Tagarchief: kelk

Koekruid : Vaccaria hispanica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze -anjerachtige bloemetjes met buikige, op de hoeken gevleugelde, groene kelk en
– de aan de voet vergroeide grijsgroene bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Koekruid is een eenjarige, onbehaarde plant, waarschijnlijk oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Europa. In de Lage Landen kan je haar vinden in ingezaaide bermen. Ze zit ook in zaadmengsels voor de tuin.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is juni en juli. Ze bloeit met anjerachtige, roze bloemen, die in ijle schermen staan. De bloemen hebben 5 hartvormige, meestal aan de top getande, donker geaderde kroonbladen en een 5-kantige, buikige, groene kelk, die op de hoeken breed gevleugeld is.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn langwerpig tot eirond en 2 aan 2 aan de voet vergroeid. Net als de vertakte stengels zijn ze bedauwd grijsgroen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeldzaam, incidenteel
– tuinplant uit Zuid-Europa
– 30 tot 60 cm

Bloem
– roze, zelden wit
– juni en juli
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, hoekig vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet half stengelomvattend
– 1-nervig
– bedauwd grijsgroen

 

 

 

 

 

 

 

Moldaviet

Standaard

 categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

 

 

Kenmerken van moldaviet

 

Het groene mineraal moldaviet is vermoedelijk ontstaan bij de inslag van een meteoriet in Zuid-Duitsland, 14,6 miljoen jaar geleden. Deze meteoriet sloeg een enorme krater, met een doorsnede van 22 tot 24 kilometer. Bij de inslag kwam veel hitte vrij, en spatten aaneen gesmolten zandklonten ver weg. Die aardkluiten kwamen onder andere terecht langs de Moldau. De moldaviet is daarmee een heel bijzondere steen: hij bevat zowel aardse als buitenaardse componenten

Vanwege zijn mooie groene kleur wordt moldaviet ook wel bouteillesteen genoemd, van Frans bouteille (‘fles’), naar de flesgroene kleur. Andere namen zijn Boheemse chrysoliet en waterchrysoliet.  De naam Boheemse chrysoliet is natuurlijk afgeleid van de vindplaats Bohemen. De naam waterchrysoliet verwijst naar de soms zeegroene kleur. Chrysoliet is een naam voor geelgroene stenen.

Moldaviet wordt in zandgroeves gewonnen. Per ton zand wordt gemiddeld maar één moldaviet gevonden. Er moet dus veel materiaal worden verzet om het mineraal te vinden. Dit maakt moldaviet duur. Vanwege zijn buitenaardse herkomst wordt moldaviet wel beschouwd als tranen van Engelen. Moldaviet heeft een sterke werking op het bewustzijn en de spirituele groei. Moldaviet helpt minder gehecht te zijn aan geld en goederen.

 

 

moldaviet

 

.

 

 

 

 

Herkomst van de naam

 

De naam van het groene mineraal moldaviet is afgeleid van de rivier Moldau in Zuid-Bohemen, Tsjechië. Molda-vieten worden namelijk vooral in de streek rondom deze rivier gevonden.

 

 

sieraad van moldaviet

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

 

Professor Josef Mayer van de Karelsuniversiteit in Praag noemde in een artikel uit 1787 een vreemde glasachtige groene steen, die gevonden werd aan de oevers van de Moldau. Het kristal werd als vulkanisch glas beschouwd. De naam moldaviet werd in 1836 geïntroduceerd door de Oostenrijkse mineraloog F.X. Zippe. Toen was wel duidelijk dat de steen geen vulkanisch glas kon zijn.

Hoewel het mineraal eerder geen officiële naam had, was het toch al heel lang bekend. In de prehistorische vindplaats bij het Tsjechische dorpje Willendorf zijn amuletten, pijlpunten, mesjes en schrappers van moldaviet gevonden. Daar is ook de beroemde Venus van Willendorf gevonden. Deze is tussen 22.000 en 21.000 v.Chr. gemaakt; de bij haar gevonden voorwerpen zijn hoogstwaarschijnlijk ook zo oud. In Tsjechië gold de moldaviet als een kristal dat goed was voor in stand houden en verbeteren van relaties. Het werd daarom traditioneel als huwelijksgeschenk gegeven.

