Tagarchief: stempel

Kleine pimpernel : Sanguisorba minor subsp. minor

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

kleine-pimpernel-jpg_595

 

 

Goed te herkennen aan
de groenige bloemhoofdjes met rode penseelvormige stempels en hangende meeldraden

 

 

1117dc778409fb4694a1347337159cc4

 

 

 

Algemeen

 

Kleine pimpernel is een overblijvende plant van 15 tot 60 cm, oorspronkelijk afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. Ze groeit op min of meer droge, kalkhoudende grond in graslanden en bermen, op hellingen en langs struikgewas en op hoger gelegen delen van de uiterwaarden. Kleine pimpernel staat op de rode lijst als zeldzaam en matig afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine pimpernel bloeit vanaf mei tot en met juli (soms tot de herfst) met kogelronde tot eironde bloemhoofdjes. De bloemen in het hoofdje hebben groene, vaak rood aangelopen bloemdekbladen. De bovenste bloemen in het hoofdje zijn vrouwelijke bloemen met per bloem twee stijlen, die elk een penseelvormige stempel hebben bestaande uit talrijke rode slippen. De onderste bloemen zijn mannelijk met 10 tot 30 hangende meeldraden. De bloemen in het midden van het hoofdje zijn vaak tweeslachtig.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit 9 tot 25 eironde, zittende of kort gesteelde deelblaadjes.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– groen, vaak rood aangelopen
– vanaf mei t/m juli
– lang gesteeld hoofdje
– stervormig
– bloemhoofdje 1 tot 2 cm
– 4 bloemdekbladen
– 10 tot 30 hangende meeldraden
– 2 stijlen
– 1 penseelvormige stempel per stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld oneven geveerd
– deelblaadjes langwerpig tot eirond
– top stomp
– rand gezaagd
– veernervig

Stengel

– rechtop
– onderaan behaard, zelden kaal
– rolrond of stomp vierkantig
– vaak voorzien van rode strepen en punten

zie wilde bloemen

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

De bouw van een bloem

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

1: kroonblad

2: kelkblad

3: stempel

4: stijl

5: vruchtbeginsel

3+4+5: stamper

6: bloembodem

7: helmknop

8: helmdraad

7+8: meeldraad

9: nectarkliertje

10: bloemsteel

11: eicellen

12: stuifmeelkorrel

 

 

 

 

 

 

 

Grote egelskop : Sparganium erectum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de bolvormige vrouwelijke of mannelijke hoofdjes
– aan een vertakte bloeistengel en
– de stekelige bollen van spitse vruchten en
– de lange, smalle (6-30 mm), rechtopstaande, gekielde bladeren en
– de groeiplaats in en aan ondiep zoet water

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote egelskop is een overblijvende, woekerende oeverplant van 30 tot 100 (180) cm hoog. Ze groeit aan en in zoet, voedselrijk, niet te diep, stilstaand of langzaam stromend water. Het is een zeer algemeen voor komende plant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met september. De stengel van de bloeiwijze is vertakt. Dit onderscheidt grote egelskop van kleine, kleinste en drijvende egelskop. Zowel de hoofdstengel als de korte zijstengels zijn zigzag gebogen. Aan elke vertakking en aan het einde van de hoofdtak zitten een aantal bolvormige, ongesteelde bloeiwijzen. De onderste (1-4) bloeiwijzen zijn vrouwelijke hoofdjes en bestaan alleen uit vrouwelijke bloemen. De bovenste, kleinere hoofdjes bestaan uit mannelijke bloemen. Meestal zijn er veel meer mannelijke hoofdjes dan vrouwelijke.

De vrouwelijk bloemen hebben een lange, draadvormige, vuilwitte stijl en stempel (soms twee) en groen bruinachtige bloemdekblaadjes. De mannelijke bloemen bestaan uit 1-3 meeldraden, die omgeven worden door 4 vliezige bloemdekbladen. De bloemen stellen niet zoveel voor, idat is ook niet zo belangrijk omdat bestuiving door de wind plaatsvindt. Na bevruchting ontwikkelen de vrouwelijke hoofdjes gesnavelde vruchtjes, waar de plant haar naam aan dankt.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn 6 tot 30 mm breed, onderaan driehoekig in doorsnede, bovenaan plat, gekield en niet of nauwelijks gedraaid. De bladeren van lisdodden en zwanenbloem zijn wel gedraaid. De bladeren van grote egelskop worden door meerkoeten gebruikt als nestmateriaal.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Een ondersoort van grote egelskop is blonde egelskop (Sparganium erectum subsp. neglectum), enkel van elkaar te onderscheiden door de vorm van de vruchtjes : rijpe vruchtjes van blonde egelskop zijn 2x zo hoog als breed. Rijpe vruchtjes van grote egelskop zijn iets hoger dan breed. Van alle egelskopsoorten (grote, kleine, kleinste en drijvende) heeft grote egelskop als enige een vertakte bloeistengel.

 

 

blonde egelskop

 

 

 

Algemeen

 

– egelskopfamilie (Asteraceae)
– overblijvende water-/oeverplant
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 100 (180) cm

Bloem
– groen
– vanaf juni t/m september
– talrijke mannelijke hoofdjes
– 1 tot 4 vrouwelijke hoofdjes
– 1 tot 1,5 cm

Blad
– in 2 rijen
– enkelvoudig
– zwaardvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– kaal

zie wilde bloemen