Tagarchief: egypte

De sprinkhaan in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De sprinkhaan

 

Voor boeren in de landen grenzend aan de Middellandse Zee, is het ergste dat hen kan overkomen – op een lang-durige droogte na – een sprinkhanenplaag. De sprinkhanen daar zijn verwant aan die in ons land. Het zijn insec-ten, die in zulke enorme aantallen optrekken, en met zo’n precisie te werk gaan, dat zij alles wat zij op hun pad tegenkomen en dat groen is, volledig kaalvreten.

Wanneer wij in het boek Exodus lezen over de achtste plaag die God over Egypte bracht, beseffen wij wat voor catastrofe dat moet zijn geweest (Exodus 10: 1-20). De vroege gewassen, het vlas en de gerst, waren al door de hagel neergeslagen; nu waren de tarwe en de spelt aan de beurt (Exodus 9: 29-33).

Omdat de Farao steeds weigerde naar God te luisteren, voerde Hij met een oostenwind een zwerm sprinkhanen aan, groter dan Egypte ooit had gezien. Nadat zij al het overige gewas kaalgevreten hadden, voerde God hen weer weg met een westenwind. Sprinkhanen werden dus door God gebruikt om mensen te straffen, onder meer de Israëlieten toen zij Hem de rug toekeerden (Deuteronomium 28: 38-42).

 

 

 

Exodus 10: 1-20

 

1 De Heer zei tegen Mozes: “Ga opnieuw naar de farao. Want Ik heb hem en zijn dienaren zó koppig gemaakt, dat ze niet zullen willen luisteren. Want Ik wil mijn wonderen bij hen doen. 2 Dan zullen jullie aan je kinderen en kleinkinderen vertellen wat Ik voor wonderen in Egypte heb gedaan. Jullie zullen weten dat Ik de Heer ben.”

3 Toen gingen Mozes en Aäron weer naar de farao. Ze zeiden tegen hem: “Dit zegt de Heer, de God van de He-breeën: hoelang zult u blijven weigeren om Mij te gehoorzamen? Laat mijn volk vertrekken, zodat ze Mij kunnen aanbidden. 4 Als u mijn volk niet laat gaan, zal Ik morgen sprinkhanen in uw land laten komen. 5 Ze zullen het hele land bedekken. Zelfs de grond zal niet meer te zien zijn. Ze zullen alles opeten wat er na de hagelbuien nog is overgebleven van de oogst en de bomen.

6 En alle huizen in Egypte zullen vol met sprinkhanen zitten. Nog nooit eerder is zoiets gebeurd in de geschie-denis van Egypte.” Toen draaide Mozes zich om en vertrok. 7 De dienaren van de farao zeiden tegen hem: “Hoelang zal deze man ons nog ellende bezorgen? Laat die mannen vertrekken om hun Heer God te aanbidden! Ziet u dan niet dat Egypte helemaal wordt vernietigd?”

8 Toen werden Mozes en Aäron bij de farao terug geroepen. De farao zei tegen hen: “Ga jullie Heer God maar aanbidden. Maar wie zullen er eigenlijk allemaal gaan?” 9 Mozes antwoordde: “We gaan met jong en oud, met onze zonen en dochters, met onze schapen, geiten en koeien. Want we hebben een feest voor de Heer.” 10 Toen zei de farao tegen hen: “Ik wens jullie nog liever de zegen van de Heer toe, dan dat ik jullie en jullie kinderen laat vertrekken! Pas maar op, want ik begrijp wel wat jullie van plan zijn!

11 Nee, alleen de mannen mogen gaan om de Heer te aanbidden, want dat was wat jullie hadden gevraagd.” En hij joeg hen zijn paleis uit. 12 Toen zei de Heer tegen Mozes: “Strek je hand uit over Egypte. Dan zullen er sprinkhanen in Egypte komen. Ze zullen alle planten opeten, alles wat er na de hagel nog is overgebleven.” 13 Toen strekte Mozes zijn staf uit over Egypte. En de Heer zorgde ervoor dat er die hele dag en die hele nacht een oostenwind over het land waaide. Toen het ochtend werd, bracht de wind sprinkhanen mee.

14 Zo kwamen er sprinkhanen in heel Egypte. In het hele land streken ze in grote zwermen neer. Nog nooit eer-der was er zó’n grote sprinkhanenplaag in Egypte geweest en zo één zal er ook nooit meer komen. 15 Ze be-dekten het hele land. Het zag er zwart van de sprinkhanen. Ze aten alle planten en vruchten op die niet door de hagel waren vernield. Zo bleef er in heel Egypte geen sprietje groen meer over.

16 Toen liet de farao snel Mozes en Aäron halen en zei: “Ik heb verkeerd gedaan tegen jullie Heer God en tegen jullie! 17 Vergeef het mij nog één keer! Bid tot jullie Heer God dat Hij ons redt! Want zo gaan we allemaal dood!” 18 Toen ging Mozes bij de farao weg en bad tot de Heer. 19 En de Heer zorgde ervoor dat er een harde westenwind ging waaien. Die nam de sprinkhanen mee en blies ze de Rietzee in. Er bleef in heel Egypte geen één sprinkhaan over. 20 Maar de Heer zorgde ervoor dat de farao koppig bleef, zodat hij de Israëlieten niet liet gaan.

 

 

 

Exodus 9: 29-33

 

29 Mozes zei tegen hem: “Zodra ik buiten de stad ben, zal ik tot de Heer bidden. Het onweer zal ophouden en het zal niet meer hagelen. Dan zult u toegeven dat de aarde van de Heer is. 30 Maar ik weet dat u en uw die-naren nog steeds geen ontzag hebben voor de Heer God.” 31 Het vlas en de gerst waren door de hagel platge-slagen, want de gerst had al aren en het vlas stond net in bloei.

32 Maar de tarwe en de spelt waren niet platgeslagen, want die groeien later. 33 Mozes ging bij de farao weg. Hij ging de stad uit, stak zijn handen op naar de Heer en bad tot Hem. Toen hield het zware onweer op en de ha-gel en de stortregen stopten.

 

 

 

Deuteronomium 28: 38-42

 

38 Jullie zullen veel zaad in de akkers zaaien, maar weinig oogsten. Want de sprinkhanen zullen de oogst opvreten.
39 Jullie zullen wijngaarden planten en bewerken, maar geen wijn drinken of druiven plukken. Want de wormen zullen alles kaalvreten.
40 Jullie zullen in het hele land olijfbomen hebben, maar jullie zullen je niet met olie zalven. Want de olijven zullen afvallen.
41 Jullie zullen zonen en dochters krijgen, maar niet van hen genieten. Want ze zullen als buit meegenomen worden.
42 Alle bomen en akkers zullen door ongedierte worden kaalgevreten.

 

 

De 10 plagen van Egypte

 

 

 

“De sprinkhanen – een koning hebben zij niet, maar ze rukken in slagorde op” (Spreuken 30: 27) zei Salomo. De profeet Joël voorspelde zo’n sprinkhanenplaag, zowel letterlijk als figuurlijk, als een sterke invallende macht (Joël 1: 1-7). In vers 4 worden vier verschillende woorden voor de sprinkhanen gebruikt; ze worden vertaald als knager, sprinkhaan, verslinder en kaalvreter.

 

 

 

Spreuken 30: 27

 

27 De sprinkhanen – ze hebben geen koning, maar toch trekken ze als één groot leger op.

 

 

 

Joël 1: 1-7

 

1 Dit is wat de Heer zei tegen de profeet Joël, de zoon van Petuël. 2 Luister, leiders van het volk! Luister goed, bewoners van het land! Luister naar wat Ik nu ga zeggen. Is dit ooit eerder gebeurd in de geschiedenis van dit land? 3 Vertel het aan je kinderen. En laten zij het weer aan hún kinderen vertellen, en ook zij weer aan hún kin-deren.

4 De sprinkhanen eten alles op: wat de knager overlaat, eet de sprinkhaan op. Wat de sprinkhaan overlaat, wordt opgevreten door de verslinder. En wat de verslinder overlaat, eet de kaalvreter op.

5 Dronkenlappen, word wakker! Huil en klaag, zuipers, want jullie zullen geen nieuwe wijn hebben! 6 Want een groot volk valt dit land aan. Een machtig, ontelbaar leger. Als een leeuw verslindt het alles met zijn tanden. 7 Israël, mijn wijnstruik, wordt helemaal verwoest. Mijn vijgenboom Israël ziet wit als schuim. Het leger schilt mijn vijgenboom helemaal kaal en werpt hem weg. De takken zijn kaal en wit geworden.

 

 

sprinkhanenplaag

 

 

Wij weten niet wanneer Joël profeteerde, maar het feit dat de bazuin op Sion geblazen moest worden (Joël 2: 1), betekent dat een aanval op Juda ophanden was. Dit zou wellicht de aanval van de Assyrische koning Sanherib in de dagen van koning Hizkia geweest kunnen zijn. Interessant is dat er in 2 Koningen 15 t/m 18 over vier invallen van Assur wordt geschreven, drie op het noordelijke rijk en één op Juda.

 

 

 

Joël 2: 1

 

1 Blaas op de ramshoorn in Jeruzalem! Sla alarm op mijn heilige berg Sion! Laten de bewoners van het land beven van angst, want de dag van Gods straf komt eraan!

 

 

In Arabische landen gebruikt men nog steeds sprinkhanen als voedsel. Dus is het niet zo vreemd dat Johannes de Doper, toen hij in de woestijn was, leefde van deze insecten en wilde honing (Matteüs 3: 4). En de wet van Mozes stond hem dat toe (Leviticus 11: 20-22).

 

 

Matteüs 3: 4

 

4 Johannes droeg een mantel die van kameelhaar was gemaakt, met een leren gordel om zijn middel. Hij leefde van sprinkhanen en honing van wilde bijen.

 

 

 

Leviticus 11: 20-22

 

20 Alle insecten moeten jullie walgelijk vinden. 21 Maar alle insecten die springpootjes hebben, mogen jullie wél eten. 22 Dat zijn dus alle soorten sprinkhanen. 23 Maar alle andere insecten moeten jullie walgelijk vinden.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

De Bijbelse Oudheidkunde

Standaard

categorie : religie

 

 

.

De Bijbelse Oudheidkunde is de wetenschap die een beschrijving geeft van het leven op het terrein van de bijzondere Godsopenbaring (zoals overgeleverd in de Bijbel) , met zijn verschillende toestanden, instellingen, zeden en gewoonten.

 

 

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

oude Bijbelse geschriften, de dode zee-rollen

 

.

 

Inleiding

.

Nut

 

Voor een goed begrip van de Bijbel, in het bijzonder van de Bijbelse Geschiedenis, is het nodig om enigszins bekend te zijn met de Bijbelse Oudheidkunde.

.

 

Stof

 

De naam Israëlitische Oudheidkunde moet als te beperkt worden verworpen. Pas na de uitleiding uit Egypte treden de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jakob in de geschiedenis op als het volk Israël. Bij de Sinaï heeft God hen geformeerd tot een volk, en aangenomen tot Zijn volk, dat tot op Christus’ komst drager van Zijn bijzondere openbaring zijn zou. Aangezien echter de bijzondere openbaring niet eerst toen, maar al direct na de zondeval begonnen is, moet de Oudheidkunde ook van hen, die van Adam af met deze openbaring werden bedeeld, het leven en de leefvormen beschrijven, althans voor zover dit mogelijk is.

.

 

Gegevens

 

Wat de tijden vóór Mozes aangaat, staan ons niet veel gegevens ter beschikking. Aan het tijdperk van Adam tot Abraham worden in de Schrift slechts enkele bladzijden gewijd. Wel valt er meer te beschrijven over het tijdperk van Abraham tot Mozes, maar kan er zeker geen volledige beschrijving van de Oudheidkunde in dit tijdvak gege-ven worden. En het weinige, dat meegedeeld word, geeft wel enig inzicht in het godsdienstig leven, maar biedt heel weinig gegevens over het burgerlijk-maatschappelijk leven.

.

 

Indeling

 

Wat de indeling van de voorhanden stof betreft, verdient het de voorkeur, om eerst het godsdienstig leven, en vervolgens het persoonlijk en huiselijk, het maatschappelijk en staatkundig leven te beschrijven. Als bezwaar wordt hiertegen ingebracht, dat het natuurlijke eerst is, daarna het geestelijke, en dat de bijzondere openbaring altijd begint met in het natuurlijk leven in te gaan. Dit bezwaar is niet helemaal ongegrond. Het kan niet worden ontkend, dat de goddelijke instellingen en gebruiken het natuurlijk leven veronderstellen en zich daarbij aansluiten.

Anderzijds mag echter niet worden voorbijgezien, dat juist op het terrein van de bijzondere openbaring heel het leven door de dienst van God wordt beheerst en gedragen. Het is, om een voorbeeld te noemen, de roeping van en de belofte aan Abraham, die de levensgang van de aartsvaders bepaalt. Met name bij Israël is het burgerlijk-maatschappelijk leven niet los te denken van het godsdienstige leven. Heel de nationale ontwikkeling van Israël hangt ten nauwste samen met zijn verkiezing en bestemming tot volk van God.

.

 

oude gebouwen uit de tijd van koning David

oude gebouwen uit de tijd van koning David

 

.

 

Het godsdienstig leven vóór Mozes

.

Terstond na de geschiedenis van de zondeval (Gen. 3 : 1) lezen we van het offer, door Kaïn en Abel gebracht (Gen. 4 : 1). In het algemeen heeft het offer ten doel, de gemeenschap met God te zoeken, door Hem een stoffelijke ga-ve aan te bieden. Vóór de val wijdde de mens zichzelf met al het zijne de Heere toe. Maar door de zonde werd de gemeenschap met God verbroken. Toen heeft God Zelf de gevallen mens opgezocht, hem de belofte geschonken van het vrouwenzaad, (Gen. 3 : 15).

Kaïn en Abel zijn de eersten, van wie wij lezen, dat zij hebben geofferd, kennelijk met het doel, Gods gemeen-schap te zoeken, een blijk van Zijn gunst te ontvangen, door Hem met welgevallen te worden aangezien. Een andere onderscheiding dan die tussen bloedige en onbloedige offers, (Gen. 4 : 3 en 4) werd blijkbaar nog niet gemaakt.

Uit het feit, dat er vóór Abraham alleen van brandoffers sprake is, niet van zonde- en schuldoffers, mag niet wor-den afgeleid, dat de behoefte aan verzoening niet werd gekend. Pas bij Noach lezen we van een altaar, (Gen. 8 : 20) waaruit echter niet volgt, dat er vóór de zondvloed niet op een altaar zou zijn geofferd. In de dagen van Seth, na de geboorte van Enos (Gen. 4 : 26) “begon men de Naam van de Heere aan te roepen”, d.w.z. er werd een begin gemaakt met de openbare godsdienstoefening. Op geregelde tijden kwam men samen tot gemeenschap-pelijke verering en offerande.

.

 

Altaren

 

Van de aartsvaders Abraham, Izaäk en Jakob, weten wij, dat zij op de plaats waar de Heere hun verscheen, of waar zij zich voor enige tijd dachten te vestigen, altaren bouwden, om God hun offers te brengen en daar in het gebed tot Hem te naderen, (Gen. 12 : 7 – 13 : 4 – 21 : 33 – 26 : 25). Deze altaren waren hoogten, gebouwd van ongehou-wen stenen of van graszoden, en stonden in de open lucht of onder de schaduw van een boom. Het offer werd gebracht door de huisvader. Een speciaal ingesteld priesterschap kent de patriarchale tijd niet.

 

.

Besnijdenis

 

Aan Abraham werd reeds als een blijvende instelling de besnijdenis bevolen. Op zijn 99 ste jaar sprak de Heere tot hem: Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde” (Gen. 17 : 10). Deze besnijdenis, die op de achtste dag moest plaatshebben, was dus een teken en een zegel van het verbond, dat tot inhoud had: “u te zijn tot een God en uw zaad na u” (Rom. 4 : 11). De wegsnijding van de voorhuid, dat in de regel door de huisvader met een stenen en later met een stalen mes gedaan werd, was een zegel van de wegneming van “de voorhuid des harten” en van “de besnijdenis des harten”, dat is van het zondige hart, de vleselijke natuur, waaruit de zonden voortkomen.

Ook ingeborene en gekochte slaven, alsook inwonende vreemdelingen, waren aan het bevel van de besnijdenis onderworpen (Gen. 17 : 12 en 13). Lang vóór Abraham werd al bij de Egyptenaren en andere volken uit de oud-heid de besnijdenis toegepast als een soort van gezondheidsmaatregel, en dan niet voor elke man uit het volk, maar alleen voor de priesters, terwijl van een besnijdenis van kinderen nooit sprake was. De moslims voltrekken ze, ook nu nog, pas op hun 13e jaar (Gen. 17 : 25).

Zoals God niet pas tijdens Noach de regenboog in het aanzijn riep, maar die voortaan stelde tot een teken van Zijn verbond, zo sloot Hij, toen Hij aan Abraham de besnijdenis gaf, Zich aan bij een reeds onder andere volken bestaand gebruik, maar bepaalde daarvoor wel een geheel nieuwe manier van bediening, en gaf daaraan ook een geheel nieuwe, geestelijke betekenis.

.

 

Eed zweren

 

Bij de aartsvaders lezen we voor het eerst van het eed zweren. Toen God aan Abraham de belofte van het verbond gaf, zwoer Hij bij Zichzelf, dat Hij bij niemand die meerder was, had te zweren (Gen. 22 : 16 tot 26) en (Hebr. 6 : 13). Abraham liet zijn knecht zweren bij de Heere, de God des hemels en der aarde (Gen. 24 : 2 en 3). Jakob zwoer bij de vreze van zijn vader Izaäk: (Gen. 31 : 53)  “dat is, bij God, Die zijn vader Izaäk met grote eerbied en godvruchtigheid diende”. Bij het zweren werd de hand opgeheven tot de hemel (Gen. 14 : 22) of gelegd onder de heup van hem, die de eed vroeg (Gen. 24 : 2 tot 9 – 47 : 29)  (Gen. 21 : 23 – 24 : 31 – 25 : 33 – 26 : 31 – 47 : 31 – 50 : 25).

.

 

Zegening

 

Ook de patriarchale zegening was een godsdienstige handeling. Hierbij traden de aartsvaders op als profeten, wat onder meer hieruit blijkt, dat zij de zegening niet gaven aan de kinderen, voor wie zij een zekere voorliefde had-den (Gen. 27 : 27 en 39 en 49 – 48 : 14). Abraham heeft Izaäk niet gezegend; dat Izaäk de erfgenaam van de be-lofte zou zijn, was boven alle twijfel verheven. De zegening van Izaäk moest echter het onderscheid tussen Jakob en Ezau, de zegening van Jakob het onderscheid tussen Juda en zijn andere zonen openbaren en in de historie vaststellen.

.

 

Afgoderij

 

Hoewel de aartsvaders zich zelf vrij hielden van alle afgoderij, sloop deze nochtans hun tenten binnen. Rachel stal de terafim van haar vader (Gen. 31 : 19) en Jakob moest, vóór hij zijn gelofte te Bethel kon vervullen, de vreemde goden en de (waarschijnlijk als amuletten gedragen) oorsierselen van zijn huisgenoten wegdoen (Gen. 35 : 2).

 

 

Aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John astria

.

 

Egyptische invloed

 

Van het godsdienstig leven van de kinderen Israëls tijdens hun verblijf in Egypte wordt in de Schrift weinig mee-gedeeld. De godvruchtigen hebben stellig geleefd bij de beloften, aan de vaderen gedaan, en de hoop vastge-houden op het toekomstig bezit van Kanaän (Ex. 4 : 29 tot 31). Dat de sabbat in ere werd gehouden, kan als zeker worden aangenomen; uit het feit, dat er op de sabbat geen manna viel, blijkt dat hij door Israël vóór de wetge-ving al werd gevierd (Ex. 16 : 23 tot 30). In Egypte werden de afgoden door velen gediend (Lev.17 : 7) (Ez. 20 : 7 tot 9). In de latere geschiedenis komt telkens uit, hoezeer de zeden en gewoonten van de Egyptenaren invloed op de Israëlieten hebben uitgeoefend. Zeer waarschijnlijk heeft de herinnering aan de stierdienst in Egypte geleid tot het maken van het gouden kalf bij de Sinaï  (Ex : 32).

 

 

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

Byzantijnse kerk met mogelijk het graf van Zacharia

 

.

 

Het godsdienstig leven bij het volk Israël

.

Uit kracht van het verbond met Abraham waren de kinderen Israëls ten allen tijde een afgezonderd geslacht. Daarom noemt de Heere hen, in opdracht aan Mozes, “Mijn volk”(Ex. 3 : 7 en 10). Voor het eerst bij de Sinaï echter worden ze daadwerkelijk geformeerd tot een volk, en gaat de belofte in vervulling: “Ik zal ulieden tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn”(Ex. 6 : 6). Uit kracht van de genadige betrekking, waarin God Zich tot Israël stelt, in onderscheiding van andere volken, geeft Hij het volk Zijn wetten en inzettingen, die alle rusten op de Wet, nl. de Wet van de tien geboden (Ex 20 en Deut 5).

God, Die heilig is, had Israël verkoren om een heilig volk te zijn en zich Hem geheel en al toe te wijden. Israël was dat, wanneer het in- en uitwendig, in geloof en levenswandel, zich gedroeg overeenkomstig de wetten, welke God bij de Sinaï gaf. Deze heiligheid, waartoe Israël geroepen was, sloot niet alleen de zedelijke heiligheid in, die in de wet van de tien geboden, maar ook de ceremoniële heiligheid, die in de schaduwachtige wetten wordt ge-vraagd. Deze laatste, die in Christus en Zijn gemeente hun vervulling verkrijgen, bevatten wat door God was bepaald omtrent:

  • plaatsen van de offerdienst (tabernakel, tempel),
  • voor de dienst van God uitverkoren personen (levieten, priesters),
  • bepaalde godsdienstige handelingen (offeren, reinigen, besnijden, geloften doen, bidden en zegenen, verbannen, wijden eerstgeborenen, eerstelingen en tienden, zalven, gewijde zang en muziek) en
  • bijzondere tijden (dagelijks offers, sabbat, maandsabbat, sabbatsjaar, jubeljaar, feesttijden, verzoendag).

 

.

Israël, het volk van God

Israël, het volk van God

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

John Astria

Peridoot, Olivijn of Chrysoliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Een doorzichtige of doorschijnende geelgroene halfedelsteen, bestaande uit magnesium- en ijzersilicaten. Chrysoliet komt over het algemeen in vulkanisch gesteente (ook in dolomiet en enkele kalksteensoorten) in massieve, kristallijne of korrelige vorm voor.

De benaming „chrysoliet” is afgeleid van het Griekse woord chru·soʹli·thos, dat „goudsteen” betekent, en waarschijnlijk hebben ten minste enkele van de Ouden deze naam op verscheidene geelkleurige edelstenen toegepast. Chrysolietkristallen van goede kwaliteit zijn in Egypte te vinden.

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: (Mg,Fe)SiO4

hardheid: 7 &

dichtheid: 3,2-3,6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tektiet, woestijnglas

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

Algemene informatie

 

Tektiet is natuurlijk ontstaan glas bij hoge temperaturen door meteoorinslagen en geothermische activiteit. Moldaviet is een zeldzame, groene variant. Libisch goud tektiet, ook wel Libisch woestijnglas genoemd, is een gele variant die voornamelijk wordt gevonden op nabij de grens van Libië en Egypte.

 

 

tektiet

 

 

 

moldaviet

 

 

Libisch woestijnglas

 

 

 

Vindplaats

 

Tektiet wordt o.a. gevonden in Tsjechië, de Filipijnen en het Midden-Oosten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2 + Al,Ca,Fe,K,Na

hardheid: 5,5

dichtheid: 2,4

 

 

 

 

 

moldaviet

 

 

 

 

 

Libisch woestijnglas

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De uittocht uit Egypte

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Na onderzoek van de weg die de Israëlieten zouden kunnen hebben gevolgd bij hun uittocht uit Egypte vond Ron Wyatt dat de Bijbelse beschrijving goed past bij een diepe kloof genaamd Wadi Watir. Het boek Exodus legt uit hoe de kinderen van Israël door God geleid werden “niet langs de weg naar het land van de Filistijnen maar door de Wildernis van de Rode zee.” Exodus 13:17,18.

 

 

Exodus van de Israëlieten uit Egypte

Exodus van de Israëlieten
uit Egypte

 

.

 

Plaats van de overtocht aan de golf van Aqaba

Plaats van de overtocht aan de golf van Aqaba

 

.

 

 De exodus

.

Toen de farao het volk had laten vertrekken, leidde God hen niet langs de weg die door het gebied van de Filistijnen loopt (langs de Middellandse Zee), ook al was dat de kortste route. God dacht namelijk: Als ze strijd zouden moeten leveren, konden ze wel eens spijt krijgen en terug willen gaan naar Egypte. Daarom liet hij het volk een omweg maken en door de woestijn naar de Rietzee trekken.

 

.

Route via de Rietzee

Route via de Rietzee

.

 

 

Hier is een grote open woestijn (Wildernis van de Rode Zee). Dan zegt God in Exodus 14:1,2:

 ‘Zeg tegen de Israëlieten dat ze omkeren en hun kamp opslaan voor Pi-Hachirot, tussen Migdol en de zee; jullie moeten je kamp recht tegenover Baäl-Sefon opslaan, vlak bij de zee.

 

.

turnback

 

.

 

Ron vond deze weg die naar een kloof leidde die nu Wadi Watir heet. De Bijbel vertelt de reactie van de farao toen hij hoorde van de afslag die de Israëlieten hadden genomen, in Exodus 14:3

.

 

nuweiba_labelled

 

.

 

 

De farao zal denken dat jullie de weg kwijt zijn geraakt en de woestijn niet meer uit kunnen komen. Ik zal ervoor zorgen dat hij onverzettelijk blijft, zodat hij jullie achtervolgt, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger ten val te brengen. Dan zullen de Egyptenaren beseffen dat ik de Heer ben.’ De Israëlieten gehoorzaamden.

.

Wadi Watir is een lange diep kloof die goed overeenkomt met de beschrijving van Exodus.

Volgens traditie vond de Doortocht plaats door de Golf van Suez. Maar daar zijn geen bergen. Het gebied is volkomen vlak, niet zoals in de Bijbelse beschrijving. Een andere reden waarom de Golf van Suez populair was in de gedachtegang, was, omdat men volgens de traditie dacht dat de berg Sinaï op het Sinaï schiereiland ligt.

De Bijbel verteld ons echter dat de berg Sinaï in Arabië ligt. (Galaten 4:25 Hagar staat voor het verbond van de berg Sinaï in Arabië, dat slaven baart.) Na enkele kilometers opent Wadi Watir in een breed strand, aan de westkust van de Golf van Akaba, het enige strand dat groot genoeg was om de ongeveer 2 miljoen mensen en hun vee te herbergen.

De Israëlieten konden niet naar het noorden omdat daar de weg verspert was door een Egyptisch fort. Nog steeds vinden we aan de noordkant van het strand een versterking. Kon dit het Bijbelse Migdol zijn? (Exodus 14:2) Aan de zuidkant is geen strand, maar lopen de bergen tot aan zee, zodat daar niemand langs kan. Zij konden ook niet terug, omdat het Egyptische leger hen achtervolgden. God had ze bij een punt gebracht waar alleen Hij ze kon brengen. Exodus 14: 13, 21, 22:

.

Maar Mozes antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, wacht rustig af. Dan zult u zien hoe de Heer vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien.

 

En:

Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de Heer liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.

De Egyptenaren achtervolgden hen, alle paarden en wagens van de farao en al zijn ruiters gingen achter hen aan de zee in. Maar in de morgenwake keek de Heer vanuit de vuurzuil en de wolk kolom neer op het Egyptische leger en zaaide paniek onder hen. Hij liet de wielen van de wagens vastlopen, zodat de Egyptenaren de grootste moeite hadden om vooruit te komen. ‘Laten we vluchten!’ riepen ze. ‘De Heer steunt de Israëlieten, hij strijdt tegen ons!

Ron vond een stenen pilaar op het strand. Aan de Saudische zijde vond hij precies zo één met een oud hebreeuwse inscriptie: “MIZRAIM (Egypte), SOLOMON, EDOM, DEATH, PHARAOH, MOSES, YAHWEH.” Hij leidde hieruit af, dat zij door Salomo waren opgericht om de doortocht te herdenken.

 

 

Pilaar die de oversteekplek markeerde

Pilaar die de oversteekplek markeerde

.

 

De inscripties op de kolom die op het strand lag waren weg geërodeerd. De kolom werd door de autoriteiten in beton vastgezet. In 1978 doken Ron en twee van zijn zonen naar de bodem van de Rode Zee en vonden daar – en fotografeerden – talloze met koraal bedekt delen van strijdwagens. Hoe vaker zij doken, hoe meer bewijsmateriaal zij vonden. Een van zijn vondsten was een strijdwagen wiel met acht spaken, dat hij bij de directeur van de Egyptische Oudheidkunde bracht, Dr Nassif Mohammed Hassan.

Na onderzoek verklaarde hij het afkomstig uit de 18de dynastie en dateerde de exodus in 1446 v.Chr. Toen hem werd gevraagd hoe hij dit wist, verklaarde hij dat het wiel met 8 spaken alleen in de 18de dynastie werd gebruikt, de tijd van Ramses II en Tutmoses (Moses). Strijdwagen kisten, menselijke skelet restanten, 4, 6 en 8 spaken-wielen liggen er als stille getuigen van het wonder van het splitsen van de Rode Zee.

 

.

doortocht-rode-zee-20-638

 

.

 

exo14-25

 

.

Het meest verbazingwekkende is de aanwezigheid van een onderzees pad. Langs de lengte van de Golf van Akaba zijn de diepten ongeveer 1,6 km en de Egyptische kust valt weg onder een hoek van 450. Als de Israëlieten elders hadden moeten oversteken, dat hadden zij een steile helling van 450 moeten afdalen tot 1600 m diepte en aan de andere kant weer opklimmen. Met al hun wagens, dieren en kinderen zou dat absoluut onmogelijk zijn. Alleen hier aan het strand van Nuweiba, daalt de bodem met een helling van 1:14 tot een diepte van slechts 850 m om aan de Saudische kant te stijgen met een helling van 1:10. De Bijbel beschrijft het als volgt:

Dit zegt de Heer, die een weg baande door de zee en een pad door machtige wateren, die paarden en wagens liet uitrukken, een heel leger van geweldenaars – daar lagen ze, en ze stonden niet meer op, ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd”

.

De afstand van Nuweiba tot Saudi Arabië is ongeveer 15,6 km. De breedte van de onderwater brug is geschat op 900 m.

.

 

 

Slide1165

 

.

 

 

 De berg Sinaï “

.

En de berg brandde met vuur tot het midden van de hemel, met duisternis, wolken, en dikke duisternis .”…… Deuteronomium 4:11

“En de Here sprak tot u vanuit het midden van het vuur: gij hoorde de stem van de woorden, maar zag geen gelijkenis, alleen hoorde gij een stem. En hij verkondigde aan u zijn verbond, dat hij u gebood om uit te voeren, als tien geboden, en hij schreef ze op twee stenen tafelen .”…… Deuteronomium 4:12-13

 

 

De Sinaï in het vroege ochtendlicht.

De Sinaï in het vroege ochtendlicht.

 

 

 

f11ca08827eef273e11036adcce6bbc1

 

.

In 1978 vond Ron Wyatt strijdwagendelen in de Golf van Akaba vlak bij de Egyptische kust. Op dat moment, wist hij dat de berg Sinaï op de andere oever moest zijn.  Aangezien het Bijbelse verslag vertelt hoe het volk bij de berg Sinaï aankwam nadat ze de Rode Zee overgestoken waren, en aangezien de Golf van Akaba het schiereiland Sinaï (Egypte) van en Saoedi-Arabië scheidde, was er geen twijfel over m.b.t. de locatie van de berg Sinaï in Arabië.

Maar waar in Arabië? Ron bestudeerde het Bijbelse verslag en zag op de vluchtkaarten van het gebied dat er een bergketen was in het noordwestelijke deel van Saudi dat naar zijn aanvoelen het potentieel had om de berg Sinaï te zijn.

 

“De Here, onze God, sprak tot ons in Horeb, zeggende: Gij hebt lang genoeg gewoond bij deze “berg ….. Deuteronomium 1:6

 

Deze beschrijving betekende voor Ron dat de mensen “in” een bergketen waren . Op de kaart was Jebel el Lawz de hoogste piek in de hele NW Saoedi-Arabische regio, en het lag in een gebergte met daarbinnen talrijke brede wadi’s, of canyons, die voldoende ruimte zouden hebben geboden voor een enorm aantal mensen, samen met hun kudden, om “in” het gebied te kamperen en de bescherming van de bergen rondom hen te hebben.

 

.

 

De locatie van de berg Sinaï in Midian

.

 

midian-arabia

 

.

Als we naar de Bijbel gaan is de locatie van de berg Sinaï niet zo moeilijk te achterhalen. Toen God voor het eerste tot Mozes sprak met betrekking tot het grote werk van het volk uit hun Egyptische slavernij te leiden, zei Hij tot Mozes:

 

“Zeker zal Ik met u zijn, en dit zal een teken voor u zijn, dat Ik u gezonden heb: Wanneer gij het volk uit Egypte hebt gebracht, zult gij God op deze berg dienen. “……. Exodus 3:12 2

 “Nu hoede Mozes de kudde van Jethro zijn schoonvader, de priester van Midian, en hij leidde de kudde naar de achterkant van de woestijn, en kwam bij de berg van God, (zelfs) bij Horeb. En de engel van de HEER verscheen hem in een vlam van vuur vanuit het midden van een struik, en hij zag, en zie, de struik brande met vuur, en de struik werd niet verbrand. “…. Exodus 3:1-2

 

Mozes werd zelfs gezegd zijn schoenen te verwijderen, omdat hij op “heilige grond” stond. Dus weten we nu dat Mozes in Midian was, in de “achterzijde van de woestijn”, dat ons het gebied lijkt te impliceren tegenover het grootste deel van de woestijn of de andere kant van de berg die de grens van de woestijn afbakende.  Er was maar één kandidaat naar zijn mening, en dit was Jebel el Lawz.

 

.

Marmeren Zuilen in de buurt van het Altaar te Jebel el Lawz

.

“Twaalf Zuilen Volgens de twaalf stammen van Israël”  En Mozes schreef al de woorden van de HEER, en stond vroeg in de ochtend op, en bouwde een altaar onderaan de heuvel, en twaalf pilaren, volgens de twaalf stammen van Israël …… Exodus 24:4

De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één.

 

.

restanten van de zuilen

restanten van de zuilen

.

Ron geloofde dat deze stukken van een ‘heiligdom’ waren die nabij het altaar gezeten hadden. Er waren ten minste 10 stukken gebroken, ronde kolommen, bijna 59 centimeter in diameter. Ze varieerden in hoogte van 20 tot 66 cm. Daarnaast waren er een groot aantal rechthoekige marmeren stenen 21 bij 42 cm, 25-66 cm lang. Deze stukken zijn gevonden rond het altaar, terwijl anderen op grotere afstand verspreid lagen en in onze telling niet zijn opgenomen.

Hij geloofde dat dit de site van de berg Sinaï moest zijn en hij zag de hele top van de berg geblakerd als verkoold. Hij merkte verschillende kenmerken van de site op die het gebied identificeerden. Als Ron de streek rond de berg overzag, zag hij dat hier een ruimte was die perfect bij de beschrijving van de berg Sinaï (Horeb) paste.

 

.

 

Bewijzen te Jebel el Lawz

.

Vanaf de berg zag Ron de resten van een wit marmeren structuur die was opgericht in de buurt van de altaar aan de voet van de berg. Dit waren de witte zuilen die Ron op zijn eerste reis in 1984 gezien had. De structuur was vernietigd, maar restanten van de kolommen lagen er nog verspreid in het gebied. Aan Ron werd door Bedoeïenen in het gebied verteld dat het stenen “heiligdom” ontmanteld is en gebruikt werd in een moskee te Hagl.

.

 

Zicht op het “Heilige gebied” aan de voet van de berg Sinai

 

Image136 bewijs

.

.

 

A= Saoedi-bewakershuis

B = Altaar met rotstekeningen

C = Overblijfsels van 12 pilaren

D = Groot altaar aan de voet van de berg Sinaï

e = Rode Lijnen merken bronnen

e = Aqua Lijnen merken stenen omheiningen

 

.

Altaar van Mozes

.

-Een altaar van aarde, zult gij t.b.v. mij maken, en zult daarop uw brandoffer, en uw vrede offer offeren, uw schapen, en uw ossen: op alle plaatsen waar Ik mijn naam aan verbind zal Ik tot u komen, en Ik zal u zegenen. 25 En indien gij mij een altaar van steen maakt, zult gij het niet bouwen van gehouwen steen: want als gij uw gereedschap er op heft, hebt gij het verontreinigd. 26 Noch zult gij met trappen tot mijn altaar omhoog gaan, opdat uw naaktheid daarop niet ontdekt worde…. Exodus 20:24

En Mozes schreef al de woorden van de HEER, en stond vroeg in de ochtend op, en bouwde een altaar onder aan de heuvel, en twaalf pilaren, volgens de twaalf stammen van Israël … Exodus 24:4

 

.

altaar van Mozes

altaar van Mozes

 

 

 

wpe72 altaar van, mozes

 

.

 

Het Gouden Kalf Altaar

.

De archeologische ontdekking van het altaar was erg belangrijk. Men vond rotstekeningen op het altaar. Het altaar ligt, naar beneden kijkend naar het heilige gebied,  bijna meteen rechtdoor. Maar het is zowat 1,5 km of meer van de voet van de berg.

 

.

altaar van het gouden kalf

altaar van het gouden kalf

 

 

 

12 afbeeldingen van kalveren naar Egyptische stijl

12 afbeeldingen van kalveren naar Egyptische stijl

.

 

Exodus 32:5 vertelt het verhaal van Aaron hoe hij het altaar voor het gouden kalf bouwt, en Ron vond een altaar met 12 kalf tekeningen naar Egyptische stijl:

Toen Aäron besefte wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de Heer zou zijn.

Een archeoloog van de Universiteit van Riadh raakte opgewonden toen hij de kalveren zag, hij vertelde dat de tekeningen van Egyptische stijl waren, men trof ze nergens anders in Saoedi Arabië aan.

 

 

.

Mozes ontvangt op de Sinaï de 10 geboden van God

.

Mozes trekt alleen  de berg op. Hij blijft een lange tijd weg. Het volk denkt daarom dat hij gestorven is en vraagt aan Aäron of hij van hun sieraden een gouden stierkalf kan maken. Dan hebben ze een nieuwe God om te aanbidden. Aäron geeft toe aan de druk en doet dit. Net op het moment dat er een feest gaande is voor het gouden stierkalf keert Mozes terug met de stenen tafelen. Hij gooit de stenen tafelen kapot en vernietigt ook het beeld.

Daarna keert Mozes terug de berg op. Hij vraagt aan God of hij hem mag zien. God geeft hier gehoor aan, maar laat alleen zijn achterkant zien. Als Mozes God van aangezicht tot aangezicht zou zien zou hij sterven. Ook maakt God nieuwe stenen tafelen voor hem met de tien geboden erop.

Ook ontvangt Mozes de opdracht om een heiligdom, de tabernakel, te bouwen. Hij ontvangt aanwijzingen voor de inrichting van deze tabernakel. Zo moet hij onder andere een gouden ark en een brandoffer altaar maken.

 

 

de 10 geboden

de 10 geboden

 

pasteltekening van John Astria

 

.

 

De Rots te Horeb

.

Na hun tocht door de Sinaï woestijn  komen de Israëlieten zonder water te zitten  water en begonnen tegen Mozes  te morren, hij was zelfs bang dat ze hem zouden stenigen (Exodus 17:4). God gaf dan aan Mozes de opdracht om met zijn staf op een rots te slaan om een bron te laten ontspringen. Mozes deed dit en er vloeide het water uit de rots.

In Numeri 20:2-13 wordt het verhaal enigszins anders verteld. Daar moet Mozes tot de rots spreken nadat hij eerst het volk heeft bijeengeroepen. Maar in plaats van tot de rots te spreken sloeg Mozes er twee keer op met zijn staf, wat de bron deed ontspringen. En omdat Mozes niet gehoorzaamd had aan God kreeg hij de boodschap dat hij het Beloofde Land niet zou bereiken.

.

Zie, Ik zal daar voor u op de rots in Horeb staan, en gij zult de rots slaan, en er zal daar water uitkomen, opdat het volk kan drinken. En Mozes deed zo voor de ogen van de oudsten van Israël. …. Exodus 17:6

.

Net over de westzijde van de bergketen, tegenover het Heilige Gebied, is een gebied dat over een ongelooflijke, vijf tot zes verdiepingen hoge rots beschikt hoog op een heuvel die ongeveer 60 meter hoog is. Deze rots is doormidden gesplitst en vertoont het patroon van water-erosie en het bewijs dat vele beken van daaruit vertrokken, in verschillende richtingen.

 

 

horeb

De splitsing in de rots waar water uitkwam

.

 

.

Elim Twaalf waterbronnen, en zeventig palmbomen; en zij legerden daar.

.

Hierna kwamen ze in Elim, een plaats met twaalf waterbronnen en zeventig dadelpalmen. Daar sloegen ze bij het water hun tenten op. Exodus 15: 27

.

Tijdens het verkennen van de site in 1985 met Samran en zijn werkvolk, vonden ze zeer grote putten, die maar een paar centimeter boven de grond uitkwamen. Ze vormden een lijn die zich langs het meer uitstrekte, het “heilige gebied” begrenzend.

 

 

12 waterbronnen van Elim

12 waterbronnen van Elim

.

Mozes terug keert roept hij het volk bijeen en legt hij hun de regels uit die hij van God ontvangen heeft. Deze gaan onder andere over de sabbatsrust. Ook bevatten deze hoofdstukken een uitleg van de bouw en inkleding van de tabernakel en de manier waarop de priesters zich moesten kleden.

Toen de tabernakel af was werd deze gevuld door de majesteit van God. Dit was zichtbaar door een wolk. Als de wolk stilstond, dan sloegen de Israëlieten daar hun kamp op. Als de wolk verder trok, dan ging het volk daar achteraan. Alzo ging de Exodus verder noordwaarts naar het Beloofde Land Kanaän te Israël.

 

 

.

Manna

.

Manna, ook genoemd man, is het voedsel waarmee God zijn volk spijsde tijdens de veertigjarige reis door de woestijn, op weg van Egypte naar het Beloofde Land. Het woord manna betekent letterlijk “Wat is dat?”, omdat de Israëlieten dat vroegen toen ze de spijs voor het eerst zagen.

.

Ex 16:4 Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen. Het volk moet eropuit gaan en de per dag benodigde [hoeveelheid] verzamelen, zodat Ik het op de proef kan stellen of het naar Mijn wet wandelt of niet.

Ex 16:15 Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria

Mattheus 24 : 7 volk zal tegen volk in opstand komen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Volk zal tegen volk in opstand komen

.

 

slide_6
.
.
.

Wellicht kent u de woorden ‘Volk zal opstaan tegen volk’ uit Mattheus 24:7, in de eindtijd rede van de Here Jezus. Het gaat hier niet om oorlogen van het ene land tegen het andere, maar om strijd van het ene volksdeel tegen het andere, in hetzelfde land. Juist dit zien we steeds vaker gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan Oekraïne, Syrië, Egypte, Nigeria, Soedan, de Centraal Afrikaanse Republiek en niet te vergeten Noord-Korea. Het zijn signalen dat de komst van de Here Jezus dichterbij komt.

 

 

Oekraïne

 

Prominent in het nieuws zijn nu de heftige protesten en gevechten in Oekraïne. Wat is er toch aan de hand in dat land? Het oostelijke deel van Oekraïne voelt zich verbonden met Rusland, het westelijke deel met Europa. De president, Janoekovitsj, is een pion in de handen van de Russische president Poetin. De situatie is bijzonder gecompliceerd. Het zijn niet alleen Oekraïners, die het tegen elkaar opnemen, maar er vechten ook Russen mee en allerlei extremistische groeperingen.

De christenen in Oekraïne roepen dringend op tot voorbede. Soms keren demonstranten zich ook tegen hen. Ze bidden om bescherming, ze bidden om herstel van de vrede, ze bidden om openheid voor het Evangelie.Speciale aandacht vraag ik voor de 300.000 Joodse mensen die nog in Oekraïne wonen. Het is wonderlijk, God gebruikt de huidige onrust om velen in het hart te geven dat de tijd is aangebroken om definitief naar Israël te gaan.
.
Men kan hierbij denken aan Jeremia 16:16, waar wordt gesproken over de jagers, die de Joodse mensen zullen opjagen naar Israël. God brengt Zijn volk thuis, en daar kan Hij opstanden en strijd voor gebruiken. Gods Woord zegt dat er niemand zal achterblijven, zoals we kunnen lezen in Micha 2:12: ‘Ik zal u, Jakob, zeker verzamelen, geheel en al. Ik zal het overblijfsel van Israël zeker bijeenbrengen.
Ik zal het samenbrengen als schapen van Bozra, als een kudde midden in zijn weide. Het zal er gonzen van de mensen.’
.
.

.

Noord-Korea

 

Ook in Noord-Korea zien we dat volk opstaat tegen volk. Het ene deel van het volk controleert het andere deel. Naar aanleiding van een rapport van een VN-commissie werd de afgelopen week in de media volop geschreven en gesproken over de dramatische situatie in het land, over de verschrikkingen in de kampen, waar tienduizenden mensen op een gruwelijke wijze de dood worden ingejaagd.

.
De enige religie die is toegestaan, is de verering van de Noord-Koreaanse leiders. Het vermoeden dat iemand christen is, is al voldoende om ‘voor altijd’ in een kamp te verdwijnen.Eigenlijk is het wel bizar te zien dat de wereld toe blijft kijken naar wat er in Noord-Korea gebeurt. Waarom worden er geen zware sancties opgelegd aan het dictatoriale bewind?
.
Soms wordt gedaan of de Noord-Koreaanse christenen zielig en zwak zijn, maar dat is beslist niet het geval. Dwars door de verdrukking en vervolging heen maakt de Here hen krachtig en sterk. Bidt u mee voor Noord-Korea, voor de christenen, maar ook om een ommekeer van de situatie in het land.
.
.
.
.

Syrië

.
Ook in Syrië is de situatie buitengewoon ernstig. In dit land vecht eveneens het ene deel van het volk tegen het andere deel. In heel het Midden-Oosten zie je botsingen tussen de twee hoofdstromingen in de islam, de sjiieten en de soennieten. Veel buurvolken van Israel hebben zo de handen vol aan de strijd in eigen land, dat ze voor Israel steeds minder een bedreiging vormen. Wie twijfelt aan de gewelddadigheid van de islam, moet zich maar eens verdiepen in de strijd tussen beide stromingen.

 

Met name christenen hebben het buitengewoon zwaar in Syrië. De islamitische terroristen richten zich in hun strijd bij voorkeur op de christenen. Velen van hen zijn gevlucht, velen zijn gedood, maar sommigen blijven op hun post om hun getuigenis te laten horen, om mensen in nood bij te staan. We bidden ook voor hen.

 

 

Nigeria

.

Ook in het noorden van Nigeria is het crisis. Daar zijn het met name de terroristen van de terreurgroep Boko Haran die er een behagen in schijnen te hebben om onschuldige mensen, veelal christenen, te vermoorden. Dat is onmenselijk, dit is duivels. Aangrijpend zijn de getuigenissen van veel christenen in dat gebied. Ze zijn bang, jazeker.
.
Deze christenen bidden voor hun vervolgers. Zelf zijn ze niet bang om te sterven. Ze weten dat ze dan zullen leven, eeuwig leven. Ze maken zich juist zorgen over de moordenaars. Als zij sterven en de Here Jezus nog niet kennen, zullen ze voor eeuwig verloren gaan. Ze bidden om hun bekering. We bidden met hen mee.

 

 

 

Gebed

.

Deze opsomming is verre van volledig. Heftige conflicten tussen bevolkingsgroepen zijn er in veel meer landen, zoals Soedan, Egypte, Irak, Afghanistan, Pakistan en vele andere landen.‘Here God, ontfermt U Zich over deze wereld in nood. Wees allen, waar ook ter wereld, die U kennen en liefhebben genadig, Here, stop de strijd. Tegelijk weten we uit Uw Woord, dat de eindtijd zwaar zal zijn en dat alles wat beschreven is, spoedig zal geschieden. Here, geef de vervolgden alles wat ze nodig hebben, bekeer vervolgers, breng het Joodse volk, Uw volk thuis en wees ook ons genadig. We prijzen Uw grote Naam en stellen ons vertrouwen op U alleen. Amen.’

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

mijne kop a4                                                                                    JOHN ASTRIA 

Een archeologisch bewijs van de 12 stammen van Israël

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

.

Historisch bewijs voor de 12 stammen van Israël:

Dan Leshem / Tel Dan

 

Diverse archeologische ontdekkingen ondersteunen de Bijbel aangaande Jacob, zijn zonen en de duizenden jaren bewoning van het gebied Kanaän door de 12 stammen van Israël. In onderstaand artikel zullen wij 1 van de 12 stammen van Israël behandelen, de stam van Jacobs vijfde zoon Dan.

 

.

Tel Dan

.

Dan was de vijfde zoon van de aartsvader Jacob en de eerste zoon van Bilaha, Rachels slavin (Genesis 30:3). Tijdens de periode van de Richteren migreerde de stam Dan van het hun toegewezen gebied naar de ver noordelijk gelegen stad Leshem. Het Hebreeuwse woord Leshem betekent zoveel als: waardevolle steen.

De stad Leshem, in latere tijden Dan of Tel Dan genaamd (Tel = berg) werd in de tweede helft van de 19e eeuw opgegraven en vanaf 1966 is het een intensief onderzochte archeologische locatie.
In de Bijbel wordt het gebied, rondom de stad Leshem, in Richteren 18:9 omschreven als een erg vruchtbaar land: “Wij hebben het land verkend en kunnen het meteen innemen, een prachtland, ruim en vruchtbaar, waar het aan niets ontbreekt”.

.

 

 

.

Daarnaast is de stad Dan bekend geworden als 1 van de 2 locaties waar Jeroboam, de eerste (Goddeloze) koning van het noordelijke koninkrijk Israël, een gouden kalf oprichtte, zoals we kunnen lezen in 1 Koningen 12:28-29: “En na beraad met zijn adviseurs liet de koning toen twee gouden kalveren maken en zei tegen het volk: “Het is veel te veel moeite steeds de tocht naar Jeruzalem te maken; van nu af zullen deze twee beelden uw goden zijn; zij hebben u uit uw gevangenschap in Egypte bevrijd. Het ene afgodsbeeld werd in Bethel en het andere in Dan geplaatst”.

 

 

 

 

.Deze specifieke locatie is in 1976 opgegraven en daarbij zijn vele religieuze objecten gevonden, waaronder de fundering voor het altaar, zie foto (op foto incl. een frame ter indicatie van de locatie en omvang van het vroegere altaar).

 

.

 

 

 

Een kleiner stenen altaar, eveneens opgegraven in het complex kan een idee geven hoe het grote stenen altaar er ongeveer uit heeft kunnen gezien.

 

 

 

Inscriptie van Zoilos

.

In 1977 werd een ontdekking uit de Hellenistische periode (3e en 2e eeuw v.Chr.) gedaan. Een inscriptie die verwees naar de stad en stam van Dan werd niet ver van het verhoogde altaargedeelte gevonden.  De inscriptie is opgesteld in het Grieks en Aramees en daarin zwoer een zekere Zoilos (Zilas in Aramees) “bij de God die is in Dan”. Voor het eerst kon toen met zekerheid de Bijbelse naam Dan gekoppeld worden aan deze archeologische stadskern.

.

.

 

“bij de God die is in Dan, Zoilos heeft gezworen”

.

 

Daarnaast bewijst het eveneens dat het Arabische Tell el-Qadi niets meer is dan de Arabische (verbastering van de Aramese) benaming voor het Bijbelse Tel Dan, dat zodoende historisch gezien wel degelijk onderdeel was het noordelijke koninkrijk van Israël.

 

 

 

De Tel Dan stèle – Huis van David

.

Een grote archeologische vondst in de stad Dan is een inscriptie uit de 9e eeuw v.Chr. die verwijst naar het “Huis van David” en het is één van de oudste niet-Bijbelse inscripties die direct verwijst naar Koning David. De inscripties komen overeen met wat in de Bijbel geschreven staat en het verhaalt over een overwinning door een Aramese koning op de Israëlieten van het noordelijke koninkrijk, onder leiding van koning Joram.

De overwinning op het Noordelijke koninkrijk wordt op dit tablet hoogstwaarschijnlijk toegeschreven aan de Aramese koning Hazaël van Aram-Damascus, die regeerde van circa 842 v.Chr. tot 805 v.Chr. Beide Aramese koningen komen veelvuldig voor in de kronieken van 2 Koningen als gezworen vijanden van Israël en Juda.

.

.

 

De Tel Dan stéle – huis van David

 

 

Naast dat deze stèle de persoon David uit de Bijbel aanhaalt, spreekt het ook over ‘ביתדוד’ (BYTDWD) wat wil zeggen: Beth David, Huis van David. In de zinsnede er direct boven staat “MLK YSR’L”, wat koning van Israël betekent. Daarnaast spreekt het, zoals eerder vermeldt, over een andere koning die we gedetailleerd terug kunnen vinden in de Bijbel: Joram, de zoon van Achab.

Uit het bovenstaande kunnen we constateren dat we hier ook daadwerkelijk te maken hebben met de historische koning David van Israël, opvolgende koningen, de splitsing in 2 koninkrijken en hun oorlogen. Iets wat volledig overeenkomt met wat geschreven is in de Bijbel.

 

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Serapis Bey ; Chohan van de 4 de straal

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

 

 

 

 

Serapis Bey : Chohan van de 4 de straal

.

.

Serapis Bey is de Heer van de 4e, witte straal.

De kwaliteiten van deze straal zijn:

zuiverheid, discipline, vreugde, hoop, harmonie en excellentie.

 

  • Deze straal correspondeert met de basis chakra, die de mystieke plaats voor ons levensenergie ofwel kundalini is. Op het pad van de 4 de straal leert de ziel de kundalini, haar levensenergie, bewust te beheersen. Dit is het pad van zuiverheid en perfectie, discipline en zelfcontrole, balans en harmonie in je leven. Hier bereik je het meesterschap over de witte vlam van de Hemelvaart die verankert is in de basis-chakra.
  • Serapis Bey begeleidt spirituele zoekers in hun voorbereiding voor het ritueel van de Ascension – de Hemelvaart. Hij is een grote aanhanger van de Goddelijke Moeder en haar licht en vuur in alle zielen. Hij is beroemd tussen de meesters om zijn felle vastberadenheid de zielen uit zelfverwennerij te redden en ze te helpen accelereren op het spirituele pad.

“The Ascension is the acceleration of the Divine Consciousness within us that results in our final return to the white-fire core of being. It is the liberation of the soul from the rounds of rebirth and personal karma.”

  • Serapis Bey heeft vele levens doorgebracht langs de Nijl, en als de Egyptische farao Amenhotep III construeerde hij de fysieke tempel in Luxor. Zijn meest bekende incarnatie was Leonidas, de grote krijger die de Spartanen leidde in de beroemde slag bij Thermopylae, Griekenland.
  • Serapis heeft rond 400 voor Christus zijn Hemelvaart behaald. Zijn etherische retraite verblijf is gelegen in Luxor, Egypte.
  • Als chohan ofwel de Heer van de 4e straal beschikt Serapis Bey over ontelbare legioenen van engelen van zuiverheid en de witte vlam. Het opperhoofd van de engelen van de 4e straal is aartsengel Gabriel. Serapis Bey werkt ook nauw samen met de legionen van Justinius, de serafijnen en cherubijnen.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De geschiedenis van sieraden en juwelen.

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Een juweel of sieraad is een object dat op het lichaam gedragen wordt met de bedoeling het te verfraaien. Sieraden zijn even oud als de mens. Zodra onze verste voorouders dierenhuiden begonnen te dragen om zich te wapenen tegen koude en regen zochten ze ook naar elementen om zichzelf mooier te maken.

 

 

 

 

 

Al in de vroegste beschavingen

 

Vrouwen gingen op zoek naar decoratieve stukken om de sterkste mannen van de stam voor zich te winnen, mannen wilden vooral een goede moeder om het voortbestaan van de soort te verzekeren.Door de eeuwen heen werden de verschillende juwelen en sieraden steeds verfijnder door gebruik te maken van edele metalen en nieuwe technieken.

Het beroep van ‘juwelier’ heeft altijd in hoog aanzien gestaan, ook in de eerste primitieve beschavingen. Vroeger hadden juwelen een functie, bijvoorbeeld om kleren samen te houden Ze werden gemaakt van materialen zoals beenderen, tanden, schelpen, hout en steen. In de Oertijd had een juweel ook het opzet om de status van bepaalde vooraanstaande figuren te tonen. Meestal werden ze met die siervoorwerpen ook begraven.

 

 

 

 

In primitieve culturen was het gebruikelijk om een amulet, kralen of een medaille te dragen. Afrikaanse stammen drukten er hun eigenheid mee uit. Kralen kunnen zowel gedragen worden rond de hals, de pols, de vingers, de enkels en de heupen. De eerste vondsten van Afrikaanse juwelen dateren van 75.000 jaar geleden uit Kenia.

Het zouden trouwens de Cro-Magnons zijn, onze oorspronkelijke voorouders uit Afrika, die naar het Midden-Oosten emigreerden en in Egypte de Neanderthalers als dominant ras verdreven. De Cro-Magnons brachten er het ambacht van het maken van armbanden en halskettingen met tanden en beenderen mee.

 

 

 

 

De eerste sporen van geavanceerde juwelen zijn terug te vinden in het oude Egypte van zowat 5.000 jaar geleden. De Egyptenaren verkozen de luxe, de zeldzaamheid en gemakkelijke bewerking van goud boven andere metalen om juwelen  te maken.

Gouden ornamenten groeiden er algauw uit tot de manier om kracht en religiositeit mee te symboliseren. De machtsdragers pronkten met hun gouden juwelen tijdens leven en dood, want de sieraden gingen mee in de graftombes.

 

 

 

 

Samen met goud gebruikten de Egyptische siersmeden ook gekleurd glas en tal van edelstenen. Toch verkozen ze vooral glas als nevenmateriaal bij het vervaardigen van juwelen omdat glas gemakkelijk bewerkbaar en kleurbaar was. Kleuren hadden er een groot belang, en elke kleur had een andere betekenis.

Zo zei het Boek van de Dood specifiek dat een ketting van Isis rond de nek van een mummie rood moest zijn om de drang van Isis naar bloed te bevredigen, terwijl groene juwelen stonden voor vruchtbaarheid en een goede oogst.

 

 

Glazen Egyptisch sieraad

 

 

In het oude Egypte werden heel wat materialen om juwelen van te maken gevonden aan de grenzen en in de Rode Zee. Daar bevond zich een mijn waarin ze emerald, het lievelingsgesteente van Cleopatra, opdelften. De Egyptische juweliers waren traditioneel aan de slag in grote werkhuizen letterlijk vastgehecht aan tempels en paleizen.

De Egyptische juwelenontwerpen werden ook door andere volkeren overgenomen zoals de Feniciërs die de kunst van het juwelen maken over de hele  wereld verspreidden.Ook werden oude Turkse designs teruggevonden in Perzische juwelen, het bewijs dat er heel wat handel was tussen het Midden-Oosten en Europa.

 

 

Sieraad van Cleopatra

 

 

Ongeveer 4.000 jaar geleden groeide het juwelen maken tot een belangrijk vak in de steden Sumer en Akkad. Het meest bekende archeologische bewijs komt uit de koninklijke begraafplaats van Ur, waar honderden graven uit de periode 2900-2300 voor Christus werden ontdekt.

In deze graven troffen archeologen tomben aan met massa’s artefacten in goud en zilver. Ook in Assyrië vond men graven van mannen en vrouwen getooid met amuletten, enkelbanden, halskettingen en riemen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De spraakverwarring in Genesis

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De spraakverwarring: nog meer moeilijkheden voor compromistheorieën

 

 

3790_o_the_tower_of_babel

 

 

Stel je voor… je bent een christen en gelooft in de Bijbel. Maar anderzijds ben je er toch ook van overtuigd dat het wetenschappelijke materiaal wijst op een miljoenen jaren oud aarde. Wat doe je? Mogelijkerwijs denk je dat de Bijbel niet altijd even letterlijk gelezen moet worden en wel in lijn gebracht kan worden met de hedendaagse ‘wetenschappelijk inzichten’. Maar hoe ga je dan om met de spraakverwarring?

 

 

In Genesis 11 lezen we:

 

1 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. 3 En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. 5 Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. 7 Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. 8 Zo verstrooide de HERE hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. 9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft.

 

Dit verhaal kun je moeilijk opvatten als slechts een allegorie. Het wordt namelijk verteld als historisch narratief (een opeenvolging van gebeurtenissen). Er is geen tekstuele reden om het allegorisch of symbolisch op te vatten, dus moeten we dat met deze passage net zo min doen als bijvoorbeeld met het verhaal van Esther, of het verhaal dat Abraham zijn zoon Isaak moest offeren. Bovendien past dit verhaal van de spraakverwarring in de bredere context van de hoofdstukken ervoor en erna.

En daar nog bovenop wordt het verhaal omsloten door geslachtsregisters (Genesis 10 en 11:10-32). Dat is geschiedschrijving van de puurste vorm. En verder hebben sommige volken (zoals de Tohono O’odham Indianen) nog herinneringen aan de spraakverwarring, wat sterk wijst op een historische gebeurtenis. Dus het moet waargebeurd zijn. Maar wat is dan het probleem? Het probleem wordt duidelijk als we ons afvragen wanneer de spraakverwarring heeft plaatsgevonden.

 

 

 

 

 

Wanneer was de spraakverwarring?

 

We weten dat het enige tijd na de zondvloed is gebeurd en we kunnen berekenen wanneer de zondvloed ongeveer was. Aan de hand van onder meer de geslachtsregisters in Genesis 11 kunnen we dit narekenen. Het ligt er een beetje aan welke manuscripten je gebruikt, want bijvoorbeeld de Septuagint geeft iets andere getallen dan de Masoretische tekst waar onze moderne vertalingen op zijn gebaseerd. Maar hoe dan ook komt er uit dat de zondvloed (en dus de spraakverwarring) niet veel meer dan 6000 jaar geleden geweest kan zijn.

Conclusie: minder dan 6000 jaar geleden was “de gehele aarde één van taal en één van spraak” en waren alle mensen op één plek geconcentreerd.

Maar wacht eens even… Dit stelt ons voor een probleem, nietwaar? Want volgens seculiere wetenschappers waren mensen al veel langer geleden over een groot deel van de wereld verspreid! En dat baseren ze op verschillende dateringsmethoden, zoals de koolstofdateringsmethode en de thermoluminescentiedateringsmethode, waarmee ze archeologische vondsten dateren. Het lijkt erop dat je moet kiezen: of die dateringen kloppen niet, of de Bijbel klopt niet.

Als je voor het eerste kiest: gefeliciteerd! Je hebt ervoor gekozen meer vertrouwen te stellen in het Woord van God dan in de woorden van mensen (ook al noemen die zich wetenschappers). En gelukkig zijn er hele goede antwoorden op vragen als: hoe zit het dan met de koolstofdateringsmethode?

Als je er daarentegen voor kiest om die dateringsmethoden te vertrouwen… dan zul je de geslachtsregisters in Genesis 11 moeten oprekken. Hoe ver moet je die eigenlijk oprekken? Een paar eeuwen? Nou nee. Volgens de gangbare wetenschappelijke theorieën zaten indianen 10.000 jaar geleden al in Amerika. Een paar duizend jaar dus? Nou… nee. Aboriginals zouden namelijk 40.000 jaar geleden al in Australië hebben gezeten.

Je moet de geslachtsregisters dus minimaal een goede 35.000 jaar oprekken. (En dan houden we nog niet eens rekening met allerlei vondsten van stenen werktuigen die honderdduizenden tot miljoenen jaren oud zouden zijn.) Het probleem is dat die geslachtsregisters niet zo ver opgerekt kunnen worden, zoals in een toekomstig artikeltje uitgelegd zal worden. Maar daarnaast zijn er ook nog andere redenen waarom het niet waarschijnlijk is dat de spraakverwarring meer dan 40.000 jaar geleden plaatsvond.

 

 

 

Moeilijkheid #1: mondelinge overlevering en de uitvinding van het schrift

 

Als de spraakverwarring echt zo lang geleden was, dan moet het wel heel lang geduurd hebben voordat men het schrift uitvond. Los van de vraag waarom deze uitvinding zo lang op zich heeft laten wachten (want mensen zouden 40.000 jaar geleden niet minder intelligent geweest zijn dan tegenwoordig) betekent dit dat de verhalen over Adam, Eva, Kaïn, Abel, Noach en de toren van Babel tienduizenden jaren lang mondeling overgeleverd zouden moeten zijn, totdat men iets meer dan 5000 jaar geleden eindelijk eens een keertje het schrift uitvond. Maar hoe kunnen deze verhalen zo’n enorm lange tijd zo accuraat zijn overgeleverd? Vooral het zondvloedverhaal is daar veel te gedetailleerd voor.

In het geval van de Bijbel zouden christenen die in miljoenen jaren geloven nog kunnen zeggen dat het niets uitmaakt hoeveel tijd er tussen de gebeurtenissen en het op schrift stellen heeft gezeten: God heeft de Bijbel immers geïnspireerd? Dat klopt. Maar voor de vele andere volken die nog steeds legenden over de zondvloed en de spraakverwarring hebben gaat die vlieger niet op. Zie het artikel Zondvloedlegenden. Hoe kunnen de herinneringen aan deze verhalen zo enorm lang bewaard zijn gebleven?

Binnen het scheppingsmodel (dat uitgaat van een recente schepping, zondvloed en spraakverwarring, slechts enkele duizenden jaren geleden) zit alles veel logischer in elkaar. Het schrift kan al voor de zondvloed zijn uitgevonden en Mozes kan Genesis geschreven hebben op basis van mondelinge overleveringen en schriftelijke bronnen.

 

 

 

 

 

Moeilijkheid #2: agricultuur

 

Een ander serieus probleem is de oorsprong van agricultuur. Volgens de seculiere theorieën (gebaseerd op de eerder genoemde dateringsmethoden) hebben mensen honderdduizenden jaren lang als jagers-verzamelaars geleefd, totdat ze enkele duizenden jaren geleden ontdekten dat het veel efficiënter is om planten te verbouwen en dieren te houden.

Als je gelooft dat de spraakverwarring meer dan 40.000 jaar geleden plaatsvond, dan is het de vraag waarom het zo lang geduurd heeft voordat agricultuur ontwikkeld werd. Dit is extra problematisch omdat Noach en zijn onmiddellijke nakomelingen kennelijk heel goed op de hoogte waren van verscheidene landbouwtechnieken. Volgens Genesis 6:21 was Noach in staat om een grote voedselvoorraad aan te leggen.

Hij en zijn zonen moeten in elk geval iets hebben geweten over het houden en verzorgen van dieren (in de ark, maar zie ook Genesis 4:20). En bovenal zegt Genesis 9:20-21 dat Noach na de zondvloed een landbouwer werd en een wijngaard aanlegde. En ook de bouw van de stad Babel wijst erop dat men landbouw bedreef (want waar grote groepen mensen bij elkaar zijn, is het waarschijnlijk dat landbouw nodig is om voldoende voedsel op te brengen).

Naast de vraag waarom het zo lang duurde voordat agricultuur ontwikkeld werd, is het de vraag hoe het komt dat deze ontwikkeling een paar duizend jaar geleden plotseling op verschillende plaatsen ter wereld schijnbaar onafhankelijk van elkaar plaatsvond. Vanaf zo’n 10.000 tot 7000 jaar geleden (volgens de eerder genoemde dateringsmethoden) zou agricultuur zijn ontwikkeld in Mesopotamië, Nieuw-Guinea, Sahel (daar ligt tegenwoordig de Sahara), China en Amerika.

Opnieuw vallen alle puzzelstukjes veel makkelijker op hun plaats als je aanneemt dat de spraakverwarring helemaal niet zo lang geleden was, maar gewoon een paar duizend jaar geleden, zoals de Bijbel zegt. Vanuit Babel verspreidden de volken zich over de aarde, en sommige van die volken begonnen gelijk met het toepassen van de landbouwtechnieken die ze nog kenden op de plaatsen waar ze zich vestigden.

 

 

 

Moeilijkheid #3: metaalbewerking

 

Nog zo’n soort probleem is de ontdekking van metallurgie. Volgens de seculiere theorieën is metaalbewerking pas een paar duizend jaar geleden ontdekt, en is deze ontdekking vooraf gegaan aan een tienduizenden jaren durend ‘stenen tijdperk’. Maar dit is rechtstreeks in strijd met wat de Bijbel ons vertelt. Genesis 4:22 zegt dat de bewerking van zowel koper (of brons, volgens de NBV) als ijzer al uitgevonden was voor de zondvloed.

 

 

 

 

 

Moeilijkheid #4: urbanisatie

 

Als je denkt dat de spraakverwarring >40.000 jaar geleden plaatsvond is het een mysterie waarom stedenbouw pas zo recent op gang gekomen is. Volgens de gangbare seculiere theorieën zijn mensen pas in de laatste 10.000 jaar begonnen met het bouwen van stadjes, en de wat grotere steden kwamen pas zo’n 6000 jaar geleden op de kaart te staan.

Dit is vooral een mysterie omdat de mensen die bij de Babelaffaire betrokken waren logischerwijs goed bekend waren met het principe van stedenbouw. (Genesis 11:3: “Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie.”)

Net als voor agricultuur geldt dat stedenbouw in de recentere geschiedenis verbazingwekkend genoeg op verschillende plaatsen ter wereld ogenschijnlijk ‘onafhankelijk’ van elkaar losbarstte. Na tienduizenden jaren van wonen in grotten, tenten en kleine vestigingetjes, worden er in de periode van 6000 tot 4000 jaar geleden plotseling steden gebouwd in Mesopotamië, Egypte, India, China en Peru.

Dit past natuurlijk opnieuw veel beter in het Bijbelgetrouwe model van een recente spraakverwarring, waarna de volken in verschillende richtingen trokken en sommige daarvan binnen korte tijd nieuwe beschavingen opbouwden. Het past ook goed dat de oudste beschavingen zich in Mesopotamië bevonden, in het gebied waar Babel ook gelegen heeft.

Wat het nog interessanter maakt, is dat verschillende antieke culturen op verschillende plaatsen ter wereld een overeenkomstig architectonisch idee hadden, namelijk de zogenaamde trappiramide:

  • In Egypte waren trappiramides de oudste vormen van piramides.
  • In Mesopotamië bouwden de Sumeriërs en hun opvolgers vanaf het vierde millennium voor Christus (volgens seculiere dateringen) de zogenaamde ziggurats, die een zelfde soort vorm hebben.
  • Op het Italiaanse eiland Sardinië staan de restanten van een oude trappiramide die eveneens uit het vierde millennium voor Christus zou stammen.
  • In Midden Amerika bouwden de Maya’s, Azteken en Tolteken trappiramides.
  • In Zuid Amerika werden trappiramides gebouwd door de Inca’s, de Moche en de Chavin.
  • In het antieke China werden er ook piramides gebouwd, al is het niet duidelijk hoe ver de bouw van piramides in China teruggaat.

Deze architectonische overeenkomsten passen natuurlijk uitstekend bij een recente datering van de spraakverwarring. Het lijkt erop dat de Toren van Babel een soort ziggurat was, en dat verschillende wegtrekkende volken dit idee meegenomen hebben en het in hun nieuwe woongebieden opnieuw hebben toegepast.

 

 

 

Het hele verhaal dan maar herinterpreteren?

 

Het verhaal over de spraakverwarring kan niet symbolisch gelezen worden. Ook hebben we gezien dat die gebeurtenis niet redelijkerwijs meer dan 40.000 jaar geleden plaatsgevonden kan hebben. Het lijkt erop dat er nog maar één optie overblijft voor christenen die Genesis per se in lijn willen brengen met gangbare theorieën binnen de wetenschap. Het verhaal zelf moet gewoon drastisch geherinterpreteerd worden: als er staat “De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak” dan betekent dat in feite dat alleen de mensen in een beperkt gebiedje op de wereld één van taal en spraak waren.

En dat er intussen overal op de wereld al andere mensen leefden die allerlei talen spraken. Maar dat komt gewoon neer op een regelrechte ontkenning van de hele hoofdgedachte van het verhaal: de mensen wilde zich niet over de aarde verspreiden, maar God verstrooide ze over de hele wereld.

 

 

 

Conclusie

 

Als we compromissen proberen te sluiten tussen de Bijbel en de populaire theorieën binnen de wetenschap, worden daarbij meer problemen gecreëerd dan opgelost. Het is een misvatting dat de tegenspraak tussen de Bijbel en de dominante ideeën binnen de wetenschap opgelost kunnen worden door simpelweg Genesis 1 als een symbolisch verhaal te lezen. Daar blijft het namelijk niet bij. Om binnen Genesis ruimte te maken voor de gangbare ideeën over miljoenen jaren, moeten ook de schepping van Adam en Eva(Genesis 2), de zondeval (Genesis 3), de geslachtsregisters (Genesis 5 en 11), de zondvloed (Genesis 6-9) en de de spraakverwarring (Genesis 11) totaal geherinterpreteerd worden. Genesis staat het simpelweg niet toe.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA