Tagarchief: rood

Rhodoniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

 

Algemene informatie

 

Het mineraal rhodoniet is een mangaan-ijzer-magnesium-calcium-silicaat met de chemische formule (Mn2+,Fe2+,Mg,Ca)SiO3. Het mineraal behoort tot de inosilicaten. De naam van het mineraal rhodoniet is afgeleid van het Griekse rhodon, dat “roze” betekent. Het heeft een rode grondkleur met daarin zwarte dendrietachtige insluitsels van mangaanoxide. Doorzichtige variëteiten zijn zeer zeldzaam.

Het doorzichtig tot doorschijnend gele, roze, bruine, zwarte, of rozenrode rhodoniet heeft een glasglans, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is perfect volgens het kristalvlak [110]. Het kristalstelsel is triklien. Rhodoniet heeft een gemiddelde dichtheid van 3,6, de hardheid is 6 en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

 

 

.

Geschiedenis

 

Van oudsher schrijft men rhodoniet magische krachten toe. Men maakte er siervoorwerpen, vazen en sarco -fagen van. In de 16de eeuw werd rhodoniet beschouwd als steen van geluk en vrolijkheid, hij vrolijkte het hart op, versterkte het gemoed, verstevigde het eergevoel en verbeterde het geheugen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CaMn4Si5O15

hardheid: 5,5-6,5

dichtheid: 3,6

 

 

 

 

 

 

 

 

Rhodoniet
Rhodonite, calcite 300-4-6538.JPG
Mineraal
Chemische formule (Mn2+,Fe2+,Mg,Ca)SiO3
Kleur Donkerrood, vleesrood, zwart
Streepkleur Wit
Hardheid 6
Gemiddelde dichtheid 3,6 kg/dm3
Glans Glasglans, op de splijtvlakken parelmoerglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Oneffen
Splijting Perfect, [110]
Habitus Plaatvormig, zuilvormig, meestal ruw
Kristaloptiek
Kristalstelsel triklien
Brekingsindices Np 1,711-1,738, Mn 1,716-1,741, Ng 1,724-1,751
Dubbele breking 0,0110 – 0,0140
Luminescentie Soms donkerrood, roze
Pleochroïsme Zwak tot duidelijk roze
Overige eigenschappen
Veredeling Niet bekend
Vergelijkbare mineralen Rhodochrosietthuliet
Bijzondere kenmerken Vaak gevormd in mangaan-dendrieten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeepkruid : Saponaria officinalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– roze (soms witte), grote, 5-tallige, iets geurende bloemen in eindelingse trossen en
– de groepsgewijze groei

.

 

 

.

 

Algemeen

 

Zeepkruid is een overblijvende plant van 40 tot 70 cm hoog. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant, dan vaak met gevulde bloemen. Je vindt zeepkruid op open, vochtige tot droge, veelal kalkrijke, omgewerkte zandgrond in de duinen, langs de rivieren en op spoordijken. Door kruipende wortels met ondergrondse uitlopers groeit zeepkruid in groepen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zeepkruid bloeit vanaf juli tot en met september met zachte roze (soms witte), iets zoet geurende bloemen, die in eindelingse, 5-10 bloemige trossen staan. De kroonbladen zijn niet of iets uitgerand en elk kroonblad heeft 2 witte keelschubben. De kelkbladen zijn vergroeid tot een groen, soms rood aangelopen kelkbuis. Bestuiving vindt voornamelijk plaats door nachtvlinders. De nectar ligt namelijk heel diep in de bloem, waardoor alleen insecten met een lange tong die kunnen bereiken. Hommels plegen vaak inbraak door een gat in de kelkbuis te bijten.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Wanneer men de groene delen of de wortelstok kneust en in water kookt, ontstaat een schuimende vloeistof, die vroeger veel voor het wassen van wol of wollen kleding werd gebruikt. Voor dit doel werd de plant zelfs in de buurt van wol verwerkende bedrijven aangeplant. De plant werd medicinaal gebruikt voor het oplossen van slijm, het opwekken van braken en het reinigen van de huid.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het duingebied,
elders zeldzamer
– 40 tot 70 cm

Bloem
– roze, soms wit
– vanaf juli t/m september
– dichtbloemige tros
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgegroeid
– 3- tot 5-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

 

 

 

Mosagaat

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Mosagaat is een halfedelsteen. De steen dankt zijn naam aan de groenige insluitsels die op mos lijken. Mosagaat is een variëteit van agaat. De witte ondergrond van het mosagaat bestaat uit kwarts. De dendritische insluitsels zijn chloriet of ijzer en mangaanmineralen die een grote gelijkenis hebben met mos.

Afhankelijk van de valentie van het metaal vertonen de insluitsels andere kleuren. Mosagaat bevat dus ondanks de naam geen organisch materiaal. De steen wordt gevormd uit verweerd vulkanisch gesteente. De chemische structuur van mosagaat is identiek aan die van jaspis, vuursteen en hoornkiezel, alle eveneens varianten van kwarts.

De groen/blauw/rood/geel en bruine stenen worden gepolijst/geslepen gebruikt voor sieraden of als talisman. Mosagaat is een agaatsoort met een groen/bruin/witte tekening. De steen is licht doorschijnend en heeft een matte tot zijdeglans.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

roze/rood

 

 

 

Eigenschappen

 

Chemische samenstelling: SiO2

Kristalstelsel: Trigonaal

Kristalklasse: chalcedoon, oxiden

Splijting: geen

Kleur: meestal rood of groen

Streepkleur: wit

Glans: glasglans

Hardheid (Mohs): 6 – 7

Gemiddelde dichtheid: 2,58 – 2,62

Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend

 

 

 

 

 

 

 

 

roze

 

 

 

Vindplaatsen

 

De belangrijkste vindplaatsen van mosagaat zijn India, China, Vs en soms in Zuid-Afrika en Brazilië. Mosagaat wordt in de Verenigde Staten onder andere gevonden in de afzettingen van de Yellowstone River en zijn zijrivieren. In deze variant, Montana mosagaat genoemd, wordt de rode kleur veroorzaakt door ijzer-oxide en het zwart door mangaan-oxide.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde kamperfoelie : Lonicera periclymenum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de trossen lange, smalle bloemen met ver uitstekende meeldraden,
– roze, (room)wit en geel gekleurd (of een combinatie hiervan),
– aan een klimmende plant

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde kamperfoelie is een overblijvende plant, die algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op natte tot droge, vrij zure, matig voedselrijke grond in bossen, struikgewas, moerassen en aan slootwallen, in de duinen vaak op de grond liggend. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde kamperfoelie bloeit vanaf juni tot en met oktober. De bloemen vormen een gesteelde, hoofdjes-achtige bloeiwijze; het zijn een aantal kransen dicht op elkaar, gescheiden door kleine schutbladen. Vooral in de avond verspreiden de bloemen een heerlijke, zoete geur. Jonge bloemen zijn (room)wit, oudere bloemen worden geel. Bloemen en knoppen in de zon lopen vaak rozerood aan.

De bloemen hebben een lange kroonbuis, waarin zich de nectar bevindt. De ongedeelde onderlip en de bredere, 4-spletige bovenlip krommen zich ver achterwaarts, waardoor de bloemen een landingsplaats voor insecten missen. Ze worden daarom voornamelijk bezocht door nachtvlinders, die voor de bloem in de lucht blijven hangen en met hun lange tong de nectar uit de kroonbuis opzuigen.,De kelkbladen, de schutbladen, de jonge takken en de buitenkant van de bloemen zijn met klierharen behaard.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn eirond en kortgesteeld, bovenzijde groen, onderzijde grijs-groen. De stengel windt zich om de takken van struiken als meidoorn en duinroosje of draaien om elkaar. Bij gebrek aan steun liggen de stengels op de grond. Ze kunnen tot 10 meter lang worden. Vaak zijn ze rood-paars verkleurd. Jonge bladeren en takken hebben een lichte beharing, die na verloop van tijd verdwijnt.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De bessen verkleuren van groen naar prachtig, mat glanzend rood. Ze dragen de resten van de kelk als een donker kroontje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

Tartaarse kamperfoelie : 2 bloemen op 1 steel in de bladoksels, bloemen roze, rood of wit, buitenkant bloemkroon kaal.

 

 

 

 

 

 

Rode kamperfoelie : 2 bloemen op 1 steel in de bladoksels, bloemen geelwit, buitenkant bloemkroon viltig behaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tuinkamperfoelie : ongesteelde bloeiwijze, bladeren van bloeiende takken aan de voet tot een schoteltje vergroeid, geurend, zelden verwilderd.

 

 

 

 

 

 

Wilde kamperfoelie : gesteelde bloeiwijze, bladeren van bloeiende takken aan de voet niet vergroeid, geurend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeldzaam
– tot 3,00 meter

Bloem
– wit, geel, roze, rood
– vanaf juni t/m oktober
– gesteeld hoofdje
– 4 tot 5 cm
– buisvormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– neer- of overhangend, windend
– glad en kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

 

elfde miniatuur : tweede visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2011_Boek%20II,2

 

 

Bij het beschouwen van deze eenvoudige maar tevens belangrijkste miniatuur van heel Scivias luisteren we naar wat het levende Licht hierover tot Hildegard sprak:

“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim dat helder door je aanschouwd werd, dat je zou inzien, hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle levensstromen ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu erkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf.”

 

Duidelijk klimt Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen op naar de innerlijke rangorde van God zelf. Wat zich in het vorige visioen bij God naar buiten openbaarde door de schepping en verlossing vinden we hier terug in het innerlijke leven van God zelf. In dit visioen schrijft zij als volgt:

“Vervolgens zag ik een zuiver licht en in dat licht een mensenbeeld in de kleur van saffier. En deze mensengestalte was omgeven door een zacht trillend vuur. Het zuivere licht overstroomt het trillende vuur en dit overstroomt op zijn beurt het zuivere licht. Maar dit zuivere licht en dat trillende vuur verenigen zich, om zich samen uit te storten over het mensenbeeld. Aldus vormen vuur, licht en mensenbeeld slechts één licht en als het ware één hevigheid (volheid) van macht”.

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

 

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

 

Het allerhelderste licht … is ‘zonder smet van bedrog’ (is: waarheid) … en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)

Het allerzoetste rode vuur … is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is: levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is: bewustzijn) … en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)

De mensengestalte … is ‘zonder smet van verharding’ (is: zachtmoedigheid) … en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

 

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

Door de uitleg van Hildegard zelf wist de kunstenaar al, dat het licht God de Vader voorstelt, het vuur de H. Geest en het mensenbeeld het mensgeworden Woord, en dat die drie onderscheiden Personen slechts één en onverdeelde goddelijke majesteit vormen.

In de heraldische kleurentaal meende de miniaturist te kunnen volstaan met een cirkel van zilver voor het licht. Binnen deze lichtcirkel is een kleinere cirkel van bladgoud, die verlevendigd wordt door rode golflijnen om daarmee het teken van vuur nog duidelijker te maken. En in het hart van die twee cirkels een mensenfiguur.

Om zowel het onderscheid als de doordringing van elkaar uit te beelden, heeft de miniaturist vanuit de grote zilveren cirkel een fijne dunne lijn van zilver tussen de gouden schijf en het mensenbeeld getekend. Merken we op dat die zilveren lijn boven langs het hoofd naar beneden komt, zich rondom de mensenfiguur voortzet en langs boven weer uitgaat naar de zilveren cirkel.

Voor een gecultiveerde geest van de twaalfde eeuw was het meer dan duidelijk, dat het in deze eenvoudige voorstelling gaat om de drie onderscheiden Personen van God en de éénheid van de onverdeelde goddelijke majesteit. Haar diepste zin ontleent deze miniatuur aan het beeld waaronder het mensgeworden Woord ons wordt geopenbaard.

Met uitzondering van de witte ogen en het zwarte haar is deze mensenfiguur uitgevoerd in de kostbaarste kleur die de miniaturist tot zijn beschikking had nl. saffierblauw. Tot onze verbazing is de Mensenzoon hier niet uitgebeeld als een Heerser, maar als een smekende figuur’. De overeenkomst in houding met het kleine figuurtje aan de voet van de berg op de tweede miniatuur is opvallend.

Treffender kon Hildegard haar mystieke ervaring, dat God zich het liefst in de kleine arme medemens aan ons openbaart, niet uitbeelden. Deze voorstelling wijkt volledig af van het byzantijns koningsbeeld, dat eeuwenlang in het christendom het traditionele beeld van God en de Godmens heeft beheerst. Een beeld trouwens waarvan Hildegard zich ook niet helemaal heeft kunnen losmaken, zoals uit andere miniaturen wel blijkt.

Maar hier heeft zij haar diepste mystieke ervaring gestalte willen geven, hoe God nl. het meest tegenwoordig is in het kind en in de arme- en hulpbehoevende evenmens. Ieder die enigszins thuis is in de christelijke iconografie zal opmerken dat deze triniteitsvoorstelling uniek is in de kunstgeschiedenis, hetgeen wijst op een zeer persoonlijke mystieke ervaring.

Naast het feit dat de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid is voorgesteld als een kleine mensengestalte, valt ons op, dat Hij helemaal in het blauw is weergegeven.

 

 

Zoeken we naar de reden hiervan, dan komen drie vragen op ons af:

 

a) Is deze kleur een uitdrukking van een bepaalde emotie of van een bepaald gevoel bij Hildegard?

b) Is hier sprake van een uitdrukking van een heraldische betekenis van blauw?

c) Is het de uitdrukking van een symbolische zingeving? Zo ja, waarvan is blauw het symbool?

 

Het vraagt een uitvoerige studie om na te gaan of er betrekkingen bestaan tussen deze drie vragen en hoogst waarschijnlijk sluiten zij elkaar niet uit. Uit de kleurensymboliek van de byzantijnse iconen is bekend, dat rood verwijst naar de Godheid en blauw naar de Mensheid van de tweede Persoon der Drieëenheid.

Dit impliceert dat rood als machthebbend en blauw als uiting van ondergeschikt-zijn wordt aangevoeld. Rood is agressief, geel veel minder en blauw is eigenlijk de stille zachtmoedige kleur. Rood doet denken aan vuur en hitte, blauw aan heldere hemel en koel water. Tevens is blauw de kleur van de communicatie. Het was immers Christus die de blijde boodschap verkondigde.

Blauw geeft met haar aanverwante kleur groen een gevoel van veiligheid en is een aanduiding van bestaanszekerheid. Denken we maar aan het vegetatieve leven dat ons tot voedsel dient. Zo kan men begrijpen waarom Hildegard de gevoelens van bestaanszekerheid en barmhartigheid niet beter tot uitdrukking wist te brengen dan met de kleur blauw, en wel in haar zuiverste en edelste vormgeving van een stralende saffier.

Saffier is tevens de naam waarmede de kleur blauw in de Bijbel aangeduid wordt. Onwillekeurig denken we aan water, zowel de waterdamp die voor ons het blauw van de stralende hemel teweegbrengt, als het water dat op aarde het blauw van de hemel weerspiegelt. En het is slechts een kleine stap bij water te denken aan moederschap, zowel door het feit van ons lichamelijk leven dat zich ontwikkelt in water van de moederschoot als dat van ons geestelijk leven dat ontspruit aan het water van het doopsel. Ook de Heilige Maagd Maria wordt bijna altijd in blauwe kledij afgebeeld.

Ook Hildegard heeft bij het blauw in het centrum van de Drieëenheid aan moederschap gedacht.  Ze ziet de edelste vorm van de goddelijke liefde als een omhelzing van moederliefde. Een visie op het innerlijke leven van God zoals die in de westerse theologie zelden uitgesproken is, maar die in de oosterse theologie meer ter sprake komt. We kunnen zelfs over een oergegeven spreken omdat er een brug geslagen zou kunnen worden naar de boeddhistische godservaring, waarin meer dan bij ons gesproken wordt over de moederrol van God.

Het is mogelijk, dat Hildegard dit vrouwelijk aspect in Gods wezen, ook heeft willen uitdrukken door de tweede Persoon hier zonder baard uit te beelden. In de andere miniaturen stelt zij zowel God de Vader als de Zoon steeds met een baard voor, zoals de traditie sinds Byzantium dit had vastgelegd. Ieder is vrij om dit in twijfel te trekken. De bedoeling is slechts te wijzen op het feit, dat de visioenen en de miniaturen van Hildegard alleen te begrijpen zijn, wanneer men ze ziet in het vrouwelijk denkpatroon. De volgende miniatuur in deze serie toont dit ook duidelijk aan.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Lavasteen

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Lavasteen ontstaat na een vulkaanuitbarsting uit gestolde lava en kan zwart, bruin, groen en rood van kleur zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trosglidkruid : Scutellaria columnae

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de eenzijdige, aarvormige, ijle, eindelingse trossen van
– in paren staande rood- tot blauw-paarse, behaarde lipbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Trosglidkruid is een overblijvende, zeer zeldzaam voorkomende plant van 25 tot 60 cm. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied. Ze is geheel behaard, naar boven toe ook met klierharen en groeit op droge, min of meer beschaduwde plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juni en juli. De kleur van de bloemen varieert van blauw-paars of donker rood-paars. Soms is de onderlip wit. Ze staan in paren naar 1 kant gericht in de bladoksels van de schutbladen. De bloemen vormen aan het einde van de stengels eenzijdige, zeer regelmatige, ijle trossen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn driehoekig tot langwerpig en grof gekarteld en lijken op brandnetelbladeren. Niet in bloei lijkt de plant dan ook op brandnetel, wel in bloei heeft ze op afstand wat weg van bosandoorn, als de bloemen donker rood-paars zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

 

klein glidkruid : roze, haren op de stengelribben omhoog gericht, bladrand gaaf of alleen bij de voet gekarteld.

 

klein glidkruid

 

 

 

 

blauw glidkruid : paarsblauw, haren op de stengelribben naar beneden gericht, gehele bladrand gekarteld.

 

blauw glidkruid

 

 

 

 

trosglidkruid : donker rood-paars tot blauw-paars, soms met witte onderlip, bloeiwijze is een aarvormige, ijle tros.

 

 

 

 

Algemeen

 

– lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 25 tot 60 cm

Bloem
– donker paars-rood tot paars-blauw
– juni en juli
– eenzijdige, aarvormige tros
– lipbloem
– 20 tot 30 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– driehoekig tot langwerpig
– top spits
– rand grof gekarteld
– voet hartvormig of afgeknot
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

De Agaat

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Agaat is een grotendeels fijnkristallijne doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van kwarts en een subva-riëteit van chalcedoon. De chemische structuur van agaat is identiek aan jaspis, vuursteen, hoornkiezel en agaat wordt vaak samen met opaal gevonden. Agaat bestaat vooral uit vervlochten kristallen kwarts en moganiet (beide kwarts, maar met een andere kristalstructuur, respectievelijk trigonaal en monoklien). Een agaat heeft vaak een parallelle bandering (of concentrische dunne lijnen).

In het algemeen zijn agaten samengesteld uit chalcedoon (een zeer fijnvezelige vorm van kwarts), soms in com-binatie met één of meer grofkristallijne varianten van kwarts, zoals amethist, rookkwarts, gecombineerd met car-neool en/of jaspis. Ook komen de mineralen calciet (calciumcarbonaat) en celadoniet (een bleekgroen mineraal behorend tot de chlorietgroep) voor.

Karakteristiek voor agaten is de groene buitenkant, ook wel huid genoemd, rond de binnenste blaas. Die minerale huid bestaat uit één of meer silicaatmineralen, zoals celadoniet, chloriet en saponiet. Agaten worden gevormd in gesteente waarin zich blazen, scheuren of spleten bevinden, zoals in het vulkanisch gesteente andesiet en in ba-salt. De in scheuren of spleten gevormde agaat wordt aderagaat of nerf-agaat genoemd. Agaten komen ook voor in sedimentgesteenten of afzettingsgesteenten en – eenmaal losgemaakt uit de matrix – als zwerfsteen.

Sommige agaten tonen een structuur alsof materiaal naar buiten is geperst, via een kanaal of een ontsnappings-tuit. Hoe exact agaten worden gevormd is nog steeds een raadsel. Mogelijk ontstaan agaten uit zeer dicht gelei-achtig silicaat in een afgesloten kleine ruimte, onder hoge druk. De kleurrijke, gestreepte exemplaren worden ge-bruikt als halfedelsteen. De naam agaat komt van het Griekse Ἀχάτης, Achatès, de naam van de huidige rivier de Dirillo in het zuiden van Sicilië, waar agaten en andere chalcedonen gevonden werden. Agaat wordt wel gebruikt om bladgoud bij boekversiering te polijsten.

 

 

agaat-1

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaatsen

 

Agaatverbindingen vormen zich als oplossing van kiezelzuur in holten in oudere rotsen. De stenen kunnen kunst-matig worden bevlekt om kleurcombinaties te verkrijgen die levendiger zijn dan die gevonden worden in de na-tuur. De belangrijke bronnen van agaat zijn Brazilië, Uruguay en de Verenigde Staten (Oregon, Washington en rond het Bovenmeer). Dichter bij Nederland en België wordt ook agaat gevonden in de Hunsrück in Duitsland, en in Auvernge in Frankrijk. In het grind dat door de Rijn is meegevoerd, komt ook een enkele keer agaat voor.

 

 

 

.

Chemische samenstelling

 

Agaat is kwarts met ingesloten ijzer, aluminium, mangaan en soms andere elementen. Zuivere kwarts is helder wit of kleurloos transparant. Agaat vertoont vooral aardkleuren, zoals rood, bruin, oranje en geel. Deze worden ver-oorzaakt door ijzer en soms mangaan. Groene en blauwe kleuren worden veroorzaakt door koper of nikkel en soms aluminium. Zwart komt door ingesloten koolstof. De agaat die uit Zuid-Amerika wordt geïmporteerd, heeft minder levendige kleuren dan de Duitse agaat. Om die reden wordt deze agaat vaak kunstmatig gekleurd. Van-wege het ingesloten water behoort agaat ook tot de chalcedoonfamilie. Agaat bevat soms andere leden van de kwartsfamilie, zoals bergkristal, opaal of carneool.

 

 

 

Samenstelling: SiO2 + Al, C, Ca, Cu, Fe, Mg, Mn + (MnO2, nH2O)
Hardheid: 6 – 7
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend
Breuk: ruw, schelpvormig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,65
Kristalstelsel: trigonaal

 

 

agaat

Mineraal
Chemische formule SiO2 + Al, Ca, Fe, Mn
Kleur agaten zijn altijd meerkleurig met overwegend grijze, grijsblauwe en witte tinten, witgrijs, groen, rood en zwart
Streepkleur geen
Hardheid 6-7 Mohs
Gemiddelde dichtheid 2,6 kg/dm3
Glans glasglans, mat, zijdeglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk ruw, schelpvormig
Splijting geen
Kristaloptiek
Brekingsindices Ne 1,539-1,544, No 1,526-1,535
Dubbele breking 0,004 – 0,009
Luminescentie soms zwak tot felgeel, groenachtig, lichtblauw, wit
Overige eigenschappen
Veredeling kleuren, verhitten
Bijzondere kenmerken iriseren

 

 

 

 

 

 

 

 

typen agaat 

 

 

boomagaat

 

 

 

 

 

 

Botswana agaat

 

 

 

 

.

vuuragaat

 

 

 

 

 

witte agaat

 

 

 

 

 

 

fire crackle agaat

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

De agaat wordt al meer dan 8000 jaar gebruikt. De naam agaat is gegeven door Theophrastus (371-287 v.Chr.), een Griekse filosoof en schrijver. In zijn tijd werden kleurrijke agaten gevonden langs de rivier Achates op Sicilië. Tegenwoordig heet deze rivier Dirillo en worden er weinig agaten meer gevonden. De Oude Egyptenaren heb-ben rolzegels, scarabeeën en kralen van agaat gemaakt.

Op Kreta zijn rolzegels van agaat uit het Minoïsche tijdperk (ca 2200 v.Chr.- 1700 v.Chr.) gevonden, met teksten in lineair A, het oudste Europese alfabet. De Oude Grieken maakten prachtige cameeën en intaglio’s, waarbij be-wust gebruik werd gemaakt van de verschillende kleurlagen van de agaat. Bij de camee werd de achtergrond om een onderwerp weggeslepen tot de onderliggende laag, zodat het onderwerp er fraai uitsprong. Bij de intaglio werd het onderwerp diep in de steen uitgekrast, zodat de onderliggende kleurlaag bloot kwam te liggen.

Uit de Romeinse tijd stammen prachtige zegelringen, cameeën en andere sier- en gebruiksvoorwerpen van a-gaat. De Romeinen gebruikten agaat als talisman tegen vergiftigingen door slangenbeten en (moedwillige) voed-selvergiftiging. Men onthulde vergiftiging door een hanger of ring van agaat in een beker drinken te dopen; bij contact met gifstoffen zou de steen verkleuren. De Romeinen dachten dat het dragen van agaat oogklachten kon verminderen en voorkomen. Ook dachten ze dat onweer en blikseminslag voorkomen kon worden door sieraden van agaat in huis te hebben. Romeinse en Griekse lijders aan epilepsie gebruikten agaat ter voorkoming van epileptische aanvallen.

Toen het Romeinse Rijk aan het eind van de vijfde eeuw ten einde liep, werd Perzië het middelpunt van hoog-ontwikkelde edelsteen-snijkunst. De Perzen gebruikten veelvuldig agaten. Men ontdekte hoe de kleur van agaten en andere stenen veranderd kon worden door ze te verhitten, al dan niet in combinatie met andere stoffen. In de Middeleeuwen dacht men dat je door agaat te dragen het weer gunstig kon beïnvloeden; regen en onweer zou-den afgewend worden, en een overvloedige oogst zou zo gewaarborgd zijn. Ook meende men dat mannen met sieraden van agaat seksueel zeer aantrekkelijk zouden zijn voor dames.

Men meende in de banden van de agaat heiligen en andere figuren te herkennen. Hieraan werd allerlei betekenis toegeschreven. In de vroegchristelijke tekst Physiologus (onderdeel van een manuscript uit de 9e eeuw) staat dat parelvissers een agaat aan een touw over boord gooien. De agaat trekt naar de parel en zo zouden ze meer pa-rels kunnen vinden. De parel wordt vergeleken met Jezus Christus, en de agaat met de Heilige Johannes. Jezus Christus en Johannes waren vrienden. De Duitse mystica Hildegard von Bingen (1098-1179) beval agaat aan als middel tegen geestesziektes, oogklachten, angina pectoris, miltsteken, maagklachten, koortsaanvallen en runder-pest.

Vanaf de 16e eeuw werd in Duitsland, en met name in Idar-Oberstein, agaat van edelsteenkwaliteit gevonden. De agaatmijnen in Duitsland zijn inmiddels uitgeput, maar Idar-Oberstein heeft nog steeds een reputatie op het gebied van de verwerking van agaat. Alleen wordt de agaat sinds de 18e eeuw geïmporteerd uit Zuid-Amerika, met name uit Brazilië. Je kunt nog steeds bij Idar-Oberstein langs de zogenaamde ‘Edelsteinstrasse’ agaatmijnen, stenenslijperijen en edelstenenwinkels bezoeken. De natuuronderzoeker en arts Adam Lonitzer (1528-1586) uit Marburg (Duitsland) beschrijft hoe de bont geaderde agaat zeer gevarieerde dromen kan schenken.

 

 

 

 

 

Spiritueel

 

* Agaat maakt rationeel, minder emotioneel. Het helpt bij het verwerken van verdriet. Agaat bevordert de innerlijke groei en de ontwikkeling van spiritualiteit.
* Agaat maakt gefocust en geeft welsprekendheid.
* Agaat geeft een gevoel van geborgenheid, harmonie en ingetogenheid. Het versterkt het contact met Moeder Aarde
* Agaat reinigt de aura van negatieve energieën.
* Het dragen van een witte agaat versterkt de intuïtie.
* Agaat beschermt. Angsten en fobieën worden minder met het dragen van agaat. Vooral roze agaat helpt. Let op de tekening van je agaat: stenen met regelmatige bandpatronen werken kalmerend. Agaten met grillige lijnen kunnen helpen vastgeroeste patronen te doorbreken. Agaten met bergkristal in hun kern geven fantasie en kunnen helpen bij concentratieproblemen.
* Chaos en wanorde worden te overzien en beheersbaar met mosagaat.

 

 

200px-Agate1_hg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Agaat-roze

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

266px-Agate

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

review en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Koper.

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Koper is een roodachtig metaal met het scheikundig element  Cu als symbool en atoomnummer 29. Het is een rood/geel overgangsmetaal dat in ongelegeerde vorm ook als roodkoper bekendstaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontdekking

 

Opgravingen in het noorden van  Irak, hebben aangetoond dat koper al werd gebruikt rond 8700 v. Chr. Andere opgravingen wijzen uit dat men in 5000 v. Chr. al koper smolt en isoleerde uit koperhoudende mineralen zoals malachiet en azuriet. Van de Sumeriërs en Egyptenaren is bekend dat zij rond 3000 v. Chr. koper smolten en ge-bruikten om brons te maken. Ook in China was het gebruik van koper bekend en zijn er zeer hoogwaardige bron-zen voorwerpen uit 1200 v. Chr. gevonden. De in 1991 in de Oostenrijks/Italiaanse Alpen gevonden mummie Ötzi, die vermoedelijk omstreeks 3300 v. Chr. is gestorven, droeg gereedschap dat uit 99,7% zuiver koper bestond.

 

 

 

 

Toepassingen

 

Omdat koper buigzaam is, eenvoudig te vervormen is en een zeer groot geleidingsvermogen heeft voor elektri- citeit en warmte, wordt het op grote schaal in de industrie gebruikt. Ook legeringen met koper, zoals messing en brons, worden veelvuldig gebruikt.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Koper neemt in ionaire vorm vrijwel altijd een oxidatietoestand aan. Koperionen worden in een waterige oplos-sing blauw. Onder invloed van de atmosfeer krijgt koper een groene oxidatielaag. Het element komt als zodanig in de natuur voor, hoewel het meer in gebonden toestand als sulfide of als oxide aangetroffen wordt. Koperhou-dende mineralen  zijn o.a. covelliet en malachiet. Op het veel duurdere zilver na, is koper de beste geleider van elektriciteit. Om die reden wordt het veel gebruikt in elektronische componenten.

 

 

 

 

 

Verschijning

 

Chuquicamata in Chili is de grootste dagbouw kopermijn. In Chili wordt ongeveer een-derde van alle koper ge-mijnd. De belangrijkste bronnen van koper zijn de mineralen chalcopyriet, chalcociet, covelliet, azuriet, malachiet en borniet. Deze worden in ruime mate in de aardkorst aangetroffen. Belangrijke vindplaatsen van kopererts bevinden zich nog in China, Peru en de Verenigde Staten.

 

 

 

 

 

Toxicologie en veiligheid

 

Het metaal is brandbaar in poedervorm. Vrijwel alle koperverbindingen moeten als giftig worden beschouwd. Toch is koper van levensbelang voor dieren en hogere planten. Een teveel aan koper in het lichaam komt voor bij de ziekte van Wilson. Voedingsmiddelen rijk zijn aan koper vindt men in o.a. oesters, soyalecithine, noten en lever. Koper beschikt over antibacteriële eigenschappen. Het gebruik van koper in sanitaire installaties en leidingen remt de bacteriegroei, waardoor onder meer legionella  minder makkelijk voorkomt.

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

 

Algemeen
Naam Koper / Cuprum
Symbool Cu
Atoomnummer      29
Groep Kopergroep

 

Smeltpunt (K) 1357
Kookpunt (K) 2843
Aggregatietoestand    Vast

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oranje havikskruid : Hieracium aurantiacum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de oranje bloemhoofdjes op lang behaarde stelen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Oranje havikskruid is een overblijvende plant, vrij algemeen voorkomend. Ze groeit op droge tot vrij vochtige, grazige plaatsen en wordt 30 tot 60 cm hoog. Ze vormt onder- en bovengrondse uitlopers en op voedzame grond kan ze erg woekeren. Ze komt oorspronkelijk uit de berggebieden van Midden-, Oost- en Noord-Europa. Als sierplant ingevoerd is ze vanuit tuinen verwilderd en inmiddels ingeburgerd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

In juni en juli bloeit oranje havikskruid met oranje bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen. Degene aan de rand zijn oranje, meer naar het hart toe zijn ze oranje/geel. De onderkant van de buitenste lintbloemen is rood.

De knoppen staan met 2 tot 10 dicht bij elkaar. Als de eerste gaat bloeien staan de knoppen van de andere eronder. Zodra er meerdere gaan bloeien verlengen de bloemstelen zich iets en vormen de bloemhoofdjes een schermvormige bloeiwijze.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Oranje havikskruid vormt rozetten van langwerpige tot lancetvormige bladeren, die aan beide kanten bezet zijn met lange witte haren. De stengel en omwindselblaadjes hebben naast lange afstaande witte haren ook korte zwarte klierharen en nog kortere witte sterharen. Aan de stengel zitten 1 of 2 stengelbladeren, die dezelfde vorm hebben als de rozetbladeren, alleen kleiner.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen, ook als tuinplant
– 30 tot 60 cm

Bloem
– oranje lintbloemen
– juni en juli
– hoofdje
– 15 tot 25 mm

Blad
– rozet of verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klieren

-rolrond

zie wilde bloemen