In de negentiende eeuw bereikte de Romantiek haar hoogtepunt. Oude sprookjes, mythen en sagen vormden een dankbare inspiratiebron voor boeken, schilderkunst, muziek en andere cultuuruitingen. Toen uit onderzoek bleek dat moldaviet een ‘hemelse’ herkomst had – want ontstaan door de inslag van een meteoriet – legden mensen al snel een link met de legende van de Heilige Graal.

In sommige overleveringen was geen sprake van een kelk of drinkbeker, maar van een smaragdgroene steen die uit de hemel kwam vallen. In andere varianten was de Heilige graal uit een zeer grote groene steen gesneden. In beide gevallen zou het om moldaviet gaan.

 

 

edelsteen_moldaviet_1

 

 

.

 

 

.

Spiritueel

 

 

* Sommige huilbaby’s zijn sterrenkinderen, afkomstig uit een hoger bewustzijnsgebied. Ze hebben in het begin moeite met op de aarde zijn. Laat ze een moldaviet dragen – liefst op het hartchakra – om het aards bestaan te accepteren, maar ook de verbinding met de kosmos te behouden.

* Moldaviet houdt je een spiegel voor, het geeft inzicht in jezelf, in je diepste beweegredenen en motieven. Daardoor kun je met meer gevoel en zonder oordeel naar anderen kijken.
Het mineraal maakt je speels en creatief. Het geeft een onbegrensde fantasie, onconventionele invallen en onvermoede oplossingen.

* Moldaviet maakt onbezorgd voor de toekomst. Zonder zorgen om geld of goed kun je de toekomst vol vertrouwen tegemoet zien.

 

 

220px-Moldavite_Besednice

 

 

 

Chemische samenstelling

 

De moldaviet is een tektiet (van Grieks tektos, ‘gesmolten’). Een tektiet is een kristal dat is ontstaan door de inslag van een meteoriet, waardoor de ondergrond gesmolten is.

 

 

Samenstelling: SiO2 + Al2O3 + Al, Fe, Ca, Na, K, Mg, Ti, Mn

Hardheid: 5,5
Glans: glasachtig
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,32 – 2,38
Kristalstelsel: amorf

 

 

913b86c4-52e7-11e3-8752-8030bd46b231

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Moldaviet

Standaard

 categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

 

 

Kenmerken van moldaviet

 

Het groene mineraal moldaviet is vermoedelijk ontstaan bij de inslag van een meteoriet in Zuid-Duitsland, 14,6 miljoen jaar geleden. Deze meteoriet sloeg een enorme krater, met een doorsnede van 22 tot 24 kilometer. Bij de inslag kwam veel hitte vrij, en spatten aaneen gesmolten zandklonten ver weg. Die aardkluiten kwamen onder andere terecht langs de Moldau. De moldaviet is daarmee een heel bijzondere steen: hij bevat zowel aardse als buitenaardse componenten

Vanwege zijn mooie groene kleur wordt moldaviet ook wel bouteillesteen genoemd, van Frans bouteille (‘fles’), naar de flesgroene kleur. Andere namen zijn Boheemse chrysoliet en waterchrysoliet.  De naam Boheemse chrysoliet is natuurlijk afgeleid van de vindplaats Bohemen. De naam waterchrysoliet verwijst naar de soms zeegroene kleur. Chrysoliet is een naam voor geelgroene stenen.

Moldaviet wordt in zandgroeves gewonnen. Per ton zand wordt gemiddeld maar één moldaviet gevonden. Er moet dus veel materiaal worden verzet om het mineraal te vinden. Dit maakt moldaviet duur. Vanwege zijn buitenaardse herkomst wordt moldaviet wel beschouwd als tranen van Engelen. Moldaviet heeft een sterke werking op het bewustzijn en de spirituele groei. Moldaviet helpt minder gehecht te zijn aan geld en goederen.

 

 

moldaviet

 

.

 

 

 

 

Herkomst van de naam

 

De naam van het groene mineraal moldaviet is afgeleid van de rivier Moldau in Zuid-Bohemen, Tsjechië. Molda-vieten worden namelijk vooral in de streek rondom deze rivier gevonden.

 

 

sieraad van moldaviet

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

 

Professor Josef Mayer van de Karelsuniversiteit in Praag noemde in een artikel uit 1787 een vreemde glasachtige groene steen, die gevonden werd aan de oevers van de Moldau. Het kristal werd als vulkanisch glas beschouwd. De naam moldaviet werd in 1836 geïntroduceerd door de Oostenrijkse mineraloog F.X. Zippe. Toen was wel duidelijk dat de steen geen vulkanisch glas kon zijn.

Hoewel het mineraal eerder geen officiële naam had, was het toch al heel lang bekend. In de prehistorische vindplaats bij het Tsjechische dorpje Willendorf zijn amuletten, pijlpunten, mesjes en schrappers van moldaviet gevonden. Daar is ook de beroemde Venus van Willendorf gevonden. Deze is tussen 22.000 en 21.000 v.Chr. gemaakt; de bij haar gevonden voorwerpen zijn hoogstwaarschijnlijk ook zo oud. In Tsjechië gold de moldaviet als een kristal dat goed was voor in stand houden en verbeteren van relaties. Het werd daarom traditioneel als huwelijksgeschenk gegeven.

In de negentiende eeuw bereikte de Romantiek haar hoogtepunt. Oude sprookjes, mythen en sagen vormden een dankbare inspiratiebron voor boeken, schilderkunst, muziek en andere cultuuruitingen. Toen uit onderzoek bleek dat moldaviet een ‘hemelse’ herkomst had – want ontstaan door de inslag van een meteoriet – legden mensen al snel een link met de legende van de Heilige Graal.

In sommige overleveringen was geen sprake van een kelk of drinkbeker, maar van een smaragdgroene steen die uit de hemel kwam vallen. In andere varianten was de Heilige graal uit een zeer grote groene steen gesneden. In beide gevallen zou het om moldaviet gaan.

 

 

edelsteen_moldaviet_1

 

 

.

 

 

.

Spiritueel

 

 

* Sommige huilbaby’s zijn sterrenkinderen, afkomstig uit een hoger bewustzijnsgebied. Ze hebben in het begin moeite met op de aarde zijn. Laat ze een moldaviet dragen – liefst op het hartchakra – om het aards bestaan te accepteren, maar ook de verbinding met de kosmos te behouden.

* Moldaviet houdt je een spiegel voor, het geeft inzicht in jezelf, in je diepste beweegredenen en motieven. Daardoor kun je met meer gevoel en zonder oordeel naar anderen kijken.
Het mineraal maakt je speels en creatief. Het geeft een onbegrensde fantasie, onconventionele invallen en onvermoede oplossingen.

* Moldaviet maakt onbezorgd voor de toekomst. Zonder zorgen om geld of goed kun je de toekomst vol vertrouwen tegemoet zien.

 

 

220px-Moldavite_Besednice

 

 

 

Chemische samenstelling

 

De moldaviet is een tektiet (van Grieks tektos, ‘gesmolten’). Een tektiet is een kristal dat is ontstaan door de inslag van een meteoriet, waardoor de ondergrond gesmolten is.

 

 

Samenstelling: SiO2 + Al2O3 + Al, Fe, Ca, Na, K, Mg, Ti, Mn

Hardheid: 5,5
Glans: glasachtig
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,32 – 2,38
Kristalstelsel: amorf

 

 

913b86c4-52e7-11e3-8752-8030bd46b231

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Gele maskerbloem : Mimulus guttatus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote (tot 4,5 cm), gele lipbloemen met rode vlekken op de onderlip en in de behaarde keel en
– aan de plaats waar ze groeit; op oevers van sloten en rivieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele maskerbloem is overblijvende oeverplant van 10 tot 90 cm, oorspronkelijk afkomstig uit Amerika. Ze is zeldzaam voorkomend in de Lage Landen. Ze wordt ook aangeboden als tuin- en vijverplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juni tot en met september. Ze bloeit met grote gele lipbloemen. De bovenlip is 2-lobbig. De onderlip is 3-lobbig en heeft rode vlekken, die doorlopen in de keel van de bloem. De 5 kelkbladen zijn klokvormig vergroeid; de kelk heeft 5 driehoekige tanden, waarvan de bovenste het grootst is. Na de bloei groeit de kelk iets uit en sluit zich. Ook dan is nog duidelijk te zien dat de bovenste tand van de kelk groter is dan de andere.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

maskerbloemfamilie (Phrymaceae)
– overblijvende oeverplant
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 10 tot 90 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– alleenstaand
– lipbloem
– 2,5 tot 4,5 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top spits
– rand getand
– voet afgerond
– onderste gesteeld
– bovenste zittend
– kromnervig

Stengel
– rechtop of opstijgend
– kaal of bovenaan behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Franjekelk : Tellima grandiflora

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de in een eindelingse, eenzijdige trosstaande groengele, klokvormige, knikkende bloemen met teruggeslagen franje-achtige kelkbladen, die soms rozerood verkleuren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Franjekelk is een overblijvende tuinplant uit Noord-Amerika, die in de Lage landen verwilderd voorkomt en wellicht ingeburgerd is.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in mei en juni met groengele bloemen, die in een eenzijdige tros aan het einde van de stengel staan. De bloemen vallen op door hun franje-achtige kelkbladen, die soms rozerood verkleuren. De 5 kelkbladen zijn vergroeid en vormen een opgeblazen, vijftandige kelk. De franje-achtige kelkbladen komen tussen de kelktanden naar buiten en buigen zich in de loop van de bloeitijd helemaal terug.

 

 

 

 

 

Blad

 

De behaarde bladeren zijn in omtrek nagenoeg rond. Ze hebben een hartvormige voet. De rand is gelobd en getand. De onderste bladeren vormen een rozet en zijn lang gesteeld. De stengelbladeren zijn korter gesteeld. Naar boven toe worden de stelen korter; de bovenste bladeren zijn zittend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

steenbreekfamilie (Saxifragaceae)
– overblijvend
– verwilderd, wellicht ingeburgerd
– 30 tot 75 cm

Bloem
– groengeel, soms rozerood verkleurend
– mei en juni
– eenzijdig, aarvormige tros
– klokvormig
– tot 1 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 of 3 stijlen

Blad
– rozet en stengelbladeren
– enkelvoudig
– in omtrek nagenoeg rond
– top spits
– rand gelobd en getand
– voet hartvormig
– handnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond
– groen tot roodbruin

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blauw glidkruid : Scutellaria galericulata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

1k0

 

 

Goed te herkennen aan
– de behaarde, paarsblauwe lipbloemen, waarvan
– de bovenlip duidelijker korter is dan de onderlip en
– de onderlip paars wit getekend is en
– het uitsteeksel bovenop de 2-lippige kelk

 

 

1k0-1

 

 

 

Algemeen

 

Blauw glidkruid is een overblijvende, behaarde plant van 15 tot 45 cm hoog. De plant komt zeer algemeen tot vrij algemeen voor. Ze groeit op natte, humusrijke grond in riet- en zeggemoerassen, aan waterkanten, op drijftillen, in duinvalleien en moerasbossen en op vochtige stenige plaatsen (bv sluismuren), maar ook op drogere, humusrijke plaatsen, vooral in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juni tot en met september. De bloemen zijn paarsblauw, zelden lichtroze of wit en staan alleen in de bladoksels. Vaak staan twee bloemen, die op gelijke hoogte staan, dezelfde kant op en daardoor lijkt het alsof ze per paar in de bladoksels groeien. De bloemen hebben een behaarde kroon met een korte bovenlip en een langere onderlip, die wit paars getekend is (honingmerk). De kelk is 2-lippig en heeft aan de bovenzijde een uitsteeksel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn vierkant en behaard. De bladeren zijn aan beide zijden behaard, langwerpig tot lancetvormig. Het onderste gedeelte van de stengel en de onderkant van de bladeren kunnen roodachtig verkleurd zijn.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd blauw glidkruid gebruikt als wondgenezend middel. Verwant aan ons blauw glidkruid zijn Amerikaans glidkruid (Scutellaria lateriflora) en glidkruid uit China (Scutellaria baicalensis). Beide worden nog medicinaal gebruikt. Vooral van Amerikaans glidkruid is bekend dat het in de fytotherapie onder andere gebruikt wordt als kalmerend en zenuwversterkend middel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 45 cm

Bloem
– paarsblauw, zelden lichtroze of wit
– vanaf juni t/m september
– alleenstaand
– lipbloem
– 12 tot 22 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gekarteld
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– beide zijden behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

scuttelaria-galearica-img_9702

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

mijne-kop-a4

Zompvergeet-me-nietje : Myosotis laxa subsp. cespitosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_7443-gr-zompvergeet-me-nietje

 

 

Goed te herkennen aan
– de “trosjes” kleine (2 tot 5 mm) helder blauwe bloemetjes en
– de met aanliggende haren bedekte kelkbladen en
– de tot ongeveer de helft ingesneden vruchtkelk

 

 

zompvergeet-me-nietje

 

 

 

Algemeen

 

Zompvergeet-me-nietje is een eenjarige (soms overblijvende) plant, die groeit op open, natte, zomers droog- vallende grond in greppels, moerassige graslanden, venen en slootkanten. Ze wordt (10) 15 tot 45 (100) cm en is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zompvergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot en met augustus. De kleine bloemetjes zijn helder blauw. Het hart wordt gevormd door gele keelschubben. In de knop zijn de bloemen roze. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schicht aan het einde van de stengels en zijstengels. Tijdens de bloeitijd ontrolt de schicht zich en wordt de bloeistengel langer, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de open kelk.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig (soms overblijvend)
– algemeen tot zeldzaam
– (10) 15 tot 45 (100) cm

Bloem
– helder blauw
– vanaf mei t/m augustus
– schicht
– stervormig
– 2 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– aanliggend behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Ringelwikke : Vicia hirsuta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_2286-gr-ringelwikke

 

 

Goed te herkennen aan
– de trosjes hele kleine blauwachtig witte onopvallende bloemetjes
– en de behaarde peulen, meestal 2-zadig

 

 

vicia-hirsuta-ringelwikke-01

 

 

 

Algemeen

 

Ringelwikke is eenjarige, verspreid behaarde plant van 15 tot 60 cm hoog, die bloeit vanaf mei tot en met juli op open, droge, matig voedselrijke grond in akkers, bermen en duinen. Ze is zeer algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze van ringelwikke is een lang gesteeld trosje van 1-8(-10) blauwachtig witte bloemetjes. Vlag en zwaarden zijn meest wit, alleen de kortere kiel heeft een blauwe top. De kelk is ruw behaard en heeft ongelijke tanden.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan verspreid aan de sterk vertakte stengel, zijn samengesteld uit 4-10 paar deelblaadjes en eindigen in een vertakte rank.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De peulen zijn 7 tot 11 mm lang, behaard en bevatten meestal 2 zaden. Aan het einde van de rijping zijn ze bruin/zwart.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m juli
– tros
– vlinderbloem
– 2 tot 4 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– lijnvormig tot langwerpig
– top rond of uitgerand, soms met een     stekelig puntje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– klimmend of liggend
– weinig behaard
– stomp vierkantig of gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Boksdoorn

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

boksdoorn

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de oranje, eironde tot langwerpige bessen aan
– een gedoornde struik met helder roze, trechtervormige bloemen,
– waarvan de meeldraden en stijl ver buiten de kroon steken

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Boksdoorn is een doornige, niet inheemse struik, afkomstig uit China, in de 18de eeuw in Europa ingevoerd en sindsdien ingeburgerd. Vanwege het uitgebreide wortelstelsel en de doornige takken is ze zeer geschikt om verstuiving tegen te gaan, daarom is ze aangeplant in de duingebieden, waar ze zich goed kan handhaven. Het wortelstelsel houdt het zand vast en de doornige takken, die een haag vormen, breken de wind. In de duingebieden komt de plant vaak voor, elders is ze zeer zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Boksdoorn bloeit vanaf mei tot in de herfst. De bloemen staan met 1 tot 4 in de bladoksels. Ze zijn helder roze, de kroonbladen zijn buisvormig vergroeid, de kroonslippen recht afstaand. Meeldraden en stijl steken ver buiten de bloem. De kelk is klokvormig en onregelmatig 3 tot 5-slippig.

 

 

boksdoorn-bloem

 

 

 

Blad en vrucht

 

De slanke takken worden hout, zijn meestal gedoornd, staan eerst rechtop en gaan later boogvormig overhangen. De bladeren staan verspreid, alleen of in een groepje. Ze zijn langwerpig, kaal en in het midden het breedst. De vrucht is een oranje, eironde tot langwerpige bes.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Net als alle planten uit de nachtschadefamilie is boksdoorn licht giftig, maar ondanks dat worden de bessen wel gegeten. Ze bevatten veel antioxidanten, vitamines en mineralen en worden verkocht als superfood onder de naam goji bessen.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– nachtschadefamilie (Solanaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen tot zeer
zeldzaam
– 1 tot 3 meter

Bloem
– helder roze
– vanaf mei tot in de herfst
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 8 tot 9 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3, 4 of 5 kelkbladen, vergroeid
– 4 of 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop of gebogen
– meestal gedoornd
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Akkervergeet-me-nietje : Myosotis arvensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

myoar-adultw-42_1344772939

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes kleine lichtblauwe, iets klokvormig verdiepte bloemetjes en
– de met afstaande haren bedekte kelkbladen en
– de vruchtstelen, die ongeveer 2x zo lang zijn als de vruchtkelk

 

 

myosotis_victoria_dsc00894

 

 

 

Algemeen

 

Akkervergeet-me-nietje is een zeer algemeen voorkomende, vrij dicht behaarde, eenjarige plant van 10 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge tot matig vochtige, voedselrijke grond in akkers, bermen, op dijken, aan bosranden en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Akkervergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot in de herfst met kleine lichtblauwe bloemetjes, die in de knop roze zijn. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schichtvormige bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels.

In de loop van de bloeitijd ontrolt de schicht zich en verlengt de bloeistengel, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de kelk.

De vruchtstelen zijn ongeveer 2 tot 3x zo lang als de vruchtkelk en staan in het midden van de bloeiwijze in een hoek van 45 tot 60 graden met de stengel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn ongesteeld en zacht behaard. Vooral op zonnige plaatsen kunnen de bladeren wat gewelfd zijn en zijn de randen omgerold.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De medicinale werking van akkervergeet-mij-nietje tegen tuberculose is wetenschappelijk bewezen. Tuberculose komt gelukkig bijna niet meer voor.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– schicht
– stervormig
– 2 tot 4(5) mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig of langwerpig
– top spits of stomp
– rand gaaf
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond tot kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria