Dagelijks archief: januari 3, 2025

Scapoliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Scapoliet is een groep mineralen bestaande uit aluminium, calcium, natriumsilicaat, chloor, carbonaat en sulfaat. Het kan geel, blauw, paars, grijs, wit en groen van kleur zijn. Scapoliet is een mineraalgroep uit de isomorfe reeks tussen marialiet en mejoniet. Beide behoren tot de tectosilicaten.

Het doorzichtig tot doorschijnend scapoliet heeft een glasglans, een witte streepkleur en de splijting is duidelijk volgens de kristalvlakken [100] en [110]. Scapoliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,66 en de hardheid is 6. Het kristalstelsel is tetragonaal en het mineraal is niet radioactief.

 

 

ruw

 

 

 

 

Etymologie

 

Scapoliet komt van het Griekse woord skapos wat staaf betekent, vernoemd naar de vaak langwerpige kristalvorm.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Scapoliet is een mineraal dat voorkomt als verweringsproduct van plagioklazen uit gabbro’s’s. De typelocatie van scapoliet is het Otter Lake in Canada. Afzettingen bevinden zich in Myanmar, waar gele, roze violette en blauwe kristallen te vinden zijn. Enige vertonen een kattenoogeffect. Gelijksoortige scapolieten komen ook voor in Sri Lanka.

Gele scapolieten worden gewonnen in Canada, lichtgele in Brazilië. Afzonderlijke doorzichtige kristallen kunnen 40 x 10 cm groot worden. Edelsteenskapolieten komen ook voor in Tanzania, Kenia, Madagaskar en Mozam- bique. Grote geslepen stenen zijn zeldzaam.

In het Smithsonian Institution in Washington bevinden zich onder andere een geslepen steen van 288 karaat, een geslepen skapoliet-kattenoog van 29,9 karaat uit Myanmar en een zware geeloranje geslepen steen uit Tanzania. Het wordt verder gevonden in Brevik, Noorwegen.

 

 

blauwe scapuliet

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: 3NaAlSi3O8.NaCl – 3CaAl2Si2O8.CaCO3

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 2,5 – 2,7

 

 

 

 

 

scapoliet
Skapolit,1 Benono, Madagaskar.jpg
Mineraal
Chemische formule Na4[Cl(Al3Si9O24)] MarialietCa4[CO3(Al6Si6O24)] Mejoniet
Kleur Kleurloos, wit, grijs, groengrijs, blauwachtig, roze, violet, oranje
Streepkleur Wit
Hardheid 5-6
Glans Glasglans, parelmoerglans
Breuk Schelpvormig, ruw
Kristaloptiek
Brekingsindices Ne 1,540 tot 1,548, No 1,549-1,567
Dubbele breking -0,007-0,020
Dispersie 2,017
Luminescentie Soms geel of oranje
Pleochroïsme Met blote oog waarneembaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De sieraden van de koninlijke familie van Spanje

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

De sieraden van de koninklijke familie van Spanje

Losse tiara’s en diademen

.

De Pruissische tiara

.

.

.

De Mellerio schelpen-tiara

.

.

.

De fleur-de-lys tiara

.

.

.

De diamanten bloemen-tiara

.

.

.

De Cartier pareltiara

.

.

.

De Niarchos Ruby bandeau

.

.

.

Koningin Ena’s parel en diamanten tiara

.

.

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Middelste duivenkervel : Fumaria muralis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_0682-gr-middelste-duivenkervel

 

 

Goed te herkennen aan
– de vrij losse trossen lichtroze tot bijna witte bloemen met
– een donkerrode tot zwarte top met groene verdikking

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Middelste duivenkervel is een eenjarig, teer plantje van 20 tot 70 cm lang/hoog. Het geslacht is met ongeveer vijftig soorten inheems in de gematigde gebieden van Europa en Azië. Ze groeit op omgewerkte, vochtige, voedselrijke grond op akkers, langs heggen en in open bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Middelste duivenkervel bloeit vanaf mei tot en met september met lichtroze tot bijna witte bloemen. De bloemen vormen losse trossen van 6 tot 12 (15) bloemen en hebben een donkerrode tot zwarte top met groene verdikking. Het onderste kroonblad is vaak vrij en omlaag gericht. De twee kelkbladen hebben de kleur van de bloem, zijn gerafeld en staan plat tegen de (vergroeide) kroon.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel en bladeren zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– zeldzaam voorkomend
– 20 tot 70 lang/hoog

Bloem
– lichtroze met donkere top
– mei t/m september
– tros
– gespoord
– 9 tot 14 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top met spitsje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig
– blauwgroen

Stengel
– liggend of klimmend

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

 Melkkruid : Glaux maritima

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

3f7d6b66b1

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze/rode/witte, ongesteelde, klokvormige bloemetjes,
– bloeiend in de oksels van kleine, vlezige blaadjes, en
– groeiend op brakke plaatsen

 

 

img_4528-gr-melkkruid

 

 

 

Algemeen

 

Melkkruid is een vaste plant die voorkomt in de Nederlandse – en Vlaamse duinen en in slufters. Melkkruid komt ook in de kustgebieden van Europa en Noord-Amerika voor, de plant is een halofyt en wordt ingedeeld in de sleutelbloemfamilie. Melkkruid is een overblijvende, meestal lage, bodembedekkende plant, die groeit op hoge schorren en kwelders, op groene stranden, aan zeedijken, in brakke rietlanden, weilanden en in duinvalleien.

Ze heeft een duidelijke voorkeur voor brakke standplaatsen, maar wil niet regelmatig overspoeld worden met zeewater. Ze kan zich soms ook goed standhouden in een verzoetend milieu. Melkkruid komt algemeen voor in het maritiem gebied en ze is plaatselijk algemeen op de Waddeneilanden; zeldzaam in de duingebieden langs de gehele kust (incl. de Waddeneilanden) en eveneens zeldzaam in de rest van Zeeland, Zuid- en Noord-Holland, het noorden van Friesland en Groningen en langs het IJsselmeer.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Melkkruid bloeit vanaf mei tot en met augustus. De ongesteelde bloemen hebben een bloemdek van 5 tot de helft klokvormig vergroeide, roze/rode/witte kelkbladen. De kroonbladen ontbreken. De bloemen staan in de oksels van de bladeren in het middelste gedeelte van de stengels. Wat verder in de bloeiperiode is dat goed zichtbaar. Hoe minder zout de bodem, hoe uitbundiger de bloei.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan min of meer tegenover elkaar of aan het einde van de stengel verspreid. De stengels staan rechtop of liggen en zijn dan alleen aan het einde opstijgend. Ze wortelen en hebben melksap, al is dat laatste niet altijd duidelijk te zien.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 2 tot 30 cm

Bloem
– roze, rood, wit
– vanaf mei t/m augustus
– ongesteeld alleenstaand
– klokvormig
– 3 tot 6 mm
– 5 bloemdekbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of tegenoverstaand
– enkelvoudig
– elliptisch tot lijnvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– 1-nervig
– vlezig

Stengel
– rechtop of liggend en opstijgend
– kaal
– rolrond of vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA