Tagarchief: schilder

Leonardo da Vinci

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Leonardo da Vinci (1452-1519) was een schilder, beeldhouwer, wetenschapper, filosoof en uitvinder uit de Italiaanse Renaissance. Hij wordt door zijn prestaties en talent gezien als het schoolvoorbeeld van de ‘homo universalis’. Deze ‘universele mens’ was een ideaalbeeld dat tijdens de Renaissance ontstond en had betrekking op een persoon die zich op vele gebieden met de besten kon meten.

 

 

Leonardo%20Da%20Vinci%20zelfportret%20

 

.

Jeugd en opleiding

 

Leonardo da Vinci werd geboren op 15 april 1452 in het dorpje Vinci in Toscane en was de buitenechtelijke zoon van de rijke Florentijnse notaris Messer Piero Fruosino di Antonio da Vinci en Catharina, een boerenmeisje. Tijdens zijn jeugd doorliep Da Vinci een basisopleiding in Latijn, geometrie en wiskunde.

In 1466 kwam hij in de leer bij de beeldhouwer en schilder Andrea del Verrocchio (1435-1488) in Florence. Hier werd hij zowel theoretisch als technisch geschoold en studeerde hij onder andere tekenen, scheikunde, metaalbewerking, mechanica, schilderen, beeldhouwen en modelleren. Zijn talent voor de kunsten was onmiskenbaar en al snel bereikte hij de meesterstatus en zette hij zijn eigen atelier op in Florence.

 

 

Levensloop van Leonardo Da Vinci

 

Da Vinci reisde veel rond en werkte in opdracht van vele verschillende belangrijke families in Italië. Hij werkte onder meer voor de invloedrijke familie d’Medici. Vanaf 1482 kon Leonardo da Vinci aan de slag aan het hof van Ludovico Sforza, de hertog van Milaan.

Onder zijn patronage schilderde Da Vinci een aantal van zijn beroemdste schilderijen, waaronder ‘Het Laatste Avondmaal’ en de ‘Mona Lisa’. Ook heeft hij een tijd in het Vaticaan onder patronage van de Paus Leo X gewerkt. In 1516 besloot hij aan het hof van de Franse koning Frans I te gaan werken. Hier stierf hij op 2 mei 1519 op 67-jarige leeftijd.

 

 

mona-lisa  Mona Lisa

 

 

 

Last_Supper-573x187  het Laatste Avondmaal

 

 

 

 

184367618e24a74cdc5ea52c4b172a54 maagd op de rotsen  de maagd op de rotsen

 

 

Leonardo heeft het meeste naam gemaakt met zijn schilderkunst, zoals zijn schilderijen ‘De maagd op de rotsen’(1483-1486), ‘Het Laatste Avondmaal’(1498) en de ‘Mona Lisa’(1503-1505). Ook heeft Da Vinci veel onderzoek gedaan naar de menselijke anatomie. Daarnaast heeft hij vele uitvindingen gedaan, waarvan er maar weinig uiteindelijk gebouwd zijn. Zo was hij geobsedeerd door vliegen en maakte hij ontwerpen voor verscheidene vliegmachines.

 

 

Fig_1_leonardo-da-vinci-anatomy_4_000 anatomie

 

 

 

De uitvindingen van Leonardo Da Vinci

 

Leonardo Da Vinci heeft talloze uitvindingen gedaan, vele ervan bijzonder voor zijn tijd. De meeste ervan heeft hij nooit gebouwd, alleen getekend. Een groot deel heeft geen praktisch nut gehad, omdat zijn ideeën onmogelijk waren of te duur waren om uit te voeren. Ook publiceerde Leonardo het overgrote deel van zijn studies niet, waardoor weinig van zijn ideeën bij het publiek bekend werden.

Enkelen zijn echter wel in gebruik genomen: de veerpootbrug, de geautomatiseerde spoelopwinder, de molenwals, een machine voor het testen van de treksterkte van draad en een lensslijpmachine. Pas aan het einde van de 19e eeuw werden een aantal van zijn ontwerpen gepubliceerd; daarvoor waren zijn notities in privébezit.

 

 

Strumento_per_cavare_terra,_Draga_lagunare,_study veerpootbrug

 

 

 

 

Vliegen en oorlog

 

Veel uitvindingen van Leonardo da Vinci waren hun tijd vooruit. Een van de thema’s waar Da Vinci erg geïnteresseerd in was, was vliegen. Hij ontwierp mechanische vleugels, een parachute, een helikopter en zelfs een deltavlieger. Alleen de laatste twee waren zo ontworpen dat ze misschien hadden kunnen werken.

Verder ontwierp hij oorlogsmachines. Zo tekende hij onder meer een tank, een reusachtige kruisboog, een stoomkanon en een radslotmusket, de voorloper van de later veelgebruikte vuursteenslotmusket.

 

 

leonardo-da-vincis-parachute de parachute

 

 

 

 

leonardo-da-vinci-helicopter-operation-1de helicopter

 

 

 

Een van de uitvindingen van Leonardo Da Vinci die kort geleden gebruikt is, is de Viola Organista, een muziekinstrument dat een kruising is tussen een orgel en een cello. Ook is in 2001 in Noorwegen een brug gebouwd die gebaseerd is op een ontwerp van Da Vinci.

Hij had voor de sultan van Istanbul een brug ontworpen die de Gouden Hoorn zou overspannen, een trechtervormige riviermonding die door de stad loopt. De brug werd uiteindelijk niet gebouwd omdat de sultan dit onmogelijk achtte. Da Vinci hield zich verder bezig met hydraulica.

Zo tekende hij onder andere een verplaatsbare dijk voor Venetië om invallen tegen te gaan. Ook maakte hij een ontwerp voor waterschoenen en een duikerspak.

.

 

viola organista

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

 

 

 

 

mijne kop a4                                                                                JOHN ASTRIA

 

 

 

Advertenties

De schildersfamilie Breugel in de 16e eeuw

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

 

Op een veiling in Londen is het schilderij Het gevecht tussen carnaval en vasten van Pieter Breugel de Jonge (1564-1638) verkocht voor 7,9 miljoen euro. Dit is een record voor de Vlaamse schilder, die eigenlijk altijd in de schaduw van zijn vader, Pieter Breugel de Oude (circa 1525-1569) gestaan heeft. 

 

 

De strijd tussen carnaval en vasten
Pieter B de jonge   1559

 

 

Breugel is de naam van een beroemde schildersfamilie uit de zestiende en zeventiende eeuw. Aan het hoofd van deze familie stond Pieter Breugel de Oude. Hij signeerde zijn werk tot 1559 met Breughel. Hierna liet hij de ‘h’ echter weg.

Deze kunstenaar had twee zoons, die beiden hun naam met een ‘h’ schreven: Pieter Breughel de Jonge en Jan Breughel de Oude (1568-1625). Van deze Jan Breughel de Oude stammen nog twee bekende schilders af: zijn zoon Jan Breughel de Jonge (1601-1678) en kleinzoon Abraham Breughel (1631-1690).

 

 

 

Pieter Breugel de Oude

 

Over de geboorte van Pieter Breugel de Oude is niets bekend. Het is onzeker waar en wanneer hij precies geboren is. In 1546 werd Breugel in het Antwerpse schildersgilde opgenomen. Ongeveer vijf jaar later maakte Breugel een reis door Italië, waar hij voornamelijk landschappen schilderde.

Zijn bijnaam Boeren Breugel dankt hij aan zijn tijdgenoten, die hem vooral als kundig schetser van het plattelandsleven zagen. Oorspronkelijk maakte Breugel voornamelijk gravures en prenten. Vanaf 1559 veranderde dit echter en ging Breugel nog slechts schilderen.

Het ene meesterwerk na het andere verscheen van zijn hand. Bekende werken van hem zijn onder meer De val van Icarus (1558), De Toren van Babel (1563) en De Boerenbruiloft (1568). Breugel overleed in 1569 in Brussel.

 

 

 

P.B De Oude

 

 

 

Toren van Babel
Pieter B de oude 1563

 

 

 

 

92110_bruegel

De Boerenbruiloft van Breugel de Oude 1568

 

 

 

 

De Dulle griet
Pieter B de oude 1561

 

 

 

 

Oude kinderspelen
Pieter B de oude 1560

 

 

 

 

Nederlandse spreekwoorden
Pieter B de oude 1559

 

 

 

 

De val van Icarus
Pieter B de oude omstreeks 1600

 

 

 

 

De triomf van de dood
Pieter B de oude  1562

 

 

 

 

De volkstelling te Bethlehem 1566

 

 

 

 

Nakomelingen

 

De eerste zoon van Pieter Breugel de Oude was Pieter Breughel de Jonge. Hij ging in de leer bij landschapsschilder Gillis van Coninxloo en trouwde met de zus van zijn meester. In 1585 werd Breughel zelf meester en ging hij voornamelijk landschappen, religieuze onderwerpen en fantasieonderwerpen schilderen.

Voor dit laatste onderwerp gebruikte Breughel vaak vuur en overdreven wezens, wat hem de bijnaam Helse Breughel opleverde. Hij kopieerde en interpreteerde voornamelijk werken van zijn vader, zoals ook het geval was bij Het gevecht tussen carnaval en vasten.

 

 

 

P.B de Jonge

 

 

 

Bruiloftsmaal in de schuur
Pieter B de jonge 1616

 

 

 

Winterlandschap met schaatsers en vogelknip 1565

 

 

 

Boerenbruiloft dance
Pieter B de jonge 1607

 

 

 

Aanbidding der koningen
Pieter B de jonge 1600

 

 

 

De andere zoon van Pieter Breugel de Oude was Jan Breughel de Oude. Hij en zijn twee nakomelingen zetten de schilderstraditie van de familie voort. Jan schilderde voornamelijk landschappen en bloemstukken en werkte onder meer samen met de beroemde schilder Peter Paul Rubens. Rubens zorgde voor de figuren op het schilderij en Jan Breughel de Oude zorgde voor de groene omgeving.

 

 

266px-Peter_Paul_Rubens_-Familie_van_Jan_Bruegel_de_Oude_-_Courtauld_Gallery_Londen_2-12-2009_16-35-20

 

De familie van Jan Breughel de Oude geschilderd door Pieter Paul Rubens

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

         Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’ 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’ 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Bosch Jeroen

Standaard

categorie : beroemde mensen

.

.

.

.

.

.

Bosch Jeroen, (‘s-Hertogenbosch ca. 1450 – 9 aug. 1516), Brabants schilder, heette eigenlijk Hiëronymus van Aken. Hij signeerde zijn werk ‘Bosch’, naar zijn geboorteplaats, waar ook zijn grootvader Jan, zijn vader Anton en zijn broer Goossen als schilder werkzaam zijn geweest. In de plaatselijke documenten komt hij voor het eerst voor in 1480, omstreeks de tijd van zijn huwelijk met Aleid van den Meervenne.

 

 

 

 

 

 

Over zijn leven is niet veel meer bekend dan dat hij blijkbaar in hoog aanzien stond bij zijn stadsgenoten en bestuurslid was van de O.-L.-Vrouwebroederschap die in de St.-Janskathedraal een eigen kapel had, waarvoor Bosch verscheidene opdrachten kreeg.

Felipe de Guevara waarschuwde reeds in 1560–1563 tegen replieken of kopieën, voorzien van een valse Bosch-signatuur. Geen enkel werk is gedateerd. Het opmaken van een chronologie en de studie van het oeuvre worden bemoeilijkt door het feit dat Bosch’ werk noch stilistisch noch thematisch vast te knopen is aan de traditie van de Vlaamse Primitieven.

Een zeker verband met Schongauer en met de Meester E.S. wordt mogelijk geacht. Gaandeweg ontwikkelde Bosch een geheel eigen interpretatie van de christelijke iconografie. In toenemende mate maakte de sfeer van een verloste wereld plaats voor die van een speelterrein van boze en duistere machten. In de Bruiloft van Kana en de Ecce Homo wordt het volk bewust weerzinwekkend voorgesteld.

 

 

 

De Bruiloft van Kana

 

 

 

 

 

Ecce Homo

 

 

 

De verklaring van Bosch’ onderwerpen stuit nog altijd op moeilijkheden die ook de moderne psychologie nog niet geheel heeft ontraadseld. Mogelijk werd zijn verbeelding gevoed door diezelfde neiging tot het bizarre die in randilluminaties van gotische manuscripten en in de ‘spuwers’ en kapitelen van gotische kerken te vinden is.

Zeker is dat Bosch zich vaak liet inspireren door de literatuur, volkse gezegden en folklore. Bosch leefde in de turbulente wereld van het ‘herfsttij der middeleeuwen’. De gisting en de spanningen van zijn dagen – de vooravond van de Reformatie – heeft hij met hallucinerende scherpte en fantasie vertolkt en ongetwijfeld is hij door zijn tijdgenoten begrepen, getuige het feit dat hij veel in opdracht heeft geschilderd.

De Bourgondische hertog Filips de Schone bestelde in 1504 een Laatste Oordeel en de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk bezat een Bekoring van de H. Antonius. Na Bosch’ dood verzamelde Filips II zijn schilderijen.

 

 

 

 

Het Laatste Oordeel

 

 

 

 

Bekoring van de Heilige Antonius

 

 

 

Het thema is altijd weer het kwaad en de dwaasheid in al hun vormen. De gestileerde menselijke figuurtjes in zijn allegorische werken krijgen vaak een tragische schoonheid. Zijn monsters zijn mengsels van menselijke, animale, vegetatieve en minerale vormen, tekenen van een opvatting volgens welke de kiemen van de boosheid over alle lagen van de schepping liggen uitgezaaid.

Het landschap vertoont een voor die tijd uitzonderlijke monotonie, waardoor de bizarre scènes nog beklem- mender worden. Beroemd werden vooral De zeven hoofdzonden, het Hooiwagen-triptiek, waarin de scheppende God naar nauwelijks genaakbare verten schijnt teruggeweken, en het drieluik De tuin der lusten, een van de raadselachtigste werken uit de gehele kunstgeschiedenis.

 

 

 

De Zeven Hoofdzonden

 

 

 

De Tuin der Lusten

 

 

 

Men neemt aan dat Bosch in zijn later oeuvre de mensengestalte op de voorgrond brengt, zoals in de Marskramer, ook bekend als De verloren zoon, de Doornenkroning en de aangrijpende Kruisdraging, een Christus omstuwd door tronies bezeten van haat en spotlust.

 

 

 

De Marskramer

 

 

 

 

De Doornenkroning

 

 

 

 

De Kruisdraging

 

 

 

 

 

In de recentere vakliteratuur wordt het werk van Bosch uitgelegd met verwijzingen naar alchemie en astrologie. De meest sensationele interpretatie was die van de Duitse volkskundige Wilhelm Fraenger, die betoogde dat Bosch lid zou geweest zijn van een geheime sekte van naaktlopers en dat verscheidene van zijn werken zouden zijn uitgevoerd in opdracht van de leider van genoemde sekte, door de auteur geïdentificeerd met Jacob van Almaengien.

Deze exegese, die nogal wat weerklank kreeg, is definitief weerlegd door de in de Verenigde Staten docerende kunsthistoricus Walter Gibson. De strikt historische benadering van de productie en de receptie van Bosch’ werk door Vandenbroeck gaf recent het onderzoek een nieuwe wending. Bosch liet geen school na, maar zijn oeuvre heeft niettemin grote invloed gehad. Pieter Bruegel de Oudere is de enige die zich in rijkdom aan verbeelding en in spankracht met deze visionaire kunstenaar kon meten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hugo Claus

Standaard

categorie : Beroemde mensen

 

 

 

 

De beeldende kunstenaar, filmmaker en de meest bekroonde auteur uit het Nederlands taalgebied Hugo Claus, werd geboren te Brugge op 5 april 1929 en overleed op 19 maart 2008 te Antwerpen.

 


Debuut: Kleine reeks (1947, poëzie)
Genres: Poëzie, roman, novelle, kort verhaal, toneel, scenario
Bijzonderheid:in 1997 ontving hij voor De Geruchten de Libris Literatuurprijs en in 1998 de Aristeionprijs; de hoogste Europese literaire onderscheiding
Citaat: ‘Ik heb vijftig jaar doorgebracht met het aanbrengen van allerlei subtiele dingetjes in mijn werk die misschien niemand eruit heeft gehaald. Dat is toch om verdrietig van te worden. (Haarlems Dagblad, 17-1-1998)
Recent werk: De Komedianten (Pas de deux II) (1997, toneel), Onvoltooid verleden, (1998, roman), Het laatste bed (1998, novelle), Het huis van de liefde (1999, poëzie), Wreed geluk (1999, poëzie), Een andere keer, de andere verhalen (2000), Een slaapwandeling (novelle, 2000)

 

 

 

 

 

 

 

 

Levensloop

 

Hugo Maurice Julien Claus wordt geboren te Brugge op 5 april 1929. Hij verblijft vanaf zijn 18 maanden tot 11-jarige leeftijd in een pensionaat. Hij woont thuis van 1940 tot 1946. Hij verlaat het ouderlijk huis en de school en maakt reizen naar verschillende landen. Van 1950 tot 1953 woont hij in Parijs waar hij in contact komt met surrealisme, existentialisme en Cobra-modernisme.

Van 1953 tot 1955 verblijft hij in Rome in het filmmilieu. In 1955 huwt hij met de filmactrice Elly Overzier, met wie hij in Gent gaat wonen (tot 1965). Vervolgens neemt hij gedurende vijf jaar zijn intrek op een boerderij in de Vlaamse Ardennen. In 1970 gaat hij in Amsterdam wonen, waar hij een verhouding heeft met de actrice Kitty Courbois. Van 1973 tot 1978 woont hij in Parijs samen met de actrice Sylvia Kristel. Uiteindelijk verhuist hij opnieuw naar Gent. Hij huwt in 1993 met Veerle De Wit.

Hugo Claus’ werk is even veelzijdig en wisselvallig als zijn leven zonder rode draad. Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische “Kleine reeks”, evolueert hij in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt zijn “Oostakkerse gedichten” uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden, echter steeds getuigend van een kenmerkende eigenheid en een matriarchale mythologie.

Op toneelgebied wordt hij internationaal bekend met de tragikomedie  “Een bruid in de morgen” (1955). Zijn populairste toneelstuk wordt het naturalistische “Suiker” (1958). Zijn navolgende toneelwerken zijn in hoofdzaak historische bewerkingen zoals o.a. “Thyestes” (1966), “Het spel Masscheroen” (1968) en “Orestes” (1976). Het succesvolle “Vrijdag” uit 1969, door Claus zelf verfilmd in 1980, raakt het delicate incestthema aan en doet denken aan het naturalisme van Cyriel Buysse.

Dezelfde verscheidenheid vindt men ook terug in zijn romans. In romans zoals “De hondsdagen” (1952) en “Schaamte” (1972) vindt men mytische elementen. In de roman het “Verlangen” (1978) zien we een duidelijk realisme. Zijn lijvige roman “Het verdriet van België” uit 1983 is een semi-biografische familiekroniek waarin op subtiele wijze het politieke en sociale leven tijdens Wereldoorlog II beschreven wordt. Deze roman wordt voor televisie bewerkt in 1994.

In zijn geheel genomen kan men stellen dat Claus’ werk een mengeling is van het beschrijven van tragische gebeurtenissen, klassieke verhalen en een expressie van een heimwee naar verheven waarden, dit alles doorweven met het banale, ja soms het vulgaire van het menselijk bestaan. De veelzijdige Hugo Claus is niet alleen schrijver van gedichten, romans, filmscenario’s, toneelstukken en essays, maar tevens schilder, librettist, film- en toneelregisseur. Hij schreef zelfs chansons voor de zangeres Liesbeth List. Hij kreeg talrijke literaire prijzen, waaronder de “Henriette Roland Holstprijs”.

 

 

 

 

Overlijden

 

Claus overleed op woensdag 19 maart 2008, kort voor zijn 79ste verjaardag in het Middelheim-ziekenhuis te Antwerpen. De schrijver leed zo’n twee jaar aan de ziekte van Alzheimer en koos daarom zelf het moment van zijn dood door middel van euthanasie via de organisatie Recht Op Waardig Sterven. Kort voor zijn overlijden gaf de filosoof Etienne Vermeersch Claus nog advies over euthanasie.

 

 

 

Euthanasiedebat laait op

 

Vele voorpagina’s van kranten werden ingenomen door het overlijden van Claus. Ook zijn euthanasiebeslissing werd uitvoerig belicht en geduid. In katholieke kringen reageerde men afwijzend met deze ‘mediatisering van de euthanasie’. René stockman, hoofd van de organisatie Broeders en Liefde, verklaarde op de katholieke nieuwssite Kerknet: “De wijze waarop sommigen deze daad niet alleen proberen goed te praten maar zelfs als het summum van edelmoedigheid de hemel in prijzen, stoot tegen de borst. Dit is pas het echte verdriet van België.”Hij werd gevolgd in zijn kritiek door Wouter Beke, interim-voorzitter van CD&V. Kardinaal Daneels sprak er in zijn Paaspreek: “Door zomaar uit het leven te stappen, antwoordt men niet op het probleem van lijden en dood. Men loopt er in een boog omheen en omzeilt het. Omzeilen is geen heldendaad, geen voer voor frontpaginanieuws.”

 

 

 

 

Claus en Sylvia Kristel

 

 

 

 

Lijst met onderscheidingen en prijzen

 

 

1950 – Leo J. Krynprijs voor De eendenjacht (later De Metsiers)

1952 – Arkprijs van het Vrije Woord voor De Metsiers

1955 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Een bruid in de morgen

1955 – Prix Lugné-Poë voor de Franse vertaling van Een bruid in de morgen

1955 – Prix Bonjour Promesse (of ‘Prix Françoise Sagan’) voor De hondsdagen

1956 – Letterkundige Prijs van de Stad Gent voor De getuigen

1957 – Ridder in de Orde van Leopold II (3 april)

1959 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De zwarte keizer

1959 – Ford Foundation Grant

1960 – Koopalprijs voor zijn Dylan Thomas vertaling Onder het melkwoud

1963 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De Verwondering (geweigerd)

1964 – Referendum der Vlaamse Letterkunde voor Omtrent Deedee (geweigerd)

1964 – August Beernaertprijs voor De Verwondering

1964 – Prijs voor het visualiseren van poëzie voor de tv-film Antologie

1965 – Henriette Roland Holst-prijs voor zijn gehele toneeloeuvre

1967 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor De dans van de reiger

1967 – Edmond Hustinx-prijs voor Nederlandstalige toneelschrijvers voor zijn gehele toneeloeuvre

1971 – Ridder in de Kroonorde (18 oktober)

1971 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie voor Heer Everzwijn

1973 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Vrijdag

1978 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Stad Gent voor literatuur

1979 – Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre

1979 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Toneelliteratuur voor Jessica en z’n Euripides-bewerking Orestes

1984 – Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza voor Het verdriet van België

1985 – Cestoda-prijs

1986 – Prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre

1986 – Herman Gorterprijs voor Alibi

1987 – Achilles Van Acker-prijsvoor de “sociale bewogenheid van zijn oeuvre”

1987 – Prijs van de Vlaamse Lezer voor Het verdriet van België

1989 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor Het verdriet van België

1989 – Grand Prix de l’humour noir Xavier Fonneret

1994 – Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad voor zijn gehele oeuvre

1994 – Prijs voor Meesterschap voor zijn gehele oeuvre

1994 – VSB Poëzieprijs voor De Sporen

1997 – Libris Literatuur Prijs voor De geruchten

1997 – Prix International Pier Paolo Pasolini

1997 – Humo’s Gouden Bladwijzer voor De geruchten

1998 – Aristeionprijs van de Europese Unie voor De geruchten

1999 – Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor zijn gehele oeuvre

2000 – Premio Nonino voor de Italiaanse vertaling van Het verdriet van België

2000 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre

2001 – Preis der Stadt Münster für Europäische Poesie voor zijn gehele oeuvre

2002 – Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor de verzenbundel Wreed geluk

2002 – Prix de consécration Herman Closson voor zijn gehele oeuvre

2002 – Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung voor zijn gehele oeuvre

2005 – Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Algemene Culturele Verdienste

 

 

 

 

 

Bibliografie

 

Gedichten

 

1947 – Kleine reeks

1948 – Registreren

1950 – Zonder vorm van proces

1951 – Vierendelen

1952 – Drie blauwe gedichten voor Ellie

1952 – Tancredo Infrasonic

1953 – Een huis dat tussen nacht en morgen staat

1955 – De Oostakkerse gedichten

1955 – Paal en perk

1961 – Een geverfde ruiter

1963 – De man van Tollund

1963 – Het teken van de hamster

1963 – Love Song (poëzie op werk van Karel Appel)

1964 – Oog om oog

1965 – Gedichten

1965 – Het landschap

1967 – Relikwie

1969 – Genesis

1970 – Heer Everzwijn

1970 – Van horen zeggen

1971 – Dag jij

1973 – Figuratief

1974 – De wangebeden

1975 – Het Jansenisme

1977 – Emblemata

1977 – Het graf van Pernath

1978 – Cobra Revisited

1978 – Van de koude grond

1979 – Zwart (poëzie bij werk van Karel Appel en Pierre Alechinsky)

1979 – Claustrum

1979 – Gedichten 1969-1978

1979 – Fuga

1980 – 63 Kwatta-rijmen voor Gans België

1981 – Fiesta

1981 – Jan de Lichte

1982 – Almanak (verzamelbundel)

1982 – Het hooglied van Salomo

1985 – Halloween (gedichten bij tekeningen van Sylvia Kristel)

1985 – Gezegden

1985 – Het weerzinwekkend bezoek

1985 – Alibi

1985 – De dief van liefde

1985 – Gevulde contouren

1986 – Mijn honderd gedichten

1986 – Sonnetten

1986 – Bewegen

1986 – Evergreens

1987 – Sporen

1987 – Hymen (gedichten bij tekeningen van Corneille)

1987 – Imitaties

1990 – Steeds / Cité

1990 – Gedichten

1992 – Geplette gedaanten

1993 – 10 manieren om naar P.B.S. te kijken

1993 – De Sporen

1993 – Zij

1994 – Gedichten 1948-1993

1995 – Ach Clemens

1995 – Et voilà, le travail!

1995 – Zoek de zeven

1997 – Impromptu

1998 – Oktober 43

1998 – De aap in Efese

1998 – Voor de reiziger

1999 – Het huis van de liefde (bloemlezing)

1999 – Wreed geluk

2000 – Made in Belgium

2001 – De groeten (ter gelegenheid van Gedichtendag)

2002 – Sans Merci

2002 – Mijn hart en ik (bloemlezing)

2002 – Ik schrijf je neer

2002 – De tafel is leeg

2003 – Zeezucht

2004 – In geval van nood

2004 – Flagrant, bij etsen van Pierre Alechinsky

 

 

 

 

 

 

 

Toneelstukken

 

1952 – De Getuigen (eenakter)

1953 – Een bruid in de morgen

1954 – (M)oratorium (eenakter)

1954 – In een haven (eenakter)

1955 – De Geliefden (eenakter)

1956 – Het lied van de moordenaar

1957 – Dantons dood (Georg Büchner, vertaling)

1957 – Onder het Melkwoud (Dylan Thomas, vertaling)

1958 – Suiker

1959 – Woyzeck (Georg Büchner, vertaling)

1959 – Mama, kijk, zonder handen!

1960 – Quat-Quat (Jacques Audiberti, vertaling)

1961 – Antigone (Christopher Logue, vertaling)

1961 – Zannekin

1962 – De dans van de reiger

1963 – Allen die vallen (Samuel Beckett, vertaling)

1964 – Scherts, satire, ironie en diepere betekenis (Christian Dietrich Grabbe, vertaling)

1964 – Hendrik V (William Shakespeare vertaling)

1965 – De legende en de heldhaftige, vrolijke en roemrijke avonturen van Uilenspiegel en van Lamme Goedzak in Vlaanderen en elders (massaspel, naar Charles de Coster)

1966 – Thyestes (naar Seneca)

1966 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca vertaling)

1966 – Het Goudland (naar Hendrik Conscience)

1967 – Masscheroen (naar Mariken van Nieumeghen)

1968 – Wrraaak! (naar The Revenger’s Tragedy van Cyril Tourneur)

1969 – Vrijdag

1970 – De Spaanse hoer (naar La Celestina van Fernando de Rojas)

1970 – Tand om tand

1970 – Het leven en de werken van Leopold II

1971 – Interieur (naar zijn Omtrent Deedee)

1971 – Oedipus (naar Seneca)

1971 – Warm en Koud (Fernand Crommelynck, vertaling)

1972 – De vossejacht (naar Volpone van Ben Jonson)

1972 – De Advertentie/Theresa (Natalia Ginzburg, vertaling)

1973 – Pas de deux

1973 – Blauw blauw (naar Private Lives van Noël Coward)

1975 – Thuis

1976 – Orestes (naar Euripides)

1977 – Jessica

1977 – Het huis van Labdakos

1979 – Macbeth (William Shakespeare, vertaling)

1980 – Phaedra (naar Seneca)

1980 – Rashomon (Fay & Michael Kanin, vertaling)

1980 – Jan zonder Vrees (naar Giorgio Gaber)

1981 – Een hooglied

1981 – Een winters verhaal (William Shakespeare, vertaling)

1981 – Pantagleize (Michel de Ghelderode, vertaling)

1982 – Het haar van de hond

1982 – Lysistrata (Aristophanes, vertaling)

1982 – De Jood van Malta (Christopher Marlowe vertaling)

1982 – De Verzoeking

1983 – Hamlet (naar William Shakespeare)

1984 – Serenade

1984 – Droom van een Zomernacht (William Shakespeare, vertaling)

1985 – Goddelijke Woorden (Ramón María del Valle-Inclán, vertaling)

1985 – Blindeman (naar zijn eigen bewerking van Oidipus)

1986 – In Kolonos (naar Sofokles)

1987 – Romeo en Julia (William Shakespeare, vertaling)

1987 – De Golven van de Liefde en van de Zee (Franz Grillparzer, vertaling)

1987 – Koning Lear (William Shakespeare, vertaling)

1988 – Gilles!

1988 – Het huis van Bernarda Alba (Federico Garcia Lorca, vertaling)

1988 – Het schommelpaard

1989 – Gilles en de nacht

1991 – Richard Everzwijn (naar Richard III van William Shakespeare)

1991 – Het mondeling verraad

1991 – Visite

1991 – Winteravond

1992 – Verroeren

1993 – De repetitie (Jean Anouilh, vertaling)

1993 – Onder de torens

1994 – Requiem

1995 – De eieren van de kaaiman

1996 – De verlossing

1997 – De komedianten (Pas de deux II)

1997 – Salome (Oscar Wilde, vertaling)

1998 – Borgerocco of de dood in Borgerhout

2000 – De man van het toeval (Yasmina Reza, vertaling)

???? – X

 

 

 

Een bruid in de morgen

 

 

Verhalen

 

1954 – Natuurgetrouw

1958 – De zwarte keizer

1958 – Als een jonge hond

1966 – De dans van de reiger (verhaal naar eigen filmscenario)

1969 – Natuurgetrouwer (uitgebreide uitgave van Natuurgetrouw)

1972 – Gebed om geweld

1974 – De groene ridder I: In het Wilde Westen

1974 – De groene ridder II: De paladijnen

1974 – De groene ridder VII: Aan de evenaar

1977 – De vluchtende Atalanta

1984 – Een bijzondere cirkel (uit Natuurgetrouwer, in Vlaamse verhalen na 1965)

1985 – De mensen hiernaast

1987 – Château Migraine

1988 – Een andere keer

1999 – Verhalen

2000 – Een andere keer (bloemlezing)

2000 – De schrijver. Een literaire estafette

2000 – De avondzon

 

 

 

 

 

 

Romans

 

1950 – De Metsiers

1952 – De hondsdagen

1956 – De koele minnaar

1962 – De Verwondering

1963 – Omtrent Deedee

1971 – Schola nostra (onder het pseudoniem Dorothea van Male)

1972 – Schaamte

1972 – Het jaar van de kreeft

1977 – Jessica

1978 – Het verlangen

1983 – Het verdriet van België

1988 – Een zachte vernieling

1994 – Belladonna

1996 – De geruchten

1998 – Onvoltooid verleden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Essays

 

1951 – Over het werk van Corneille

1954 – Cinq lithographies en couleur (essay bij werk van Karel Appel)

1962 – Karel Appel, schilder

1964 – Louis Paul Boon

1979 – Treize manières de regarder un fragment d’Alechinsky / Dertien manieren om een fragment van Alechinsky te zien

 

 

 

 

 

 

 

Filmscenario’s

 

1958 – Dorp aan de rivier, naar Antoon Coolen; regie: Fons Rademakers

1960 – Het mes, naar een eigen verhaal; regie: Fons Rademakers

1967 – De vijanden, tevens regie

1968 – Speelmeisje, tevens regie

1971 – Mira, naar Stijn Streuvels; regie: Fons Rademakers

1973 – Niet voor de poezen, naar Nicolas Freeling; regie: Fons Rademakers

1976 – Pallieter, naar Felix Timmermans; regie: Roland Verhavert

1977 – Rubens, schilder en diplomaat; regie: Roland Verhavert

1981 – Vrijdag, naar zijn eigen toneelstuk; tevens regie

1982 – Menuet, naar Louis Paul Boon; regie: Lili Rademakers-Veenman

1984 – De Leeuw van Vlaanderen, naar Hendrik Conscience; tevens regie

1986 – Het gezin van Paemel, naar Cyriel Buysse; regie: Paul Cammermans

1987 – Mascara; regie: Patrick Conrad

1989 – Het sacrament, naar een eigen roman; tevens regie

1995 – Escal-Vigor, naar de gelijknamige roman van Georges Eekhoud

2000 – De verlossing, naar een eigen toneelstuk; tevens regie

 

 

 

 

De Leeuw van Vlaanderen

 

 

 

 

Libretti

 

1956 – De witte Zee (M: François de la Rochefoucauld)

1957 – Van de Vikings tot Keizer Karel (M: Daan Sternefeld)

1965 – De Mattheuspassie (vertaling; M: E.P. De Brabandere)

1968 – Morituri (M: Bruno Maderna)

1969 – Blauwdruk van de opera Reconstructie (T: met Harry Mulisch; M: Louis AndriessenReinbert de LeeuwMisha MengelbergPeter SchatJan van Vlijmen)

1985 – Georg Faust (M: Konrad Boehmer)

1995 – Borgerocco of De Dood in Borgerhout

 

 

 

 

 

 

 

 

Novellen

 

Claus (Boekenbal 1989)

1980 – De Verzoeking

1989 – De zwaardvis (Boekenweekgeschenk)

1998 – Het Laatste Bed

2000 – Een Slaapwandeling

2003 – De Verzoeking en andere novellen (verzamelbundel)

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

1950 – Die waere ende suevere chronycke van sGraevensteene: Esbatement ofte cluyte […] (onder pseudoniem Anatole Ghekiere)

1964 – Karel Appel, schilder (essay en gedichten)

1967 – De vijanden (cinéroman, naar zijn film)

1967 – De avonturen van Belgman

1977 – P.P. Rubens, schilder en diplomaat (televisiereeks)

1980 – De pen gaat waar het hart niet kan (interviews, samengesteld door Gerd de Ley)

1980 – Ontmoetingen met Corneille en Karel Appel (gedichten en beschouwingen, samengesteld door Erik Slagter)

1989 – Perte totale (proza en poëzie bij schetsen)

1999 – Goede geschiedenissen of een A.B.C. van de kinderheiligen (lees- en plakboek)