Tagarchief: middeleeuwen

Karel de Grote, koning der Franken

Standaard

categorie : beroemde mensen 

 

 

 

Karel de Grote

 

 

Karel de Grote

 

.

Koning der Franken Karel de Grote werd geboren rond 747 en was de belangrijkste vorst uit de vroege middeleeuwen. De Frankische koning veroverde grote delen van Europa en breidde zijn rijk enorm uit. In 800 wordt de zeer religieuze Karel door de Paus gekroond als keizer. In 814 stierf Karel de Grote in Aken.

 

 

 

Vroege leven Karel de Grote

 

Karel de Grote werd geboren als de oudste zoon van Frankische koning Pepijn de Korte en Bertrada van Laon in het geslacht der Karolingen, waarschijnlijk omstreeks 747 in Luik. Na de dood van Pepijn in 768 werd het Frankische koninkrijk verdeeld tussen Karel en zijn broer Carloman.

Karel kreeg de noordelijke en westelijke gebieden van het rijk onder zijn beheer, terwijl Carloman Bourgondië, Acquitanië en Austrasië erfde, delen van het huidige Nederland en Frankrijk. Op 9 oktober 768 werd Karel gekroond in Noyon. Carloman werd tegelijkertijd in Soissons gekroond.

 

 

 

 

Koning der Franken

 

De verhouding tussen Karel en Carloman was niet goed. Karel sloot meerdere bondgenootschappen af, onder meer met de Longobarden en de hertog van Beieren. Hij wilde zijn macht vergroten en zijn broer dwarszitten. Hierdoor werd het rijk van Carloman bijna geheel omsingeld door Karel en zijn bondgenoten. Op 4 december 771 overleed Carloman plotseling. Karel eiste het koninkrijk van zijn broer op en werd alleenheerser over het Koninkrijk der Franken.

.

Het Rijk van Karel de Grote

 

 

Veldtochten en expansie van het Frankische Rijk

 

Vanaf 772 was Karel verwikkeld in een reeks veldtochten. Zo voerde hij strijd met de Langobarden. In 773 verklaarde hij op verzoek van Paus Adrianus de oorlog aan de Langobarden. Zij hadden pauselijk gebied veroverd. In 774 nam Karel de hoofdstad Pavia in en voegde hij Noord-Italië toe aan zijn Frankische rijk.

In 777 begon Karel de Grote een oorlog tegen de Moren in Spanje, nadat hij door de heersers van Barcelona en Zaragoza om hulp was gevraagd. Ondanks de verovering van het gebied rond de Pyreneeën was deze veldtocht geen succes. Op de terugtocht werd het Frankische leger verslagen bij de Slag van Ronceveaux in 778. Over deze slag werd het Roelantslied geschreven.

 

 

Roelandslied

 

 

Karel de Grote en religie

 

Een andere veldtocht die Karel ondernam was gericht tegen de Saksen, vanaf 772. Aanvankelijk om het grensgebied rustig te houden, maar vanaf 780 onderwierp hij het Saksische volk en werd het gedwongen tot kerstening. De zeer christelijke Karel legde ieder die zich niet bekeerde de doodstraf op. De Saksen bleven echter in opstand komen tegen zijn overheersing en de kerstening. Pas in 804 kwam er een einde aan deze oorlog.

 

 

 

Karel gekroond tot keizer

 

Karel de Grote was een zeer religieus man. Toen hij in 799 door de toenmalige Paus Leo III om hulp werd gevraagd stemde hij meteen toe. Leo was in de problemen geraakt in Rome. Een aantal leden van de pauselijke curie was in opstand tegen hem gekomen en hij werd verdreven uit Rome.

Karel trok met zijn leger naar Rome, sloeg de opstand neer en verzekerde Leo III van zijn positie als paus. Als dank hiervoor werd hij op 25 december 800 door Leo gekroond tot keizer. Hij was de eerste vorst met deze titel sinds de val van het West-Romeinse Rijk.

 

 

De keizerskroon van Karel de Grote

 

 

Opvolging van Karel de Grote

 

Na zijn kroning tot keizer ging Karel de Grote verder met het uitbreiden van zijn grondgebied. Hij nam onder meer de Avarenmark en Bohemen in. Hierna vestigde hij zich in de stad Aken. Karel de Grote overleed op 28 januari 814, na 47 jaar koning der Franken en 14 jaar keizer te zijn geweest en werd begraven in de kathedraal van Aken. Hij werd opgevolgd door zijn enige nog levende zoon Lodewijk de Vrome.

 

 

 

 

Onder protest van de Oost-Romeinse machthebbers werd Karel de Grote op eerste kerstdag van het jaar 800 door paus Leo III tot keizer gekroond. Om op goede voet te blijven met de Oost-Romeinen, was Karel van plan met de Oost-Romeinse keizerin Irene te trouwen. Als dat plan was doorgegaan, zou hei nieuwe samengevoegde keizerrijk weer bijna net zo groot zijn geweest als het oude Romeinse rijk. Maar keizerin Irene werd in 802 ten val gebracht. Bij de dood van de keizer in 814 erkenden de Oost-Romeinen het Frankische keizerrijk

 

.

 

Erfenis van Karel de Grote

 

Tijdens zijn leven is Karel vijf keer getrouwd geweest en had vele minnaressen. Bij deze vrouwen heeft hij 18 kinderen gekregen. Karel de Grote was naast een groot krijgsheer ook belangrijk voor de bevordering van economie en de cultuur binnen zijn rijk. Onder hem bloeiden deze enorm op, wat ook wel de ‘Karolingische Renaissance’ wordt genoemd.

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

Aquamarijn

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

De aquamarijn werd al in de klassieke oudheid (circa 700 v.Chr.-500 n.Chr.) gebruikt als talisman en amulet tijdens reizen over rivieren en zeeën. Zeelui die de Middellandse Zee bevoeren, hadden graag een stukje aquamarijn of een sieraad met aquamarijn bij zich. Dit zou beschermen tegen de verdrinkingsdood.

 

 

1000px-Octagon_glas_puntsteen_aquamarijn_blauw_14x10_mm

 

 

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Dit is de reden waarom er veel intaglio’s van aquamarijn zijn gevonden. Dit zijn kristallen waarin een voorstelling geslepen is. De aquamarijn intaglio’s hebben meestal – vanwege de zeegroene kleur – te maken met zee, scheep-vaart en vissen. Een dergelijke voorstelling zou Poseidon/Neptunus, de god van de zee, gunstig stemmen en de drager een voorspoedige vaart bezorgen. De voorstelling zou ook beschermen tegen zeeziekte en zou een goede visvangst bevorderen. De oudste aquamarijn intaglio’s stammen uit 300 v.Chr.

Uit de klassieke oudheid zijn ook veel mooie portretjes in aquamarijn gevonden. Soms als intaglio, soms als ca-mee. Bij een camee is de voorstelling niet ingeslepen, maar ligt deze verhoogd, omdat de achtergrond is weg geslepen. Zo is er een portret in aquamarijn gevonden van de Romeinse keizerin Julia Domna (170-217 n. Chr.). Zowel de Grieken als de Romeinen zagen aquamarijn als symbool van helderheid, zuiverheid en huwelijkstrouw. Men gaf elkaar aquamarijn sieraden als teken van liefde en trouw.

In de Romeinse oudheid wist men al dat transparante aquamarijn, en andere transparante berilsoorten, als ver-grootglas konden werken. De Romeinse wetenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.) beschreef hoe keizer Nero door een grote groenige beril (smaragd of aquamarijn) naar de gladiatorenspelen keek. In de 10e eeuw na Christus werd in Perzië het breken van het licht in natuurlijk glas ontdekt. Met deze kennis werden vergrootglazen uit beril geslepen, die op boeken of geschriften gelegd konden worden om het lezen te vergemakkelijken. In de 13e eeuw kwam deze kennis naar Europa. Al gauw werd de eerste bril vervaardigd van kleurloze of licht getinte beril. Ons woord ‘bril’ komt van b(e)ril..

In de Middeleeuwen werd de aquamarijn reeds gebruikt tegen oogklachten. Schrijver Jacob van Maerlant (1325-1335) beschrijft hoe je aquamarijnwater kunt gebruiken om ontstoken ogen mee te betten. Ook bij keelklachten werd de aquamarijn gebruikt. Niet alleen zou het kristal keelpijn helen, maar de drager zou ook nog welsprekend worden. Klachten aan maag en lever zouden eveneens geheeld worden met aquamarijnwater. Paus Julius II (1443-1513) bezat een kroon waarin een enorme aquamarijn gezet was. De aquamarijn werd vanwege zijn zeegroene kleur in verband gebracht met de Maagd Maria, die als bijnaam Stella Maris, ‘Sterre der Zee’, heeft.

Een bijzonder en groot exemplaar is de gefacetteerde aquamarijn die als knop het gevest van het zwaard van de Franse prins Louis Murat (1896-1916) sierde. De steen wordt op 550 karaat geschat. Deze steen zou tijdens de strijd beschermen tegen verwondingen. In Brazilië is een enorme aquamarijn gevonden die na slijpen 1000 karaat woog. Deze steen wordt liefkozend ‘Most Precious’ genoemd.

 

 

 

.

 

aquamarijn-trommelsteen

 

 

 

 

 

 

 

Spiritueel

 

* Aquamarijn is de steen van de troost. De steen helpt mensen met verdriet om het verlies van geliefden of geliefde voorwerpen, en helpt ook mensen die zich niet thuis voelen in deze wereld. Aquamarijn maakt eerlijk, en geeft compassie en geduld met de medemens.
* Aquamarijn geeft helderheid van zaken, helpt je helder waar te nemen en de hoofdlijnen te onderscheiden van de bijzaken.
* Aquamarijn helpt, net als alle andere berilsoorten, het intellect te scherpen en structuur aan te brengen waar dat nodig is.
* Aquamarijn maakt speels en creatief. De steen helpt om gedachten op een speelse manier onder woorden te brengen, met humor en gevoel.
* Bij angsten en fobieën kan aquamarijn helpen de oorzaak te doorgronden, onder woorden te brengen en daardoor te bedwingen.

 

 

aquamarijn

 

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Aquamarijn dankt zijn kleur aan de aanwezigheid van tweewaardig ijzer, Fe2+. Is er zowel tweewaardig als drie-waardig ijzer aanwezig, dan is het kristal korenbloemblauw. Deze koninklijke kleur wordt ook wel Maxixe-aqua-marijn genoemd, naar de mijn in Zuid-Amerika waar deze berilvariant gevonden werd.

Omdat korenbloemblauwe aquamarijn nogal zeldzaam is, wordt beril stenen met meer voorkomende kleuren (wit, geel) soms bestraald, waardoor ze toch korenblauw worden. Helaas is die kunstmatige kleur niet kleurecht. De kleur verdwijnt na blootstelling aan warmte of zonlicht. Aquamarijn vertoont soms lichteffecten: spleetvormig (kattenoog) of sterachtige (asterisme). Dit wordt veroorzaakt door kleine stukjes ingesloten mica of ingesloten vocht.

 

 

Samenstelling: Be3Al2(SiO3)6 + (Fe2+, Fe3+)
Hardheid: 7,5 – 8
Glans: glasglans
Transparantie: transparant, doorschijnend, doorzichtig
Breuk: schelpvorming, onregelmatig
Splijtbaarheid: slecht
Dichtheid: 2,7 – 2,9
Kristalstelsel: hexagonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

De Carneool

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Kenmerken van carneool

 

Carneool is een doorzichtige kwartssoort die meerdere tinten kan hebben, van geel tot oranje tot bruin. Eenkleu-rige carneool is moeilijk te vinden. Zie je steentjes van een paar centimeter of groter met één kleur, dan is de kans groot dat het gaat om geverfde of gebrande chalcedoon.

 

 

carneool

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Carneool werd bij de Oude Egyptenaren (vanaf ongeveer 3300 v.Chr.) zeer gewaardeerd en gebruikt als be-schermsteen en als helende steen, een steen die zou helpen tegen bloedarmoede en hevig bloedende wonden zou stelpen. Door het warme Egyptische klimaat werd carneool vaak erg rood, waardoor hij nog meer met bloed werd geassocieerd. Men noemde carneool ‘Bloed van Isis’. Isis is de Egyptische godin van vruchtbaarheid, leven en de dood. Zij heeft een gordel van carneool. Kleine amuletten van carneool, meegegeven aan de doden, zouden helpen om de ziel van de dode veilig te laten reizen naar het dodenrijk.

In het Oude Mesopotamië (ongeveer gelijktijdig met het Oude Egypte) werd carneool gebruikt als helende steen bij klachten aan bloed en spieren, en bij ontstekingen. Carneool was geliefd in zegelringen of zegelrollen, omdat was gemakkelijk loslaat van deze steen. Er zijn vele zegelringen en zegelrollen teruggevonden, in zowel Egypte en Mesopotamië als het Oude Griekenland en het Romeinse Rijk. Op de foto links een schitterende intaglio met carneool uit de 1ste eeuw v. Chr.

De Oude Grieken en Romeinen hielden erg van ringen met carneool. Ze verwerkten liefst de wit-oranje en wit-bruine exemplaren – dat is carneool die overgaat in zuiver kwarts – tot fraaie cameeën (steen met verhoogde afbeelding) en intaglio’s (steen met verzonken afbeelding). Een sieraad of zegelring met carneool zou bescher-men tegen pech en ongelukken. De vrouwen vlochten carneolen kralen in hun haar of droegen haarbanden met carneool. Rode stenen zoals carneool zouden goed helpen bij bloedende wonden en ontstekingen. Men zag rode carneool als zinnebeeld voor de helende en verwarmende werking van de zon. De verschillende tinten carneool werden geïmporteerd uit Mesopotamië, Sri Lanka en India.

In het islamitische Midden-Oosten werden gebeden vanouds in carneool gegraveerd; dat zou een krachtige be-scherming bieden tegen elk mogelijk onheil. Al eeuwen gebruiken boeddhistische monniken in Tibet carneool als helende steen tegen hoofdpijn. De Duitse mystica Hildegard van Bingen (1098-1179) maakte de carneool bekend in Europa. Ze gebruikte trouwens de naam sarder. In de Middeleeuwen gebruikten Europeanen de steen niet al-leen als amulet tegen onheil en ongelukken. Ze gebruikten carneool ook als helende steen bij hoofdpijnen en neusbloedingen, en om het bloeden van gapende wonden te stelpen.

In de 18e eeuw meende men dat een man die een ring met carneool droeg, onweerstaanbaar zou zijn voor vrouwen. De oranjerode variant van carneool is het bekendst. De naam sarder wordt wel gebruikt voor de wat minder doorzichtige, bruinere variant van carneool. De steen wordt ook wel kornalijn genoemd, naar de bruinrode Kornoelje kers. Andere namen zijn bloedagaat en vleesagaat. Een handelsnaam voor oranjerode carneool is sardoliet.

Carneool is een geliefde sier- en heelsteen. Er worden cabochons, kralen en fraaie hangers van gemaakt.
Carneool (vooral de oranje) is een opwekkende en vrolijk makende steen. De vermoeiden krijgen meer energie met carneool. De steen maakt pragmatisch en praktisch, en is goed voor mensen met concentratieproblemen.

 

 

carneool

 

 

 

 

 

 

ruw

 

 

 

Spiritueel

 

* Carneool heelt de aura. Stress kan gaten slaan in de aura, maar carneool lost stress en problemen op.
* Carneool maakt kalm, doelbewust en pragmatisch. Eenmaal iets begonnen, wordt afgemaakt en tot een goed einde gebracht.
* Je voelt je dankzij carneool onderdeel van een groter geheel en verantwoordelijk voor de gemeenschap. Idealisme en goede doelen worden heel normaal.
* Carneool helpt je leven en dood te accepteren zoals die komen. Carneool laat je angst voor de dood verdwijnen.
* De rode carneool geeft energie, maakt actief, flexibel en verdraagzaam.
* De oranje carneool geeft – nog sterker dan de andere tinten carneool – levensvreugde en plezier, maakt luchtiger en vrolijk, geeft een gevoel van eigenwaarde.
* De gele carneool heeft de sterkste werking op familiebanden en het gevoel bij elkaar te horen.

 

 

carnelian

 

 

 

 

 

ruw

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Carneool kan verschillende kleuren hebben: geel, oranjerood, donkerrood, bruinrood, donkerbruin. De verschil-lende kleuren zijn afhankelijk van de temperatuur waaronder de steen ontstaat en hoeveelheid ingesloten water. De pure carneool is een geel tot oranje kwarts die water bevat (hydroxide), en die ontstaat bij lagere temperatu-ren. Bij hogere temperaturen verdwijnt het water en wordt de kleur roodbruin tot bruin (oxide), Dit proces van vochtverlies (door verhitting) kan natuurlijk ook kunstmatig een hydroxide in een oxide veranderen. De kleur varieert afhankelijk van de oxidatietoestand van het ijzer.

Vaak toont de steen ook witte lijnen of vlakken. Op die plekken gaat carneool over in zuivere kwarts (chalcedoon). Soms bevat carneool ook zwarte vlekken. Dat is onyx, kwarts met ingesloten koolstof. De steen is duidelijk ver-want met agaat; houd je carneool tegen het licht, dan zie je vaak de randen en banden die zo kenmerkend zijn voor agaat.

 

 

 

Samenstelling: Ca SiO2 + (Fe, O, OH) + Fe2+ (geel), SiO2 + (Fe, O, OH) + Fe3+ (oranje, rood tot bruin)
Hardheid: 7
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,65
Kristalstelsel: trigonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Saffier.

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Kenmerken van saffier

 

Saffier kan allerlei kleuren hebben, maar blauw is de populairste kleur – en de kostbaarste. De prachtig blauwe saffier roept het beeld op van rijke koningen en keizers, net zoals robijn, diamant en smaragd dat doen. In een saffier die cabochon geslepen is, kan een zespuntige ster zichtbaar zijn. De steen heet dan een stersaffierDe saf-fier is de nationale steen van Griekenland. In Brazilië is het de beroepssteen voor ingenieurs. Saffier geldt als een zeer spirituele steen en beschermt gezicht, geest en verstand.

 

 

ruwe saffier

 

 

 

geslepen saffier

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Al eeuwen worden saffieren gewaardeerd vanwege hun prachtige koninklijk blauwe kleur en hardheid. In India waardeerden koningen saffieren uit Sri Lanka zeer. Zij lieten hun kleding met saffieren versieren en hun vrouwen droegen saffier in hun haar. Ook in het oude Griekenland waren saffieren geliefd als versiersel in het haar van de Griekse dames. In het oude Griekenland werden trouwens álle blauwe edelstenen sáppheiros (‘saffier’) genoemd.

In de Middeleeuwen was de saffier geliefd voor sieraden. Vooral de stersaffier werd gebruikt in sieraden die ver-loving of huwelijk bezegelden. De saffier zou de echtelijke trouw en vriendschap binnen de relatie bevorderen. Saffier werd ook graag gebruikt als amulet tegen zwarte magie en hekserij. Heksen gebruikten ook saffier, maar dan om de toekomst te voorspellen, geesten op te roepen en die geesten hun wil op te leggen.

In middeleeuws Duitsland heette de stersaffier ook wel de ‘overwinnaarsteen’. Een ring met saffier zou moed en kracht, eer, kuisheid en onsterfelijkheid schenken. In de 12e eeuw droegen bisschoppen gouden ringen met saf-fier. Dat was op bevel van paus Innocentius. Blauwe saffier zou de dragers helpen de spirituele waarheid te zien en hun kuisheid te bevorderen. Het blauw zou de drager nader tot God brengen.

Mysticus Jan van Ruusbroeck (1293-1381) liet zich graag inspireren door zaken uit de natuur, zoals edelstenen. Hij beschreef de saffier als de Steen der Opstanding en Hemelvaart van Jezus Christus. Tot begin 19e eeuw werd saf-fier in boeken beschreven als de saffierblauwe variant van het mineraal korund. Net zoals robijn de rode variant van korund was. Pas daarna werden deze kleurvarianten van korund als zelfstandige edelstenen beschouwd.

 

 

 

 

 

Spiritueel

 

* Saffier maakt spiritueel. Je paranormale gaven groeien door het dragen van saffier.
* Saffier maakt deugdzaam en waarheidslievend, geeft een goed humeur en maakt vrolijk.
* Saffier versterkt relaties, maakt trouw en onderhoudt de vriendschap.
* Angsten en fobieën, zoals smetvrees en pleinvrees, verminderen of verdwijnen zelfs als je saffier draagt.

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Saffier hoort bij de familie korund. Deze groep verwante mineralen bevat de hardste stenen na diamant. Korund
bestaat uit aluminiumoxide en is vaak grijzig, bruinig. Saffier bevat ook andere elementen, in kleine hoeveelhe-den. Sporen titaan (Ti) en ijzer (Fe) kleuren saffier blauw. Sporen vanadium maken de steen paars, ijzer maakt geel of oranje, en nikkel groen. De kleur van saffieren wordt vaak intenser gemaakt door bestraling. De robijn is het ro-de zusje van de saffier. Het grote verschil tussen de twee mineralen is dat robijn chroom bevat.

Soms bevat saffier naaldvormige insluitsels van rutiel (TiO2). Deze insluitsels volgen de assen van het kristalstelsel. Is zo’n saffier cabochon geslepen, dan kun je bij een bepaalde lichtinval een ster met zes en soms twaalf punten zien oplichten. We noemen de steen dan een stersaffierVaak vertonen saffieren twee verschillende kleuren, af-hankelijk van de hoek waaronder je de steen bekijkt. Een blauwe saffier lijkt soms wit of lichtblauw, soms donker-der blauw.

 

 

robijn en saffier

 

 

 

stersaffier

 

 

 

Samenstelling: Al2O2 + Ca, Fe, Mg, Si, Ti, Zn + (Mg, V)
Hardheid: 9
Glans: glasglans, mat. Als ruwe kristal is de saffier vaak mat, in edelsteenkwaliteit heeft hij glasglans.
Transparantie: ondoorzichtig, doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: klein schelpvormig, ruw, splinterig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 4,05
Kristalstelsel: trigonaal-hexagona

 

 

 

blauwe saffier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Adellijke vrouwenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Kleding speelde in de middeleeuwen al een belangrijke rol. Het liet het verschil zien tussen adellijken en burgers. Dit lieten ze zien door middel van technieken, maar ook door middel van kleur. Het dragen van kleding ging steeds meer klasse uitstralen, wat je in de hedendaagse samenleving ook nog wel eens terug ziet. Hoe zag de adellijke vrouwenkleding eruit in de late Middeleeuwen

 

 

Adellijke vrouwenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

 

 

 Adellijke vrouwenkleding (1000-1490)

 

Bij de vrouwen is het verschil tussen de late middeleeuwen en de vroege middeleeuwen duidelijk te merken. De jurken zijn door de tijd heen wel altijd lang gebleven. De jurken hadden verschillende lagen over elkaar heen. Zo had je een onderhemd, onderjurk en een bovenjurk. Adellijke vrouwen droegen vaak ook nog een mantel. Het silhouet van de jurken was van boven smal en onder wijd uitlopend.

Door de tijd heen bleven de rokken wijd uitlopend en was er dus weinig verandering in. De mouwen waren anders dan dat je ze tegenwoordig ziet. Het overkleed van de vrouw had meestal geen mouwen, zodat het ook niet warm was in de zomer. Zodra het wat kouder werd, werd er een kort linnen mouwtje vastgespeld aan het overkleed.

Zodra het kouder werd in de winter hadden de vrouwen ook nog lange, warme, wollen mouwen die ze dan weer vastmaakten aan het korte mouwtje met een paar steken. Tussen 1000-1200 waren de mouwen lang en heel wijd. Wat later in de middeleeuwen (1200-1350) waren de mouwen nog steeds lang, maar ze waren nauwsluitend aan de arm.

Vijftig jaar later werden deze mouwen sierlijk afgezet met knopen of sierlijk gekleurde stoffen, net zoals bij de mannen. De mouwen tussen 1400 en 1440 leken veel op de mouwen van de mannen. Deze waren namelijk lang en sierlijk wijd en afgezet met bont. Zo lieten de adellijken zien dat ze rijk en machtig waren. Bont was namelijk niet te betalen voor de boeren.

De mouwen van de vrouwen waren in deze tijd wel minder gepoft dan die van de mannen. Je kon dus nog duidelijk verschil zien. Tussen 1440 en 1490 gingen de mouwen van de vrouwen weer deels terug naar 1000-1200. Ze liepen weer wijd uit, alleen niet zo wijd als in de vroege middeleeuwen.

De kleur werd gemaakt met natuurlijke producten zoals: uien (geel), gras (groen), bessen (rood). De kleuren van adellijken waren fleuriger, Oosterse stoffen. Dit konen adellijken zich veroorloven, omdat zij meer bezittingen hadden. Dat onderscheidde de adellijken van de boeren. De oosterse landen hadden betere kleurtechnieken, waardoor de kleuren van de adellijke kleding langer houdbaar bleef.

 

 

220px-Koningin_Marie_Louise_Gustaaf_Wappers

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1000-1200

 

De kleding van de burgerlijke vrouw bestond uit een lang onderhemd, een onderkleed en vaak een iets korter overkleed. De hals van het onderkleed was meestal rond. Het accent kwam op de taille en de buste te liggen. Er werden koorden kruiselings gedragen over de taille, zodat de vrouwelijke vormen beter uitkwamen. De mouwen werden na de 11e eeuw steeds wijder.

Soms kregen deze mouwen een strook tot op de grond waarin een knoop werd gelegd. De mantel had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel dat met een sierspeld werd vastgemaakt. De mantel werd vaak voor de sier afgezet met bont of geborduurde randen.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt waren wol, linnen en bont. Zijde was heel zeldzaam, dus dat droegen de adellijke vrouwen veel. Na de 11e eeuw werd linnen ruimer verkrijgbaar, maar het was nog steeds heel erg kostbaar. De kleuren die veel werden gebruikt waren voornamelijk; felle kleuren met een betekenis, net als bij de mannen:

 

  • Wit: Zuiverheid.
  • Purper: Waardigheid.
  • Groen: Eeuwige jeugd.
  • Rood: Hemelse liefde.

 

De patronen die in deze tijd werden gebruikt waren ingeweven of geborduurde cirkels of vierkantjes. Ze hadden veel geborduurde randen en gebruikten veel motieven uit de klassieke oudheid.

 

 

slide_3 1200

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1200-1350

 

De kleding van de adellijke vrouw bestond uit een lang onderhemd, een onderjurk en een overkleed. Vaak droegen de vrouwen ook een mantel. Het silhouet was van boven smal en de rok was wijd uitlopend. De onderjurk had lange mouwen en een ronde hals. Het overkleed had geen mouwen. Als dit overkleed wel mouwen had, waren deze rond 1250 aangezet met een aantal steken en niet aangeknipt. De mantel bestond uit een cape dat werd vastgehouden door een kettinkje, of deze werd vastgespeld.

De rokken die in deze tijd veel werden gebruikt waren voornamelijk wol, linnen, bont en het fluweel werd nu ook meer gebruikt. Bont was heel kenmerkend voor de adellijke stand, omdat alleen zij mochten jagen. En als ze het konden kopen van westerse landen maakte de adellijke stand de handen nog niet een vuil. Veel gebruikte kleuren van de adellijke stand waren; rood, blauw, groen en roze.

Hoe meer kleur je jurk bezat, hoe hoger je stand was. Adellijke vrouwen konden zich namelijk veroorloven stoffen te kopen van de oosterse landen. Deze stoffen werden beter gekleurd dan in de westerse landen. In de westerse landen werden de stoffen gekleurd met natuurlijke producten, die als je ze wasten, snel vaal werden. Veel gebruikte patronen in deze tijd waren heraldische motieven. Alleen de randen van de jurken werden afgezet met deze motieven.

 

 

mac17r21300

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1350-1400

 

De kleding van de adellijke vrouw was strakker dan 100 jaar geleden, lang en laag uitgesneden. Het onderkleed was nu strak aangetrokken met veters of knopen. Over het onderkleed dat vaak liripipes, dit waren stukjes stof die sierlijk vielen, aan de onderkant van de mouw. De mouwen waren erg wijd uitgesneden. Deze gaven namelijk de nadruk op de lichaamsvormen van de vrouw. Het overkleed werd vaak afgezet met bont, dat stond voor klasse en elegantie.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt door adel waren voornamelijk wel, linnen, bont, katoen, zijde en nu ook geverfd bont. Het onderkleed werd maastal gemaakt van linnen en de mouwen van de jurken werden vaak afgezet met (geverfd) bont. Veel gebruikte kleuren door adel in deze tijd waren; rood, blauw, groen, roze en nu werd goudskleurig ook gebruikt.

Veel gebruikte patronen in deze tijd waren; bloemen en wijnranken. De patronen werden nu niet meer alleen gebruikt voor de randen, maar nu ook voor de gehele stof. Als er effen stoffen werden gebruikt, werden deze jurken vaak afgezet met sierlijke randen. Ook horizontale en diagonale strepen waren veel gebruikte patronen in deze tijd.

 

 

marie-christine 1400

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1400-1440

 

De kleding van de adellijke vrouw was in deze tijd vooral gericht op voortplanting. De jurken hadden nog steeds een onderkleed en een bovenkleed, maar het was allemaal ruimer. Bij het wijde bovenkleed werd het accent net onder de buste gemaakt. Dit werd gedaan door middel van een band. Deze overkleden hadden een hoge taille, zodat de bolle buik van de vrouw extra opviel. Het onderkleed werd aan de achterkant vastgemaakt met touwen.

Dit was een voorloper van de korset. Het enige wat nog overeenkomt met de korset tegenwoordig is dat het beide strak werd aangetrokken. Een gewone vrouw, die niet zwanger was, droeg een korset over het onderkleed met mouwen.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt waren; kleurenen zijde. Zijde was in deze tijd een zeer zeldzame stof en was dus moeilijk verkrijgbaar. Alleen adellijken konden zich dit soort stoffen veroorloven. Deze stoffen werden voor de adellijken (westen) in de oosterse landen geweven en gemaakt. De kleuren die werden gebruikt in deze tijd, waren hetzelfde als 50 jaar daarvoor.

Alleen het goud werd minder gebruikt. De patronen die veel gebruikt werden in deze tijd waren meer bedrukt. Deze werden voornamelijk bedrukt met kleine bloempatronen over de gehele stof. De jurken werden ook aan de randen afgezet met een soort van kant.

 

 

prev002prin01ill4161400

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1440-1490

 

Na de door van Karel de Stoute viel het Bourgondische rijk. Hierdoor kregen de jurken meer Italiaanse invloeden. De kleding van de adellijke vrouw bestond nu uit een onderjurk of een korset en een overkleed of een robe. Door de lage hals van het overkleed was een deel van het korset zichtbaar. Dit was vaak anders van kleur en vaak ook geborduurd met mooie patronen.

De mouwen van de jurk waren strak en liepen door tot op de hand. Het overkleed had nog steeds een hoge gordel. Deze werd vaak aam de achterkant van de jurk vast gegespt. Vrouwen van adel hadden ook nog een sleep aan het overkleed.

De stoffen die in deze tijd werden gebruikt waren; linnen, katoen, wol. Zijde, fluweel, brokaat en bont. Doordat de handel langzamerhand opkwam in deze tijd ontstond er concurrentie. In het geval van de stoffen kwam er concurrentie tussen Engeland en Vlaanderen met het bont.

De kleuren die werden gebruikt waren hetzelfde als een eeuw daarvoor, alleen bleef de kleur langer mooi, vanwege de betere kleurtechnieken van het buitenland. Veel gebruikte patronen in deze tijd waren; wijnranken en granaatappels. Deze patronen werden over de gehele stof bedrukt.

 

 

middeleeuwsekleding 1500

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Burgerlijk mannenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

.

 

 

 

 

Burgerlijk mannenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

 

 

Kleding speelde in de middeleeuwen al een belangrijke rol. Het liet het verschil zien tussen adellijken en burgers. Dit lieten ze zien door middel van technieken, maar ook door middel van kleur. Het dragen van kleding ging steeds meer klasse uitstralen, wat je in de hedendaagse samenleving ook nog wel eens terug ziet. Hoe zag de burgerlijke mannenkleding eruit in de late Middeleeuwen?

 

.

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1000-1200

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een voorloper van een broek, ook wel braies genaamd, een overkleed en een mantel. De braies bestond uit een tussen de benen geslagen lap stof, die met een gordel omhoog word gehouden. De latere broek kwam tot aan de enkels. De mannen droegen ook kousen die omhoog gehouden werden door kruisbanden.

In de 12e eeuw kregen de kousen meer vorm en werden ze langer, zodat men ze over de braies ging dragen. De bovenbroek werd toen een onderbroek. Het overkleed werd korter gedragen dan dat van de adellijke mannen. Op deze manier konden de mannen beter op een paard rijden en vechten.

De stoffen die voor de burgerlijke mannen waren geschikt waren: wol, linnen en bont. De motieven die in de stof werden geweven waren cirkels of vierkantjes. De kleuren die werden gebruikt waren bruin, wit en grijs. Dit kwam doordat de burgerlijke mannen hun kleren zelf moesten verven.

 

 

 

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1200-1350

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een braies, een overkleed en een mantel. Dit is hetzelfde als 200 jaar terug. De burgers konden niet veel veranderen aan hun kleding, omdat ze het zelf moesten maken en verven. De mantel in deze tijd was een wijd pelgrimskleed van bruine wol, dat over het hoofd werd getrokken.

De stoffen die geschikt waren voor de burgers waren wol, linnen, laken en bont. De kleuren van de stoffen kwamen al meer in de buurt van de adellijke kleuren zoals; rood, blauw en groen. Van de burgers waren de kleuren alleen doffer. Bruin, wit en grijs werd nog steeds door het merendeel van de burgers gedragen. De burgers hadden nu eenvoudige patronen op hun stoffen zoals: ruiten en strepen.

 

 

1250

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1350-1400

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een braies, een hemd en een pourpoint (dit was een soort jasje). De poutpoint was getailleerd en afgezet met knopen. De lange mouwen van het hemd kwamen onder de poutpoint uit. De broek was bijna niet zichtbaar, net zoals het hemd wat eronder zat.

Aan het einde van de 14e eeuw kwam een nieuw type overkleed in de mode onder de burgers. Deze kwam tot net boven de knie, zodat de burgers nog gemakkelijk op hun paard konden zitten. De mantel was kort, zodat de burgers er geen last van hadden met paardrijden en had losse mouwflappen.

De stoffen die werden gebruikt voor de burgers kwamen nu ook meer in de richting van de adellijken. De stoffen waren namelijk gemaakt van: wol, linnen, katoen en tafzijde. In Frankrijk en Italië werd er door het volk ook geverfd bont en zijde gedragen. Onder de burgers zag je qua patronen vaak horizontale strepen of verticale strepen.

 

 

1350

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1400-1440

 

De burgerlijke mannen droegen een kort hemd en een korte braies. Ze droegen hierover een jasje dat bij de heupen strakker zat door middel van een riem. Aan deze riem konden ze hun wapens ook hangen, als ze moesten vechten voor de koning. De mannen droegen ook twee kousen, die nog steeds omhoog gehouden werden met een bandje net onder de knie.

De stoffen die nu ook gebruikt werden door de burgers waren: wol, linnen, katoen, zijde en brokaat. De burgers droegen nog steeds veel bruin, wit en grijs. De stoffen onder de burgers werden meer bedrukt, maar je zag nog steeds duidelijk verschil tussen adellijke en burgerlijke kleding.

 

 

 

1450 bis

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1440-1490

 

De burgerlijke mannen droegen over het hemd een jasje met of zonder riem met pofmouwen. Hoe hoger je stand was hoe groter de pofmouwen waren. De burgerlijke mannen hadden dus niet zo duidelijk grote pofmouwen, maar de mouwen werden wel strak gehouden door een touwtje aan de onderkant, waardoor de mouwen gingen poffen.

Het hemd kreeg aan het einde van de 15e eeuw een lagere hals. En tussen de kousen werd een lapje stof genaaid, zodat er een voorloper van de broek ontstond. Onder de adellijken bestond dit al wat langer, maar bij de boeren kwam dit pas aan het einde van de 15e eeuw.

De stoffen die werden gebruikt door de burgerlijke mannen was nog steeds hetzelfde als 40 jaar geleden, namelijk: wol, linnen, katoen, zijde en brokaat. De gegoede burgers kregen nu ook meer oosterse kleuren zoals: blauw, rood en groen. De burgers die niet zoveel hadden bleven nog steeds bruin, wit en grijs dragen. De patronen waren ook nog steeds hetzelfde als 40 jaar geleden.

 

 

1550 bis

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

.

.

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

 

Accessoires van de vrouwen zijn een nog belangrijker aspect in de kledingstijl dan bij de mannen. Deze accessoires geven nadruk op de vrouwelijke vormen. Tegenwoordig word er gebruikt gemaakt van oorbellen, armbanden, kettingen, riemen etc. en in de middeleeuwen hadden ze daar hele ander ideeën over. De haren van een vrouw uit de middeleeuwen zegt veel over uit welke eeuw van de middeleeuwen zij komt.

 

 

.

 

Accessoires vrouwen 1000-1200

.

De mantel had dezelfde vorm als die van de man. Dit was een losse cape in de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Bij de adellijke vrouwen werd deze mantel vastgezet op één of twee schouders met een sierspeld. De mantel werd ook bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Bij de burgerlijke vrouwen werd deze mantel vastgezet met steekjes en deze had een capuchon.

Het haar van de vrouwen was geheel anders dan dat van de man. Getrouwde vrouwen droegen een hoofddoek of een stuk van hun mantel over hun hoofd heen. Vrouwen die niet waren getrouwd droegen hun haren in vlechten. De accessoires van de vrouw bestonden uit een gordel met juwelen of metalen plaatjes.

Ze hadden een haarband om hun hoofd heen afgezet met juwelen of metalen plaatjes, sierspelden, een gordeltasje voor aalmoezen en grote oorhangers. De schoenen van de adellijke vrouwen waren van leer of van zijde en waren met gouddraad versierd. De burgerlijke vrouwen liepen op blote voeten of op houten zolen met riemen, ook wel patins genoemd.

 

.

1200.

.

 

 

Accessoires vrouwen 1200-1350

.

De mantel van de vrouw bestaat uit een cape, dat met een kettinkje bij elkaar word gehouden. Vaak worden deze capes ook vastgespeld met sierspelden, maar dat is afhankelijk van de stand van de vrouw. Adellijke vrouwen hadden kettinkjes en sierspelden en burgerlijke vrouwen hadden de cape met steekjes op de schouder vast gezet.

Alle vrouwen droegen in deze tijd iets op het hoofd. Los haar werd namelijk beschouwd als verleidelijk. Koninginnen, jonge adellijke vrouwen en ongetrouwde vrouwen werden meestal afgebeeld zonder iets op het hoofd. Hun haar werd gevlochten en bijeengehouden door een crespine, dat is een soort haarnet.
De hoeden die de vrouwen droegen heet een kaproen.

Dit is een openstaande haarband met siersteken en juwelen (voor de adellijke vrouwen) erop. Bij de kaproen waren meestal twee torentjes van het haar zichtbaar. Oudere vrouwen droegen het meestal met een sluier. Later kwam er hoofdbedekking voor nonnen. De schoenen van de vrouwen waren plat en puntvormig.

 

.

1300

.

.

 

Accessoires vrouwen 1350-1400

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen in deze tijd bestond uit opgerolde vlechten in een soort van kokertjes. Deze kokertjes hadden een vorm van zuilen en zaten in de buurt van de slapen. Dit werd ook wel templettes genoemd. Vaak droegen de vrouwen deze templettes met hoofdband en sluier.

De sluier werd voornamelijk gebruikt door oudere vrouwen. Veel gebruikte accessoires in deze tijd door de vrouwen waren; een gordel met daaraan edelstenen en een dolkje. De handschoenen werden nog steeds gedragen en vaak werden er ringen overheen gedragen. Verder werden er veel sierspelden en knopen gebruikt. De schoenen waren in deze tijd eigenlijk overbodig, net als kousen. De jurken waren zodanig lang dat je de schoenen of de kousen niet eens zag zitten.

 

.

1350

.

 

 

Accessoires vrouwen 1400-1440

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen werd gevlochten in twee horentjes boven de oren vastgezet met metaaldraad. Dit leek een beetje op duivelsoren. Het schoonheidsbeeld was een dik en glad gezicht, daarom werd er wel eens een stukje van de haargrens weggeschoren.

De hoed was hetzelfde als de haren, namelijk breed. De adellijken hadden deze hoeden uitgebreid. De boeren vrouwen droegen deze hoeden met een sluier. Veel gebruikte accessoires door vrouwen uit deze tijd waren; een gordel om de taille, sierspelden, broches, beurs, ringen en handschoenen. Een nieuw soort accessoire in deze tijd voor de vrouwen was een gouden halsketen met parels.

 

 

1450

.

 

 

Accessoires vrouwen 1440-1490

.

De mantel van de vrouwen uit deze tijd bestond uit een cape vastgezet met sierspelden. Er bestonden waarschijnlijk in deze tijd ook al jassen met mouwen. De randen van de mantel en de jassen werden bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Het haar van de vrouwen in deze tijd was weggeschoren bij de haargrens en bij de wenkbrauwen. Bij vrouwen die nog niet getrouwd waren was het haar zichtbaar. Het schoonheidsbeeld was nog steeds een dik en glad gezicht.

De hoeden van de vrouwen tot 1470 heetten atouren. Dit was een punthoed of kap met een sluier. Op het voorhoofd zat een lusje, dit was waarschijnlijk een stukje metaaldraad van de hoed, waar het op rustte.
Veel gebruikte accessoires in deze tijd waren; veel ringen, handschoenen, halsketens, dunne kettingen tot aan de buste en gouden broches met parels. De schoenen waren nog steeds plat en puntvormig.

 

.

1550

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 2 : van de middeleeuwen tot de 16e eeuw

Standaard

 categorie : mode en kledij    

 

   

Kleding in de Middeleeuwen

 

Iedereen heeft wel een bepaald beeld over de kleding en mode uit de Middeleeuwen met zijn lange jurken en dure opzichtige stoffen. In werkelijkheid was er maar een beperkte groep van de bevolking, die zich dit soort kleding kon permitteren. Het gewone volk moest improviseren om zichzelf te kunnen kleden en hun kleding bestond dan ook vaak uit enkele lappen.

 

Toch bestond er in de hogere sociale lagen van de samenleving een modebeeld. In het begin van de middeleeuwen, rond de 11e en 12e eeuw, leek de kleding nog erg op die van de Romeinse tijd. Er werd gebruik gemaakt van grof en eenvoudig materiaal, maar door de groeiende handel met het Oosten ontstonden er nieuwe technieken en patronen om in de kleding te verwerken. Er werden weefsels gemaakt met Chinese patronen en de stoffen werden lichter van kleur en ingeweven met gouddraad.

 

 

.

De kleding tussen 900 -1200

.

Dit is de tijd in de Middeleeuwen die we kennen van de ridders, kerken, jonkvrouwen en kastelen. De kleding van zowel de mannen als de vrouwen was wijd en viel in plooien tot op de grond. In de hogere sociale standen werden cotte, bliaud en een cape in felle kleuren gedragen. Waarschijnlijk was de kleding van het gewone volk korter en minder wijd, omdat zij moesten werken. Zij droegen hun kleding af totdat het versleten was. In deze periode werd er veel gebruik gemaakt van materialen als wol,linnen en bont.

Zijde, katoen en fluweel droegen de hogere klassen omdat deze materialen erg kostbaar waren omdat ze uit het Verre Oosten moesten worden gehaald. In de loop van de Middeleeuwen kwamen er door kruistochten contacten tussen Europa en het Oosten, waardoor deze stoffen makkelijker verkrijgbaar waren. Over de kleding van het gewone volk en de rijke mensen hebben wij, via afbeeldingen op schilderijen, een goed idee over het uitzicht. Een korte beschrijving van de kleding in de hogere sociale lagen.

 

 

De kleding van de vrouw

 

Cotte

 

Dit is een onderkleed tot op de grond

 

.

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

Dit is een overkleed met wijde mouwen en soms met lange stroken. Deze waren vaak voor het gemak opgeknoopt. De kleding was lang in die tijd en dus sleepte de Bliaud over de grond. Het accent lag op de boezem en de taille, doordat het deel rond het middel gesmokt was.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De Middeleeuwse vrouwen droegen een soort schoenen. Deze worden trippen genoemd. Trippen bestonden uit houten zolen met leren of zijden riemen. Soms waren deze versierd met gouddraad.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De haardracht gaf informatie over de burgerlijke staat van de vrouw. Getrouwde vrouwen droegen een sluier of een haarband. Als versiering konden hier juwelen op verwerkt zijn. Ongetrouwde vrouwen vlochten hun haar met of zonder linten.

 

 

MIddeleeuwen

 

 

 

 

Kleding van de man

 

 

Cotte

 

Dit kledingstuk was vrijwel hetzelfde als bij de vrouwen. Het enige verschil is dat de cotte van een man tot aan de enkels kwam.

 

 

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Braies

 

Dit is een lap, die tussen de benen door werd geslagen. Hij werd omhooggehouden door een gordel. Braies diende als onderbroek.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

De bliaud van de man had veel plooien en sleept niet over de grond. Er is dus een verschil met de bliaud van de vrouw. Ook droeg de man dit kledingstuk anders. Hij draagt de bliaud zo, dat hij door de gordel opgetrokken wordt, waardoor een groot deel van de cotte te zien is.

 

 

 

 

 

cape

 

Een Middeleeuwse man droeg een cape. Deze had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Een cape was een simpel kledingstuk, dat met een sierspeld op de schouder werd vastgezet. Vaak had de cape felle kleuren.

 

 

 

Schoeisel

 

Als schoenen droegen de mannen estivaux. Dit zijn korte leren laarsjes of perkamenten schoenen.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

Het haar van de man werd halflang gedragen en vaak hadden de mannen een baard en/of snor.

.

.

.

Accessoires

 

Ook de mannen kenden accessoires. Zij droegen een gordel, net zoals de vrouwen, en een kaproen. Dit is een hoofddeksel, dat gedragen werd door het gewone volk.

 

 

 

 

 

 

De kleding tussen 1400-1440

.

Toen de Middeleeuwen ten einde liepen was er een duidelijke ontwikkeling te zien in de kleding en het modebeeld. Dit had ook te maken met het schoonheidsideaal van die tijd, dat erg bepaald werd door de opvallende kleding van de hertogen van Bourgondië. De vrouwen leken altijd zwanger te zijn, want dikke buiken en een hoge taille waren in.

Mannen moesten er stoer en breed uitzien, daarom droegen zij wijde gewaden met extra lange mouwen. Het schoeisel werden tootschoenen. Dit waren schoenen met lange punten die vrijwel alleen gedragen werden in de hogere kringen. In deze tijd werd nog veel gebruik gemaakt van de materialen wol en linnen. Men begon ook steeds zwaardere en duurdere stoffen te gebruiken zoals brokaat, gouddraad en zijde.

Gouddraad en zijde waren al bekend, maar ze waren erg kostbaar. In deze periode begon men  stoffen uit Italië in te voeren, wat er voor zorgde dat ze beter betaalbaar werden. Men ontdekte in deze tijd de printen en versieringen op de stof. De stoffen werden bedrukt door houten blokken, waarin kleine motieven gesneden waren, zoals bloemen. De belangrijkste kleuren waren groen, rood en blauw.

.

 

 

Kleding van de vrouw

 

.

Houppelande

 

Een houppelande is een lang overkleed met wijde mouwen afgezet met bont. Een houppelande is wijduitlopend. Door de hoge taille lijkt het of de vrouw zwanger is. Bij de mouwen is de cotte te zien.

 

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

Tootschoenen van stof of leer. Buiten werden ter bescherming trippen gedragen.

 

 

Haardracht

 

Het haar werd in deze periode nog steeds ingevlochten en werden als ‘torentjes’ boven de oren gedragen. Deze torentjes werden verstevigd met metaaldraad. Een vrouw had de gewoonte de haargrens en wenkbrauwen weg te scheren.

 

 

Accessoires

 

De rijkere middeleeuwse vrouwen droegen een atour. Dit is een hoge punthoed met een sluier. Verder waren handschoenen en veel sieraden gebruikelijk zoals ringen, broches en kettingen.

 

 

.

 

 

 

Kleding van de man

 

Houppelande

 

Deze droeg de man tot op de knieën. Doordat het schoonheidsideaal voor een man ‘stoer en breed’ was, was de houppelande zeer wijd. De mouwen waren ook wijd en lang. Om de taille werd een gordel gedragen.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De schoenen waren gelijk aan die van de vrouw.

 

 

Haardracht

 

De Middeleeuwse mannen hadden een typisch opgeschoren kapsel, de pagekapsel . Oudere mannen hadden vaak lang haar en een baard.

 

 

Accessoires

 

Naast juwelen en de gordel hadden mannen ook nog andere accessoires. De kaproen, maar deze werd anders gedragen dan in het begin van de Middeleeuwen. De kaproen had in deze periode een gezichtsopening op het hoofd. Ook hadden de mannen een misericorde. Dit was een kleine dolk, die aan de riem of met een koord aan de hals werd gedragen. De onderkleding uit deze periode was vrijwel gelijk gebleven aan die van het begin van de Middeleeuwen. Soms was de bevestiging iets anders, maar de kledingstukken waren hetzelfde.

 

 

.

Renaissance

.

Rond 1500 begint een nieuw tijdperk dat de Renaissance wordt genoemd. Renaissance is het Franse woord voor wedergeboorte.In Italië wordt de Klassieke Oudheid herontdekt. Mensen bestuderen nauwkeurig de overblijfselen uit de Romeinse tijd. De kennis verspreidt zich iets later snel over Europa. Naast de kerk ontstaat er aandacht voor de mens en het leven op aarde. Het humanisme ontstaat. Mensen denken meer aan zichzelf en vinden het leven op aarde belangrijk.

Ze worden zelfbewuster en gaan genieten van het leven. Omdat de mensen meer aandacht aan hun uiterlijk besteden wordt de kleding opvallender. Er ontstond een scheuring in de Rooms-katholieke- en protestantse kerk onder invloed van Maarten Luther. De reformatie is tegen rijkdom en uitbundigheid. Kleding moet daarom netjes en onopvallend zijn. De calvinisten in Nederland dragen daarom eenvoudige kleding.

 

 

 

Kleding in de 1e helft van de 16e eeuw

.

De mens van de renaissance was de nauwe, strakke kleding van de middeleeuwen zat. Mensen wilde zich vrijer kunnen bewegen in hun kleding. Ze knipten de kleding open en maakten ze wijder. Dit was voor het eerst zichtbaar bij de Zwitserse en Duitse soldaten rond 1500 die hun mouwen doorknipten. Hiermee begint de spletenmode die de gehele 16e eeuw duurde.

Alle onderdelen zoals mouwen, broekspijpen, hoeden en schoenen werden van spleten voorzien. Bij rijken werden deze weer vastgemaakt met sieraden. Landsknechten droegen een broek die zo erg gespleten was dat hij vaak uit banden bestond. De onderbroek was tussen de spleten door zichtbaar. Deze broek werd ‘Plunderhose’ genoemd. Zij gingen nog verder met de spletenmode.

Ze knipten namelijk de rand van hun baretvormige hoed in. Ook versierde ze de hoed met een wilde bos struisveren. Vooral in Duitsland vond deze “landsknechtenmode”navolging. De mode werd bepaald door de rijke kooplieden. De kleding werd aangepast aan het volk waadoor in ieder land de kleding een beetje verschilde. In Nederland was de kleding bijvoorbeeld eenvoudiger dan in andere landen.

Duitsland maakte in de eerste helft van de 16e eeuw een bloeiperiode door. Rijk geworden burgers bepaalde hierdoor de mode in Duitsland. Deze burgerlijke mode was behoorlijk lomp. In Frankrijk was de kleding fijn, kleurrijk en smaakvol. In Spanje was de kleding stijf, somber en vooral zedig. De kleding in de Renaissance was opzichtig en pronkerig. Er werden veel kleuren gebruikt, waardoor de kleding opviel. Veel gebruikte stoffen waren fluweel, damast, zijde en brokaat. Sieraden zoals gouden kettingen en ringen werden zowel door vrouwen als door mannen gedragen.

.

 

 

Kleding van de Vrouw

 

.
Vrouwen droegen ijzeren korsetten. Hierdoor was het bovenstuk van de jurk erg strak. Rokken waren juist heel wijd en werden gesteund door hoepels. De hoepels werden gemaakt van wilgeroeden. De rokken werden ‘verdugado’genoemd. De wijde rok had geen sleep meer. De kegelvormige rok is van voren opengespleten, zodat een driehoek van de onderrok te zien is. De mouwen plooien.

Het decolleté van de jurk van de vrouwen was vierkant. Door een korset werden de borsten platgedrukt. Vaak werd een mooi borstsieraad gedragen en een gordel. De hoofdbedekking bestaat uit een laag kapje, waardoor een gedeelte van het haar zichtbaar was. In Nederland droegen de vrouwen vaak een molensteenkraag. Deze kraag was heel mooi geplooid.

 

 

 

 

 

Kleding van de man

 

Voor de man waren er in de Renaissance twee verschillende soorten kleding. In Engeland en Duitsland was de mannenkleding erg breed, bijna vierkant. De brede jassen waren vaak gevoerd met bond. In de mouwen zaten spleten, waardoor de voering zichtbaar was. De jassen hebben een grote kraag en reiken tot de knieën. De jas wordt ook wel ‘Schaube”genoemd. In Spanje droegen mannen korte ballonbroekjes met spleten. Onder deze broeken droegen ze strakke kousen.

Hierbij werd meestal een stijve molensteenkraag gedragen met een korte cape. De mannen droegen een baret met veren. Om het bovenlichaam draagt de man een buis met lange mouwen. Deze mouwen zijn ook versierd met spleten. Ook de schoenen veranderden. In plaats van snavelschoenen komen er nu plompe koeienmuilen. De man draagt een braguette, een verstevigd kruisstuk. Door het breder worden van de kleding lijken de mensen kort en breed.

 

 

 

 

 

Hygiëne

 

In de Renaissance wordt hygiëne steeds belangrijker. De mensen wassen zich niet vaak, maar proberen nare luchtjes te voorkomen. Dit doen ze door kruiden mee te dragen in een pommander, een soort zakje. Ook droegen de mensen een vlooienbandje over hun schouders. Alle vlooien kwamen op het stukje bond af, waardoor de rest van de kleding en de persoon zelf schoon bleven.

 

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weeldeverordeningen in de middeleeuwen

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

.

In de veertiende en vijftiende eeuw vaardigden de stadsbestuurders strenge weeldeverordeningen uit om het dragen van buitensporige kleding door vrouwen tegen te gaan. Deze wetgeving kwam beslist mede voort uit misogynie (vrouwenhaat) bij de stadsbesturen maar het was ook een poging om iedereen op zijn door God bepaalde plaats in de maatschappij te houden.

 

.

 

Meister des Hausbuches  1480

.

 

Zo gauw een meisje “huwbaar” was geworden (vaak al op haar zestiende), probeerden haar ouders via haar een goede huwelijkskandidaat binnen te halen. Ze hoopten op die manier een paar treetjes op de maatschappelijke ladder te kunnen stijgen. Zij werd dus mooi uitgedost om veel huwelijkskandidaten te lokken waaruit de ouders dan de “beste” gingen kiezen en doorgaans was dat een wat oudere man (vaak al tegen de dertig).

Dat “mooi uitdossen” kon wel eens te ver gaan. De weeldeverordeningen dienden dan ook tevens om de uitgaven aan de kleding van de aanstaande bruid binnen de perken te houden. En ook wilden de stadsbesturen de uitgaven voor de bruidsschat binnen de perken houden, want de concurrentie op de huwelijksmarkt was groot en daardoor waren deze twee uitgaveposten flink gestegen.

.

 

 

1500

 

.

Als de burger echter eenmaal getrouwd en gevestigd was, hield hij er gauw mee op om zijn vrouw en zichzelf zo buitenissig en duur uit te dossen. Zijn jonge vrouw mocht zich dan binnenshuis niet meer optutten, alleen nog maar bij openbare feesten en plechtigheden. Ze mocht niet meer met zichzelf te koop lopen, haar vormen werden verhuld en de kleuren van haar kleren werden saaier.

De edelstenen van de bruidsschat werden opgeborgen in de kisten. De volmaakte koopman had weliswaar een vriendelijk gezicht maar toch ook een strenge uitdrukking, hij droeg stijlvolle kleding, hij had een weloverwogen optreden en gebaren met een berekende elegantie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wat is devotie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Met devotie wordt in het algemeen de toewijding aan

een hogere macht of waarheid bedoeld.

 

 

 

Meer specifiek wordt met devotie bedoeld de vormgeving van de toewijding aan God door middel van religieuze gewoonten: persoonlijke devotie of vroomheid.

 

 

devotie

 

 

 

vormen van devotie

 

Persoonlijke devotie of vroomheid kan allerlei vormen aannemen. De kerk reikt vormen aan in het verlengde van of verbonden met de kerkelijke vormen van eredienst, zoals de getijden.

 

 

Boek van de getijdengebeden in de abdij van Tongerlo ( 1522 )

 

 

 

 

overzicht van de geschiedenis van devotie

 

 

Middeleeuwen

 

In de middeleeuwen is de groepsgewijze persoonlijke devotie een zaak van de kloosterorden (Getijden en me-ditatie) en van de geestelijken geworden. Het volk beperkte zich tot de Apostolische Geloofsbelijdenis, het Onze Vader en het Ave Maria en tot het bidden van de rozenkrans.

 

 

 

rozenkrans

 

 

 

getijdenboek in de middeleeuwen

getijdenboek in de middeleeuwen

 

 

 

 

De Moderne Devotie

 

Aan het einde van de Middeleeuwen, in de dertiende en veertiende eeuw, ontstaan bewegingen die zich ont-trekken aan de druk van de sociale en kerkelijke hiërarchie. Een belangrijke vrouwenbeweging is die van de Be-gijnen. Daarnaast is er de beweging van de ‘Broeders van het Gemene Leven’ onder leiding van Geert Groote.

 

.

.

.

.

 

Tegelijkertijd treden tot de verbeelding sprekende mystici op als Catharina van Siëna, Julia van Norwich en Eck-hart. De nadruk hierbij ligt op de persoonlijke vroomheid. Veel mensen blijken gevoelig voor deze ontwikkeling.

 

 

Julia van Norwich

 

 

 

Catharina van Siëna

 

 

Geert Groote en zijn ‘broeders des gemenen levens’, waar ook zusters bij horen,  vormen een invloedrijke bewe-ging in de tijd van de opkomende steden en handel. De broeders en zusters vormden religieuze gemeenschap-pen zonder zich aan een regel te binden. Zij waren dus niet aan de geestelijkheid gebonden, maar beoogden een integratie van clerus en leken.

 

 

Geert Groote

 

 

Sterke nadruk viel op innerlijke persoonlijke vroomheid, die een protest was tegen de grote uiterlijke vroomheid van die tijd. Het bidden van de getijden nam bij de Broeders een voorname plaats in. Het getijdenboek van Geert Groote moet één van de meest gelezen Middelnederlandse boeken zijn geweest.

 

 

boek ten tijde van de moderne devotie

boek ten tijde van de moderne devotie

 

 

 

 

De Reformatie

 

De Reformatie is daarom niet zozeer een breukvlak als wel een voortzetten en doorzetten van bepaalde reeds be-staande tradities. Ook daar neemt het onophoudelijk bidden een centrale plaats in. Dit gebed kan voor de refor-matoren evenwel geen zaak voor een bepaalde kerkelijke stand zijn. Men bidt als leden van Gods volk en van één lichaam, en dus participeert iedereen in dat gebed. Ten aanzien van de vormgeving van het gebed is de Refor-matie niet eenduidig, maar zij is eensgezind in haar kritiek op de wijze waarop het getijdengebed zich in de Rooms-Katholieke kerk heeft ontwikkeld. Luther wil bijvoorbeeld de getijden behouden voor de gemeente, maar gezuiverd en aangepast. Het aantal diensten wordt gereduceerd, de vaste orde vervalt, de voertaal wordt Duits. Een nieuw brevier komt er niet en in de praktijk bloedt het getijdengebed langzaam dood.

In Nederland blijven de getijdengebeden, ondanks synodebesluiten die het tegendeel willen vooral in de steden, nog lang na de Reformatie gehandhaafd. Ontmoedigingsbeleid van de synode van Dordrecht (1618/1619) leidt ertoe dat bijvoorbeeld in 1627 in Amsterdam het laatste avondgebed te midden van de andere diensten sneuvelt, hoewel de avondgebeden populair waren bij het volk en goed bezocht werden. Als reden wordt genoemd dat zij afbreuk deden aan de gewone woorddienst, aan de huisgebeden die de vader in zijn gezin behoorde te doen en aan de vastendagen.

 

 

Geloofsovertuigingen ten tijde van de reformatie

Geloofsovertuigingen ten tijde van de reformatie

 

 

 

 

De Reformatie is eensgezind in haar verzet tegen een aantal elementen

 

  • Ten eerste oordeelt men dat de vorm van de getijden een veruiterlijking van de godsdienst in de hand werkt en ten koste van de inhoud gaat. Het volbrengen van een gebedspensum (opdracht) wekt de gedachte aan zelfrechtvaardiging.
  • Ten tweede is men van menig dat de getijden worden overwoekerd door on Bijbelse elementen, zoals de heiligenverering.
  • Ten derde is het getijdengebed door een zwaar en onbegrijpelijk pensum slechts haalbaar voor de enkelen, waardoor bidden een eindeloos gemummel wordt en de kloof tussen clerus en volk steeds groeit.

 

Deze elementen tastten de kern van het geloof aan, namelijk de onverdiende genade en de overtuiging dat Woord en sacrament de enige middelen tot heil zijn. De wijze waarop de ontaarding bestreden wordt wisselt naar omstandigheden en staat onder de  invloed van bepaalde reformatoren en de volksaard. Ten behoeve van de ‘echtheid’ geeft men later de voorkeur aan het vrije gebed boven de geformuleerde gebeden (gebeden psalmen en formuliergebeden). Alleen het vrije gebed is, naar men veronderstelde, door de heilige Geest geïnspireerd. De Reformatie ontmoedigde aldus het getijdengebed als vorm van persoonlijke vroomheid en verving het door per-soonlijk gebed en Bijbellezing in huiselijke kring. De huisvroomheid, met het gezin als dragende factor, wordt de belangrijkste traditie naast de openbare eredienst. Daarbij zij wel aangetekend dat de openbare eredienst van Woord en gebed in met name de calvinistische kerken verwantschap vertoont met bepaalde vormen van getijdengebeden.

 

 

huisgodsdienst ten tijde van de reformatie

huisgodsdienst ten tijde van de reformatie

 

 

 

 

De Nadere Reformatie

 

In de Nadere Reformatie verschijnen tal van boeken en traktaten die de huisvroomheid stimuleren en onder-steunen. Het gezin wordt beschouwd als kleine huisgemeente met eigen gebedsuren. Nederlandse predikanten stellen de Engelse puriteinen aan hun gemeenten ten voorbeeld. De Middelburgse predikant Willem Teellinck (1579-1629) raakte in Engeland diep onder de indruk van de family worship (de familiegodsdienst) bij de puri-teinen die zich in de gevestigde kerk niet erg thuis voelden. Teellinck schreef op grond van deze ervaringen zijn Huysboeck dat in veel gezinnen een plaats kreeg.

 

 

Willem Teellinck

 

 

Bijbellezing, bijbelstudie en catechese zijn belangrijke elementen in de huisdevotie. Duidelijke orden, zoals bij de getijden, treffen we nauwelijks meer aan, maar gebed en het zingen van enkele psalmverzen of een geestelijk lied geeft een zekere structuur. Onder verwijzing naar Psalm 55:18, Psalm 141:2 en Daniël 6,11 komt men alweer tot een morgen-, middag- en avondgebed. Teelinck en anderen bepleiten ook meditatie en methodisch beoefende vroomheid, waarbij zij teruggrijpen op schrijvers uit de kring van de Moderne Devotie.

Wilhelmus a Brakel (1635-1711) realiseert zich dat soms wel veel wordt gevraagd van de gezinnen, en dat niet ieder gezin dezelfde mogelijkheid heeft. Hij adviseert om dan maar wat korter te bidden. Voor het Onze Vader is altijd wel gelegenheid, zegt hij, en ‘daar is alles in vervat, als ’t maar wel verstaan, ende van harte tot God gebeden is’.

 

 

Wilhelmus_à_Brakel

 

 

 

De 19e eeuw

 

In de 19e eeuw ontstond ook in de Rooms-Katholieke kerk een nieuw, persoonlijker soort vroomheid. In de achttiende eeuw had de religieuze praktijk voornamelijk bestaan uit de collectieve uitdrukking van de vrome sentimenten van een hiërarchische maatschappij. Men nam deel aan religieuze uitingsvormen en plechtigheden samen met de maatschappelijke groep waartoe men behoorde, het dorp of het gilde. De kerk begon een belij-dende vroomheid te stimuleren. Men nam niet langer deel aan het ritueel als lid van een traditioneel sociaal li-chaam, maar als individu en beleed zo tevens een bepaalde culturele en politieke stellingname. De ontwikkeling impliceerde een individualisering van het geloof dat zich al eerder in het protestantisme had voorgedaan, zoals dat de 18e eeuwse Rooms Katholieke hervormers voor ogen had gestaan.

De kerk paste zich veel meer dan voorheen aan bij het populaire verlangen naar spectaculaire geloofsvoorvallen en een direct ingrijpen van het goddelijke in het dagelijks leven. Buitengewone verhalen over wonderbaarlijke ge-beurtenissen, die onder het ancien regime onmiddellijk tot een onderzoek door de Inquisitie zouden hebben geleid, werden nu door de kerk met graagte ontvangen en verspreid. Allerlei populaire vormen van vroomheid die de clerus sinds de zestiende eeuw afstandelijk had bejegend, zoals de verering van heiligen en van het Heilig Hart, werden nu door de geestelijkheid gestimuleerd. Al het uiterlijke en uitbundige werd benadrukt.

Zowel de kerken van de Afscheiding en Doleantie als de Rooms-Katholieke kerk leerden verder de middelen te beheersen die de liberale politici al veel langer gebruikt hadden om het volk te mobiliseren. Men ontwikkelde een professionele pers. Een stortvloed van traktaten, devotionele werken en ander propagandamateriaal werd ver-spreid. Men organiseerde volkspetities en agressieve missionaire campagnes. Het liberale streven naar een kerk die zich zou beperken tot haar spirituele en pastorale taak had gezegevierd, maar bleek een tweesnijdend zwaard toen de kerk in de stimulering van de persoonlijke vroomheid een middel vond om de leken voor haar strijd te organiseren.

 

 

bidstond prent van de 19 e eeuw

bidstond prent van de 19 e eeuw

 

 

 

 

De 20e eeuw

 

Veel uit de 19e eeuw gaat door, individualisering en secularisering. Er komen echter ook tegenbewegingen op gang met herbronning van de persoonlijke vroomheid in Vroege kerk en Mystiek, of in Oosterse en Westerse niet-christelijke stromingen (New Age).

 

 

new age

new age

 

 

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria