Tagarchief: kelk

Ringelwikke : Vicia hirsuta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2286-gr-ringelwikke

 

 

Goed te herkennen aan
– de trosjes hele kleine blauwachtig witte onopvallende bloemetjes
– en de behaarde peulen, meestal 2-zadig

 

 

vicia-hirsuta-ringelwikke-01

 

 

 

Algemeen

 

Ringelwikke is eenjarige, verspreid behaarde plant van 15 tot 60 cm hoog, die bloeit vanaf mei tot en met juli op open, droge, matig voedselrijke grond in akkers, bermen en duinen. Ze is zeer algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze van ringelwikke is een lang gesteeld trosje van 1-8(-10) blauwachtig witte bloemetjes. Vlag en zwaarden zijn meest wit, alleen de kortere kiel heeft een blauwe top. De kelk is ruw behaard en heeft ongelijke tanden.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan verspreid aan de sterk vertakte stengel, zijn samengesteld uit 4-10 paar deelblaadjes en eindigen in een vertakte rank.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De peulen zijn 7 tot 11 mm lang, behaard en bevatten meestal 2 zaden. Aan het einde van de rijping zijn ze bruin/zwart.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– tros
– vlinderbloem
– 2 tot 4 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– lijnvormig tot langwerpig
– top rond of uitgerand, soms met een     stekelig puntje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– klimmend of liggend
– weinig behaard
– stomp vierkantig of gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Boksdoorn

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

boksdoorn

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de oranje, eironde tot langwerpige bessen aan
– een gedoornde struik met helder roze, trechtervormige bloemen,
– waarvan de meeldraden en stijl ver buiten de kroon steken

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Boksdoorn is een doornige, niet inheemse struik, afkomstig uit China, in de 18de eeuw in Europa ingevoerd en sindsdien ingeburgerd. Vanwege het uitgebreide wortelstelsel en de doornige takken is ze zeer geschikt om verstuiving tegen te gaan, daarom is ze aangeplant in de duingebieden, waar ze zich goed kan handhaven. Het wortelstelsel houdt het zand vast en de doornige takken, die een haag vormen, breken de wind. In de duingebieden komt de plant vaak voor, elders is ze zeer zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Boksdoorn bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemen staan met 1 tot 4 in de bladoksels. Ze zijn helder roze, de kroonbladen zijn buisvormig vergroeid, de kroonslippen recht afstaand. Meeldraden en stijl steken ver buiten de bloem. De kelk is klokvormig en onregelmatig 3 tot 5-slippig.

 

 

boksdoorn-bloem

 

 

 

Blad en vrucht

 

De slanke takken worden hout, zijn meestal gedoornd, staan eerst rechtop en gaan later boogvormig overhangen. De bladeren staan verspreid, alleen of in een groepje. Ze zijn langwerpig, kaal en in het midden het breedst. De vrucht is een oranje, eironde tot langwerpige bes.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Net als alle planten uit de nachtschadefamilie is boksdoorn licht giftig, maar ondanks dat worden de bessen wel gegeten. Ze bevatten veel antioxidanten, vitamines en mineralen en worden verkocht als superfood onder de naam goji bessen.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– nachtschadefamilie (Solanaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer
zeldzaam
– 1 tot 3 meter

Bloem
– helder roze
– vanaf mei tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 8 tot 9 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3, 4 of 5 kelkbladen, vergroeid
– 4 of 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop of gebogen
– meestal gedoornd
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Akkervergeet-me-nietje : Myosotis arvensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

myoar-adultw-42_1344772939

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes kleine lichtblauwe, iets klokvormig verdiepte bloemetjes en
– de met afstaande haren bedekte kelkbladen en
– de vruchtstelen, die ongeveer 2x zo lang zijn als de vruchtkelk

 

 

myosotis_victoria_dsc00894

 

 

 

Algemeen

 

Akkervergeet-me-nietje is een zeer algemeen voorkomende, vrij dicht behaarde, eenjarige plant van 10 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge tot matig vochtige, voedselrijke grond in akkers, bermen, op dijken, aan bosranden en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Akkervergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot in de herfst met kleine lichtblauwe bloemetjes, die in de knop roze zijn. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schichtvormige bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels.

In de loop van de bloeitijd ontrolt de schicht zich en verlengt de bloeistengel, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de kelk.

De vruchtstelen zijn ongeveer 2 tot 3x zo lang als de vruchtkelk en staan in het midden van de bloeiwijze in een hoek van 45 tot 60 graden met de stengel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn ongesteeld en zacht behaard. Vooral op zonnige plaatsen kunnen de bladeren wat gewelfd zijn en zijn de randen omgerold.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De medicinale werking van akkervergeet-mij-nietje tegen tuberculose is wetenschappelijk bewezen. Tuberculose komt gelukkig bijna niet meer voor.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– schicht
– stervormig
– 2 tot 4(5) mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig of langwerpig
– top spits of stomp
– rand gaaf
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond tot kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Zegekruid : Nicandra physalodes

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de grote, klokvormige, blauw-paarse bloemen (2 tot 4 cm) en
– de prachtig gevormde kelk, later als ballonnetje om de vrucht

 

 

 

.

.

Algemeen

 

Zegekruid hoort van nature niet thuis in ons land. Ze is oorspronkelijk afkomstig uit Peru en zal waarschijnlijk per abuis met andere zaden in Europa ingevoerd zijn. Ze is een eenjarige, sterk vertakte plant, kan tot 1,20 meter hoog worden en groeit op open, vrij droge, voedselrijke, omgewerkte grond in bermen, op braakliggende terreinen, aardappelakkers en moestuinen. Ze is op veel plaatsen ingeburgerd met name in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zegekruid bloeit vanaf juli tot en met oktober met opvallende, klokvormige, iets knikkende, blauw-paarse bloemen. De bloemen hebben een wit hart soms met 5 donkere blauw-paarse vlekken. De plant staat maanden in bloei, maar elke bloem bloeit meestal 1 dag en verwelkt snel.

 

.

.

 

 

Blad

 

De gesteelde bladeren zijn vrij groot (tot 15 cm lang), onregelmatig getand en hebben verspreid zwarte bultjes met haren. De voet is wigvormig en loopt assymmetisch af langs de bladsteel.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

Na de bloei vormen de netvormig geaderde kelkbladen een hangend, eerst groen, later lichtbruin ballonnetje, waarin de vrucht zich ontwikkelt. Het ballonnetje blijft open; de kelkbladen sluiten zich wel, maar vergroeien niet. De vrucht is een giftige bes vol met kleine bruine zaden, die jarenlang hun kiemkracht behouden. Heb je zegekruid eenmaal in je tuin, dan heb je er lang plezier van. De plant zaait zich vanzelf uit.

 

.

 

.

 

Toepassingen

 

De decoratieve waarde van takken met verdroogde ballonnetjes is hoog; ze zijn zeer geschikt voor droogbloem boeketten. Zegekruid wordt in de tuinbouw toegepast als biologisch bestrijdingsmiddel tegen de schadelijke witte vliegen. Haar geur schijnt de vliegen te verjagen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Door de mooie bloemen, het formaat van de plant en de prachtige vruchten is zegekruid niet te verwarren met een andere plant.

 

.

 

.

 

Algemeen

 

– nachtschadefamilie (Solanaceae)
– eenjarig
– ingeburgerd, stadsplant
– 0,3 tot 1,20 meter

Bloem
– blauwpaars met wit hart
– vanaf juli t/m oktober
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 4 cm
– klokvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 bijkelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand onregelmatig gerand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vaak zwart
– stomp vier-of meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

.

 

 

 

De Bromelia, een kleurrijke kamerplant

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

Bromelia: een gemakkelijke, vrolijke, kleurige kamerplant

 

.

.

 

Bromelia: een gemakkelijke, vrolijke, kleurige kamerplant

 

.

De Bromelia is een subtropische plant die je tegen kunt komen in de natuur, met name in Zuid- en Midden-Amerika. De Ananas behoort ook tot de Bromelia’s. In de achttiende eeuw werd de schoonheid van de Bromelia ontdekt door handelsreizigers uit België en meegenomen naar Europa. De Bromelia brengt kleur in de huiskamer en je kunt de plant het hele jaar door aanschaffen bij tuincentra. Hoe verzorg je een Bromelia en wat zijn leuke ‘weetjes’?

.

 

 

Bromelia

.

De Bromelia komt oorspronkelijk uit de tropen, maar doet het in onze huiskamer ook heel goed. Het is een overlever en zeker geen kasplantje. In het wild zijn er soorten Bromelia’s die aan bomen groeien, zonder dat er aarde bij betrokken is. Het zijn geen parasitaire planten, ze onttrekken geen voedsel aan de boom. Met hun wortels en bladeren halen ze vocht en voeding uit de lucht. Er zijn ongeveer achtentwintighonderd soorten Bromelia’s in het wild en daarnaast zijn er nog circa tweehonderdvijftig soorten bijgekomen door veredeling.

 

.

 

Twee groepen Bromelia’s

 

Terrestrisch groeiende planten

 

  • Voorbeelden: Hechtia, Puya, Dyckia, Ananas.
  • Deze planten groeien op de grond, vaak in zware, steenachtige bodem. Deze terrestrisch groeiende planten worden bijna niet gekweekt.

.

 

 

Epifytisch groeiende planten

 

  • Voorbeelden: Aechmea, Tillandsia, Neoregelia, Vriesea.
  • Deze planten groeien van nature op bomen, vooral in de oksels van takken. Ze onttrekken geen voedsel aan de boom.

.

 

Bromelia Guzmania
Bromelia Guzmania
.
.
.
.
.

Verzorging Bromelia

.

Staat graag op een lichte standplaats, maar niet in de volle zon.

Geef de plant water in het hart van de plant, ook wel koker genoemd.

In de koker mag constant water staan.

Voeding: een keer per maand plantenvoeding geven in het water.

 

 

.

Kenmerken van enkele soorten Bromelia’s

.

Een Bromelia bloeit gemiddeld drie tot zes maanden, de Bromelia bloeit eenmalig.

 

 

.

Aechmea

 

.

Wit, rood, rood-oranje, paars;

Aechmea betekent lanspunt en die vorm zie je terug in de bladeren;

Soms heeft de Aechmea zaadbessen die verkleuren;

Geef de plant een paar keer per week water in de kelk.

.

 

.

Aec_%20Blue%20Tango9 achmea

.

 

 

Ananas

.

Deze ananas is niet geteeld voor consumptie. Deze soort Bromelia is een siergewas. De vruchten zijn een stuk kleiner dan de echte ananas, het gaat om een soort mini ananas die in de Bromelia groeit. De kleur is wat donkerder dan de ‘gewone’ ananas.

.

 

 

ananas-detail

.

 

 

 

Billbergia

.

De Billbergia is genoemd naar een advocaat uit Zweden met de naam Billberg. Hij was een liefhebber van planten en heeft er ook veel over geschreven. De Billbergia heeft minder blad dan andere Bromelia’s.

 

.

 

billbergia_nutans_4

.

 

 

 

Crypthantus

.

De Crypanthus groeit op aarde en niet in bomen (terrestrisch). De naam komt van het Griekse woord: verborgen bloemen.

.

 

 

photo16 cryptantus

.

.

 

 

Guzmania

.

De Guzamania kun je aanschaffen in heel veel kleuren. Van wit tot rood, geel, paars. De Guzmania heeft royale bloemen. De uitbundige uitstraling komt voort uit het gebied waar ze vandaan komen: de Caribiën.

 

.

 

bromelia-em-extincao-no-brasil-1 guzmania

.

 

 

Neoregelia

.

De Neoregelia kun je aanschaffen in het paars, roze, oranje en rood, soms met witte stipjes op de bladeren. Opvallend is dat de plant geen echte bloemen heeft, het gaat om hartbladeren die langzaam verkleuren.

.

 

 

3790 neoregelia

.

 

 

 

Tillandsia

.

Binnen de familie van de Tillandsia heb je wel zevenhonderd soorten. Wat betreft de kleuren: rood, roze, oranje in allerlei tinten. In het wild vind je Tillandsia’s die in bomen groeien, maar ook Tillandsia’s die op de grond groeien. Je vindt ze in regenwouden en woestijnen.

 

 

.

bromelia_0965 tillandsia

.

 

 

Zelf een Bromelia kweken

.

Het is erg leuk om zelf zo’n kleurige kamerplant te kweken. Je vindt de stekken bij de Bromelia na de bloei aan de basis van de plant. De stekken moet je laten groeien tot ongeveer de helft van de moederplant. Twee weken water in de kelk geven en daarna de stek voorzichtig loshalen, bij voorkeur met de wortel er nog aan. De stek zet je in een pot en na circa een jaar is de plant rijp om te bloeien.

 

Tip: om de bloei te stimuleren kun je de plant inpakken in een plastic zak die goed sluit, met daarin een rijpe appel. De zak sluiten en drie tot vier dagen laten zo laten staan (daarna de zak en appel verwijderen). De appel geeft een gas af, dat de plant aanzet tot bloeien. Na een paar maanden zie je in het hart van de Bromelia een bloemknop.

 

 

 

Kan een Bromelia buiten staan?

.

De Bromelia mag naar buiten, maar doe het niet voor half mei. Dek ze eventueel de eerste tijd af in de nachtelijke uren. Plaats de plant in de schaduw, niet in de volle zon. Voor buiten zijn zeer geschikt: Aechmea, Neoregelia, Tillandsia, Billbergia en Ananas.

 

 

 

Ziektes die je tegen kunt komen bij de Bromelia

.

  • Ananasmijt: behoort tot de weekhuidmijten.
  • Californische trips: klein insect dat sap uit de bladeren van planten zuigt.
  • Diaspis bromeliae: schildluis.
  • Exserohilum: aantasting door een schimmel, bij hoge vochtigheid van de lucht of als de planten al langere tijd nat zijn.
  • Koudeschade Guzmania: laat zich vaak zien als een witte band op blad of een verkleuring van de schutbladen. Het kan komen omdat er te koud water wordt gebruikt om te begieten, maar het kan ook komen door contact van de plant met te koude lucht tijdens het vervoer.
  • Spintmijt: een spinachtige.
  • Stromijt.
  • Tomatenbronsvlekkenvirus: vlekken op de bladeren, vergeling.
  • Parthenotrips: klein insect met vleugels die wit zijn van kleur met een zwart bandje.

 

 

 

‘Weetjes’

.

    • De Bromelia is een zusje van de Ananas.
    • Er zijn Bromelia’s met puntige bladeren maar ze kunnen ook zaagvormig zijn.
    • Een Bromelia met dikke bladeren houdt van een droge omgeving, heeft een Bromelia dunne bladeren zet de plant dan wat vochtig.
    • De kelk van de plant kan goed water opnemen door haartjes en kleine schubben.
    • Staat een Bromelia in het wild dan zal deze ook uitwerpselen van vogels als voeding gebruiken als deze in de kelk vallen.
    • Ook in het wild: in de kelk zoekt de gifkikker zijn eten en drinken en laat er kikkerdril achter.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Kartuizer anjer : Dianthus carthusianorum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemen met gekartelde kroonbladen
– in een bundeltje aan het einde van een ijle bloeistengel met
– vliezige, bruine schubben onder de kelk

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kartuizer anjer is een zeer zeldzame, overblijvende, polvormende plant van 30 tot 45 cm hoog, die groeit op grazige zandgrond. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze wordt ook ingezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kartuizer anjer bloeit vanaf juni tot en met augustus met helder roze (zelden witte) bloemen van 18 tot 20 mm in doorsnede. De kort gesteelde bloemen staan met 4 tot 15 in een bundeltje bij elkaar aan het einde van de ijle bloeistengel. Ze hebben 5 getande kroonbladen. De vliezige schubben onder de kelk zijn bruin, korter dan de kelk, plotseling in een spitsje van 2 tot 4 mm uitlopend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

 

 

 

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

 

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, op de rode lijst
– 30 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, zelden wit
– juni t/m augustus
– bundel of krans
– stervormig
– 18 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoenderbeet : Lamium amplexicaule

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder roze lipbloemen met lange rechte kroonbuis in
– schijnkransen die een eindje uit elkaar staan en
– die ondersteunt worden door een “bladschoteltje”

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hoenderbeet is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, (moes)tuinen en bermen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hoenderbeet bloeit vanaf april tot in de herfst met helder roze lipbloemen, die een lange kroonbuis hebben, waardoor ze ver boven de kelk uitsteken. De bloemen staan in schijnkransen die een eindje uit elkaar staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn gesteeld en rond tot eirond. De bovenste zijn niervormig, ongesteeld en omvatten de stengel, zodat ze een schoteltje vormen onder de bloemen.

 

 

Hoenderbeet

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

paarse dovenetel : paarse verkleurde bovenste bladeren en flink stuk kale stengel.

 

 

 

 

 

ingesneden dovenetel : bladeren zijn dieper ingesneden en dubbel gelobd.

 

 

 

 

 

gevlekte dovenetel : heeft gevlekte bladeren en grotere bloemen, waarvan de onderlip donker gevlekt is.

 

 

 

 

 

gestreepte dovenetel : is gekweekt vanuit gevlekte dovenetel en heeft een zilverkleurige streep langs de middennerf.

 

 

 

 

 

hoenderbeet : de bloemen steken hoog uit boven de kelk en de bovenste bladeren zijn rond de stengel vergroeid.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : heeft lancetvormige bladeren.

 

 

 

 

 

stinkende ballote : bladeren geven bij kneuzing een onaangename geur af.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam voorkomend
– 15 tot 30 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 1,4 tot 2 cm
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stuifmeel oranje

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– onderste eirond en gesteeld
– bovenste niervormig, ongesteeld
– top stomp
– rand diep gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hazenpootje : Trifolium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de donzige, roze bloemhoofdjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hazenpootje is een eenjarige klaversoort, die groeit op open tot grazige, droge, meestal kalkarme zandgrond, zoals in bermen, graslanden, de duinen, langs akkerranden en spoorwegen. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit vanaf juli tot de herfst. De cylindervormige bloemhoofdjes bestaan uit talrijke witte vlinderbloemen, die voor een groot deel niet zichtbaar zijn door de beharing van de kelk. De kelktanden zijn roodachtig en samen met de lange beharing krijgen de hoofdjes daardoor een roze, donzig uiterlijk, wat het plantje heel herkenbaar maakt en goed geschikt voor droogbloemboeketten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Behalve de kelk zijn ook de stengel en de bladeren dicht behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Sinds de Middeleeuwen wordt hazenpootje als geneeskruid gebruikt tegen diarree. Het bevat looistoffen en vluchtige olie.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– plaatselijk algemeen
– 5 tot 30 cm hoog

Bloem
– roze, donzige hoofdjes met
– witte vlinderbloemen
– vanaf juli tot de herfst
– lang gesteeld
– 1 tot 2,5 cm

Blad

– verspreid
– handvormig samengesteld
– langwerpige deelblaadjes
– top toegespits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop of liggend
– dicht behaard
– sterk vertakt
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moldaviet

Standaard

 categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

 

 

Kenmerken van moldaviet

 

Het groene mineraal moldaviet is vermoedelijk ontstaan bij de inslag van een meteoriet in Zuid-Duitsland, 14,6 miljoen jaar geleden. Deze meteoriet sloeg een enorme krater, met een doorsnede van 22 tot 24 kilometer. Bij de inslag kwam veel hitte vrij, en spatten aaneen gesmolten zandklonten ver weg. Die aardkluiten kwamen onder andere terecht langs de Moldau. De moldaviet is daarmee een heel bijzondere steen: hij bevat zowel aardse als buitenaardse componenten

Vanwege zijn mooie groene kleur wordt moldaviet ook wel bouteillesteen genoemd, van Frans bouteille (‘fles’), naar de flesgroene kleur. Andere namen zijn Boheemse chrysoliet en waterchrysoliet.  De naam Boheemse chrysoliet is natuurlijk afgeleid van de vindplaats Bohemen. De naam waterchrysoliet verwijst naar de soms zeegroene kleur. Chrysoliet is een naam voor geelgroene stenen.

Moldaviet wordt in zandgroeves gewonnen. Per ton zand wordt gemiddeld maar één moldaviet gevonden. Er moet dus veel materiaal worden verzet om het mineraal te vinden. Dit maakt moldaviet duur. Vanwege zijn buitenaardse herkomst wordt moldaviet wel beschouwd als tranen van Engelen. Moldaviet heeft een sterke werking op het bewustzijn en de spirituele groei. Moldaviet helpt minder gehecht te zijn aan geld en goederen.

 

 

moldaviet

 

.

 

 

 

 

Herkomst van de naam

 

De naam van het groene mineraal moldaviet is afgeleid van de rivier Moldau in Zuid-Bohemen, Tsjechië. Molda-vieten worden namelijk vooral in de streek rondom deze rivier gevonden.

 

 

sieraad van moldaviet

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

 

Professor Josef Mayer van de Karelsuniversiteit in Praag noemde in een artikel uit 1787 een vreemde glasachtige groene steen, die gevonden werd aan de oevers van de Moldau. Het kristal werd als vulkanisch glas beschouwd. De naam moldaviet werd in 1836 geïntroduceerd door de Oostenrijkse mineraloog F.X. Zippe. Toen was wel duidelijk dat de steen geen vulkanisch glas kon zijn.

Hoewel het mineraal eerder geen officiële naam had, was het toch al heel lang bekend. In de prehistorische vindplaats bij het Tsjechische dorpje Willendorf zijn amuletten, pijlpunten, mesjes en schrappers van moldaviet gevonden. Daar is ook de beroemde Venus van Willendorf gevonden. Deze is tussen 22.000 en 21.000 v.Chr. gemaakt; de bij haar gevonden voorwerpen zijn hoogstwaarschijnlijk ook zo oud. In Tsjechië gold de moldaviet als een kristal dat goed was voor in stand houden en verbeteren van relaties. Het werd daarom traditioneel als huwelijksgeschenk gegeven.

In de negentiende eeuw bereikte de Romantiek haar hoogtepunt. Oude sprookjes, mythen en sagen vormden een dankbare inspiratiebron voor boeken, schilderkunst, muziek en andere cultuuruitingen. Toen uit onderzoek bleek dat moldaviet een ‘hemelse’ herkomst had – want ontstaan door de inslag van een meteoriet – legden mensen al snel een link met de legende van de Heilige Graal.

In sommige overleveringen was geen sprake van een kelk of drinkbeker, maar van een smaragdgroene steen die uit de hemel kwam vallen. In andere varianten was de Heilige graal uit een zeer grote groene steen gesneden. In beide gevallen zou het om moldaviet gaan.

 

 

edelsteen_moldaviet_1

 

 

.

 

 

.

Spiritueel

 

 

* Sommige huilbaby’s zijn sterrenkinderen, afkomstig uit een hoger bewustzijnsgebied. Ze hebben in het begin moeite met op de aarde zijn. Laat ze een moldaviet dragen – liefst op het hartchakra – om het aards bestaan te accepteren, maar ook de verbinding met de kosmos te behouden.

* Moldaviet houdt je een spiegel voor, het geeft inzicht in jezelf, in je diepste beweegredenen en motieven. Daardoor kun je met meer gevoel en zonder oordeel naar anderen kijken.
Het mineraal maakt je speels en creatief. Het geeft een onbegrensde fantasie, onconventionele invallen en onvermoede oplossingen.

* Moldaviet maakt onbezorgd voor de toekomst. Zonder zorgen om geld of goed kun je de toekomst vol vertrouwen tegemoet zien.

 

 

220px-Moldavite_Besednice

 

 

 

Chemische samenstelling

 

De moldaviet is een tektiet (van Grieks tektos, ‘gesmolten’). Een tektiet is een kristal dat is ontstaan door de inslag van een meteoriet, waardoor de ondergrond gesmolten is.

 

 

Samenstelling: SiO2 + Al2O3 + Al, Fe, Ca, Na, K, Mg, Ti, Mn

Hardheid: 5,5
Glans: glasachtig
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,32 – 2,38
Kristalstelsel: amorf

 

 

913b86c4-52e7-11e3-8752-8030bd46b231

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Koekruid : Vaccaria hispanica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze -anjerachtige bloemetjes met buikige, op de hoeken gevleugelde, groene kelk en
– de aan de voet vergroeide grijsgroene bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Koekruid is een eenjarige, onbehaarde plant, waarschijnlijk oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa. In de Lage Landen kan je haar vinden in ingezaaide bermen. Ze zit ook in zaadmengsels voor de tuin.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is juni en juli. Ze bloeit met anjerachtige, roze bloemen, die in ijle schermen staan. De bloemen hebben 5 hartvormige, meestal aan de top getande, donker geaderde kroonbladen en een 5-kantige, buikige, groene kelk, die op de hoeken breed gevleugeld is.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn langwerpig tot eirond en 2 aan 2 aan de voet vergroeid. Net als de vertakte stengels zijn ze bedauwd grijsgroen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeldzaam, incidenteel
– tuinplant uit Zuid-Europa
– 30 tot 60 cm

Bloem
– roze, zelden wit
– juni en juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, hoekig vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet half stengelomvattend
– 1-nervig
– bedauwd grijsgroen