Tagarchief: bermen

De 12 genezers van Bachbloesem : Chicory

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

cichorei-2

 

.

.

Chicory (Wilde Cichorei)

.

Chicorium intybus

Een van Bach’s eerste 12 genezers.
Bereid volgens de zonne-methode.

 

 

.

 

.

Indicatie

 

Degenen die alsmaar bezig zijn met de noden van anderen. Ze hebben de neiging om overvol van zorg te zijn voor kinderen, familieleden, vrienden, en ze vinden altijd wel iets dat rechtgezet moet worden. Ze zijn voort-durend bezig om te corrigeren wat ze fout vinden, en doen dat graag. Ze hebben de wens dat degenen om wie ze geven dicht bij hen horen te zijn.

 

 

 

Affirmatie

 

Onszelf verliezen in de liefde en zorg voor degenen om ons heen. Als we deze goede eigenschap maar voldoende ontwikkelen, en plezier beleven aan het zalige avontuur van kennis vergaren en anderen helpen, dan komen onze persoonlijke smarten en noden snel tot een einde. Het is het grootse ultieme doel: onze eigen belangen verliezen ten dienste van menslievendheid.

 

 

 

.

 

Habitat

 

Wilde Cichorei groeit op ongebruikte grond, met name aan de randen van gecultiveerde grond, korenvelden of in bermen van wegen (wanneer ze niet gemaaid zijn). Op wat zuurdere grond zijn de bloemen niet zo intens blauw. Ze zijn zo gevoelig als lakmoes-papier en zien er soms bleek of zelfs roze uit na regen, door de zuurtegraad.

 

.

 

Hoe iemand dan is

 

Deze mensen maken zich zorgen over anderen als ze ziek zijn, kinderen, vrienden, familie. Ze maken zich zorgen dat ze te warm zijn, te koud, niet gelukkig, geen plezier hebben. Ze vragen voortdurend hoe het met ze gaat en wat ze zouden willen. Ze zijn te gretig in hun pogingen om het hen naar de zin te maken. Blijven maar vragen naar hun wensen en behoeften. Zo’n situatie brengt geen rust en vermoeit de patiënt.

Soms hebben de patiënten medelijden met zichzelf, hebben het gevoel dat ze het niet verdiend hebben om ziek te zijn; dat ze slecht behandeld worden en genegeerd, dat anderen niet voor hen zorgen. Vaak hebben ze een goede kleur wanneer ze ziek zijn; de mensen die met hun uiterlijk geen meelij wekken.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Bleke klaproos

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

_dsc4610bleke_klaproosweb

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de welbekende klaproosbloem, vaak bleker van kleur dan die van de grote klaproos en
– de aanliggend behaarde stengel en
– de kegelvormige doosvrucht met 5-9 stempelstralen

 

 

27

 

 

 

Algemeen

 

Bleke klaproos is een jarige tere plant van open, omgewerkte, vochtige tot droge, matig voedselrijke grond in akkers en bermen, op braakliggende- en bouwterreinen, en langs spoorwegen. Ze wordt 20 tot 60 cm hoog en is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bleke klaproos bloeit vanaf mei tot en met augustus met oranje tot scharlakenrode bloemen, vaak bleker van kleur dan de grote klaproos. De kroonbladen zijn vliesdun en soms aan de voet zwart gevlekt.

 

 

 

 

 

Blad en vrucht

 

Het blad van bleke klaproos heeft in tegenstelling tot het blad van de grote klaproos geen duidelijke eindlob.
De doosvruchten hebben 5-9 stempelstralen. Vooral na de bloei is de bleke klaproos goed te onderscheiden van de grote klaproos. De doosvrucht van de bleke klaproos is lang kegelvormig met versmalde voet, terwijl die van de grote klaproos eirond is.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– oranje tot scharlakenrood
– vanaf mei t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– 3 tot 7 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– meer dan 20 meeldraden
– 5-9 stempelstralen

Blad
– verspreid
– veerdelig zonder duidelijke eindlob
– top spits
– rand gaaf of iets gekarteld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– aanliggend behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-bleke-klaproos

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Blaassilene : Silene vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

blaassilene-jpg_595

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de opgeblazen kelk met 20 fijne, onderling verbonden nerven en
– de 5, stervormig uit de kelk stekende, witte kroonbladen

 

 

 

blaassilene

 

 

 

Algemeen

 

De blaassilene is een plant uit de anjerfamilie. Het is een in België en Nederland vrij zeldzaam voorkomende, 30-60 cm hoge plant die kan worden aangetroffen op matig voedselrijke, iets droge zand-, klei- en leemgrond, in bermen en tegen hellingen, in de duinen en op grazige grond. De plant prefereert een zonnige standplaats.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Blaassilene bloeit vanaf mei tot en met september met witte bloemen, waarvan de kelk sterk opgeblazen is. De kelk bestaat uit 5 vergroeide kelkbladen met driehoekige kelkslippen, is kaal, witachtig of roodbruin en heeft 20 fijne, onderling verbonden, paarsrode tot geelgroene nerven.

De knikkende bloemen hebben 5 witte (zelden roze), diep ingesneden kroonbladen. Ze zijn mannelijk of vrouwelijk, soms tweeslachtig. Ze zijn dag en nacht geopend, maar beginnen pas tegen de avond zoet te geuren. De bestuiving wordt dan ook door nachtvlinders verzorgd.

Die kunnen, in tegenstelling tot kleinere insecten, met hun lange roltong de honing onder in de bloem bereiken. Hommels knagen de kelk van buiten af open en kunnen zo ook bij de honing. Bestuiving blijft dan uiteraard uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werden de jonge bladeren in salades verwerkt. Ook zijn ze na vijf tot tien minuten koken geschikt voor gebruik in soep.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam
– 30 tot 60 cm

Bloem
– wit, zelden roze
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– stervormig
– 1 tot 2 cm
– 5 ingesneden kroonbladen,
niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Avondkoekoeksbloem : Silene latifolia subsp. alba

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

avondkoekoek-100513-255

 

 

Goed te herkennen aan
– de 5-tallige zwak geurende witte bloemen,
– die pas aan het einde van de middag opengaan en
– de iets opgeblazen kelk

 

 

avondkoekoeksbloem

 

 

 

Algemeen

 

Avondkoekoeksbloem is een overblijvende of tweejarige algemeen voorkomende plant, die bloeit vanaf mei tot de herfst.Ze wordt 45 tot 100 cm hoog en groeit op open, vochtige tot droge, voedselrijke plaatsen met omgewerkte, voedselrijke grond, langs akkers, bermen, bosranden en op braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen hebben 5 diep gespleten kroonbladen. Overdag zien de bloemen er verwelkt uit, maar aan het einde van de middag strekken de kroonbladen zich en gaan de bloemen open. Ze zijn zwak, zoet geurend en worden bezocht door nachtvlinders.

Avondkoekoeksbloem is tweehuizig. Dat wil zeggen dat een plant uitsluitend mannelijke bloemen of uitsluitend vrouwelijke bloemen heeft. De kelk van vrouwelijke bloemen heeft 20 nerven en is opgeblazen. De kelk van mannelijke bloemen is slanker en heeft 10 nerven.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend of tweejarig
– algemeen voorkomend
– in het noorden vrij zeldzaam
– 45 tot 100 cm

Bloem
– wit
– geurend
– vanaf mei tot de herfst
– gevorkt bijscherm
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– onderste gesteeld, bovenste zittend
– behaard
– in of onder het midden het breedst

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

algerie-g

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Akkerviooltje : Viola arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

viola-arvensis-04-akkerviooltje3-f4

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lang gesteelde, kleine, roomwitte “viooltjes” bloemen, waarvan
– de zijdelingse kroonbladen schuin naar boven gericht staan en
– de toppen van de kelkbladen vaak buiten de kroon steken

 

 

 

266px-akkerviooltje

 

 

 

Algemeen

 

Akkerviooltje is een eenjarige plantje, dat groeit op open, vochtige tot droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers en bermen. Ze is zeer algemeen voorkomend op de zandgronden in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober. De bloemen zijn meestal roomwit, soms wit of bleekgeel.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bovenste 2 kroonbladen kunnen geheel of gedeeltelijk paars zijn. Het onderste kroonblad heeft aan de basis een gele vlek. De kroonbladen zijn meestal korter dan de kelkbladen; de toppen van de kelkbladen steken voorbij de kroonbladen.

Het onderste kroonblad en de 2 zijdelingse hebben donkere lijntjes (honingmerk). De enigzins paarse spoor aan het onderste kroonblad is ongeveer even lang als de kelkaanhangsels en bevat nectar. De bladeren zijn weinig behaard, de onderste vrijwel rond, de bovenste langwerpig. De rand is gewimperd.

 

 

 

 


Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde wordt akkerviooltje gebruikt bij de behandeling van huidaandoeningen, hoest en keelontstekingen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 40 cm

Bloem
– wit, roomwit of bleekgeel
– vanaf mei t/m oktober
– gesteeld alleenstaand
– gespoord
– 8 tot 12 (15) mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– vrijwel rond tot langwerpig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet gevleugeld
– veernervig
– gewimperd
– weinig behaard

Stengel
– rechtop
– niet of alleen onderaan vertakt
– kaal of weinig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

Basterdklaver : Trifolium hybridum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

basterdklaver-110603-544

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de hoofdjes, die rozer zijn dan witte klaver
– maar minder roze dan rode klaver en
– die op lange stelen staan
– zonder bladeren direct onder het bloemhoofdje en
– de eironde bladeren zonder witte vlek

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Basterdklaver is een overblijvende, niet kruipende plant. Ze groeit op vochtige, voedselrijke grond in graslanden, bermen, leem- en kleigroeven en wordt 30 tot 90 cm hoog. Ze is plaatselijk algemeen, maar zeldzaam in de duingebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf mei tot en met september. De geurende bloemen in het hoofdje zijn eerst wit, worden later roze. Als ze verwelken worden ze bruin en gaan ze hangen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

De bloemhoofdjes van basterdklaver staan op lange stelen en in tegenstelling tot rode en bochtige klaver zitten er direct onder het hoofdje geen bladeren.  Ook de hoofdjes van witte klaver staan op lange bladerloze stengels. Witte klaver heeft een kruipende, op de knopen wortelende stengel. Basterdklaver is geen kruipende plant.

 

 

 

rode klaver : roze tot paarsrode bloemhoofdjes, bladeren direct onder het hoofdje, witte vlekken op de eironde bladeren.

 

 

 

 

 

 

 

bochtige klaver : helder roze bloemhoofdjes, langwerpige bladeren met soms een onduidelijke witte vlek, de bovenste stengelbladeren zitten iets verder van het hoofdje af dan bij rode klaver.

 

 

 

 

 

 

 

witte klaver : kruipende plant, lang gesteelde bloemhoofdjes met witte bloemen, soms met roze waas, uitgebloeide bruine bloemen in het hoofdje gaan hangen, eironde bladeren met witte vlek.

 

 

 

 

 

 

 

basterdklaver : niet kruipende plant, lang gesteelde roze/witte bloemhoofdjes, uitgebloeide bruine bloemen gaan hangen, eironde bladeren zonder witte vlek.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen tot zeldzaam
– 30 tot 90 cm

Bloem
– roze en wit
– vanaf mei t/m september
– hoofdje
– vlinderbloem
– 7 tot 9 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– deelblaadjes eirond
– top uitgerand of met spitsje
– rand fijn getand
– voet afgerond
– veernervig
– zonder vlek

Stengel
– opstijgend
– kaal
– rolrond
– bloeistengel vierkant
– niet wortelend

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Akkervergeet-me-nietje : Myosotis arvensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

myoar-adultw-42_1344772939

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes kleine lichtblauwe, iets klokvormig verdiepte bloemetjes en
– de met afstaande haren bedekte kelkbladen en
– de vruchtstelen, die ongeveer 2x zo lang zijn als de vruchtkelk

 

 

myosotis_victoria_dsc00894

 

 

 

Algemeen

 

Akkervergeet-me-nietje is een zeer algemeen voorkomende, vrij dicht behaarde, eenjarige plant van 10 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge tot matig vochtige, voedselrijke grond in akkers, bermen, op dijken, aan bosranden en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Akkervergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot in de herfst met kleine lichtblauwe bloemetjes, die in de knop roze zijn. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schichtvormige bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels.

In de loop van de bloeitijd ontrolt de schicht zich en verlengt de bloeistengel, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de kelk.

De vruchtstelen zijn ongeveer 2 tot 3x zo lang als de vruchtkelk en staan in het midden van de bloeiwijze in een hoek van 45 tot 60 graden met de stengel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn ongesteeld en zacht behaard. Vooral op zonnige plaatsen kunnen de bladeren wat gewelfd zijn en zijn de randen omgerold.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De medicinale werking van akkervergeet-mij-nietje tegen tuberculose is wetenschappelijk bewezen. Tuberculose komt gelukkig bijna niet meer voor.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– schicht
– stervormig
– 2 tot 4(5) mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig of langwerpig
– top spits of stomp
– rand gaaf
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond tot kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Gele anemoon ; Anemone ranunculoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen 

 

 

 

anemone-ranunculoides-gele-anemoon-02

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele, “anemoonachtige” bloemen met 5 aan de buitenkant behaarde bloemdekbladen en
– de drie, in slippen verdeelde, kort gesteelde, kransstandige stengelbladeren en
– de vroege bloeiperiode

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele anemoon is een overblijvende plant van 15 tot 25 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende grond in loofbossen, bermen en op dijken, na kap lang standhoudend. Ze is zeer zeldzaam in de Lage Landen. Ze wordt aangeplant als stinsenplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Gele anemoon bloeit vanaf maart tot en met mei. De bloemen zijn alleenstaand of staan met 2 of 3 bij elkaar en hebben 5 (soms tot 8) gele, eironde bloemdekbladen, die aan de buitenkant behaard zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De drie, in een krans staande, kort gesteelde stengelbladeren zijn elk bijna tot aan de voet gedeeld in drie slippen met grof gezaagde rand. Gele anemoon heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze in groepen groeit.

 

 

 

 

 

 

veenendaal-044

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Gele anemoon is van de andere anemoon-soorten, zoals bosanemoon, blauwe anemoon en Oosterse anemoon, te onderscheiden door haar kleur.

Andere planten met gelijksoortige bloemen (qua kleur en vorm) zijn :

gewone dotterbloem > grotere bloemen, 6 (of meer) bloemdekbladen, groeit (meestal) aan het water.

boterbloemsoorten > bloemen met kelkbladen en rondere kroonbladen.

 

 

gewone dotterbloem

 

 

 

gewone boterbloem

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam of als stinsenplant
– 15 tot 25 cm

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 (soms tot 8) bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– kort gesteeld
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– bloemsteel behaard
– steel wortelbladeren kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Gewoon speenkruid : Ficaria verna subsp. verna

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Ranunculus_ficaria-01_speenkruid1-I2

 

 

Goed te herkennen aan
– de glanzend gele bloemen en
– de vlezige glanzende bladeren en
– de vroege bloei

 

 

 

 

 

Algemeen 

 

Gewoon speenkruid is een zeer algemeen voorkomend overblijvend plantje. Ze groeit voornamelijk op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke grond tussen hakhout, onder heggen, aan slootkanten, in weiden, bermen, tuinen en bossen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Een van de eerste bloemen die in het voorjaar verschijnen zijn de stervormige gele bloemen van gewoon speenkruid. Bij donker weer blijven de bloemen gesloten, maar zodra de zon schijnt spreiden de kroonblaadjes zich uit.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De iets vlezige, lang gesteelde blaadjes zijn glanzend groen en liggen dakpansgewijs over elkaar heen om zoveel mogelijk te profiteren van het zonlicht. Eind mei is gewoon speenkruid weer geheel verdwenen. Vermeerdering vindt voornamelijk plaats door middel van knolletjes, die door de mens, dier of de regen worden verspreid. Die knolletjes bevinden zich in de oksels van de onderste bladeren en zijn vooral na de bloei goed zichtbaar.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Ze bevatten veel vitamine C en kunnen gebruikt worden in salades. Neem dan wel de bladeren voor de bloei, want tijdens de bloei vormen zich giftige stoffen in de bladeren.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Vreemd speenkruid lijkt op gewoon speenkruid. Ze mist echter de knolletjes in de bladoksels en heeft bredere, meestal meer kroonblaadjes, die elkaar bedekken met de randjes. Vreemd speenkruid kun je op verscheidene buitenplaatsen tegenkomen. Ze is daar gekomen met ingevoerde bolplanten.

 

 

vreemd speenkruid

 

 

 

vreemd speenkruid

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 5 tot 30 cm hoog
– zodenvormend

Bloem
– geel
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– 2 tot 3 cm
– stervormig
– 6 tot 12 kroonbladen, niet vergroeid
– 3 soms 4 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– hartvormig
– top stomp
– rand gaaf tot bochtig gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– glanzend

Stengel
– liggend, aan het einde opgericht
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

gewoon speenkruid

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vroegeling : Erophila verna

Standaard

Vroegeling : Erophila vernacategorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

IMG_2906-m.vroegeling

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– het kleine bladrozet en
– de tere kleine witte bloemetjes met 4 gespleten kroonbladen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vroegeling is een tenger eenjarige plantje van 3 tot 15 cm hoog. Ze komt zeer algemeen voor op open, droge zandgrond, zoals in plantsoenen, bermen, open grasland en tussen bestrating. In de kustprovincies is ze wat minder algemeen.  Vroegeling kiemt in het najaar en gaat als rozet de winter door. In het vroege voorjaar verschijnen de bloemetjes en voor de zomer zijn de zaden al gevormd. Dan sterft het plantje af en zullen in het najaar de zaden ontkiemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf februari tot en met mei met witte bloemetjes, die op onbebladerde, gladde stelen staan. De bloemetjes hebben vier diep gespleten kroonblaadjes. Vaak komt de plant massaal voor op haar groeiplaats. Deze krijgt dan vroeg in het jaar een witte waas van al die kleine bloemetjes. Voor sommige mensen is dit een teken dat het voorjaar eraan komt. Als de vruchtjes opengaan geven de witte tussenschotten weer een opvallend witte waas over de plantjes.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast vroegeling zijn er nog 5 andere (zeer) algemeen voorkomende, vroege voorjaarsbloeiers met 4-tallige, kleine witte bloemetjes en een bladrozet.

 

 

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

 

 

 

 

 

 

 

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 3 tot 15 cm

Bloem
– wit
– vanaf februari t/m mei
– tros
– stervormig
– 3 tot 5 mm
– 4 diep ingesneden kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 4 kelkbladen, behaard
– 6 meeldraden

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of getand
– voet gevleugeld
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– glad en kaal of verspreid behaard
– rolrond
– onbebladerd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria