Tagarchief: roze

Anhydriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Het mineraal anhydriet is de gedehydrateerde variant van gips, met als chemische formule CaSO4. Door compactie ontstaan uit natuurlijke gipsafzettingen anhydrietpakketten. Deze kunnen zeer omvangrijk worden en deze evaporieten gelden als goede seals (afsluitingen) voor reservoirs.

Met name in de Noordzee zijn in de late Trias grootschalige evaporieten, waaronder gipsen, afgezet. Onder invloed van druk en temparatuur zijn die gipsen anhydriet geworden. Dit proces noemt men diagenese .

Anhydriet is een calciumsulfaat. De steen kan kleurloos of blauw, paars, roze en bruin van kleur zijn. De lichtblauwe variant heet angeliet en de paarse variant heet lavendel anhydriet.

 

 

266px-anhydrite_arnave

 

 

 

anahydriet

 

 

 

Etymologie

 

Anhydriet komt van het Griekse woord anhydros of zonder water.

 

 

anhydriet, engelenvleugel uit Mexico

 

 

paarse anhydriet

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

 

Mineraal
Chemische formule CaSO4
Kleur Wit, blauwwit tot donkergrijs
Streepkleur Wit
Hardheid 3,5
Gemiddelde dichtheid 2,97 kg/dm3
Splijting [010] Perfect, [100] Perfect, [001] Goed

 

 

 

het-natuurlijke-gips-van-het-anhydriet

 

 

 

hanger

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Apofylliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Apofylliet is kleurloos, geelachtig, groen of roze van kleur. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige tot parelmoerglans. Het mineraal is een gehydrateerd Fluor-houdend kalium-calcium-silicaat met de chemische formule KCa4(Si4O10)2F·8H2O. Het behoort tot de fylosilicaten.

De splijting  is perfect volgens het kristalvlak [001]. Apofylliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,34 en de hardheid is 4 tot 5. Het kristalstelsel is tetragonaalen de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Patroleum Institute is 63,07.

.

.

l_verzameling_216

.

.

1448208525

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal apofylliet is afgeleid van het Griekse woord apophyllisoo, dat “schilferen” betekent.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Apofylliet is een secundair mineraal dat voornamelijk voorkomt in basalten. De typelocatie is Lonault en Poona ten zuidoosten van Bombay, India. Het mineraal wordt ook gevonden in Duitsland, Canada, Japan en de VS.

.

.

l_verzameling_172

.

.

.

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

JOHN ASTRIA

Apofylliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Apofylliet is kleurloos, geelachtig, groen of roze van kleur. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige tot parelmoerglans. Het mineraal is een gehydrateerd Fluor-houdend kalium-calcium-silicaat met de chemische formule KCa4(Si4O10)2F·8H2O. Het behoort tot de fylosilicaten.

De splijting  is perfect volgens het kristalvlak [001]. Apofylliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,34 en de hardheid is 4 tot 5. Het kristalstelsel is tetragonaalen de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Patroleum Institute is 63,07.

.

.

l_verzameling_216

.

.

1448208525

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal apofylliet is afgeleid van het Griekse woord apophyllisoo, dat “schilferen” betekent.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Apofylliet is een secundair mineraal dat voornamelijk voorkomt in basalten. De typelocatie is Lonault en Poona ten zuidoosten van Bombay, India. Het mineraal wordt ook gevonden in Duitsland, Canada, Japan en de VS.

.

.

l_verzameling_172

.

.

.

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

JOHN ASTRIA

Apofylliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Apofylliet is kleurloos, geelachtig, groen of roze van kleur. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige tot parelmoerglans. Het mineraal is een gehydrateerd Fluor-houdend kalium-calcium-silicaat met de chemische formule KCa4(Si4O10)2F·8H2O. Het behoort tot de fylosilicaten.

De splijting  is perfect volgens het kristalvlak [001]. Apofylliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,34 en de hardheid is 4 tot 5. Het kristalstelsel is tetragonaalen de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Patroleum Institute is 63,07.

.

.

l_verzameling_216

.

.

1448208525

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal apofylliet is afgeleid van het Griekse woord apophyllisoo, dat “schilferen” betekent.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Apofylliet is een secundair mineraal dat voornamelijk voorkomt in basalten. De typelocatie is Lonault en Poona ten zuidoosten van Bombay, India. Het mineraal wordt ook gevonden in Duitsland, Canada, Japan en de VS.

.

.

l_verzameling_172

.

.

.

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

JOHN ASTRIA

Witte klaverzuring : Oxalis acetosella

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– paars geaderde witte (soms roze) bloemen op lange stelen én
– het 3-delige klaverblad met breed hartvormige deelblaadjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Witte klaverzuring is een lage, tere, sappige, overblijvende plant van 10 tot 15 cm hoog. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ze heeft weinig licht nodig en groeit op vochtige, matig voedselrijke grond in bossen en aan beschaduwde slootkanten. Ze vermeerdert zich middels een dunne, kruipende wortelstok, waaruit groepjes bladeren en bloemen groeien.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Witte klaverzuring bloeit in april en mei. De witte (soms roze) bloemen hebben 5 paars geaderde kroonbladen. De basis van de kroonbladen is geel, waardoor het hartje van de bloem geel is. De bloemen staan op een dunne, zacht behaarde steel. Halverwege de steel zitten 2 kleine schutblaadjes. Zowel de bloemen als de bladeren zijn grondstandig.

 

 

 

 

 

Blad

 

Het blad bestaat uit 3 breed hartvormige, behaarde deelblaadjes en doet denken een aan klaverblad. Toch is kla-verzuring geen klaversoort. De nieuwe bladeren zijn in het begin van de lente mooi lichtgroen. Later in het jaar worden ze donkerder en aan de onderkant paarsachtig. Ze zijn erg teer, maar ondanks dat blijven ze in de winter wel groen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bladeren van witte klaverzuring kunnen gebruikt worden in sauzen, soepen en salades. De zurige smaak ont-staat door oxaalzuur. Teveel van het blad is niet goed, omdat het oxaalzuur gal- en nierstenen veroorzaakt. Af en toe een paar blaadjes als smaakmaker kan geen kwaad. In de homeopathie wordt het blad gebruikt bij lever- en gal aandoeningen, spijsverteringsstoornissen en stofwisselingsziekten.

 

 

 

 

 

Weetje

 

Als het donker wordt en bij regenachtig weer gaan de bloemen dicht en worden de deelblaadjes van het blad sa-men gevouwen langs de middennerf. Zowel bloemen als blaadjes gaan dan naar beneden hangen. Dit wordt de slaapstand genoemd.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

klaverzuringfamilie (Oxalisdaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 10 tot 15 cm
verspreiding

Bloem
– wit (soms roze) en paars geaderd
– april en mei
– alleenstaand, wortelstandig
– stervormig
– 1,5 tot 2,5 cm
– 5 kroonbladen
– niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– wortelstandig
– samengesteld
– breed hartvormig
– top uitgerand
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– zacht behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Muscoviet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Muscoviet is een mica soort. Het kan onder andere roze, bruin, groen, geel of helder van kleur zijn en heeft een gelaagde structuur. Fuchsiet is een groene muscoviet variant. Muscoviet is een van de meest voorkomende mica’s, en het komt in een grote verscheidenheid aan gesteenten voor, maar voornamelijk in stollingsgesteente, zoals graniet.

.

.

ruw

.

.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Muscoviet wordt onder andere gevonden in Rusland, Brazilië, Zwitserland, Oostenrijk, Australië en de Verenigde Staten.

.

.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: KAl2(AlSi3)O10(OH)2

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 2,82

.

.

.

.

ster muscoviet

.

.

muscoviet met albiet

.

.

Muscoviet
Mineraly.sk - muskovit.jpg
Mineraal
Chemische formule KAl2(AlSi3)O10(OH)2
Kleur Wit, grijs, zilverkleurig, bruinwit of groenwit
Streepkleur Wit
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 2,82 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Dubbele breking (0,035-0,049)

 

.

.

.

muscoviet en rozenkwarts

.

.

aquamarijn met muscoviet

.

.

muscoviet op albaniet

.

.

fuchsiet

.

.

.

.

Morganiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Morganiet is een zachtroze, soms violet of ook een zalmkleurige berylsoort en is genoemd naar de Amerikaanse bankier en verzamelaar John Pierpont Morgan sr.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontstaan

 

Pegmatieten, alluviale afzettingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Morganiet is in de Verenigde Staten gevonden in de gebieden Ramona en Pala in Californië. Morganiet komt samen voor met verschillende soorten toermalijn-variëteiten. Morganiet wordt ook gevonden in Noorwegen. Belangrijke vindplaatsen bevinden zich in Brazilië, vooral in de staat Minas Gerais. De stenen van Maharita zijn opvallend roze en van zeer goede kwaliteit. Er zijn ook geslepen stenen bekend met een gewicht van 500 karaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Al2(Be,Cs, Li, enz.)(SiO18)

hardheid: 7,5 – 8

dichtheid: 2,8 – 2,9

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

morganiet
Beryl-35880.jpg
Mineraal
Chemische formule Al2Be3[Si6O18]
Kleur roze, rozerood, violet
Streepkleur wit
Hardheid 7,5 – 8
Glans glasglans
Breuk ruw, schelpvormig
Splijting duidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Hexagonaal
Brekingsindices 1,562-1,602
Dubbele breking – 0,004 tot -0,010
Dispersie 0,014
Fluorescentie zwak lila
Luminescentie soms zwak violet
Pleochroïsme herkenbaar
Overige eigenschappen
Veredeling verhitten, bestralen
Bijzondere kenmerken soms kattenoogeffect

 

 

 

 

 

 

 

Gewone smeerwortel : Symphytum officinale

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de omlaag hangende opgerolde bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels en
– de ruw behaarde bladeren en stengels

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone smeerwortel is een overblijvende plant, die zeer algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op zonnige tot licht beschaduwde, vochtig tot natte, voedselrijke grond in wegbermen, loofbossen, slootkanten en op dijken.

.

 

 

.

 

Bloem

 

Gewone smeerwortel bloeit vanaf eind april tot en met augustus met witte, roze, lila of paarse bloemen. De bloe-men hangen aan korte stelen in paren omlaag zoals de staart van een schorpioen.

.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel, bladeren en kelkbladen zijn behaard, waardoor de plant ruw aanvoelt. De onderste bladeren zijn ge-steeld, groter en breder dan de hogere. De achterkant van de bladeren is geaderd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Smeerwortel is een geneeskrachtige plant. De Grieken en Romeinen maakten hier al melding van. De soort-aanduiding ‘officinale’ geeft aan dat de plant gebruikt wordt voor medicinale doeleinden. De plant wordt uit-sluitend uitwendig toegepast, in de vorm van omslagen bij botbreuken, wonden, en gewrichtsontstekingen. On-derzoek heeft aangetoond dat de allantoïne uit de wortel de heling van wonden bevordert.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend, vrij zeldzaam
op de Waddeneilanden
– 30 tot 100 cm

Bloem
– paars, lila, roze of (room)wit
– vanaf eind april t/m augustus
– schicht
– buisvormig
– 12 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig, onderste eirond tot   langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– netnervig
– ruw behaard
– onderkant geaderd
– onderste bladeren gesteeld

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– gevleugeld

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grote sneeuwroem : Chionodoxa siehei

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de grote blauwe (soms roze of witte), niet knikkende, 6-tallige bloemen met een groot wit hart én de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote sneeuwroem is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Klein-Azië en in de 19de eeuw bij ons inge-voerd. Ze is op buitenplaatsen als stinsenplant aangeplant en vandaar langzaam verwilderd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

Bloem

 

Grote sneeuwroem bloeit in maart en april. De bloeiwijze is een tros van 1 tot 6 bloemen. Meestal zijn ze helder blauw, soms ook roze of wit. Ze hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die aan de basis ongeveer een halve centimeter met elkaar vergroeid zijn. Ze zijn tot bijna halverwege wit, waardoor de bloem een groot wit hart heeft. De bloemdekbladen hebben de neiging om te krullen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per bol zijn er 2 of 3 gootvormige bladeren, die 5 tot 15 mm breed zijn en een kapvormige top hebben.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meer vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals kleine sneeuwroem en vroege en oosterse sterhyacint.

 

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem.

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart.

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart.

 

 

 

 

 

Algemeen

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– 10 tot 25 cm
– stinsenplant
– ook te koop als tuinplant

Bloem
– blauw, soms roze of wit
– maart en april
– tros
– stervormig
– 20 tot 35 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal

-rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone- en duinreigersbek : Erodium cicutarium sp. cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek met twee vlekken op kroonbladen

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

 

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas).

De plant is afkomstig uit Zuidwest-Europa, het huidige verspreidingsgebied beslaat Noord-Frankrijk, Luxemburg, België, Nederland, Noordwest-Duitsland en Groot Brittannië. In België en Nederland komt de plant algemeen voor. De favoriete standplaats is in loofbossen en vooral in de binnenduinen, maar ook tussen stoeptegels wil de plant wel groeien.

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand. Rei-gersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast de 2 genoemde ondersoorten is er ook nog kleverige reigersbek (Erdium lebelii, geen ondersoort).

 

 

  gewone reigersbek

– scherm: 5 tot 7 bloemen

– bloem 8 tot 17 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen met vlek

– snavel tot 3,5 cm lang

  duinreigersbek

– scherm: 3 tot 5 bloemen

– bloem 8 tot 14 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen zonder vlek

– snavel tot 2,5 cm lang

  kleverige reigersbek

– scherm: 2 tot 3 bloemen

– bloem 6 tot 8 mm

– meestal wit, soms lichtroze

– 5 gelijke kroonbladen zonder vlek

– kleverig door klierharen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

Reigersbek is van de andere ooievaarsbek soorten met kleine helder roze bloemen, zoals robertskruid en zachte ooievaarsbek, te onderscheiden door het blad. Reigersbek heeft oneven dubbel veervormig samengestelde bladeren; de andere ooievaarsbek soorten hebben handvormig gelobde of 3-5 tallige bladeren.

 

 

robertskruid

 

 

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

Gewone- en duinreigersbek

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA