teleurstelling gekend en vooral ook teleurstelling over de gevoelens van onmacht.
Want men heeft zich dikwijls onmachtig gevoeld wanneer men in liefde, in vrijheid, in eerlijkheid, in deelzaamheid wou samenleven. Men heeft zich dikwijls onmachtig gevoeld om bepaalde zaken te veranderen. Omdat het leven nu eenmaal was zoals het was of omdat anderen de wet dicteerden, de regels regeerden. Maar de verandering, de wind van verandering is onomkeerbaar op aarde aanwezig.
Vrijheid komt naar voor en men zal vrijheid werkelijk hoog in het vaandel dragen. Maar ook is het zo dat in dit jaar werkelijk het gevoel van kracht en macht zal regeren. In deze zin dat in de Godsvlam, de blauwe vlam van kracht en macht zal groeien en groeien in deze tijd. Want vele zielen kenden reeds een groot gevoel van liefde. Velen waren al ingewijd in de wijsheid maar men was dikwijls niet bij machte of bij de kracht om hier en nu snel en direct de veranderingen te brengen en men leefde dus eigenlijk onder het juk en het kruis van anderen.
Dit wordt in dit jaar voor een groot stuk rechtgetrokken en ook werkelijk omgebogen. En velen voelen dan ook dat uw blauwe vlam van macht en kracht naar voor komt en zal groeien en groeien. Zeker voor zij die reeds een grote roze vlam van liefde en een goudgele vlam van wijsheid in zich dragen. Ze zullen de kracht vinden. Ze zullen de macht hervinden om alles in het leven te gaan manifesteren. Dit staat in het teken van dit jaar om te komen tot zelfbesef, om te komen tot zelfwaardering en dit op hogere regionen.
Voel dan ook de zegening hierin want ook uw Godsvlam is een vuurteken. Het is verbonden vanuit uw hart maar het is ook verbonden met al uw chakra’s. Al uw chakra’s staan in verbondenheid met een bepaald licht, een bepaalde kleur en een vuurteken. En vooral in deze tijd en in de komende tijd zal het zonnevlechtcentrum enorm geactiveerd worden. Want dit is een krachtig centrum, een centrum verbonden met de zon en een centrum verbonden met levenskracht maar velen zijn ook angstig voor dit centrum.
Want vanuit dit centrum kan ook boosheid of kwaadheid naar voor komen. Dit kan wanneer het centrum niet in evenwicht is. Maar het grote vuurteken in deze tijd brengt zuivering en brengt evenwicht. En miljoenen lichtwerkers worden wereldwijd, de komende drie dagen en nachten, opgeroepen om samen te werken. Om samen te werken in het bekrachtigen van dit groot vreugdevuur dat drie dagen en drie nachten zeer intens in een zeer hoge frequentie in de atmosfeer van de aarde aanwezig zal zijn.
Het is een wedergeboorte. Het is de kracht van het vredevuur, het is de kracht van de warmte. Voel dan ook dat u op een ander niveau in het leven komt te staan, dat u klaar bent om uw levensenergie opnieuw te bezielen en om zo krachtig en machtig in het leven te komen staan.
Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,
reeds eeuwen en millennia lang komen zielen naar de aarde om te incarneren. Om hun wijsheid te blijven doorgeven. Om hun wijsheid opnieuw te herontdekken. Om hun liefdesvlam op aarde achter te laten en het liefdesverhaal te schrijven. En velen van u zijn dan ook werkelijk geïnspireerde zielen die in het leven van aardse energieën hebben gestaan en Ik ga u vragen om ook in de aardse energieën te blijven bestaan.
Want wanneer sommigen in deze tijd te snel banden verbreken met aardse zielen of aardse mensen zult u merken dat de kloof tussen spiritualiteit en aardse beleving groter wordt. Dit is niet ten voordele om de spiritualiteit en de geesteskracht op aarde neer te zetten. Het is juist de bedoeling dat de levensenergie, levensbalans en levenskracht wordt geplaatst in alle regionen van de aarde en het leven zelf. En Ik vraag u dan ook geef de moed en de kracht niet op.
Want u zult groeien in uw kracht en u zult voelen dat u meer en meer bij machte komt. Want velen van u zijn geïnspireerd in het teken van de zon en in het teken van de maan. En hoewel u ook dikwijls het gevoel heeft gehad dat u uitgelachen werd vanuit uw inspiratie of vanuit uw geloof zal dit in deze tijd zeer snel veranderen. Daarom Mijn geliefde broeders en zusters, voel hoe Ik uw hand neem en hoe Ik uw hand plaats in het teken van de maan en voel hoe de maan uw handpalm kust.
Voel hoe de maan u opneemt in Haar geborgenheid. Voel hoe de maan u licht geeft in de nacht. Voel hoe de maan licht schijnt zodat u uw weg vindt in de nacht. Voel hoe de maan u omhelst in haar zilverschijnend licht. In geborgenheid zodat u weet dat u veilig bent ook als het donker is. Want het licht is altijd aanwezig.
Want de maan heeft uw handpalm gekust. En morgenvroeg wanneer u wakker wordt, voelt u dat de zon uw huid streelt. En de zon zal u verwarmen. De zon zal u in geest en in lichaam verwarmen en uw energie opwekken. Want de zon staat in het teken van het gouden licht. En het gouden licht danst door uw haren en u voelt de zon kust uw wang, de zon streelt uw huid.
.
Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,
.
vertel dit verder. Zeg het verder en hoewel sommigen in eerste instantie misschien zullen lachen met de keuze van uw woorden, zult u toch merken dat zij geboeid zullen zijn door de keuze van uw woorden. Dat zij geboeid zullen zijn door het gezang in uw lied dat u erin naar voor brengt. Want het is een liefdeslied. Het is uw ode aan de zon en de maan die de oorsprong van het leven op aarde hebben beklonken. En die de mensheid helpen zowel in lichtfrequenties alsook in aardse frequenties.
Dus ook in de aardse frequentie zal men ontwaken. Want het teken van de zon en de maan groeien en bloeien werkelijk open. En u zult merken dat u de meest aardse personen zult bereiken. En wanneer u, in het donker van de nacht, goed kijkt naar de maan zult u zien dat vele handen gestrekt zijn naar de maan om haar aan te raken of in de hoop van een kus op hun handpalm. Sommige handen zijn gestrekt in zelfzekerheid want zij hebben de kus van de maan reeds gevoeld.
Maar u zult merken dat zeer veel onzekere handen verschijnen die een eerste poging wagen omdat ze geïnspireerd zijn door het lied van de zon en de maan, het odelied van de mensheid aan de natuurkrachten en de natuurwonderen. En ook zij zullen hun hand strekken naar de maan in de hoop de kus in de handpalm te ontvangen om zo deel uit te maken van de grote liefdesbron van het leven. Want iedereen wordt in deze tijd in verlangen aangewakkerd.
Het verlangen naar het liefdesplan, naar het liefdesverhaal, het liefdeslied groeit. Daarom blijf drom en u zult merken; het zal er komen, het zal er zijn en zo geschiedde het. Vanuit het oude oergevoel en vanuit de geboorte vanuit de buik groet Ik u allen want Ik raak u allen aan in uw etherisch veld op dit moment en dit om het licht en de vuurkracht in u terug te bekrachtigen. Want u bent prachtige, krachtige zielen in prachtige levens. U bent mooi als mens. U bent mooi als ziel en het is belangrijk dat u dit begrijpt.
En om u te helpen om eenvoudiger door deze tijd te gaan, schenk Ik u Mijn zegening en voel dan ook dat Ik uw etherisch veld aanraak want uw etherisch veld is verbonden met het etherisch veld van de aarde. En zo zult u werkelijk nieuwe levenskracht en nieuwe levensvreugde, levensenergie vinden in het teken van de Imbolc. Niet alleen nu maar alle jaren die komen. Voel dan ook werkelijk Mijn armen om u heen en de zegen die Ik u schenk vanuit de kracht van de buik, vanuit de kracht van de wedergeboorte, vanuit de kracht van het vuurteken.
Want het vuurteken is belangrijk. Voel de bezieling en de warmte die Ik u geef maar vooral ook; voel de kus van de maan in uw handpalm, voel de streling van de zon op uw huid want u bent een ingewijde wanneer u zonder aarzelen uw hand strekt om het te voelen. Voel dan ook de zegening erin. Voel de verbondenheid met allen die de kus op de handpalm hebben ervaren. Voel Mijn hand in uw hand, voel Mij werkelijk naast u staan want Ik groet u en Ik zegen u allen als uw Zuster Clara.
.
.