Tagarchief: bermen

Zomerfijnstraal : Erigeron annuus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de op madeliefjes lijkende bloemhoofdjes
– met zeer veel en zeer smalle witte straalbloemen

 

.

 

.

 

 

Algemeen

 

Zomerfijnstraal is een eenjarige, vrij zeldzame plant die bloeit in juli en augustus.  Ze wordt 30 tot 75 cm hoog en groeit op natte tot vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond aan rivieroevers, in bermen en op dijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemhoofdjes zijn 1,5 tot 2 cm groot, meestal wit, soms iets blauw of lila aangelopen en staan in losse scher-men bij elkaar. De knopjes hangen. Zodra de bloemhoofdjes opgaan, richten ze zich op.

 

 

 

 

 

Stengel

 

De stengel is rechtopstaand en weinig behaard. Alleen de bovenste helft is vertakt.

 

 

.

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en
het rivierengebied
– 30 tot 75 cm hoog

Bloem
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– 1,5 tot 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– verspreid behaard
– onderste bladeren :
– omgekeerd eirond
– lang gesteeld
– verwijderd gezaagd/getand
– top stomp
– middelste bladeren :
– langwerpig
– kort gesteeld
– iets getand
– top spits
– bovenste bladeren :
– lancetvormig
– zittend
– gaafrandig
– top spits

Stengel
– rechtop
– alleen bovenaan vertakt
– verspreid behaard
– rolrond met lengteribben

zie wildebloemen

 

 

 

.

 

 

 

 

 

Witte honingklaver : Melilotus albus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

Goed te herkennen aan
de witte vlinderbloemen, die los gerangschikt zitten in smalle langgerekte trossen

 

 

.

 

 

Algemeen

 

Ze houdt van zon en groeit op open, droge tot vochtige, omgewerkt grond in bermen, langs spoorwegen, indus-trieterreinen en braakliggende terreinen. Witte honingklaver is een tweejarige plant, die tot 1,5 meter hoog kan worden. Ze wordt ook uitgezaaid en is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

Witte honingklaver

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juli tot en met september. Witte honingklaver heeft witte geurende vlinderbloemen, die gerangschikt staan in een losse, langgerekte, smalle tros. De vlag van de bloemen is duidelijk langer dan de zwaarden, die ongeveer even lang zijn als de kiel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De meerkantige stengels zijn wijd vertakt, waardoor witte honingklaver een struikachtig uiterlijk kan krijgen. De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit drie lancetvormige scherp getande deelblaadjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

vergelijkbare soorten

 

Vergelijkbare soorten zijn kleine honingklaver, goudgele honingklaver en citroengele honingklaver. Witte honing-klaver is de enige met witte bloemen, de andere drie hebben gele bloemen.

.

 

kleine honingklaver

 

 

goudgele honingklaver

 

 

citroengele honingklaver

.

 

.

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– tweejarig
– algemeen tot zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– wit
– vanaf juli t/m september
– losse langgerekte tros
– vlinderbloem
– 4 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– deelblaadjes lancetvormig
– top stomp
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Vertakte leeuwentand : Leontodon autumnalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

 

Goed te herkennen aan
– de paardenbloem-achtige bloemhoofdjes, waarvan de buitenste lintbloemen aan de onderkant een brede rode streep hebben en
– de smalle eindslip van de bladeren en
– de vertakte, bladerloze bloeistengels, die onder het hoofdje iets verdikt zijn

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vertakte leeuwentand is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant van 7 tot 45 cm hoog. Ze groeit op open plaatsen op vochtige, voedselrijke, soms brakke grond in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juli tot en met oktober. Ze bloeit met paardenbloem-achtige bloemhoofdjes van 2 tot 3,5 cm, waarvan de buitenste lintbloemen aan de onderkant een brede rode streep hebben. De bloem- hoofdjes zijn geel,  staan aan het einde van de kale of weinig behaarde stengel en zijstengels, en vormen samen een losse pluim. Onder het hoofdje is de bloeistengel iets verdikt. De overgang tussen stengel en omwindsel is geleidelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan in een rozet aan de voet van de stengel. Ze blijven ’s winters groen, zijn langwerpig tot lancetvormig, kaal tot weinig behaard en bochtig getand tot veervormig gedeeld met lange smalle eindslip. De overige slippen zijn eveneens smal en staan ver uit elkaar. De bladeren hoger aan de stengel (niet de bloei-stengel) zijn lijnvormig met gave rand. De bloeistengel heeft geen bladeren; wel vrij veel schubvormige bladeren vooral aan het bovenste gedeelte.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Vertakte leeuwentand lijkt veel op gewoon biggenkruid. Het duidelijkste verschil is de bladtop; bij gewoon biggenkruid is de top breed driehoekig, bij vertakte leeuwentand smal langwerpig. Daarnaast verschilt de kleur van de onderkant van de buitenste lintbloemen; bij gewoon biggenkruid zijn ze blauwachtig grijs, bij vertakte leeuwentand rood. Ruige en kleine leeuwentand hebben allebei knikkende knoppen en een onvertakte stengel. Vertakte leeuwentand behoort tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.

 

 

 

gewoon biggenkruid

 

 

 

kleine leeuwentand

 

 

 

ruige leeuwentand

 

 

.

In totaal bestaat de groep uit 39 soorten. Ze zijn te verdelen in twee groepen :

 

– de groep met minimaal 2 volwaardige bladeren aan de bloeistengel; zie de pagina “Sleutel gele composieten met blad“.

– de groep met een kale bloeistengel of met hooguit 1 blad of een aantal schubvormige bladeren. Hiertoe behoort vertakte leeuwentand. Zie de pagina “Sleutel gele composieten zonder blad

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 7 tot 45 cm

Bloem
– gele lintbloemen
– vanaf juli t/m oktober
– hoofdjes in een pluim
– 2 tot 3,5 cm

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– veervormig gedeeld
– top stomp
– rand gaaf of bochtig getand
– voet steelachtig versmald
– veernervig

Stengel
– rechtop
– kaal of weinig behaard
– rolrond en gegroefd
– vertakt

zie wilde bloemen

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

Speerdistel : Cirsium vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de forse, helder roze tot lichtpaarse bloemhoofdjes met stekelig omwindsel en
– de vorm van de bladeren; ze lijken op een speer

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Een zeer algemeen voorkomende grote distel is speerdistel die wel 1,2 meter hoog kan worden. Het is een tweejarige plant. Het eerste jaar vormt zich een groot rozet van bladeren (zie laatste foto), die gelijk een spinnen- web behaard zijn. Het tweede jaar gaat ze de hoogte in en vormt bloemen en vruchten. De bladeren van het tweede jaar zijn ruw behaard. Speerdistel groeit op zonnige open plaatsen, zoals ruige bermen, weilanden en dijken. Ze wordt ook als sierplant gebruikt.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus. De bloemhoofdjes zijn helder roze tot lichtpaars, zelden wit. Ze zijn 3 tot 5 cm lang. De hoofdjes zijn net onder de buisbloemen iets ingesnoerd. Onder het hoofdje met buisbloemen zit het omwind- sel. De omwindselbladeren zijn stekelig en afstaand. De stuifmeelrijke bloemhoofdjes worden druk bezocht door insecten.

 

 

Speerdistel

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren lopen uit in lange puntige gele stekels, hebben een iets omgekrulde rand en lijken op een speer.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Speerdistel onderscheidt zich van de andere distels het meest door haar bladeren. Ook heeft de plant van alle distels de scherpste en grootste stekels. Zie “Sleutel distels” voor een compleet overzicht.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– tweejarig
– zeer algemeen voorkomend
– tot 120 cm hoog

Bloem
– helder roze tot lichtpaarse
buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– alleenstaand
– 3 tot 5 cm
– omwindselbladen stekelig, afstaand
en licht spinnenwebachtig behaard

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand iets omgekruld en met stekels
van 0,5 cm lang
– voet aflopend
– veernervig
– bladeren tweede jaar bovenkant
ruw behaard
– rozetbladeren spinnenwebachtig
behaard

Stengel
– rechtop
– behaard en/of gestekeld
– rolrond of gevleugeld

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Het Maarts viooltje : viola odorata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

5Viola-odorata-060410_2

.

 

Goed te herkennen aan
– de donkerpaarse, geurende bloemen met roodpaars spoor en
– de vroege bloeitijd, al in maart

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Maarts viooltje is een overblijvend plantje van slechts 5 tot 15 cm hoog, zonder rechtopgaande stengels.
Ze komt vrij algemeen voor in Limburg, Zeeland, het rivierengebied, in de duinen en in stedelijke gebieden. Elders is ze zeldzaam en meestal verwilderd. De plant vormt bovengrondse uitlopers, die wortel schieten en nieuwe planten vormen. Ze groeit op licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen, zoals loofbossen, bermen, parken, kerkhoven, beschaduwde bermen en stadwallen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in maart, april en mei. Soms nogmaals in augustus en september. De bloemen zijn donkerpaars, in het midden wit en staan afzonderlijk op lange stelen. Ze hebben vijf kroonbladen, waarvan de onderste een spoor draagt. Daarin wordt nectar voor de vroege vlinders opgeslagen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lang gesteeld en staan in een rozet. De rand is gekarteld en de voet is diep hartvormig. Na de bloei groeien ze sterk uit.

 

 

 

 

.

Toepassingen

 

Maarts viooltje is een welriekend plantje, dat vanwege haar aangename geur gekweekt wordt voor de parfumindustrie. Daarnaast worden er stoffen uit de plant gehaald, die onder andere gebruikt worden tegen kinkhoest en reumatische klachten.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

viooltjesfamilie (Violaceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 5 tot 15 cm

Bloem
– donkerpaars
– vanaf maart t/m mei
– gesteeld alleenstaand
– 13 tot 15 mm
– geurend
– roodpaars spoor
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen met ronde top
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– rond of niervormig
– top stomp
– rand gekarteld
– voet hartvormig
– veer-, netnervig
– verspreid behaard

Stengel
– kruipend
– bloemsteel niet behaard
– bladstengel teruggeslagen   behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

 

 

Muskuskaasjeskruid : Malva moschata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichte muskusgeur van bloemen en bladeren
– diep handvormig ingesneden stengelbladeren met smalle slippen

 

 

 

.

 

Algemeen

 

Muskuskaasjeskruid is een overblijvende behaarde plant van 30 tot 70 cm hoog, die vrij algemeen voorkomt. Je vindt haar op vochtige, voedselrijke grond op grazige, vaak licht beschaduwde plaatsen, vaak in de buurt van bebouwing. Ze komt van nature in Zuid-, West- en Midden-Europa voor. Ze wordt ook uitgezaaid in bermen en als tuinplant verkocht.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Muskuskaasjeskruid bloeit vanaf juli tot en met september met 4 tot 8 cm grote bloemen, die in eerste instantie donker-roze zijn. Naarmate ze meer opengaan worden ze licht-roze tot wit. De kroonbladen hebben dan duidelijk zichtbare roze aderen. De onderste bloemen zijn alleenstaand in de bladoksels, de bovenste staan in een bundel bij elkaar.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bovenste stengelbladeren van muskuskaasjeskruid zijn diep handvormig ingesneden. De 5 bladdelen zijn weer veervorming ingesneden. De wortelbladeren zijn niervormig en minder diep ingesneden.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Van alle kaasjeskruiden lijken de vruchtjes op afgeplatte kaasjes, vandaar de naam.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten
Onderste bloemen alleenstaand

• muskuskaasjeskruid 
– zwak geurend naar muskus
– 0,30 tot 0,70 meter
– bladeren met dunne slippen

• vijfdelig kaasjeskruid
– reukloos
– 0,50 tot 1 meter
– bladeren met (meestal) 5 getande lobben
– zeldzaam in het rivierengebied en stedelijke gebieden,
elders zeer zeldzaam

Bloemen niet alleenstaand

• groot kaasjeskruid
– kroonbladen van 18-25 mm
– paars, lila tot rozerood met donkere strepen
– 0,30 tot 1,20 meter
– bladeren met 3 tot 7 lobben met spitse of iets ronde top

• klein kaasjeskruid
– kroonbladen 8-15 mm
– bleekroze tot witachtig
– 0,10 tot 0,40 meter
– bladeren met 5 tot 7 afgeronde lobben

 

 

vijfdelig kaasjeskruid

 

 

 

groot kaasjeskruid

 

 

 

klein kaasjeskruid

 

 

 

Algemeen

 

– kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, deels verwilderd
– 30 tot 70 cm

Bloem
– lichtroze tot wit
– vanaf juli t/m september
– alleenstaand, bovenste in een kluwen
– stervormig
– 4 tot 8 cm
– 5 kroonbladen, uitgerand
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 bijkelkblaadjes (lijn- of   lijnlancetvormig)
– meer dan 20 meeldraden
– 5 tot meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– behaard
– wortelbladeren :
– niervormig
– minder diep ingesneden dan de stengelbladeren
– lang gesteeld
– stengelbladeren :
– handvormig ingesneden
– smalle slippen

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoenderbeet : Lamium amplexicaule

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder roze lipbloemen met lange rechte kroonbuis in
– schijnkransen die een eindje uit elkaar staan en
– die ondersteunt worden door een “bladschoteltje”

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hoenderbeet is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, (moes)tuinen en bermen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hoenderbeet bloeit vanaf april tot in de herfst met helder roze lipbloemen, die een lange kroonbuis hebben, waardoor ze ver boven de kelk uitsteken. De bloemen staan in schijnkransen die een eindje uit elkaar staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn gesteeld en rond tot eirond. De bovenste zijn niervormig, ongesteeld en omvatten de stengel, zodat ze een schoteltje vormen onder de bloemen.

 

 

Hoenderbeet

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

paarse dovenetel : paarse verkleurde bovenste bladeren en flink stuk kale stengel.

 

 

 

 

 

ingesneden dovenetel : bladeren zijn dieper ingesneden en dubbel gelobd.

 

 

 

 

 

gevlekte dovenetel : heeft gevlekte bladeren en grotere bloemen, waarvan de onderlip donker gevlekt is.

 

 

 

 

 

gestreepte dovenetel : is gekweekt vanuit gevlekte dovenetel en heeft een zilverkleurige streep langs de middennerf.

 

 

 

 

 

hoenderbeet : de bloemen steken hoog uit boven de kelk en de bovenste bladeren zijn rond de stengel vergroeid.

 

 

 

 

 

moerasandoorn : heeft lancetvormige bladeren.

 

 

 

 

 

stinkende ballote : bladeren geven bij kneuzing een onaangename geur af.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam voorkomend
– 15 tot 30 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf april tot in de herfst
– schijnkrans
– lipbloem
– 1,4 tot 2 cm
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stuifmeel oranje

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– onderste eirond en gesteeld
– bovenste niervormig, ongesteeld
– top stomp
– rand diep gekarteld
– voet hartvormig
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hazenpootje : Trifolium arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de donzige, roze bloemhoofdjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hazenpootje is een eenjarige klaversoort, die groeit op open tot grazige, droge, meestal kalkarme zandgrond, zoals in bermen, graslanden, de duinen, langs akkerranden en spoorwegen. Ze is plaatselijk algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze wordt 5 tot 30 cm hoog en bloeit vanaf juli tot de herfst. De cylindervormige bloemhoofdjes bestaan uit talrijke witte vlinderbloemen, die voor een groot deel niet zichtbaar zijn door de beharing van de kelk. De kelktanden zijn roodachtig en samen met de lange beharing krijgen de hoofdjes daardoor een roze, donzig uiterlijk, wat het plantje heel herkenbaar maakt en goed geschikt voor droogbloemboeketten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Behalve de kelk zijn ook de stengel en de bladeren dicht behaard.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Sinds de Middeleeuwen wordt hazenpootje als geneeskruid gebruikt tegen diarree. Het bevat looistoffen en vluchtige olie.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– plaatselijk algemeen
– 5 tot 30 cm hoog

Bloem
– roze, donzige hoofdjes met
– witte vlinderbloemen
– vanaf juli tot de herfst
– lang gesteeld
– 1 tot 2,5 cm

Blad

– verspreid
– handvormig samengesteld
– langwerpige deelblaadjes
– top toegespits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop of liggend
– dicht behaard
– sterk vertakt
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heelblaadjes : Pulicaria dysenterica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– aan de talrijke gele compacte bloemhoofdjes en
– de viltig behaarde stengels en bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Heelblaadjes is een overblijvende plant van 60 tot 90 cm hoog. Ze komt algemeen voor in de Lage Landen. Ze groeit op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige tot natte (brakke) plaatsen, zoals duinvalleien, bermen, dijken, oevers en graslanden. Ze breidt zich uit via ondergrondse uitlopers van de wortel en kan zo grote bestanden vormen. De plant is, op de gele bloemenhoofdjes na, geheel viltig behaard.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Heelblaadjes die bloeit vanaf juli tot en met september met gele bloemenhoofdjes van 1,5 tot 2 cm breed.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn viltig behaard. Later worden ze aan de bovenkant kaal. De hoofdstengel vertakt zich boven het midden. De bloeiende zijstengels zijn vaak hoger dan de hoofdstengel.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Heelblaadjes werd vroeger als geneeskruid gebruikt om wonden te helen en buikloop te stoppen (vandaar de soortnaam “dysenterica”). Bovendien zou ze vlooien op een afstand houden. Pulicaria betekent “vlooienkruid”.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Het blad en de wortel hebben een citroenachtige geur. Doet ook wel denken aan zeep.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Engelse alant : heeft grotere hoofdjes en langere straalbloemen.

 

 

 

 

 

 

Klein vlooienkruid : is veel kleiner en heeft veel kortere straalbloemen.

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– plaatselijk algemeen voorkomend,   elders zeldzaam
– 60 tot 90 cm

Bloem
– geel
– hoofdje
– vanaf juli t/m september
– buis- en straalbloemen
– 1,5 tot 2 cm
– omwindselblaadjes met klierharen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste zittend
– bovenste (half)stengelomvattend met   oortjes
– langwerpig
– top spits
– rand verwijderd gezaagd en gegolfd
– voet hartvormig
– netnervig, aan de bovenkant verdiept, aan de onderkant duidelijk zichtbaar
– wit viltig behaard, later bovenkant   kaal
– geurend

Stengel
– rechtop
– boven het midden vertakt
– viltig behaard
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Grote kaardebol : Dipsacus fullonum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de grote, stekelige, lila bloemhoofdjes en
– de vergroeide stengelbladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote kaardebol is een tweejarige plant van 0,9 tot 2 meter hoog. De plant komt plaatselijk algemeen voor. Ze wordt ook uitgezaaid. Ze groeit op vochtige, kalkhoudende, omgewerkte grond in bermen, op dijken en in ruigten. Grote kaardebol is in Nederland wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote kaardebol bloeit vanaf juli tot en met september. De rechtopstaande, eironde bloemhoofdjes worden aan de onderkant omgeven door enkele opwaarts gebogen stekelige schutbladen, waarvan een aantal langer zijn dan het bloemhoofdje. De bloemen gaan eerst in een ring halverwege het hoofdje open en vandaar naar boven en naar beneden. De uitgebloeide bloemhoofdjes kunnen goed verwerkt worden in droogbloemboeketten.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn aan de voet vergroeid en vormen zo een opvangbakje voor water. Het nut van het waterbakje is niet bekend.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Grote kaardebol is een geneeskrachtige plant die een bloedzuiverende werking heeft. Bovendien is ze eet- lustopwekkend en vochtafdrijvend. Uit de wortel en het blad worden tegenwoordig smeersels samengesteld om de pijn bij reuma en jicht te bestrijden. Ook maakt men er een in te nemen medicijn van tegen tuberculose.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen tot vrij   zeldzaam
– wettelijk beschermd
– tot 2 meter

Bloem
– lila, zelden wit
– vanaf juli t/m september
– hoofdje, 3 tot 9 cm lang
– buisbloem
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf tot getand of gezaagd
– voet om de stengel vergroeid
– netnervig
– witte middennerf aan de onderkant met stekels

Stengel
– rechtop tot 2 meter
– meerkantig
– gestekeld
– naar boven toe vertakt

zie wildebloemen