Tagarchief: blauw

Cordieriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Ioliet is de transparante variant van cordieriet. Het is een magnesium-aluminium-silicaat en behoort tot de cyclosilicaten. De kleur van ioliet kan zijn: grijs, blauw, violet, blauwpaars of gelig bruin. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een vettige glans.

De steen heeft een glasglans, een witte streepkleur en de splijting is slecht volgens het kristalvlak [010]. Cordieriet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,65 en de hardheid is 7. Het kristalstelsel is orthorombisch en het mineraal is niet radioactief.

De doorzichtige variant Ioliet wordt vaak gebruikt als edelsteen. De naam is afgeleid van het Griekse woord voor violet. Een andere naam is dichroiet dat in het Grieks “tweekleurige steen” betekent.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Cordieriet is genoemd naar de Franse geoloog P.L.A. Cordier (1777 – 1861)

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Cordieriet is een algemeen mineraal dat voorkomt in diverse stollings-, metamorfe- en pegmatische gesteenten. De typelocatie is Bodenmais in Duitsland. Ioliet wordt o.a. gevonden in Sri Lanka, Birma, Namibië, Brazilië, Tanzania en Madagascar.

 

 

 

.

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: (Mg1FE2+)2Al3(AlSi5O18)

hardheid: 7-7,5

dichtheid: 2,6-2,7

 

 

Cordieriet
Cordierite Italie.jpg
Mineraal
Chemische formule Mg2Al4Si5O18
Kleur Kleurloos, lichtblauw, violet, geel of grijs
Streepkleur Wit
Hardheid 7
Gemiddelde dichtheid 2,65 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Schelpvormig, ruw
Splijting Slecht, [010]
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Brekingsindices 1,522 – 1,578
Dubbele breking 0,0050
Pleochroïsme Zeer sterk, donkerviolet, lichtblauw, sterk trichroïsme, met het blote oog waarneembaar
Overige eigenschappen
Veredeling Niet bekend
Bijzondere kenmerken Kattenoogeffect, aventurentie, zelden asterisme

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copal / barnsteen of amber

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Barsteen, ook wel amber genoemd, is een fossiel hars van vele jaren oud. Copal is een jonge barnsteen variant. Barnsteen is meestal geel tot roodbruin van kleur maar kan ook groen, blauw en zwart zijn. De steen is doorschijnend tot opaak. Barnsteen is licht en breekbaar en kan makkelijk verward worden met kunststof. Er zijn verschillende manieren om barnsteen van kunststof te onderscheiden. Barnsteen smelt als er een lucifer bij gehouden wordt, het blijft drijven in een verzadigde zoutoplossing en het licht op onder een UV lamp. Kopal wordt vanouds gebruikt bij de bereiding van vernissen en lakken, en bovendien als ingrediënt van wierook.

 

 

 

 

 

Etymologie

.

Amber is afgeleid van het Arabische woord anbar = ambergrijs.

 

 

 

.

.

Vindplaats

.

 

De belangrijkste vindplaats van barnsteen is het Oostzeegebied. Daarnaast kan men de fossiele hars ook vinden in o.a. Denemarken, Dominicaanse republiek, Nederland, Syrië, Libanon, Thailand, Vietnam, Canada, de VS en Duitsland.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

.

 

samenstelling: bestaat uit de elementen C, O, H, en S

hardheid: 2-2,5

dichtheid: 1-1,1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijmereprijs : Veronica serpyllifolia

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de witte “ereprijs” bloemetjes met donker blauw-paarse lijntjes, die samen een tros vormen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Tijmereprijs is een overblijvend plantje van 5 tot 25 cm hoog. Ze is zeer algemeen en groeit op open plekken met vochtige, voedselrijke grond in weilanden, op open zandgrond, in gazons, op bospaden en in akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Tijmereprijs bloeit vanaf april tot in de herfst met kleine witte of blauwachtig witte bloemetjes. Zoals alle ereprijs bloemen hebben ze 2 meeldraden en 1 stijl. De bovenste en 2 zijdelingse kroonbladen zijn donker blauw-paars geaderd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen zijn er 23 wilde soorten bekend. Daarnaast zijn er ook nog een aantal soorten in cultuur. Er zijn vaste planten maar er zijn ook soorten die eenjarig zijn. Wereldwijd zijn meer dan 500 soorten bekend. Een ere-prijs is vaak goed als zodanig te herkennen, maar om vervolgens de soort te bepalen is lastiger.

 

 

 

 

 

Nederlandse naam Botanische naam
Aarereprijs Veronica spicata
Akkerereprijs Veronica agrestis
Beekpunge Veronica beccabunga
Blauwe waterereprijs Veronica anagallis-aquatica
Bosereprijs Veronica montana
Brede ereprijs Veronica austriaca subsp. teucrium
Doffe ereprijs Veronica opaca
Draadereprijs Veronica filiformis
Gewone ereprijs Veronica chamaedrys
Gladde ereprijs Veronica polita
Grote ereprijs Veronica persica
Handjesereprijs Veronica triphyllos
Kleine ereprijs Veronica verna
Klimopereprijs Veronica hederifolia
Lange ereprijs Veronica longifolia
Liggende ereprijs Veronica prostrata
Mannetjesereprijs Veronica officinalis
Rode waterereprijs Veronica catenata
Schildereprijs Veronica scutellata
Steentijmereprijs Veronica acinifolia
Tijmereprijs Veronica serpyllifolia
Veldereprijs Veronica arvensis
Vreemde ereprijs Veronica peregrina
Vroege ereprijs Veronica praecox

 

 

 

aarereprijs

 

 

 

 

 

akkerereprijs

 

 

 

 

 

beekpunge

 

 

 

 

 

blauwe waterereprijs

 

 

 

 

 

bosereprijs

 

 

 

 

 

brede ereprijs

 

 

 

 

 

doffe ereprijs

 

 

 

 

 

draadereprijs

 

 

 

 

gewone ereprijs

 

 

 

 

gladde ereprijs

 

 

 

 

grote ereprijs

 

 

 

 

 

handjesereprijs

 

 

 

 

 

kleine ereprijs

 

 

 

 

 

klimopereprijs

 

 

 

 

lange ereprijs

 

 

 

 

 

liggende ereprijs

 

 

 

 

 

mannetjesereprijs

 

 

 

 

 

rode waterereprijs

 

 

 

 

 

schilderereprijs

 

 

 

 

 

steentijmereprijs

 

 

 

 

 

tijmereprijs

 

 

 

 

 

veldereprijs

 

 

 

 

 

vreemde ereprijs

 

 

 

 

 

vroege ereprijs

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit of blauwachtig wit
– vanaf april tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 6 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf tot zwak gekarteld/getand
– voet afgerond
– netnervig

Stengel
– opstijgend en liggend
– kort behaard
– wortelend op de knopen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

Oosterse sterhyacint : Scilla siberica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– blauwe (zelden witte), knikkende, 6-tallige bloemen en
– de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oosterse sterhyacint is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa en Klein-Azië. Ze is zeldzaam en groeit op voedselrijke grond in loofbossen, vooral op buitenplaatsen. Ze behoort tot de stinsenplanten en is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oosterse sterhyacint bloeit in maart en april met blauwe, stervormige, knikkende bloemen, die alleen of met 2 tot 5, bij elkaar in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die vanaf de basis uiteen wijken en in het midden een donkere streep heb-ben. De bloemen van grote en kleine sneeuwroem zijn ook blauw en stervormig, maar de bloemdekbladen van die bloemen zijn aan de basis een klein stukje met elkaar vergroeid. Dat is goed zichtbaar aan de achterkant van de bloem.

 

 

 

 

 

Blad

 

Oosterse sterhyacint heeft 2 tot 4 breed lijnvormige bladeren met een gekapte spitse top. Na de bloei groeien de bladeren nog verder uit.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote en kleine sneeuwroem en vroege sterhyacint.

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart

 

 

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 25 cm

Bloem
– blauw, zelden wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 6 tot 14 mm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote ereprijs : Veronica persica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-Veronica-211006-800-1grote ererpijs

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote ereprijs bloemen op lange stelen in de bladoksels en
– de eironde bladeren groter dan 1 cm met diep gekartelde rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote ereprijs is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog.  De plant komt van nature voor in de Kaukasus en heeft zich van daaruit verder verspreid in Europa en Noord – Amerika. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen en groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, moestuinen en op mesthopen.

 

 

 

 

Bloemen

 

Grote ereprijs bloeit vanaf april tot de herfst met blauwe, donker geaderde bloemen, die in het hart wit zijn. Het onderste kroonblad is bleker van kleur of wit. De bloemen zijn 1 tot 1,5 cm breed.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De eironde bladeren zijn behaard, groter dan 1 cm en hebben een vrij diep getande rand.

 

 

266px-Veronica_persica_060403Cw big reprijs

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er komen 24 soorten ereprijs voor die men kan verdelen in 3 groepen:

1. ereprijs met bloemtrossen in de bladoksels
2. ereprijs met eindelingse bloemtrossen
3. ereprijs met 1 alleenstaande bloem in de bladoksels : tot deze groep behoort grote ereprijs.

 

 

 

 

 

 

De verschillen tussen grote ereprijs en draadereprijs

 

grote ereprijs

 

– bloeit vanaf april tot in de herftst
– spitse kelkbladen
– met vruchtjes
– bladeren eirond, langer dan 1 cm en diep getand
– bladsteel 3 tot 8 mm lang
– stengel niet of op enkele knopen wortelend

 

 

 

 

 

draadereprijs

 

– bloeit in april en mei
– stompe kelkbladen
– zonder vruchtjes
– bladeren rond of niervormig , tot 1 cm lang, ondiep gekarteld
– korte bladsteel, 1 tot 2 mm lang
– stengel wortelend op de meeste knopen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 30 cmBloem
– blauw, in het midden wit
– vanaf april tot de herfst
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

StengelBlad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand vrij diep getand
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

– opstijgend of liggend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

grote ereprijs1

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Topaas

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Een topaas is vaak wijnrood of strogeel maar kan ook wit, grijs, groen, blauw of oranje zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans. Goudtopaas wordt ook wel edeltopaas genoemd. Door geelbruine topaas te verhitten verandert deze in een roze of rode kleur. Door topaas bloot te stelling aan straling wordt een blauwe kleur verkregen. Mystieke topaas (mystic topaz) is geen kleurvariant, maar een topaas die met een dunne filmlaag gecoat is waardoor een regenboogeffect ontstaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

mystic topaas

 

 

 

Voorkomen

 

Saksen was in de 18de eeuw een belangrijke leverancier van (gele) topazen: deze zogenoemde Saksische diamanten werden gewonnen in het Vogtland, waar de Schneckenstein grotendeels werd afgegraven. Topaas komt voor in de zandfractie van Nederlandse riviersedimenten. Het is onder andere een karakteristiek element van zanden van de Noordwest-Duitse rivieren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis en gebruik

 

De naam van de steen is te herleiden tot het Grieks. Plinius de Oudere voerde de naam terug op een legendarisch eiland Topazius in de Rode Zee, waarvan de identiteit onzeker is, evenals de precieze aard van de stenen die ervandaan kwamen. De aanduiding topaas kreeg zijn huidige betekenis pas na de middeleeuwen. De topaas is een van de negen edelstenen in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen. De Paus bezit een mijter, een zogenoemde mitra preciosa die met goud, topazen en parels is versierd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Al2(SiO4)(F,OH)2

hardheid: 8

dichtheid: 3,5-3,6

 

 

Topaas
Quartz-Topaz-k-153c.jpg
Mineraal
Chemische formule Al2SiO4(F,OH)2
Kleur Kleurloos, bleekblauw, geel, geelbruin of rood
Streepkleur Wit
Hardheid 8 (per definitie)
Gemiddelde dichtheid 3,55 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig
Breuk schelpvormig, ruw
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Orthorombisch
Brekingsindices 1,606 – 1,643
Dubbele breking + 0,008 tot + 0,016
Fluorescentie rose tot zwak bruinachtig
Luminescentie goudgeel, crèmekleurig, groen
Overige eigenschappen
Veredeling bestralen, verhitten
Bijzondere kenmerken zelden kattenoog

 

 

 

 

 

goudtopaas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zilveroog

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Een topaas is vaak wijnrood of strogeel maar kan ook wit, grijs, groen, blauw of oranje zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans. Goudtopaas wordt ook wel edeltopaas genoemd. Door geelbruine topaas te verhitten verandert deze in een roze of rode kleur. Door topaas bloot te stelling aan straling wordt een blauwe kleur verkregen. Mystieke topaas (mystic topaz) is geen kleurvariant, maar een topaas die met een dunne filmlaag gecoat is waardoor een regenboogeffect ontstaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

mystic topaas

 

 

 

Voorkomen

 

Saksen was in de 18de eeuw een belangrijke leverancier van (gele) topazen: deze zogenoemde Saksische diamanten werden gewonnen in het Vogtland, waar de Schneckenstein grotendeels werd afgegraven. Topaas komt voor in de zandfractie van Nederlandse riviersedimenten. Het is onder andere een karakteristiek element van zanden van de Noordwest-Duitse rivieren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschiedenis en gebruik

 

De naam van de steen is te herleiden tot het Grieks. Plinius de Oudere voerde de naam terug op een legendarisch eiland Topazius in de Rode Zee, waarvan de identiteit onzeker is, evenals de precieze aard van de stenen die ervandaan kwamen. De aanduiding topaas kreeg zijn huidige betekenis pas na de middeleeuwen. De topaas is een van de negen edelstenen in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen. De Paus bezit een mijter, een zogenoemde mitra preciosa die met goud, topazen en parels is versierd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Al2(SiO4)(F,OH)2

hardheid: 8

dichtheid: 3,5-3,6

 

 

Topaas
Quartz-Topaz-k-153c.jpg
Mineraal
Chemische formule Al2SiO4(F,OH)2
Kleur Kleurloos, bleekblauw, geel, geelbruin of rood
Streepkleur Wit
Hardheid 8 (per definitie)
Gemiddelde dichtheid 3,55 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig
Breuk schelpvormig, ruw
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Orthorombisch
Brekingsindices 1,606 – 1,643
Dubbele breking + 0,008 tot + 0,016
Fluorescentie rose tot zwak bruinachtig
Luminescentie goudgeel, crèmekleurig, groen
Overige eigenschappen
Veredeling bestralen, verhitten
Bijzondere kenmerken zelden kattenoog

 

 

 

 

 

goudtopaas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kruishyacint : Hyacinthoides x massartiana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de tros met meestal meer dan 12 blauw-paarse, witte of roze, breed klokvormige, hangende, redelijk grote bloemen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aangenomen mag worden dat wilde hyacint in haar zuivere vorm niet meer in de Lage Landen voor- komt. De op wilde hyacint lijkende exemplaren zijn ontstaan door kruising van wilde hyacint (Hyancinthoides non-scripta) en Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica) en worden kruishyacint genoemd (Hyacinthoides x massartiana). Zowel Spaanse als kruishyacint zijn te koop als tuinplant.

Kruishyacint groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen. Ze komt vrij algemeen voor langs de binnen-duinrand. Elders is ze zeldzaam. Ze bloeit vanaf half april tot begin mei en wordt 15 tot 50 cm hoog. Kruishyacint behoort tot de stinsenplanten.

 

 

Spaanse hyacint

 

 

 

Vergelijkbare soorten
  wilde hyacint
– 6 tot 12 bloemen in eenzijdige trossen, aangenaam geurend
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig
– voornamelijk blauw-paars
– top van de tros gebogen
– bladeren tot 10 mm breed
– smal klokvormig, einde van de bloemdekbladen   teruggeslagen
  kruishyacint
– meer dan 12 bloemen aan alle kanten van de tros, reukloos
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig of in de bloemkleur
– blauw-paars, wit of roze
– top van de tros recht
– bladeren tot 15 mm breed, soms nog breder
– wijd klokvormig, einde van de bloemdekbladen uitstaand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wilde hyacint

 

 

wilde hyacint

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend, bolgewas
– vrij algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– blauw-paars, roze of wit
– april en mei
– tros
– breed klokvormig
– 12 tot 20 mm lang
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine sneeuwroem : Chionodoxa sardensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
niet knikkende, blauwe, 6-tallige bloemen kleiner dan 12 mm met een klein wit of bleekblauw hart

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine sneeuwroem is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Klein-Azië en in de 19de eeuw bij ons inge-voerd. Ze is op buitenplaatsen als stinsenplant aangeplant en vandaar langzaam verwilderd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine sneeuwroem bloeit in april. De bloeiwijze is een tros van 4 tot 12 bloemen, die min of meer aan dezelfde kant van de bloeistengel zitten. Ze zijn blauw en hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die aan de basis 3 tot 4 mm met elkaar vergroeid zijn. Ze hebben een klein wit of bleekblauw hart.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per bol zijn er 2 of 3 gootvormige bladeren van 1,5 cm breed met een kapvormige top.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote sneeuwroem en vroege- en oosterse sterhyacint.

 

 

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem.

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart.

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart.

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– verwilderd, plaatselijk ingeburgerd
– 5 tot 15 cm
– stinsenplant
– ook te koop als tuinplant

Bloem
– blauw
– april
– tros
– stervormig
– tot 12 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine maagdenpalm : Vinca minor

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de grote, lichtblauwe of blauw-paarse, 5-tallige bloemen aan
– een bodem bedekkende plant en
– de in de winter groen blijvende, glanzende bladeren met kale rand

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine maagdenpalm is een wintergroene, overblijvende, bodem bedekkende plant op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen en tuinen. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen en is ook te koop als tuin-plant. In Limburg vind je nog oorspronkelijk wilde exemplaren. De plant is wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine maagdenpalm bloeit vanaf half april tot begin mei,  in zachte winters eerder. Ook in de overige maanden kun je haar bloeiend aantreffen, maar dan minder enthousiast. De bloemen van oorspronkelijk wilde exemplaren zijn lichtblauw, die van de tuinversie blauw-paars. Ze zijn groot en hebben 5 asymmetrische kroonbladen, waar-van de bovenste gedeelte wijd uitstaat en het onderste gedeelte buisvormig is vergroeid. Het hart van de bloem is wit. De bloemen staan op korte stelen. Per bladpaar groeit er 1 bloem in één van de twee bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn glanzend groen en blijven in de winter aan de plant zitten. De niet bloeiende stengels liggen op de grond, wortelen op de knopen en kunnen meters lang worden. De bloeiende stengels staan rechtop en wor-den tot 30 cm hoog.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bloemen van kleine maagdenpalm zijn te eten en kunnen gebruikt worden ter versiering van taarten en sala-des. In de fytotherapie kent kleine maagdenpalm vele toepassingen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Grote maagdenpalm lijkt veel op kleine maagdenpalm, maar ze is in alles groter en de rand van de bladeren is gewimperd. De bladrand van kleine maagdenpalm is kaal. Grote maagdenpalm komt niet voor in Nederland.

 

 

grote maagdenpalm

 

 

 

Algemeen

 

maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– bloeistengel 15 tot 30 cm

Bloem
– lichtblauwe, blauw-paars, zelden wit
– april en mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– elliptisch tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf en kaal
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig
– glanzend

Stengel
– rechtop of liggend
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen