Categorie : mode en kledij
Christian Dior – 2018 – fall – ready to wear






























































































































.
.
.
.
In het allereerste begin droegen de mensen geen kleding. Ze liepen eerst op handen en voeten en waren vrij zwaar behaard. Kleding hadden ze niet nodig. Het leven bestond er vooral in om te overleven. De hele dag waren ze op zoek naar voedsel. De oermens dacht enkel aan zichzelf en overleven. Naarmate het klimaat kouder werd, stelden ze vast dat de vacht van de dieren waarop ze joegen, dichter werd. Hun beharing volstond op een bepaald moment niet meer en daarom gingen ze vacht van gedode beesten gebruiken om rond zich te hangen. Stilaan ontstonden er alzo kleding stukken om zich te verwarmen.
.
.
.
.
Wanneer de mens kleding voor het eerst als louter decoratie ging zien, is onduidelijk. Vaststaat dat de mens de noodzakelijke kleding wel graag aan de eigen wensen aanpaste. Archeologen hebben geverfde vezels gevonden die zo’n 36.000 jaar oud zijn. Door de jaren heen werd de mens ook steeds creatiever in het gebruik van grondstoffen. Bestonden de eerste gewaden nog vooral uit dierenhuid en dierenvellen, later werd ook vlas, wol en leer geïntroduceerd en soms zelfs gecombineerd. Ondertussen is kleding niet meer weg te denken uit de (moderne) geschiedenis.
.
.
.
Het Oude Egypte was een beschaving die in de vallei van de Nijl ontstond rond 3000 v. Chr. De beschaving ging ten onder na de verovering van Egypte door Alexander de Grote in 332 voor Christus. De essentiële factor in het overleven van beschaving was de irrigatie van het landbouwgebied rond de Nijl. Het rijk kwam tot bloei en bleef jarenlang stabiel dankzij dit water dat ervoor zorgde dat het land veel opbracht.
De Egyptenaren waren hierdoor erg gericht op de jaarlijkse terugkeer van de droogte en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. De samenleving van de Egyptenaren was erg gestructureerd. De Egyptenaren waren op allerlei gebieden enorm vooruitstrevend voor hun tijd. Zo werd Egypte geregeerd door farao’s die door ambtenaren werden bijgestaan. Deze ambtenaren inden de belastingen en spraken recht.
De Egyptenaren hadden veel goden en geloofden dat zij na hun dood in een andere wereld verder leefden. Daarom lieten de farao’s graven bouwen waarvan de enorme piramiden het bekendst zijn. Als de farao stierf werd zijn lichaam gebalsemd en in stroken katoen of rameh gewikkeld.
Dit gebeurde omdat men geloofde dat het lichaam na de dood als woonplaats voor de ziel bewaard moest blijven.
Ook op het gebied van wetenschap waren de Egyptenaren de rest van de wereld al een stap voor. De Egyptenaren hun kleding was erg kenmerkend door hun opvallende vorm.
Omdat het Egyptische rijk zo lang heeft bestaan, verdelen wij de geschiedenis in drie perioden:
-het Oude Rijk: vanaf 2700 v. Chr.
-het Middenrijk: vanaf 2000 v. Chr.
-het Nieuwe Rijk: vanaf 1400 v. Chr.
.
.
.
De Egyptenaren droegen vanwege de warmte niet veel kleding. De mannen droegen alleen een soort heupschort, de slaven gingen zelfs vaak naakt. De vrouwen droegen kokervormige jurken van de oksels tot de enkels, soms versierd met geplooide stroken. Over deze jurken werd soms een soort poncho gedragen, de kalasiris. Dit was een hemdvormig, nauw kledingstuk.
Deze kon korte mouwtjes hebben of mouwloos zijn, maar had ook vaak alleen maar twee draagbanden die tussen de borsten door liepen en voor in het midden bij elkaar kwamen. Op deze manier had de vrouw haar armen vrij tijdens het werk. De kleding was vaak gemaakt van katoen, linnen of rameh.
.
.
.
.
.
In het Midden- en in het Nieuwe Rijk werd er meer kleding gedragen, vooral meer wikkelkleding. De weefsels, die al bijzonder fijn waren, werden nu ook nog geplisseerd. De rijkere mensen droegen soms sandalen. Deze waren gemaakt van gevlochten bladeren van de papyrusplant, die in de Nijl groeide. De mensen uit de hogere stand droegen halskragen die vaak met goud en met edelstenen waren versierd. Mooie sieraden als armbanden, ringen, enkelbanden en halssieraden werden door zowel de mannen als de vrouwen gedragen.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Vanuit Egypte nemen we een grote stap richting Griekenland. Rond 800 voor Christus ontstond in Griekenland de eerste grote Europese beschaving. Deze werd gevormd uit de Griekse stadstaten zoals Athene, Sparta en Milete. Het Grieks gebied rondom de Ionische Zee noemden de Grieken Hellas. De oude Grieken hebben de wiskunde en het Alfabet ontwikkeld en indrukwekkende (tempels) bouwwerken, zoals het Parthenon opgericht.
De kleding die beelden uit het oude Griekenland vaak droegen lijken op het eerste gezicht wat rommelig. Het zijn meestal wijde gewaden met veel plooien die overvloedig gedrapeerd zijn. De Griekse kleding bestond ook uit wikkelkleding of draperiekleding.
Al deze gewaden bestaan uit een rechthoekige lap stof die op een bepaalde manier omgeslagen en vastgespeld wordt. Het verschil tussen een doorsnee en bijzonder statig kledingstuk wordt vooral gevormd door de manier van dragen en door de kwaliteit en versiering van de stof.
Er zijn een aantal soorten gewaden te onderscheiden:
.
.
.
De peplos is de typische kledij van vrouwen in het antieke Hellas. Het werd gemaakt van een wollen rechthoekige lap met een afmeting van circa twee bij drie meter. De bovenzijde van de lap werd omgeslagen. Deze omslag werd apotygma genoemd. De lap werd vervolgens tot een koker gevormd, waarbij de zijnaad dichtgenaaid kon worden of open kon blijven. Het gewaad werd op de schouders met kledingspelden (ook wel fibula genoemd) vastgespeld en rond het middel bond de drager een koord of ceintuur. De kledingspelden waren vaak van brons.
.
.
.
.
.
De chiton is een kledingstuk dat oorspronkelijk voor mannen bestemd was, maar later ook door vrouwen werd gedragen. De chiton werd evenals de peplos gevormd uit een grote rechthoekige lap. Er waren twee soorten chiton, de Dorische en een Ionische chiton. De Dorische chiton was van wol, terwijl de Ionische chiton van linnen was. Deze was fijner en duurder.
Ook de chiton werd tot een soort koker gevormd. Alleen werd de omslag achterwege gelaten. De zijnaden werden van boven tot beneden gesloten. Op de schoudernaad werden knoopjes gezet, waarbij drie openingen werden uitgespaard voor het hoofd en de beide armen. Het kledingstuk kom met een ceintuur omgord worden. De stof kon over de ceintuur heen getrokken worden, zodat een sterke overbloezing (Grieks: kolpos) ontstond.
De chiton kon zeer wijd zijn wat ervoor zorgde dat hij in duizenden prachtige plooitjes rond het lichaam viel. De chiton van de man was meestal minder wijd omdat die meer bewegingsvrijheid gaf. Bij speciale gelegenheden en door oudere mannen werd de lange chiton gedragen. De chilton is iets luxer uitgevoerd dan de exomis.
.
.
.
.
.
Over de peplos en de chiton heen, kon door mannen en vrouwen een mantel, de himation, worden gedragen. Ook dit was een rechthoekige lap, die op zeer veel verschillende manieren om het lichaam gedrapeerd kon worden, al dan niet vastgespeld op de schouder. Soms kon ook het hoofd met de himation worden bedekt.
.
.
.
.
.
De clamys was een ander kledingstuk voor mannen. Dat was een lap die de linkerschouder en linkerarm bedekte en die op de rechterschouder werd vastgemaakt.
.
.
.
.
.
De meeste eenvoudige mannen droegen een exomis. De exomis zit alleen om de linkerschouder vast.
.
.
.
.
.
Op bedelaars en enige filosofen na liep iedereen uit het oude Griekenland op schoenen. Meestal waren dit sandalen (sandaloi). Deze waren gemaakt van een flexibele zool met leren riempjes om de voet. Voor de lange afstand waren er ook echte schoenen, die helemaal dicht zijn.
.
.
.
.
.
Mannen hadden lang haar, omdat het in de mode was. Zo konden ze zich onderscheiden van slaven, die kortgeknipt haar moesten hebben. Later gaan ook de normale mannen kort haar dragen. Meestal vinden de vrouwen hun eigen haar niet mooi genoeg. Daarom dragen de chique dames vaak een pruik of een kunstig kapsel. Ze hadden hun haar vaak opgestoken met een paar vlechtjes of een soort clip.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
Vrouwen droegen om het hoofd een hoofddoek. Mannen hebben vaak een hoge, naar boven spits oplopende muts op, de pilos. Mannen die op reis gingen droegen vaak een ‘petasos’; een strooien hoed met een brede rand en een band om de kin.
.
.
.
Rond 754 voor Christus is, volgens de legende, door Romulus en Remus de stad Rome gesticht. Deze stad zou al snel uitgroeien tot het centrum van een machtig rijk. Vanaf 510 voor Christus werd Rome een republiek. In de hierop volgende eeuwen veroverden de Romeinen heel Italië. Later moest ook een groot deel van Europa buigen voor de macht van Rome. Het Romeinse Rijk zou in de geschiedenis het grootste rijk in Europa worden.
Typerend voor het Romeinse Rijk was de politiek. De Volksvergadering waarin alle burgers stemrecht hadden maakte de wetten en benoemde de hoge ambtenaren (magistraten). De Senaat, waarin alleen oud-magistraten zaten, hield zich vooral bezig met buitenlandse zaken. Om te voorkomen dat ze teveel macht zouden krijgen benoemden de Romeinen hun magistraten maar voor één jaar. De laagste waren de aedielen.
Daarop volgden de quaestoren, de praetoren en twee consuls . De censor, de hoogste ambtenaar, hield toezicht op het gedrag van de Romeinse burgers. In tijden van nood kon voor zes maanden een dictator worden benoemd. Hij had alle macht. Ook in ons land kwamen de Romeinen tot aan de grote rivieren. Zij brachten hun beschaving mee naar het noordenen dus ook de typische Romeinse kledij.
.
.
.
De Tunica was een lang en mouwloos kledingstuk van linnen of katoen dat rond het middel met een gordel was vastgesnoerd. Het is te vergelijken met een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Dit hemd werd met een riem een beetje opgebonden.
De tunica werd door de proletariërs, winkeliers en bouwvakkers gedragen, omdat je je in dit kledingstuk goed kon bewegen. Het eenvoudige volk, dat altijd een Tunica droeg, werd tunicati genoemd.
.
.
.
.
.
Een toga is een witte, wollen lap stof van ongeveer 20 m2. Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd. Het omslaan van dit kleed was zó ingewikkeld, dat veel rijkelui voor dit karwei een aparte slaaf hadden. De toga was een standenkleed. Aan de manier waarop de toga gedragen werd, kon je zien wat voor rang en stand de drager had.
Het was ook erg ingewikkeld om te dragen. In het dagelijkse leven was dit kledingsstuk niet zo van belang door zijn beperkte bewegingsvrijheid. De Toga diende vooral als statussymbool en werd dus alleen bij officiële gelegenheden gedragen.
Een toga werd vaak gekleurd, omdat dat er leuk uitzag. De kostbaarste kleurstof was purper. Die was afkomstig van de purperslakken. Er waren ongeveer 10.000 slakken nodig om een mantel purper te verven. Sommige rijke Romeinen hadden een streep purper op hun mantel. De enige die een geheel purperen toga mocht dragen was de keizer van het Romeinse rijk. Welgestelde Romeinse mannen werden togati genoemd.
.
.
.
.
.
De kleding van de Romeinse vrouw lijkt op die van de Griekse, maar is veel rijker. Als basis werd de tunica gedragen. Deze kwam bij vrouwen altijd tot de grond. Vrouwen droegen in plaats van een toga een soort wit wollen gewaad, de stola genaamd.
Over het hoofd werd soms een sluier gedragen. Welgestelde vrouwen droegen over hun tunica de palla, een omslagmantel, die lang genoeg was om over de schouders en of om het hoofd geslagen te worden en tegelijkertijd de knieën te bedekken. De palla was evenals de toga van wol. De meeste vrouwen kozen felle en contrasterende kleuren uit voor hun stola en palla.
.
.
.
.
.
De mannen droegen als basis een tunica die tot de knieën kwam. Onder de Tunica werd door de mannen een lendendoek of een ander soort broek gedragen. Over de tunica mochten alleen de vrije Romeinen een groot wikkelkleed dragen, de toga.Een soortgelijk kledingstuk voor de mannen was de paenula.
Dit was een grote rechthoekige wollen lap die over de linker schouder werd gedrapeerd en onder de rechter arm door voor de borst werd getrokken. Bij slecht weer droegen de mannen een wollen cape met capuchon.
.
.
.
.
.
Kinderen droegen verkleinde uitgaven van de kleding der volwassenen.
.
.
.
De sandaal was bij de Romeinen veruit favoriet, zowel bij mannen als bij vrouwen. Deze sandalen waren uit één stuk leer gesneden. Boeren droegen de carbatina, een schoen die van een stuk ossenhuid is gemaakt en met riempjes wordt vast gegespt. De Caligae is een ‘marssandaal’. Het zijn sandalen met spijkertjes in de zolen ter voorkoming van een glijpartij.
.
.
.
.
.
.
.
Het kapsel van de Romeinse leek op dat van de Griekse. Er werden vaak diademen en parels in gedragen. De Romeinse vrouwen waren dol op ingewikkelde kapsels. Ze zaten urenlang bij de kapper, en lieten soms hun haar rood of zwart verven. Soms droeg men blonde pruiken van haar van Germaanse slavinnen. Ook blondeerden de dames hun haar met bleekmiddel. De Romeinse man droeg het haar kort en evenwijdig aan de wenkbrauwen afgeknipt, en had geen baard.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.












































































.
.
.
.
Harajuku is de naam van een wijk in Tokyo, in welke zich enkele belangrijke winkelstraten en ontmoetingsplekken bevinden. Er ligt een treinstation, enkele parken, zoals het veelbezochte Yoyogi park, en woonwijken in de vorm van flats. Alles is er te vinden, van de duurste laatste mode tot heerlijk eten en snacks. Ook kun je er straat- en andere vormen van theater en vermaak vinden.
Er zijn veel westerse producten, zowel materièle spullen als eten, te vinden. Dit groeit hier hand in hand met de eigen levenswijze en ideeèn. Deze mengelmoes heeft bijgedragen aan het ontstaan van de speciefieke harajuku kledingstijl.

.
De jeugd doet zoals de jeugd overal en altijd doet, en zich afzettend tegen de heersende tradities, de maatschappij en de politiek, zijn de jongeren zich in deze wijk door de jaren heen steeds opvallender gaan kleden, geïnspireerd door het zeer brede scala aan beschikbare stijlen. De kledingstijlen lopen uiteen van jaren ’50 vetkuiven tot aan door manga geïnspireerde ruimtepakken. Gothic, punk, lolita´s, hip hop, pluche beesten, maffiapakken, je ziet het allemaal in Harajuku.
Sommigen houden het bij één stijl, anderen gebruiken van alles door elkaar heen, alsof ze op zoek waren naar een eigen identiteit, overstelpt werden met een overdaad aan invloeden en niet meer konden kiezen. De term “Harajuku” omvat al deze stijlen, of liever gezegd de mengelmoes ervan, die in deze befaamde wijk zijn ontstaan.

.
Wat erg populair is in de harajuku wereld, is het aanpassen van bestaande, liefst tweedehands, kleding aan je wensen. Met scharen, lijm, stickers, speldjes, verschillende soorten stoffen en wat naaiwerk wordt er een persoonlijk ensamble in elkaar gestoken. De nadruk ligt op originaliteit en individualisme.
Dit geldt ook zeker voor het haar; de meest waanzinnige kapsels passeren de Harajuku-revue. Blonderen is populair in Japan sinds ze kennis hebben gemaakt met de westerse cultuur, maar de aanhangers van de Harajuku stijl houden het daar niet alleen bij: het haar kan in alle kleuren van de regenboog geverfd zijn, soms tegelijk, het wordt in de wildste kapsels gestilleerd en anders kan er altijd nog een pruik worden gedragen.
Alles aan deze stijl is over de top. De make-up wordt niet vergeten natuurlijk, net als de kleding is deze vaak extravagant. Er worden glitters, liters mascara en eyeliner, veertjes, kleurlenzen, stoffen en papieren vormpjes (bloemetjes etc.) en noem maar op gebruikt om het gewenste effect te creëren.
De accesoires worden niet vergeten; de harajuku volgelingen maken hun outfits compleet door bijpassende schoenen, sokken, tasjes, hoofddeksels, parasols, belletjes en allerlei andere attributen. Als het niet te koop is, wordt het zelf gemaakt.

.
.
.
Met zijn veelkleurige opvallendheid doet deze stijl denken aan het rijk-gekleurde kabuki theater, of de uitbundig uitgedoste maiko, oiran en andere traditionele Japanse vormen van vermaak. Deze tradities, in welke ook de moderne Japanse entertainment zijn wortels heeft, zoals de manga en anime, hebben ook hun deel bijgedragen aan het inspireren van de Harajuku beweging.
Het is duidelijk dat het rijke kleurgebruik en het mixen van patronen, of stijlen in dit geval, het Japanse volk in het bloed zit. In de Japanse cultuur zijn er twee met elkaar botsende stijlen: Aan de ene kant heerst er een serene zen-achtige stijl, wat met het woord iki wordt aangeduid en de essentie vormt van gracieuze kalmte. Aan de andere kant is er de oogverdovende “herrie” van Japan’s meer eclectische stijlen.
Van oudsher werd dit verschil geassocieerd met het klassenverschil; hoe bonter, hoe informeler, of hoe meer “volks” iets was. Harajuku blijft een interessant fenomeen welke Japanse moderne en traditionele cultuur verenigt met de westerse moderne cultuur. Naast de culturele en andere betekenissen die het heeft, is het een artiestieke uitingsvorm waar ook de vele toeristen graag naar kijken.














































































































































































































































































































Veel van de huidige Japanse patronen komen voort uit het Shintoïsme, de oudste godsdienst in Japan. De filosofie ervan draait om de natuur en de eerbied ervoor. Daarom stellen veel van de motieven planten, dieren of landschapselementen voor zoals rivieren. Enkele motieven zoals wolkjes zijn in de loop van tijd uit China overgenomen, net als het boeddhisme en de bijbehorende motieven.
Zelfs in deze moderne tijden zit er nog een stukje natuurverering in het Japanse volk; ze passen hun huisversieringen en kleding aan het seizoen aan. Ze zullen bijvoorbeeld in de lente nooit een kimono of ander kledingstuk met een wintermotief dragen. Naast het in de gaten houden van in welk seizoen iets thuishoort, wordt er ook rekening gehouden met symbolische betekenissen, leeftijden en gelegenheden.
Dit zijn bladeren van de esdoorn of ahorn. Ze staan symbool voor de herfst, bezinning en rust. Deze bomen zijn erg populair vanwege hun spectaculaire bladkleuren in de herfst, het is dus niet vreemd dat mensen ze al snel vereeuwigden op afbeeldingen en er poëzie over schreven. Vaak worden deze fel roodoranje bladeren afgebeeld in combinatie met contrasterende kleuren zoals zwart of paars, om het dramatische effect ervan te versterken.
De chrysant, dit is sinds de Meiji periode het familiewapen van de keizerlijke familie, het symboliseert de belichaming van de eenheid van het Japanse volk, oftewel de keizer. Het is ook een herftsymbool, en staat daarom ook voor bezinning, vergankelijkheid van het leven en eindes.
Pruimbloesem, welke staat voor de winter en een belofte voor nieuw leven en een nieuwe lente. De gestileerde ume lijkt op de kersenbloesem maar heeft altijd ronde bloemblaadjes, die van de kers zijn hartvormig.
Dit stelt de den voor, deze symboliseert ook de winter. Omdat hij altijd groen is, herinnert hij aan het leven tijdens de barre wintermaanden en geeft hoop en de verwachting voor nieuw leven.
Bamboe, buigzaam en altijd groen, symboliseert standvastigheid en hoop. Zijn seizoen is winter of vroege lente. Samen met de ume en matsu behoort take tot de “Drie vrienden in de Winter”, een combinatie die in China is ontstaan. De groepsbetekenis is een lang leven, het winterseizoen en de cultured gentleman. Dit motief kan overal waar elegantie nodig is, worden gebruikt.
De beroemde kersenbloesem. “Uitbundige doch tere schoonheid welke van korte duur is maar het hart warmte en vreugde schenkt, met de wetenschap dat het weer zal terugkomen, in grotere getale”. De Japanse kers bloeit in de vroege lente en staat daarom ook symbool voor dit seizoen. Het is een van de meest geliefde motieven, vooral bij meisjes en jonge vrouwen, wiens frisse schoonheid wordt geassocieerd met deze mooie bloesem.
Vanwege de uitbundigheid en snelle vergankelijkheid van deze bloesem, wordt het motief ook door beoefenaars van de krijgskunsten gebruikt, zoals bijvoorbeeld op wapens en uitrustingen van de samurai.
Dit motief stelt het hennepblad voor en staat symbool voor de zomer. In oude tijden werd hennep voor religieuze offergaves gebruikt. Het is niet helemaal zeker wat de oorspronkelijke betekenis was, tegenwoordig worden er betekenissen als kracht en duurzaamheid aan gegeven. Van de hennepplant worden al lang zomerkleren gemaakt, vooral kleding voor werk, de symboliek heeft er geheid iets mee te maken.
De verkoeling brengende rivier, duidelijk een zomersymbool. Verder staat hij voor de bron van (levens)kracht en de stroom des levens. Irissen staan vaak om de rivier met dezelfde betekenis, om het als waterplant te accentueren. Soms is alleen de iris afgebeeld die dan het water symboliseert. Kawa komt veel voor samen met het seigaiha motief, zie het stukje hieronder.
Waterpatronen worden ook op dingen als houten daken gebruikt om brand weg te houden. Daarnaast kunnen ze in hun wildere vormen ook mannelijkheid en durf symboliseren, zo komen ze bijvoorbeeld voor op schorten van sumo worstelaars.
Dit patroon stelt golven voor, ze symboliseren steeds terugkerende beweging; van het aan- en terugrollen van de golven en de rusteloosheid van de zee. Op het theebekertje hieronder wordt het samen met kawa, de rivier, gebruikt om water te accentueren. De symbolische betekenis zou kunnen zijn; een moment van rust tijdens het theedrinken in een anders turbulent dagelijks leven.
In het midden zit een mannetje vanuit een boot te vissen, er vliegen vogels en er zijn rustieke bergtoppen in de verte; deze beelden roepen rust op. De symboliek wordt verder verstekt door het letterlijke rustmoment te plaatsen in een venster, omgeven door het drukke seigaiha motief. Het idee van thee als levengevend elixer wordt ook versterkt door de rivier.
Een schildpad. Een sterk gelukssymbool; het staat voor 10.000 jaar geluk en gezondheid, en ook voor volharding en doorzetting. Het abstractere kame patroon bestaat uit zeshoeken of hexagrammen die op verschillende manieren uitgewerkt kunnen zijn. De naam voor de hexagonale patronen is kikko. Bishimon kikko is een aaneensluitend patroon van een soort driepootjes.
De naam Bishomon komt van een van de geluksgoden, ook wel Hachiman genoemd. Hij beschermt de boedhisstische wetten en brengt geluk, vooral aan de armen, volgens de legendes. Dit patroon komt vaak op harnassen en wapenuitrustingen voor omdat deze geluksgod altijd als een krijger werd afgebeeld.
Een van de meest favoriete Japanse motieven, de kraanvogel, is net als de schildpad ook een sterk symbool voor geluk en gezondheid. Ze worden dan ook vaak samen afgebeeld. Bij een ongeluk roepen Japanners dan ook niet god aan, maar “tsuru-kame!” een paar keer achter elkaar om de schade te beperken. Volgens legendes zou deze vogel duizend jaar leven en de metgezel zijn van verschillende onsterfelijken en geluksgoden. De kraanvogel wordt verder geassocieerd met Nieuwjaar en met trouwceremonies.
.
De betekenis van deze zou te maken hebben met een kern, of oorsprong. Als je het woord letterlijk vertaalt zou het “babyhert” betekenen. Jonge herten hebben stippen op hun rug dus het is mogelijk dat het daarvandaan komt. Sommigen zeggen dat het afkomt van het patroon van sommige soorten koi karpers. Het zou misschien te maken kunnen hebben met de oorsprong van (het) leven, sinds deze in de zee ontstaan zou zijn en de woorden “oorsprong” en “baby” verweven zijn met dit patroon.
Dit stelt gestileerde pijlpunten voor, welke staat voor moed, trefzekerheid en vastberadenheid van de krijger en ieder mens wat zijn doel nastreeft. Traditionele kleding voor mannen heeft vaak dit soort patronen.
Een waaier, het symbool voor verfijning, moed en kunstenaarschap, maar ook van hoge rangen en adel. Ze werden veel in ka mon’s verwerkt. Tijdens de Edo periode werden ze populair als Nieuwjaars symbool en werden ze met die gelegenheid vaak cadeau gedaan.
Tegenwoordig komen ze veelvuldig voor op kleding en decoratieve spullen maar ook op geschenkverpakkingen e.d. Met sensu wordt altijd de uitvouwbare waaier bedoeld. De waaier die bestaat uit een gespannen velletje papier of zijde heet de uchiwa en symboliseert altijd een religieus persoon of iemand uit China.
Dit zijn kleine bamboehekjes met kleine bamboeblaadjes er tussenin. Bamboe is het symbool voor standvastigheid, volharding en taaiheid. Het kasuri patroon kan uitlopen tot een bijna onherkenbare abstractie, het heeft soms meer weg van een ruitjespatroon dan bamboeblaadjes. In welke vorm dan ook, het is een geliefd motief op mannenkleding.
Temari zijn handgemaakte speelgoedballen, het is een uit China overgewaaide traditie. Meestal vind je ze op kinderkimono’s, maar ze duiden ook speelsheid en vrolijkheid aan op kleding voor wat ouderen.



















