Tagarchief: heggen

Kruisbladwalstro : Cruciata laevipes

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– vier in een krans staande bladeren met
– okselstandige trosjes kleine, gele, 4-tallige bloemetjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kruisbladwalstro is een overblijvende, geel-groene plant van 15 tot 45 cm hoog, die groeit op min of meer voch-tige, voedselrijke grond aan heggen, bosranden, op dijken en in bermen. Ze is een typische rivier begeleidende soort. Ze staat op de rode lijst als sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kruisbladwalstro bloeit vanaf april tot en met juni (soms in augustus weer) met gele, geurende “walstro” bloe-metjes. Ze zijn klein (tot 3 mm) en hebben 4 bloemdekbladen met het voor walstro-soorten kenmerkende toegespitste topje.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De ruw behaarde, geel-groene bladeren staan kransgewijs om de stengel met 4 bij elkaar. In de oksels van de bla-deren groeien de bloemtrosjes, die korter zijn dan de bladeren. De stengels zijn (meestal) onvertakt, vierkantig, groen of rood aangelopen en behaard met lange afstaande haren. Ze zijn vrij zwak; omringend gras houdt ze rechtop. In andere gevallen ligt de stengel en staat alleen de top rechtop.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn verschillende walstro-soorten, zoals glad walstro, geel walstro, kleefkruid en lievevrouwebedstro. Allemaal hebben ze de kransstandige bladeren. De combinatie van gele bloemen met 4 bladeren in een krans onderscheidt kruisbladwalstro van de andere soorten.

 

 

glad walstro

 

 

 

geel walstro

 

 

 

kleefkruid

 

 

 

lievevrouwebedstro

 

 

 

Algemeen

– sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– vrij tot zeer zeldzaam
– op rode lijst als sterk afgenomen
– 15 tot 45 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf april t/m juni
(soms in augustus weer)
– trosjes in een schijnkrans
– 2 tot 3 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen met kort spits   topje
– bloemdekbladen vergroeid
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– elliptisch tot lancetvormig
– top vrij stomp
– rand gaaf
– 3-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– lang afstaand behaard
– scherp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Watermuur : Myosoton aquaticum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– 5 bijna geheel gespleten witte kroonbladen (het lijken er 10) en
– 5 stijlen (andere muursoorten hebben 3 stijlen) en
– slappe stengels, die bovenaan kleverig zijn door klierharen en
– haar vochtige standplaats

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Watermuur is een overblijvende (soms eenjarige) plant op natte tot vrij vochtige plaatsen aan waterkanten, in lichte loofbossen en langs heggen. Ze is algemeen voor komend in de rivierengebieden van de Lage Landen, met uitzondering van de stedelijke- en de duingebieden.

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Watermuur bloeit vanaf juni t/m augustus. In een zachte herfst kan ze doorbloeien tot in oktober. Ze bloeit met witte bloemen, vergelijkbaar met de bloemen van vogelmuur, maar dan groter. De bloemen lijken 10 kroon- bladen te hebben, maar het zijn er 5 die bijna geheel gespleten zijn en duidelijk langer dan de kelkbladen. In tegenstelling tot de andere muursoorten heeft watermuur 5 stijlen en niet 3.

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn slap; ze liggen of steunen op andere planten. De stengelbladeren, kelkbladeren en de bovenste delen van de stengels zijn behaard met klierharen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten 

 

zie hiervoor de pagina “Sleutel muursoorten“.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend, soms eenjarig
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m augustus (oktober)
– los bijscherm
– stervormig
– 15 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet hartvormig of afgerond
– veernervig
– behaard met klierharen

Stengel
– liggend
– kaal
– vierkantig
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hondsroos : Rosa canina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de zachtroze rozen; de oudere bloemen zijn witter en
– de gladde takken met alleen haakvormige gebogen doorns en
– de blaadjes die bij kneuzing niet geuren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Hondsroos is een dichte, struikvormige plant met overhangende takken, die groeit op vochtige tot droge, voedselrijke grond in heggen, struikgewas, loofbossen en uiterwaarden. Ze komt zeer algemeen voor en wordt ook aangeplant. Ze kan tot 3 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Hondsroos bloeit in juni en juli met zachtroze bloemen. Alleen het buitenste gedeelte van de hartvormige kroonbladen is zachtroze, de basis is wit. Bij oudere bloemen verdwijnt de roze kleur nagenoeg, die lijken bijna helemaal wit.

 

 

 

 

 

 

Bladeren en takken

 

De bladeren bestaat uit 5 tot 7 deelblaadjes. Ze kunnen kaal of behaard zijn, maar geuren bij wrijving niet, in tegenstelling tot de bladeren van egelantier. De takken zijn groen, soms roodachtig aangelopen en hebben verspreid staande grote, haakvormig gebogen doorns. Verder zijn ze kaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Hondsroos kent vele toepassingen. De bloemblaadjes, rozebottelschillen en zaden worden voor medicinale doeleinden gebruikt. De schil van de bottels, die veel vitamine C bevat, wordt ook gebruikt voor het maken van jam en sap en vanwege de smaak vaak toegevoegd aan kruidenthee. De overige delen van hondsroos worden in de volksgeneeskunde gebruikt als urinedrijvend middel bij blaas- en nierproblemen en als mild laxeermiddel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:
:
:
:
:
:
:

kaneelroos : 2 rechtafstaande stekels aan de voet van de bladsteel.

 

 

kaneelroos

 

 

rimpelroos : oranje-rode bottels breder dan hoog (kleine “tomaatjes”).

 

 

 

 

 

 

bosroos : kaal, geen doorns of stekels.

 

 

bosroos

 

 

 

 

egelantier :appelachtige geur bij wrijving van het blad.

 

 

egelantier

 

 

 

 

hondsroos : grote haakvormige doorns op verder kale takken.

 

viltroos : aan beide zijden behaarde bladeren, onderkant viltig.

 

 

viltroos

 

 

 

 

duinroos : donkere, bruinachtig paarse tot zwartachtige bottels.

 

 

duinroos

 

 

 

 

Algemeen

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 1 tot 3 meter

Bloem
– zachtroze tot bijna wit
– juni en juli
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 4,5 tot 5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– oneven veervormig samengesteld
– deelblaadjes :
– langwerpig tot eirond
– top spits
– rand enkel of dubbel gezaagd
– voet afgerond
– veernervig
– wisselende beharing
– niet geurend bij wrijving

Stengel
– overhangend of rechtop
– kaal met doorns
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bosandoorn : Stachys sylvatica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de aarvormige bloeiwijze van in schijnkransen staande donker paarsrode lipbloemen en
– de breed eironde, behaarde, gesteelde bladeren (lijken op brandnetelbladeren)

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Bosandoorn is een overblijvende, bij kneuzing van de bladeren onaangenaam ruikende, behaarde plant van 50 tot 100 cm hoog, die bloeit vanaf juni tot en met augustus op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen en aan heggen. Ze kan schaduw goed verdragen. Bosandoorn heeft ondergrondse uitlopers, waardoor ze woekert en grote bestanden kan vormen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze is een losse schijnaar aan het einde van de hoofd- en zijstengels. De schijnaar bestaat uit een aantal schijnkransen van meestal 6 donker paarsrode bloemen. De bloemen zijn tweelippig. Onder de helmvormige bovenlip staan de vier meeldraden en de stijl. De 3-lobbige onderlip is groter en heeft een patroon van witte lijnen en vlekken (honingmerk).

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren lijken veel op brandnetelbladeren; zonder bloemen lijkt bosandoorn op brandnetel. De bladeren zijn behaard, breed eirond met een hartvormige voet, spitse top en lange steel. De bovenste bladeren zijn wat minder breed, wel eirond en de steel is korter. De stengels zijn vaak boven het midden vertakt en roodachtig.

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Vroeger werd bosandoorn gebruikt vanwege wondhelende, krampopheffende en zweetdrijvende eigenschappen.

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Betonie : helder roze bloemen, bladeren langwerpig met hartvormige voet, zeer zeldzaam, op de rode lijst.

 

 

 

 

 

Stinkende ballote : lichtpaarse bloemen, bladeren eirond met afgeronde voet, zeldzaam voorkomend, sterk ruikend.

 

 

 

 

 

Akkerandoorn : bleekroze bloemen, zelden wit, vrij tot zeer zeldzaam, op de rode lijst.

 

 

 

 

 

 

Bosandoorn : donker paarsrode bloemen, alle bladeren eirond met hartvormige voet en gesteeld, sterk ruikend

 

 

 

 

 

 

 

 

Moerasandoorn : roze bloemen, bovenste bladeren zittend en langwerpig.

 

 

 

 

 

 

 


Algemeen

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeldzaam
– 50 tot 100 cm

Bloem
– donker paarsrood
– vanaf juni t/m augustus
– schijnkrans
– lipbloem
– 12 tot 18 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gezaagd
– voet hartvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– scherp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pijpbloem : Aristolochia clematitis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

dsc01267uit2

 

 

Goed te herkennen aan
de bundels lichtgele, buisvormige bloemen in de bladoksels

 

 

pijpbloem3

 

 

 

 

Algemeen

 

Pijpbloem is een overblijvende, lichtgroene, onbehaarde, licht geurende, giftige plant, die groeit op droge, voedselrijke, kalkrijke grond aan heggen en bosranden en op omgewerkte zandgrond, ook op dijkhellingen. Ze heeft een kruipende wortelstok en groeit daardoor meestal in groepen. Ze wordt 30 tot 90 cm hoog. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het Middellandse Zeegebied.

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Pijpbloem bloeit in mei en juni met lichtgele, 2 tot 3 cm lange, buisvormige bloemen. Ze staan met 2 tot 8 in de bladoksels op korte stelen. Aan de binnenkant zitten naar beneden gerichte haren, die voorkomen dat een insect uit de bloem klimt, voordat bevruchting heeft plaats gevonden. Na bevruchting gaat de bloem hangen en verslappen de haren, waarna het insect, dat inmiddels vol zit met het stuifmeel, eruit kruipt en een jongere bloem bezoekt, die bevrucht wordt met het stuifmeel van de vorige bloem.

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn groot, breed eirond (6-10 cm), lang gesteeld en hebben een diep hartvormige voet. De stengels zijn onvertakt, zigzag gebogen, rond en geribd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

pijpbloemfamilie (Aristolochiaceae)
– overblijvend
– zeldzaam tot zeer zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel
– mei en juni
– bundel
– buisvormig
– 2 tot 3 cm
– 1 bloemdek
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet hartvormig
– netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– niet vertakt
– rond en geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Middelste duivenkervel : Fumaria muralis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

img_0682-gr-middelste-duivenkervel

 

 

Goed te herkennen aan
– de vrij losse trossen lichtroze tot bijna witte bloemen met
– een donkerrode tot zwarte top met groene verdikking

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Middelste duivenkervel is een eenjarig, teer plantje van 20 tot 70 cm lang/hoog. Het geslacht is met ongeveer vijftig soorten inheems in de gematigde gebieden van Europa en Azië. Ze groeit op omgewerkte, vochtige, voedselrijke grond op akkers, langs heggen en in open bermen.

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Middelste duivenkervel bloeit vanaf mei tot en met september met lichtroze tot bijna witte bloemen. De bloemen vormen losse trossen van 6 tot 12 (15) bloemen en hebben een donkerrode tot zwarte top met groene verdikking. Het onderste kroonblad is vaak vrij en omlaag gericht. De twee kelkbladen hebben de kleur van de bloem, zijn gerafeld en staan plat tegen de (vergroeide) kroon.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

De stengel en bladeren zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

papaverfamilie (Papaveraceae)
– eenjarig
– zeldzaam voorkomend
– 20 tot 70 lang/hoog

Bloem
– lichtroze met donkere top
– mei t/m september
– tros
– gespoord
– 9 tot 14 mm
– 4 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– dubbel geveerd
– top met spitsje
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig
– blauwgroen

Stengel
– liggend of klimmend

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

De 2de negentien van Bachbloesem : Holly

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

hulst

 

 

 

Holly (Hulst)

Ilex aquifolium

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

 

Indicatie

 

Voor degenen die soms overvallen worden door gedachten zoals jaloezie, afgunst, wraak, argwaan.

 

 

 

Affirmatie

 

De uiteindelijke verovering van alles zal plaatshebben door liefde en zachtaardigheid. Wanneer we deze twee kwaliteiten voldoende ontwikkeld hebben zal niets ons nog van ons stuk kunnen brengen, omdat we dan altijd mededogen hebben en geen weerstand zullen bieden.

 

 

 

la_drome_bio_bachbloesems_holly_nr21

 

 

 

 

Habitat

 

Hulst groeit in kreupelhout en bosland,  het zaad wordt door vogels verspreid. Het wordt gevonden in bossen, struikgewas, heggen en rotsige ravijnen tot 550 m hoog in de bergen.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor alle sterk negatieve stemmingen: boosheid, jaloezie, verbittering, woede, afgunst, argwaan, wraak, haat, geweld, humeurigheid, minachting, pesterij, egoïsme, frustratie – iedere stemming die tegengesteld is aan liefde.

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

De 2de negentien van Bachbloesem : Crab Apple

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

wilde-appel

.

 

Crab Apple (Wilde Appel)

Malus sylvestris

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

.

 

.

Indicatie

 

Dit is de remedie van reiniging. Voor degenen die het gevoel hebben alsof iets aan henzelf niet helemaal zuiver is. Vaak is dat iets dat helemaal niet zo belangrijk lijkt. Bij anderen kunnen er ernstigere ziektes zijn die vrijwel hele-maal genegeerd worden vergeleken bij dat ene ding waar ze zich op concentreren.

Beide types zijn erop gebrand om bevrijd te worden van dat ene speciale ding dat in hun gedachten het grootst is. Ze willen geholpen worden van wat in hun ogen zo belangrijk lijkt. Ze worden wanhopig wanneer de behande-ling faalt. Omdat het een reiniger is zuivert deze remedie ook verwondingen, wanneer de patiënt reden heeft om aan te nemen dat er gifstoffen binnengedrongen zijn die eruit getrokken dienen te worden.

 

 

.

bach-bloemen-wilde-appel-crab-apple-original-20ml

 

 

.

 

 

Affirmatie

 

We zouden nooit enig moment opgeëist dienen te worden door onze lichamen en daarover overbezorgd te zijn. We moeten leren om ons zo weinig mogelijk bewust te zijn van hun bestaan, waarbij we ze enkel gebruiken als voertuig voor onze Ziel en geest en als dienaren die doen wat wij willen.

 

 

 

Habitat

 

Algemeen: Wilde Appel groeit in bossen, heggen en struikgewas, op alle soorten bodem behalve zure.

 

 

 

 

Emotionele toestand

 

De remedie voor reiniging. Voor degenen die zich op enigerlei wijze onrein en bevuild voelen. Vaak hebben ze een onbelangrijk kwaaltje dat in de gedachten grote vormen aanneemt, wat wanhoop en afschuw van zichzelf veroorzaakt. Het is van toepassing bij lichamelijke en psychologische omstandigheden waarbij er steeds sprake is van iets wat de persoon zelf afstotelijk vindt. Door de remedie kunnen de zaken weer in de juiste verhoudingen gebracht worden. Symptomen kunnen zijn: huidafwijkingen, gif in het lichaam of in een wond, ongezonde ge-woontes.

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

John Astria

Grote muur : Stellaria holostea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

stellaria holostea-grote muur-02

 

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de opvallende grote witte bloemen met vijf tot het midden gespleten kroonbladen en drie stijlen
– de ruw behaarde stengel, bladrand en middennerf

 

 

 

266px-Stellaria_holostea_Grote_muur_(2)

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote muur is een overblijvende plant, die bloeit vanaf april tot en met juni. Ze groeit in loofbossen, langs heggen en bosranden en in beschaduwde bermen op vochtige tot vrij droge, matig voedselrijke grond en wordt 15 tot 50 cm hoog. Ze vormt grote bestanden. Grote muur is een plant van loofbossen en heggen. Ze groeit daar voorna-melijk in de bosrand en in wegbermen in de buurt van de bossen. De plant komt voor in Europa, Noord-Afrika en West-Azië.  Ze komt vrij algemeen voor in de Lage landen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen hebben vijf tot het midden gespleten witte kroonbladen, die twee maal zo lang zijn als de kelkbla-den.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is vrij slap, maar met de afstaande stijve bladeren zoekt de plant steun bij andere planten. De stengel, de rand van het blad  en de onderkant van de middennerf zijn ruw behaard.

 

 

 

Close-up opname van bloemen van Grote muur op een houtwal in Twente.

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Vroeger werd sap geperst van grote muur gebruikt bij oogaandoeningen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 15 tot 50 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– bijscherm
– stervormig
– 1,5 tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 3 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig
– niet gesteeld

Stengel
– opstijgend
– behaard
– scherp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

botanische-tekening-extragr-grote muur

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA