Tagarchief: bruid

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Vijftiende miniatuur : zesde visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Vijftiende miniatuur: Zesde visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2015_Boek%20II,6

 

 

De vijftiende miniatuur beeldt het visioen van Hildegard uit over het H. Sacrament des Altaars, in het bijzonder over het H. Misoffer. De voorstelling is heel traditioneel en gemakkelijk te volgen. Uit de wonde in de zijde van Christus aan het kruis vloeit het bloed in een kelk die de Kerk (geheel in goud, zoals in de vorige miniaturen) omhoog houdt. Rechts bovenaan vertoont zich een zegenende hand, een duidelijk symbool van de hemelse Vader, die een banderol vasthoudt waarop geschreven staat:

Mijn Zoon, deze zij uw bruid tot herstel van Mijn volk waarvan zij de Moeder zal zijn en dat herboren zal worden door Geest en water.

 

Waarom in deze voorstelling het kruishout in zilver is uitgebeeld, verklaart de tekst van de uitleg, die aldus luidt:

“Toen Christus Jezus, de ware Zoon van God, aan het kruishout hing, werd Hem in de verborgenheid van de hemelse geheimenissen de Kerk Hem ten huwelijk gegeven en ontving zij als bruidsschat Zijn heilig Bloed.”

 

Het mysterie van het huwelijk van de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid met de verloste mensheid, de Kerk, speelt zich geheel af in de eeuwige gedachte van God de Vader en daarom hangt Christus hier aan een zilveren kruis.

Zoals we reeds zagen op vorige miniaturen wijst het zilver op het goddelijk licht van de Vader. Hier zien we op deze voorstelling de Kerk in haar gehele gestalte. Voor God vormen verleden, heden en toekomst één ogenblik. Voor de gelovigen, die leven in de tijd, vertoont zich de Kerk nog niet volledig, zoals de onderste helft van de miniatuur laat zien.

De Kerk hernieuwt het mysterie van haar huwelijk met Christus iedere dag, als zij op het altaar de bruidsschat van het H. Bloed aanbiedt. Wanneer  de kerk dat doet en de kelk en het brood op het altaar geplaatst heeft, zegt ze:

“Dit is het sacrament van het geloof”.

 

Daarna heft zij de handen op en zegt namens het hele volk:

“Daarom gedenken wij Heer, het lijden en de dood van Jezus Christus Uw Zoon, dat Hij verrezen is en opgestegen ten hemel.”

 

Dit alles is in deze miniatuur prachtig weergegeven. Links zien we in medaillons de grote mysteries van Christus’ aardse leven n.l. Zijn geboorte en begrafenis ; rechts in medaillons die van Zijn hemelse leven n.l.  het opstaan uit het graf en daarboven de hemelvaart. Vier meesterwerkjes van miniatuurkunst vol symboliek. Zo is het graf waarin Christus’ lichaam gelegd wordt en dat waaruit Hij opstaat, gevormd van groene brokstukken, en groen komen we steeds tegen als het over de aarde gaat.

De scheiding tussen het tafereel in de hemel, in de bovenste helft van de miniatuur, en het misoffer op aarde, in de onderste helft, wordt door een groenkleurige band gevormd. Deze groene kleur correspondeert met de onderste en bovenste dwarsbalk van de omlijsting, terwijl de staande balken blauw zijn. Als men de lijsten van al de miniaturen nakijkt, komt men tot de conclusie, dat de kleuren daarvan uit zuiver decoratief oogpunt gekozen zijn.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Wie is de Koning der Koningen?

Standaard

categorie : religie

.

.

Jezus is de Koning der koningen

.

.

..

.

Jezus Christus is de Heer der heren en de Koning der koningen, zegt de Bijbel. Onderstaande Bijbelgedeelten en schilderijen helpen je beseffen hoe majestueus Hij is

.

Jezus Christus heeft alle macht in de hemel en op aarde en de hoogste naam boven alles wat een naam heeft. Niets of niemand is aan Hem gelijk. Op deze pagina zie je diverse meesterwerken die Jezus Christus niet als lijdend mens laten zien, maar als de eeuwige en almachtige Overwinnaar en allerhoogste Heer.

Laat de kracht en de schoonheid van de Bijbelteksten tot je hart doordringen, zodat je veel dieper gaat beseffen hoe machtig en wonderlijk Jezus Christus eigenlijk is.

.

Jezus Christus is de Schepper

.

christelijke kunst over Jezus als schepper

.

.

Christus is het beeld van de onzichtbare God, hij is als eerstgeborene verheven boven de hele schepping. Want God heeft door hem alles geschapen in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten.

.

Alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat dankzij hem

.

Hij is ook het hoofd van het lichaam, de kerk. Hij is haar oorsprong, de eerste die uit de dood is opgestaan zodat hij in alle opzichten de eerste is. Want God heeft volledig in hem willen wonen en door hem alles met zich willen verzoenen alles op de aarde en in de hemel.

‘Want hij heeft vrede gebracht door zijn bloed door zijn kruisdood.’

(Kolossenzen 1:15-20)

.

Jezus Christus is hoog verheven

.

Jezus Christus op de troon

.

.

‘God heeft Christus opgewekt uit de dood en hem heeft hij in de hemel de ereplaats gegeven aan zijn rechterzijde, hoog boven alle overheden, machten, krachten, heerschappijen en hoe ze ook maar genoemd worden, zowel in deze als in de komende tijd.

God heeft alles aan hem onderworpen, hem boven alles verheven en hem aan het hoofd gesteld van de kerk.’

(Efeze 1:20-22)

.

Koning der koningen

.

kunstwerk jezus christus op paard

.

.

‘Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter, die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.

.

Zijn ogen waren als een vlammend vuur en op zijn hoofd had hij veel kronen

.

Er stond een naam op hem geschreven die niemand kende, alleen hijzelf. Hij droeg met bloed doordrenkte kleren. Zijn naam luidde ‘Woord van God’.

De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit linnen, volgde hem op witte paarden. Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee hij de volken zal slaan, en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden. Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden. Op zijn kleding en op zijn dij staat de naam:

.

‘Heer der heren en Koning der koningen’

.

Daarna zag ik dat het beest en de koningen der aarde met hun legers zich verzamelden en de strijd aanbonden met hem die op het paard zat, en met zijn leger. Het beest werd gevangengenomen, evenals de valse profeet die in zijn bijzijn wondertekenen had verricht waarmee hij de mensen misleidde die het merkteken van het beest droegen en zijn beeld aanbaden.

Het beest en de valse profeet werden levend in een zee van vuur gegooid, een zee van zwavel. Hun aanhang werd gedood door het zwaard dat uit de mond kwam van hem die het paard bereed, en alle vogels vraten zich vol aan hun vlees.’

(Openbaring 19:11-21)

.

.

Openbaring hoofdstuk 19

Openbaring hoofdstuk 19 : pasteltekening van John Astria

 

.

.

Jezus is de eeuwige God

.

Jezus is God

.

.

‘God maakt van zijn engelen stormwinden en van zijn dienaars vlammen van vuur, maar over zijn Zoon Jezus Christus zegt hij:

.

Vast staat uw troon, o God, voor altijd en eeuwig

.

Recht is het kenmerk van uw heerschappij, rechtvaardigheid gaat u boven alles, u haat onrecht. Daarom, o God, heeft uw God u verkozen boven al uw metgezellen en vreugde en geluk over u uitgegoten als geurige olie.

In het begin, o Heer, hebt u de aarde vastgezet en de hemel met eigen handen gemaakt.

.

Zij zullen vergaan, maar u blijft bestaan

.

Zij zullen verslijten als kleren. U zult ze oprollen als een mantel, als kleren zullen ze verwisseld worden. Maar u blijft die u bent, uw jaren nemen geen einde.’

(Hebreëen 1:6-10)

.

Alle eer komt Hem toe

.

Jezus Christus en de engelen

.

.

‘Toen hoorde en zag ik vele engelen rondom de troon met de vier wezens en de oudsten. Zij waren met duizenden en duizenden, ja met miljoenen. En zij riepen luid:

.

‘Het Lam dat geslacht werd komt de eer toe om de macht te ontvangen de rijkdom, de

wijsheid en de kracht, de eer de glorie, de lof.’

.

En ik hoorde elk schepsel in de hemel en op de aarde onder de aarde en in de zee ja alle wezens in het heelal zingen: ‘Aan hem die op de troon is gezeten en aan het Lam komen toe: lof en eer, glorie en kracht voor altijd, voor eeuwig!’

(Openbaring 5:11-13)

.

Openbaring hoofdstuk 5

Openbaring hoofdstuk 5

pasteltekening van John Astria

.

Lam van God en Leeuw van Juda

.

Jezus is lam van God en leeuw van Juda

.

.

‘Ook zag ik een machtige engel. Hij riep luid: ‘Wie komt de eer toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’ Maar niemand in de hemel, op aarde of onder de aarde was in staat de boekrol te openen en te lezen. Ik brak in tranen uit, omdat niemand de eer bleek toe te komen de boekrol te openen of te lezen. Maar een van de oudsten zei tegen me: ‘Huil niet!

.

 De leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft overwonnen: 

hij kan de zeven zegels verbreken en de boekrol openen.’ Toen zag ik midden voor de troon en omgeven door de vier wezens en de oudsten een lam staan. Het Lam leek geslacht.’

(Openbaring 5:2-6)

.

De Bruid en de Bruidegom

.

Bruid van Christus

.

.

‘Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte, als van een machtige waterval, als van zware donderslagen. Ik hoorde zeggen:

.

‘Halleluja! Want God de Heer, de Almachtige, voert nu de heerschappij

.

Laten we blij zijn en juichen, laten we hem eer geven. Want de tijd is aangebroken voor de bruiloft van het Lam; zijn bruid heeft zich getooid. Ze mag zich kleden in blinkend wit, smetteloos linnen.’ Want het witte linnen is het goede dat de heiligen gedaan hebben.

Toen zei de engel tegen me: ‘Schrijf neer: gelukkig zij die zijn uitgenodigd voor het bruiloftsmaal van het Lam.’ En hij voegde eraan toe: ‘Deze woorden komen van God en zijn waarachtig.’

Ik viel aan zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar, zoals u en uw broeders die trouw blijven aan het getuigenis van Jezus. Aanbid God!’ Want het getuigenis van Jezus is wat de profeten doet spreken.’

(Openbaring 19:6-10)

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

Achtste miniatuur: vijfde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

.

Achtste miniatuur

.

Scivias%20T%208_Boek%20I,5

.

.

Deze miniatuur is een der mooiste en oorspronkelijkste werkstukken van de monnik-kunstenaar. De boodschap van de hemelse Stem luidt :

“God stelde het volk van het oude Verbond, toen Hij van Abraham de besnijdenis verlangde, onder de gestrengheid van de wet. Later heeft Hij de gestrengheid veranderd in de mildheid van de genade. Door Zijn Zoon gaf God aan hen die het geloof aannamen, de waarheid van het evangelie en zalfde Hij ieder die door het juk van de wet wonden had opgelopen, met de olie van de barmhartigheid.”

In de theologische beschouwing van het hele Christusmysterie ziet Hildegard de synagoge als de voorloopster van de Kerk. De synagoge is er niet alleen de voorafbeelding van, maar méér nog de moeder van de Menswording van Gods Zoon en zo van de Kerk. Daarom is haar hoofd gekroond met een diadeem, waarvan de schittering gelijk is aan het oplichten van de dageraad, voorgesteld door de kleur oranje.

In de 13de eeuw en later worden de Synagoge en de Kerk dikwijls als elkaars tegenhangsters voorgesteld. Zo ziet men b.v. aan de kathedraal in Reims de Synagoge prachtig gebeeldhouwd als een geblinddoekte vrouw met een kroon op haar hoofd die afschuift, terwijl tegenover haar de Kerk stralend als een overwinnende koningin is uitgebeeld. Deze gedachtengang vinden we bij Hildegard niet. De Synagoge blijft voor haar de dageraad van de Kerk. Zij werd immers verlicht door de vooruitlopende stralen van Christus’ verlossingswerk.

Nu bespeurt men in de uitleg van dit visioen een ontwikkeling, overeenkomend met de voortgaande beweging van de geschiedenis van het oude Verbond. Hildegard spreekt eerst over een vrouw (de synagoge )die min of meer in de schaduw staat en die in de verte de nieuwe bruid (Christus )ziet opkomend uit de woestijn. Tevens ziet zij de zonen van die bruid, Christus volgelingen.

Maar in het vervolg van de tekst zegt de schrijfster dat deze vrouwengestalte van haar ogen beroofd is en haar handen onder de oksels houdt, wat weergegeven is in de miniatuur. De bovenste helft van haar lichaam is bleek-violet gekleurd. Dat blind zijn en die houding van niet willen meewerken geven samen met die sombere kleur iets geweldig roerends aan deze voorstelling.

Men krijgt eigenlijk diep medelijden met deze mislukte roeping, want zij had immers een hoge roeping. In haar hart zetelt Mozes (weergegeven met de in de middeleeuwen aan de joden voorgeschreven driehoekige hoed) die de twee tafels van de Wet omhoog houdt tegen de achtergrond van de godsverlichting, weergegeven door goud.

In de schoot van de Synagoge zien we Abraham met het zilveren mes, naast hem Aäron met de mijter van de hogepriester en achter hem een leviet. Deze drie zijn van het priesterlijk geslacht (Abraham wilde ook een priesterlijke handeling verrichten met het offer van Isaac). Daarnaast staan er nog negen profeten in het midden van de vrouw. Mozes is hier een voorafbeelding van Christus met zijn twaalf apostelen.

We zien het treurige drama zich als het ware langzaam voltrekken. Het benedendeel van de Synagoge wordt steeds zwarter en haar voeten zijn bloedrood, omdat zij tenslotte de profeet der profeten(Christus) vermoord heeft en daardoor zichzelf ten val bracht. Maar de betekenis van deze dood reikt buiten het kader van het Oude Verbond, want we zien hoe de voeten omgeven zijn door de helder witte wolk van de christelijke openbaring.

In de miniatuur is dit wit aangeduid door het heraldische wit, het metaal zilver. Reeds hier zien we bevestigd dat het zilver wijst op het geloofslicht in de loop van ons leven en in de ontwikkeling van de Kerk hier op aarde.

In de toespraak van de hemelse Stem konden we al iets merken van het grote medelijden van Hildegard met en haar verdriet over dit mysterievolle tekortschieten van de Synagoge. We hoorden de hemelse Stem zeggen:

“Door Zijn zoon zal God ieder van hen zalven die zich verwond hebben aan het juk van de wet, en wel met de olie van zijn barmhartigheid.”

Hier voelt men een verdriet en genegenheid als die van St. Paulus voor het uitverkoren volk, dat niet volledig heeft beantwoord aan zijn roeping. Een houding van onze mystica die sterk afsteekt tegen de gangbare afkeer van de joodse godsdienst en het joodse volk in de kerkelijke kringen van de twaalfde eeuw. Een afkeer die zich tijdens de kruistochten ontlaadde in hevige moordpartijen onder de joodse bevolking in al die plaatsen waar de kruisvaarders doortrokken, toen zij op weg waren om het heilige land te veroveren. Een praktijk waarvan Hildegard zich distantieert zoals uit haar correspondentie zeer duidelijk blijkt.

.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

Weeldeverordeningen in de middeleeuwen

Standaard

categorie : mode en kledij

In de veertiende en vijftiende eeuw vaardigden de stadsbestuurders strenge weeldeverordeningen uit om het dragen van buitensporige kleding door vrouwen tegen te gaan. Deze wetgeving kwam beslist mede voort uit misogynie (vrouwenhaat) bij de stadsbesturen maar het was ook een poging om iedereen op zijn door God bepaalde plaats in de maatschappij te houden.

Meister des Hausbuches  1480

.

Zo gauw een meisje “huwbaar” was geworden (vaak al op haar zestiende), probeerden haar ouders via haar een goede huwelijkskandidaat binnen te halen. Ze hoopten op die manier een paar treetjes op de maatschappelijke ladder te kunnen stijgen. Zij werd dus mooi uitgedost om veel huwelijkskandidaten te lokken waaruit de ouders dan de “beste” gingen kiezen en doorgaans was dat een wat oudere man (vaak al tegen de dertig).

Dat “mooi uitdossen” kon wel eens te ver gaan. De weeldeverordeningen dienden dan ook tevens om de uitgaven aan de kleding van de aanstaande bruid binnen de perken te houden. En ook wilden de stadsbesturen de uitgaven voor de bruidsschat binnen de perken houden, want de concurrentie op de huwelijksmarkt was groot en daardoor waren deze twee uitgaveposten flink gestegen.

.

1500

.

Als de burger echter eenmaal getrouwd en gevestigd was, hield hij er gauw mee op om zijn vrouw en zichzelf zo buitenissig en duur uit te dossen. Zijn jonge vrouw mocht zich dan binnenshuis niet meer optutten, alleen nog maar bij openbare feesten en plechtigheden. Ze mocht niet meer met zichzelf te koop lopen, haar vormen werden verhuld en de kleuren van haar kleren werden saaier.

De edelstenen van de bruidsschat werden opgeborgen in de kisten. De volmaakte koopman had weliswaar een vriendelijk gezicht maar toch ook een strenge uitdrukking, hij droeg stijlvolle kleding, hij had een weloverwogen optreden en gebaren met een berekende elegantie.

voorpagina openbaring a4

pijl-omlaag-illustraties_430109

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De hoofdgedachten van Hidegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

.

.

hildegard

.

.

De hoofdgedachten zijn:

.

Kosmos, geboorte, levensloop en sterven van de mens;

zondeval en verlossing door Christus (niet door de engelen);

de H. Drievuldigheid;

Doopsel en de Kerk als lichaam van Christus;

de Kerk als Stad Gods in de loop der geschiedenis, waarin de mysteries van Christus en der gelovigen centraal staan;

de Wederkomst en het Oordeel;

.

.

Eigenlijk als in de Bijbel

.

a) Oude Testament,

b) Nieuwe Testament

c) Apocalyps.

.

Dit kader waarbinnen het geheel van Scivias is opgebouwd kunnen we ook leren kennen door uit de tekst van de visioenen die passages te lichten waar sprake is van de Stem uit de Hoge. Als we dan uit de toespraak bij ieder visioen de kernboodschap nemen, en we schrijven al deze boodschappen achter elkaar op, dan hebben we de mooiste samenvatting van de boodschap en de getuigenis van Hildegard, die dan ongeveer als volgt luidt:

.

.

Eerste Boek:

.

scivias-ken-de-wegen-set-deel-1-en-2

.

.

De boodschap is: God die alles geschapen heeft en regeert, zal degenen die Hem in ootmoed dienen, met hemels licht doorstralen om hen die er mee instemmen tot ware aanschouwing te voeren

.

“Hildegardis, roep, ja schreeuw het uit, wat je existentieel in één lichtflits, in één mystieke ervaring hebt mogen beleven. Ik, God, dwing je daartoe. Immers, zij die eigenlijk de blijde boodschap, het evangelie moesten verkondigen, laten door zelfzucht verstek gaan.”

“Dit zijn de wegen des Heren. Wie instemt met God zal nooit uit het hemels evenwicht losgerukt worden wees dus niet bang. Immers, in de geschapen, zichtbare dingen openbaart God de onzichtbare geestelijke dingen.”

De grootste openbaring is, dat de tweede Persoon van de H. Drieëenheid voor ons zichtbaar is geworden door de Menswording uit de Maagd Maria. Omdat eens Adam en na hem ieder mens in schuld verstrikt is geraakt, wil Gods Woord zelf, door ook mens te worden, ons hulp bieden en ons terug voeren op de wegen des Heren.

Vóór de Menswording van Christus hield God het uitverkoren volk wel de wet voor. Het bleek dat deze te zwaar was voor hen. Christus heeft die gestrengheid in de mildheid der genade veranderd en zalfde zó de mens die door de wet gewond was geraakt.

Vóór Christus, in Christus’ dagen en na Christus’ helpen de engelen ieder van ons, door Gods boodschappen over de juiste wegen door te geven.

.

Tweede Boek:

.

scivias-deel-2-198x300

.

.

Verlossingswerk gezien van God uit

.

“Ondanks de tegenwerking van de geestelijkheid die je, om je vrouw-zijn, het spreken wil beletten: Roep toch, zoals Ik het je geopenbaard heb”.

De levende God schiep alles door Zijn Woord en door ditzelfde Woord verlost Hij de mens en brengt hij hem in het hemelse Jeruzalem. Deze verlossingswil ligt in het hart van de H. Drievuldigheid. Daar ligt de bron van alle natuurlijk en geestelijk leven. De hemelse stad Jeruzalem, welke hier op aarde reeds in de Kerk een aanvang neemt, wordt gevormd door levende stenen.

Dat zijn zowel de grote als de kleine gelovigen, gelijk ook een net grote en kleine vissen ophaalt. Iedere gelovige, groot en klein, wordt herboren in het doopsel en ontvangt zijn volwassenheid door de zalving van de H. Geest. Maar de uitgroei naar volwassenheid wordt hevig tegengewerkt door de gevallen engel en zijn trawanten. Christus echter overwint hen.

.

.

Derde Boek:

.

deel 3

.

.

Verlossingswerk gezien vanuit de mens

.

Nu volgt onder het dynamisch beeld van de opbouw van een stad, weer de verkondiging van dezelfde mystieke verlichting. Justitia, de Gerechtigheid Gods, eist dat de Schepper, die ook de Verlosser is, alle eer toekomt en in trouw geloof aanbeden wordt.

Op het fundament van dit geloof wordt het gebouw van de Gerechtigheid opgetrokken. Vóór het Oude Verbond was alleen de aanleg te zien, denken we slechts aan de aartsvaders. Maar onder de joodse wet en met Christus’ komst ging het gebouw de hoogte in. Omwille van Gods Zoon toont God zich in het Nieuwe Verbond wel mild, maar Hij straft in een scherp oordeel elk verhard gemoed dat de Geest versmaadt.

Het Oude Verbond liet duidelijk zien, wat de eerste voorwaarde is voor de geestelijke opbouw, n.l. in deemoed gehoorzaamheid betuigen aan wie door de Geest in gezag gesteld zijn. Door Christus is het mysterie van de Drieëenheid openbaar geworden, maar net als met het mysterie van de Menswording van de tweede Persoon kan men deze geheimen alleen doorgronden in zover de H. Geest ze wil openbaren.

De Zoon Gods roept alle deugdzamen op om samen de verdedigingsmuur te vormen tegen de vijand, opdat geen gelovige door duivelse list geroofd kan worden. Ieder die zichzelf weet te verloochenen, ontdekt dat de Zoon Gods, die zetelt op hoeksteen in het Oosten, degene is uit wie alles voortkomt en tot wie alles terugkeert.

Wel gaat al het geschapene te gronde, maar de bruid van de Zoon Gods zal in groter heerlijkheid opstaan en in de armen van haar geliefde vallen. Al het geschapene zal overgaan in een nooit eindigend lichtvisioen waar een nieuw lied weerklinkt:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe, door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd. Amen”.

Als we nu deze samenvatting overlezen, komen twee blijde boodschappen op ons af. In de eerste gaat het over God en het mensgeworden Woord, Christus, en daarna over de Kerk als stad, als een bolwerk met verdedigingsmuren, waarvan alles steunt op één hoeksteen. Die hoeksteen is weer de Christus en zo wordt er een nauw verband gelegd tussen God, Christus en de stad Jeruzalem ofwel de Kerk.

En deze verhouding tussen Christus en de Kerk wordt op het einde bij de wederkomst des Heren geformuleerd in termen van de bruid die in de armen van haar Geliefde zal vallen. Dit is de eerste boodschap door onze profetes verkondigd.

Maar de tweede is wellicht nog belangrijker. Aan de absolute eis van de Justitia, dat aan de Schepper, die tevens de Verlosser is, alle eer moet toekomen, is uiteindelijk volledig voldaan. De wegen des Heren leiden hoe dan ook alle naar God zelf. Daarom hoort Hildegard aan het slot een nieuw lied:

“Lofzang komt de hoogste Schepper toe door Wie niet alleen de volmaakte gelovigen, als engelen en heiligen, maar ook de steeds struikelende gelovigen met de hulp van Zijn genade tot de hemelse glorie worden gevoerd”.

Wat is het nieuwe in dit lied? Dat dank zij het verlossende lijden van Christus ook de zwakke broeders in het geloof het einddoel zullen bereiken. De blijde boodschap, het ware Evangelie, is dat Christus in het hart van de Drieëenheid zich ontfermt over de arme massa.

God kan aanvullen wat er bij ons kleingelovigen ontbreekt en Hij heeft dit ook gedaan. De grootheid van God is dat Hij, toen de hoogste geesten weigerden Hem te aanbidden en in de afgrond vielen, de minste der geesten, de mens, in hun plaats koos. En God heeft kans gezien om de onvolmaakte mens binnen te dragen in Zijn Rijk om de opengevallen plaatsen in te nemen.

Terecht zou iemand kunnen opmerken: Wat Hildegard ons als profetes meent te moeten meedelen, is toch eigenlijk geen nieuws! Wat de leer betreft inderdaad niet, maar wat de beleving en verkondiging ervan betreft wel.

Hier treedt een vrouw naar voren, die ons verzekert geroepen te zijn, om de door God aangewezen bisschoppen en priesters terecht te wijzen. De hele Scivias is gericht tot de geestelijkheid, die volgens de hemelse stem haar plicht verwaarloost.

Maar Hildegard aarzelde lang om deze opdracht te vervullen, wat helemaal niet moeilijk te begrijpen is. Zij was immers een vrouw en vrouwen hadden zeker in háár tijd geen enkele stem in de kerkelijke hiërarchie. Toen zij desondanks begon te spreken, voelde zij het als een bijna onoverkomelijk bezwaar, dat zij geen onderricht had gehad in welsprekendheid.

Het nauwelijks Latijn dat zij kende had ze zich eigen gemaakt door het veelvuldig lezen en zingen van de H. Schrift. En toch moest zij spreken, maar hoe? Terwijl zij over de korte maar hevige ervaring van de Godsontmoeting en verlichting begon na te denken, waaierde het licht uit als een regenboog, of beter als een reeks kerkramen van gebrandschilderd glas in een kathedraal.

Het licht werd haar duidelijk in beelden maar altijd in beelden die in haar geheugen reeds aanwezig waren. Als zij deze dan ook beschrijft, herkennen we veel motieven uit de kerkelijke iconografie van de eerste eeuwen van het christendom.

Evenwel, de bekende beelden waren voor haar niet toereikend om haar strikt persoonlijke ervaring tot uitdrukking te brengen. Voor die momenten ontwerpt Hildegard nieuwe composities van vorm en kleur. Daarom dienen we attent te zijn zodra we, bij het bestuderen van de vijfendertig miniaturen, nieuwe iconografische gegevens tegenkomen.

Bij die nieuwe voorstellingen en kleurencombinaties kunnen we er op rekenen, dat in de tekst hele persoonlijke ontboezemingen onder woorden zijn gebracht en wel zo persoonlijk, dat we van unieke ervaringen van zuiver mystiek gehalte kunnen spreken.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA