Tagarchief: kinderen

Aanbevelingen voor koolhydraten (door Hoge gezondheidsraad)

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Koolhydraten

 

Koolhydraten (zetmeel en suikers) zijn vooral van belang als energiebron. Ze leveren de energie die nodig is voor alle lichaamsprocessen en dienen als brandstof voor de hersenen.
Een gram koolhydraten levert 4 kcal (17 kJ). In een uitgebalanceerde voeding leveren koolhydraten minstens veertig procent van de hoeveelheid energie die een mens dagelijks nodig heeft.

 

 

Soorten

 

.
.

De naam koolhydraten is een scheikundige term: ze bestaan uit koolstof en een waterstofverbinding.

Er worden drie soorten onderscheiden:
Monosacchariden, zoals glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker). Bestaan uit één molecuul.
Disacchariden, zoals sucrose/sacharose (suiker), lactose (melksuiker) en maltose (moutsuiker). Samengesteld uit twee monosaccharide moleculen: respectievelijk glucose en fructose, glucose en galactose en glucose en glucose.
Polysacchariden, zoals zetmeel en glycogeen. Samengesteld uit meerdere monosaccharide-moleculen (meestal glucose).

Mono- en disachariden worden ook wel aangeduid als ‘eenvoudige’ koolhydraten, terwijl polysachariden ook wel complexe koolhydraten worden genoemd.

 

 

Bronnen

 

Koolhydraten in de vorm van zetmeel komen voor in brood, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten (bruine en witte bonen). Vruchten en vruchtensap bevatten eenvoudige koolhydraten als vruchtensuiker en druivensuiker. In melk en yoghurt zit melksuiker. In snoep, koek, gebak, frisdrank en dergelijke zit suiker (sucrose). Veel voedingsmiddelen bevatten een mengsel van complexe en eenvoudige koolhydraten.

 

 

Koolhydraattekort

 

Koolhydraten moeten minstens 55% van de totale energiebehoefte uitmaken. Het is aanbevolen de inname van toegevoegde suikers te beperken zowel voor kinderen, tieners en volwassenen. Koolhydraten kunnen slechts beperkt in het lichaam worden opgeslagen. Er kan een kleine voorraad aangelegd worden in de vorm van glycogeen, met name in de spieren. Een tekort aan koolhydraten zal niet vaak voorkomen.

Alleen bij een speciaal dieet of in andere bijzondere situaties kan een tekort ontstaan. In dat geval zal het lichaam een andere energiebron aanboren en daaruit koolhydraten aanmaken. Een tekort aan koolhydraten leidt tot een slechte adem, vermoeidheidsverschijnselen en concentratiestoornissen. Op den duur leidt een tekort aan koolhydraten tot afbraak van spierweefsel.

 

 

Aanbevelingen voedingsvezels

 

 

.

 

De Hoge Gezondheidsraad heeft eind 2003 nieuwe voedingsaanbevelingen voor België gepubliceerd, opgesteld door een expertencomité van de Hoge Raad voor de Voeding. Bij het opstellen van de voedingsaanbevelingen is de Hoge Raad voor de Voeding uitgegaan van het principe dat een nuttige en veilige aanbeveling voor de hele bevolking niet tegemoet komt aan de gemiddelde behoefte, maar aan de behoefte van een zo groot mogelijk aantal individuen.

De aanbevolen voedingsopname dekt de behoeften van bijna alle leden van de groep (> 97,5 %). In tegenstelling tot wat dikwijls is verondersteld, is de aanbevolen voedingsopname geen minimum wenselijk niveau van opname, maar een waarde hoger dan de individuele behoefte voor het grootste deel van de bevolking. De procentuele verdeling van de energie uit koolhydraten, lipiden en eiwitten dient vanaf de leeftijd van twee jaar de energieverdeling bij volwassenen progressief te benaderen en zich dus te verhouden als respectievelijk: 55 à 75%; maximaal 30%; ongeveer 10%.

Koolhydraten en vetten zijn belangrijk voor het energiemetabolisme, maar essentiële vetzuren en voedingsvezels spelen daarenboven een meer specifieke nutritionele rol, waar in dit hoofdstuk dieper wordt op ingegaan. Gezien ook water onlosmakelijk verbonden is met het energiemetabolisme, zijn tevens aanbevelingen opgenomen die toelaten de waterbalans in evenwicht te houden.

 

 

Voedingsvezels

 

Voedingsvezel is de verzamelnaam voor een aantal stoffen die zich in de celwand van planten bevinden. Ze geven stevigheid en vorm aan de plant en zijn voor mensen niet te verteren. Het zijn onverteerbare stoffen, die ervoor zorgen dat de darmen goed hun werk kunnen doen. Belangrijke bronnen zijn brood, aardappelen en groente en fruit. Een tekort aan voedingsvezels veroorzaakt darmproblemen, zoals een te trage stoelgang, obstipatie en aambeien of divertikels (uitstulpingen van de dikkedarmwand).

Vezelrijke voeding is ook belangrijk om overgewicht te voorkomen, omdat voedingsvezels een verzadigd gevoel geven én nauwelijks calorieën leveren. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat voedingvezels het risico op darmkanker verkleinen. Het is aan te raden terughoudend te zijn met voedingsvezelpreparaten: gebruik deze alleen in overleg met arts of diëtist.

 

•Totale voedingsvezel:
ondergrens: 15 g/1000 kcal/dag
bovengrens: 22 g/1000 kcal/dag

•Niet-zetmeel polymere koolhydraten
ondergrens: 9 g/1000 kcal/dag
bovengrens: 13 g/1000 kcal/dag

 

De wetenschappelijke gegevens voor volwassenen kunnen niet zomaar op jongere leeftijdsgroepen overgebracht worden, al lijkt het erop dat de behoefte, zowel van kinderen als van volwassenen, varieert in functie van het lichaamsgewicht en dat bijgevolg de vezelopname hoger zou moeten liggen dan wat actueel het geval is.
Aangezien kinderen en met name zeer jonge kinderen zeer snel groeien, mag een hoge vezelopname niet ten koste gaan van de opname van energierijke levensmiddelen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

Een lekker en gezond vieruurtje

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

De schoolgaande jeugd heeft na een lange dag studeren (en jij misschien ook wel) dubbel en dik een lekker vieruurtje verdiend. Maak er meteen ook een gezond vieruurtje van en neem er even de tijd voor. Een gezond vieruurtje voorkomt bovendien een leeggeplunderde snoepkast en slechte eters bij het avondmaal.

 

 

 

Lekker fruit

 

 

.
.

Een stuk fruit is altijd lekker en gezond. Gesneden fruit is succes verzekerd, zeker bij kinderen. Heb je wat extra vrije tijd vooraleer de kinderen uit school komen, verras ze dan met een heerlijke fruitsalade of kleurrijke fruitsatés. Of maak een groentefruitsalade, bijvoorbeeld met fijngesnipperd witloof en stukjes appel of blokjes rode biet. Zo wordt fruit eten nooit saai. Geschild en gesneden fruit en groenten bewaar je best afgedekt onderaan in de koelkast. Voorkom dat het fruit bruin kleurt door er een beetje citroensap over te sprenkelen.

 

 

 

Afwisseling is belangrijk

 

Probeer daarom ook eens de volgende suggesties.

Rauwe groenten zijn even lekker en gezond als fruit, bijvoorbeeld radijsjes, kerstomaatjes, bloemkoolroosjes, wortelreepjes (of 1 dikke wortel), komkommerschijfjes, paprikablokjes, witloofblaadjes.
• Een glas groentesap (tomatensap, wortelsap, …). Maak het pittiger met wat peper (of cayennepeper voor wie van pikant houdt) en een weinig zout.
• Satéprikkers met stukjes groenten en blokjes (light)kaas.
• Een kom (verse) soep met een sneetje bruin brood, een beschuit of enkele soepstengels.
• Een glas halfvolle melk, puur natuur of met een schepje zuivere cacaopoeder.
• Een schaaltje yoghurt, platte kaas of pudding. Met stukjes vers gesneden fruit of wat fruitmoes (bv. appel- of rabarbermoes) wordt het extra lekker.
• Een aardbeienmilkshake: neem 150 g aardbeien en voeg er 200 ml ijskoude halfvolle melk aan toe. Mix alle ingrediënten tot een mooi, rozig drankje en giet het in hoge glazen. Om het romiger te maken voeg je twee eetlepels magere platte kaas toe en mix je het geheel nog even goed door. Als afwerking mag een aardbei op de glasrand niet ontbreken.
• Een snede (geroosterd) bruin brood met magere kruidenkaas of platte kaas (op smaak gebracht met wat peper en radijsjes). Snij een vierkante bruine boterham met beleg diagonaal door. Zo bekom je driehoekige sandwiches, bekend van de Engelse ‘afternoon tea’.
• Een sneetje peperkoek of een andere droge koek (bv. letterkoekjes, kinderkoek, soldatenkoek). Heerlijk met een glas koude melk.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Eten met het gezin zorgt voor gezonder eetpatroon

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Eten met het gezin zorgt voor gezonder eetpatroon

.

.

.
.
.

Volgens een onderzoek aan de Universiteit Antwerpen zorgen gezinsmaaltijden voor een gezonder eetpatroon. Hoe vaker kinderen samen met hun ouders eten, hoe vaker ze gezonde voeding eten. Ook kookprogramma’s op TV kunnen een positieve invloed hebben.

Een groep kinderen tussen 10 en 12 jaar moest voor en na het kijken naar een kookprogramma een vragenlijst invullen. Dezelfde vragen werden gesteld aan een controlegroep, die naar een neutraal tv-programma gekeken had.

Het bekijken van het kookprogramma bleek geen invloed te hebben op de attitude van de kinderen ten opzichte van gezonde voeding. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de kinderen voor het bekijken van het programma al vrij positief dachten over gezonde voeding, en dat het bekijken van één aflevering hier dus nog weinig invloed op heeft gehad.

Het bekijken van het programma bleek wél een positieve invloed te hebben op het gezonde eetgedrag van de kinderen. Wie in de experimentele groep zat, koos vaker voor het gezonde bedankje (fruit) dan wie in de controlegroep zat. Die kinderen kozen vaker voor het koekje.

In de enquête zat ook een onderdeel waarin gemeten werd in hoeverre de kinderen op dat moment zin hadden in gezonde en ongezonde voedingsproducten. Zowel in de voor- als de nameting hadden de meisjes aanzienlijk meer zin in gezonde voedingsproducten dan de jongens.

Deze bevinding sluit goed aan bij eerdere onderzoeken waarin is aangetoond dat meisjes meer waarde hechten aan gezond eten en meer bezig zijn met hun gewicht, zelfs op jonge leeftijd al. Ten slotte blijken de kinderen die positiever tegenover gezonde voeding staan, ook daadwerkelijk vaker gezonde voedingsproducten te eten. Hetzelfde geldt voor het gezamenlijk eten met de rest van het gezin.

Wanneer de kinderen zelf hun eetgedrag moesten beoordelen, blijkt dat maar liefst 75% van zichzelf vindt dat hij/zij (heel) gezond eet. De kinderen zijn wel positiever over fruit dan over groenten. Ze vinden de smaak van fruit lekkerder en proberen liever nieuwe soorten fruit uit dan nieuwe soorten groenten. Dat verklaart waarschijnlijk waarom 71,4% aangeeft dagelijks fruit te eten, maar slechts 57,8% iedere dag groenten eet.

De meeste kinderen (64,7%) eten één tot drie keer per maand fastfood. 25,9% geeft aan één tot twee keer per week fastfood te eten. Opmerkelijk: van de overige 9,4% eet de helft vaker dan tweemaal per week fastfood, en de andere helft bijna nooit. Ook eten de meeste kinderen één à twee keer per week zoute snacks als chips en nootjes, en vier keer per week tot bijna iedere dag zoete snacks als snoep, koek en ijs.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De celestijnse belofte ; 4de inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

De celestijnse belofte is een boek  van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

.

lateralus

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

.

4e inzicht – de strijd om energie

 

Een mens is een energetisch wezen. Energie kan fluctueren. De mens kan fluctueren. Als je in balans bent dan merk je dat. Je voelt je goed, fijn, prettig. Niet overdreven uitbundig en niet depressief. Je staat met beide benen op de grond en je voelt de grond ook, je bent helemaal in balans.

 

 

Enkele voorbeelden

 

Stel dat je de hele middag bezig bent geweest in huis. Met mooie muziek op de achtergrond heb je het huis gestoft, gedweild en gepoetst. Normaal gesproken zou je dit een rotklus hebben gevonden, maar  nu je alleen bent met mooie muziek, de lentezon die schijnt en de ramen open met hier en daar al een vogeltje, was het juist lekker om op je eigen tempo de boel een beetje schoon te maken.

Als je klaar bent kijk je voldaan rond, je voelt je goed, je bent helemaal in balans. Dan komt je huisgenoot van werk binnen, deze loopt rond, en zegt geïrriteerd tegen jeJe had wel even mogen afwassen .! Het ene moment was je in balans, het volgende moment niet meer.

Je staat met je auto voor het stoplicht. Je droomt over iets aardigs en merkt niet gelijk op dat het licht op groen is geschoten. De achterliggende auto toetert 2 keer. Wat voel je ?

Je staat voor de kassa in een winkel. Achter je staat een lange rij en je kan je portemonnee niet vinden. Je zoekt en je zoekt en je weet dat hij ergens is, maar waar. Dan zegt iemand achter je “zeg  schiet eens op..!” Wat voel je ?

Je staat weer voor de kassa in een winkel. Achter je staat weer een lange rij en je kan weer je portemonnee niet vinden. Je zoekt en je zoekt en je weet dat hij ergens is, maar waar. Dan zegt iemand achter je “Doe maar rustig aan hoor, ik ben hem ook altijd kwijt.” Wat voel je ?

Je bent deelgenoot van een gesprek. Het gesprek gaat over een onderwerp waar je zelf een duidelijke mening over hebt en je wilt graag je zegje inbrengen. Meerdere keren probeer je ertussen te komen maar de anderen zijn zo met het gesprek gaande dat ze je niet eens opmerken. Op een gegeven moment is het even stil en je begint, maar na 2 woorden praat iemand dwars over je heen alsof je helemaal niet aanwezig bent.

Je zit weer te luisteren naar een gesprek. 2 personen praten over een onderwerp waar jij ook een mening over hebt en je merkt dat de 2 er zelf niet uitkomen. Als het stil is begin je te praten en je merkt dat de andere 2 vanaf het begin zeer aandachtig en vol geïnteresseerd naar je luisteren zonder je te onderbreken.

Situatie 3: Wederom een gesprek vergelijkbaar met situatie 2. Eén van de twee personen vind je zeer aantrekkelijk en ook heel aardig. Juist diegene luistert vol aandacht naar je en stelt nadien ook meerdere vragen en bereikt meerdere inzichten door datgene jij vertelt. Verplaats jezelf in elk van de drie situaties. Hoe zou je je voelen in die situatie, zowel op emotioneel, energetisch als fysiek niveau.

 

 

Stelen van energie

 

Een mens is elke dag meerdere keren uit balans. Is dat gedurende een langere periode dan ben je in onbalans. Je bent dan in onbalans in één of meerdere Chakra’s en dat geeft een bepaald emotioneel veld weer en daarmee een bepaalde gewaarwording. Zo staat de Keelchakra voor creativiteit. Een excessieve Keelchakra uit zich in machtsspelletjes, liegen, roddelen en manipuleren.

Communicatie en creativiteit worden dan een verdedigingsmethode. Een deficiënte Keelchakra is teruggetrokken, praat weinig en met een kleine stem. Men is bang voor de communicatie en de creativiteit. Dit, in onbalans zijn, levert een bepaalde gemoedstoestand op.

Binnen deze gemoedstoestand ervaren we dat we in onbalans zijn en willen we energie ontvangen. Deze energie hebben we nodig om terug te keren naar de staat van balans, maar dat is niet altijd zo eenvoudig. De gemoedstoestand zit dan wel eens in de weg. Als we een excessief Keelchakra hebben en ons manipulatief gedragen, dan is dat tevens onze gemoedstoestand: willen overheersen.

We worden dan zo in beslag genomen door deze gemoedstoestand dat we vergeten om terug te keren naar de staat van balans. We blijven in deze excessieve staat en middels de manipulatie proberen we onszelf boven iemand anders te zetten zodat we van diegene energie kunnen onttrekken. Energie die we nodig hebben om deze staat te behouden en de onrust in ons systeem te voeden. Een manipulatief iemand kan zodoende verworden tot een Bullebak (6e inzicht).

Waarom wordt iemand manipulatief of een bullebak ? Vaak heeft dat te maken met de ouders. De ouders zijn een allesbepalende factor voor onze karakterstructuur of, zoals het in de Celestijnse Belofte genoemd wordt: beheersingdrama’s.

Ter illustratie hiervan een tekst uit het dagboek van Anne Frank:

“Bij vader is dat een ander geval. Als hij Margot voortrekt, Margots daden goedkeurt, Margot prijst en Margot liefkoost, dan knaagt het binnen in me, want op vader ben ik dol. Hij is mijn grote voorbeeld, van niemand anders in de hele wereld hou ik. Hij is zich niet bewust, dat hij met Margot anders omgaat dan met mij. Margot is nu eenmaal de knapste, de liefste, de mooiste en de beste. Maar een beetje recht op ernst heb ik ook. Ik was altijd de clown en de deugniet van de familie, moest altijd voor alle daden dubbel boeten, één keer met standjes en één keer met de wanhopigheid binnen in mezelf. Nu bevredigt dat oppervlakkige geliefkoos niet meer, evenmin de zogenaamde ernstige gesprekken. Ik verlang iets van vader dat hij niet in staat is me te geven… ik zou alleen zo graag vaders echte liefde, niet alleen als kind maar als Anne-op-zichzelf voelen.”

 

Kinderen spiegelen zich enorm aan hun ouders en nemen ook vaak de karakterstructuur of beheersingdrama van hun ouder over. Hierover meer in het 6e inzicht. Dit 3e inzicht laat zien dat een mens een energetisch wezen is dat behoefte heeft aan energie. Deze energie is nodig voor 2 zaken: Productie of activiteiten. We willen dingen doen en hebben daar energie voor nodig.

Het 4e inzicht laat zien hoe we geneigd zijn aan deze energie te komen en dat is meestal basaal gebaseerd op onze beheersingdrama of onze onbalans op dat moment (hoewel deze onbalans weer gebaseerd is op het beheersingdrama). Manipulatie is één methode om energie te ‘stelen’ van een ander. Zo zijn er zeer vele methoden die allemaal gebaseerd zijn op onze beheersingdrama. Ons gedrag zegt dus iets over het drama dat we meedragen.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Wat is Halloween?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Halloween is een feest dat vooral in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de VS en Canada gevierd wordt. Ook in Europa wordt het langzamerhand populairder. Maar wat is Halloween eigenlijk? En mag je dat als christen wel vieren?

 

.

halloween

 

.

De naam Halloween komt van All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen op 1 november. Dit is een feestdag van de Rooms-katholieken. Maar de oorsprong gaat nog verder terug. Halloween heeft een zeer rijke en tevens ver in het verleden reikende geschiedenis. Het mag worden beschouwd als één van de oudste feestdagen tot op heden, met wortels die duizenden jaren teruggaan. Eigenlijk is Halloween een combinatie van 3 feestelijkheden, ‘Samhain’ (Kelten), ‘Pomona’ (Romeinen) en ‘Allerheiligen en Allerzielen’ (Christendom), die elk doorheen de eeuwen heen hun stempel hebben gedrukt op dit winterfeest.

.

 

.

Keltische Impuls

.

31 oktober is op de Keltische kalender oudejaarsavond, Samhain genoemd.  Ze vierden dan de opbrengst van de oogst. Op zich is dat niet zo heel schokkend, maar er is meer. De Kelten geloofden dat op deze dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen en probeerden om een levend lichaam in bezit te nemen. Geesten gaan ook op visite bij vrienden of familie, maar vielen mensen die ze niet mochten lastig. Vooral in Groot-Brittannië werd Halloween door de Kelten gevierd. Ze legden dan eten neer voor hun deur, want geesten werden aangetrokken door voedsel. Om boze geesten te weren, droegen de Kelten maskers.

.

 

 

Romeinse Impuls

.

Het feest van Samhain nam deels een nieuwe wending toen de Romeinen, in de eerste eeuw na Christus, het land van de Kelten veroverden en bezetten. Zij introduceerden er namelijk hun feest ‘Pomona’. Het resultaat was dat de tradities en rituelen van twee verschillende culturen samenvloeiden, werden gewijzigd en versmolten, waardoor er een gezamenlijk herfstfeest ontstond. Het eigenlijk concept van Samhain bleef wel ongeveer behouden, maar onderinvloed van de Romeinen werd er heel wat zoet fruit gegeten. En zo werd meteen ook de pompoen in onze contreien geïntroduceerd.

 

.

 

Christelijk Impuls

.

Lang geleden kwam er ook een christelijk tintje aan het feest. Christenen gingen langs de deuren om krentenbrood te vragen en voor elk brood baden ze dan om bevrijding van overledenen uit het vage vuur. In de VS kwam het feest in de tweede helft van de 19e eeuw in opmars. Ze gaan dan met pompoen lantaarn langs de deuren om snoep te vragen. Ze zijn dan ook verkleed om de bewoners een beetje bang te maken. In Nederland kennen we ook deze vorm. Sommige scholen vieren Halloween en Walibi World kent de Halloween Fright Nights.

 

.

.

Vandaag de dag

.

Vandaag de dag wordt Halloween op 31 oktober gevierd met zoetigheden, pompoenen (cf. Pomona), zwarte katten, magie, kwade geesten (cf. Samhain), spoken, skeletten en doodskoppen (cf. Allerheiligen). Het is een feest waarbij kleine kinderen als spoken worden verkleed en met uitgesneden pompoenen als lantaarns langs de huizen gaan en vragen om een traktatie of dreigen met een grap (trick-or-treat).

Ook is er een stijgende belangstelling voor de aankleding en versiering van feest en feestgangers waarneembaar die haar inspiratie vindt in zo groot mogelijke griezeligheid. Hoe griezeliger, hoe beter! De laatste decennia heeft Halloween vanuit Amerika zich stilaan over heel West Europa verspreid, vooral onder invloed van griezelfilms, televisieseries en de commercie. Daarbij wordt de vermeende heidense achtergrond sterk benadrukt. Het feest wordt voorgesteld als een Keltisch feest van 2000 tot 5000 jaar oud en is uitgegroeid tot een gezellig familiegebeuren.

 

.

 

.

.

.

Maar toch . . . , Halloween oké ?

.

Het wordt in ons land een bekend beeld: kinderen lopen op de 1e november met een pompoen met daarin een brandende kaars. Halloween! Is dit onschuldig vermaak? Vergis u niet! De verlichte pompoen van Halloween ( in Engeland spreekt men over ‘Jack-o-Latern)  is het symbool van een dolende ziel. Vroeger holden bijgelovige mensen een pompoen uit en plaatsten er een kaars in. Zij deden dat om de boze geesten van hun huizen weg te jagen.

Een andere bron vermeldt, dat de verlichte bewoners van dat huis sympathiek stonden tegenover de satanisten. De naam ‘Halloween’ is een verbastering van ‘All Hallow’s Eve’ en heeft een Keltische achtergrond. Op de avond van 31 oktober droegen de druïden (Keltische priesters) alle mensen op hun haardvuur te doven. Dan legden zij vuren aan van (heilige) takken waarin zij delen van de oogst verbrandden, maar ook dieren en mensen, als offer voor hun goden en godinnen. Tijdens dit duivelse ritueel waren de mensen bekleed met koppen en huiden van dieren en deden aan waarzeggerij en wichelarij. Zij sprongen over de vlammen, dansten en zongen, allemaal om de boze geesten weg te jagen.

Laat ons dit bedenken! Halloween is geen onschuldig vermaakt maar heeft, ook al zijn kinderen dit totaal niet bewust, een duivelse achtergrond. Als ouders hebben we dit heel concreet af te wijzen en het ‘waarom’ aan onze kinderen duidelijk te maken. Symbolen en tekenen van oude religies komen in onze tijd weer tot leven. Laat ons het kruis hoog opheffen! Dat is het teken van de overwinning op saten en al zijn volgelingen. Dat teken wijst ons naar Christus.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Omega 3-vetzuren in moedermelk helpt tegen zwaarlijvigheid

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Omega3-vetzuren in moedermelk helpt tegen zwaarlijvigheid

 

 

.
.
.

Meer omega 3-vetzuren en minder linolzuur in de voeding van zuigelingen en jonge kinderen beschermt ze tegen overgewicht op latere leeftijd. Dat blijkt uit onderzoek aan het Universitair Medisch Centrum Groningen.

De hoeveelheid linolzuur (n-6 vetzuur) in voeding is de afgelopen decennia sterk toegenomen ten opzichte van omega 3-vetzuren (n-3 vetzuur). Dit kan, zo blijkt uit eerdere studies, het stijgende aantal mensen met ernstig overgewicht verklaren. De studie onderzocht of het tegenovergestelde, dus voeding met minder linolzuur en juist meer omega-3 vetzuur, het risico op obesitas op latere leeftijd zou verlagen.

Om dit aan te tonen veranderde men de samenstelling van de moedermelk door moedermuizen meteen na de geboorte van de pups op een dieet te zetten. De muizen die een dieet met verlaagd linolzuur kregen, hadden ook een lagere hoeveelheid linolzuur in de melk. In de melk van de muizen die meer omega 3-vetzuren kregen, was de hoeveelheid omega-3 ook verhoogd.

De pasgeboren muizen kregen hierdoor aangepaste hoeveelheden voedingsvetzuren binnen. De muizen met meer omega 3-vetzuren in hun voeding hadden als ze eenmaal volwassen waren kleinere vetcellen. Dit kan verklaard worden door een blijvende verandering in de stofwisseling van de vetcellen, waardoor er minder vet wordt opgeslagen en meer vet wordt afgebroken.

Ook bij de muizen die minder linolzuur in de voeding kregen zag men een positief effect op de vetcellen: hoewel de cellen wel groter werden, waren er minder vetcellen ontwikkeld waardoor de muizen minder vet kunnen opslaan. Zowel meer omega 3-vetzuur als minder linolzuur leidt daarom tot een lagere vetmassa bij de volwassen muizen.

Wanneer deze bevindingen worden bevestigd in mensen, geeft dit duidelijke richtlijnen voor het verbeteren van de kwaliteit van voedingsvetten in de periode van ontwikkeling van jonge kinderen. Het zou de basis kunnen zijn voor nieuwe strategieën om overgewicht en obesitas in een vroeg stadium te voorkomen door middel van eenvoudige aanpassingen in het voedingspatroon van zwangere en borstvoedende vrouwen, zuigelingen en jonge kinderen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Proteine Dieet Shakes en Repen

ADHD of attention deficit hyperactivity disorder

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

ADHD (attention deficit hyperactivity disorder), ook wel aandachtstekort-hyperkinetische stoornis of aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis genoemd, is een aan het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders ontleende benaming voor een cluster van symptomen. Kenmerkend zijn impulsief gedrag, concentratieproblemen, rusteloosheid en leermoeilijkheden. De symptomen beginnen in de kindertijd en werken veelal belemmerend bij het dagelijks maatschappelijk functioneren.

 

 

 

 

 

 

ADHD is een omstreden stoornis omdat de symptomen in meer of mindere mate bij de meeste mensen voorkomen. De mate waarin het gedrag normaal functioneren belemmert is afhankelijk  van wat in een samenleving als normaal wordt verondersteld.

Het is goed mogelijk dat ADHD het uiteinde vertegenwoordigt van een normaal continuüm van persoonlijkheidskarakteristieken op het gebied van aandacht, prikkelgevoeligheid en motoriek. Ook het grootschalige gebruik van medicatie voor ADHD bij kinderen en de wereldwijde verspreiding van diagnose en behandeling dragen bij aan de publieke discussie over ADHD.

 

 

 

Voorkomen

 

In 2000 werd geschat dat circa 3 tot 5% van de kinderen ADHD had. In recenter onderzoek wordt een cijfer van 7 tot 8% van de kinderen en 2 tot 5% van de volwassenen genoemd. Het voorkomen hangt samen met een aantal risicofactoren zoals de leeftijd, het mannelijk geslacht, chronische gezondheidsproblemen, problemen in de familie, een lage sociaal economische status, de aanwezigheid van ontwikkelingsstoornissen en het wonen in een stad. De ziekte komt in alle tot nu toe onderzochte landen voor. De stoornis manifesteert zich in principe vroeg in het leven. Bij jongens wordt de diagnose drie keer zo vaak vastgesteld als bij meisjes.

 

 

 

 

 

In tweederde van de gevallen blijft ADHD aanhouden tot de volwassenheid maar de symptomen nemen af. Ook in de gevallen waar de symptomen tijdens de volwassenheid verdwijnen, functioneert 90% nog niet goed. Bij volwassenen wordt voor de aandoening soms de naam adult attention deficit disorder (AADD) gebruikt.

 

 

 

Kenmerken en diagnose

 

Personen met ADHD zijn beweeglijk, onrustig en minder voorspelbaar in hun motoriek en in hun denken. Ze zijn gevoelig voor prikkels van buitenaf, maar zoeken de prikkels zelf op wanneer die ontbreken.

Het “aandachtstekort” slaat niet op onvoldoende aandacht krijgen. Wel kan iemand met ADHD onvoldoende aandacht schenken aan zijn of haar omgeving doordat het niet goed mogelijk is om de aandacht bij één ding tegelijk te houden (concentratiegebrek). Een ADHD’er wordt snel afgeleid.

Hyperactiviteit kan zich uiten door lichamelijke onrust, maar ook door innerlijke onrust en impulsiviteit. Bij hyperactiviteit kan er ook sprake zijn van overmatige beweeglijkheid. Deze beweeglijkheid is door ADHD’ers vaak moeilijk te onderdrukken. Sommige ADHD’ers lijken zelf weinig tot niet bewust van hun eigen beweeglijkheid tot hen hierop gewezen wordt.

De mate en manier van beweeglijkheid is voor elke ADHD’er verschillend. Sommigen maken  grote bewegingen met benen of armen, sommigen friemelen meer met de vingers en handen. De beweeglijkheid kan in verschillende situaties ontstaan of verergeren. Over het algemeen zijn dat situaties met stress of een drukke omgeving.

Impulsiviteit betekent dat indrukken worden gevolgd door bijbehorend handelen. De handelingen moeten direct plaatsvinden en kunnen niet worden uitgesteld. Handelingen die eenmaal in gang zijn gebracht kunnen niet meer worden gestopt en moeten eerst worden afgemaakt. Afhankelijk van de situatie waarin zich de impulsiviteit voordoet kan deze tot problemen leiden.

Er kan vaak minder goed onderscheid worden gemaakt tussen belangrijke en minder belangrijke zaken. Bij taken worden dan verkeerde prioriteiten gelegd. De combinatie van bewegelijkheid en impulsiviteit zijn kenmerkend voor het drukke gedrag van personen met ADHD.

Bij een overmaat aan prikkels zoals bijvoorbeeld achtergrondmuziek in winkels, sterke geuren, veel mensen in zijn omgeving, enz., zal een persoon met ADHD zich liever in een rustige omgeving terugtrekken. De symptomen zijn het duidelijkst zichtbaar in de vroege kinderjaren. De diagnose vaak gesteld wanneer een kind nog op de basisschool zit.

De symptomen veranderen geleidelijk naarmate kinderen volwassen worden. De hyperactiviteit en impulsiviteit worden minder duidelijk zichtbaar en de problematiek verschuift naar meer subtiele symptomen zoals innerlijke onrust, onoplettendheid, gebrek aan organiserend vermogen en vermindering van gedrag m.b.t. uitvoerende taken.

Mogelijk omdat de volwassene na verloop van tijd beter met zijn/haar beperkingen leert om te gaan en de maatschappij aan volwassenen andere eisen stelt. Volwassenen met ADHD zijn gebaat bij een vaste structuur in hun werk waarin men optimaal kan functioneren. Men kiest soms onbewust een omgeving waar men minder last ervaart.

 

 

 

 

 

Diagnose

 

Elke arts is bevoegd om de diagnose ADHD te stellen, maar de stoornis wordt doorgaans vastgesteld door een psychiater of psycholoog of door een orthopedagoog. Deze zijn hiervoor specifieker opgeleid. Alleen een arts is bevoegd om eventueel medicatie voor te schrijven.

Voor stellen van de diagnose ADHD worden verschillende tests en observaties gebruikt. Er bestaat geen standaardtest. Vanwege het gebrek aan een eenduidige manier van diagnosestelling, is de diagnose vaak willekeurig en tendentieus.

In een Zwitsers onderzoek bleek dat in 75 procent van de gevallen de diagnose ADHD ten onrechte wordt gesteld. Wanneer het om een jongen gaat is de kans op een foute diagnose nog groter. Meisjes met dezelfde symptomen als jongens werden vaker ADHD-vrij verklaard.

In oktober 2005 sprak het kinderrechtencomité CRC van de Verenigde Naties zijn zorgen uit over overdiagnose van ADHD en het te vaak voorschrijven van psychoactieve middelen. Het comité sprak zich uit voor meer onderzoek naar de diagnose.

 

 

Leeftijden van personen bij wie ADHD gediagnosticeerd werd:

1 t/m 5 jaar 5%
6 t/m 8 jaar 22%
9 t/m 12 jaar 35%
13 t/m 18 jaar 22%
19+ jaar 16%

 

 

 

Oorzaken van ADHD

 

De hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek naar ADHD is exponentieel toegenomen sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw. De huidige ontwikkelingen in de cognitieve neurowetenschappen, en gedrags- en moleculaire genetica hebben bewijs verschaft dat ADHD een complexe neuro biologische stoornis is. Verschillende hersengebieden en verscheidene neurotransmitters zijn betrokken bij ADHD.

De rol van de neurotransmitter dopamine heeft behoorlijke aandacht gekregen. En de prefrontale cortex lijkt relevant om ADHD te begrijpen. De prefrontale cortex heeft een hoge behoefte aan dopamine, en speelt een rol in cognitieve functies.

De prefrontale cortex heeft veel verbindingen met andere gebieden van de hersenen, met inbegrip van het striatum (nucleus caudatus, putamen), kleine hersenen en de pariëtale cortex. Onderzoek heeft aangetoond dat sommige hersengebieden iets kleiner zijn of afgenomen activiteit hebben bij mensen met ADHD.

 

 

 

Behandeling

 

Met behulp van medicijnen kunnen de symptomen vaak flink worden verminderd. Dit heeft een positieve invloed op het sociaal functioneren. Medicijnen kunnen ook de niet-medicinale behandelingen ondersteunen. De behandeling van ADHD bestaat uit een op het individu afgestemd behandelprogramma, dat vaak medicatie en psychologische, educatieve, sociale en voedingsinterventies omvat.

Het is voor de effectiviteit belangrijk dat de persoon met ADHD en zijn of haar ouders/partner, andere familieleden en leerkrachten/schoolleiding actief bij het opstellen en uitvoeren van het behandelplan betrokken worden. Lotgenotencontact kan hierbij ook van positieve invloed zijn.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

1 op de 10 Vlaamse kleuters kampt met overgewicht

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

1 op de 10 Vlaamse kleuters kampt met overgewicht

 

 

Chubby fat kid trying to wear pants

.
.

1 op de 10 Vlaamse kleuters kampt met overgewicht. De hoofdoorzaak: het merendeel van de dag brengen ze zittend door, waardoor ze dus te weinig bewegen. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Marieke De Craemer (UGent), die de fysieke activiteit bij vier- tot zesjarigen bestudeerde.

Bij de vier- tot zesjarigen is al 9 procent van de jongens en 13 procent van de meisjes zwaarlijvig. De oorzaak daarvoor zoekt De Craemer bij hun beweegpatroon: 50 tot 80 procent van de dag bestaat uit activiteiten waarbij kleuters stilzitten, zoals lezen, knutselen, tv-kijken en computerspelletjes spelen.

Uit de gesprekken met ouders en leerkrachten blijkt dat zij meer beweging voor kleuters onnodig vinden. Integendeel, zittende kleuters zijn brave kleuters. Kleuterleerkrachten vinden het bijvoorbeeld belangrijk dat kleuters leren stilzitten in de klas als voorbereiding op het eerste leerjaar.

De Craemer ziet dat anders. Volgens haar dragen leerkrachten en ouders een gedeelde verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat kinderen niet zwaarlijvig worden. Daarom formuleert ze in haar onderzoek enkele tips. Zo kunnen leerkrachten de kleuterklas en speelplaats ‘uitdagender’ maken met touwen, kegels, hoepels en ander materiaal waarin kleuters zich fysiek kunnen uitleven.

Maar ook rechtop staan in plaats van zitten tijdens het tekenen, schilderen of knutselen is een goeie maatregel. Ouders kunnen hun kleuter activeren door zich met de fiets of te voet naar school te verplaatsen, of door meer activiteiten te plannen waarbij het kind veel beweegt. Daarnaast kun je als ouder speel- of reservekledij meegeven naar school: zo kunnen de kinderen ook ravotten op nat terrein.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Schoenmaten en kledijmaten voor baby’s.

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

 

Kledingmaten en schoenmaten voor baby’s

 

.

babys-en-peuters

 

 

Het eerste jaar na de geboorte verandert de kledingmaat van een baby regelmatig. De meeste baby’s zullen vlak na de geboorte in maat 50 passen, terwijl dit aan het einde van het eerste levensjaar soms al maat 80 is. Lees in dit artikel alles over kledingmaten voor baby’s.

 

 

 

Het gemiddelde

.

Bij kledingmaten voor baby’s (en kinderen) wordt vrijwel altijd uitgegaan van ‘het gemiddelde’. Ieder kind, en iedere baby, is natuurlijk anders. Zo kan kledingmaat 50 net na de geboorte te groot zijn voor een kleine, lichte baby, en juist weer veel te klein voor een grote, zware baby. Het gewicht, de lengte en de omvang van de baby spelen ook een belangrijke rol.

Een baby met stevige armen en benen zal sneller in een grotere maat passen, terwijl een tengere baby langer in een kleinere maat kan passen. In de onderstaande maattabel wordt uitgegaan van ‘de gemiddelde baby’. Dit houdt in dat de baby na de geboorte zo’n 6 á 7 pond weegt, en rond de 50 centimeter lang is.

Overigens is het lastig om ‘een gemiddelde’ voor het einde van het eerste levensjaar te rekenen. Baby’s hebben namelijk regelmatig groeispurtjes, en de ene baby zal in maat 80 passen, terwijl de andere aan 74 toe is.

 

 

.

Maattabel kleding

.

In onderstaande maattabel staat welke kledingmaat bij de leeftijd (in maanden) van een baby past:

.

0-1 maand 1-2 maanden 2-4 maanden 4-6 maanden 6-9 maanden 9-12 maanden
maat 50 maat 56 maat 62 maat 68 maat 74 maat 80

 

 

 

In onderstaande maattabel staat welke sok- of schoenmaat bij de leeftijd (in maanden) van een baby past:

 

0-1 maand 1-4 maanden 4-9 maanden 9-12 maanden
maat 10-12 maat 13-15 maat 16-18 maat 19-21

 

 

Buitenlandse maten

 

In bepaalde landen wordt een iets andere maatvoering gebruikt als in Nederland. In de onderstaande tabellen staat de maatvoering voor Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk (Engeland) en de Verenigde Staten.

 

 

.
Maattabel Frankrijk

.

0-1 maand 1-2 maanden 2-4 maanden 4-6 maanden 6-9 maanden 9-12 maanden
Newborn 1-3 m 3-6 m 6-9 m 9-12 m 12-18 m

 

.

 

Maattabel Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten

.

0-1 maand 1-2 maanden 2-4 maanden 4-6 maanden 6-9 maanden 9-12 maanden
Newborn 3 m 6 m 9 m 12 m 18 m

 

.

Toelichting maten

.

Kledingmaten en sok- of schoenmaten kunnen per kledingmerk of winkelketen soms (behoorlijk) verschillen. De verschillen zijn niet alleen te merken in de lengte van de kleding, maar soms ook in de pasvorm. Het is daarom aan te raden om de kleding te passen of te vergelijken met een ander kledingstuk. Ook kan de maat voor het onderlichaam verschillen van de maat voor het bovenlichaam; een baby kan bijvoorbeeld in verhouding vrij lange benen hebben en een wat korte romp.

De kledingmaten zijn overigens gelijk aan het aantal centimeters (de lengte) van de baby. Tijdens het eerste levensjaar groeien baby’s heel erg snel. De ontwikkeling gaat in een rap tempo; van zo’n 50 centimeter na de geboorte tot wel 80 centimeter aan het einde van het eerste jaar.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Zwangere vrouwen moeten extra jodium slikken

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Zwangere vrouwen moeten extra jodium slikken

.

.

.
.
.

Zwangere vrouwen nemen onvoldoende jodium in en dat heeft gevolgen voor de intellectuele ontwikkeling van kinderen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Hoge Gezondheidsraad (HGR).

Jodium is een belangrijk bestanddeel voor het goed functioneren van de schildklier. Jodium is een sporenelement dat van nature in kleine hoeveelheden in het lichaam voorkomt. De schildklier gebruikt dit element als bouwsteen voor de schildklierhormonen die een belangrijke rol spelen in het normaal functioneren van de lichaamscellen en de groei van de organen.

Bij volwassenen regelen deze hormonen ondermeer de hartslag en de bloeddruk. Bij kinderen spelen schildklierhormonen ook een rol bij de groei van botten, spieren, en zenuwweefsel, in het bijzonder het hersenweefsel.

Het meeste jodium krijgen we binnen via melk, brood en vis. Daarom werd in 2009 beslist om het zout voor bakkerijproducten te joderen. Onder meer door deze maatregel is de jodiumstatus van de Belgische bevolking verbeterd en in het bijzonder die van kinderen in de schoolgaande leeftijd (8 tot 12 jaar) die nu voldoende jodium innemen voor een harmonieuze lichamelijke en intellectuele ontwikkeling (100-199 microgram per dag).

 

 

Zwangere vrouwen

.

Bij vrouwen ligt dit gehalte een pak lager. Bij niet zwangere vrouwen ligt de minimale drempel op 100 microgram per dag. Voor zwangere vrouwen is dit 150 microgram. In beide gevallen komt men niet aan deze drempel.

De HGR adviseert daarom dat zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven jodiumsupplementen (dagelijkse aanvullende jodiuminname tussen 150 en 200 µg).

 

 

 

Verder adviseert de HGR dat:

.

• Het programma voor het gebruik van jodium verrijkt zout in bakkerijproducten moet ongewijzigd gehandhaafd blijven (15 mg/kg) met een uitbreiding naar alle bakkerijen en dit op een vrijwillige basis.

• Regelmatig jodiumrijke voedingsmiddelen verbruiken. De enige natuurlijke bron van jodium zijn zeeproducten. Algemeen wordt aanbevolen om 2 tot 3 keer per week zeevis of zeevruchten te eten.

• Indien bij de bereiding van gerechten zout wordt toegevoegd, gejodeerd zout met een matig jodiumgehalte (10 tot 15 mg/kg) gebruiken. Gejodeerd zout moet tegen een competitieve prijs beschikbaar zijn.

• De aanbevelingen inzake het toevoegen van jodium aan gecommercialiseerde voedingsproducten voor pasgeborenen en kinderen moeten correct toegepast worden, zodat de totale jodiuminname overeenstemt met de aanbevelingen voor deze leeftijdsgroepen. Kunstmatige zuigelingenvoeding zou minstens 10 microgram jodium per deciliter moeten bevatten, en zelfs 20 microgram voor prematuren.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA