Tagarchief: renaissance

De geschiedenis van de kledij deel 3: 16e eeuw tot 19e eeuw

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

       Kleding in de 2e helft van de 16e eeuw

 

Spanje was in deze periode het rijkste land van Europa. Dit kwam door de grote goudvondsten in het pas ontdekte Amerika. Spanje was hierdoor de trendsetter in de mode. Toch verwerkte ieder land de mode op een andere manier. Door de 80-jarige oorlog brachten de Spanjaarden hun mode mee naar Nederland. Filips II was op dat moment koning van Spanje en Heer der Nederlanden.

Filips II was een zwaar gelovige katholiek en hij verbood opzichtige kleding en laag uit gesneden kleding voor vrouwen. Zwart werd de meest gedragen kleur. Sommige delen van de kleding werden stijf opgevuld.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De meeste kleding van de vrouw blijft hetzelfde. Het decolleté verdwijnt echter. Dames dragen hoog gesloten japonnen, waaruit een klein geplooid kraagje komt. In Engeland werd de Spaanse mode niet overgenomen. Hier dragen vrouwen een rok in een tonvorm.

Deze vorm ontstond door een stijf opgevulde rol, die op de heupen werd gelegd onder de rok. Ook in Nederland draagt een enkeling deze rok, genaamd “beuling”. Een Engelse en Franse dame willen het Spaanse kraagje niet. Zij dragen de “Stuartkraag”, een grotere kraag gemaakt van kant.

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen in Spanje dragen, na het verbod op luxe van Filips II, een klein onversierd kraagje. In Spanje hebben de mannen een spits baardje en een snor. De schoenen zijn donker en gesloten. Veel mannen hebben schoudercapes.

 

 

 

 

 

Barok

 

De barok ontstond rond 1600 in Nederland en duurde tot aan de Franse Revolutie. Wat kleding betreft leek de baroktijd op de Renaissance. Dure, lichte stoffen, vele versieringen, sieraden, borduursels en veel kant werden gebruikt voor de kleding.

In Nederland was vooral de mode van de kooplieden populair. Door handel waren kooplieden rijk geworden en dit lieten ze zien. Het wordt in Nederland ook wel de Gouden eeuw genoemd. Onder Lodewijk de 14e werd de kleding van het hof van Versailles bepalend voor heel Europa. Parijs werd de hoofdstad van de haute-couture.

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw

 

In de 17e eeuw verminderde de macht van Spanje. Frankrijk werd steeds machtiger. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden werd een belangrijk land. Er werden handelsondernemingen opgericht. Door de toenemende handel steeg de welvaart.

De Spaanse kleding moest aangepast worden. De opvullingen verdwenen, waardoor kleding veel natuurlijker werd. Ook de kleuren werden lichter en vrolijker. De molensteenkragen werden zonder steun en stijfsel gedragen, waardoor het haar ook weer langer kon zijn.

Vooral de mannenkleding onderging hevige veranderingen. De mode werd sterk beïnvloed door officierskleding gedragen aan het Franse hof. De broeklengte bleef tot de knie, maar de spleten onderaan de broek, konden nu met knopen worden gesloten.

 

 

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw in Nederland

 

De 17e eeuw was voor Nederland de Gouden eeuw. Een nieuwe klasse van jonge rijke kooplieden ontstond. Deze gingen zich kleden als adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen met veel kant. Ouderen hielden echter nog lang vast aan de kleding van de Renaissance, het zwarte regentenkostuum, wat mode was tijdens de Spaanse overheersing.

 

 

 

 

 

vrouw

 

Kenmerkend voor Holland is de ‘vlieger’, een zware mantel voor de vrouw van zwarte stof. Het lijfje is een los kledingstuk dat aan de ‘vlieger’ zit vastgespeld. Het lijfje is versierd met pareltjes en edelstenen. Het haar zit onder een mutsje. Dit bestaat uit een ondermuts en daarboven een siermutsje.

 

 

 

 

 

Man

 

De Hollandse man draagt een knielange pofbroek. Hij draagt een ‘kastoor’ op zijn hoofd. Dit is een hoed van beverhaar. De band van de hoed is van zilver en versierd met edelstenen. Voor mannenkleding zijn er in de 17e eeuw speciaal kleermakers. Voor dames- en kinderkleding kan men terecht bij de wollennaaister.

 

 

 

 

 

2e helft van de 17e eeuw

 

Het Franse hof onder leiding van Lodewijk XIV was heel belangrijk. De renaissance is nu echt overgegaan in het tijdperk van de Barok. Alle kleding werd statig, maar ook zeer indrukwekkend. Alle versieringen waren zwaar en symmetrisch. Men maakte veel gebruik van tegenstellingen in vormen en kleuren. Kleding straalde macht en trots uit, zowel voor mannen als voor vrouwen.

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen dragen een grove jas die tot de knieën reikt. Deze jas heeft grote zakken en geweldige grote mouwen. Over de hele jas zijn knoopsgaten aangebracht, toch wordt de jas wordt open gedragen. Onder de jas draagt de man een vest met zakken, die even lang is als de jas.

De broek is meestal onzichtbaar door de lange jas en het vest. Om de hals draagt hij een lange witte shawl. De uiteinden van de shawl vallen over het vest. Later worden de uiteinden van de shawl door de knoopsgaten gestopt. Om groter te lijken dragen de mannen schoenen met hakken. Aan het franse hof zijn de hakken rood gekleurd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lodewijk XIV verloor zijn eigen haar en daarom schafte hij een pruik aan. Dit werd een rage. De pruik moest van golvend haar zijn en werd van voren opgekamd. Pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Ze werden steeds indrukwekkender. Gezichten werden wit geschminkt en op de wangen bracht men schoonheidsvlekjes, Tache-de Beauté, aan.

De lippen en wangen werden rood geschminkt. Wenkbrauwen werden als hoge bolle lijnen getekend.
De hoed werd met een punt naar voren gedragen. De punt werd gemaakt door de rand aan 2 kanten op te slaan, zo ontstond de driesteek.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook de kleding van de vrouw wordt deftiger en stijver. De taille wordt ingesnoerd. De rok is weer stijf en kegelvormig, maar is aan de onderkant minder wijd dan in het begin van de 16e eeuw. De diepere kleuren worden veel gebruikt en men draagt vaak fluweel. De japon sluit netjes aan en de hals is diep uitgesneden. Rondom de diep uitgesneden hals is een smal stukje kant.

Het lijfje is versierd met een driehoekig borststuk en halflange mouwen met brede stroken kant.
De rok is van voren gespleten en naar achteren omgeslagen waardoor de voering zichtbaar wordt. Vaak is de kleur van de voering contrasterend met de kleur van de rok. Op de onderrug wordt een versteviging aangebracht. De rok sleept aan de achterkant over de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2e helft 17e eeuw in Nederland

 

Rijke Hollandse burgers kleedden zich volgens de mode, die bepaald werd door het Franse en Engelse hof.

 

 

Man

 

De heer draagt een nonchalant kostuum. Het is gemaakt van soepele stoffen en er worden heel veel linten, strikken, pluimen en kant gebruikt. Dit kostuum wordt het Rhingraven kostuum genoemd. Deze naam is ontstaan, omdat de Rijngraaf Pfaltz het pak introduceerde aan het franse hof.

De linten die het kostuum van de man versieren maakt men in de Nederlandse steden Haarlem en Leiden door middel van lintmolens. Ook  gebruikt men goud en zilverkant in deze periode om kleding te versieren.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de vrouw is ook in Nederland wat gewaagder en eleganter geworden. De kleding wordt gemaakt van soepele, lichte stoffen zoals zijde en satijn. De mouwen zijn een stuk korter en ze heeft bijna ontblote schouders.

 

 

 

 

 

Rococo

 

In 1715 stierf Lodewijk XIV. Toen Lodewijk XV aan de regering kwam ging het niet goed met het franse hof. Lodwijk XV  interesseerde zich niet voor staatszaken of het volk dat steeds armer werd. Toen hij stierf kon Lodewijk XVI niet veel verbeteren aan de situatie. Het volk kwam in opstand en in 1789 barstte dan ook de franse revolutie uit. De invloed van de adel verminderde.

De kleding ging mee met deze ontwikkelingen. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV was de kleding statig, deftig en fors. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XV was de kleding vrouwelijk, lichtzinnig en luchtig. Er werd veel zijde in pastelkleuren gedragen. De symmetrie van de versiering verdween. Het tijdperk van de Rococo brak aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18e eeuw : Rococo 1750-1780

 

 

vrouw

 

Frankrijk is toonaangevend voor de vrouwenmode. Het is een vrijere versie van de hofkledij. Het belangrijkste kenmerk van de kleding van de vrouw zijn de brede heupen. Aan de breedte van de heupen is de stand af te lezen waartoe de vrouw behoort. Hoe breder de heupen, hoe hoger de klasse. Het uiterlijk van de vrouw wordt in deze periode steeds extremer. Vooral kapsels trekken de aandacht. Pruiken worden steeds hoger en rijker versierd.

 

 

 

 

 

 

Man

 

Engeland is toonaangevend voor de mannenmode. De mannenmode bestaat nog steeds uit een driedelig pak met een kniebroek.

 

 

 

 

 

 

 

Kindermode

 

Voor de eerste keer ontstaat er aparte mode voor kinderen. Voorheen droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen. Het kind mag zich makkelijker kunnen bewegen. Het meisje hoeft daarom geen korset meer te dragen en de jongens krijgen een lange broek aan. De belangrijkste oorzaak van deze verandering is het werk van Jean-Jacques Rousseau. Hij had vernieuwende ideeën over opvoeding en deze werden doorgevoerd in de kleding.

 

 

 

 

 

          18e eeuw : Franse Revolutie 1789-1800

 

De Franse revolutie begon in 1789 met de bestorming van de Bastille. Tijdens deze bestorming droegen de mannen lange broeken en liepen ze op klompen. Na de Franse Revolutie verdween de standenmaatschappij. De kleding werd hierdoor eenvoudiger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De man draagt lange broeken, een halsdoek en een lange gestreepte jas. Men wil niet te veel opvallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook vrouwen willen niet opvallen. Haar jurk wordt eenvoudig. Borduurwerk, kant en de pruik verdwijnen. De favoriete kleuren zijn de kleuren van de Revolutie; rood, wit en blauw. De productie van kleding wordt simpeler door de machines. Kleding wordt hierdoor goedkoper. Kleding kan op voorraad gemaakt worden, omdat de kleding zo eenvoudig is. Zo ontstaat de eerste confectiekleding.

 

 

 

 

 

 

 

 

       19e eeuw : Kleding tijdens de Empire ( 1800 – 1815 )

 

Na de Franse Revolutie kwam in Frankrijk Napoléon Bonaparte aan de macht. Deze legerbevelhebber veroverde delen van Italië en werd na een periode als consul door de senaat tot “Keizer der Fransen” uitgeroepen. Napoléon vergeleek zijn macht met die van de Romeinse keizers. Napoleon bracht zijn keizerlijke macht in beeld door symbolen van Romeinse keizers te imiteren, zoals adelaars en lauwerkransen. Er was sprake van een Klassieke opleving.

Deze Klassieke opleving zette zich ook door in de mode. Voor de dames werd nu het ideaal om gekleed te gaan als een Griekse of Romeinse dame uit de Oudheid.
De Franse dames probeerden dit na te volgen door zo min mogelijk ondergoed onder dunne soepele bovenkleding te dragen. Dat betekende geen korset of onderrok. Dit imiteren van de mode uit de oudheid werd wel de ”naakte mode” genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Zij dragen een eenvoudige vormloze japon met korte mouwtjes. De taille zit hoog, net onder de borsten. Vlak onder de buste en aan de wijd uitgesneden hals wordt de jurk met een bandje ingerimpeld. Dit doet denken aan de tunica die met een koord om het middel werd vastgebonden. Er worden doorzichtige stoffen gebruikt, zoals mousseline en tule.

Als de schaarsgeklede dames dan toch naar buiten gaan, dragen zij zoals de Romeinen, enorme rechthoekige shawls, ook wel stola’s genoemd. Geliefd zijn de kostbare kashmirsjaals, teken van een modieus statussymbool. Aan de voeten draagt men lichte zijden schoentjes zonder hak die zo laag waren uitgesneden dat zij met banden tegen het uitslippen moesten worden beschermd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Ook de mannen krijgen hun eigen mode. Voor de herenkleding kijkt men naar Engeland. De man draagt een strakke kniebroek, een jas met lange achterpanden en een halsdoek, die losjes om het opstaande boord wordt geknoopt.

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De dameskapsels uit deze tijd lijken veel op die van de Grieken en Romeinse dames. Vaak worden diademen gedragen. Evenals armbanden en oorsieraden zijn deze vaak versierd met cameeën, stenen waarin een antiek vrouwenkopje is uitgesneden.

 

 

 

 

 

  De 19e eeuw

 

Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de overdadige versieringen van de kleding. In de tijd van Napoleon droeg men de zogenaamde ‘empirekleding’, maar ook daarna kwamen er weer grote veranderingen. De kleding van de vrouw veranderde helemaal. Jurken werden van dikker materiaal gemaakt en sloten hoger aan. Ook werd de rok weer wijder.

Na 1850 werden de rokken zelfs heel wijd. De onderrokken werden in die tijd verstevigd door paardenhaar. Natuurlijk was deze kleding erg onhandig en de ‘tournure’ deed zijn intrede. Dit was een rok, die alleen extra ruimte had aan de achterkant. Dit benadrukte het achterwerk van de vrouwen. Een erg belangrijk feit in de 19e eeuw is de opening van het eerste Haute-couture huis in 1858 in Parijs. Dit werd gedaan door modeontwerper Charles Frederick Worth.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Romantiek (1830-1860)

 

Vanaf de 19e eeuw begon de mode pas echt een rol te spelen binnen de kledingdracht. De periode van de Romantiek was daar een goed voorbeeld van. Door de industrialisatie ontstond werkloosheid. Er kwamen grote verschillen tussen arm en rijk. Niet langer bepaalde het hof het modebeeld, maar de burgers die rijk werden door de industrie.

 

 

vrouw

 

De romantiek staat voor heimwee naar het verleden. De modebewuste vrouw draagt in de Romantiek een zeer wijde rok en een grote luifelhoed. Bovendien wensen de vrouwen afhangende schouders  en een zeer smalle taille. Tegelijkertijd protesteren vrouwen tegen hun ongemakkelijke kleding. Daarom gebruikt men katoen, wol, zijde, tafzijde en batist.

Deze stoffen zijn een stuk beter te verwerken en veel lichter en soepeler dan de eerdere stoffen. Ook in de kleuren en patroon komt een verandering. Men gebruikt  pasteltinten en smalle strepen of kleine bloemetjes. Na 1850 wordt de crinoline populair, in de volksmond hoepelrok genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

man

 

Voor de man doet het pak zijn intrede. Dit tijdloze kledingstuk, een effen jasje en broek met vest, zou 150 jaar lang hetzelfde gedragen worden. Vaak heeft het vestje felgekleurde ruiten. Er was grote ophef toen George Sand, een Franse schrijfster, voor het eerst in het openbaar een lange broek droeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fin-de-siècle

 

Aan het eind van de 19e eeuw hadden vrouwen het zwaar. De queque was in waardoor haar kont uitstak. Om een zeer smalle taille te krijgen werd het korset gedragen.  Het gevolg was dat vrouwen ademhalingsproblemen kregen en af en toe flauw vielen. Soms kwam het voor dat de ribbenkast vervormde of dat vitale organen verschoven werden.

De man droeg het driedelige pak. Typisch in deze tijd was  dat het modebeeld opnieuw bepaald werd door het hof. Hierbij speelde koningin Victoria van Groot-Brittannië een belangrijke rol. Haar kleding werd geïmiteerd wat door de komst van de naaimachine mogelijk werd. Bovendien konden mensen zich volgens de laatste mode kleden door de verkoop van kleding in warenhuizen.

Mode werd zo in een korte tijd toegankelijker voor een grote groep mensen. De vrouwen van hogere sociale standen wilden zich blijven onderscheiden. Zij gingen naar een haute-couturehuis. Hier kozen zij ontworpen kleding uit waarna de kleding op maat gemaakt werd.

 

 

man en vrouw

 

 

vrouw

 

 

vrouw

 

 

 

vrouw

 

 

 

man

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

De geschiedenis van de kledij deel 2 : van de middeleeuwen tot de 16e eeuw

Standaard

 categorie : mode en kledij    

 

   

Kleding in de Middeleeuwen

 

Iedereen heeft wel een bepaald beeld over de kleding en mode uit de Middeleeuwen met zijn lange jurken en dure opzichtige stoffen. In werkelijkheid was er maar een beperkte groep van de bevolking, die zich dit soort kleding kon permitteren. Het gewone volk moest improviseren om zichzelf te kunnen kleden en hun kleding bestond dan ook vaak uit enkele lappen.

 

Toch bestond er in de hogere sociale lagen van de samenleving een modebeeld. In het begin van de middeleeuwen, rond de 11e en 12e eeuw, leek de kleding nog erg op die van de Romeinse tijd. Er werd gebruik gemaakt van grof en eenvoudig materiaal, maar door de groeiende handel met het Oosten ontstonden er nieuwe technieken en patronen om in de kleding te verwerken. Er werden weefsels gemaakt met Chinese patronen en de stoffen werden lichter van kleur en ingeweven met gouddraad.

 

 

.

De kleding tussen 900 -1200

.

Dit is de tijd in de Middeleeuwen die we kennen van de ridders, kerken, jonkvrouwen en kastelen. De kleding van zowel de mannen als de vrouwen was wijd en viel in plooien tot op de grond. In de hogere sociale standen werden cotte, bliaud en een cape in felle kleuren gedragen. Waarschijnlijk was de kleding van het gewone volk korter en minder wijd, omdat zij moesten werken. Zij droegen hun kleding af totdat het versleten was. In deze periode werd er veel gebruik gemaakt van materialen als wol,linnen en bont.

Zijde, katoen en fluweel droegen de hogere klassen omdat deze materialen erg kostbaar waren omdat ze uit het Verre Oosten moesten worden gehaald. In de loop van de Middeleeuwen kwamen er door kruistochten contacten tussen Europa en het Oosten, waardoor deze stoffen makkelijker verkrijgbaar waren. Over de kleding van het gewone volk en de rijke mensen hebben wij, via afbeeldingen op schilderijen, een goed idee over het uitzicht. Een korte beschrijving van de kleding in de hogere sociale lagen.

 

 

De kleding van de vrouw

 

Cotte

 

Dit is een onderkleed tot op de grond

 

.

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

Dit is een overkleed met wijde mouwen en soms met lange stroken. Deze waren vaak voor het gemak opgeknoopt. De kleding was lang in die tijd en dus sleepte de Bliaud over de grond. Het accent lag op de boezem en de taille, doordat het deel rond het middel gesmokt was.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De Middeleeuwse vrouwen droegen een soort schoenen. Deze worden trippen genoemd. Trippen bestonden uit houten zolen met leren of zijden riemen. Soms waren deze versierd met gouddraad.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De haardracht gaf informatie over de burgerlijke staat van de vrouw. Getrouwde vrouwen droegen een sluier of een haarband. Als versiering konden hier juwelen op verwerkt zijn. Ongetrouwde vrouwen vlochten hun haar met of zonder linten.

 

 

MIddeleeuwen

 

 

 

 

Kleding van de man

 

 

Cotte

 

Dit kledingstuk was vrijwel hetzelfde als bij de vrouwen. Het enige verschil is dat de cotte van een man tot aan de enkels kwam.

 

 

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Braies

 

Dit is een lap, die tussen de benen door werd geslagen. Hij werd omhooggehouden door een gordel. Braies diende als onderbroek.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

De bliaud van de man had veel plooien en sleept niet over de grond. Er is dus een verschil met de bliaud van de vrouw. Ook droeg de man dit kledingstuk anders. Hij draagt de bliaud zo, dat hij door de gordel opgetrokken wordt, waardoor een groot deel van de cotte te zien is.

 

 

 

 

 

cape

 

Een Middeleeuwse man droeg een cape. Deze had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Een cape was een simpel kledingstuk, dat met een sierspeld op de schouder werd vastgezet. Vaak had de cape felle kleuren.

 

 

 

Schoeisel

 

Als schoenen droegen de mannen estivaux. Dit zijn korte leren laarsjes of perkamenten schoenen.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

Het haar van de man werd halflang gedragen en vaak hadden de mannen een baard en/of snor.

.

.

.

Accessoires

 

Ook de mannen kenden accessoires. Zij droegen een gordel, net zoals de vrouwen, en een kaproen. Dit is een hoofddeksel, dat gedragen werd door het gewone volk.

 

 

 

 

 

 

De kleding tussen 1400-1440

.

Toen de Middeleeuwen ten einde liepen was er een duidelijke ontwikkeling te zien in de kleding en het modebeeld. Dit had ook te maken met het schoonheidsideaal van die tijd, dat erg bepaald werd door de opvallende kleding van de hertogen van Bourgondië. De vrouwen leken altijd zwanger te zijn, want dikke buiken en een hoge taille waren in.

Mannen moesten er stoer en breed uitzien, daarom droegen zij wijde gewaden met extra lange mouwen. Het schoeisel werden tootschoenen. Dit waren schoenen met lange punten die vrijwel alleen gedragen werden in de hogere kringen. In deze tijd werd nog veel gebruik gemaakt van de materialen wol en linnen. Men begon ook steeds zwaardere en duurdere stoffen te gebruiken zoals brokaat, gouddraad en zijde.

Gouddraad en zijde waren al bekend, maar ze waren erg kostbaar. In deze periode begon men  stoffen uit Italië in te voeren, wat er voor zorgde dat ze beter betaalbaar werden. Men ontdekte in deze tijd de printen en versieringen op de stof. De stoffen werden bedrukt door houten blokken, waarin kleine motieven gesneden waren, zoals bloemen. De belangrijkste kleuren waren groen, rood en blauw.

.

 

 

Kleding van de vrouw

 

.

Houppelande

 

Een houppelande is een lang overkleed met wijde mouwen afgezet met bont. Een houppelande is wijduitlopend. Door de hoge taille lijkt het of de vrouw zwanger is. Bij de mouwen is de cotte te zien.

 

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

Tootschoenen van stof of leer. Buiten werden ter bescherming trippen gedragen.

 

 

Haardracht

 

Het haar werd in deze periode nog steeds ingevlochten en werden als ‘torentjes’ boven de oren gedragen. Deze torentjes werden verstevigd met metaaldraad. Een vrouw had de gewoonte de haargrens en wenkbrauwen weg te scheren.

 

 

Accessoires

 

De rijkere middeleeuwse vrouwen droegen een atour. Dit is een hoge punthoed met een sluier. Verder waren handschoenen en veel sieraden gebruikelijk zoals ringen, broches en kettingen.

 

 

.

 

 

 

Kleding van de man

 

Houppelande

 

Deze droeg de man tot op de knieën. Doordat het schoonheidsideaal voor een man ‘stoer en breed’ was, was de houppelande zeer wijd. De mouwen waren ook wijd en lang. Om de taille werd een gordel gedragen.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De schoenen waren gelijk aan die van de vrouw.

 

 

Haardracht

 

De Middeleeuwse mannen hadden een typisch opgeschoren kapsel, de pagekapsel . Oudere mannen hadden vaak lang haar en een baard.

 

 

Accessoires

 

Naast juwelen en de gordel hadden mannen ook nog andere accessoires. De kaproen, maar deze werd anders gedragen dan in het begin van de Middeleeuwen. De kaproen had in deze periode een gezichtsopening op het hoofd. Ook hadden de mannen een misericorde. Dit was een kleine dolk, die aan de riem of met een koord aan de hals werd gedragen. De onderkleding uit deze periode was vrijwel gelijk gebleven aan die van het begin van de Middeleeuwen. Soms was de bevestiging iets anders, maar de kledingstukken waren hetzelfde.

 

 

.

Renaissance

.

Rond 1500 begint een nieuw tijdperk dat de Renaissance wordt genoemd. Renaissance is het Franse woord voor wedergeboorte.In Italië wordt de Klassieke Oudheid herontdekt. Mensen bestuderen nauwkeurig de overblijfselen uit de Romeinse tijd. De kennis verspreidt zich iets later snel over Europa. Naast de kerk ontstaat er aandacht voor de mens en het leven op aarde. Het humanisme ontstaat. Mensen denken meer aan zichzelf en vinden het leven op aarde belangrijk.

Ze worden zelfbewuster en gaan genieten van het leven. Omdat de mensen meer aandacht aan hun uiterlijk besteden wordt de kleding opvallender. Er ontstond een scheuring in de Rooms-katholieke- en protestantse kerk onder invloed van Maarten Luther. De reformatie is tegen rijkdom en uitbundigheid. Kleding moet daarom netjes en onopvallend zijn. De calvinisten in Nederland dragen daarom eenvoudige kleding.

 

 

 

Kleding in de 1e helft van de 16e eeuw

.

De mens van de renaissance was de nauwe, strakke kleding van de middeleeuwen zat. Mensen wilde zich vrijer kunnen bewegen in hun kleding. Ze knipten de kleding open en maakten ze wijder. Dit was voor het eerst zichtbaar bij de Zwitserse en Duitse soldaten rond 1500 die hun mouwen doorknipten. Hiermee begint de spletenmode die de gehele 16e eeuw duurde.

Alle onderdelen zoals mouwen, broekspijpen, hoeden en schoenen werden van spleten voorzien. Bij rijken werden deze weer vastgemaakt met sieraden. Landsknechten droegen een broek die zo erg gespleten was dat hij vaak uit banden bestond. De onderbroek was tussen de spleten door zichtbaar. Deze broek werd ‘Plunderhose’ genoemd. Zij gingen nog verder met de spletenmode.

Ze knipten namelijk de rand van hun baretvormige hoed in. Ook versierde ze de hoed met een wilde bos struisveren. Vooral in Duitsland vond deze “landsknechtenmode”navolging. De mode werd bepaald door de rijke kooplieden. De kleding werd aangepast aan het volk waadoor in ieder land de kleding een beetje verschilde. In Nederland was de kleding bijvoorbeeld eenvoudiger dan in andere landen.

Duitsland maakte in de eerste helft van de 16e eeuw een bloeiperiode door. Rijk geworden burgers bepaalde hierdoor de mode in Duitsland. Deze burgerlijke mode was behoorlijk lomp. In Frankrijk was de kleding fijn, kleurrijk en smaakvol. In Spanje was de kleding stijf, somber en vooral zedig. De kleding in de Renaissance was opzichtig en pronkerig. Er werden veel kleuren gebruikt, waardoor de kleding opviel. Veel gebruikte stoffen waren fluweel, damast, zijde en brokaat. Sieraden zoals gouden kettingen en ringen werden zowel door vrouwen als door mannen gedragen.

.

 

 

Kleding van de Vrouw

 

.
Vrouwen droegen ijzeren korsetten. Hierdoor was het bovenstuk van de jurk erg strak. Rokken waren juist heel wijd en werden gesteund door hoepels. De hoepels werden gemaakt van wilgeroeden. De rokken werden ‘verdugado’genoemd. De wijde rok had geen sleep meer. De kegelvormige rok is van voren opengespleten, zodat een driehoek van de onderrok te zien is. De mouwen plooien.

Het decolleté van de jurk van de vrouwen was vierkant. Door een korset werden de borsten platgedrukt. Vaak werd een mooi borstsieraad gedragen en een gordel. De hoofdbedekking bestaat uit een laag kapje, waardoor een gedeelte van het haar zichtbaar was. In Nederland droegen de vrouwen vaak een molensteenkraag. Deze kraag was heel mooi geplooid.

 

 

 

 

 

Kleding van de man

 

Voor de man waren er in de Renaissance twee verschillende soorten kleding. In Engeland en Duitsland was de mannenkleding erg breed, bijna vierkant. De brede jassen waren vaak gevoerd met bond. In de mouwen zaten spleten, waardoor de voering zichtbaar was. De jassen hebben een grote kraag en reiken tot de knieën. De jas wordt ook wel ‘Schaube”genoemd. In Spanje droegen mannen korte ballonbroekjes met spleten. Onder deze broeken droegen ze strakke kousen.

Hierbij werd meestal een stijve molensteenkraag gedragen met een korte cape. De mannen droegen een baret met veren. Om het bovenlichaam draagt de man een buis met lange mouwen. Deze mouwen zijn ook versierd met spleten. Ook de schoenen veranderden. In plaats van snavelschoenen komen er nu plompe koeienmuilen. De man draagt een braguette, een verstevigd kruisstuk. Door het breder worden van de kleding lijken de mensen kort en breed.

 

 

 

 

 

Hygiëne

 

In de Renaissance wordt hygiëne steeds belangrijker. De mensen wassen zich niet vaak, maar proberen nare luchtjes te voorkomen. Dit doen ze door kruiden mee te dragen in een pommander, een soort zakje. Ook droegen de mensen een vlooienbandje over hun schouders. Alle vlooien kwamen op het stukje bond af, waardoor de rest van de kleding en de persoon zelf schoon bleven.

 

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leonardo da Vinci

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

Leonardo da Vinci (1452-1519) was een schilder, beeldhouwer, wetenschapper, filosoof en uitvinder uit de Italiaanse Renaissance. Hij wordt door zijn prestaties en talent gezien als het schoolvoorbeeld van de ‘homo universalis’. Deze ‘universele mens’ was een ideaalbeeld dat tijdens de Renaissance ontstond en had betrekking op een persoon die zich op vele gebieden met de besten kon meten.

 

 

Leonardo%20Da%20Vinci%20zelfportret%20

 

.

Jeugd en opleiding

 

Leonardo da Vinci werd geboren op 15 april 1452 in het dorpje Vinci in Toscane en was de buitenechtelijke zoon van de rijke Florentijnse notaris Messer Piero Fruosino di Antonio da Vinci en Catharina, een boerenmeisje. Tijdens zijn jeugd doorliep Da Vinci een basisopleiding in Latijn, geometrie en wiskunde.

In 1466 kwam hij in de leer bij de beeldhouwer en schilder Andrea del Verrocchio (1435-1488) in Florence. Hier werd hij zowel theoretisch als technisch geschoold en studeerde hij onder andere tekenen, scheikunde, metaalbewerking, mechanica, schilderen, beeldhouwen en modelleren. Zijn talent voor de kunsten was onmiskenbaar en al snel bereikte hij de meesterstatus en zette hij zijn eigen atelier op in Florence.

 

 

Levensloop van Leonardo Da Vinci

 

Da Vinci reisde veel rond en werkte in opdracht van vele verschillende belangrijke families in Italië. Hij werkte onder meer voor de invloedrijke familie d’Medici. Vanaf 1482 kon Leonardo da Vinci aan de slag aan het hof van Ludovico Sforza, de hertog van Milaan.

Onder zijn patronage schilderde Da Vinci een aantal van zijn beroemdste schilderijen, waaronder ‘Het Laatste Avondmaal’ en de ‘Mona Lisa’. Ook heeft hij een tijd in het Vaticaan onder patronage van de Paus Leo X gewerkt. In 1516 besloot hij aan het hof van de Franse koning Frans I te gaan werken. Hier stierf hij op 2 mei 1519 op 67-jarige leeftijd.

 

 

mona-lisa  Mona Lisa

 

 

 

Last_Supper-573x187  het Laatste Avondmaal

 

 

 

 

184367618e24a74cdc5ea52c4b172a54 maagd op de rotsen  de maagd op de rotsen

 

 

Leonardo heeft het meeste naam gemaakt met zijn schilderkunst, zoals zijn schilderijen ‘De maagd op de rotsen’(1483-1486), ‘Het Laatste Avondmaal’(1498) en de ‘Mona Lisa’(1503-1505). Ook heeft Da Vinci veel onderzoek gedaan naar de menselijke anatomie. Daarnaast heeft hij vele uitvindingen gedaan, waarvan er maar weinig uiteindelijk gebouwd zijn. Zo was hij geobsedeerd door vliegen en maakte hij ontwerpen voor verscheidene vliegmachines.

 

 

Fig_1_leonardo-da-vinci-anatomy_4_000 anatomie

 

 

 

De uitvindingen van Leonardo Da Vinci

 

Leonardo Da Vinci heeft talloze uitvindingen gedaan, vele ervan bijzonder voor zijn tijd. De meeste ervan heeft hij nooit gebouwd, alleen getekend. Een groot deel heeft geen praktisch nut gehad, omdat zijn ideeën onmogelijk waren of te duur waren om uit te voeren. Ook publiceerde Leonardo het overgrote deel van zijn studies niet, waardoor weinig van zijn ideeën bij het publiek bekend werden.

Enkelen zijn echter wel in gebruik genomen: de veerpootbrug, de geautomatiseerde spoelopwinder, de molenwals, een machine voor het testen van de treksterkte van draad en een lensslijpmachine. Pas aan het einde van de 19e eeuw werden een aantal van zijn ontwerpen gepubliceerd; daarvoor waren zijn notities in privébezit.

 

 

Strumento_per_cavare_terra,_Draga_lagunare,_study veerpootbrug

 

 

 

 

Vliegen en oorlog

 

Veel uitvindingen van Leonardo da Vinci waren hun tijd vooruit. Een van de thema’s waar Da Vinci erg geïnteresseerd in was, was vliegen. Hij ontwierp mechanische vleugels, een parachute, een helikopter en zelfs een deltavlieger. Alleen de laatste twee waren zo ontworpen dat ze misschien hadden kunnen werken.

Verder ontwierp hij oorlogsmachines. Zo tekende hij onder meer een tank, een reusachtige kruisboog, een stoomkanon en een radslotmusket, de voorloper van de later veelgebruikte vuursteenslotmusket.

 

 

leonardo-da-vincis-parachute de parachute

 

 

 

 

leonardo-da-vinci-helicopter-operation-1de helicopter

 

 

 

Een van de uitvindingen van Leonardo Da Vinci die kort geleden gebruikt is, is de Viola Organista, een muziekinstrument dat een kruising is tussen een orgel en een cello. Ook is in 2001 in Noorwegen een brug gebouwd die gebaseerd is op een ontwerp van Da Vinci.

Hij had voor de sultan van Istanbul een brug ontworpen die de Gouden Hoorn zou overspannen, een trechtervormige riviermonding die door de stad loopt. De brug werd uiteindelijk niet gebouwd omdat de sultan dit onmogelijk achtte. Da Vinci hield zich verder bezig met hydraulica.

Zo tekende hij onder andere een verplaatsbare dijk voor Venetië om invallen tegen te gaan. Ook maakte hij een ontwerp voor waterschoenen en een duikerspak.

.

 

viola organista

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

 

 

 

 

 

mijne kop a4                                                                                JOHN ASTRIA

 

 

 

De celestijnse belofte ; 2de inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

.

De celestijnse belofte is een boek  van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

.

slide_29

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

.

 

2e inzicht – kerk en wetenschap

.

Als we kijken naar deze geschiedenis, dan moeten we terug naar de middeleeuwse kerk. Deze kerk was de samenvoeging van spiritualiteit, macht, wetenschap en de rechtelijke macht. Dit gaf de mens duidelijkheid. Er werd verteld dat er een opperwezen was die voor iedereen zorgde en dat was genoeg wetenschap voor de burger.

Maar de combinatie spiritualiteit en wetenschap werd hoe langer hoe meer een onhoudbare combinatie. De Kerk had namelijk statements over de aarde als middelpunt van het heelal die wetenschappelijk onhoudbaar waren.

Aan het begin van de renaissance ontstond er een langzame splitsing tussen kerk en wetenschap met dien verstande dat deze wetenschap geen onderzoek zou doen naar de relatie tussen mens en God, engelen, wonderen, paranormale verschijnselen en andere aspecten die als domein van de godsdienst en dus de kerk golden.

De vroege wetenschap ging zich zodoende toeleggen op de materiële wereld. De ontdekkingen kwamen snel en werden toegelegd op natuurkunde, scheikunde, wiskunde en andere abstracte deelgebieden. Nieuwe technologieën werden gevonden en energiebronnen ontdekt. De industriële revolutie kwam op gang en de mens werd in kaart gebracht en kon beter gemaakt worden door medicijnen.

De kerk moest geleidelijk inboeten en de oude afspraak tussen kerk en wetenschap begon scheuren te vertonen. Vooral de medische wetenschap had hier een sterke invloed op. De mens raakte zijn zekerheid in zijn herkomst en zijn ware aard kwijt en kreeg daar een wetenschappelijke zekerheid voor terug. De spiritualiteit van de kerk is teruggebracht tot een eenmalig zondagse bijeenkomst wat binnen de christelijke kringen meer een moeten dan een willen is.

 

 

wetenschappelijke (on)zekerheid

.

Deze wetenschappelijke zekerheid werd geleidelijk obsessief. Het weten werd, en is nu nog steeds, belangrijker dan het voelen. Alles moet bewijsbaar en meetbaar en herhaalbaar zijn. Dezelfde wetenschap, die eerst voor een nieuwe zekerheid zorgde, was midden de  20e eeuw tevens de bron van een grote onzekerheid.

De natuurkunde (Einstein) kwam terug op eerdere uitspraken dat  het universum materialistisch is. Er waren bewijzen en ideeën van ingewikkelde energievelden en -patronen, tijd en ruimte waren niet meer lineair, en eenzelfde elementair deeltje kon op 2 plaatsen tegelijk zijn.

Tegelijkertijd werden atoomwapens uitgevonden en begon de wapenwedloop. Ook kwamen de eerste berichten dat de industriële revolutie ook zijn nadelen had op mens en milieu. De zekerheid die de mens eerst bij de kerk had en later bij de wetenschap bleek een schijnwerkelijkheid.

 

 

.

terugkeer naar het spirituele

.

Deze schijnwerkelijkheid resulteerde dat de mens opnieuw op zoek ging naar een nieuwe werkelijkheid. De ervaring leerde dat deze niet gevonden kon worden in de dogmatische kerk en ook niet in de wetenschap. En zo ontstond er in de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw een variatie van stromingen welke ‘new-age’ en ‘alternatief’ genoemd werd.

Het accent dat bij het 1e inzicht genoemd werd “kritische massa” is ook hier van belang. Pas als een bepaalde groepsgrootte met spiritualiteit bezig is zal het kunnen evalueren. Het 2e inzicht legt dus de nadruk op de terugkeer naar het spirituele. Dat kunnen we nu ook plaatsen omdat de toevalligheden uit het 1e inzicht geen toevalligheden meer zijn maar intuïties die lessen herbergen.

Nu we ons open stellen voor deze intuïtie en ook kennis hebben dat we ons niet kunnen vertrouwen op datgene  wat anderen beweren (kerk, dogma’s en wetenschap) moeten we wel in onszelf gaan zoeken naar de antwoorden.

Dit klinkt logisch, maar is moeilijk. We zijn enorm gebonden aan fundamentele overtuigingen, verwachtingspatronen, structuren, rationele argumentatie, weten in plaats van voelen, regels en orde. Vanuit dat besef leven en handelen we voornamelijk en dit blokkeert de intuïtie. Het loslaten van deze blokkades is het werkterrein van het 2e inzicht.

 

 

aandachtspunten bij het 2e inzicht

.

wat ik graag wil veranderen is…
ik zou graag meer…
ik blijf maar denken aan…
over een jaar zou ik graag…
ik zou het heerlijk vinden als ik…
waarom zie ik het dan niet ?

 

 

.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA