Tagarchief: meester

De inhoud van de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De Alfa en de Omega

De Alfa en de Omega

Pasteltekening van john Astria

 

 

 

 

1 : Het Bijbelboek Genesis – het begin

 

Het eerste Bijbelboek is Genesis, en het vormt ook de basis van de hele Bijbel.

Het woord Genesis komt van het Grieks en betekent oorsprong, omdat het de oorsprong van alles beschrijft, niet alleen de schepping, maar ook bijvoorbeeld hoe zonde in de wereld kwam en hoe God een verbond (Grieks: Testament) aanging en een verbondsvolk uitkoos (Israël).

 

 

 

2 : Het Bijbelboek Exodus – Uitgang

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.600 – 1.400 v.Chr.

Samenvatting — De naam Exodus is Grieks en betekent “een uitgaan”. Het beschrijft dan ook het uitgaan van het volk Israël uit Egypte en het begin van hun reis naar het beloofde land. Men neemt aan dat Mozes de auteur is, al zegt de Bijbel hier niets over.

Het boek Exodus vertelt van de grote groei van het aantal Israëlieten tijdens hun slavernij in Egypte. Het stelt Mozes voor en beschrijft de plagen die God over Egypte heeft gebracht om de bevrijding van zijn volk uit slavernij te bewerkstelligen. Dan beschrijft het de uittocht zelf.

Daarna volgt de verkondiging van het verbond van de Wet te Sinaï. Het boek eindigt met een beschrijving van de eredienst rondom de tabernakel en de wet van Mozes. Dit is het tweede boek van de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Joodse Schriften.

 

 

 

3 : Het Bijbelboek Leviticus

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 v.Chr.

Samenvatting — Het derde boek van de Pentateuch is genoemd naar één van de twaalf zonen van Jakob, Levi, wiens nakomelingen door God werden aangewezen om op te treden als dienaren voor de eredienst. Het boek omvat de Joodse wetten betreffende de eredienst zowel voor de individuele Israëliet als voor het volk als geheel, inclusief de Grote Verzoendag en de offers. Het bevat wetten voor reinheid, zeden, ethiek en hygiëne die voor Israël van dagelijkse betekenis zouden zijn. Dieroffers werden ingesteld als verzoening voor zowel individuele als nationale zonden.

 

 

 

 

4 : Het Bijbelboek Numeri

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.450 –  1.400 v.Chr.

Samenvatting — Numeri is het vierde boek van de Pentateuch. Het is een historisch boek. De naam is afgeleid van het Griekse woord “Arithmoi”, dat telling betekent, omdat er twee volkstellingen in worden vermeld. De Hebreeuwse naam is “In de woestijn”, omdat het vertelt over de Israëlieten in de woestijn, na de uittocht uit Egypte.

Vanwege een opstand, konden er van de volwassen mannen die uit Egypte waren bevrijd uiteindelijk maar twee het beloofde land Kanaän binnengaan. Het boek beslaat een tijdsperiode van 38 jaar, maar handelt voornamelijk over het begin en het eind daarvan.

 

 

 

 

5 : Bijbelboek Deuteronomium

 

Auteur — Mozes

Globale tijd — ca. 1.400 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek is het laatste van de Pentateuch (de vijf boeken van Mozes). De Griekse naam betekent “tweede wet”. Dit is afgeleid van een uitdrukking in de Griekse vertaling van dit boek:

Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust (Deuteronomium 17:18). In het Grieks staat als “afschrift van de wet” letterlijk ‘deuteronomion touto’.

Het bevat een herhaling van de wet in Leviticus, maar nu toegespitst op het wonen in het beloofde land. Deze herhaling werd gegeven in de velden van Moab, vlak voordat het volk Israël onder Jozua het beloofde land Kanaän binnentrok. Dit was de laatste toespraak van Mozes – kort voor zijn dood – tot het gehele volk.

Er waren toen, buiten Mozes zelf, nog maar twee mannen over van de generatie die uitgetrokken was uit Egypte. Daarom was deze herhaling van de wet uiterst belangrijk voor het welzijn van de nieuwe generatie in een nieuwe situatie.

 

 

 

 

6 : Het Bijbelboek Jozua

 

Auteur — Jozua

Globale tijd — ca. 1400 – 1350 v.Chr.

Samenvatting — Jozua werd door God gekozen als Mozes’ opvolger, om het volk in het beloofde land te brengen. Het boek schetst de verovering en bezetting van het beloofde land door Israël onder Jozua’s militaire leiding. God bepaalt duidelijk dat alle inwoners van het land volkomen verdreven of vernietigd moeten worden om verzekerd te zijn van geestelijke reinheid en volledige toewijding aan God.

 

 

 

 

7 : Het Bijbelboek Richteren (Rechters)

 

Auteur — Mogelijk Samuel

Globale tijd — ca. 1350 – 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Rechters (Richteren), dat hier ‘leiders’ betekent, handelt over de tijd vanaf de dood van Jozua tot de oprichting van de monarchie onder Saul. In die tijd waren de zeden zeer slecht omdat de Israëlieten geneigd waren om de zedeloosheid van de inwoners van het land over te nemen. God heeft ‘richters’ aangesteld die de zaken en het volk van Israël moesten leiden en moesten rechtspreken. Het boek Rechters eindigt met ons voor te bereiden op het verlangen van het volk naar een aardse koning.

 

 

 

 

8 : Het Bijbelboek Ruth

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — ca. 1100 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ruth dateert uit de tijd van de richters. Het laat zien dat God in een tijd van nationaal verval en zedeloosheid een ‘overblijfsel’ in stand hield dat als kern van een toekomstig herstel zou dienen. Dit zou tot stand worden gebracht door een nakomeling van Ruth – David – uit wiens lijn de Messias zou stammen. Er wordt geen aanduiding gegeven van de auteur. Men neemt aan dat het boek na het tijdperk van de richters is geschreven en dat het de gewoonten uit die tijd beschrijft.

 

 

 

 

9 en 10 : De Bijbelboeken van Samuël 1 en 2

 

Auteurs — Samuel, Natan en Gad

Globale tijd — ca. 1150 – 1000 v.Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst werden de boeken van Samuel door de Hebreeuwse schriftgeleerden als één boek beschouwd. 1 Samuel is het eerste van twee historische boeken die de overgang van Israël beschrijven van een los verband van stammen tot een sterke en verenigde natie.

Het beschrijft de zalving van Saul, de eerste koning van Israël, door een groot profeet, Samuel. Het vertelt over de neergang van Saul, en het voor zijn taak gereed maken van zijn opvolger David, een man naar Gods hart. Het tweede boek begint met Sauls dood en Davids troonsbestijging.

Het overige stelt de regering van David te boek zowel wat betreft zijn buitenlandse veroveringen als de binnenlandse politieke intriges. Het eindigt met de zegening van Salomo door David.

1 SAMUEL (In sommige oudere vertalingen 1 KONINGEN)

2 SAMUEL ( in sommige oudere vertalingen 2 KONINGEN )

 

 

 

 

11 en 12 : De Bijbelboeken van de Koningen

 

Auteur — Onbekend

Tijd — ca. 970 – 587 v. Chr.

Samenvatting — In de oorspronkelijke Joodse teksten, werden deze boeken als één boek beschouwd. De twee boeken bevatten de geschiedenis van de Israëlitische monarchie vanaf de dood van David (omstreeks 970 v.Chr.) tot aan de Babylonische ballingschap (587 v.Chr.) Zij schetsen de opsplitsing van de Israëlitische natie in twee delen.

Het zuiden wordt het koninkrijk Juda, het noorden het koninkrijk Israël. 1 en 2 Koningen geven de geschiedenis van Israël vanuit een godsdienstig standpunt, niet vanuit een politiek standpunt. Het geeft daarom de godsdienstige gang van zaken weer en is het een uiteenzetting van de verschillende stadia in de aanvankelijke morele groei, gevolgd door de achteruitgang van het koninkrijk.

1 Koningen opent met de ongedeelde natie in zijn volle heerlijkheid en 2 Koningen eindigt met de ondergang van het laatst overgebleven Juda. Het doel van het boek Koningen is om de levens en karakters van de leiders van het volk weer te geven als waarschuwing en vermaning voor alle komende geslachten die het verbond zullen voortzetten.

1 Koningen (in sommige oude vertalingen 3 Koningen )

2 Koningen ( in sommige oude vertalingen 4 Koningen)
.
.
.
.
.
.

13 en 14 : De Bijbelboeken van de Kronieken

 

Auteur — Mogelijk Ezra

Tijd — 1050 – 536 v.Chr.

Samenvatting — Net als het boek Koningen, vormden 1 en 2 Kronieken volgens de Joodse traditie oorspronkelijk één boek. De Kronieken zijn echter niet zomaar een herhaling van de geschiedenis die al in de boeken Samuel en Koningen staat opgeschreven. Het boek Kronieken werd geschreven om het volk te herinneren aan hun volledige geschiedenis, en hun positie onder de andere volken.

De nadruk ligt hier op de geschiedenis van de priesterlijke eredienst vanaf de dood van Saul tot en met het eind van de Babylonische ballingschap. Kronieken bevat meer detail over de organisatie van de eredienst, van godsdienstige plechtigheden, van Levieten en zangers, en over de relatie tussen koningen en godsdienst, dan het boek Koningen. De geschiedenis van het noordelijke rijk is uit de Kronieken weggelaten omdat die niet van belang was voor de ontwikkeling van de ware godsdienst te Jeruzalem.

 

 

 

 

15 : De wetsgeleerde Ezra

 

Auteur — Ezra

Tijd — 538 – 516 v.Chr.

Samenvatting —Het boek Ezra beschrijft twee fasen in de terugkeer van de Joden uit de Babylonische ballingschap. Na de val van het Babylonische rijk door de Perzen kregen de Joden in 538 v.Chr. van de Pers Kores verlof om naar Juda terug te keren om daar de tempel te herbouwen. Hulp van de Samaritanen bij deze herbouw werd door hen afgewezen.

Dit leidde tot tegenwerking en vertraging. Ondanks deze vertragingen werd de Tempel 20 jaar later, onder Darius, toch voltooid en ingewijd. De tweede terugkeer, onder Ezra, vond plaats in 458 v.Chr. Bij zijn aankomst in Jeruzalem trof hij ontoelaatbare praktijken aan, waar hij onmiddellijk maatregelen tegen nam.

 

 

 

 

16 : Het boek van Nehemia

 

Auteurs —Nehemia

Tijd — ca. 450 – 430 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met Nehemia’s aanstelling tot landvoogd over het land Juda en over Jeruzalem. Hij reist daarheen en organiseert de herbouw van de stadsmuur, ondanks tegenwerking van de buurvolken en interne onenigheid onder het Joodse volk. Na het herstel van de muur vestigden meer teruggekeerde ballingen zich in Jeruzalem.

Zijn toewijding aan God is voor Nehemia aanleiding om een aantal godsdienstige hervormingen door te voeren zoals het in het openbaar voorlezen uit de wet. Na een periode van afwezigheid moet hij echter constateren dat veel van zijn hervormingen alweer zijn verwaarloosd.

 

 

 

 

17 : Ester aan het Perzisch hof

 

Auteur — Mordechai?

Tijd — ca. 450 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Ester is een historisch boek dat speelt in de tijd na de ballingschap, ten tijde van de Perzische koning Xerxes (485-465 v.Chr.). Het beschrijft het plan van Haman, de eerste minister van de Perzische koning, om de Joden uit te roeien. Dit plan wordt verijdeld door Esther, de koningin van Perzië, die zelf een Jodin is. Het boek verduidelijkt de achtergrond en de betekenis van het Joodse Purimfeest.

 

 

 

 

18 : Het Bijbelboek Job

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Mogelijk rond 1.500 v.Chr.

Samenvatting — Job is waarschijnlijk het eerste poëtische boek van het Oude Testament. Het beschrijft het zieleleed van een rechtvaardig man als zijn drie vrienden proberen de oorzaak te verklaren van het onheil dat Job is overkomen en dat hem heeft beroofd van zijn rijkdom, familie en gezondheid.

In de dialoog tussen Job en zijn vrienden geeft ieder zijn mening over de oorzaken van zulke moeilijkheden. De les van het boek Job is dat de ‘beloning’ voor rechtvaardigheid niet altijd in dit leven komt, maar soms pas daarna. Dat is het inzicht dat Job al redenerende verwerft, maar dat zijn drie vrienden weigeren in te zien.

 

 

 

 

19 : Het Bijbelboek Psalmen

 

Auteurs — David en anderen

Globale tijd — ca. 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — De Psalmen zijn verdeeld in vijf boeken, elk boek volgens zijn eigen indeling. De Psalmen zijn een vorm van Hebreeuwse poëzie, waarvan vele bestemd voor muzikale begeleiding. De inhoud van de Psalmen bevat Messiaanse profetie, lof aan God en visioenen van het komende Koninkrijk en de heerlijkheid daarvan. David wordt genoemd als auteur van ongeveer de helft van de Psalmen. Enkele anderen zijn verantwoordelijk voor nog eens vijftien Psalmen; de overige zijn anoniem.

 

 

 

 

20 : Het Bijbelboek Spreuken

 

Auteur — Salomo en anderen

Tijd — 1000 – 700 v.Chr.

Samenvatting — In het boek Spreuken, wordt de wijsheid beschreven als het kenmerk van wie God op de eerste plaats stelt, als de rechtvaardige gids en de heer over de mensheid. Door het gehele boek heen wordt het standpunt ingenomen dat de mensheid bestaat uit twee verschillende klassen: de wijzen en de dwazen. Wijsheid en dwaasheid worden ook regelmatig voorgesteld als twee vrouwen, die dingen om de gunst van de mens.

Beide klassen kenmerken zich door hun handel en wandel. Ze leven met of zonder God, zijn goed of kwaad. Er is een onderlinge spanning tussen de twee klassen die in alle aspecten van het leven duidelijk is. We kunnen veel leren door ons eigen gedrag te toetsen aan de normen en waarden en waarschuwingen die we vinden in de Spreuken.

 

 

 

21 : Het Bijbelboek Prediker

 

Auteur — Salomo

Tijd 960 v.Chr.

Samenvatting — Prediker is het laatste boek van de literatuur der wijsheid. De naam Prediker stamt van een woord met de betekenis „samenbrengen.” Het boek is dus een verzameling van vele wijze gezegdes en spreuken van Salomo. Meestal bevat het boek commentaar op het leven. Nadat hij een leven van geneugten heeft geleid, concludeert Salomo dat het leven ‘niets’ is, een leegte.

En wie zou beter over het leven kunnen spreken dan iemand aan wie alles werd gegeven. Zonder God heeft het leven geen betekenis. Al zijn bezit zou niets betekenen. Daarom zegt hij tot slot dat de mens God moet vrezen en zijn geboden moet onderhouden.

 

 

 

 

22 : Het Bijbelboek Hooglied – Het hoogste lied

 

Auteur — Salomo

Tijd — ongeveer 960 v. Chr.

Samenvatting — Het boek bevat dialogen in Hebreeuwse poëzie. Het illustreert de liefde tussen man en vrouw. De juiste uitleg is altijd een punt van controverse geweest. De Joden hebben hierin een beeld gezien van de verhouding tussen God en Israël, terwijl de christelijke kerk het heeft opgevat als een beeld van Christus’ liefde voor zijn bruid, de gemeente.

Weer anderen zien een directe uitleg in een poging van Salomo om een jonge vrouw uit Galilea tot de zijne te maken, terwijl zij trouw blijft aan haar jeugdliefde, een jonge herder uit haar omgeving. Ook dit laat zich echter opvatten als een beeld van de trouw van de gemeente aan haar Verlosser.

 

 

 

 

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

De Ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

23 : De profetie van Jesaja

 

Auteur — Jesaja

Tijd — 740 – 690 v. Chr.

Samenvatting — Jesaja profeteerde tijdens de regeringen van Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. Zijn boodschap ging over het komende oordeel over het zuidelijke rijk Juda wegens haar openlijke zonden. Juda’s problemen zijn een direct gevolg van haar afgoderij en afval van God. Maar zijn boodschap blijkt een veel bredere toepassing te hebben dan alleen de situatie in het Juda van zijn eigen tijd.

In wezen gaat het hier over de relatie tussen God en de mens in het algemeen. Het is Jesaja die het begrip ‘evangelie’ introduceert, waar Johannes de Doper zijn prediking mee aanvangt. En alleen al daarom staat Jesaja’s profetie aan de basis van Jezus’ verlossingswerk.

 

 

 

 

 

24 : De profetie van Jeremia

 

Auteurs — Jeremia en Baruch

Tijd — 630 – 575 v.Chr.

Samenvatting — Jeremia waarschuwt het volk dat Jeruzalem verwoest zal worden, en het volk zelf als slaven in ballingschap zal worden gevoerd, door de dreigende militaire macht van de Babyloniërs. Hij sluit daarbij aan bij het in die tijd teruggevonden ‘wetboek’, waar Gods oordelen in staan aangekondigd.

Hij tracht het volk van Jeruzalem ervan te doordringen dat zij zich van hun goddeloze leven moeten bekeren, maar zij luisteren niet. Hij waarschuwt verder tegen de valse profeten die het volk op de verkeerde weg leiden met hun bedrieglijke leer en leugens. Hij spoort de Israëlieten aan om zich te onderwerpen aan het Babylonische gezag omdat Babel Gods strijdwapen is.

Ze luisteren echter niet naar zijn waarschuwingen, en het volk gaat uiteindelijk in ballingschap naar Babel. Hij voorzegt tweemaal dat de ballingen na in totaal 70 jaar van Babylonische overheersing terug zullen keren om Jeruzalem en de Tempel te herbouwen.

 

 

 

 

25 : De klaagliederen van Jeremia

 

Auteur Jeremia

Tijd — ca. 580 v.Chr.

Samenvatting — klagen betekent “het lijden verwoorden”. In dit boek uit Jeremia zijn verdriet over de val van Jeruzalem en het wegvoeren van zijn volk. Het boek beschrijft en verklaart de bezoekingen die over de stad Jeruzalem zijn gekomen, en de spot van de omringende naties als het gevolg van Gods oordeel over de zonden van het volk. Hij onderstreept de lessen die Jeruzalem hieruit zou moeten leren, in het bijzonder de loosheid van glorie, macht en trots, teneinde die in de toekomst te kunnen overwinnen.

 

 

 

 

26 : De profetie van Ezechiël

 

Auteur — Ezechiël

Tijd 593 – 560 v.Chr.

Samenvatting — Dit boek beschrijft de werkzaamheden van de profeet Ezechiël tijdens de Babylonische ballingschap. Hij was een tijdgenoot van Jeremia, maar predikte onder de ballingen in Babylonië, die al daarheen waren gebracht onder de eerste wegvoering. Hij bestrijdt de misvatting dat deze ballingen de afvalligen zijn en dat zij die in het land zijn achtergebleven blijkbaar beter zijn.

Hij veroordeelt in soms felle beelden en bewoordingen de geloofsafval van de achtergeblevenen, maar spaart ook de ballingen niet. Toch zal God juist uit die ballingen een getrouwe ‘rest’ terugbrengen. Uiteindelijk zal dat uitlopen op de vestiging van Gods koninkrijk en een nieuwe tempel.

 

 

 

 

27 : De profetie van Daniël

 

Auteur — Daniël

Tijd — 605 – 535 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Daniël voorzegt de toekomst van twee tegenovergestelde machten: de koninkrijken der mensen en het Koninkrijk Gods. De nadruk ligt op het principe “De Allerhoogste heeft macht over het koningschap der mensen”. De profetieën van Daniël hebben in het algemeen minder met Israël te maken dan met de volken die Israël overheersen.

Het boek Daniël bevat profetieën die de periode overspannen vanaf zijn tijd tot het komende Koninkrijk Gods. Deze profetieën moeten worden gezien als waarschuwing (maar zeker ook als steun) aan de getrouwe gelovigen om te blijven volharden, want uiteindelijk loopt alles volgens Gods plan. Maar tegelijk is het boek een aanmoediging dat echt geloof in God nooit beschaamd wordt.

 

 

 

28 : De profetie van Hosea

 

Auteur — Hosea

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Hosea beschrijft Gods geduld met het noordelijke rijk Israël dat opstandig en ontrouw is. Maar het maakt de Israëlieten wel duidelijk dat er uiteindelijk een oordeel zal zijn voor ieder die bewust opstandig blijft. Hosea’s eigen huwelijk met de ontrouwe Gomer wordt gebruikt als een symbolische voorstelling van Israëls ontrouw jegens God.

 

 

 

 

29 : De profetie van Joël

 

Auteur — Joël

Tijd — 618 – 608 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Joël begint met een beschrijving van een reeks natuurrampen (een sprinkhanenplaag, droogte en natuurbranden), die misoogsten en hongersnood veroorzaken, als beeld van een militaire aanval. Joël roept Juda op tot een dag van berouw wegens Gods komende oordeel.

Het laatste deel van het boek gaat over de gebeurtenissen in verband met “de dag des Heren”. De uitgebeelde boodschap luidt: als Juda zich bekeert, dan zal God hen rijkelijk zegenen en vergeven.

 

 

 

30 : De profetie van Amos

 

Auteur — Amos

Tijd — ca. 750 v.Chr.

Samenvatting —Amos profeteert tijdens een periode van voorspoed in Israël. Jerobeam II was koning over het noordelijke rijk dat zich in die periode in politieke en materiële zin kon meten met het rijk en het tijdperk van Salomo en David. Amos, zelf afkomstig uit Juda en van beroep veehouder, werd door God geroepen om een oordeel uit te spreken over dat noordelijke rijk.

Hij moest haar luxe leven, afgoderij en morele verdorvenheid aan de kaak stellen. Amos spoort het volk aan om zich te bekeren voordat Gods oordelen hen zou treffen. „Zoek God en leef” was de dringende raad van Amos aan de natie. Hij voorzegt ook de verstrooiing van de Israëlieten, maar wijst vooruit naar een dag wanneer God hen weer bijeen zal brengen in het land van hun voorvaderen.

 

 

 

 

 

31 : De profetie van Obadja

 

Auteur — Obadja

Tijd — kort na 587 v.Chr.

Samenvatting — Obadja’s naam betekent “Knecht van Jahwe”. Hij spreekt een oordeel uit over het volk Edom wegens hun vijandschap jegens Israël ten tijde van de Babylonische aanval op Israël. Zij hadden zich verheugd over het voordeel dat die aanval hen zou brengen. Op ‘de dag des Heren’ (de tijd van Gods oordeel) zal er echter juist alleen ontkoming zijn op Sion. Edom was het volk dat afstamde van Ezau, de tweelingbroer van Jakob (Israël).

 

 

 

 

32 : De profetie van Jona

 

Auteur — Onbekend

Globale tijd — Het verhaal speelt waarschijnlijk kort na 800 v.Chr., maar kan later te boek zijn gesteld

Samenvatting — Het boek gaat over de opdracht aan Jona om de stad Nineve, (de hoofdstad van Assyrië) te waarschuwen dat zij zich moet bekeren en Gods geboden gehoorzamen om de verwoesting, die God anders zal brengen, te voorkomen. Israël werd door Assyrië zwaar onderdrukt en Jona heeft geen zin om met zijn prediking Assyrië te redden van de ondergang.

Hij vlucht daarom de andere kant uit. Maar in een storm wordt hij door de scheepsbemanning overboord gegooid en verzwolgen door een grote vis. Na drie dagen wordt hij door de vis weer uitgespuugd. Vervolgens predikt hij toch de boodschap aan het volk van Nineve, dat zijn boodschap gelooft en zich bekeert van zijn zonden.

 

 

 

 

33 : De profetie van Micha

 

Auteur — Micha

Tijd 735 – 700 v.Chr.

Samenvatting — Micha was een voorloper en tijdgenoot van Jesaja. Zijn boodschap betekende hetzelfde voor het zuidelijke koninkrijk Juda als die van Amos voor het noordelijke koninkrijk Israël. Beiden bekritiseerden fel de rijken en machtigen die de armen onderdrukten.

Micha’s boodschap gaat over de vernieuwing van het ‘overblijfsel’ van het volk dat rest na het komende oordeel, de oprichting van het Koninkrijk Gods door het geslacht van David, en de bekering van de overige volken in dat Koninkrijk. Het besluit met een zegevierende uiting van geloof, die we moeten zien tegen de achtergrond van het materialisme en de corruptie van de regering van Achaz.

 

 

 

 

34 : De profetie van Nahum

 

Auteur — Nahum

Tijd — 620 v.Chr.

Samenvatting — Het boek Nahum is geschreven ongeveer 140 jaar na de gebeurtenissen die in het boek Jona stonden beschreven. Gedurende die periode was Ninevé weer teruggekomen op zijn berouw en bekering. Assyrië had intussen het noordelijke koninkrijk Israël in ballingschap gevoerd.

Jona had een boodschap van barmhartigheid en bekering gepredikt, maar Nahum predikte een boodschap van ondergang tegen Ninevé, de hoofdstad van Assyrië. Hoewel God het had gebruikt als zijn werktuig tegen Israël en Jeruzalem, zou het nu vernietigd worden wegens zijn hoogmoed.

 

 

 

 

35 : De profetie van Habakuk

 

Auteur — Habakuk

Tijd — 620 – 605 v.Chr.

Samenvatting — Het boek begint met een klacht van Habakuk over het onrecht in Juda en zijn verbijstering dat God het boze en immorele volk van Babel niet oordeelt. God vertelt hem dan dat zijn volk moet blijven vertrouwen op zijn barmhartigheid zonder te letten op de omstandigheden om hen heen.

Het lijkt wel alsof de bozen voorspoed hebben terwijl de rechtvaardigen gekastijd worden. Maar deze voorspoed is slechts tijdelijk. God verlaat niet wie zijn geboden gehoorzamen en volgen: “De rechtvaardige zal door zijn geloof leven.” (vgl. Psalm 73)

 

 

 

 

36 : De profetie van Sefanja

 

Auteur — Sefanja

Tijd — 635 – 615 v. Chr.

Samenvatting — Sefanja profeteerde tijdens de regering van koning Josia van Judea, na de wegvoering van de bevolking van het noordelijke rijk Israël. Josia voerde een grote godsdienstige hervorming door. Dat gebeurde na de slechte regeringen van de koningen Manasse en Amon, die het volk tot allerlei vormen van afgoderij hadden gebracht.

Maar het volk volgde Josia niet in deze terugkeer tot God. Sefanja kondigt daarom een komend oordeel over Jeruzalem aan wegens hun zonden. Hij duidt dat aan als een ‘offermaaltijd’ van God, maar ook als ‘de dag des Heren’. Toch doet hij nog een dringend beroep op het volk om in berouw tot God terug te keren.  En hij besluit met een korte vooruitblik op het komende vrederijk van de Messias.

 

 

 

 

37 : De profetie van Haggai

 

Auteur — Haggai

Tijd — 520 – 505 v.Chr.

Samenvatting — Haggai spoort de uit ballingschap teruggekeerde Joden aan om God oprecht te dienen. Hij vermaant hen: “Welke weg zijn jullie ingeslagen? Denk toch na!”, en roept hen op de Tempel te voltooien waarvan de fundamenten al achttien jaar eerder waren gelegd. Hij wijst op het feit dat hun huidige problemen alles te maken hebben met hun houding die meer is geïnteresseerd in hun eigen huizen dan in Gods ‘huis’.

Het volk antwoordt positief en in 516 voor Christus komt de Tempel gereed. Ook zegt Haggai dat de heidense rijken door God vernietigd zullen worden, en als de Messias komt zal Juda verheven worden. Het is een korte profetie en de boodschap wordt verder uitgewerkt door Zacharia, een (vermoedelijk jongere) tijdgenoot.

 

 

 

 

38 : De profetie van Zacharia

 

Auteur — Zacharia

Tijd — 520 – 490 v.Chr.

Samenvatting — Zacharia was een jongere tijdgenoot van Haggai. Hij neemt Haggai’s oproep om de tempel te herbouwen, over. En ook hij benadrukt de noodzaak tot bekering. Een deel van zijn boodschap bestaat uit een serie visioenen over de toekomst. Het bevat aanwijzingen over de komst van de Messias. Het boek eindigt met beschrijvingen van het oordeel over de vijanden van Jeruzalem, en van de toekomstige heerlijkheid van het Koninkrijk Gods.

 

 

 

 

39 : De profetie van Maleachi

 

Auteur — Maleachi

Tijd ca. 430  v.Chr.

Samenvatting — De profetie van Maleachi stamt waarschijnlijk uit de tijd dat Nehemia terug was naar het hof van de Perzische koning. Het volk is weer laks geworden en heeft een steeds oppervlakkiger houding aangenomen tegenover God en de eredienst. Een eeuw na de herbouw van de tempel zijn hun verwachtingen van de komst van de Messias nog steeds niet vervuld. Maleachi schrijft dat hun offers onaanvaardbaar zijn voor God; mannen plegen echtbreuk, en de priesters verwaarlozen Gods verbond.

 

 

 

 

40 : Het evangelie van Matteüs

 

Auteur — Matteüs, ook genaamd Levi, een tollenaar

Tijd — 4 v.Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Matteüs wil aantonen dat Jezus de beloofde Koning (Messias) uit het huis van David is, die zijn volk zou bevrijden. Er ligt veel nadruk op de vervulling van de messiaanse profetieën. Maar die bevrijding zou niet komen door militair geweld; de Messias kwam hen niet bevrijden van de Romeinen, maar van zonde en dood.

Hij zou de lijdende Knecht van Jesaja zijn. Matteüs begint met: “Geslachtsregister van Jezus Christus (= Jezus de ‘Messias’), de zoon van David, de zoon van Abraham” (Matt. 1:1). Daarmee introduceert hij Hem als de beloofde zoon van David en de beloofde nakomeling van Abraham. Het geslachtsregister identificeert Hem ook als de wettige troonopvolger. Matteüs is daarom ook de evangelist die de poging beschrijft van de zittende koning om deze ’concurrent’ uit de weg te ruimen.

Dit zet het toneel voor de voortdurende strijd tussen Gods koning en de politiek van de wereld. Daarnaast bevat dit evangelie veel van Jezus’ leer. Er ligt nadruk op het contrast met de Wet, en met de overlevering van de Joodse schriftgeleerden. Dit evangelie is waarschijnlijk in de eerste plaats geschreven voor Joodse lezers.

 

 

 

 

41 : Het evangelie van Marcus

 

Auteur Johannes Marcus, de neef van Barnabas

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Men denkt dat Marcus als eerste van de vier Evangeliën is geschreven. Het concentreert zich vooral op de laatste week van Jezus’ leven. Zes van de zestien hoofdstukken gaan over deze periode; de voorafgaande tien zijn vooral een inleiding daarop. Dat legt de nadruk heel sterk op zijn sterven en opstanding, en de gebeurtenissen daar omheen.

Marcus’ verhaal begint met een combinatie van een tweetal OT profetieën als inleiding op het werk van Johannes de Doper. Hij presenteert zijn verslag als de beschrijving van de vervulling van alles wat in dat OT stond aangekondigd. Dit evangelie volgt eenzelfde pad als dat van Matteüs. Het bevat echter weinig leer, maar wel een aantal genezingen.

Marcus tekent Jezus daarmee vooral als de genezer, in geestelijke zin, van zijn volk. Bij oppervlakkig lezen lijkt dit het meest simpele verhaal, maar het staat vol met verwijzingen naar het Oude Testament en van daarop gebaseerde symboliek.

 

 

 

Eer aan God in de Hoge

Eer aan God in de Hoge

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

42 : Het evangelie van Lucas

 

 

Auteur — Lucas, de geneesheer

Tijd— 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Lucas is de enige niet-Jood onder de vier evangelisten, en schrijft in de eerste plaats voor niet-Joden. Hij gebruikt veel minder typisch Joodse termen of legt die, waar nodig, uit. Ook Lucas introduceert Jezus als de nakomeling van David, nu via zijn moeder.

Tegelijkertijd noemt hij Hem de ‘zoon van God’, als een tweede Adam, maar nu een Adam die niet faalt. In dit Evangelie ligt de nadruk op de eisen van discipelschap. Het tweede deel van zijn prediking – tot aan de intocht – wordt beschreven als één lange reis naar Jeruzalem, waar Hij zijn verlossingswerk tot stand moet brengen, door Zich te laten terechtstellen aan een kruis.

 

 

 

 

43 : Het evangelie van Johannes

 

 

Auteur — Johannes, de geliefde discipel, neef van Jezus

Tijd — 4 v. Chr. – 30 na Chr.

Samenvatting — Dit evangelie is veel later geschreven dan de andere. Het veronderstelt de feitelijke gebeurtenissen inmiddels bekend, en gaat in op de diepere betekenis daarvan “opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” (20:31). Hij geeft Jezus’ wonderen als ‘tekenen’ dat Hij de beloofde Messias is. In zijn toespraken gaat Jezus hier veel dieper.

Veel van Jezus’ toenmalig gehoor heeft die niet begrepen, omdat ze zijn woorden te letterlijk namen. Johannes begint met Jezus te beschrijven als de vervulling van al Gods beloften, en hij beschrijft dat als de schepping zelf. Dat is kenmerkend voor Johannes. Hij ziet voorbij aan de fysieke werkelijkheid, en zoekt naar de betekenis daarachter.

Niet de fysieke schepping van hemel en aarde is kenmerkend voor Gods activiteit, maar zijn plan daarmee: dat plan was als het ware God. ‘Het begin’ wordt niet gekenmerkt door het tot stand komen van hemel en aarde, maar door Gods openbaring van dat plan: “In den beginne was het Woord [nl. van Gods openbaring] en het Woord was bij God en het Woord was God” (1:1,).

Alles wat Hij daarbij had aangekondigd, is nu werkelijkheid geworden in zijn Zoon, de Verlosser: dat woord “is vlees geworden” [dwz. de Verlosser die eerst slechts als belofte bestond, is nu verschenen als reëel mens] “en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de enig geborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (1: 14,).

 

 

 

 

44 : De handelingen van de apostelen

 

Auteur — De evangelist Lucas

Tijd — 30 – 62 na Chr.

Samenvatting — Het boek Handelingen beschrijft de uitvoering van Jezus’ opdracht aan de apostelen: “Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen” (Matteüs 28:19). Maar Lucas maakt in zijn openingszin duidelijk dat we dit moeten zien als de voortzetting van het werk dat Jezus tijdens zijn dagen op aarde was begonnen, en dat Hij nu, door zijn apostelen, voortzet. We lezen over de vestiging van gemeenten overal in het Romeinse Rijk.

Die gemeenten steunen aanvankelijk nog steeds op Jeruzalem als hun ‘centrum’. Maar met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 zal dat centrum wegvallen. Er is dus haast, want binnen 40 jaar zal die groep van afzonderlijke gemeenten gezamenlijk de christelijke kerk vormen en op eigen benen moeten kunnen staan.

In de begintijd is de christelijke gemeente nog een groep binnen het totale Joodse spectrum en blijft de prediking voornamelijk beperkt tot Joden. Maar al na enkele jaren begint er een scheiding te ontstaan tussen de gemeente en het Jodendom. En in de periode 40-45 na Chr. beginnen sommigen ook aan niet-Joden te prediken en ontstaat in het gebied van het huidige Syrië de term christenen.

Het verslag van de prediking van daaruit in de rest van het Rijk wordt ons verteld vanuit het werk van de apostel Paulus. Het boek eindigt in 62, kort voor het begin van de Joodse opstand die uiteindelijk zal leiden tot de val en verwoesting van Jeruzalem.

 

 

 

 

45 : De brief van Paulus aan de Romeinen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 57/58 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven kort voor Paulus’ vertrek naar Jeruzalem (Handelingen 20:3), waarschijnlijk vanuit Korinthe. Hij werd in zijn predikingswerk gehinderd door Joodse predikers die verkondigden dat de nieuwe bekeerlingen zich aan de Joodse wet moesten houden. Om die reden wil hij de gemeente te Rome bezoeken om ze daartegen te waarschuwen.

Maar omdat hij eerst de opbrengst van een collecte voor de armen van Jeruzalem moet afleveren, schrijft hij alvast een brief (Romeinen 15:22-26). Daarin zet hij de verschillen uiteen tussen het op de wet gebaseerde Oude Verbond en het Nieuwe Verbond in Christus. Het gaat om ‘leven naar de geest’ tegenover het ‘leven naar het vlees’ uit hun tijd van onwetendheid. In hoofdstuk 6 introduceert hij de term ‘medegekruisigd’ (zie bladzij 103).

Daarnaast gaat hij ook uitgebreid in op de vraag hoe zij met elkaar moeten omgaan en hoe de ‘sterken in geloof’ de ‘zwakken’ moeten ontzien. Niet wie er gelijk heeft is van belang, maar of zij de zwakken opbouwen. Tenslotte vermaant hij ze om zich niet te verzetten tegen de overheid; hun geloof is geen vrijbrief voor onwettig gedrag.

 

 

 

 

46 en 47 : De brieven van Paulus aan de Korintiërs

 

Deze twee brieven zijn waarschijnlijk de tweede en vierde brief die Paulus aan deze gemeente schreef. De overige twee zijn niet bewaard gebleven, blijkbaar omdat die voor ons niet nuttig zijn. De twee worden hieronder apart behandeld:

1 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Paulus’ antwoord op een reeks vragen over de praktijk van het leven in Christus, die de gemeente van Korinte hem per brief heeft voorgelegd. Tevens reageert hij op wat hij van de brengers van die brief heeft gehoord. Net als de filosofenscholen vormen zij rivaliserende groepen; hij vermaant hen het evangelie niet te vermengen met elementen uit Griekse filosofie.

Ook moeten zij het evangelie niet zien als een vrijbrief voor een bandeloos leven. Korinte was een havenstad met veel zedeloosheid; daar moeten ze nu afstand van nemen. Evenmin moeten ze de geestesgaven zien als speeltjes: het spreken in tongen mag nog zo interessant zijn, het gaat erom je medegelovigen op te bouwen.

Tenslotte spreekt hij hen in felle bewoordingen aan op hun verwerping van de opstanding. In het slotwoord vraagt hij hun medewerking aan een collecte voor Jeruzalem.

 

 

2 Korintiërs

Auteur — Paulus

Tijd — 55 – 57 na Chr.

Samenvatting — Uit deze brief valt op te maken dat er problemen waren ontstaan in de gemeente. Er zijn Joodse predikers langsgekomen, die leren dat ook zij zich aan de wet moeten houden. Ze hebben kennelijk beweerd dat Paulus geen echte apostel is, en het alleen maar doet om het geld, en dat hij valse leer predikt.

Een kort bezoek van Paulus aan Korinte heeft geleid tot een ernstige confrontatie tussen hem en een aanhanger van die Joodse predikers. Terug in Efeze heeft hij hen door Titus een brief laten brengen, die hen tot inkeer heeft gebracht. Ze hebben de schuldige ter verantwoording geroepen. Van Titus heeft Paulus nu vernomen dat alles weer in orde is. Deze kwestie zal de reden zijn geweest voor zijn brief aan de Romeinen.

Toch heeft hij nog een probleem. Ze hebben de collecte voor Jeruzalem verwaarloosd. Andere gemeenten hebben wel hun best gedaan en hij wil het geld nu naar Jeruzalem brengen. Hij moet ze aansporen die zaak weer ter hand te nemen, zonder de schijn te wekken dat het hem inderdaad alleen maar om het geld is te doen.

 

 

 

 

48 : De brief van Paulus aan de Galaten

 

Auteur — Paulus

Tijd — 48 na Chr.

Samenvatting — Dit is feitelijk Paulus’ eerste brief die we in de Bijbel bezitten. Hij komt voort uit de gebeurtenissen van Handelingen 15:1-2. Bepaalde Joodse christenen predikten dat ook gelovigen uit de heidenen zich moesten laten besnijden en zich aan de bepalingen van de wet houden, om behouden te kunnen worden.

Met deze prediking hebben zij ook de gemeenten in Galatië, die Paulus en Barnabas op de eerste zendingsreis hadden gesticht, in verwarring gebracht en beïnvloed. De gemeente te Antiochië besluit Paulus en Barnabas naar de apostelen en oudsten te Jeruzalem te zenden voor een beslissing in deze zaak. Maar nog voordat hij daarheen vertrekt, zendt Paulus de gemeenten in Galatië alvast deze brief, waarin hij zijn zienswijze in deze zaak uiteenzet.

Zijn toon is emotioneel, omdat hij een dringend beroep op de gemeenten doet niet terug te vallen in het oude wettische denken. Hij noemt deze prediking ‘een ander evangelie’. Paulus redeneert dat zowel Jood als Griek beiden in Christus hun volledige behoudenis hebben. Paulus laat zien dat alle wettische afwijkingen van het evangelie afvalligheden zijn en zo gezien moeten worden.

 

 

 

 

 

49 : De brief van Paulus aan de Efeziërs

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is waarschijnlijk een algemeen rondschrijven geweest aan alle gemeenten waar Paulus een relatie mee had. Dit blijkt o.a. uit het feit dat hij uitsluitend principiële zaken behandelt en niet in gaat op plaatselijke problemen. De brief kent twee delen. Het eerste deel schetst de zegeningen en de geestelijke rijkdom die zij in Christus hebben.

Onderdeel daarvan is dat zij niet langer afgescheiden zijn van het verbondsvolk, maar daar nu zelf deel van uitmaken. Het tweede deel schetst de aspecten van het navolgen van Christus. Zij moeten in hun levenswandel dat wat zij ontvangen hebben ook weer uitstralen en zo Christus tonen aan hun omgeving.

Zij zijn niet langer als de heidenen om hen heen, die God niet kennen, maar als kinderen des lichts, die liefde tonen en wier handel en wandel oprecht is tot aan de wederkomst van de Here Jezus.

 

 

 

 

50 : De brief van Paulus aan de Filippenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60- 62 na Chr.

Samenvatting —Deze brief zal zijn geschreven gedurende de gevangenschap van Paulus te Rome (Handelingen 28:30). Hij kan nu niet zelf rondtrekken, maar hij houdt contact met de door hem gestichte gemeenten door zijn medewerkers zoals Timoteüs en Titus. Hij verwacht echter zelf spoedig in vrijheid gesteld te worden, en dan wil hij hen ook zelf bezoeken (vers 24).

In bedekte termen waarschuwt hij opnieuw voor valse predikers die de besnijdenis prediken. Hij noemt dat ‘versnijdenis’ (verminking) en duidt de predikers aan als honden (verg. Matteüs 7:6 en Openbaring 22:15) en slechte arbeiders (verg. Lucas 13:27, werkers der ongerechtigheid).

 

 

 

 

51 : De brief van Paulus aan de Kolossenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — 60 – 62 na Chr.

Samenvatting — Deze brief stamt uit dezelfde tijd als die aan Filippi. Paulus heeft via zijn ‘netwerk’ informatie ontvangen over de gemeente te Kolosse, waar hij zich zorgen over maakt. Zij dreigen te vallen voor de aandrang van Joodse predikers, die hen leren dat zij zich aan de bepalingen van de wet moeten houden. Hij duidt die aan als drogredenen (Kolossenzen 2:4) en ‘grondbeginselen van de wereld’ (2:9 en 20).

Dat stadium zouden ze nu moeten zijn gepasseerd. Maar hij spreekt ook over wijsbegeerte (2:8), alsof er ook elementen van Grieks denken beginnen in te sluipen. In plaats daarvan spoort hij hen aan te zoeken naar dat wat van boven is, juist niet dat wat aards is (3:1-2, 5-7).

 

 

 

 

52 en 53 : De brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 50 na Chr.

Samenvatting — Deze beide brieven zijn geschreven aan de jonge gemeente te Tessalonica, vanuit Korinte, waar Paulus 1 ½ jaar heeft gewerkt. Paulus had Tessalonica overhaast moeten verlaten nadat de Joodse gemeente daar hem had aangeklaagd bij de Romeinse autoriteiten. Hij had zijn prediking daarom niet af kunnen maken.

Na Tessalonica had hij nog enige tijd gepredikt in Berea, totdat de Joden uit Tessalonica hem ook dat onmogelijk maakten. Zie Handelingen 17:1-14. Vandaar was hij vertrokken naar Athene, totdat hij daar problemen kreeg met de Griekse autoriteiten en ook die stad moest verlaten.

Vandaar vertrok hij naar Korinte. Paulus is blij met het nieuws dat hij ontvangt, maar ziet in dat hij bepaalde dingen verder moet uitleggen, vooral met betrekking tot de wederkomst van Christus. Dat doet hij in de eerste van deze beide brieven.

 

 

 

De mens in geloof

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 54 en 55 : De brieven van Paulus aan Timoteüs

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting — Timoteüs en Titus waren jonge medewerkers van Paulus tijdens zijn zendingswerk. Deze twee brieven – bekend staand als de pastorale brieven – zijn geschreven in de korte periode tussen Paulus’ eerste gevangenschap te Rome (Handelingen 28:16) en zijn dood. Paulus beseft dat de Joodse opstand, die zal leiden tot de vernietiging van Jeruzalem en de tempel, niet ver meer weg is, en dat hij dus weinig tijd meer heeft.

Uit de brief aan Titus blijkt dat hij na zijn vrijlating in 62 na Chr. met grote ijver bezig is te prediken in de streken ten oosten van Italië waar hij nog niet geweest was. Hij moet nu meer overlaten aan zijn jonge medewerkers die zijn taken binnenkort zullen moeten overnemen. Ten tijde van zijn tweede brief aan Timoteüs zit hij alweer opnieuw gevangen te Rome en hij verwacht binnenkort ter dood gebracht te zullen worden. Dit is de laatste brief die we van Paulus bezitten.

 

 

 

 

56 : De brief van Paulus aan Titus

 

Auteur — Paulus

Tijd — ca. 63 – 64 na Chr.

Samenvatting- Deze brief bevat veel dat we ook in de eerste brief aan Timoteüs vinden. Zo vinden we dezelfde opsomming van vereisten aan ambtsdragers. Ook Titus zou op korte termijn de taken van Paulus moeten overnemen. Titus zit nu op Kreta, waar hij de gemeente op orde moet brengen. Maar Paulus is van plan hem af te lossen door iemand anders (3:12), en vraagt Titus hem dan te komen helpen met de prediking in Nikopolis (een plaats aan de westkust van Griekenland).

 

 

 

 

57 : De brief van Paulus aan Filemon

 

Auteur — Paulus

Tijd — 62 na Chr.

Samenvatting —Een brief van Paulus aan een individuele gelovige, Filemon, te Kolosse. Deze Filemon was kennelijk een welgesteld man met huispersoneel en een huis dat groot genoeg was voor de wekelijkse bijeenkomst. Paulus prijst zijn gastvrijheid jegens zijn geloofsgenoten. Maar Onesimus, een slaaf van hem, is weggelopen en naar Rome gevlucht waar hij Paulus heeft ontmoet (die hij gekend zal hebben).

Hij is nu een broeder in het geloof en een ijverig assistent van Paulus. Maar Paulus zendt hem terug naar zijn meester. Paulus dringt er bij Filemon op aan hem niet te straffen (op weglopen stonden zware straffen) maar hem te ontvangen als een broeder. En mocht er financiële schade zijn dan verklaart Paulus zich bereid die te vergoeden. Paulus laat doorschemeren dat hij als apostel feitelijk het gezag heeft Filemon te bevelen, maar laat hem de keuze.

 

 

 

 

58 : De brief aan de Hebreeën

 

Auteur Een onbekende bekeerde schriftgeleerde

Tijd — rond 65 na Chr. (kort voor de Joodse opstand

Samenvatting — Deze brief heeft geen opschrift met schrijver of geadresseerden. Maar hij bevat aan het slot wel de aankondiging van een voorgenomen bezoek, dus hij moet wel degelijk zijn geschreven aan een specifieke gemeente; het is geen algemeen rondschrijven. Op grond van de inhoud en het slot is aan te nemen dat hij is geschreven aan Joodse christenen in Rome.

Uit de inhoud kan worden opgemaakt dat deze Joodse christenen dreigen af te vallen van de christelijk beginselen en terug te keren naar hun vroegere Jodendom, waarschijnlijk uit angst voor vervolging door keizer Nero. Het antwoord van de schrijver is een uitgebreide uitleg van de achterliggende boodschap van de Mozaïsche wet.

De wet ‘toont slechts een voorafschaduwing van al het goede dat nog komen moet en laat niet de gestalte zelf daarvan zien’ (10:1). De werkelijkheid waarnaar de wet verwijst duidt hij regelmatig aan met woorden als beter, groter of verhevener.

 

 

 

59 : De brief van Jakobus

 

Auteur — Jakobus

Tijd — 43 – 50 na Chr.

Samenvatting — De brief van Jakobus gaat vooral over de praktijk van het leven in Christus. Hij is gericht aan ‘de twaalf stammen in de verstrooiing’, dus aan de Joden buiten Juda en Galilea. Maar zijn voorbeeld van de boer die wacht op de ‘regens van het najaar en voorjaar’ (: de vroege en late regen) is duidelijk ontleend aan de situatie langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Sommigen denken daarom dat de geadresseerden vooral de Joden in Syrië zullen zijn geweest. Maar waar Paulus veel moest strijden tegen de neiging terug te keren naar de letterlijke bepalingen van de wet, benadrukt Jakobus het belang van de principes achter die bepalingen. Geloof alleen is niet voldoende, geloof moet blijken uit je daden.

Velen zien daarom een tegenstelling tussen Paulus en Jakobus. Maar beiden hebben het wel degelijk over hetzelfde, alleen bestrijdt de een afwijking naar de ene kant en de ander een afwijking naar de andere kant. Verder geeft Jakobus een reeks van praktijkvoorbeelden om zijn betoog te illustreren.

 

 

 

 

60 en 61 : De brieven van Petrus

 

Auteur — Petrus

1 Petrus

Tijd — ca. 63-64 na Chr.

Samenvatting — Deze brief is geschreven aan de Christenen in Klein Azië om hen te waarschuwen dat zij zich niet moeten laten verleiden menselijke wegen te gaan. Petrus beseft dat de Joodse opstand (die zou beginnen in 66 na Chr.), die zou leiden tot de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel, niet ver weg meer is.

Petrus vreest dat zijn lezers wellicht de zijde van de opstand zullen kiezen en dat zou een fatale fout zijn. Zij moeten geduld oefenen, en de gang van zaken aan God overlaten. Zij zullen zware vervolging moeten ondergaan, maar God weet wat hen overkomt, en ze zullen volharding moeten tonen.

 

2 Petrus

Tijd ca. 64-65 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden, maar het ligt voor de hand dat dit dezelfden zijn als die van de eerste brief, waar hij ook naar verwijst (3:1). Hij verwacht spoedig om zijn geloof terecht gesteld te worden (1:14), en doet een laatste poging hen te waarschuwen voor de tijd die komen gaat. Hij dringt er opnieuw met alle kracht op aan standvastig te blijven in de tijd die er nu aankomt en niet af te vallen, net nu het er op aankomt.

Ze moeten vasthouden aan ‘de woorden van de profeten’, d.w.z. ons Oude Testament (1:19).   Hij verwijst naar zijn eigen aanwezigheid bij ‘Jezus’ verheerlijking op de berg’, die hem ten volle heeft overtuigd dat Jezus de beloofde Messias is. Hij herinnert hen aan Jezus’ waarschuwing dat ‘de dag des Heren’ (in de Bijbel: de dag van Gods oordeel) onverwacht zal komen (als een dief in de nacht), en dat ze niet moeten luisteren naar mensen die spotten dat hij niet gaat komen.

Tegenover het woord van de profeten zet hij de valse profeten die hen zullen proberen te misleiden; ook dat zijn woorden van Jezus. En hij wijst hen op de woorden van Paulus die hen heeft voorgehouden wat hun te wachten stond. Dit zou kunnen betekenen dat Paulus al terecht gesteld was.

 

 

 

 

62, 63 en 64 : De 3 brieven van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd — 85 – 100 na Chr.

Samenvatting — Dit zijn waarschijnlijk de laatste geschriften van het Nieuwe Testament. De situatie verschilt nu sterk van die tijdens de periode van de andere brieven. Er is geen enkele tendens meer naar het houden van de Mozaïsche wet, maar wel wordt het zuivere geloof nu bedreigd door de invloed van Griekse filosofie. Die manifesteert zich het sterkst in leer van de zgn. gnostiek. Deze leert globaal een volledige scheiding tussen geest en materie, en ‘ingewijd’ zijn is er een belangrijk element van. De aspecten die Johannes in zijn eerste brief bestrijdt zijn:

  • De leer dat Jezus en ‘de Christus’ verschillende personen zouden zijn. De goddelijke Christus zou bezit hebben genomen van de mens Jezus bij diens doop, en hem weer verlaten hebben bij zijn kruisiging. Zie bijv. 1 Johannes 2:22 en 2 Johannes 7.
  • De leer dat een mens met zijn materiële lichaam niet zou kunnen zondigen, maar alleen met zijn geest. Wat hij met zijn lichaam doet zou dus nooit zonde kunnen zijn. Zie bijv. 1 Johannes 1:10.
  • De opvatting dat de ingewijden op een hoger plan zouden staan dan de oningewijden, waarop zij dus kunnen neerzien. Johannes noemt dit: ‘je broeder haten’ (1 Johannes 2:9).

Hij herinnert zijn lezers aan het feit dat Jezus zelf, in zijn rede op de Olijfberg (bijv. Matteüs 24) heeft gewaarschuwd voor valse profeten (mensen die ten onrechte beweren namens God te spreken) die de gelovigen zullen misleiden door een valse Christus te prediken.

Het begin van de eerste brief leest sterk als het begin van zijn Evangelie, en het feit dat hij van dat Evangelie zegt dat het is geschreven “opdat u gelooft dat Jezus de Messias (Christus) is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam” maakt het aannemelijk dat het in dezelfde tijd is geschreven, en met hetzelfde doel.

 

 

 

 

65 : De brief van Judas

 

Auteur — Judas, de broer van Jakobus

Tijd — ca. 70 – 80 na Chr.

Samenvatting — De brief noemt geen geadresseerden en zou een algemeen rondschrijven kunnen zijn geweest. Judas wil zijn lezers herinneren aan de waarschuwingen van Petrus in diens tweede brief. Hij geeft in het kort dezelfde boodschap en min of meer dezelfde voorbeelden. Hij zal zijn geschreven na de val van Jeruzalem in 70 na Chr. Ook Judas waarschuwt tegen valse leer.

Hij wijst op het thema in Petrus’ brief dat in Gods oordelen de weinige rechtvaardigen worden beschermd en gered, en voegt daar het voorbeeld van de exodus aan toe als waarschuwing dat niet allen die door God zijn geroepen ook daadwerkelijk het einddoel bereiken.

 

 

 

 

66 : De openbaring van Johannes

 

Auteur — Johannes

Tijd 70 na Chr.

Samenvatting — Openbaring is een directe boodschap van Jezus aan zijn volgelingen, gegeven in een reeks visioenen aan de apostel Johannes. Johannes dateert deze reeks op ‘de dag des Heren’. Dit moet logischerwijze slaan op de ondergang van Jeruzalem in 70 na Chr., een parallel van de eerdere verwoesting van Jeruzalem onder de Babyloniërs, waarbij de profeet Ezechiël een soortgelijke boodschap kreeg (Ezechiël 24:1).

Na de val van Jeruzalem zou het verbondsvolk bestaan uit plaatselijke gemeenten te midden van een andersdenkende wereld, soms getolereerd, maar vaak ook vervolgd. Jezus’ boodschap moet de gelovigen voorbereiden op de nieuwe situatie. Kenmerkend is dat het boek vrijwel uitsluitend spreekt in symbolen. Maar elk daarvan komt van elders in de Bijbel, meestal het Oude Testament, soms het Nieuwe.

De inhoud van Jezus’ boodschap is dat het volk van het nieuwe verbond het er niet beter vanaf zou brengen dan het volk van het oude verbond. Nieuw t.o.v. de situatie in het Oude Testament zou echter zijn dat de vervolging van de overgebleven trouwe gelovigen niet zou komen van de kant van een vijandige heidense overheid maar van een systeem dat zou claimen de enige ware kerk te zijn.

Dit is een echo van Jezus’ woorden aan zijn discipelen in de bovenzaal: “Er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen” (Johannes 16:2). De brieven aan de zeven gemeenten, waar de boodschap mee begint, illustreren hoe zelfs gemeenten die op korte afstand van elkaar wonen sterk in karakter kunnen verschillen. Het boek eindigt dan met Gods oordeel over dit volk van het nieuwe verbond – zoals er op dat moment aan de gang was over het volk van het oude verbond – en de definitieve vervulling van Gods plan.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Advertenties

Evolutie of creatie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Evolutie of creatie : oordeel zelf

.

.

 

 

 

 

Wat een ogen !

Dit is een adelaarsvlucht van de top van de hoogste wolkenkrabber,  de Burj Khalifa toren op 828 meter boven zeeniveau, in Dubai.
Zijn meester wacht op hem, op de grond. De adelaar is voorzien van een camera .


Hij heeft geen idee dat zijn coach staat op een eiland dat eruit ziet als veel andere eilanden en gebouwen van de stad. Vanuit deze hoogte herkent hij zijn meester tussen alle andere mensen.


Je ziet hem zoeken naar zijn meester, die helemaal onzichtbaar is voor het menselijk oog en ook voor de camera. Zodra de meester opgespoord  is, strekt de vogel zijn vleugels en vliegt rechtstreeks naar hem.


Wat de deskundigen verrast is niet alleen de efficiëntie waarmee de adelaar zijn meester vindt vanuit de hoogte, maar ook de snelheid van zijn vlucht zonder het verplaatsen van de
camera, zelfs tijdens de duik.

 

 

 

 

.

 

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

Maria Magdalena

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

.

Maria Magdalena of van Magdala was een volgelinge van de Heer Jezus, die haar van zeven boze geesten had bevrijd. Zij kwam uit de plaats Magdala in Galilea. Zij was een van de leerlingen aan wie Jezus na zijn opstanding uit de dood verscheen (Marc. 15:40-47; Luc. 8:2; Joh. 20:1-18). Magdala was een stad gelegen aan de westelijke oever van het meer van Genezareth.

.

 

 

Maria-Magdalena

 

.

 

We lezen voor het eerst van Maria van Magdala in Luc 8:2.

Lu 8:1 En het gebeurde daarna, dat Hij rondreisde door stad en dorp, terwijl Hij predikte en het evangelie van het koninkrijk van God verkondigde, en de twaalf waren bij Hem,
Lu 8:2 en enige vrouwen die van boze geesten en ziekten waren genezen: Maria, Magdalena geheten, van wie zeven demonen waren uitgegaan,
Lu 8:3 en Johanna, de vrouw van Chusas, zaakwaarnemer van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die hen dienden met hun bezittingen.

Terwijl de Heer in Galilea rondtrok, volgde zij en diende ze hem. Ze was niet de enige. Ook bijvoorbeeld Salome, de moeder van Johannes en Jacobus deed dat. En vele andere vrouwen. De vrouwen dienden Jezus met hun bezittingen, lezen we elders. Kleding, voedsel, drinken, misschien geld om eten of iets anders te kopen. Ze voorzagen de Heer en de twaalven van levensbehoeften. De aardse dingen die Hij en de twaalven behoefden werden hem gegeven door de vrouwen. Er waren bemiddelde vrouwen bij.

Op weg naar Jeruzalem, waar hij zou sterven, volgden hem zijn mannelijke en vrouwelijke discipelen. Vele vrouwen volgden de Heer op weg naar Jeruzalem. Ze bleven niet achter in Galilea. Onder hen was Maria van Magdala. De vrouwen volgden Jezus om Hem te dienen.” (Mt 27)

 

De Heer werd verraden, gearresteerd, veroordeeld, bespot, gegeseld en gekruisigd. Maria en vele vrouwen volgden hem op weg naar Golgotha. Toen Hij aan het kruis hing, keken ze van verre toe.

Mt 27:55  Nu waren daar vele vrouwen die uit de verte toezagen, die Jezus waren gevolgd van Galilea om Hem te dienen;
Mt 27:56  onder hen was Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeus.

Ze kwam naderbij:

Joh 19:25  bij het kruis van Jezus nu stonden zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.

Bij het kruis stonden dus Maria van Magdala en twee andere Maria’s. De betekenis van de naam der aanwezige vrienden en verwanten:

  • Maria = “hun rebellie”,
  • Jezus = “Jah is heil”, of “Jah is redding”.
  • Johannes = “God is een genadige gever”, of “Gods genadegave”, of “God is genadig”,

De namen spreken dus van opstand, redding en genade. Gods redding wordt uit genade geschonken aan een opstandige mensheid.

Nadat de Heer gestorven was, is hij van het kruis afgenomen en in een graf gelegd. Maria Magdalena zag met een andere vrouw waar hij gelegd was. Later kocht ze samen met twee andere vrouwen specerijen om het dode lichaam van Jezus te zalven.

Toen ze vroeg in de ochtend bij het graf kwam, zag zij dat de steen van de grafopening was weggenomen. Hiervan bracht ze Petrus en Johannes terstond op de hoogte: “Zij hebben de Heer weggenomen uit het graf, en wij weten niet waar zij Hem hebben gelegd”. Daarna kwam zij bij het graf terug, en terwijl ze huilt, treft ze in het graf twee mannen (engelen) in witte kleren aan.

Die zeiden tot haar:„Vrouw, waarom ween je?” Zij zei tot hen: „Omdat zij mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben gelegd”. Toen zij dit had gezegd, keerde zij zich om en zag een derde persoon staan. Deze zei tot haar: „Vrouw, waarom ween je? Wie zoek je?

” Zij meende dat het de tuinman was en zei tot Hem: „Heer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij waar u Hem gelegd hebt en ik zal Hem wegnemen”. Daarop zei de onbekende: „Maria!” Dan herkende ze de stem van haar Jezus. Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: „Rabboeni! (= Meester!)”.

“Rabboeni” is een bijzondere titel, onderscheiden van “Rabbi”. “Rabbi” betekent “mijn rab”, d.i. mijn leraar, mijn meester, mijn onderwijzer. Rabboeni is dus een eretitel. Een hogere titel dan rabbi.

De Heer Jezus zei haar: “Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar mijn Vader; maar ga heen naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader en naar mijn God en uw God.” Daarop ging Maria Magdalena de discipelen berichten dat zij de Heer gezien en dat Hij haar dit gezegd had.

.

 

 

RLC dilemma009graf

 

 

 

Maria is wel eens “de apostel der apostelen” genoemd. Apostel betekent “gezondene”, “gezant”. Ze werd gezonden om Jezus gezanten te boodschappen.

Na de hemelvaart van de Heer hielden de apostelen verblijf in een bovenzaal.

Hnd 1:13  En toen zij de stad waren binnengekomen, gingen zij op naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden …
Hnd 1:14  Deze allen volhardden eendrachtig in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en zijn broers.

Allicht is Maria Magdalena daarbij geweest, voorts ook bij de uitstorting van Heilige Geest.

 

Na de vervanging van Judas door Matthias als apostel lezen we:

Hnd 2:1  En toen de dag van het pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.

Na de uitstorting van de Heilige Geest legt Petrus uit:

Hnd 2:16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joel:
Hnd 2:17 ‘En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, en uw zonen en dochters zullen profeteren, en uw jongemannen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen.
Hnd 2:18 Ja, op mijn slaven en op mijn slavinnen zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

Allicht is Maria ook daarbij geweest. Ze sprak in de Geest van de grote daden van God. Eens was ze door zeven boze geesten bezeten geweest, nu was een andere Geest in haar gekomen. Geen boze geest, maar de Geest van waarheid en liefde.

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 John Astria

John Astria

 

 

De schildersfamilie Breugel in de 16e eeuw

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

 

Op een veiling in Londen is het schilderij Het gevecht tussen carnaval en vasten van Pieter Breugel de Jonge (1564-1638) verkocht voor 7,9 miljoen euro. Dit is een record voor de Vlaamse schilder, die eigenlijk altijd in de schaduw van zijn vader, Pieter Breugel de Oude (circa 1525-1569) gestaan heeft. 

 

 

De strijd tussen carnaval en vasten
Pieter B de jonge   1559

 

 

 

Breugel is de naam van een beroemde schildersfamilie uit de zestiende en zeventiende eeuw. Aan het hoofd van deze familie stond Pieter Breugel de Oude. Hij signeerde zijn werk tot 1559 met Breughel. Hierna liet hij de ‘h’ echter weg.

Deze kunstenaar had twee zoons, die beiden hun naam met een ‘h’ schreven: Pieter Breughel de Jonge en Jan Breughel de Oude (1568-1625). Van deze Jan Breughel de Oude stammen nog twee bekende schilders af: zijn zoon Jan Breughel de Jonge (1601-1678) en kleinzoon Abraham Breughel (1631-1690).

 

 

 

Pieter Breugel de Oude

 

Over de geboorte van Pieter Breugel de Oude is niets bekend. Het is onzeker waar en wanneer hij precies geboren is. In 1546 werd Breugel in het Antwerpse schildersgilde opgenomen. Ongeveer vijf jaar later maakte Breugel een reis door Italië, waar hij voornamelijk landschappen schilderde.

Zijn bijnaam Boeren Breugel dankt hij aan zijn tijdgenoten, die hem vooral als kundig schetser van het plattelandsleven zagen. Oorspronkelijk maakte Breugel voornamelijk gravures en prenten. Vanaf 1559 veranderde dit echter en ging Breugel nog slechts schilderen.

Het ene meesterwerk na het andere verscheen van zijn hand. Bekende werken van hem zijn onder meer De val van Icarus (1558), De Toren van Babel (1563) en De Boerenbruiloft (1568). Breugel overleed in 1569 in Brussel.

 

 

 

P.B De Oude

 

 

 

 

Toren van Babel
Pieter B de oude 1563

 

 

 

 

 

92110_bruegel

De Boerenbruiloft van Breugel de Oude 1568

 

 

 

 

 

De Dulle griet
Pieter B de oude 1561

 

 

 

 

 

Oude kinderspelen
Pieter B de oude 1560

 

 

 

 

Nederlandse spreekwoorden
Pieter B de oude 1559

 

 

 

 

De val van Icarus
Pieter B de oude omstreeks 1600

 

 

 

 

De triomf van de dood
Pieter B de oude  1562

 

 

 

 

 

De volkstelling te Bethlehem 1566

 

 

 

 

 

Nakomelingen

 

De eerste zoon van Pieter Breugel de Oude was Pieter Breughel de Jonge. Hij ging in de leer bij landschapsschilder Gillis van Coninxloo en trouwde met de zus van zijn meester. In 1585 werd Breughel zelf meester en ging hij voornamelijk landschappen, religieuze onderwerpen en fantasieonderwerpen schilderen.

Voor dit laatste onderwerp gebruikte Breughel vaak vuur en overdreven wezens, wat hem de bijnaam Helse Breughel opleverde. Hij kopieerde en interpreteerde voornamelijk werken van zijn vader, zoals ook het geval was bij Het gevecht tussen carnaval en vasten.

 

 

 

P.B de Jonge

 

 

 

Bruiloftsmaal in de schuur
Pieter B de jonge 1616

 

 

 

 

 

Winterlandschap met schaatsers en vogelknip 1565

 

 

 

 

 

Boerenbruiloft dance
Pieter B de jonge 1607

 

 

 

 

 

 

Aanbidding der koningen
Pieter B de jonge 1600

 

 

 

 

 

De andere zoon van Pieter Breugel de Oude was Jan Breughel de Oude. Hij en zijn twee nakomelingen zetten de schilderstraditie van de familie voort. Jan schilderde voornamelijk landschappen en bloemstukken en werkte onder meer samen met de beroemde schilder Peter Paul Rubens. Rubens zorgde voor de figuren op het schilderij en Jan Breughel de Oude zorgde voor de groene omgeving.

 

 

266px-Peter_Paul_Rubens_-Familie_van_Jan_Bruegel_de_Oude_-_Courtauld_Gallery_Londen_2-12-2009_16-35-20

 

De familie van Jan Breughel de Oude geschilderd door Pieter Paul Rubens

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

         Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus. ‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij. ‘’ 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt. ‘’ 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Paul de Venetiaan

Standaard

categorie: reiki en de aura

 

 

 

 

 

Paul de Venetiaan is de Chohan van de derde straal, de roze straal van goddelijke liefde, compassie en liefdadigheid. Ook creativiteit en schoonheid zijn twee belangrijke eigenschappen van deze straal die hij vertegenwoordigt.

 

 

 

 

Paul%20de%20Venetiaan

 

 

 

Hij leert ons over goddelijke liefde door liefde te tonen in iemands daden en werken, wat betekent dat men daar niet alleen maar over moet nadenken of dat alleen maar voelen. Hij helpt ons om veel aspecten van goddelijke liefde duidelijk te maken: bijvoorbeeld, dat echt medeleven (compassie) de ziel van een ander omhoog heft, terwijl menselijk medelijden (sympathie) de ander in zijn problemen en zelfmedelijden laat zitten zonder dat diegene vooruitgang maakt op het spirituele pad.

Hij is een uitstekende meester om ons voor te bereiden op het ontvangen van één van de gaven van de Heilige Geest, namelijk hoe wij onderscheid kunnen maken tussen goede en kwade geesten.

Paul de Venetiaan prijst onze innerlijke schoonheid als een prachtige schepping van God en juicht toe dat wij proberen één te worden met ons Hogere Zelf. Om hierbij te helpen leert hij hoe wij ons Christusschap kunnen bereiken door onze ziel te vervolmaken en de intuïtieve en creatieve hoedanigheden van ons hart en ons hartchakra te ontwikkelen.

Gedurende zijn leven als de beroemde 16e eeuwse Italiaanse renaissanceschilder Paolo Veronese, creëerde hij levendige nieuwe kleuren en vervolmaakte een nieuwe en tot nu toe onovertroffen techniek van kleurstofpreparatie om verf goed te houden. Hij schilderde bijbelse figuren en heiligen op zo’n manier dat het gewone volk zich met hun kon identificeren en daardoor tot een beter begrip van goddelijkheid in de mens zelf kon komen: een belangrijk begrip om één te worden met je Hogere Zelf.

Hoewel de opgevaren meester Paul de Venetiaan met alle mensen samenwerkt om de eigenschappen van de roze straal te integreren, werkt hij ook nauw samen met leerlingen in de kunsten, muziek, architectuur en met degenen die zich bezighouden met het scheppen van schoonheid, symmetrie en ontwerpen.

Paul de Venetiaan, Chohan van de derde straal van liefde is toegewijd aan schoonheid, de volmaaktheid van de ziel door middel van compassie, geduld, begrip, zelfdiscipline en het ontwikkelen van de intuïtieve en creatieve eigenschappen van het hart door de alchemie van zelfopoffering, onzelfzuchtigheid en overgave.

Op Atlantis had hij een functie in de regering als hoofd van Culturele zaken. Voordat dat continent zonk, ging hij naar Peru om een focus van de Vlam der Vrijheid te stichten die de Inca’s naderhand in staat stelden om een bloeiende beschaving te scheppen.

Naderhand kwam hij in incarnatie in Egypte als meester van esoterische architectuur en werkte hij samen met meester El Morya de meester-steenhouwer bij de bouw van de piramides.

In zijn laatste incarnatie als Paolo Veronese werd hij een van de grootste kunstenaars van de Venetiaanse School. Hij werd in 1528 geboren en ontving weinig officiële training in de kunst van het schilderen voordat hij aan zijn vruchtbare loopbaan begon. Zijn vroegste stijl was eenvoudig, krachtig en oprecht. Al spoedig blonk hij uit als decorateur van grote gebouwen en kerken en werd genoemd: ‘Schilder van prachtige Tableaus’.

 

 

 

 

Paolo_Veronese,_avtoportret

Paolo Veronese

 

 

 

Het magnifieke werk van Paolo Veronese heeft voornamelijk een christelijk thema, schept ruimte, is rijk in kleur en bestaat uit de volgende werken: ‘Verleiding van de heilige Antonius’, ‘De Kroning van de Maagd Maria’, ‘De Kruisafneming’ ‘Het Laatste Avondmaal’, ‘De Heilige Familie’ en ‘De Opwekking van Lazarus’. Dit zijn allemaal belangrijke initiaties van Christusschap die tot op heden de essentie van de liefde van de opgevaren meester Jezus overbrengen.

 

 

 

 

7838618684_08e28a2e11_t

de verleiding van de Heilige Antonius

 

 

 

diego-velazquez-de-kroning-van-de-maagd

de kroning van de Maagd Maria

 

 

 

 

paolo-caliari-veronese-die-heilige-familie-zwischen-1550-1555-224158

de Heilige Familie

 

 

 

De schilderingen in de kerk van Sint Sebastiaan die betrekking hebben op de geschiedenis van Esther, veroorzaakten zoveel bewondering dat Paolo even hoog in aanzien steeg als de schilders Titiaan en Tintoretto. In 1562 ontving hij de opdracht voor zijn beroemde ‘Bruiloft in Kana’ die tegenwoordig in het Louvre hangt.

.

.

 

 

99620 cana   bruiloft in Kana

 

 

 

Behalve zijn beroemdheid als schilder is er weinig van zijn leven bekend. Paul de Venetiaan maakte zijn hemelvaart op 19 april 1588. Zijn retraiteverblijf ‘Het Kasteel der Vrijheid’ bevindt zich op het etherisch niveau boven zuid Frankrijk boven de rivier de Rhône.

.

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

mijne kop a4                                                                                     JOHN ASTRIA

 

 

 

Boodschap van de Lady Master Maria Magdalena

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

.

ladyportia172

 

.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
voel Mijn armen om u allen heen. Voel Mijn liefde, voel wie Ik Ben. Want voelen en ervaren is belangrijker dan denken en overdenken. Wanneer Ik u vraag: “Wat is liefde?”, proberen velen dit vanuit hun verstand te omschrijven of te benaderen. Maar liefde kunt u niet met uw verstand benaderen. Liefde kunt u zelfs niet met uw verstand omschrijven. Liefde is een gevoel. Alles, totaal, onvoorwaardelijk, een gevoel. En ware liefde is zelfs, wat u noemt, een hoger gevoel.

Want liefde is onvoorwaardelijk. Liefde is vrede. Liefde is vreugde. Liefde is respect. Liefde is harmonie. Liefde is evenwicht. Liefde is mannelijk. Liefde is vrouwelijk. Liefde is alles wat is. Het universum is één en al liefde. Maar veel mensen ervaren deze liefde niet omdat ze juist met hun eigen emoties, hun gedachten en gevoelens overhoop liggen. Omdat ze de ware kracht van liefde dikwijls niet durven ervaren. Want ze is zo hemels mooi dat men op aarde dikwijls bang is dat het te mooi is om waar te zijn. Dat het niet zo kan zijn.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
Ik vraag u allen om even terug te gaan naar het moment dat u uw grootste liefde in uw leven voor het eerst in uw armen hield. Voor sommigen is dit een partner, een vriend(in), ouders… Maar velen krijgen dit gevoel vooral wanneer ze hun kind in hun armen houden. Het gevoel dat ouders op dat moment voor dit kindje hebben, is onvoorwaardelijk. Het is zelfs overheersend, als het ware. Het mooiste wat er is. Het is pure liefde van ziel tot ziel.

Het is pure liefde van mens tot mens. Maar dit gevoel blijft dikwijls niet duren. Waarom? Omdat angst komt binnensluipen. Op aarde en vanuit het mens-zijn is men dikwijls zo bang om te lijden, bang om te verliezen, bang voor verdriet, bang voor teleurstelling… En geloof Mij, Mijn geliefde zusters en broeders, angst is de grootste sluipende emotie die er is want ze tast zelfs deze prachtige onvoorwaardelijke liefde van ziel tot ziel, van meester-zijn tot meester-zijn in het mensenleven aan.

Want de ouders worden bang dat hun kindje iets zal overkomen. Ouders worden bang dat hun kind niet gelukkig zal zijn, dat ze het niet goed genoeg doen en zo verder. En zo bouwt men om iets wat zo mooi en onvoorwaardelijk is een web dat zoveel lijden teweegbrengt.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
om het lijden te stoppen, is het belangrijk dat men oorzaak en gevolg durft zien. Dat men de eigen angst dus onder ogen durft zien. Want het is dikwijls de angst die een raadgever speelt in het leven maar u juist de grootste illusies voor ogen houdt. Het is dikwijls de angst om te leven, de angst om te verliezen die mensen enorm tegenhoudt in het mooiste geschenk wat er op aarde aanwezig is, namelijk liefde. Dit gevoel, dit allesoverheersende gevoel van liefde. Toch zijn er zeer vele mensen die zichzelf dit gevoel ontzeggen. Het niet kunnen vasthouden, juist omwille van de angst en de emoties en gedachten die angst voortbrengt.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
al zolang de mensheid en de aarde bestaan, al zolang andere planeten en leven bestaan, bestaat het uit de zoektocht terug naar huis. De zoektocht naar het meester-zijn. De zoektocht naar het eigen licht. De zoektocht naar de eigen tweelingziel. En deze zoektocht is belangrijk. En om deze zoektocht te helpen voltooien, schenk Ik u allen de volgende energieën. Want het is belangrijk dat u in uzelf op zoek durft te gaan. Maar ook dat u liefdevol bent naar uzelf toe want hier ontbreekt het dikwijls aan. Aan voldoende zelfliefde. Er is egoïsme, er is zelfzucht.

Maar zelfliefde komt slechts weinig in een evenwichtige vorm voor. Toch is dit belangrijk. Ik ga u vragen om uw schuld- en schaamtegevoelens los te laten want ze brengen u zoveel verdriet. Ze maken dat u werkelijk lijdt in het leven. Ze maken dat er zoveel op aarde bestaat dat er niet hoeft te bestaan. Want wanneer u beseft dat u allen als het ware een onrustige heen-en-weer springende geest hebt, wordt het voor u eenvoudiger om te begrijpen dat u dikwijls in het leven van de ene tak naar de andere zult springen.

Dat u werkelijk van de hak op de tak springt. Dat er zoveel aanwezig is in het leven. Het is belangrijk om dit alles tot rust te brengen. Want wanneer u in de oase van rust komt, krijgt u een objectief overzicht. Want in de oase van rust in uw leven komt u in een sterk intuïtief contact met uw eigen ziel. En hoe sterker dit intuïtief contact, hoe sterker ook de verbinding met uw eigen Hoger-Zijn, het meester-zijn dat u allen werkelijk bent.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
veel van de angsten die de mensheid belemmeren, komen voort uit zaken die men zelf niet in de hand denkt te hebben. Maar eigenlijk komt het ook vooral voort uit het feit dat men bepaalde zaken zo moeilijk kan aanvaarden. Ziekte, ouderdom, dood. Het zijn dikwijls zaken die men vanuit het mens-zijn moeilijk kan begrijpen of kan aanvaarden. En het is dit niet aanvaarden van bepaalde zaken die de lijdensweg nog groter maken. Want in het universum vanuit het leven van de Meester en het bewustzijn van de Meester is alles in evenwicht, is alles perfect.

Maar het Meesterlijk Zijn durft ook aanvaarden dat bepaalde zaken zich zullen voordoen in het leven. Dit om juist een nieuwe weg te tonen, dit om nieuwe kansen te creëren. Want een mens wiens leven goed gaat, heeft geen behoefte aan verandering. Zelfs niet als het een verbetering zou zijn. Men heeft dan de neiging om stil te blijven zitten en als het ware ter plaatse te blijven staan of in slaap te vallen. Maar dit is niet de bedoeling van de evolutie. Vandaar dan ook dat men regelmatig eens wakker wordt geschud.

Maar u gaat merken dat wanneer u bepaalde zaken durft aanvaarden in uw leven dat u vandaar uit weer kunt opbouwen. Er zijn vele ziektes die genezen kunnen worden. Sommigen niet. Maar in deze tijd zijn er werkelijk zeer veel mogelijkheden. Wanneer men durft zien en aanvaarden dat dood enkel intreedt wanneer de ziel ervoor kiest, is het verdriet omwille van het gemis nog aanwezig maar niet meer zozeer de strijd met het leven zelf. Want het hoort bij elkaar. Wanneer men vecht tegen ouderdom, zal men des te meer lijden onder ouderdom.

Want het hoort bij het leven. Maar wanneer men dit aanvaardt, wanneer men de mooie herinneringen koestert, wanneer men trots is op de eerste lijntjes en rimpels omdat het juist levensvreugde en levenservaring uitstraalt, zult u merken dat het lichaam en de geest hier anders op reageren. Wanneer u hierin een andere visie durft aannemen, wanneer u bepaalde zaken durft loslaten en anders durft te bekijken, zult u merken dat het eenvoudiger wordt. Want weet dat wat op aarde aanwezig is, is aanwezig om iedereen naar een staat van meesterlijk bewustzijn te brengen.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
het jaar, het legendarische jaar 2012  is het einde van een cyclus en tezelfdertijd een nieuw begin. Wees hierover in vreugde want velen voelen in deze tijd een groot verdriet. Maar dit verdriet is niet nodig. Ik vraag u om het lijden voor uzelf te beëindigen. En Ik zal een sluier oplichten zodanig dat het voor u makkelijker wordt om de energieën in deze tijd te begrijpen. U kent Mij dikwijls in Mijn eigenheid en in Mijn Zijn als Maria Magdalena. Wij waren een grote familie. Wij waren werkelijk een grote gemeenschap met vele leraren, met vele leerlingen maar vooral met vele zielen die elkaar werkelijk liefhebben.

Vele zielen die deze staat van vrede, vreugde, harmonie en het meesterlijk bewustzijn konden voelen en konden ervaren. Door de tijd heen zijn er nog vele gemeenschappen in kleinere vorm bijeen geweest, hebben samengeleefd, samen opgebouwd. Maar in deze tijd waarin vele zielen aan het ontwaken zijn, voelen ook velen het verlangen. Het verlangen dat soms pijn doet. Het verlangen dat het gemis aan die oude tijd, aan die oude vrienden, aan die oude gemeenschappen weer naar boven laat komen. U zou het kunnen ervaren als een gemis en een verdriet van de ziel, hoewel dit niet helemaal waar is.

Maar zo ervaren zeer vele zielen en mensen dit. Maar weet, Mijn geliefde broeders en zusters, dit verdriet, dit gemis maakt deze mensen die dit sterk voelen ook juist bijzonder sterk. Want zij gaan op zoek. Zij gaan op zoek naar hun zielenbroeders, zielenzusters. Ze gaan op zoek naar hun zielsverwanten, maar ook, ze gaan op zoek naar Ons. Ze leren Ons weer kennen in de hoedanigheid van Ascended Masters, als Lichtwezens. Ze leren Ons kennen in de hoedanigheid van Broeders en Zusters. Ze leren Ons kennen in de hoedanigheid van wie Wij zijn.

Maar weet dan ook dat het belangrijk is, zeker naar de toekomst toe, dat men terug beseft dat gemeenschappen weer samen kunnen komen. Dat Onze dimensie niet veraf is. Dat Wij geen buitenaardse dimensie zijn. Wij zijn zeer, zeer dichtbij. Dicht bij u allemaal. En hoe meer u allen ontwaakt in dit verlangen, hoe meer u allemaal bewust wordt van dit verlangen dat bij sommigen werkelijk verdriet of gemis kan veroorzaken. Weet dat het gemis en het verdriet zal verdwijnen op de dag dat u zich werkelijk overgeeft aan Onze energieën.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
deze uitnodiging richten Wij naar u allen en Wij weten dat u Ons ook uitnodigt op de aarde en dit is belangrijk want deze uitnodigingen worden aanvaard, ze worden geaccepteerd. En Ik vraag u om niet in een onrealistisch sprookje te stappen maar blijf goed in uw eigen leven aanwezig. Want weet dat velen bepaalde verwachtingen hebben die de eerstkomende jaren nog niet ingevuld zullen worden. Er dient nog zeer veel te gebeuren op aarde en er staan nog zeer turbulente tijden voor de deur.

Want de aarde gaat werkelijk zeer snel in haar trilling, de energie wordt enorm snel verhoogd en bepaalde zaken dienen werkelijk eerst terug te worden afgebroken alvorens ze weer volledig opnieuw worden opgebouwd. Maar Mijn geliefde broeders en zusters, de deur naar het eigen meesterschap staat in deze tijd werkelijk wagenwijd open. In de energieën die er nu zijn, is het veel eenvoudiger om uw eigen meester te ontmoeten.

Niet enkel de Meester die u begeleidt, niet enkel de gids die u begeleidt maar wel wie u bent. Wie u bent in werkelijkheid, in uw waarheid. U mag het verlangen, het gemis gaan invullen en op die manier deel uitmaken van Onze wereld. Werelden die samen horen, samen zullen zijn omdat zij altijd samen hebben bestaan.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
de mensheid komt uit een tijd van individualisatie en mag nu terug groeien naar een tijd van eenheid. Maar het terug op aarde brengen van de eenheid vraagt soms werkelijk barensweeën. Maar denk aan de moeder die haar kind baart. Denk aan de vader die voor het kind zorgt. Zij hebben dit kind werkelijk onvoorwaardelijk lief. Het is een nieuw leven, het is een nieuw geluk. Het zijn nieuwe kansen. Het is de hoop voor de toekomst. Het is de hoop van het heden.

Ook in uw wereld is dit op dit moment aan het gebeuren. De aarde raakt zwanger, ze baart als het ware nieuw leven, nieuw leven in eenheid en het is belangrijk om in vertrouwen te zijn, niet in de angst dat de liefde of het liefdevolle gevoel niet blijft duren. Maar ga juist in het vertrouwen. Ontvang dit nieuwe leven, het nieuwe leven in eenheid.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
een van de grootste uitdagingen voor de mensheid in deze tijd vraagt juist flexibiliteit. Velen zijn als het ware vastgeroest in gewoonten. Maar hier en nu zal gevraagd worden dat gewoonten worden veranderd. Want bepaalde gewoonten waren goed tot op heden maar mogen naar de toekomst toe werkelijk veranderen. Het zal van de mensheid als geheel en als individu zeer veel flexibiliteit vragen. Maar wanneer u klaar bent om zoals eerder vermeld bepaalde angsten los te laten, om voor uzelf de lijdensweg te stoppen en om te zeggen: “Ik aanvaard de dingen zoals ze zijn, het is goed”, dan kunt u van hieruit opnieuw opbouwen.

Dan kunt u zelf uw leven gaan sturen en creëren en zult u merken dat zeer vele energieën juist in balans komen. Want zij die flexibel in het leven staan, zij die durven loslaten wat losgelaten mag worden, zij die durven vasthouden wat belangrijk is om voor te vechten, zullen ook langer in de vorm flexibeler kunnen zijn. Het één hangt samen met het andere. Maar weet, het is juist een boeiende en een zeer mooie tijd. Verheug u in deze tijd. Kijk voor uzelf, wanneer u uw blik naar het verleden richt en u zegt: “Dat zou ik nooit meer doen, daar zou ik nooit meer aan willen beginnen”, kijk dan hier en nu waarom u het hier en nu toch nog zo dikwijls doet.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
u zult merken dat de energieën van zowel de herfst- als de lente-equinox zeer bijzondere energieën zijn. Het zijn energieën die u de kans geven om oude gewoonten werkelijk achter u te laten. Maak voor uzelf de keuze. Kom in uw daadkracht.

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

.
u gaat zich meer en meer realiseren waartoe de mensheid in staat is. Hierover zal steeds meer geschreven worden. Hierover zal steeds meer naar voor worden gebracht. Niet als sprookjes. Niet als sciencefiction verhalen,  hoewel het voor sommigen soms moeilijk te begrijpen is. De verhalen over Mijn geliefde tweelingbroeder, over Mijn geliefde tweelingziel Jesus zijn in de Bijbel opgetekend. Vele van deze verhalen zijn werkelijk waar, dit met name de handelingen waartoe Hij in staat was. Maar deze handelingen waren niet enkel voor Mijn geliefde tweelingbroeder bestemd.

Velen van Ons konden deze handelingen stellen. Velen van ons konden de geest zodanig beheersen dat zij in staat waren tot grootse dingen. Dat wat vanuit mensenogen groots wordt genoemd. Het helen, bepaalde zaken tot stand brengen, het manifesteren en het precipiteren: het zijn allemaal zaken die tot de eigenheid van de mensheid behoren en dit vanuit eigen meesterschap. Men zal hier meer en meer naartoe gaan groeien. Maar u begrijpt dat vooraleer de mensheid deze sleutel krijgt men eerst in het eigen meester-zijn dient te komen.

Dat men in het eigen leven de emoties en gedachten leert controleren, dat men de geest leert beheersen en dat men de eigen geesteskracht leert manifesteren. Zo begint men met kleine stukjes het eigen leven te manifesteren. Verander uw gevoelens en gedachten. Verander uw visie en u zult merken dat u in een opener bewustzijn komt, een bewustzijn waarin alles mogelijk is maar vooral een bewustzijn dat uit liefde bestaat.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
liefde uitdrukken in woorden Is onmogelijk. Liefde uitdrukken met het verstand is onmogelijk. Liefde uitdrukken vanuit kennis is onmogelijk. Liefde kunt u enkel laten zien, voelen en ervaren vanuit uw hart. Liefde ervaart men vanuit het eigen Hoger-Zijn in de vorm. Liefde ervaart men, liefde is wat men is. Liefde is werkelijk zijn. Het is een meesterlijke staat van zijn en liefde is onvoorwaardelijk.

 

Mijn geliefde zusters, Mijn geliefde broeders,

.
voel Mijn armen om u allen heen. Voel Mijn liefde voor u allen. Weet dat velen van u zullen ontwaken vanuit hun ziel. Dat ze Mij weer zullen herkennen in de hoedanigheid van wie Ik Ben, in de hoedanigheid van wie Ik was want velen van u kennen Mij werkelijk. Velen van u kennen Mijn eigenheid maar vooral ook velen van u verlangen naar Mij, missen Onze liefde. Maar weet dat dit verlangen en dit gemis opgelost mag worden want u komt dichter en dichter bij uw eigen kern van zijn en in uw eigen kern van zijn bestaan wij allemaal in eenheid.

 

Mijn geliefde broeders, Mijn geliefde zusters,

.
voel Mij werkelijk naast u staan als uw aller Zuster in onvoorwaardelijke liefde Maria Magdalena.

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “:

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

De geestelijkheid van geld

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

het aanbidden van de Mammon, de geldgod

het aanbidden van de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-3-638 (1)

3d-gouden-pijl-5271528

fff-de-geestelijkheid-van-geld-4-638 (1)

3d-gouden-pijl-5271528

fff-de-geestelijkheid-van-geld-5-638

3d-gouden-pijl-5271528

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-6-638

3d-gouden-pijl-5271528

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-7-638

3d-gouden-pijl-5271528

fff-de-geestelijkheid-van-geld-8-638

3d-gouden-pijl-5271528

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-11-638 (1)

 

3d-gouden-pijl-5271528

fff-de-geestelijkheid-van-geld-22-638 (1)

 

3d-gouden-pijl-5271528

fff-de-geestelijkheid-van-geld-23-638

 

3d-gouden-pijl-5271528

fff-de-geestelijkheid-van-geld-24-638 (1)

3d-gouden-pijl-5271528

fff-de-geestelijkheid-van-geld-25-638

3d-gouden-pijl-5271528

fff-de-geestelijkheid-van-geld-9-638 (2)

 

 

 

 

 

10 symptomen van Mammon’s invloed

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-12-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-13-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-14-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-15-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-16-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-17-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-18-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-19-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-20-638

 

 

 

fff-de-geestelijkheid-van-geld-21-638

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

Handelingen 20:35 “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.”

 

 

Samenvatting

 

Samengevat krijgen we dus  lessen over hoe God wil dat we omgaan met onze middelen en mogelijkheden, die niet meer zijn dan een rentmeesterschap over tijdelijke dingen. De Here beschouwt de mammon als toevertrouwd in onze handen, in de verwachting dat wij er Hem welgevallig en in het volle besef van ons rentmeesterschap mee zullen omgaan. Hoewel de mammon gebonden is aan het aardse en tijdelijke, kunnen wij er met betekenis voor de hemel en de eeuwigheid mee omgaan.

 

1. Hoewel de mammon aan ons is toevertrouwd, kunnen wij het beheren ten dienste van onze naasten.
2. In plaats van de mammon ten dienste te stellen van onszelf, kunnen we deze aanwenden voor het koninkrijk van God.
3. In plaats van slaaf te worden van de mammon, kunnen wij erover heersen als rentmeesters.
Mag God ons in genade geven dat wij, naar het verlangen van de Here zelf, de ons toevertrouwde mammon beheren als goede, verstandige en trouwe rentmeesters!

 

 

 

 

einde van de geldgod door Maria op de laatste dag

einde van de geldgod door Maria op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Meester Hilarion, beheerder van de vijfde straal

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meester en Chohan van de vijfde straal – Groene straal
Verbonden aan het Derde oog Chakra
En verbonden aan de Tempel van waarheid.
Vorige incarnaties:
De apostel Paul in the tijd van Christus.
Hij helpt om bewustzijn, spiritualiteit en ontvankelijkheid te brengen in alle gebieden van wetenschappelijke ontwikkeling.
Grondlegger van het Anchoorse leven in Palestina
Geboren in Tabatha, ten zuiden van Gaza, Palestina, rond het jaar 291; gestorven op het eiland Cypres in het jaar 371.
Hilarion helpt ons onze vibratie te verhogen door ruimte te maken op het innerlijk vlak Zodat we onszelf beter leren kennen.
Hij helpt ons ook te herinneren wie onze ziel is en wat er opgeslagen ligt in de Akasha records.
Als jongen stuurde zijn ouders hem naar Alexandria om daar naar school te gaan.
Hier bekeerde hij zich tot het christendom.
Voordat hij stierf op Cypres gaf hij zijn enige bezit aan zijn trouwe leerling, Hesychius.
Zijn lichaam werd begraven dicht bij de stad Paphos, Maar Hesychius haalde in het geheim zijn meester daar weg en bracht hem Naar Majuma waar de heilige voor lange tijd had geleefd.
Goddelijke kwaliteiten:
Waarheid, Genezing, Constantheid, verlangen om de overvloed van God te verwezenlijken door de ongerepte visie van de kosmische maagd.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

        

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Dommer dan de dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het eerste hoofdstuk van het boek Jesaja staat in vers 2 en 3 het volgende:

 

 

‘Hoort, hemelen en aarde, neigt uw oor, want de Here spreekt: Ik heb kinderen groot gebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. Een rund kent zijn eigenaar, en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, Mijn volk geen inzicht’.

 

Als u het begin van de Bijbel de beide boeken van Genesis en Exodus leest, ziet u hoe God alles geschapen heeft. Hoe God de mens een pracht plekje op aarde gaf, waar geen voedsel of ruimteprobleem heerste. U leest daar ook hoe de mens ontrouw is geworden en hoe het kwaad in deze schepping is binnengedrongen. In Exodus kunt u lezen hoe God Z’n volk verlost uit de slavernij in Egypte en het brengt naar het land Kanaän of Palestina. God had grote plannen met dat volk. Uit Israël zou namelijk de Verlosser geboren worden. Het moest laten zien wat het betekent een volk van God te zijn. Maar het volk faalde hopeloos.

Hier in Jesaja trekt God een vergelijking tussen hen en het vee, en dan blijkt het vee verstandiger te zijn dan de mensen. Een rund kent immers zijn eigenaar, het loopt in de wei al naar de boer toe als hij er aan komt. Een ezel weet tenminste waar en van wie hij zijn voedsel krijgt. Israël dacht echter niet aan de zorgen die God aan hen besteed had. Wij mensen doen alsof er geen God in de hemel is. We doen alsof we eigen baas zijn hier op aarde. We hebben de evolutietheorie uitgevonden, we zijn uit de dieren geëvolueerd en zijn zogezegd ontwikkeld. Dat moet echter wel een neerwaarts gerichte evolutie zijn geweest.

Diep in ons hart weten we natuurlijk wel dat er een God is, maar we willen aan Hem liever niet denken. Want als er een God is, dan zullen we eenmaal voor Hem rekenschap hebben af te leggen. De stem van ons geweten leggen we daarom het zwijgen op. En hoe beroerd ’t in de wereld ook toegaat – en het gaat steeds beroerder – we kloppen onszelf trots op de schouder, want we kunnen toch heel wat. Onderwijl echter is iedere koe in de wei een aanklacht. Zo’n beest is verstandiger dan de mens, die God de rug heeft toegekeerd.

Heeft u God gedankt voor uw gezondheid? ‘Daar zorgt de dokter toch voor!’ zegt u misschien. Heeft u God gedankt voor uw eten? ‘Daar werk ik toch voor!’ Zo kunnen we doorgaan. En toch houdt diezelfde God, waar u geen gedachte aan wilt wijden, die Schepper, die u niet wenst te erkennen, deze schepping nog in stand en zorgt nog dat uw voedsel groeit. Bovenal zond diezelfde God Zijn Zoon, Jezus Christus, om voor uw zonde te sterven, opdat wanneer wij ons niet meer dommer dan de dieren zouden willen gedragen, u met Hem weer in contact zou kunnen komen.

Diezelfde God roept u op om u tot Hem te bekeren vóór het te laat is en Hij de afrekening aan deze wereld gaat presenteren. Dit is geen dreigement, maar realiteit. In het verleden heeft de wereld ook de rekening van haar ontrouw en zonde gepresenteerd gekregen in de zondvloed. In de toekomst zal het weer gebeuren in het eindoordeel, dat deze wereld zal treffen.

 

 

Daarom roepen we u op uw schuld voor God te belijden en Jezus Christus als uw Heiland te aanvaarden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De 7 sferen en de 7 chohans

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

 

 

7 sferen van het causale lichaam

 

 

 

 

De 7 stralen vormen 7 kosmische sferen van het licht rondom de Grote Centrale Zon. Deze 7 sferen zijn de verzamelplaatsen van de universele informatie van positief karma, de positieve ervaringen afkomstig van alle levende wezens in de Kosmos. Op het moment dat de ziel geboren wordt in de witte vuurkern van de Grote Centrale Zon krijgt ze ruim de tijd de vibraties van de 7 sferen van het Goddelijk bewustzijn in zich op te nemen.

De ziel vormt dan rondom haar eigen witte vuurkern, haar causale lichaam die uit 7 sferen bestaat (dit is de exact hetzelfde formatie als de Grote Centrale Zon). In iedere sfeer van het causale lichaam ligt een bepaald talent van de ziel opgeborgen die ze in haar reïncarnaties gaat ontdekken, ontwikkelen en toepassen voor het vervullen van haar persoonlijke Goddelijke opdracht.

Iedere ziel krijgt de kans het Pad van alle 7 stralen te bewandelen in haar vele levens. Iedere keer als de ziel goed karma maakt stijgt de energie van haar positieve ervaring naar een van de 7 sferen. Op die manier groeit ieder persoonlijke causale lichaam naarmate de ziel zich op haar pad van zelf bewustwording bevordert.

Als de ziel haar tijd doorbrengt in de materie, behaalt ze stap voor stap meesterschap over alle 7 stralen van het Goddelijke bewustzijn. Uiteindelijk mag de ziel haar vrije keus maken welke straal de hoofdstraal van haar persoonlijke ontwikkeling zal worden.

 

 

 

De chohan

 

 

                                                        Opgestegen meesters

 

 

masterwall_large

 

 

In de vibraties van deze hoofdstraal wordt ze gedisciplineerd en voorbereid om haar Hemelvaart te behalen. Tijdens het proces van inwijding in het Meesterschap van de hoofdstraal en op het hele traject van spirituele Pad van discipelschap wordt de ziel in contact gebracht met de chohan ofwel de Heer van de gekozen straal. De Chohan van de straal is een opgevaren meester die als een geestelijk hoofd over de hiërarchie van de desbetreffende straal voor de hele planeet dient.

De chohan werkt samen met adepten van dezelfde straal, dat zijn de gevorderden leerlingen van de hoofdmeester. Iedere straal wordt ondersteund door de legioenen van de engelen die samen met de chohan en zijn leerlingen op dezelfde straal dienen. De ziel die aan de eisen voor de Hemelvaart voldoet, krijgt persoonlijke begeleiding en correctie van een chohan, adepten en engelen van haar gekozen straal in voorbereiding van haar ritueel van de Hemelvaart.

Deze training stimuleert de ziel haar zelfdiscipline, zelfbeheersing, zelfcontrole te ontwikkelen en haar zelfstudie te verrichten. Nadat het heilige ritueel van de Hemelvaart plaats heeft gevonden wordt de ziel een opgevaren meester van de straal van haar keuze.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA