Tagarchief: religie

Wat is Reiki?

Standaard

categorie : Reiki en de aura

 

 

 

Het Reikisymbool

 

Reiki is een Japanse oude esoterische heelkunst die in de negentiende eeuw door een Christelijke monnik, Dr Mikao Usui, opnieuw ontdekt is. De Reiki traditie is echter al te vinden in 2500 jaar oude Sanskriet teksten. Rei is “de universele liefdesenergie”. Ki is een deel van dit Rei en stroomt door alles wat leeft, waardoor ze dus ook onze eigen vitale levensenergie is. Het is kosmische energie (afkomstig van God) die de Reiki-ingewijde kan ontvangen en doorgeven via handoplegging aan een mens, dier, of plant om het natuurlijk genezingsproces te bevorderen.

 

 

reiki_teken

 

 

 

Wat is Reiki

 

Reiki wordt in de eerste plaats beschouwd als een manier om het lichaam te helen, maar Reiki is ook een methode voor spirituele en geestelijke heling. Reiki heeft de kracht om ziel, lichaam en geest weer bijeen te brengen in een optimale toestand van harmonie. Wij dienen allemaal een begin te maken met de terugkeer naar die toestand van harmonie. Door de kracht en de eenvoud waarmee zij ons en de anderen kan helen, biedt Reiki ons de gelegenheid om de eerste stap te zetten op de weg die ik “de reis naar huis” noem.

Een Reikihandoplegging werkt lichamelijk en geestelijk ontgiftend en bevrijdend. Reiki neemt de pijn weg en ondersteunt op een krachtige maar natuurlijke wijze het proces van genezing. Reiki kan worden toegepast bij chronische ziekten maar evengoed bij griep, ontstekingen, verwondingen en breuken. De energie werkt op al de niveaus van ons leven in. Zij geneest ook onze emotionele pijn, zodat de oorzaken van onze lichamelijke problemen verdwijnen.

 

 

 

 

 

De Reiki-gever en de Reiki-ontvanger

 

De universele liefdesenergie wordt via het ruggenkanaal (van het hoofd naar beneden) geleid naar de handen en doorgegeven aan de ontvanger die rustig op een zachte ondergrond ligt. Om deze energie te kunnen doorgeven moet men “ingewijd ” zijn door een Reikimaster. Dit is iemand die via een ritueel het energiekanaal in de rug opent van de kandidaat ingewijde, waardoor de universele liefdesenergie (komend van God uit de kosmos) kan stromen als hij zijn handen op een levend wezen legt. Zo kan de Reiki-gever zowel aan de voorkant als de achterkant van een menselijk lichaam de helende energie laten stromen. Steeds begint hij aan het hoofd en gaat zo naar beneden.

 

 

Handoplegging: de tweede graad

 

 

 

Na de inwijding

 

Bij het openen van het Reikikanaal zal de ingewijde veranderingen in lichaam en geest gaan ondervinden die enkele weken kunnen aanhouden. De Reikimaster onderhoudt gedurende deze periode contact met de ingewijde om eventueel bij te sturen. De ingewijde wordt als het ware naar een hogere trilling getransformeerd. Zijn bewustzijn wordt ruimer, inzichten komen plots. Na die periode van ‘inwendig zuiveren’ mag de ingewijde in eerste instantie zichzelf de handen opleggen, hij is in het bezit van de eerste graad Reiki. Wenst de ingewijde na veel oefenen op zichzelf anderen de handen op te leggen, dan kan hij een inwijding krijgen in de tweede graad. In deze fase leert hij de Reikisymbolen te gebruiken.

 

 

Universele liefdesenergie

 

 

 

De hogere Reikigraden

 

Vanaf de derde graad kan de Reikigever afstandsbehandelingen doen en de universele liefdesenergie sturen naar het verleden en de toekomst. Diegenen (zeer weinigen) die kiezen voor het een Master Opleiding, onder leiding van een Reikimaster, zijn in staat door hun ervaring en hun contacten met onzichtbare helpende entiteiten om een levend wezen op elk domein raad te geven en bij te staan.

 

 

 

 

 

De valkuilen van Reiki

 

De grote fout van vele ingewijden is dat ze denken dat zij zelf de universele energie opwekken. De handoplegger is slechts een doorgeefkanaal tussen entiteiten, onder het gezag van God, en de hulpbehoevende. Wat de persoon ontvangt is wat hij op dat moment nodig heeft zowel op het lichamelijke als op het mentale vlak. Het is wel zo dat een ingewijde van een hogere graad energie kan geven van een hogere orde, maar toch geeft hij niets.

 

 

 

Het ontstaan van Reiki

 

 

De zoektocht naar de waarheid

 

De grondlegger van Reiki was Dr Mikao Usui, een priester die leefde in het Japanse Kyoto eind vorige eeuw. Op zoek naar de waarheid gaat hij naar de Verenigde Staten waar hij de Christelijke geschriften bestudeert. Hij probeert de geheimen van de genezingen van Christus en zijn apostelen te achterhalen maar vindt ze daar niet.

Hij keert naar Japan terug en zoekt naar een antwoord in de Boeddhistische geschriften, de soetra’s. Zowel in de Japanse als de Chinese vertaling van de soetra’s vindt hij geen aanwijzingen. Hij geeft niet op en leert ook nog de teksten die in het oude Sanskriet opgetekend zijn. Eindelijk vindt hij, na zeven jaar van intensieve studie, de symbolen waarmee Boeddha de genezingen verrichtte. Nu hij de kennis ervan heeft wil hij ook de kracht om te kunnen genezen. Hij besluit om 3 weken vastend en mediterend op een heilige berg door te brengen. Hij legt 21 steentjes voor zich neer als kalender en iedere dag haalt hij er eentje af.

Tijdens dit verblijf op de berg mediteert hij op de soetra’s maar niets gebeurt. In de midden van de nacht op de 21 ste dag smeekt hij God om het licht te mogen zien. Plotseling ziet hij een licht aan de hemel dat snel op hem afkomt. Het wordt groter en treft hem in het midden van het voorhoofd. Hij verliest het bewustzijn en komt in een trance terecht. In deze toestand van hoger bewustzijn ziet hij vele luchtbelletjes in alle kleuren van de regenboog. Dan verschijnen hem de symbolen in een gouden handschrift die hij eerder in de Sanskriete soetra’s tegenkwam of de sleutel voor de genezingen die Boeddha en Jezus verricht hebben. De Reikisymbolen worden door God aan Usui geopenbaard.

 

 

Ohm: de vierde graad

 

 

 

De eerste genezingen door Reiki

 

Wanneer Usui weer bij bewustzijn gekomen is, staat de zon weer hoog aan de hemel. Hij stelt vast dat hij helemaal opgeladen is en niet meer uitgeput en hongerig. Usui gaat op pad en verwondt zich aan zijn grote teen. Hij legt zijn hand erop, het bloeden stopt en de pijn trekt weg. Onderweg gaat hij een herberg binnen en bestelt wat om te eten. Terwijl hij daarop wacht verschijnt de dochter van de waard die weent van de tandpijn. Usui vraagt of hij zijn handen op haar gezicht mag leggen. Ze stemt toe. Usui legt zijn handen enkele minuten op haar wang en de zwelling trekt samen met de pijn weg.

In het klooster gekomen ziet hij dat de oude abt een aanval van artritis heeft. Usui legt zijn helende handen op de pater en de pijn wordt verlicht. Dan trekt hij naar de bedelaarswijken van Kyoto en geneest vele zieken! Hij merkt dat hij het fysieke lichaam kan genezen, maar hij wil ook dat de mensen een nieuwe levenswijze bewerkstelligen die vele ziektes kunnen voorkomen. Usui trekt weg uit de bedelaarswijk en begint les te geven hoe de mensen zichzelf kunnen genezen en respect hebben voor bepaalde leefregels.

 

 

 

De Reikileefregels

 

ik ben vrij en gelukkig, juist vandaag
alles is perfect, juist vandaag
ik leef bewust in het nu
ik ben dankbaar voor alles wat op mijn pad komt
ik heb respect voor mijn ouders, mijn leraren en al de ouderen]ik verdien mijn brood op een eerlijke manier
ik hou van mijn naaste gelijk ik van mezelf hou

 

 

 

De eerste volgelingen van Reiki

 

De eerste leerling van Usui is Hayashi Chujiro, een gepensioneerd marineofficier, die hij ontmoet tijdens zijn vele reizen van dorp tot dorp. Hayashi komt onder de indruk van Usui, blijft hem volgen en krijgt een opleiding. Na de dood van Usui in 1926 richt Hayashi zijn eigen Reikikliniek op in Tokyo.

Eén van zijn patiënten in 1936 is de Hawaïaanse vrouw van Japanse afkomst Hawayo Takata. Tijdens een bezoek aan haar ouders wordt ze onwel en men neemt haar op in een gewoon ziekenhuis. Daar constateert men galstenen, een tumor en een blindedarmontsteking. Klaar om geopereerd te worden hoort ze op de operatietafel een stem tot drie maal toe dat een operatie niet nodig is. Na navraag verlaat ze het ziekenhuis onmiddellijk en gaat naar de Reikikliniek van Hayashi Chujiro. Ze krijgt er vier maanden lang een Reikibehandeling en geneest.

Onder de indruk daarvan vraagt ze Hayashi om haar Reiki te leren. Hij stemt toe, geeft haar een opleiding van een jaar en in 1938 wordt ze de 13de en laatste Reikimaster die hij inwijdt. Hayashi pleegt harakiri in 1940 omdat hij weigert te vechten in de tweede wereldoorlog. In 1970 introduceert Hawayo Takata Reiki in Noord-Amerika. In totaal wijdt ze 22 Reikimasters in tot haar dood in 1980. Vanaf 1984 krijgt Reiki voet aan de grond in Europa.

 

Bronnen en referenties:

*Müller, Brigitte en Horst Günther, Reiki: heel jezelf en anderen. Den Haag, 1992 (vertaling van Reiki,

*heile dich selbst. München, 1991). Het oorspronkelijke Reiki handboek van Dr Mikao Usui en Frank

*Arjava Petter Licht op de aura -healing via het menselijk energieveld – een werkboek -Barbara Ann Brennan

 

 

          Mikao Usui

 

Reiki mikao usui

 

 

 

            Hayachi  Chujiro
Hayashi Chukiro
.
.
.
.
.
        Hawayo Takata
hawayo-takata3
.
.
.
.
.
voorpagina openbaring a4
.
.
.
3d-gouden-pijl-5271528
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Matthew, Mattheüs 15 (Part 1) :1-20 Confronting meaningless religion / Betekenisloze religie confronteren

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Matthew 15 (Part 1) :1-20 – Confronting meaningless religion

.

Mattheüs 15 (Deel1) : 1-20 – Betekenisloze religie confronteren

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

 

De mens en kledij

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

 

 

 

Kledij is belangrijk

 

De mens wordt naakt geboren, maar krijgt meteen een dekentje rond gewikkeld en tegenwoordig krijgt een pasgeboren baby dadelijk de eerste kleedjes aangetrokken die door de ouders werden meegebracht. Kledij heeft hier een dubbele functie: het biedt het pasgeboren kindje bescherming tegen de koude en het kan gezien worden als een verwelkomingsritueel.

Kledij beschermt de mens niet alleen tegen de kou of tegen schaamtegevoelens, maar onderscheidt mensen ook van elkaar. Kleding biedt groepsonderscheid wat men ziet bij sportteams, schooluniformen en jeugdverenigingen. Er is ook aparte kleding voor rechters, advocaten, soldaten, verpleegkundigen, bouwvakkers, etc.

Bovendien bestaat er ook gelegenheidskleding voor bruiloften, begrafenissen en vakantie. In de kerk is er ook liturgische kleding en hebben verschillende kleuren een eigen betekenis. Kleren maken de man. Kleding is heel belangrijk als je alleen al nagaat hoeveel spreekwoorden en gezegden er bestaan in verband met een hoed, pet, das, hemd, jas, broek, sokken of schoenen.

Kledij heeft doorheen de geschiedenis een functionele evolutie doorgemaakt waarbij het niet langer de beschermende factor tegen koude en andere weersomstandigheden is die primeert. Kledij is in de huidige westerse samenleving een uithangbord van de persoon geworden. In de straten en op school worden we geconfronteerd met de meest uiteenlopende klederdrachten.

We bemerken onmiddellijk een diversiteit aan stijlen. Mensen experimenteren met kledij, schoenen, juwelen en de gekste gadgets die ze vinden in modebladen, affiches langs de weg, etalages van de meest hippe of exclusieve winkels. Achter elke stijl kan een bepaalde levenswijze schuilgaan waarmee de persoon zich vereenzelvigt, al hoeft dat niet altijd zo te zijn.

 

 

 

 

 

Jongeren en kledij

 

Met kleding die bij je past, kun je jezelf zijn. Dat besef begint al op jonge leeftijd. Nadenken over het uiterlijk doet iedereen.  Op school wordt men dikwijls op zijn uiterlijk beoordeeld. Het zijn meestal de kinderen die mooie kleren aan hebben die de groep leiden. Zij zijn ‘stoer’ en ‘cool’.

Jongens proberen heel erg op te vallen. Dat doen ze voor de meiden. De meiden proberen ook heel erg op te vallen. Jongeren zijn vaak sterk met hun kledij begaan. Opmerkelijk is dat binnen de vriendenkring dezelfde kledingstijl voorkomt. Om als adolescent geaccepteerd te worden binnen een bepaalde subcultuur moet er aangesloten worden bij het achterliggende van die groep.

De identiteit van de jongeren wordt grotendeels bepaald door de groep waarbinnen ze zich profileren. Er wordt van hen verwacht dat ze zich vereenzelvigen met de gangbare opinies van de groep. Jongeren bevinden zich constant in de spanning van het uniek zijn., Zich bewegen in een groep is vaak een ‘heen en weer’ tussen het eigen denken en dat van de groep. Dergelijk proces van meegaan en verzet is spanningsvol en belangrijk om zichzelf te leren kennen.

Een identiteit vormen zonder daarbij rekening te houden met de ander en het beeld dat de ander over ons heeft, is onmogelijk. Het uiterlijk van de ander zet (on)bewust aan tot het vormen van vooroordelen tegenover die persoon. Zo zie je bij jongeren dat de ene subcultuur de leden van een andere subcultuur vaak beschouwt als helemaal anders en zelfs als onverstaanbaar, tegenstrijdig en minderwaardig. Identiteitsbepaling door middel van kledij bevat een dubbel proces: een positieve identificatie met de ene subcultuur en een negatieve identificatie met de andere subcultuur, waarvan men zich absoluut wil onderscheiden.

 

 

 

 

 

 

 

Religie en kledij

 

Ook tussen religie en kledij is er een nauwe band. Denken we maar aan de burka’s of de hoofddoek, het traditionele kleed dat moslimmannen ook hier in Vlaanderen vaak dragen, aan het zwarte pak met boordje waaraan het meisje in de Coca-Cola-reclame in de aantrekkelijke surfer meteen een priester herkende. Door middel van kledij gaat men zich hier identificeren met de religieuze gemeenschap waartoe men behoort en zich onderscheiden van de anderen.

Dit zorgt al eens voor problemen. Denken we maar aan de hoofddoekenkwestie die in verschillende westerse landen op dit moment met pieken en dalen aan de orde van de dag is. Maar ook binnen religieuze gemeenschappen kan kledij gebruikt worden om zich te onderscheiden. Bijvoorbeeld de verschillende klederdracht van broeder- en zustergemeenschappen, de kledij waardoor de priester zich tijdens de liturgische dienst onderscheidt van het volk, etc.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De mode-industrie en kledij

 

Een aantal modefabrikanten doen meer dan kleding maken. Achter sommige kledingmerken zit een bepaalde filosofie. Het bekendste merk met een duidelijke boodschap is ongetwijfeld Benetton, dat op tijd en stond de wereld opschrikt met choquerende reclamecampagnes, zoals de copulerende paarden, de kussende priester en non en het met bloed doordrenkte pak van een Servische soldaat.

Maar ook de Nederlandse ontwerpster Cora Kemperman wil meer doen dan enkel en alleen kleding ontwerpen. Zij heeft de stichting Amma opgericht, een goede doelen stichting waarmee financiële hulp gegeven wordt aan de ontwikkelingslanden waar hun kledij ook voor een stuk geproduceerd wordt.

 

 

 

 

 

ECO meisjes – Amma stichting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Thomas van Aquino, de Christelijke Aristoteles

Standaard

categorie : beroemde mensen

.

.

De pogingen van onder meer Augustinus en Anselmus om filosofie en religie nader tot elkaar te brengen, vond vanaf de 12e eeuw navolging in de zogeheten Scholastiek (circa 1200-1350). In deze periode ontstond bovendien een hernieuwde interesse in het werk van Aristoteles. Zo beweerde de 13e-eeuwse theoloog en filosoof Thomas van Aquino dat hij met behulp van Aristoteles het bestaan van God kon aantonen.

.

.

thomas-aquinas

   Thomas van Aquino

.

.

aristoteles

   Aristoteles

.

.

Vanaf het einde van de 12e eeuw werden de eerste Europese universiteiten opgericht. De wetenschapsbeoefening aan deze middeleeuwse onderwijsinstituten wordt wel de ‘scholastische methode’ genoemd. In de 13e eeuw werd deze universitaire leermethode sterk beïnvloed door de filosofie van Aristoteles.

Thomas van Aquino (1225-1274), afkomstig uit het Italiaanse Aquino, was halverwege deze eeuw als docent werkzaam aan de universiteit van Parijs. Hij was degene die er het beste in slaagde een synthese tussen Aristoteles en het christelijke geloof tot stand te brengen.

.

.

Natuurlijke theologische waarheden

.

Aquino was van mening dat er geen tegenstelling bestond tussen de verhalen van de religie en die van de filosofie. Hij was er van overtuigd dat er nu eenmaal sprake was van ‘natuurlijke theologische waarheden’, die met behulp van zowel de Bijbelse openbaring als met het verstand verklaard konden worden.

Eén van deze natuurlijke theologische waarheden was voor hem het bestaan van God. Hoe zag hij voor zich dat we niet alleen in God konden geloven, maar God ook konden ‘verklaren’?

.

.

Aristoteles en de waarneming

.

Thomas van Aquino ontwikkelde allereerst een visie op de mens en wereld die radicaal anders was dan het idee dat Augustinus er in navolging van Plato op na had gehouden. Aquino baseerde zich namelijk op het gedachtegoed van Aristoteles, in wiens filosofie de zintuiglijke waarneming een belangrijke rol vervulde.

Op dit idee bouwde Aquino voort. Hij legde niet de nadruk op introspectie, maar was juist naar buiten gericht: kennis ligt niet ergens opgeslagen in ons hoofd maar halen we uit de dingen die we zien.

.

.

Vergaren van kennis

.

Vervolgens stelde Aquino vast dat de wereld zoals hij die waarnam, puur bestond uit individuele dingen. Hij kon wel een vrouw zien lopen en kolibries zien vliegen, maar het was simpelweg niet zo dat hij ergens de algemene begrippen mens of vogel zag zweven. Op basis van zijn waarneming kon hij echter in zijn hoofd die algemene begrippen construeren en categorisch ordenen.

Dit betrof een proces van abstractie: hij was in staat het algemene begrip ‘dier’ af te leiden uit individuele verschijnselen van schapen, paarden en honden. Ook de menselijke ziel, die volgens Aquino in principe leeg was, werd als het ware gevuld met behulp van de zintuiglijke waarneming.

.

.

Belang van het geloof

.

Aquino was van mening dat we met de wisselwerking tussen waarneming en verstand slechts een deel van de werkelijkheid konden bevatten. Een essentiële aanvulling hierop was het geloof. In religie vond hij de bevestiging en zekerheid van veel dingen die hij grotendeels ook met zijn verstand kon beredeneren.

Filosofie en religie waren als twee ‘indrukken’ die elkaar aanvulden: zoals een dove aan de hand van bliksem kan zien dat het onweert, komt een blinde door het horen van de donder tot dezelfde conclusie. De twee indrukken sluiten elkaar niet uit; de vereniging van beide, zien én horen, maakt de ‘kennis’ juist tot een krachtiger geheel. Zo werkte het volgens Aquino ook met geloof en rede.

.

.

Verklaring voor God’s bestaan

.

Aristoteles beschreef God dan wel niet letterlijk, maar het idee van God kon volgens Aquino gemakkelijk op diens filosofie worden geprojecteerd. Om Gods creatie te zien hoefde Aquino alleen maar om zich heen te kijken: Gods schepping was waarneembaar, maar directe kennis over God was slechts uit de bijbel te halen. Hij verwierp hiermee het ‘ontologisch godsbewijs’ van Anselmus: God is immaterieel, niet waarneembaar, en dus kunnen we geen directe kennis over hem krijgen.

Toch dacht Aquino het bestaan van God op een ‘logisch-empirische’ manier te kunnen verklaren, alleen al aan de hand van verandering: we zien immers dat alles continu verandert. Deze verandering moet wel ergens in gang zijn gezet, en wel door de Onbewogen Beweger, oftewel God. Hetzelfde geldt voor oorzakelijkheid: alles wordt veroorzaakt door iets. Er moet dus ook een ‘Eerste Oorzaak’ zijn.

.

.

.

.

Kritiek op Thomas van Aquino

.

Kortom: als we naar de wereld om ons heen kijken en alle verschijnselen proberen te verklaren, komen we volgens Aquino uiteindelijk onvermijdelijk uit bij die ene conclusie: God bestaat. Op dergelijke gedachtegangen van Aquino is in latere eeuwen wel de nodige kritiek gekomen.

Hoe weten we bijvoorbeeld zo zeker dat veranderingen niet oneindig zijn? Waarom bevinden oorzaken zich niet in een circulaire, herhalende keten? De fout die Aquino maakte in zijn theorie, net als Anselmus dat deed, is dat hij in zijn argumentatie al veronderstelde wat hij wilde bewijzen, namelijk het bestaan van God.

.

.

Spanning geloof en rede

.

In de loop van de 13e eeuw kwam er tegelijkertijd toenemende kritiek op de vele verzoeningspogingen die tussen geloof en rede plaatsvonden. De spanning tussen de heidense leer van Aristoteles en de christelijke leer leidde in 1277 zelfs tot een veroordeling van het werk van Aquino door de bisschop van Parijs. Er gingen veel stemmen op dat beide denktradities simpelweg hun eigen domein moesten hebben. Deze kritiek zou geloof en rede langzaam maar zeker weer uit elkaar drijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek de openbaring: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA