Tagarchief: dood

Openbaring les 4: Wat is een nieuwe hemel en nieuwe aarde?

Standaard

Categorie: religie

 

 

ACHTERGROND

 

Gelovigen zijn “allen die Zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Tim.4:8). Het is niet logisch dat iemand zou beweren Jezus lief te hebben en daarbij niet zou verlangen naar Zijn terugkeer. Daarom is het eind van het boek Openbaring net zo bemoedigend. Gelovigen zijn, zowel in de tijd van Johannes als vandaag de dag, voorbestemd om voor eeuwig met Hem te leven en de verwachting van die gemeenschap met Hem zou hun grootste vreugde moeten zijn. De Gemeente zal nooit bevredigd zijn totdat ze “zonder smet of rimpel of iets dergelijks, heilig en smetteloos” voor God zal staan (Ef.5:27). Tegelijkertijd staat er een andere realiteit te wachten voor degenen die niet verlost zijn. Hun komende eeuwige toestand is net zo echt als die van de verloste mensen. Om die reden geeft Jezus nog een laatste uitnodiging tot berouw in inkeer voor Hij Zijn openbaring doorheen de apostel Johannes afsluit.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde (Openbaring 21:1-8)

 

Bij het openen van het 21ste hoofdstuk zijn alle zondaren uit alle tijden, en satan en zijn demonen, veroordeeld tot de poel van vuur (20:10-15). Nadat God alle goddeloze mensen en engelen verbannen heeft en het huidige universum vernietigd is (20:11), zal God een nieuwe plaats scheppen waar de verlosten en de heilige engelen voor eeuwig kunnen wonen. De openbaring van Christus aan de apostel Johannes is een beschrijving van deze woonplaats. Dat op een dag alles nieuw zal worden gemaakt is om verschillende redenen een bemoedigende boodschap van zekerheid aan de gelovigen, zowel uit de tijd van Johannes als die van vandaag de dag.

Ten eerste zullen gelovigen geroepen worden om met Christus in een glorieuze plaats te wonen. Dit zal een gloednieuwe, nooit eerder geziene weergave zijn van Gods kracht. God schiep de aarde oorspronkelijk als een geschikte woonplaats voor de mensheid. De ingang van de zonde besmette echter de aarde en het universum waardoor God deze uiteindelijk zal vernietigen (20:11). Omdat door dit oordeel de eerste hemel en de eerste aarde heen zullen gaan, moet God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen. Binnen in deze nieuwe schepping zal er een centrale plaats of hoofdstad zijn.

Deze zal het nieuwe Jeruzalem genoemd worden en zal heel anders zijn dan het Jeruzalem dat Johannes of wijzelf kennen. Het oude Jeruzalem, dat toen Johannes dit visioen kreeg al 25 jaar in puin lag, is ook bevlekt met zonde en maakt daardoor deel uit van de oude schepping. De nieuwe plaats zal een heilige stad zijn voor God, omdat iedereen die er zal wonen heilig zal zijn (20:6). Wanneer God deze nieuwe hemel en nieuwe aarde zal maken zal het nieuwe Jeruzalem uit het heilig universum neerdalen (21:10) en dienen als de eeuwige woonplaats voor alle verlosten. Dat zulk een plaats zal dienen als een huis voor de verlosten, blijkt uit de beschrijving die Johannes geeft over het nieuwe Jeruzalem als zijnde “een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is” (21:2).

Johannes zag een bruid die voor haar man sierlijk is gemaakt, omdat het tijd was voor de voltooiing van alle dingen. Tegen deze tijd zal de Gemeente bewaard zijn in een waar geloof en zij die God vrezen, zich bekeerd hebben van hun zonden en hem in dit leven trouw hebben gevolgd, zullen het voorrecht genieten om voor eeuwig met Hem te mogen leven in het komend leven. Wanneer er een einde zal zijn gekomen aan alle aardse dingen, zal de inleiding van de hemel verwelkomd worden met Gods Gemeente die voor Hem gepresenteerd wordt als een mooie bruid die gereserveerd is voor haar echtgenoot.

In deze nieuwe schepping zal de “de tent (tabernakel) van God” bij de mensen zijn “en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn” (21:3). Dit zal in de verlossingsgeschiedenis een nooit eerder geziene demonstratie zijn van Gods glorieuze aanwezigheid bij Zijn volk. God zal letterlijk Zijn tent opzetten onder het volk. Hij zal niet langer transcendent, op verre afstand van hun wonen. Hier zal de gelovige genieten van volmaakte gemeenschap met God. De onvolmaakte, door zonde gehinderde gemeenschap die gelovigen nu in dit leven hebben met God (1 Joh.1:3) zal dan volkomen, volledig en onbegrensd zijn in de hemel. Daar zullen ze de majesteit van Gods buitengewone bestaan zien en kennen, terwijl ze hun Schepper volmaakt zullen aanbidden.

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn omdat dat de hemel (de nieuwe schepping) dramatisch anders zal zijn dan deze huidige wereld. Dit wordt duidelijk in de omschrijvingen van Johannes. Daar in de hemel zullen de gelovigen ervaren dat God “alle tranen van hun ogen” zal afwissen (21:4). Omdat er “geen verdoemenis” is “voor hen die in Christus Jezus zijn” (Rom.8:1) zal er niets zijn om spijt van te hebben – geen rouw, geen jammerklacht en geen moeite. Hierom zullen zij die bij God wonen niet één traan meer laten in de hemel. De dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn” (21:4). De grootste vloek in het menselijk bestaan zal er niet meer zijn! “De dood is verslonden” beloofde Paulus (1 Kor.15:54).

Zowel satan, die de macht had over de dood (Heb.2:14) als de dood zelf, zullen in de poel van vuur geworpen worden (20:10, 14). Deze volmaakte heiligheid en afwezigheid van zonde die de hemel zullen kenmerken, vertalen zich in een wereld die vrij is van alle pijn, verdriet en gejammer. Al deze veranderingen die de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen kenmerken, geven aan dat “de eerste dingen zijn voorbijgegaan” (21:4). De oude menselijke ervaring die betrekking heeft op de gevallen schepping is voor eeuwig voorbij samen met alle rouw, leed, verdriet, ziekte, pijn en dood die de zondeval kenmerkte. Christus zal in die dagen wonderbaarlijk “alle dingen nieuw” maken (21:5).

 

 

De inwoners van de nieuwe hemel

en de nieuwe aarde (Openbaring 21:6-8; 22-27)

 

De gehele geschiedenis is gegroeid naar dat goddelijk moment waarin alles nieuw wordt gemaakt. Bij haar voltooiing zal alles volbracht zijn. Daarom zei de majestueuze stem van Degene die op de troon in de hemel zit tegen Johannes: “Het is geschied” (21:6). God begon de geschiedenis en Hij zal die voleindigen en alles ervan verloopt volgens Zijn plan. Zij die zullen wonen in de nieuwe hemel en nieuwe aarde worden met twee zinnen hier in hoofdstuk 21 beschreven. Als eerste wordt een inwoner van de hemel omschreven als iemand die “dorst heeft” (21:6). Zij zullen “hongeren en dorsten naar de gerechtigheid” (Matt.5:6).

De belofte aan de oprechte zoeker is dat zijn dorst bevredigd zal worden. God zal “voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens” (21:6). Doorheen de Bijbel symboliseert dit water het eeuwige leven (Joh.4:34-14; 7:37-38; Op.22:17). Zij die dorsten en oprecht zoeken naar verlossing zijn degenen die het zullen ontvangen en de eeuwige hemelse gelukzaligheid zullen genieten.

Ten tweede behoort de hemel ook aan “wie overwint” (21:7). Deze overwinnaars zullen zij zijn die gedurende dit leven trouw hun reddend geloof in de Here Jezus Christus hebben versterkt. Overwinnend en volhard in het geloof zullen deze personen “alles beërven” (21:7). Zij zullen “een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt” ontvangen (1 Pet.1:4).

Ze zullen in de gelukzaligheid van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor altijd genieten van een volmaakte ziel (Heb.12:23) en volmaakt lichaam (20:6; Rom.8:23; 1 Kor.15:34-44; 2 Kor.5:2; Fil.3:21). Maar het meest geweldige voor degene die overwinnen en dorsten naar rechtvaardigheid is Gods belofte: “Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn” (21:7). Ondanks dat de gelovige in dit leven al het voorrecht geniet om geadopteerd te zijn als Gods zoon, zal het pas bij het binnengaan van de hemel de volledige werkelijkheid van deze adoptie ervaren (Joh.1:12; Rom.8:14-17; 2 Kor.6:18; Gal.4:5; Ef.1:5).

Zij die het eeuwig geluk zal ontzegd worden, worden omschreven als “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Degenen wiens leven gekenmerkt wordt door zulke dingen geven blijk dat zij niet gered zijn en nooit de hemelse stad zullen betreden. ”Hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In contrast met de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen in de hemel zullen de zondaars voor eeuwig gekweld worden in de hel. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde staan enkel gelovigen te wachten, terwijl de uiteindelijke hel al de verrezen ongelovigen te wachten staat. Daarom bepalen de tegenwoordige keuzes van mannen en vrouwen in welke plaats ze voor eeuwig zullen leven.

 

 

De glorie van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:22-27)

 

Eenmaal in de nieuwe hemel en aarde zullen de verlosten onmiddellijk met glorieus ontzag staan in de nieuwe stad Jeruzalem. Daarbinnen in de stad zal er “geen tempel” zijn, want “de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam” (21:22). De goddelijke aanwezigheid zal de gehele nieuwe hemel doordringen en nergens begrensd zijn tot één plaats. Daarom zullen gelovigen nooit naar een ander huis moeten gaan om te bidden. Tot in de eeuwigheid zullen gelovigen voortdurend in de aanwezigheid van God zijn. Nooit zal er een moment zijn dat ze niet in de volmaakte heilige aanwezigheid van “de almachtige God en het Lam” leven (21:22). Het leven van de gelovigen zal louter bestaan uit aanbidding van God.

Al deze aanbidding zal in Gods glorie gebeuren. Anders dan deze aarde, die volledig afhankelijk is van de zon en de maan, zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde niet afhankelijk zijn van zulk licht. De zon en de maan zullen niet nodig zijn om licht te voorzien, “want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp” (21:23). Onder zulk licht zullen alle gelovigen uit elke taal, stam en natie samengebracht worden – zowel Joden als heidenen (21:24). Al de verlosten zullen verenigd worden als Gods volk waarbij eenieder gelijkwaardig is in de eeuwige hoofdstad.

Zulk een gelijkwaardigheid onder de verlosten zal ook ervaren worden in complete veiligheid. Er zal in de eeuwigheid geen nacht meer zijn en de poorten van Jeruzalem zullen nooit meer gesloten moeten worden (21:25). Het zal een plaats van rust, veiligheid en verfrissing zijn waar Gods volk zal “rusten van hun inspanningen” (14:13). Ook zal alles in de hemel heilig zijn. Er zal in het nieuwe Jeruzalem dus niets onrein zijn en “ook niemand die zich bezighoudt met gruwelen en leugens” (21:27). De enigen die daar zullen verblijven zijn degenen wiens naam in het boek des levens geschreven staan.

 

 

Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De laatste uitnodiging (Openbaring 22:12-17)

 

De hemel zal slechts een selecte groep mensen huisvesten. Enkel de verlosten zullen dit beërven en voor eeuwig met God regeren. En omdat Christus geduldig is en niet wil dat er niemand verloren gaat (2 Pet.3:9) verlangt Hij ernaar om de ongelovigen hier in de verzen 12-17 nog een laatste oproep tot berouw en inkeer te geven. De volledige canon van de Bijbel eindigt daarom op dit punt met een dringende oproep voor zondaren om tot Jezus Christus te komen en voor het te laat is de vrije gift van eeuwig leven te ontvangen. Want Christus komt spoedig (22:12) en wanneer Hij komt zal het zijn als een dief in de nacht (2Pet. 3:10). Voor de verlosten is dit een grote bemoediging. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde” zal komen met beloningen in Zijn hand “om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13).

Iedere gelovige zal door trouw aan Christus eeuwige beloningen ontvangen. De beloningen waar de gelovigen van zullen mogen genieten in de hemel, bestaan uit de mogelijkheden om God te dienen. Dus hoe groter hun trouw is geweest in dit leven, hoe meer mogelijkheden ze zullen krijgen om God in de hemel te dienen (cf. Matt.25:14-30). Wat een vreugdevolle gelegenheid zal dat zijn. De verlosten zullen voor eeuwig gezegend worden en een volledige en voor altijddurende toegang hebben tot God. Wanneer ze door de poorten van het nieuwe Jeruzalem willen gaan, zullen ze dat eender wanneer kunnen doen en wanneer ze van de boom des levens willen nemen zullen ze dat dus kunnen doen wanneer ze maar willen (22:14).

Al deze personen zullen op zulk een wijze gezegend worden, omdat God hun gehoorzaam tot aan het eind heeft bevonden, gewassen en gereinigd door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14). Dat zulk een glorieuze toestand staat te wachten op de terugkeer van Christus is de reden waarom de Geest en de bruid (de Gemeente) zeggen, “Kom!” (22:17). Beiden zien ze uit naar de terugkeer van Christus om de verlosten te verzamelen. De Gemeente wordt vermoeid door de strijd tegen zonde en verlangt er, samen met de Geest, naar om Jezus Christus verheerlijkt, verhoogd en geëerd te zien worden. Zoals men kan zien is de hemel erg exclusief en huisvest ze enkel degenen die gereinigd zijn van hun zonden door geloof in Jezus Christus. Daarentegen zullen alle anderen buiten het nieuwe Jeruzalem in de poel van vuur verblijven (20:15; 21:8). Omdat “wat onrein is” niet de mogelijkheid zal hebben om in te komen zullen “alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam” het voorrecht gegeven worden om het nieuwe Jeruzalem toe te treden (21:27).

De personen die buitengesloten zullen worden beschrijft Christus als honden en worden verder omschreven als “de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” (22:15). Iemand die een van deze zonden liefheeft en herhaaldelijk een van deze zonden doet, koppig eraan vastklampt en Christus’ uitnodiging tot verlossing afslaat, zal in de poel van vuur geworpen worden. Toch laat Christus Zijn schepping niet los. De zin: “Laat hij die het hoort, zeggen: Kom!” nodigt al degenen die de Geest en de bruid horen uit om hen te vergezellen in hun verlangen naar Christus’ terugkeer. Degene die met geloof hoort en vertrouwd is degene die gered zal worden.

Door hun gehoorzaamheid aan het Evangelie zullen zij die zich bekeren samen met de Geest en de bruid, omdat ze verlangen naar Zijn glorie – en hun eigen verlossing van zonden – in een volmaakte heilige omgeving, uitzien naar Christus’ terugkeer. Aan degenen die de oproep van Christus gehoorzamen, dorsten naar vergeving en zich bekeren van hun zonden biedt Christus “voor niets” “het water des levens” aan (22:17). Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan al degenen die horen en geloven dat Jezus de prijs voor hun zonden betaalde door Zijn opofferende dood aan het kruis (Rom.3:24).

 

Conclusie

 

Dat Christus spoedig zal terugkeren, is een uiterst zekere waarheid. Ondanks dat “de hemel en de aarde zullen voorbijgaan” zal Gods Woord “beslist niet voorbijgaan” (Luk.21:33). Of de mensen nu wel of niet deze komende realiteit begrijpen en geloven, toch zal ze gaan gebeuren omdat deze woorden “betrouwbaar en waarachtig” zijn (22:6). Voor degenen die Gods geboden bewaren, overwinnen en trouw blijven tot aan het eind ligt er een eeuwige onbeschrijflijke beloning te wachten in de hemel. Anderzijds zullen zij die geen aandacht geven aan Christus’ uitnodiging tot berouw en inkeer buitengesloten worden van het nieuwe Jeruzalem en daardoor dus ook voor eeuwig de aanwezigheid van God missen. Daarom zou iedere gelovige ernaar moeten streven om iedere dag godvruchtig te leven en voortdurend bemoedigd te zijn door Christus’ belofte: “zie, Ik kom spoedig” (22:12).

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat moest Christus nog doen met betrekking tot de eindtijd?

 

Als de les begint, zullen alle zondaren van alle tijden, als wel satan en zijn demonen, veroordeelt zijn naar de poel van vuur (20:10-15). Na alle goddeloze mensen en engelen verwijderd te hebben en het huidige universum vernietigd (20:11), is alles wat nog gedaan moet worden door God, het maken van een nieuwe plaats voor Zijn kinderen en de heilige engelen om voor eeuwig te wonen. Christus’ openbaring aan de apostel Johannes is een beschrijving van zulk een woonplaats. Deze plaats zal gekend worden als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

 

 Waarom wordt het nieuwe Jeruzalem de heilige stad genoemd?

 

Wanneer God deze nieuwe hemel en de nieuwe aarde maakt, zal een nieuw Jeruzalem in het midden van dat heilige universum neerdalen (21:10) en dienen als een woonplaats voor degene die in alle eeuwigheid verlost zijn. Niet als het oude Jeruzalem van vandaag, die besmet is door zonde als de rest van de wereld, zal die nieuwe Jeruzalem een heilige stad voor God zijn, omdat iedereen die er in leeft heilig zal zijn (20:6). Alles wat schoongewassen is of nieuw gemaakt is, zal toegestaan worden in de nieuwe schepping te blijven. Aangezien niets dat onrein is toegestaan zal worden om binnen te gaan, zal de gehele hemel volmaakt heilig zijn.

 

 

 Wie zal er in de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen wonen?

 

Als God de nieuwe schepping maakt en de huidige schepping tot een einde brengt, zullen alleen degene die trouw op het evangelie gereageerd hebben binnen mogen gaan. Aan het einde van Openbaring verwijst Christus naar deze individuen als degene die dorst hadden en overwonnen hebben. Degene die hun hopeloosheid en verloren toestand apart van Christus realiseren, hongeren naar de rechtvaardigheid die alleen door Hem voorzien wordt, zullen met eeuwig leven gezegend worden. God zal hen vinden met berouw over hun zonden, God vrezende en trouw Hem tijdens dit leven volgende. Omdat ze vol passie verlossing zoeken en bewijzen loyaal aan Gods Zoon te zijn, zullen ze de eeuwige zegen van de hemel ontvangen.

 

 

 Hoe zal de relatie van de gelovige met God in de nieuwe schepping zijn?

 

Het zal een zegen zijn om in de hemel te mogen zijn, omdat gelovigen steeds in de aanwezigheid van God zullen zijn. Er zal geen moment zijn dat ze niet in een volmaakt heilige relatie staan met de “de Heere, de almachtige God, en het Lam” (21:22). De “tent van God” zal “bij de mensen” zijn, “en zij zullen Zijn volk zijn” en Hij zal “hun God zijn” (21:3). God zal letterlijk Zijn tent onder Zijn mensen opzetten; Hij zal niet langer ver weg zijn. Hier zal de gelovige in staat zijn van om volmaakte gemeenschap met God te genieten.

 

 

 Hoe zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde anders zijn van deze huidige aarde?

 

Gelovigen zouden ook bemoedigd moeten zijn door het feit dat de hemel enorm zal verschillen met de huidige wereld. Christus zal in die dagen “alle dingen nieuw” maken (21:5). Hij zal alle tranen afwissen, omdat er niets is waarvoor we bang moeten zijn of spijt van zullen hebben. Alles zal volmaakt gemaakt worden en de wereld zal volledig vrij van zonde zijn. Omdat satan en de dood in de poel van vuur geworpen waren (20:10, 14), zal de wereld vrij van alle pijn, leed en huilen zijn.

 

 

 Wie zal er niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen mogen gaan?

 

Degene die afgewezen worden om van dit heelal van eeuwige blijdschap te genieten, worden hier beschreven als de “lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars” (21:8). Hun levens die zo gekenmerkt werden met zulk een herhaaldelijke zonde, geeft bewijs dat ze niet verlost zijn en nooit de hemelse stad zullen binnengaan. Integendeel, “hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood” (21:8). In tegenstelling tot de eeuwige zaligheid van de gerechtigheid in de hemel, zullen de goddelozen eeuwige kwelling in de hel te verdragen hebben.

 

 

 Hoe zal aanbidding zijn in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde?

 

Omdat ze in Gods aanwezigheid blijven, zal alle aanbidding ook voortdurend gedaan worden in het stralende licht van Gods heerlijkheid. Niet zoals de huidige aarde, zal de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen nood hebben aan licht van de zon en de maan. Zulk een licht zal niet nodig zijn, omdat de heerlijkheid van God het nieuwe Jeruzalem zal verlichten en zijn lamp zal het Lam zijn (21:23). Onder dat licht zullen alle verlosten verenigd zijn als Gods kinderen, waarbij iedereen volledig gelijk is en van volledige rust en veiligheid kan genieten. Daar zullen zij de grote majesteit van Gods wonderlijk wezen zien en kennen, terwijl zij volmaakt aanbidden en hun Maker dienen.

 

 

 Waarom is de komst van Christus bemoedigend voor de gelovige?

 

Voor degene die ware gelovigen zijn is dit bemoedigend. “De Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde,” komt met een beloning in de hand, gereed om “aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn” (22:12-13). Iedere gelovige zal eeuwige beloningen gegeven worden, gebaseerd op hun trouw in het dienen van Christus in hun leven. Zulke individuen zullen op deze manier gezegend worden, omdat God hen gehoorzaam achtte tot het einde, schoongewassen door het bloed van Christus (1:5; 5:9; 7:14).

 

 

 Waarom wilden de Geest en de Bruid Christus verlangend uitnodigen om te komen?

 

Dat zo een glorieuze staat wacht op de komst van Christus, is waarom de Geest als de Bruid (welke de kerk is) roepen, “Kom!” (22:17). Beide verwelkomen de gedachte van Christus’ terugkomst om degene te verzamelen die hun vertrouwen op Hem gesteld hebben. De gemeente wordt moe van de strijd tegen de zonde en verlangd, met de Geest, om Christus verhoogt, verheerlijkt en geëerd te zien.

 

 

 Wat biedt Christus aan degene die zich aansluiten bij de

Geest en de Bruid en wachten op Zijn komst?

 

Aan degene die gehoorzaam zijn aan Christus roeping, dorsten naar vergeving en bekeren van hun zonden, biedt Christus het “het water des levens” aan (22:17). Doorheen de hele Schrift symboliseert het water eeuwig leven (Joh.4:14-34; 7:37-38; Op.22:17). Daarom is degene die in geloof hoort en gelooft, degene die verlost zal zijn. Dit eeuwig leven wordt vrij aangeboden aan degene die hoort en gelooft, omdat Jezus de prijst betaald heeft door Zijn offerdood aan het kruis (Rom. 3:24).

 

 

SAMENVATTING

 

Eens zal onze wereld er niet meer zijn, en de sterren die we ’s nachts zien zullen niet langer aan de hemel staan. Ook de maan niet. Vanwege de zonde zal God deze wereld vernietigen, samen met de hemelen. In plaats daarvan zal God nieuwe hemelen en een nieuwe aarde scheppen. God zal een stad scheppen die het nieuwe Jeruzalem zal heten. God is deze stad voor alle gelovigen aan het voorbereiden, om op een dag er in te leven en er van te genieten. Omdat er niet langer zonde zal zijn, zal er geen gevolgen van zonde meer zijn. Op deze nieuwe aarde zal er geen geween meer zijn, noch dood of pijn. We zullen ons niet langer zorgen hoeven maken dat mensen onze dingen willen stelen of onze familie pijn willen doen. God zal de volmaakte leider zijn van Zijn kinderen. En Gods kinderen zullen volmaakte volgelingen zijn. Maar een ieder die niet voor zijn sterven zijn vertrouwen op Christus stelde, zullen niet de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnengaan, noch het nieuwe Jeruzalem. In plaats daarvan zullen ze voor eeuwig in de poel van vuur gedaan worden.

Er zijn gevolgen voor zonde. Er zijn ook beloningen voor gehoorzaamheid en geloof waarvan gelovigen eens zullen genieten. Vanwege de zonde van Adam, heeft de mensheid geleefd met de gevolgen van Adams zonde. De straf voor die zonde is de dood en eeuwige scheiding van God. Degene die zich niet aan God heeft onderworpen en zijn vertrouwen op Christus gesteld heeft, zullen nooit een kans hebben om hun gedachten te veranderen. Zij zullen voor eeuwig in de hel zijn. Terwijl degene die in het werk van Christus vertrouwd hebben en hun leven aan Hem hebben onderworpen, de wonderbaarlijke zegen zullen hebben van eeuwig bij God in de hemel te zijn. Wanneer gelovigen op een dag het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan om eeuwig bij God te zijn, zal Gods volmaakte plan van verlossing volbracht zijn.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Eeuwig leven in 10 minuten

Standaard

categorie : religie    

.

Eeuwig leven in  10 minuten.

 

Heb je ooit gedroomd om eens te kunnen vliegen? Niet enkel uit een vliegtuig maar uit eigen kracht. Gedroomd om te zweven door de lucht net zoals een zwemmer glijdt door het water. God belooft ons dat de dag zal komen waar deze droom van vliegen voor jou werkelijkheid wordt.

 

 

Keuze tussen eeuwig leven of de vuurpoel

Pasteltekening van John Astria

 

 

Volgens de bijbel komt de zoon van God, Jezus Christus, spoedig terug naar de aarde om gerechtigheid te doen geschieden. Iedereen zal Hem op de laatste dag in de wolken zien met grote kracht en glorie om de wereld van de ondergang te redden ( Mat 24: 31). Vanaf dat moment zullen de kinderen van God hun lichamen onmiddellijk transformeren.

Zij krijgen superlichamen die naar Christus kunnen vliegen om Hem in de wolken te ontmoeten (1Thessa 4: 16-17). De dood bestaat plots niet meer. De mens komt onder andere Goddelijke natuurwetten te staan. Alles zal perfect worden zoals het ooit was bedoeld in het begin van de schepping.

Wij, die Jezus Christus kennen en beminnen, zullen zijn zoals Hem na zijn verrijzenis ( Fil 3: 31 en 1 Joh 3: 2 ). Christus was in staat om te komen en plots te verdwijnen. Hij kon door muren wandelen, gesloten deuren openen en zich voort bewegen met de snelheid van gedachten ( Luc 24: 30,31,51 en Joh 20:26 ). Wij zullen dat ook kunnen.

Desondanks wij onsterfelijke superlichamen zullen krijgen, blijven er gelijkenissen met onze hedendaagse vergankelijke lichamen. De bovennatuurlijke lichamen zullen blijven eten en drinken. De mens zal net zoals nu huwen, plezier maken, de liefde bedrijven en genieten van het leven. De ervaringen zullen gewoon veel intenser zijn.

Na de wederkomst van Christus daalt het nieuwe Jeruzalem vanuit de hemel naar de aarde neer. Iedereen zal zien dat God in Jeruzalem bij de mensen komt wonen ( Openb 21: 1-3 ). De Bijbel geeft een gedetailleerde beschrijving van de neerdalende stad. Ze is kubusvormig met een lengte, breedte en hoogte van 12000 stadie wat overeenkomt met 2304 km. Wie in Jeruzalem woont krijgt een woning door Christus zelf toebereid.

De volledige aarde zal gezuiverd en hersteld worden zoals ze was ten tijde van het begin met Eeuwig leven( Openb 21: 1). De vloek die op de mens kwam door de zonde zal God volledig verwijderen. De vroegere dingen zijn voorbij. Zij worden niet opgeroepen en komen nooit meer terug in de harten van de mens. Er zal geen geklaag en geschrei meer zijn. Wie niet in Jeruzalem woont zal een huis bouwen en het zelf bewonen.

Men zal zijn eigen vruchten eten. Er zal nooit meer gezwoegd worden. De mensen en de dieren leven in harmonie met elkaar. De wolf en het lam weiden samen en de leeuw eet stro als de stier. Er zal nooit geen kwaad meer geschieden op de heilige berg van God.

Wil jij deel uitmaken van de nieuwe geweldloze wereld waar alles berust op liefde en rechtvaardigheid onder leiding van Jezus Christus, bid dan dit simpele gebed. Jezus Christus zal dan onmiddellijk in je hart komen.

 

“ Heer Jezus Christus, vergeef me al mijn zonden. Ik geloof dat u de zoon van God bent en dat u voor mij op het kruis stierf. Ik open nu de deur van mijn hart en vraag u om erin te komen wonen waardoor ik eeuwig leven bekom. Help me van u te houden en anderen over u en uw liefde te vertellen. In Christus naam bid ik . Amen”.

 

God zegene u met zijn liefde in de eeuwigheid. Amen

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

                                                      

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Is het met de dood uit?

Standaard

categorie : religie

.

.

oordeel op de laatste dag

pasteltekening van John Astria

.

Matheüs 22 : 23 – 33

.

23 Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem,

24Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken.
25 Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder.
26 Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot de zevende toe.
27 Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven.
28 In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?
29 Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.
30 Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel.
31 En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt:
32 Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden.
33En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer.
.
.

Moderne sadduceeën

.

De naam farizeeër is bij velen, die overigens weinig van de Bijbel weten, wel bekend. Vrome farizeeër, schijnheilige farizeeër, het is een gangbaar scheldwoord geworden. En helaas moet toegegeven worden, dat er in de christenheid genoeg mensen zijn die zich een dergelijke aanduiding waard hebben gemaakt. Uiterlijk zo godsdienstig en vroom als wat, maar wee als je met ze te maken krijgt.

Velen weten echter niet dat er nog een tweede groep Joden in de Bijbel een aparte vermelding krijgt. Dat zijn namelijk de sadduceeën. Het woord sadduceeër is nooit ingeburgerd in onze taal, dit in tegenstelling met de uitdrukking farizeeër, en toch zijn er in het christendom zeker zoveel Sadduceeërs als farizeeërs.

De sadduceeën zou je de vrijzinnigen van de oude tijd kunnen noemen. Ze stonden open voor vreemde invloeden en namen het met de Bijbel niet zo nauw. Van een opstanding bijvoorbeeld wilden ze niets weten, hel en hemel daar moest je bij hen niet mee aankomen. Ze bekeken de Bijbel door hun materialistische bril, en wat niet direct met de rede strookte schreven ze af.

Zo zijn er vandaag de dag genoeg die hun eigen godsdienst hebben opgebouwd: een beetje christendom aan de Bijbel ontleend en ’n hele hoop eigen ideeën, en daar een aftrekseltje van. En wat ze met hun verstand niet direct rijmen kunnen wordt aan de kant gegooid. Moderne sadduceeën!

.

Er waren eens zeven broers

.

Deze sadduceeën nu komen bij Jezus met een vraag. Niet echt met een vraag waarop ze graag een antwoord willen hebben, nee, met een strikvraag. Deze nuchterlingen die alleen maar willen geloven wat ze zien, komen met een zeer onwaarschijnlijk verhaaltje bij de Here Jezus. Het lijkt net een sprookje:

‘Er waren bij ons zeven broers. De één trouwde, maar stierf kort daarop zonder kinderen na te laten. Volgens de wet van Mozes moest zijn broer toen met de weduwe trouwen (zogenaamde zwagerhuwelijk), en zou het eerste kind uit dit huwelijk op naam van de oudste broer komen te staan, zodat dienst erfdeel onder Israël bewaard bleef.

Maar ook die tweede broer stierf zonder kinderen na te laten, en zo ging het met de derde, de vierde enzovoort…. Tot de zevende toe. Tenslotte stierf ook de vrouw. Dit was het mooie verhaaltje, en nu kwam de vraag: Van wie van de zeven zal ze dan in de opstanding de vrouw zijn? Want allen hebben haar tot vrouw gehad’.
Met deze vraag meenden ze de onmogelijkheid van de opstanding te hebben aangetoond. Dom geredeneer. Precies zo dom zijn de moderne loochenaars van de opstanding met al hun argumenten van: ‘Hoe kan dat nou?’

.

Gij dwaalt

.

De Heiland legt deze sadduceeën met een paar woorden de oorzaak van hun dwaling uit: ‘Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods’.

Deze Joden wilden de Bijbel met de Bijbel bestrijden, maar ze kenden de Bijbel niet goed. Zo gaat het ook de modernen van nu. Zonder goed te lezen of te begrijpen wat er staat wil men de Bijbel gaan ontzenuwen.

1 : De Here maakt zijn vraagstellers duidelijk dat de mensen in de opstanding niet huwen, dat er dan andere verhoudingen gelden dan de aardse, lichamelijke banden. Zover hadden de sadduceeën echter niet nagedacht.

2 : Christus beroept zich op een naam van God, die de sadduceeën ook respecteerden, namelijk de term: de God van Abraham, Izaäk en Jakob. Als Abraham, Izaäk en Jakob voorgoed verleden tijd zijn, wat heeft dan voor zin dat God zich – nog steeds – hun God noemt? Dan zou God een naam dragen die aangeeft dat het verleden voorgoed verleden is.

Maar God is niet een God van dode mensen, maar van levenden. Abraham, Izaäk en Jakob bestaan voor Hem, ook al zien wij ze niet in hun verteerde aardse lichaam. En eenmaal in de dag der opstanding zal God hun zielen weer een lichaam geven, een verheerlijkt lichaam, zodat ze als complete mensen voor Hem zullen leven in de heerlijkheid.

.

De wens is de vader van de gedachte

.

Waarom wilden de sadduceeën dat het met de dood uit was, en waarom willen zovelen dat nog steeds?

Verschillende redenen zijn :

1 : verstandsredenen

2 : het zich onmogelijk kunnen voorstellen van een opstanding

3 : gewetensargumenten

4 : een opstanding brengt verantwoording afleggen met zich mee

5 : niet met het verleden geconfronteerd willen worden

Voor velen geeft dit laatste argument de doorslag. Maak u echter niets wijs. Het is met de dood niet uit. De Bijbel zegt:

“zoals het de mensen beschikt is eenmaal te sterven en daarna het oordeel” (Hebreeën 9:27).

Er volgt oordeel en rekenschap afleggen. De Bijbel kent maar één middel om aan dat oordeel te ontkomen, namelijk door zich te bekeren en te geloven in Jezus Christus. Van zulke mensen geldt:

“Wie in de Zoon gelooft komt niet in het oordeel” (Joh. 5:24; 3:18).

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Bijbelteksten over de hel.

Standaard

categorie : religie

.

.

Het idee van een hel is dermate gruwelijk en ondenkbaar, dat veel christenen er moeite mee hebben. In een hemel geloven vind iedereen makkelijk, maar een hel? Toch spreekt de Bijbel er veelvuldig en zeer duidelijk over.

.

.

5 voor 12

Pasteltekening van John Astria

.

.

Het laat de grote ernst zien van het kwaad in ons hart en de brandende noodzaak om je te bekeren met een diep, waarachtig berouw. Hieronder vind je Bijbelteksten over de hel en leven na de dood. Neem er even de tijd voor, om deze waarheid diep tot je door te laten dringen.

‘Ik zal u tonen, wie gij vrezen moet. Vreest Hem, die, nadat Hij gedood heeft, macht heeft om in de hel te werpen. Voorwaar, Ik zeg u, vreest Hem!’
(Lukas 12:5)

‘Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is. Dezen zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.’
(Matteus 25:41, 46)

‘Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van Zijn macht.’
(2 Thessalonicenzen 1:9)

‘Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars – hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.’ (Openbaring 21:8)

‘Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar het verderf leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan; maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.’
(Matteus 7:13, 14)

‘Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de weerspannigen zal verslinden.’
(Hebreeën 10:26, 27)

.

.

Vragen over de hel

.

Hoe kan een God van liefde mensen naar de hel sturen?

.

Ik wil tegenover deze veelgehoorde vraag een andere vraag zetten: Als Jezus Christus zich als een lam heeft laten afslachten om ons te verlossen, waarom vertikken zoveel mensen het dan om zijn doorboorde hand – die hen wil redden – vast te grijpen?

Waarom slaan zovelen liever Gods uitgestrekte hand van zich weg, dan zich door Hem te laten verlossen? Waarom willen zoveel mensen liever verloren gaan, dan zich van het kwaad in hun hart af te keren en zich te laten reinigen door het offer van Jezus Christus? Die vraag is veel belangrijker. Dat is waar het om gaat.

.

.

God wil mensen redden!

.

Waarom willen velen niet gered worden?

.

Omdat ze het kwaad liever hebben dan het goede, al beweren ze van zichzelf de goedheid zelve te zijn.

.

.

Gaan mensen die nooit over Jezus gehoord hebben, ook naar de hel?

.

De Bijbel zegt dat Jezus Christus is afgedaald in het dodenrijk en daar zijn verlossing heeft verkondigd aan de geesten van de gevangen zielen. Elk mens, levend of dood, heeft dus de kans verlost te worden.

‘Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen.’
(1 Petrus 3:18)

‘Want daartoe is ook aan doden het evangelie gebracht, opdat zij wel, naar de mens, wat het vlees aangaat, zouden geoordeeld worden, doch, naar God, wat de geest betreft, zouden leven.’
(1 Petrus 4:6)

‘Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij en over doden en over levenden heerschappij voeren zou.’
(Romeinen 14:9)

.

.

Is het dodenrijk hetzelfde als de hel?

.

De Bijbel maakt onderscheid tussen het dodenrijk en de hel. Het dodenrijk (SHEOL of HADES in het Hebreeuws) is de plaats waar de doden gaan die niet gered zijn tijdens hun aardse leven. Dat betekent niet dat al deze doden ook voor eeuwig in de hel geworpen worden. Dat gebeurt pas wanneer God de doden oordeelt op basis van hun daden.

‘De zee stond de doden die ze in zich had af, en ook de dood en het dodenrijk stonden hun doden af. En iedereen werd geoordeeld naar zijn daden. Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.’
(Openbaring 20:13, 14)

Het woord hel is de vertaling van het Griekse woord GEHENNA. Jezus gebruikte het woord Gehenna om de plaats aan te duiden waar God de doden in werpt, die gestraft worden. Gehenna is een andere plaats dan Sheol of Hades, want het dodenrijk wordt uiteindelijk in de hel geworpen. Hier is veel onwetendheid over en mensen gebruiken alleen het woord hel, terwijl ze vaak het dodenrijk bedoelen.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Matthew, Mattheüs 14 (Part 1) : 1-13a The death of John the Baptist / De dood van Johannes de Doper

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 14 (Part 1) : 1-13a – The death of John the Baptist

.

Mattheüs 14 (deel1) : 1-13a – De dood van Johannes de Doper

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

 

Het gevolg van hebzucht

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hebzucht in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wat is hebzucht?

 

Iemand die niet tevreden is met wat hij bezit en met alle geweld meer wil hebben en dan ook nog ten koste van een ander.

 

Dikwijls raakt zo een persoon, bij zijn vergeefse pogingen om meer te hebben, alles kwijt wat hij al had. Wie er alleen maar op uit is met het verzamelen van aards bezit, zal eenmaal ontdekken, dat hij zich hoop gebouwd heeft op iets dat hij los moet laten bij de dood.

De Here Jezus heeft er al voor gewaarschuwd dat we ons geen schatten op aarde moeten verwerven, waar roest en mot ze verteren, maar dat we ons zouden uitstrekken naar de schatten in de hemel, die eeuwig blijvend zijn.

En het eerste waar het dan op aan komt is, dat we leren inzien, dat we met aardse goederen, een prachtige positie en een goede gezondheid, in feite niets bezitten voor God. Erger nog: dat we door onze zonden schuldig staan voor onze Schepper.

Zulke berooide schobbers wijst God op het kruis, waar Zijn Zoon wilde sterven als een zoenoffer. En bij dat kruis is de rijkdom van Gods vergeving en van Zijn genade te verkrijgen en die blijven tot in eeuwigheid. Erken daarom uw zondeschuld en geloof in Jezus Christus. Dan pas wordt uw leven een waardevol bestaan.

Laten we als christenen, de tijd van ons bestaan hier op aarde, tevreden zijn met wat we hebben, zoals Paulus dat zo mooi schrijft met de woorden:

 

“Want we hebben niets op de wereld meegebracht; we kunnen er ook niet uit meenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn” (1 Tim. 6:7, 8).

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Een ongelovige is een levende dode

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Helend bloed voor de eeuwigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

In het licht van de hemelse reinheid is de mens even vies en stinkend als Grisha Sikalenko, na een verblijf van achttien jaar onder een mesthoop. Een leven zonder God is geen leven, zo iemand is levend dood.

 

David beschrijft de corruptie van de mens met deze woorden: “Zij zijn allen afgeweken, tezamen zijn ze stinkende geworden, er is niemand die goed doet, ook niet één (Ps. 14 : 3).

 

Van de verloren zoon zegt de vader: “Deze mijn zoon was dood en is weer levend geworden”. (Lukas 15 : 24).
Gelukkig is dat mogelijk. U kunt van alle verontreiniging, die de zonde teweegbracht, gewassen worden. God wil u van alle zonden vergeven, maar dat kan slechts als u in het geloof tot Christus gaat en Hem aanneemt als uw Heiland.

 

Door zijn bloed te storten wilde Hij u redden. Als u met een berouwvol hart tot Hem gaat, kunt u met Paulus zeggen: “In wien wij de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving der misdaden”(Ef. 1:7).
en met Johannes: “Het bloed van Jezus Christus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (Joh. 1 : 7b).

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Niet bang zijn voor de dood.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Niet bang voor de dood

.
“Niet bang voor de dood”, wat is toch wel het geheim dat achter deze woorden schuilt? Is het misschien de terugblik op een “goed” leven, die iemand de moed geeft om niet bang te zijn voor de dood? Of misschien de gedachte, dat met de dood alle leven voorbij is? Zo min het een als het ander.

Waarom strijdt het redeloze dier, dat geen eeuwigheidsbesef heeft zijn doodstrijd dan? Waarom wordt de dood als een vijand der mensen gezien? Omdat de dood onnatuurlijk is en het leven natuurlijk. Het was Gods bedoeling niet, dat de mens sterven zou. Maar door de zonde is de dood. Adam zondigde, en door zijn zonde is de dood in de wereld gekomen. De dood gaat door tot alle mensen.

Daar is doodsvrees in het menselijk hart. De dood wordt beschouwd als een vijand, die een prooi grijpt om hem niet weer los te laten. Er bestaat echter een mogelijkheid om uit de klauwen van de dood te worden gered, omdat er één geweest is, die aan de dood zijn macht ontnomen heeft. Jezus Christus, de Zoon van God, ging vrijwillig in de dood, Hij stierf voor zondaars aan een kruishout, maar Hij stond op en voer ten hemel. Hij kan zeggen:

 

 

“Ik ben de eerste en de laatste, en de levende,
en ik ben dood geweest, en zie, ik ben levend
tot in alle eeuwigheid en ik heb de sleutels
van de dood en van de hades” Openb. 1 : 18.
Op een andere plaats zegt Hij:
“Ik leef, daarom zult ook Gij leven”.

 

 

Zie, dat is het geheim, dat achter de hierboven aangehaalde woorden ligt. Jezus Christus heeft de sleutels! Als u Hem kent als uw verlosser en Heiland, dan hoeft u ook niet bang voor de dood te zijn. Omdat Hij leeft zult ook u leven.

Indien u Hem niet kent, dan zult u toch ook niet in de dood blijven. Christus heeft de sleutels van de dood en zal ze gebruiken. De dood is het eindstadium niet. Eenmaal zal de dood zijn prooi wedergeven. Niet alleen zij, die in Christus geloven, zullen opstaan en het leven ingaan. Neen ook zij, die Hem niet wilden aannemen, zullen uit het graf verrijzen, echter niet om het leven te ontvangen:

 

 

“En de dood en de hades gaven de doden, die in
hen waren. En indien iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des
evens, die werd geworpen in de poel des vuurs” Op. 20:15

 

 

Hun laatste plaats zal zijn in de poel des vuurs, ook genoemd de tweede dood. Wie Jezus Christus niet kent als redder en zaligmaker, mag vrezen voor de dood. Zo iemand werd eenmaal geboren, maar zal dan tweemaal sterven.

De eerste maal gaat een ongelovige naar het dodenrijk, de tweede maal naar de poel des vuurs.
Aanvaard Jezus Christus als het zoenoffer voor uw zonden. Dan wordt u twee maal geboren: eenmaal natuurlijk, de tweede maal geestelijk, maar u sterft dan slechts eenmaal, om daarna opgewekt te worden en de heerlijkheid n te gaan.

 

 

” Wel gelukzalig en heilig, die aan de eerste opstanding deel heeft; over deze heeft de tweede dood geen macht”. Openb. 20: 6.

 

 

 

 

 

 

 

Aartsengel Michaël : het derde karmische patroon, voor-oordelen

Standaard

categorie : religie

.

.

Het derde karmische patroon: voor-oordelen

.

.

.

3: Het karmische patroon van voor-oordelen

.

Doe de/een voor jou vertrouwde ontspanningsoefening totdat je volledig ontspannen bent. Totdat je je kalm en vredig voelt. Je lichaam en geest zijn nu ontspannen. Je bent daardoor ontvankelijk om je van de informatie bewust te worden, tegelijkertijd te verwerken en om tenslotte het geschenk van genade in ontvangst te nemen. Onze broeders en zusters aan de andere kant van de sluiers hebben ons verlangen en onze bereidheid om genade te ontvangen gehoord en zijn aanwezig om ons die te schenken.

Bij ons is op dit moment onze vaste begeleider Aartsengel Michaël aanwezig en staat te popelen om zijn boodschap door te geven. Naast hem zie ik Meester St. Germain die tijdens alle bijenkomsten die over de karmische patronen gaan aanwezig is om met zijn violette vlam het desbetreffende patroon iedere keer te zuiveren bij degenen die toestemming hebben verleent.

Dus bij deze vraag ik jullie om nu wel of geen toestemming te verlenen aan meester St. Germain om je te bevrijden van het karmische patroon van vooroordelen dat we vandaag gaan behandelen. Als je het nu één keer doet hoef je het daarna niet meer te herhalen. Ik zie ook moeder Maria en lady Faith, het vrouwelijke aspect van Aartsengel Michaël en zoals altijd is ook Meester Sananda aanwezig.

Ieder van hen heeft een schare engelen meegenomen om ons vandaag te beschermen en onze energie op peil te houden zodat wij de kracht en de moed zullen hebben om alle aspecten van dat karmische patroon te onderkennen, te accepteren en het vervolgens voorgoed los te laten.

Lieve vrienden, children of love, ik ben Michael. Zoals ik al eerder aangekondigd heb, zullen we het vandaag over het karmische patroon van voor-oordelen hebben. Het koesteren van oordelen is inherent aan het dualistische bewustzijn, aan de afgescheidenheid van de bron. Oordelen en vooroordelen hebben een belangrijke functie gehad, namelijk de dualiteit te dienen. Op deze wijze konden jullie begrijpen wat goed en wat slecht is, wat moet en wat niet mag doorzien en wat wel of niet gevaarlijk is onderscheiden.

Oordelen en vooroordelen hebben jullie nodig gehad om tussen goed en kwaad te kunnen kiezen. Deze functie was noodzakelijk anders zou jullie bewustzijn niet hebben kunnen groeien. Het huidige bewustzijn is eigenlijk aan de dualiteit te danken. Aan het kunnen onderscheiden van wat wenselijk of pijnlijk is. Op alles wat jullie bewustzijn binnenkomt, hebben jullie etiketten geplakt.

Alle handelingen, ideeën, eigenschappen, verschijnselen en alles wat in het dualistische bewustzijn bestaat, is voorzien van een etiket met de waardering goed of slecht, mooi of lelijk, groot of klein, van moet en van mag, van gevaarlijk, aangenaam of pijnlijk.

Niets in het dualistisch bewustzijn is vrij van een oordeel. Alles wordt beoordeeld op het moment dat het de hersenen bereikt. Oordelen liggen aan de basis van het ontstaan van vooroordelen. Vooroordelen zijn afkomstig uit angst. Angst om fouten te maken, angst voor je leven, je eigenwaarde, je bestaansrecht, angst voor armoede, pijn, afwijzing,  straf of mislukking.

Vooroordelen beperken jullie vrijheid, lieve vrienden. Vooroordelen staan de onvoorwaardelijke liefde in de weg. Onvoorwaardelijkheid staat tegenover vooroordelen. Door vooroordelen ben je geneigd om voorwaardelijk van iemand te houden, om alles te doen onder voorwaarden, ik doe dit als jij dat voor me doet. Dat is niet verkeerd, lieve vrienden. Begrijp me goed, wij oordelen niet, laat staan dat we jullie veroordelen. Maar de tijd van de vooroordelen, de tijd van voorwaardelijkheid loopt ten einde.

De tijd van onvoorwaardelijkheid is aangebroken. Laten we een van de vaak voorkomende vooroordelen aansnijden zodat jullie beter kunnen begrijpen wat de gevolgen van een aantal vooroordelen kunnen zijn. Een van de oudste vooroordelen, reeds ontstaan bij het begin van jullie komst in de dualiteit is het vooroordeel dat mensen die anders zijn dan jezelf, gevaar betekenen.

Dat is een basis oordeel dat nog steeds jullie culturen, op enkelen na, blijft beïnvloeden. Nazisme, nationalisme en racisme – met alle gevolgen van dien -blijven jullie planeet verontreinigen. Maar ook ruimer bekeken, alle ideeën omtrent het anders zijn leiden tot afgescheidenheid, vooroordelen, haat en geweld. We zien hoe jullie nog steeds mensen die er anders uitzien of een andere levensstijl hebben, vermijden, vervolgen, vernederen of zelfs met geweld uitroeien.

Dat vooroordeel (het onbekende is bedreigend) staat eenheid en liefde in de weg. Vanuit dat vooroordeel zijn talrijke oorlogen ontketend en is zoveel lijden voortgekomen dat leven na leven telkens groter en sterker werd. De angst voor het onbekende heeft ook veroorzaakt dat andersdenkenden, mensen met een andere culturele achtergrond als bedreiging werden gezien.

De mildste reactie op die broeders en zusters was hen uitsluiten, buiten de gemeenschap. Maar er zijn periodes in jullie geschiedenis dat mensen die anders waren, gestenigd, verbrand of op een andere manier gemarteld werden. Denk aan onze zusters die heks, kruidenvrouwtje of genezeres waren.

Denk aan de bloedige vervolgingen gedurende de Middeleeuwen. Denk ook aan de heilige oorlogen van de Westerlingen die in Naam van God alle niet Christenen de dood injoegen mits zij zich tot het Christendom bekeerden. Dat vooroordeel kende verschillende uitingsvormen: De personen die anders waren vermijden, straffen, doden, uit de gemeenschap verwijderen of  bekeren.

Bekeren in de zin dat de persoon net zo moest worden als de rest. En zie, dan komt arrogantie weer kijken. Ik ben beter, ik weet meer dan de ander. Zoals jullie inmiddels begrijpen zijn alle karmische patronen met elkaar verweven. Het een versterkt het ander.

.

.

MIN19_004

.

.

We zien dat een groot deel van de mensheid nu verdraagzaam is en open staat voor verscheidenheid en voor multiculturele samenlevingen. Toch vernemen we ook dat diep in jullie zelf, in ieder van jullie, het karmische patroon van vooroordelen nog steeds leeft. Ook in de multiculturele samenlevingen is er nog steeds discriminatie, weliswaar in een milde vorm.

Vrouwen worden nog steeds licht gediscrimineerd in de meest vooruitstrevende samenlevingen. De vooroordelen over vrouwen zitten diep in het onderbewuste verscholen en komen regelmatig aan de oppervlakte bij spontane acties. Neem bijvoorbeeld het vooroordeel dat  “Vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen in het maatschappelijk verkeer”. Het is een feit dat over het algemeen vrouwen meer vrouwelijke eigenschappen hebben dan mannen en andersom. Bepaalde beroepen zijn geschikter voor mannen en andere meer voor vrouwen. Dat is een feit.

Maar het koppelen van waardeoordelen aan de mannelijke en de vrouwelijke eigenschappen komt rechtstreeks voort uit oude vooroordelen, die ooit ontstaan zijn om de evolutie van het soort te waarborgen. Deze oude veronderstellingen, deze oude overtuigingen zorgen nu dat vrouwen in de westerse samenlevingen zich gediscrimineerd voelen in het economisch en maatschappelijk leven.

We voelen de pijn van miljoenen vrouwen omdat ze moeizaam aan leidinggevende posities kunnen komen, omdat ze veel meer moeten presteren om dezelfde erkenning en beloning te krijgen als mannen. Op mentaal niveau  is een groot deel van de westerse samenleving het erover eens dat er geen waardeoordeel valt te geven over het mannelijke en het vrouwelijke omdat ze niet met elkaar te vergelijken zijn.

Ze zijn verschillend en complementair aan elkaar. Op emotioneel niveau speelt de oude pijn uit vorige levens nog steeds een rol en belemmert de evolutie naar de Eenheid. Een ander gebied waar nog steeds vooroordelen leven die voor pijn, verdriet en afgescheidenheid zorgen is het gebied omtrent seksualiteit. Seksualiteit heeft in de loop van jullie geschiedenis een ontwikkeling ondergaan, van middel om het soort in stand te houden tot de integratie op het hoogste niveau van jullie wezen.

Seksualiteit is niet alleen een fysieke, maar ook een spirituele emotie. Een manier om onvoorwaardelijke liefde tot expressie te brengen. We zien dat er nog steeds vele taboes op seksualiteit rusten. Veel oordelen en vooroordelen. Het meest pijnlijke zien we op kleine schaal in sommige culturen waar vrouwen besneden moeten worden omdat ze geen seksueel genot mogen ervaren. Dat vooroordeel is geworteld in het voorafgaande vooroordeel omtrent de rol van mannen en vrouwen en de mate van waardering daarvoor.

Een ander vooroordeel dat op grote schaal aanwezig is, is discriminatie van homoseksualiteit. Verstandelijk begrijpen jullie wel dat het oordelen en discrimineren van homoseksualiteit onzinnig is en dat het getuigt van gebrek aan liefde. Jullie hebben zelfs het huwelijk tussen dezelfde sekse gelegaliseerd. Toch leeft in ieder van jullie, ja in ieder van jullie, nog steeds – in een subtiele vorm weliswaar – het vooroordeel dat homoseksualiteit iets verkeerds is, iets onnatuurlijks en daarom boezemt het jullie angst in. Kijk eerlijk naar je zelf lieve vrienden, we willen jullie daarmee niet kwetsen.

We houden onvoorwaardelijk van jullie. We willen jullie absoluut niet beoordelen of veroordelen. Wij vragen alleen: Aanvaardt de sporen van dat oude karmische patroon. Het is ooit ontstaan om jullie soort te beschermen. En als je dat aanvaardt, ben je pas in staat om er afstand ervan te nemen. Begrijp dat je dat vooroordeel niet meer nodig hebt. Jullie zijn in staat om zonder vooroordelen jullie koers in het leven uit te zetten.

Jullie zijn in staat om met onvoorwaardelijkheid en verscheidenheid om te gaan. Dat verzekeren wij jullie. Daarom bieden we jullie de gelegenheid NU om jezelf te bevrijden van dit karmische patroon dat de onvoorwaardelijke liefde en Eenheid in de weg staat.

Laten we nog meer aspecten van oordelen en vooroordelen belichten zodat jullie bewustzijn geprikkeld wordt om je eigen persoonlijke vormen van vooroordelen te ontdekken.Vooroordelen hebben altijd een functie gehad, met name om als kompas te fungeren bij het creëren van je leven, ook al waren jullie je niet eens bewust dat je zelf je eigen leven creëerde. De vooroordelen waren de bakens waarbinnen jullie konden handelen. Die werden klakkeloos aangenomen.

Zelfs de religies die allemaal aan jullie geschonken zijn door onze broeders en zusters, die op aarde te incarneerden om jullie de waarheid te laten zien, zijn door vooroordelen bezoedeld. Religieuze leiders hebben uit onwetendheid en uit de behoefte aan macht velerlei vooroordelen en mythen gecreëerd omtrent de essentie.

Ze hebben de heilige boodschappen zodanig geïnterpreteerd en vervormd dat ze aan de bestaande vooroordelen konden voldoen. Laten we het Christendom eens onder de loep nemen en een aantal leugens en onwaarheden bekijken: God zetelt op zijn troon en beloont of straft, de vromen komen in het paradijs, de zondaren in de hel, homoseksualiteit is een zonde, geboortebeperking is een zonde, ieder mens is in de kern een zondaar, door gebeden en biechten worden je zonden vergeven, op zondag mag niet worden gewerkt, en nog veel meer.

Ooit hadden deze leugens een functie. Met name om bepaalde grenzen aan het gedrag van mensen te stellen om geweld en chaos zouden beperken. Tot op heden hebben nog steeds vele van jullie deze functie niet begrepen en neemt men nog steeds klakkeloos alle regels van de Kerken aan zonder naar het eigen hart te luisteren. Lieve broeders en zusters, de tijden dat jullie grenzen nodig hadden om geweld en chaos te beperken zijn Nu voorbij.

De meerderheid van jullie, onze menselijke broeders en zusters, is reeds in staat om zelf grenzen te stellen en om de eigen waarheid over God, Liefde en het Leven te scheppen. Een andere leugen, die nog steeds diep in jullie beleving gegrift is, is de overtuiging, de veronderstelling, het vooroordeel, dat de dood het einde van alles betekent. Dat is een misvatting, lieverds. Dat is geboren uit onwetendheid, het gevolg van de afgescheidenheid waardoor jullie het contact met jullie ziel kwijt zijn geraakt.

Het is onmogelijk om het leven te beëindigen. Het leven is oneindig, het is eeuwig. Alleen de vorm verandert voortdurend. Wat vinden jullie van de misvatting dat het lot, of het toeval, bepaalt wat er in je leven gebeurt? Wat vinden jullie van de misvatting dat karma een kwestie van schuld is, die afbetaald moet worden? Dat zijn allemaal leugens en vooroordelen die gezorgd hebben dat jullie steeds verder van jullie kern afdreven en je onmachtig zijn gaan voelen.

Ze hebben de mythe in jullie collectief onbewuste geschapen dat jullie slachtoffers van het lot zijn of dat jullie overgeleverd zijn aan een strenge machtige God die vanaf zijn troon oordeelt. Ze staan daarom jullie creativiteit, het goddelijk geschenk om te mogen scheppen, in de weg. Ze bedekken jullie vermogen om onvoorwaardelijk lief te hebben, om vreugde en overvloed te ervaren, met een dikke ondoorzichtige sluier. Hoe kun je vreugdevol en spontaan zijn als je altijd angstig, onmachtig en inferieur voelt?

Hoe kun je krachtig, liefdevol en tevreden leven als je er van overtuigd bent dat niemand te vertrouwen is, dat je waardeloos, slecht en altijd op je hoede moet zijn? Zien jullie nu in lieve vrienden, hoe deze leugens en vooroordelen jullie visie op jezelf beïnvloeden? Hoe denk je over jezelf, broeder en zuster? Wat zijn je eigen oordelen over jezelf? Ben je de moeite waard om vreugde, liefde en overvloed te ervaren?

Ben je goed genoeg? Hou je eigenlijk wel onvoorwaardelijk van jezelf? Aan welke eisen moet je voldoen om de moeite waard te zijn? Om succes te hebben? Hoe moet je bewijzen dat je goed en waardevol bent? Moet je beter dan je vrienden zijn? Beter dan je ouders? Beter dan je baas? Wat moet je doen om aanzien te krijgen of om bewonderd en gerespecteerd te worden?

Lieve vrienden, waardeoordelen en vooroordelen over jezelf en de ander staan jullie vrijheid, jullie vrije expressie in de weg. Deze zijn niet je eigen waarheid. Het is de collectieve waarheid van de mensheid gevormd door de zeven karmische patronen gedurende jullie evolutie op aarde. Jullie hebben deze verhalen, deze leugens, deze waardeoordelen geërfd bij de geboorte en ze zijn versterkt door de opvoeding en het leven zelf.

Ze zitten nog steeds in jullie onbewuste, ook bij jullie broeders en zusters die in de vierde dimensie verkeren. Ze vervormen en belemmeren jullie groei, jullie kracht. Ze beïnvloeden nog steeds jullie leven en creëren nog steeds karma. We vragen jullie om NU diep in jezelf te kijken en je eigen waardeoordelen, overtuigingen en vooroordelen over jezelf en anderen op te sporen, deze te accepteren te  begrijpen, jezelf te vergeven en ze los te laten.

Meester St. Germain staat klaar om met zijn violette vlam het karmische patroon van vooroordelen te transformeren. Dit leven, dit huidige leven, lieve vrienden, is voor jullie allemaal het laatste leven in de derde dimensie en dus om de kans om bevrijd te worden van het karma die de karmische patronen hebben opgebouwd van het begin van hun ontstaan tot nu.

Jullie bevrijden jezelf van het karma dat jullie gecreëerd hebben leven na leven aan de hand van vooroordelen en de schade die jullie daarmee aangericht hebben. Maak gebruik van deze gelegenheid en bevrijdt jezelf van de ketens van de dualiteit. Weet dat de volgende stap, de stap naar de Eenheid is. De stap naar de onvoorwaardelijke liefde. Dat is je toekomst. De toekomst hoeft niet ver weg te liggen, vrienden. De toekomst kan er NU voor jou zijn.

Gebruik deze kans, lieve vrienden. Iedere keer dat je vanaf morgen jezelf er op betrapt dat je aan de hand van een vooroordeel handelt, wees er dan van verzekerd dat je dat onmiddellijk zult ontdekken, je ervan bewust zal worden en dat onmiddellijk zult veranderen. Dat is de weg die jullie gaan volgen totdat het karmische patroon  of beter gezegd de gewoonte om te handelen vanuit oordelen en vooroordelen, is afgebouwd en tenslotte verdwenen.

Vandaag hebben jullie de kans om bevrijd te worden van het karma als gevolg van dit opgebouwde karmische patroon. Helaas het is onmogelijk om een karmische patroon direct door dispensatie los te laten. Het karma van dat karmische patroon zal kwijt worden gescholden, maar de gewoonte om vanuit dat karmische patroon te denken, voelen en handelen is een proces dat geleidelijk aan zal plaatsvinden, door bewustwording, keer op keer, dat je vanuit oordelen denkt, voelt of handelt.

Lieve vrienden, children of love, we houden onvoorwaardelijk van jullie en we voelen de behoefte om ons nu met jullie te verbinden. Laten we het volgende doen: Stel je ongeveer 60 centimeter boven je kruin een stralende gouden bol voor. Deze bol symboliseert jullie hogere Zelf. Hij zit nog steeds boven jullie hoofd. De komende tijd – dagen, maanden of jaren – zal jullie hogere Zelf in jullie lichaam indalen. Voorlopig moeten jullie genoegen nemen met het feit dat je je op elk moment met je hogere Zelf kan verbinden.

Ga met je aandacht naar je hogere Zelf en vraag of hij bereid is bezit te nemen van je mind, je denken en voelen. Vraag of hij bereid is om voortaan je leven te besturen. We verzekeren jullie dat het antwoord altijd JA zal zijn. Je hogere Zelf is jouw essentie, het is onmogelijk dat het niet verlangt om zich met je huidige persoonlijkheid te verenigen. Leven na leven heeft jullie hogere Zelf je bijgestaan en jullie hebben het opgemerkt als je intuïtie of als je beschermengel in moeilijke tijden. Bij sommigen van jullie neemt het hogere Zelf regelmatig bezit van de mind en verlicht je pad, maar het is onmogelijk om permanent te blijven.

Ga nu met je aandacht naar je kruin en laat symbolisch een energielijn naar je hogere zelf lopen. Dat staat op energetisch niveau symbool voor een verzoek om verbinding. Je hogere Zelf reageert direct door een energielijn terug te zenden naar je hart en vervolgens van daar uit naar je kruin. Op energetisch nivo zijn jullie nu met je hogere Zelf verbonden. Vanuit deze verbinding zijn jullie vrij om met ons, met elkaar en met alles wat is te verbinden.

Als je wil kun je lijnen sturen naar de mensen die nu om je heen zijn, naar de mensen van wie je houdt, naar mensen over de hele wereld, naar ons, naar het engelenrijk of naar de Meesters, naar de bomen, de zon, de maan, de dieren, naar de zee en de dieren die daar in leven. Vanuit je hogere Zelf kun je permanent verbonden zijn met alles wat is.

Jullie zijn gezegend mijn vrienden, children of love.

.

We houden onvoorwaardelijk van jullie,

Ik ben

Michael. 

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA