Advertenties

Tagarchief: cyclus

De leer van Boeddha : deel 6

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd. 

 

.

 

emotie11

.

.

.

 

1-Boeddha-spreekt-over-het-nirwana-citaat-spirituele-teksten-spreuk

 

.

 

 

Nirvana

 

.

Nirvana is een term uit het Sanskriet (Pali: nibbana) en betekent uitdoving

 

Dit begrip duidt op het ingaan in een andere wijze van bestaan, een ander levensperspectief. Volgens de opvatting van het vroege boeddhisme betekent nirvana het verlaten van de cyclus van wedergeboorten (samsara) en het ingaan in een andere bestaansdimensie.

Het begrip nirvana leidt gemakkelijk tot misverstanden. Zo wordt het vaak gelijkgesteld aan het westerse begrip ‘hemel’. De kernbetekenis van nirvana is: vrij zijn van het bepalende gevolg van karma, vrij zijn van gehechtheid aan illusies, gemoedsaandoeingen en verlangens. Het is dus niet in de eerste plaats een oord waar je verblijft na je dood, maar het is een persoonlijke toestand, een staat van geest. Die toestand kan in dit leven worden gerealiseerd. Nirvana en de wereld om ons heen zijn niet twee verschillende werkelijkheden of twee verschillende toestanden van de werkelijkheid. Nirvana is de werkelijkheid ontdaan van al onze denkbeelden.

De laatste stap naar het Nirvana is de inkeer van het denken tot zichzelf. “In diepe verzonkenheid, die het tegengestelde is van vage mijmering, wordt de aandacht scherp gericht op het onderwerp van overpeinzing. Dan dringt het verder door tot in de diepten van zichzelf. Innerlijk brengt het alles tot stilte en in deze stilte schouwt het tot in de eeuwige grond. In een koele, zonnige vrede, boven geluk en smart uit, beseft het de zaligheid van een onuitsprekelijk leven. Het is dicht bij zijn einddoel gekomen, bij Nirwána, het hoogste geluk.” (‘Woorden van Boeddha’, pag. 25)

Nirvana is het hoogste goed in het boeddhisme. Het is de bevrijding uit samsara, de eeuwige cyclus van wedergeboorten, en de ervaring van een radicale verandering in het bestaan. Nirvana is een staat waarin de vlam van de levensdorst geheel gedoofd is. Door het ego los te laten wordt de werkelijkheid in haar onverhulde volheid gezien. Het is een verzoening met het bestaan zoals het in werkelijkheid is, voorbij onze eigen beperkte en vooringenomen beleving ervan.

Wat Nirvana inhoudt is moeilijk in woorden te omschrijven. “Woorden zouden een poging zijn dit Nirvana te omgrenzen en zo de hoogheid aantasten van dit ongemetene. Hier sterft hopeloos alle poging tot begrip, tot enige omlijning.”

“Dat de Volkomene aan gene zijde des doods bestaat, is niet juist. Dat de Volkomene niet aan gene zijde des doods bestaat is niet juist. Dat de Volkomene zowel aan gene zijde des doods bestaat als niet bestaat, is niet juist. Dat de Volkomene noch aan gene zijde des doods bestaat noch niet bestaat, is niet juist.” (Woorden van de Boeddha, pag.27)

De Boeddhistische Catechismus van H. S. Olcott, behalve door kerkelijke vertegenwoordigers uit Burma, Tsjittagong en Japan, ook goedgekeurd (1891) door autoriteiten uit Ceylon, onder meer door de hogepriester Soemangala, zegt:

“Nirwána is één met onzelfzuchtigheid, met gehele overgave van zichzelf aan de waarheid. De onwetende verlangt naar de zaligheid van het Nirwána zonder het minste begrip van den aard daarvan. Afwezigheid van zelfzucht is Nirwána. Goed te doen om iets te verkrijgen, of een heilig leven te leiden om hemels geluk te erlangen, is niet het edele leven, dat Boeddha gebood. Zonder hoop op beloning moet het edele leven worden geleefd en dat is het hoogste leven. De nirwanische toestand kan nog worden bereikt, terwijl men op aarde is.”

Zo leefde de Boeddha ook nog vele jaren, nadat hij Nirwána had bereikt. Toen hij op tachtigjarige leeftijd stierf en het lichaam verliet om nimmer weder tot geboorte terug te keren, werd gezegd, dat hij het Paranirwána inging.

Parinirvana is het uiteindelijke nirvana. Iemand die in dit leven het nirvana heeft gerealiseerd komt na de dood in het parinirvana. Het is de staat van volledige uitdoving, waarbij het rad van samsara definitief is doorbroken. Het was ook de verblijfplaats van de Boeddha voordat hij ter wereld kwam. Het levensverhaal van de Boeddha zegt dat hij vanuit de ‘hemel der gelukzaligen’ neerdaalde op de aarde, omdat deze rijp was om de Dharma te ontvangen.

De Boeddha incarneerde in Siddharta Gautama, de prins die in 563 vóór Christus werd geboren in het rijk van de Shakya’s aan de voet van de Himalaya. Aan het eind van zijn leven, toen zijn taak was volbracht, keerde de Boeddha tot het parinirvana terug.

 

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

De leer van Boeddha : deel 3

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd.

 

 

 

Samsara

 

 

 

 

 

 

Samsara (Sanskriet) betekent ‘reizen’. Het is de reis door de ‘cyclus van bestaan’, waarbij een wezen de verschillende bestaansvormen doorloopt totdat via een opeenvolging van wedergeboorten bevrijding wordt bereikt.

 

Gevangen zijn in het rad van samsara wordt veroorzaakt door drie ongezonde psychische fenomenen: haat, hunkering en zelfbedrog.

Het type wedergeboorte binnen samsara wordt bepaald door het karma van het wezen. Het boeddhisme laat ons zien dat alle dingen in het leven hun eigen cyclus van opeenvolgende veranderingen hebben. Alle verschijnselen komen uit iets voort en zijn op zich weer de oorzaak van een nieuw verschijnsel. Zo kennen we de kringloop van het water.

Zo is er ook de kringloop van het leven. Ook het menselijk bewustzijn is niet zomaar uit het niets ontstaan, ook verdwijnt het niet op het ogenblik van de dood. Het bewustzijn kent geen oorsprong of einde, maar verloopt van het ene bestaan naar het andere. Na de dood leven we, wanneer we niet aan deze cyclus van geboorte en wedergeboorte ontsnappen, verder in een nieuw lichaam. Dit proces van opeenvolging van bestaansvormen noemt men dus samsara.

Samsara bestaat uit een aantal hogere en lagere bestaansniveaus. Na onze dood zal ons bewustzijn een nieuwe identiteit zoeken. Daarbij komen we, afhankelijk van ons karma, terecht in een hoger of lager bestaansniveau. Zo dolen we door deze bestaansniveaus in een maalstroom van hebzucht, haat en begoocheling, en zijn we overgeleverd aan de eindeloze cyclus van geboren worden en sterven.

Aan deze cyclus kunnen we ontsnappen door het inzicht in de vier edele waarheden. Door het opgeven van onze begeerten en het beoefenen van het Achtvoudige Pad kunnen we aan samsara, de kringloop van het bestaan, ontstijgen. De uitgang uit het samsara heet dan ook nirvana.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Karma en reïncarnatie in de Bijbel : deel 3

Standaard

categorie : religie

1. Reïncarnatie en de ziel

Zonder uitzondering wijzen alle godsdiensten, gnostische stromingen en mystieke ordes erop dat de mens een ziel heeft en het van cruciaal belang is zich bewust te worden van dit Hoger Zelf. Ten eerste omdat de ziel naar Eenheid streeft; en niet in de laatste plaats omdat de wedergeboorte van de ziel tot het besef leidt dat de mens in zijn diepste wezen onsterfelijk is. Gelijk een druppel in de oceaan heeft de ziel volgens de wet van analogie dezelfde eigenschappen als de HERE, wat onder andere de onsterfelijkheid van de ziel verklaart. Macrokosmos is microkosmos, zo Vader, zo Zoon.

Hb.01:12-     
Zijt gij niet vanouds, HERE, mijn God, mijn Heilige? Wij sterven niet (…).

Lc.12:24-
Ik zeg u, mijn vrienden, vrees hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen.

Een “mens” kunnen we dus definiëren als een ziel in een stoffelijk lichaam en hoewel mystici ziel en lichaam als één beschouwen, kunnen we ze gemakshalve als twee aparte onderdelen onderscheiden. Eigenlijk bestaat de mens uit drie aspecten: geest, ziel en stof, en is de ziel het middenbeginsel tussen geest en stof.

Hoewel de term wedergeboorte gewoonlijk wordt gebruikt voor reïncarnatie, doelt de Bijbel met wedergeboorte niet op reïncarnatie, maar op een geestelijke geboorte. Wanneer de mens bewustzijn verwerft van zijn inwonende ziel, wordt er zogezegd een nieuwe Mens geboren. In tweede instantie verkrijgt men bewustzijn van het geest-aspect. Wél zal duidelijk zijn dat de wedergeboorte niet in één leven tot stand kan komen, en  reïncarneren noodzakelijk is om haar mogelijk te maken.

1Pt.01:23- 
Hebt elkander bestendig lief, als wedergeboren en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad.

Reïncarnatie behoort dus te worden benaderd vanuit het standpunt van de ziel, want het is de ziel die in cyclisch verband op en neer reist  “tussen hemel en aarde”. De ziel incarneert op aarde in een stoffelijk lichaam, en na de dood van het lichaam keert zij weer terug naar haar eigen sfeer in het hiernamaals. Daarna herhaalt het proces zich. Echter met dien verstande dat de ziel de goede en slechte vruchten uit vorige levens als ervaringen (of onbewuste herinneringen) meeneemt naar haar volgende levens.

het cyclisch verband

Gn.28:20-      

Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder opgericht, waarvan de top tot aan de hemel reikte, en zie, engelen Gods klommen daarlangs op en daalden daarlangs neder. En zie, de HERE stond bovenaan en zeide: Ik ben de HERE, de God van uw vader Abraham en de God van Isaäk; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven.

Jh.01:52-             
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg ulieden, gij zult de hemelen open zien en de engelen Gods opstijgen en nederdalenop de Zoon des mensen.

De ladder verbindt de dualiteit hemel en aarde, en de engelen  trokken daarlangs
op en neer. Dan is het ook logisch dat dit op en neer reizen van de ziel zich in cyclisch verband voordoet, en wij te maken hebben met een symbolische omschrijving die doet denken aan reïncarnatie.

 

reincarnatie_www.tunuc.com

 

2. De cyclus van de ziel

In de Oude Wereld was men van mening dat de kringloop in beweging kwam, doordat zij werd aangeblazen door de wind, die uit de vier windrichtingen kwam.

Pr. 01:04-
De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats, waar zij opkomt. De wind gaat naar het zuiden en draait door naar het noorden, aldoor draaiende gaat hij voort en op zijn kringloop keert de wind weer terug.

De wind die zijn kringloop volbracht, betrof de adem des HEREN. Zijn in -en uitademing zijn twee tegengestelde polen die de draaiende beweging van het Rad in gang houden.

Js.59:19-
En men zal vanwaar de zon ondergaat de naam des HEREN vrezen en vanwaar zij opgaat zijn heerlijkheid, want Hij komt als een onstuimige rivier, door de adem des HEREN voortgezweept.

De kringloop, hier voorgesteld door de Grote Rivier die om de aarde stroomde, werd voortgezweept door de adem de HEREN.
Gelijk de grote In en -Uitademing van de HERE een cyclisch proces is, zo geschiedde het ook met de in -en uitademing (leven en dood) van de mens, want zoals gezegd is volgens de wet van analogie macrokosmos gelijk aan microkosmos. Ook uit Ps.104:29 spreekt het cyclische verband

Ps.104:29-   
(…) neemt Gij hun adem weg, zij sterven en keren weder tot hun stof; en zendt Gij uw Geest uit, zij worden geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat van de aardbodem.

Dat de ziel (of geest) bij de geboorte en dood in en uit het lichaam treedt, daar doet de Bijbel niet moeilijk over. Probleem is dat de Bijbel het dualiteitsprincipe en de daarmee in verband staande cycli nogal vaag uitlegt. De samenhang blijkt evenwel door onderstaande fragmenten met elkaar te vergelijken.

Gn.02:07-
 (…) toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.

Bij de geboorte trad de levensadem (geest, ziel) in het lichaam. Tijdens het overlijden van de aartsvaders, trad de geest uit het lichaam. Het proces van kringloop speelt slechts op de achtergrond een rol.

Gn.25:08-     
En Abraham gaf de geest en stierf in hoge ouderdom, oud en van het leven verzadigd, en hij werd vergaderd tot zijn voorgeslacht.

Gn.35: 28-     
En Isaäk gaf de geest en stierf en hij werd tot zijn voorgeslacht vergaderd (…).

Gn. 49:33-    
En toen Jakob geëindigd had zijn zonen bevelen te geven,  trok hij zijn voeten terug  op het bed  en gaf de geest en hij werd tot zijn voorgeslacht vergaderd.

Of de ziel naar het dodenrijk (de onderwereld) moest vertrekken of in één van de hogere sferen mocht vertoeven, werd tijdens het gericht over de doden door de HERE bepaald, die daarvoor de weegschaal ter hand nam.

Jb.31:06-
Hij wege mij op een zuivere weegschaal, dan zal God mijn onschuld erkennen.

Het is bekend dat de Bijbel meerdere sferen beschrijft, waartoe de overledenen konden afdalen of opstijgen.

1.

Het gewone volk – de onbewusten – reïncarneerden in een kringloop tussen de aarde en de onderwereld.
Van de aarde daalden zij af naar het dodenrijk en weer terug naar de aarde.

1Sm.02:06-     
De HERE doodt en doet herleven,
Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen.

Js.14:09-
Het dodenrijk beneden is over u in beroering (…).

Nm16:29-     
Zo daalden zij, met al de hunnen levend in het dodenrijk; en de aarde overdekte hen, zodat zij uit het midden der gemeente omkwamen

2.

Verhevenen zoals de engelen en Elia reïncarneerden in een cyclus tussen de aarde en de hemel.
Van de aarde stegen zij op naar de hemel en weer terug, waar de jakobsladder een voorbeeld van was.

Ps.16: 10-    
Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel
Zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen;
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk
Noch laat Gij uw gunstgenoot de groeve zien.
Gij maakt mij het pad des levens bekend (…).

reincarnatie

3. De ziel in de Bijbel

1Pt.01:08-    
Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen.

Dat het de ziel is, die het fysieke lichaam levend maakt, vinden we nog wél terug bij 2Sm.17:22.

2Sm.17:22-                                          
Laat toch de ziel van dit kind in hem terugke­ren. En de HERE hoorde naar de stem van Elia, en de ziel van het kind keerde in hem terug, zodat het levend werd.

alles-is-liefde.nl-Reïncarnatie

4. Herleven

In de Bijbel wordt het werkwoord herleven  meer dan eens gebruikt om het verband uit te drukken tussen reïncarnatie en wedergeboorte. In feite kan herleven op allebei betrekking hebben.

1.

Herleven in de zin van een volgend leven op aarde.

2.

Herleven in de zin van bewustzijn. De ziel is in principe een levende entiteit, maar de mens is zich hier niet van bewust (en geestelijk dood). Door het verwerven van bewustzijn over de onsterfelijke ziel, wordt de mens wedergeboren en  herleeft hij.

Jb.14:14-  

Als een mens sterft, zou hij herleven?

Dt.32:39- 
Ziet nu, dat Ik, Ik het ben
daar is geen God behalve Mij
Ik dood en doe herleven
Ik verbrijzel en genees.

1Sm.02:06-                      
De HERE doodt en doet herleven,
Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen.

cropped-header-spiriblog-vergroot

 5. Wederkeren

Ook de fragmenten waarin het werkwoord wederkeren voorkomt, zijn voor tweeërlei uitleg vatbaar. Het betreffen voornamelijk zinsdelen waarin sprake is van wederkeren tot de aarde of aardbodem en die naar reïncarnatie kunnen verwijzen. Neem bijvoorbeeld Gn.03:19.

Gn.03:19-
(…) in het zweet uws aanschijns zult gij uw brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gijdaaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

Opgemerkt moet worden, dat Gn.03:09 het gevolg was van de zonde van Adam en Eva, zodat we de tekst in deze context moeten bezien. Dat wil zeggen: door de zonde van Adam en Eva trad  bij Gn 03:19 de wet van karma in werking en deze wet hangt weer samen met reïncarnatie. De ziel reïncarneert immers wegens de zonde.

Ps.90:03 spreekt van stervelingen en mensenkinderen. Via de weg van reïncarnatie evolueren stervelingen tot mensenkinderen en laatsten zullen uiteindelijk wederkeren tot de Bron.

Ps.90:03-
Gij doet de sterveling wederkeren tot stof, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen. Want duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is, en als een nachtwake.

 Volgens de occulte leer treedt de dood van de mens in als het zilveren koord wordt losgemaakt. De gouden lamp verwijst naar het bewustzijn van de ziel. De verbrijzelde kruik duidt op het stoffelijk omhulsel, dat na de dood wordt vernietigd. Het scheprad was een waterrad en symboliseert de kringloop van reïncarnatie. Twee belangrijke gegevens zijn wellicht nog uit Pr.12:05 te destilleren.

1.

De mens kan zich bewust worden van zijn Bron (zijn eeuwig huis) vóór hij sterft (voor het zilveren koord verbroken wordt).

2.

Na de dood keert het stoffelijk deel van de mens weder tot stof. De geest (Hebreeuws: roeach) keert weder tot God, en zal gezien het cyclisch proces van Gods Adem (de wind, die de kringloop in beweging zet) via een volgende incarnatie weer op aarde terugkeren.

Pr.12:05-

(…) want de mens gaat naar zijn eeuwig huis en de rouwklagers gaan rond op de straat-; voordat het zilveren koord losgemaakt en de gouden lamp verbroken wordt; voordat de kruik bij de bron verbrijzeld en het schepradin de put verbroken wordt, en het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft.

 

boeddh2

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA