Tagarchief: rood

Cinnaber

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Cinnaber, of cinnabariet, is een kwiksulfide. Het mineraal wordt sinds de Oudheid gebruikt als erts om kwik uit te winnen. Het mineraal vormt grote kristallen die diep vermiljoen tot baksteenrood van kleur zijn. Kleine kristallen kunnen licht doorschijnend zijn.

Cinnaber heeft een helderrode streepkleur en een volkomen splijting volgens kristalvlak [1010]. Het kristalstelsel is trigonaal, de dichtheid is met 8,1 hoog. De hardheid is 2 tot 2,5. Cinnaber is niet radioactief. Cinnaber is giftig omdat het kwik bevat. Het kan dus beter niet op de huid gedragen worden en na aanraking moeten de handen gewassen worden.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Het woord cinnaber betekende oorspronkelijk vermiljoen en is afkomstig uit het Perzisch (shangarf). Het heeft onze taal bereikt via het Grieks, het Latijn en het Frans.

 

 

 

 

.

Vindplaats

 

Cinnaber komt vooral voor in hydrothermale aders van lage temperatuur. De typelocatie en lang een belangrijke vindplaats van kwik als erts is Almadén, Spanje, waar het reeds door de Kelten werd ontgonnen. Cinnaber wordt nog gevonden in Italië, Slovenië, het Midden-Oosten, China, Japan en Midden-Amerika.

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: HgS

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 8,2

 

 

 

 

 

Cinnaber
Cinnabar.jpg
Mineraal
Chemische formule HgS
Kleur rood tot bruinrood, loodgrijs
Streepkleur purper
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 8090 kg/m³
Glans diamantglans tot metaalglans
Splijting volkomen volgens [1010]
Habitus massief, korrelig, romboëdrisch of dik tabulair
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Bijzondere kenmerken belangrijkste kwikerts, vanaf 344 °C wordt cinnaber omgezet tot metacinnaber

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stilbiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

 

Stilbiet kan kleurloos tot wit en rozig tot rood zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glas-achtige tot parelmoerglans. Stilbiet behoort tot de zeolieten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Stilbiet is afgeleid van het Griekse woord stilbe wat glans betekent.

 

 

 

 

 

apophyliet met stilbiet

 

 

 

Vindplaats

 

Stilbiet wordt o.a. gevonden in Noord-Amerika, India, Engeland en Schotland.

 

 

stilbiet uit India

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: NaCa4Al8Si28O72•30(H2O)

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 2,12 – 2.22

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spinel

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

 

Algemene informatie

 

In de mineralogie verstaat men onder spinel een groep vergelijkbare mineralen, uit de magnesium/aluminium-groep, met de chemische samenstelling MgAl2O4. Slechts enkele vormen zijn van edelsteenkwaliteit. De herkomst van de naam is onduidelijk, mogelijk van het Grieks voor vonk of het Latijn spina-pijl. De kleurgevende stoffen zijn ijzer, chroom, vanadium en kobalt. Grote stenen zijn zeldzaam, sterspinellen zeer zeldzaam. Spinel kan verschillende kleuren hebben maar de bekendste variant is rood van kleur. De steen is doorzichtig tot opaak met een glasachtige glans.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: MgAl2O4

hardheid: 8

dichtheid: 3,6-4

 

 

 

 

 

 

 

 

Spinel
Spinel2.jpg
Mineraal
Chemische formule MgAl2O4
Kleur kleurloos, rood, geel, groen, blauw, violet, roze, zwart
Streepkleur wit
Hardheid 8
Glans sterke glasglans
Breuk schelpvormig
Kristaloptiek
Kristalstelsel Kubisch
Brekingsindices 1,710-1,735
Dubbele breking geen
Dispersie 0,020
Luminescentie soms geelgroen, rood, oranje, meestal geen
Pleochroïsme geen
Overige eigenschappen
Veredeling vele stenen worden bewerkt door inwerking van warmte
Bijzondere kenmerken asterisme, soms kattenoogeffect

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

 

elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2011_Boek%20II,2

 

 

Bij het beschouwen van deze eenvoudige maar tevens belangrijkste miniatuur van heel Scivias luisteren we naar wat het levende Licht hierover tot Hildegard sprak:

“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim dat helder door je aanschouwd werd, dat je zou inzien, hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle levensstromen ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu erkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf.”

 

Duidelijk klimt Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen op naar de innerlijke rangorde van God zelf. Wat zich in het vorige visioen bij God naar buiten openbaarde door de schepping en verlossing vinden we hier terug in het innerlijke leven van God zelf. In dit visioen schrijft zij als volgt:

“Vervolgens zag ik een zuiver licht en in dat licht een mensenbeeld in de kleur van saffier. En deze mensengestalte was omgeven door een zacht trillend vuur. Het zuivere licht overstroomt het trillende vuur en dit overstroomt op zijn beurt het zuivere licht. Maar dit zuivere licht en dat trillende vuur verenigen zich, om zich samen uit te storten over het mensenbeeld. Aldus vormen vuur, licht en mensenbeeld slechts één licht en als het ware één hevigheid (volheid) van macht”.

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

 

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

 

Het allerhelderste licht … is ‘zonder smet van bedrog’ (is: waarheid) … en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)

Het allerzoetste rode vuur … is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is: levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is: bewustzijn) … en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)

De mensengestalte … is ‘zonder smet van verharding’ (is: zachtmoedigheid) … en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

 

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

Door de uitleg van Hildegard zelf wist de kunstenaar al, dat het licht God de Vader voorstelt, het vuur de H. Geest en het mensenbeeld het mensgeworden Woord, en dat die drie onderscheiden Personen slechts één en onverdeelde goddelijke majesteit vormen.

In de heraldische kleurentaal meende de miniaturist te kunnen volstaan met een cirkel van zilver voor het licht. Binnen deze lichtcirkel is een kleinere cirkel van bladgoud, die verlevendigd wordt door rode golflijnen om daarmee het teken van vuur nog duidelijker te maken. En in het hart van die twee cirkels een mensenfiguur.

Om zowel het onderscheid als de doordringing van elkaar uit te beelden, heeft de miniaturist vanuit de grote zilveren cirkel een fijne dunne lijn van zilver tussen de gouden schijf en het mensenbeeld getekend. Merken we op dat die zilveren lijn boven langs het hoofd naar beneden komt, zich rondom de mensenfiguur voortzet en langs boven weer uitgaat naar de zilveren cirkel.

Voor een gecultiveerde geest van de twaalfde eeuw was het meer dan duidelijk, dat het in deze eenvoudige voorstelling gaat om de drie onderscheiden Personen van God en de éénheid van de onverdeelde goddelijke majesteit. Haar diepste zin ontleent deze miniatuur aan het beeld waaronder het mensgeworden Woord ons wordt geopenbaard.

Met uitzondering van de witte ogen en het zwarte haar is deze mensenfiguur uitgevoerd in de kostbaarste kleur die de miniaturist tot zijn beschikking had nl. saffierblauw. Tot onze verbazing is de Mensenzoon hier niet uitgebeeld als een Heerser, maar als een smekende figuur’. De overeenkomst in houding met het kleine figuurtje aan de voet van de berg op de tweede miniatuur is opvallend.

Treffender kon Hildegard haar mystieke ervaring, dat God zich het liefst in de kleine arme medemens aan ons openbaart, niet uitbeelden. Deze voorstelling wijkt volledig af van het byzantijns koningsbeeld, dat eeuwenlang in het christendom het traditionele beeld van God en de Godmens heeft beheerst. Een beeld trouwens waarvan Hildegard zich ook niet helemaal heeft kunnen losmaken, zoals uit andere miniaturen wel blijkt.

Maar hier heeft zij haar diepste mystieke ervaring gestalte willen geven, hoe God nl. het meest tegenwoordig is in het kind en in de arme- en hulpbehoevende evenmens. Ieder die enigszins thuis is in de christelijke iconografie zal opmerken dat deze triniteitsvoorstelling uniek is in de kunstgeschiedenis, hetgeen wijst op een zeer persoonlijke mystieke ervaring.

Naast het feit dat de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid is voorgesteld als een kleine mensengestalte, valt ons op, dat Hij helemaal in het blauw is weergegeven.

 

 

Zoeken we naar de reden hiervan, dan komen drie vragen op ons af:

 

a) Is deze kleur een uitdrukking van een bepaalde emotie of van een bepaald gevoel bij Hildegard?

b) Is hier sprake van een uitdrukking van een heraldische betekenis van blauw?

c) Is het de uitdrukking van een symbolische zingeving? Zo ja, waarvan is blauw het symbool?

 

Het vraagt een uitvoerige studie om na te gaan of er betrekkingen bestaan tussen deze drie vragen en hoogst waarschijnlijk sluiten zij elkaar niet uit. Uit de kleurensymboliek van de byzantijnse iconen is bekend, dat rood verwijst naar de Godheid en blauw naar de Mensheid van de tweede Persoon der Drieëenheid.

Dit impliceert dat rood als machthebbend en blauw als uiting van ondergeschikt-zijn wordt aangevoeld. Rood is agressief, geel veel minder en blauw is eigenlijk de stille zachtmoedige kleur. Rood doet denken aan vuur en hitte, blauw aan heldere hemel en koel water. Tevens is blauw de kleur van de communicatie. Het was immers Christus die de blijde boodschap verkondigde.

Blauw geeft met haar aanverwante kleur groen een gevoel van veiligheid en is een aanduiding van bestaanszekerheid. Denken we maar aan het vegetatieve leven dat ons tot voedsel dient. Zo kan men begrijpen waarom Hildegard de gevoelens van bestaanszekerheid en barmhartigheid niet beter tot uitdrukking wist te brengen dan met de kleur blauw, en wel in haar zuiverste en edelste vormgeving van een stralende saffier.

Saffier is tevens de naam waarmede de kleur blauw in de Bijbel aangeduid wordt. Onwillekeurig denken we aan water, zowel de waterdamp die voor ons het blauw van de stralende hemel teweegbrengt, als het water dat op aarde het blauw van de hemel weerspiegelt. En het is slechts een kleine stap bij water te denken aan moederschap, zowel door het feit van ons lichamelijk leven dat zich ontwikkelt in water van de moederschoot als dat van ons geestelijk leven dat ontspruit aan het water van het doopsel. Ook de Heilige Maagd Maria wordt bijna altijd in blauwe kledij afgebeeld.

Ook Hildegard heeft bij het blauw in het centrum van de Drieëenheid aan moederschap gedacht.  Ze ziet de edelste vorm van de goddelijke liefde als een omhelzing van moederliefde. Een visie op het innerlijke leven van God zoals die in de westerse theologie zelden uitgesproken is, maar die in de oosterse theologie meer ter sprake komt. We kunnen zelfs over een oergegeven spreken omdat er een brug geslagen zou kunnen worden naar de boeddhistische godservaring, waarin meer dan bij ons gesproken wordt over de moederrol van God.

Het is mogelijk, dat Hildegard dit vrouwelijk aspect in Gods wezen, ook heeft willen uitdrukken door de tweede Persoon hier zonder baard uit te beelden. In de andere miniaturen stelt zij zowel God de Vader als de Zoon steeds met een baard voor, zoals de traditie sinds Byzantium dit had vastgelegd. Ieder is vrij om dit in twijfel te trekken. De bedoeling is slechts te wijzen op het feit, dat de visioenen en de miniaturen van Hildegard alleen te begrijpen zijn, wanneer men ze ziet in het vrouwelijk denkpatroon. De volgende miniatuur in deze serie toont dit ook duidelijk aan.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Zeepkruid : Saponaria officinalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– roze (soms witte), grote, 5-tallige, iets geurende bloemen in eindelingse trossen en
– de groepsgewijze groei

.

 

 

.

 

Algemeen

 

Zeepkruid is een overblijvende plant van 40 tot 70 cm hoog. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant, dan vaak met gevulde bloemen. Je vindt zeepkruid op open, vochtige tot droge, veelal kalkrijke, omgewerkte zandgrond in de duinen, langs de rivieren en op spoordijken. Door kruipende wortels met ondergrondse uitlopers groeit zeepkruid in groepen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zeepkruid bloeit vanaf juli tot en met september met zachte roze (soms witte), iets zoet geurende bloemen, die in eindelingse, 5-10 bloemige trossen staan. De kroonbladen zijn niet of iets uitgerand en elk kroonblad heeft 2 witte keelschubben. De kelkbladen zijn vergroeid tot een groen, soms rood aangelopen kelkbuis. Bestuiving vindt voornamelijk plaats door nachtvlinders. De nectar ligt namelijk heel diep in de bloem, waardoor alleen insecten met een lange tong die kunnen bereiken. Hommels plegen vaak inbraak door een gat in de kelkbuis te bijten.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Wanneer men de groene delen of de wortelstok kneust en in water kookt, ontstaat een schuimende vloeistof, die vroeger veel voor het wassen van wol of wollen kleding werd gebruikt. Voor dit doel werd de plant zelfs in de buurt van wol verwerkende bedrijven aangeplant. De plant werd medicinaal gebruikt voor het oplossen van slijm, het opwekken van braken en het reinigen van de huid.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het duingebied,
elders zeldzamer
– 40 tot 70 cm

Bloem
– roze, soms wit
– vanaf juli t/m september
– dichtbloemige tros
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgegroeid
– 3- tot 5-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

 

 

 

Bloedkoraal

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Bloedkoraal (Corallium rubrum) is een koraalsoort uit de Middellandse Zee. Het wordt aangetroffen op een diepte van 2 tot 280 meter. De onregelmatig gevormde kolonies worden 5 tot 20 centimeter hoog. Meestal is bloedkoraal donkeroranje. Er zijn echter ook witte en zwarte exemplaren bekend.

 

 

 

 

 

 

 

 

Leefomgeving

 

Bloedkoraal komt voor in diep water met een rotsachtige bodem zoals op onderzeese bergen onder richels en in en rond grotten, waar vaak sterke stromingen zijn.

 

 

 

 

.

Voortplanting

 

Er zijn verschillende theorieën over de voortplanting van koraal, maar dit is de meest waarschijnlijke. Bloedkoraal bestaat uit mannelijke en vrouwelijke kolonies poliepen (dat is niet bij al het koraal). De zaadcellen van een mannelijke kolonie worden in het water losgelaten en proberen een vrouwelijke kolonie te bereiken.

De bevruchte eicel ontwikkelt zich tot een larve in het lichaam van een vrouwelijke poliep. Die ontwikkeling duurt ongeveer 30 dagen. Van eind juli tot eind augustus worden de larven in het water losgelaten. De larven vestigen zich op of in de buurt van het al bestaande deel koraal en ontwikkelen zich tot een poliep. Als dat is gebeurd maken ze een kalkskeletje (er bestaan ook zachte koralen, daarbij vormen de poliepen geen skeletje).

Dit proces herhaalt zich en zo wordt het koraal steeds groter. Bloedkoraal groeit in een tempo van minder dan een centimeter per jaar, dat is erg langzaam vergeleken met andere koralen. Een bloedkoraal kan zo’n 100 jaar oud worden en is volwassen als hij 7 tot 12 jaar oud is.

 

 

 

 

 

ruw

 

Voeding

 

De meeste soorten koralen hebben algen nodig om te kunnen leven. Die algen maken met behulp van fotosynthese glucose (suiker) en zuurstof. De algen gebruiken dit voor een deel zelf, maar er blijft veel over en dat wordt gebruikt door de koraalpoliepen. De koraalpoliep neemt de stoffen op in de maag. Van de afvalstoffen en de koolstofdioxide die de koraalpoliepen uitscheiden kunnen de algen weer nieuwe glucose en zuurstof maken.

Bloedkoraal werkt samen met roodalgen en die zijn, de naam zegt het al, rood. En doordat die algen op of in de koraalpoliepen zitten, lijkt het alsof het koraal zelf die kleur heeft; het koraal zelf is echter wit, de kleur die je ziet zijn de algen. Bloedkoraal is een van de weinige soorten koralen die ook zelf voedsel uit het water kan halen.

De bloedkoraalpoliepen hebben tentakels waarmee ze heel kleine diertjes (bijvoorbeeld plankton), of een heel klein stukje van een groter dier kunnen opvangen en soms ook nog kunnen verdoven met een netelcel en via de mond naar hun maag kunnen brengen. Daar wordt het verteerd. De bloedkoralen die op deze manier aan hun voedsel komen leven dus niet samen met algen en zijn dus ook niet rood (de kleur van de algen) maar wit.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Gebruik

 

Het koraalskelet levert een grondstof voor sieraden. Zo vormen kettingen van bloedkoralen kralen een onderdeel van bijvoorbeeld de Zeeuwse klederdracht. Naast parels, barnsteen en ivoor is het een van de weinige organische stoffen waarmee sieraden vervaardigd worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Symboliek

 

In de iconografie is een snoer bloedkoralen het attribuut van het gepersonifieerde Afrika. De inwoners van het Romeinse Keizerrijk geloofden dat bloedkoraal de magische eigenschap had om het boze oog te kunnen afwenden. Ook dachten zij dat het geneeskrachtig was. Een snoer bloedkoralen werd om de hals van een kind gehangen ter bescherming tegen kwade invloeden. Om deze reden is het ook te zien op christelijke afbeeldingen van Maria met Kind.

 

 

 

 

 

 

 

 

Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Cnidaria (neteldieren)
Klasse: Anthozoa (bloemdieren)
Onderklasse: Alcyonaria
Orde: Gorgonacea (hoornkoralen)
Onderorde: Scleraxonia
Familie: Coralliidae
Geslacht: Corallium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sardonyx

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

Algemene informatie

 

Sardonyx is een chalcedoon variant en een kwarts-variëteit. De kleur van de steen kan licht gevlamd zwart, bruin, rood en wit gestreept zijn.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Vindplaatsen zijn onder andere Brazilië, Uruguay, India en Rusland en, maar zeer zelden, in de Verenigde Straten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SiO2+Fe, Mn, O, OH

hardheid: 6,5-7

dichtheid: 2,58-2,64

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sardonyx
Agate banded 750pix.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2 + Fe, Mn, O, OH
Kleur zwart, bruin, rood en wit
Hardheid 6,5 – 7
Gemiddelde dichtheid 2,58-2,64 kg/dm³
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Niet
Magnetisme Niet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bismut

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Bismut is een broos zwaar metaal met een witte kleur en een zilver-roze glans. Het is het enige zware metaal wat niet giftig is. Het oppervlak vertoont een dunne iriserende oxidatielaag die vele kleuren laat zien, van geel tot rood en blauw. De trapvormige structuur ontstaat doordat de kristallen met een onregelmatige snelheid groeien.

Bismut is een scheikundig element met symbool Bi en atoomnummer 83. Het is een roodwit hoofdgroepmetaal. Daarnaast is bismut het meest diamagnetisch. Het heeft een zeer gering elektrisch geleidingsvermogen en vertoont van alle metalen het hoogste Hall-effect. Bismut verbrandt onder vorming van een heldere blauw/groene vlam.

Bismut is één van de weinige stoffen die uitzet bij bevriezen; een eigenschap die het metaal deelt met water en gallium. Lange tijd werd bismut algemeen gezien als het zwaarste stabiele element. In 2003 ontdekten Franse onderzoekers echter dat de stabielste isotoop, bismut-209, toch zeer zwak radioactief is.

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Bismut is afgeleid van het Duitse wismut, wat witte massa betekent. In het verleden werd bismut vaak verward met tin of lood omdat het daar veel eigenschappen mee deelt. In 1753 lukte het de Franse wetenschapper Claude François Geoffroy om bismut te scheiden van lood.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Bismut houdende mineralen worden gewonnen in o.a. Australië, Bolivia, Canada, China, Mexico en Peru.

 

 

 

 

 

 

.

.

Toxicologie en veiligheid

 

Hoewel bismut tot de zware metalen behoort, is het onschadelijk voor organismen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Bi

hardheid: 2,25

dichtheid: 9,7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sarder

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Sarder is een chalcedoon variant en kan oranje, rood en bruin van kleur zijn. De steen is doorschijnend met een matte tot zijdeglans. Het is wat betreft chemische samenstelling en werking vrijwel gelijk aan carneool maar vaak iets harder en wat donkerder van kleur.

Het behoort tot de kwartsen. Het element dat de rode kleur veroorzaakt, is ijzer dat in kleine onzuiverheden in het mineraal zit. Door verhitting kan de kleur verdiepen. Carneool is genoemd naar het Latijnse caro, dat “vlees” betekent. De oude Nederlandse naam is kornalijn.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Carneool werd al voor het begin van onze tijdrekening gebruikt voor de vervaardiging van zegelstenen en sieraden. Men beweerde dat carneool bescherming bood tegen ruzie, kiespijn en zenuwaandoeningen, bloedingen stopt, koorts verlaagt, toorn vermindert en geluk brengt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Carneool ontstaat in vulkanische verweringszones en is onder meer bekend uit India, Saoedi-Arabië en Egypte; belangrijke vindplaatsen bevinden zich verder in Brazilië, de Verenigde Staten, Australie, Rusland, Tsjechië,  Staten,  Duitsland en Roemenië.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: SiO2

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

 

 

 

 

Carneool
Carneool.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2
Kleur Donkerrood, oranjerood, bruinrood
Streepkleur Wit
Hardheid 6-7
Gemiddelde dichtheid 2,60
Glans Glasglans, mat
Breuk Ruw, schelpvormig
Splijting Geen
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Brekingsindices N1,539-1,544, N1,526-1,535
Dubbele breking 0,004-0,009
Dispersie Geen
Luminescentie Geen
Pleochroïsme Geen
Overige eigenschappen
Veredeling Niet bekend
Bijzondere kenmerken Insluitsels van hematiet en andere mineralen

 

 

sarder

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beril

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Beril is een mineraal. Het is een kleurloos, wit, gelig wit, geelgroen tot groen, roze, blauwig tot groenblauw, rood of goudgeel aluminium-beryllium silicaat. De chemische formule is Al2Be3Si6O18. Het behoort tot de cyclosilicaten.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

De hardheid van het mineraal is 7,5 tot 8 (bros) op de schaal van Mohs en de streepkleur is wit. Het mineraal, dat in kristallen, korrelige, compacte of radiale aggregaten of keitjes voorkomt, is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige, matte glans. De dichtheid van beril is 2,63-2,80 en het heeft hexagonale kristalstructuur.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

Plinius vernoemde beril naar het Griekse woord berullos (= “edelsteen met zeegroene kleur”).

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Beril komt voor in pegmatieten en in hydrothermaalpneumatolische en metamorfe gesteenten en is vrij zeldzaam. De typelocatie is niet nader gedefinieerd, maar per variëteit verschillend. Het mineraal wordt onder andere gevonden in de Verenigde Staten (South Dakota, Connecticut), Brazilië, Duitsland en Australië. Het grootste berilkristal had een lengte van 18 meter en was 3,5 meter breed.

 

 

 

 

 

Variëteiten

 

Beril wordt naar kleur en chemische samenstelling onderscheiden in een aantal variëteiten:

 

Gewoon beril – meest verbreide variëteit

Smaragd – groene edelsteen

Aquamarijn – groenblauwe tot lichtblauwe edelsteen

Morganiet – roze edelsteen

Goudberil – goudgele edelsteen

Heliodoor – gele tot geelgroene edelsteen

Gosheniet – kleurloze edelsteen

Bixbiet – rode edelsteen

 

 

 

 

 

Mineraal
Chemische formule Al2Be3Si6O18
Kleur Kleurloos, wit, gelig wit, geelgroen tot groen, roze, blauwig tot groenblauw, rood of goudgeel
Streepkleur Wit
Hardheid 7,5 – 8
dichtheid  2,76 kg/dm3
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting Imperfect, [0001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Hexagonaal