Tagarchief: rood

Grote teunisbloem : Oenothera glazioviana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 Goed te herkennen aan
– de grote lichtgele bloemen met een stijl, die even lang of langer is dan de meeldraden en
– de behaarde kelkbladen met rode strepen, of die later helemaal rood worden en
– de behaarde stengel met rode knobbels, strepen en/of vlekken

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote teunisbloem is een stevige, zacht behaarde, tweejarige plant van 50 tot 150 cm hoog en groeit op open, droge, vaak omgewerkte zandige of stenige grond. In het eerste jaar ontwikkelt zich een bladrozet, in het tweede jaar de stevige bloeistengel. Ze komt vrij algemeen voor en is waarschijnlijk oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is in Europa als sierplant geïntroduceerd. Daarna is ze op enkele plaatsen verwilderd, soms in grote aantallen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grote teunisbloem bloeit vanaf juni tot en met september met grote, geurende bloemen, die samen een aarvormige bloeiwijze vormen aan het einde van een rijk bebladerde stengel. Ze hebben 4 lichtgele kroonbladen, die duidelijk langer zijn dan de meeldraden. De bloemen bloeien maar 1 dag, hooguit 2 dagen. Ze openen zich in de avond. De kelkbladen klappen zich in een snelle beweging om naar de steel en in 15 tot 20 minuten heeft de bloem zich geopend. De bestuiving vindt voornamelijk plaats door insecten, die in de avond en nacht actief zijn. De kelkbladen hebben rode strepen of worden later helemaal rood. De stengel en het vruchtbeginsel hebben rode knobbels, strepen en/of vlekken.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Sinds de 80-er jaren wordt grote teunisbloem gekweekt vanwege haar oliehoudende zaden. Teunisbloemolie kent vele toepassingen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

grote teunisbloem : bloemen 35-50 mm, stengel en vruchtbeginsel met rode knobbels, strepen en/of vlekken, kelkbladen met rode strepen of later helemaal rood.
middelste teunisbloem : bloemen 20-28 mm, groene stengel, kelkbladen en vruchtbeginsel.
duinteunisbloem : bloemen 8-16 mm, stengel met rode knobbels, vlekken en/of strepen, kelkbladen vaak rood.
zandteunisbloem : bloemen 8-12 mm, groene stengel, kelkbladen en vruchtbeginsel.

 

 

middelste teunisbloem

 

 

 

duinteunisbloem

 

 

 

zandteunisbloem

 

 

 

Algemeen

 

teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– tweejarig
– vrij algemeen in duin- en stedelijke   gebieden
– 50 tot 150 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– gesteeld alleenstaand in aar
– stervormig
– 3,5 tot 6 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– veernervig, met lichte middennerf
– voet wigvormig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– rolrond
– behaard
– met rode knobbels, vlekken en/of  strepen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het symbool van de regenboog

Standaard

categorie : religie

 

 

 

In vele culturen werd de regenboog beschouwd als een vriendelijk gebaar

van God of de goden aan de mensen

 

 

 

 

In het christendomvan de middeleeuwen werden de drie hoofdkleuren van de regenboog symbolisch uitgelegd: blauw als de kleur van de zondvloed, rood als de kleur van de wereldbrand en groen als de kleur van de nieuwe aarde. Anderen hebben meer aandacht voor de zeven kleuren en leggen ze uit als de zeven gaven van de Heilige Geest. Soms wordt de regenboog gezien als symbool voor Maria, die de voorspraak is voor de mensen op aarde bij God in de hemel. Zo ontstond de devotie voor Onze Lieve Vrouwe van de Hemelboog (= Iris). Volgens een Spaans voornaamwoordenboek is de vrouwennaam Iris daarvan afkomstig.

In de Bijbel verschijnt er na de zondvloed een regenboog, als teken dat God nooit meer een zondvloed over de aarde zal laten gaan; de regenboog is als het ware zijn handtekening van dit verbond tussen Hem in de hemel en zijn mensen op aarde. In de christelijke kunst wordt Christus vaak afgebeeld als wereldheerser, zittend op de regenboog. De regenboog geldt daar ook als symbool van verzoening tussen God en de mensen.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 10 ; de blijde boodschap

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

In de Islam heeft de regenboog vier basiskleuren: rood, geel, groen en blauw, zinnebeelden van de vier elementen: vuur, aarde, lucht en water.

 

In het oude China beschouwde men de regenboog als de vereniging van yin en yang. Soms werd de regenboog daar voorgesteld als een slang met een kop aan allebei de uiteinden: de ene zoog het water op uit de noordelijke zee om het via de andere kop in de zuidelijke zee weer uit te spuwen.

 

 

 

 

In de culturen van Afrika, India en de indianenkomt dit gegeven ook voor: dan stelt men zich de regenboog voor als een draak, symbool van vruchtbaarheid, die zijn dorst lest in de zee. Bij sommige stammen in Afrika ziet men de regenboog ook als brenger of bewaker van schatten. Of als een beschermende arm om de hele aarde!De Inca-indianen hadden een bijzondere verering voor de regenboog. Zij had te maken met de zonnegod. De Inca-vorsten die zich beschouwden als afstammelingen van de zon, beeldden hem af op hun wapens en schilden.

Andere indianen-culturen zien in de regenboog een ladder waarlangs je naar de hemel kunt klimmen.

 

 

 

 

Hindoes en Boeddhisten geloven dat wie in het stadium van de regenboog aanbelandt, op de drempel staat om het ideaal te bereiken, en op te gaan in de gelukzalige stilte.

 

In het volksgeloof wordt vaak verteld dat de regenboog rijkdom en voorspoed zal brengen. Waar haar uiteinden de aarde raken zou een pot met goud te vinden zijn.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Heulandiet

Standaard

 categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

 

Algemene informatie

 

Heulandiet is kleurloos, wit en roze tot rood. De groene variant is zeldzamer. De steen is doorzichtig tot door-schijnend met een glasachtige tot parelmoerglans. Het behoort tot de zeolieten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

De samenstelling van heulandiet, dat naast calcium de elementen barium, strontium, kalium en/of natrium  kan bevatten, bepaalt de precieze eigenschappen. De algemene eigenschappen zijn; witte, gele, lichtrode, lichtbruine of lichtgrijze kleuren en een witte streepkleur, een glas- tot parelglans en een perfecte splijting volgens het kristalvlak [010].

De gemiddelde dichtheid ligt tussen 2,2 en 2,35 en de hardheid is 3 tot 3,5. Het kristalstelsel is monoklien en de radioactiviteit van het mineraal is nauwelijks meetbaar. De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute varieert van 4,3 tot 47,06.

 

 

.

 

 

Naam

 

Heulandiet is genoemd naar de Engelse  mineralenverzamelaar John Henry Heuland (1778 – 1856).

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Zoals andere zeolieten, komt heulandiet voor in allerlei verschillende omgevingen : vulkanisch en omgevingen: metamorfe gesteente, pegmatieten, tuffiet en diepzee sedimenten. De typelocatie voor de calciumvariant van heulandiet is Glasgow in Schotland.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: (Ca,Na2)(Al2Si7O18).6(H2O)

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 2,2

 

 

 

.

 

 

 

Hessoniet ; oranje grossulaar

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

 

Algemene informatie

.

Granaat kan rood, bruin, oranje, groen en zwart van kleur zijn. Grossulaar is een een groene of oranjebruine variëteit, uvaroviet is een groen met zwarte soort, melaniet is een zwarte granaat en almandien is een roodbruin tot zwarte variëteit. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans. De bruinoranje variëteit van grossulaar heet hessoniet, de smaragd groene variant tsavoriet. Het mineraal grossulaar of grossulariet is een calciumaluminiumsilicaat met de chemische formule Ca3Al2(SiO4)3. Het nesosilicaat behoort tot de granaatgroep.

 

 

uvaroviet – ruw

 

 

.

 

uvaroviet trommelsteen

 

 

 

 

melaniet ruw

 

 

 

 

melaniet trommelsteen

 

 

 

 

almandien ruw

 

 

 

 

hessoniet trommelsteen

 

 

 

 

tsavoriet ruw

 

 

 

 

tsavoriet gepolijst

 

 

 

Eigenschappen

.

Het kleurloze, groene, grijze, gele of bruine grossulaar heeft een glasglans, een bruinwitte streepkleur en de splijting  van het mineraal is onduidelijk volgens een onbekend kristalvlak. De gemiddelde dichtheid  is 3,57 en de hardheid is 6,5 tot 7,5. Het kristalstelsel is isometrisch en grossulaar is niet radioactief.

 

 

grossulaar

 

 

 

Naamgeving

 

De naam van het mineraal grossulaar is afgeleid van het Latijnse grossularia, dat “kruisbes” betekent.

 

 

 

 

hessoniet

 

.

 

Voorkomen

 

Grossulaar is een granaat en komt als zodanig voor in sterk gemetamorfoseerde gesteenten. De typelocatie is gelegen op het eiland Mull in Schotland. Het wordt ook gevonden in de Val d’Aosta, Italië, in de Jeffrey mijn, Quebec, Canada en in de Sierra de la Cruz, Mexico.

 

.

 

grossulaar

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: X3Y2(SiO4)3′, waarbij X en Y verschillende metalen zijn

hardheid: 6,5-7,5

dichtheid: 3,5-4,5

 

 

hessoniet trommelsteen

 

.

 

 

hessoniet gepolijst

 

.

 

 

 

.

 

Jaspis en varianten

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

   Kenmerken van jaspis

 

Jaspis is een ondoorzichtig soort kwarts, dat allerlei kleuren en patronen kan hebben. Meestal is jaspis rood. Ook bruin, geel en groen komen veel voor. Jaspis heeft vaak witte, grijze of andere kleuren insluitsels. Oorspronkelijk was jaspis een verzamelnaam voor allerlei stenen, zoals wij tegenwoordig kwarts als verzamelnaam gebruiken. Zo werden groene agaat, olivijn, serpentijn en nefriet allemaal jaspis genoemd. Ook nu nog krijgen moeilijk identificeerbare stenen met diverse kleuren vaak de naam jaspis. Bijvoorbeeld: epidoot heet bloemenjaspis; rhyoliet heet luipaardjaspis; grijs gespikkelde porfier heet dalmatiërjaspis.

Jaspis is een van de belangrijkste stenen in de edelsteentherapie wegens zijn vele varianten en vele toepassingen. Heb je op een dag een overvolle takenlijst? Draag dan een jaspis hanger of stop een jaspis trommelsteen in je broekzak. Want jaspis geeft daadkracht. En heb je moeite met afvallen? Jaspis kan je helpen, want de steen bevordert de spijsvertering. De varianten vertonen een grote verscheidenheid aan kleuren en tekeningen. Ze hebben vaak een eigen naam.

 

 

fossieljaspis

 

 

 

VARIANTEN VAN JASPIS
Rode jaspis of silex Roodgekleurd
Brecciejaspis Ondoorzichtige rode of roodbruine jaspis met zwarte insluitsels.
IJzerjaspis Rode jaspis met duidelijk herkenbare insluitsels van hematiet.
Lacejaspis Jaspis en agaat kunnen in een steen in elkaar over gaan. Zoals in lacejaspis (of lace-agaat). De ondoorzichtige stukken zijn rode japsis; de doorzichtige stukken zijn agaat.
SOORTEN GELE JASPIS
Gele jaspis Echt heldergele jaspis wordt zelden gevonden. Meestal is de kleur meer bruingeel, beige of oker.
IJzerjaspis Gele jaspis met duidelijk herkenbare insluitsels van hematiet.
Ivoorjaspis Heel lichtgele jaspis met donkerbruine tekening.
Landschapsjaspis, beeldenjaspis of Kalahari picture stone Gele jaspis met mooie tekening. (Landschapsjaspis kan ook bruin zijn.)
SOORTEN BRUINE JASPIS
Bruine jaspis, ijzerjaspis of nijlkiezel Meestal effen bruine jaspis..
Beeldenjaspis Gele tot bruine jaspis, vertoont lijntjes alsof er een figuur of beeltenis op de steen is getekend.
Slangenjaspis Bruine jaspis met tekening die doet denken aan een slangenhuid
Schriftjaspis Bruine jaspis met penseelachtige streepjestekening.
Fossieljaspis, turitellajaspis Donkerbruine jaspis met fossiele slakkenhuisjes. (Turitellajaspis heet ook wel turitella-agaat.)
Landschapsjaspis Fel bruin met landschapsachtige tekening. (Landschapsjaspis kan ook geel zijn.)
Mokkajaspis of cappucinojaspis Jaspis met de kleur van koffie met melk, met lichtbruine en bruine vlekken of strepen.
Wabaniet Bruin tot bruinrode jaspis met gele vlekken.
SOORTEN GROENE JASPIS
Groene jaspis Groen. Wordt vaak ten onrechte prasem genoemd (prasem is eigenlijk donkergroene chalcedoon)
Heliotroop Groene jaspis met vlekken of puntjes in verschillende kleuren, vooral roze, rood, oranje en/of geel.
ANDERE KLEUREN JASPIS
Blauwe jaspis of wildpaardaspis Blauw
Bonte jaspis Bontgekleurd, met rode, groene en gele vlekken en patronen.
Regenboogjaspis Bonte jaspis met bonte randen en banden.
Lavendeljaspis Violette jaspis. Een mengvorm van rode jaspis en blauwe chalcedoon.
Mokaïet Bonte jaspis uit Australië, met heldere kleuren rood, bruin en geel.
Nunkircker Grijsbruinachtige jaspis, genoemd naar de vindplaats in de Hunsrück, Wordt met berlijnsblauw gekleurd en verkocht onder de naam Duitse lapis of Swiss-lapis, als imitatie van lapis lazuli.
Zwarte jaspis Zwart. Werd vroeger als toetssteen gebruikt om het goudgehalte van sieraden en legeringen te bepalen.

 

 

 

266px-Jasper_pebble_600pix    rode jaspis

 

 

.

 

 

27%20Knuffel%20plat%20gele%20jaspis%20groot   gele jaspis

 

 

.

 

 

fossieljaspis bruine    bruine jaspis

 

 

.

 

edelsteen_bloedsteen_2  groene jaspis

 

 

.

 

 

blauwe-jaspis     blauwe jaspis

 

 

.

 

 

amulet_3  paarse jaspis

 

 

.

 

 

halfedelsteen-op-witte-achtergrond-witte-jaspis-46019370   witte jaspis

 

 

.

 

 

2832-1-7911677621   zwarte jaspis

 

 

.

 

 

hanger-bonte-jaspis-01-42181737   bonte jaspis

 

 

.

 

Herkomst van de naam

.

Het woord jaspis komt waarschijnlijk uit een Semitische taal in het Midden-Oosten. Het betekent ‘gespikkelde steen’.

 

 

 

gele jaspis

.

 

 

Door de eeuwen heen

.

Jaspis werd in de Oudheid voor de moeder van alle edelstenen gehouden. Jaspis gold toen als een van de kostbaarste stenen. Dat klinkt misschien vreemd, omdat jaspis een vrij gangbare steen is. Dat hij toch kostbaar is, komt door zijn mooie heldere kleuren en goede bewerkbaarheid.

De oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen maakten ornamenten, amuletten, zegelstenen en zelfs portretten van jaspis. De steen werd uitgesneden of gegraveerd. Veel Egyptische scarabeeën die aan de doden werden meegegeven, zijn gemaakt van rode of gele jaspis. Deze kleuren jaspis werden ook gebruikt voor kralenkettingen.

De fragmenten van een buste van gele jaspis, vermoedelijk van koningin Tiye (echtgenote van farao Amenhotep III) bewijzen het grote vakmanschap van de beeldhouwers.

In de Oudheid was jaspis een algemene naam voor kwartsen. Het heldere jaspis uit de Bijbel was waarschijnlijk bergkristal. De doorzichtig groene jaspis van de beroemde Romeinse schrijver/wetenschapper Plinius de Oudere (23-79 n.Chr.) was waarschijnlijk chrysopraas of olivijn.

In de Middeleeuwen was jaspis de steen en de amulet van de landbouwers en de veefokkers. Het was de steen van de moederlijke kracht van Maria, en daardoor de steen van de onbaatzuchtigheid.

In het Petrified Forest National Park in de staat Arizona (Verenigde Staten van Amerika) is een nationaal park met een compleet versteend woud uit het Trias (circa 200 miljoen jaar oud). Veel versteend hout bevat jaspis in allerlei kleuren.

 

 

.

 

.

 

Chemische samenstelling

.

Jaspis kan allerlei kleuren vertonen. Rood wordt veroorzaakt door ingesloten ijzeroxide (Fe2O3 of Fe3O4), geel door ijzerhydroxide verbindingen (Fe, O, OH), groen door ijzersilicaat (Fe, Si) (o.a. chloriet). Bruin is een mengvorm van rood, geel en groen.

 

 

.

.

 

 

Welke elementen veroorzaken de verschillende kleuren van jaspis?

.

Donkerbruine turitellajaspis: kleiachtige substanties, aluminiumsilicaten.
Grauwe en zwarte kleuren: vaak mangaanoxide.
Rode jaspis: vooral ijzer (o.a. in de vorm van hematiet) en mangaan.
Gele jaspis: de combinatie van ijzer en mangaan.
Groene jaspis: ingesloten chloriet en andere ijzerverbindingen.
Bruine jaspis: een mengvorm van rode, gele en groene jaspis met organische resten.
Blauwe jaspis: ingesloten (blauwe) chalcedoon. Soms ook sporen mangaan.
Paarse jaspis: een mengvorm van rode jaspis en blauwe chalcedoon.
Bonte jaspis dankt zijn kleuren aan onder meer ingesloten ijzer, mangaan en calcium.
Witte jaspis: veel calcium en een weinig ijzer en mangaan.
Zwarte jaspis: ingesloten ijzer en koolstof.

 

.

 

 

 

 

Samenstelling: SiO2 + Al, Ca, Fe, K, Mg, Mn, Na, O, OH, Si
Hardheid: 6,5 – 7
Glans: mat, vetglans, glasglans
Transparantie: ondoorzichtig
Breuk: schelpvormig, ruw
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: 2,58 – 2,91
Kristalstelsel: trigonaal, micro kristallijn

 

 

 

 

 

 

 

jaspis – brecci

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De kracht van gember

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Gember. Een waar wondermiddel

 

 

gember

 

 

Aromatisch, scherp en kruidig. Zo wordt de smaak van gember omschreven. Gember geeft een specifieke smaak aan soepen, wokgerechten en fruitsalades. Gember groeit onder de grond. Het is de wortelstok van een gemberplant. Het vlees van de gemberplant kan rood, wit of geel zijn. De huid is bruin en wordt dikker naarmate de plant ouder is. Gember is het hele jaar te koop en is relatief goedkoop.

 

 

Geneeskrachtig

Gember is lekker, maar zeker ook geneeskrachtig. Zo staat het bekend als middel tegen wagenziekte, indigestie, te lage bloeddruk, reumatische klachten en een lage bloeddruk. Hoe is het mogelijk dat een wortelstok zo veel therapeutische mogelijkheden heeft?

De officiële naam van gember is Zingiber Officinale. Gember is rijk aan 17 verschillende soorten etherische oliën, anti-oxidanten, vitaminen B1, B2, B3, B6, C, betacaroteen, calcium, magnesium, fosfor, kalium, selenium en vezels.

 

 

Maag

Gember prikkelt de warmtegevoelige receptoren. Het geeft een verwarmd gevoel. De productie van het maagsap wordt gestimuleerd. Gember heeft een beschermende tegen maagzweren. Gember kan helpen bij:
• Maagpijn
• Ter voorkoming van maagzweren
• Spijsverteringsklachten door verminderde productie maagsap

 

 

Misselijkheid

Misselijk zijn is een naar gevoel. Gember werkt uitstekend tegen alle soorten van misselijkheid. Dus tegen wagenziekte, misselijkheid door chemokuren, misselijkheid als gevolg van alcohol, door zwangerschap of door verkeerde voeding.

Gember stilt de braakneiging. De peristaltiek van de darmen wordt verhoogd, waardoor de passage van voeding sneller zal gaan. De opname van gifstoffen en zuren wordt verbeterd door het gebruik van gember, waardoor klachten zullen verminderen.

 

 

Ontstekingsremmend

De etherische oliën in gember werken antiseptisch. Ongewenste bacteriën worden gedood. Tevens is er een verhoogde opname van gifstoffen en zuren, waardoor gember uitstekend ingezet kan worden bij bestrijding van infecties.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Haliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Het mineraal haliet is  ontstaan door indamping van (zee)water. In de loop der eeuwen is de neergeslagen zoutlaag ineengeperst tot een dik pak steen. Haliet wordt daarom ook wel steenzout genoemd. Het mineraal kan ook ontstaan als korstachtige neerslag van zeewater.

 

.

Algemeen

 

Haliet bestaat uit zout plus veel extra mineralen en sporenelementen. Het is goed in water oplosbaar en je kunt het prima als smaakmaker in de keuken gebruiken. Normaal keukenzout bestaat uit zuiver zout. Haliet zonder ingesloten stoffen – erg zeldzaam – is kleurloos of wit. Door die ingesloten stoffen kan haliet allerlei kleuren hebben: lichtgrijs, geel, oranje, roze, rood, roodbruin, bruin, blauw, zwart.

Nederland kent zijn eigen haliet soorten. Deze worden door Akzo Nobel gewonnen bij Boekelo en Hengelo. De ondergrondse haliet wordt in heet water opgelost, opgepompt en verder verwerkt. Een bijzondere soort haliet is Himalayazout. Dit is ongeveer 500 miljoen jaar geleden ontstaan, en is het oudste zout ter wereld. Het een na oudste zout is Dode Zeezout. Dat is ongeveer 450 miljoen jaar geleden ontstaan.

 

Himalayazout wordt in het Himalayagebergte gevonden. Na winning wordt het gewassen in water waarin steenzout is opgelost. Daardoor blijven alle mineralen en sporenelementen behouden. Van alle soorten zout bevelen wij Himalayazout aan, omdat dit het minst verontreinigd is en de meeste mineralen bevat.

Himalayazout en andere steenzouten kun je op veel manieren gebruiken, bijvoorbeeld als geneesmiddel, als schoonheidsmiddel en als verzamelobject. Haliet heeft een zuiverende, beschermende werking. Het helpt ongewenste gewoonten en vastgeroeste patronen te doorbreken. Blokkades kunnen letterlijk ‘oplossen’ dankzij meditatie met een brok haliet of een positieve gedachte (affirmatie) op een papiertje onder een brok haliet.

 

 

$_84

 

 

 

 

haliet-brok

 

.

 

Door de eeuwen heen

 

Het gebruik van haliet is al eeuwen oud. Reeds 3000 v. Chr. (in de Bronstijd) werd steenzout gewonnen in zoutmijnen.De rustgevende en helende werking van zout water op huidklachten was al 2000 v. Chr. bekend. In bijbelse tijden werd de Dode Zee al gebruikt als kuuroord. Aan de westkant van de Dode Zee staat een grote formatie haliet van 210 meter hoog. Deze formatie wordt Berg Sodom genoemd. Waarschijnlijk heeft het bijbelse verhaal van de vrouw van Lot zijn oorsprong in deze pilaar.

Toen Lot met zijn vrouw en kinderen uit Sodom vluchtten, mochten ze niet omkijken. Zijn vrouw kon het toch niet nalaten, wierp een blik over haar schouder en veranderde in een zoutpilaar. Waarschijnlijk lag Sodom aan de westkust van de Dode Zee.

Bij de Romeinen was zout een kostbaar goed, haast kostbaarder dan goud. Zij gebruikten veel zeezout, maar importeerden ook steenzout, onder meer uit Midden-Europa. Het werd gebruikt om bederfelijke waren te conserveren en het was natuurlijk (net als nu) een belangrijke smaakmaker. Er waren ook andere toepassingen, zoals het kleurecht maken van verfstoffen en mummificeren. Zout was tevens in gebruik als schoonheidsmiddel, cosmetica en kunstmest.

Het Oostenrijkse plaatsje Hallstatt – dat zou letterlijk ‘zoutstad’ betekenen – heeft zijn naam aan een hele periode en cultuur gegeven. De Hallstatt-cultuur beleefde zijn hoogtepunt tussen 800 en 500 v. Chr. en was te danken aan de aanwezigheid van winbaar zout.

De Hallstatt-cultuur was verspreid over een zeer groot gebied in Centraal Europa. Uit deze tijd stammen de diepe zoutputten in de buurt van Salzburg – dat letterlijk ‘zoutburcht’ betekent. Sommige van die zoutmijnen zijn tot in de 18e eeuw in gebruik gebleven.

In de Middeleeuwen werd zout vooral gewonnen in Duitsland en Polen. Het werd toen het witte goud genoemd, het was schaars en daardoor duur. Voor de invoering van muntgeld speelde zout een belangrijke rol als betalingsmiddel. Wie zich zout kon veroorloven, moest er belasting over betalen. In Nederland bestond die zoutbelasting tot in de negentiende eeuw. Dit leidde tot spreekwoorden als ‘hij verdient het zout in zijn pap niet’ (hij verdient bijna niets).

In de Middeleeuwen was zout belangrijk voor het conserveren van voedsel (door het te ‘pekelen’). Zout werd gebruikt bij het looien van leer, om het lekker zacht en soepel te maken. Zout was ook een belangrijke component in verfstoffen en medicijnen, schoonmaakmiddelen en buskruit.

In Europa speelde en speelt zout nog steeds een belangrijke rol in allerlei rituelen, feesten en (bij)geloof. Bijvoorbeeld: schenk pasgeboren baby’s een zakje zout om hen te beschermen tegen onheil. Of: zout in jas of broekzak beschermt tegen hekserij en onheil.

Zout is een vrij zacht gesteente, waaruit gemakkelijk voorwerpen of vormen gesneden kunnen worden. Van deze eigenschap is gebruikgemaakt bij de Zout Kathedraal in Zipaquirá, Colombia. Deze kerk ligt 200 meter onder de grond, uitgehakt in een voormalige zoutmijn. De iconen en ornamenten zijn uitgehakt in haliet.

Zout wordt al zeer lang heelkundig gebruikt. Baden in zout water was een universeel middel tegen uiteenlopende klachten als onvruchtbaarheid, impotentie, hysterie, darmklachten en ademhalingsproblemen. Haliet is ook al eeuwen beschermer tegen negatieve invloeden, energetisch vampirisme en entiteiten (geesten).

 

 

.

 

 

blauwe haliet

.

 

 

Chemische samenstelling

.

Tussen zout en haliet is chemisch geen verschil. In de natuur- en scheikunde spreekt men over natriumchloride, in de biologie over keukenzout of natriumchloride, in de geologie over steenzout en in de mineralogie over haliet. Toch praten we steeds over hetzelfde goedje, namelijk natriumchloride. Kristalzout is een handelsnaam voor hoogwaardige steenzout, zoals bijvoorbeeld Himalayazout. Handelsnamen zijn vaak misleidend; zout is een kristallijne materie en dus is elk soort zout eigenlijk kristalzout.

Haliet bevat naast natriumchloride veel extra mineralen en sporenelementen. Vooral het ijzer is kleurbepalend; haliet is meestal rozig door het ingesloten ijzer. Blauwe tinten worden veroorzaakt door stralingsschade aan het kristalrooster. Resten van ooit levende organismen geven een bruine tot zwarte verkleuring.

 

 

.

 

.

Himalayazout bevat maar liefst 84 elementen.

.

actinium, aluminium, antimoon, arsenicum, astaat, barium, beryllium, bismut, boor, broom, cadmium, calcium, cerium, cesium, chloride, chroom, dysprosium, erbium, europium, fluor, fosfor, francium, gadolinium, gallium, germanium, goud, hafnium, holmium, ijzer, indium, iridium, jodium, kobalt, koolstof, koper, kwik, lanthaan, lithium, lood, lutetium, magnesium, mangaan, molybdeen, natrium, neptunium, nikkel, niobium, osmium, palladium, platina, plutonium, polonium, raseodymium, protactinium, radium, renium, rhodium, rubidium, ruthenium, samarium, scandium, seleen, silicium, stikstof, strontium, tantaal, tellurium, terbium, thallium, thorium, thulium, tin, titaan, uranium, vanadium, waterstof, wolfraam, ytterbium, yttrium, zilver, zink, zirkonium, zuurstof en zwavel

 

 

roze haliet

 

.

 

Samenstelling: NaCl + Br, C, Fe, J, K, Mg

Hardheid: 2,5
Glans: glasachtig
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,16 (zuivere NaCl)
Kristalstelsel: kubisch

 

.

 

 

 

 

witte haliet

 

 

groene haliet

 

 

lamp van haliet

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Granaat.

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Bij granaat denken de meeste mensen aan een kostbare bloedrode steen, vergelijkbaar met robijn. Maar granaat is in de mineralogie de verzamelnaam van een grote familie zeer harde kristallen. Granaat kan allerlei kleuren hebben: rood, oranje, roze, groen, bruin, zwart. En zelfs kleurloos, wit. De enige kleur die natuurlijke granaat zelden heeft, is blauw.

 

 

Algemeen

 

Hier behandelen we vooral de rode granaat. Deze kleur komt het meest voor, wordt het meest verwerkt tot sieraden, en wordt ook het meest gebruikt in de edelsteentherapie. De populairste varianten rode granaat zijn de rood-violette almandien en de helderrode pyroop. Ze zijn echter lastig te onderscheiden. Pyroop ontstaat dieper in de aarde dan almandien, en is daarom harder. De meeste rode granaat is een mengvorm van deze twee varianten. Een granaat die bestaat uit 50% almandien en 50% pyroop heet rhodoliet.

De granaat is een van de hardste edelstenen. Granaten worden diep in de aarde gevormd, in de binnenste aardmantel of de overgang naar de buitenste aardmantel. Granaten zijn vaak bestanddeel van dieptegesteentes. Granaten kunnen piepklein zijn, maar ook heel groot. Ze zijn harder dan het gesteente dat hen omringt, en komen door verwering vrij. Ze kunnen door rivieren mee gespoeld worden. Je vindt ze dan ook in klei en zand.

Granaat van edelsteenkwaliteit wordt graag gebruikt in sieraden. De meeste granaten zijn echter niet geschikt voor sieraden; zij worden verwerkt tot schuurpoeder. De kleurloze variant is geslepen zó fraai, dat hij voor diamant aangezien kan worden. De witte granaat wordt dan ook vaak als imitatiediamant gebruikt. Almandien werd ooit aangezien voor robijn.

Rode granaat is de steen van de Amerikaanse staten Connecticut en New York. Granaat wordt daar veel gevonden, vaak in grote brokken. In de edelsteentherapie wordt de rode granaat vooral gebruikt voor het verbeteren van de bloedsomloop en de bloedsamenstelling, en bij oververmoeidheid en uitputting.

 

 

.ruwe rode granaat

 

 

 

 

.

.

Door de eeuwen heen

 

Al sinds de oudheid is de granaat een geliefde en gezochte edelsteen. Van alle granaatsoorten zijn pyroop en almandien het langst en best bekend. Je vindt deze soorten dan ook in veel kronen en andere symbolen van macht (regalia). In de Oudheid was de almandien de meest gewaardeerde variant, omdat deze ‘de kleur van duivenbloed’ had. De steen werd destijds in Klein-Azië gedolven.

De oudste grafvondsten van sieraden met granaat zijn 3500 jaar uit en stammen uit het Oude Egypte. De Egyptenaren beschouwden de granaat als bloed van Isis, godin van vruchtbaarheid, leven en dood. In graven zijn fraaie oorbellen en kettingen gevonden die versierd zijn met bloedrode granaat. Granaat werd ook graag in het gevest van wapens verwerkt. Granaat zou een krachtig amulet tegen het boze oog zijn, en de gezondheid van de drager beschermen.

In de Oudheid, en ook nog in de Middeleeuwen, werden heel veel rode stenen carbunculus of karbonkel genoemd. Dat geldt onder meer voor rode toermalijn, robijn en granaat. Dergelijke stenen lijken op het oog erg op elkaar. De karbonkelsteen is vanaf de oudheid een mythisch kristal. Volgens sagen en legenden licht de karbonkelsteen als een kooltje vuur op in het donker.

Bij archeologische opgravingen in Klein-Azië werden gebruiksvoorwerpen, kettingen, oorbellen en ringen met schitterende rode granaten uit de 6e tot 4e eeuw v.Chr. gevonden. Ze werden gebruikt door de Scythen, een volk dat toen in die streek leefde.

De Oude Grieken droegen granaat ook in spelden voor mantels, en verwerkten ze in lauwerkransen. Volgens de Grieken zou granaat helpen de liefde in stand te houden van geliefden die elkaar lange tijd niet zien. Na een weerzien zou de liefde snel weer opbloeien.

Tijdens de late Romeinse tijd en de Grote Volksverhuizing (4e tot 6e eeuw n.Chr.) werd granaat graag in goud ingelegd. Er zijn fraai versierde zwaarden, sieraden, boekomslagen en andere voorwerpen gevonden die op deze manier waren bewerkt. Zo’n met goud omrande granaat wordt wel cloisonné granaat genoemd.

Veel voorwerpen versierd met granaat en ingelegd volgens de cloisonné-techniek werden aangetroffen in de schat van Staffordshire (midden-Engeland), gevonden in 2009 en later. Deze schat bestaat uit zo’n 3500 sieraden en wapens van goud en zilver uit de Angelsaksische tijd (7e en 8e eeuw). Opvallend is dat de sieraden allemaal bedoeld waren voor hooggeboren mannen.

In de Middeleeuwen werd de karbonkelsteen al in overdrachtelijke betekenis opgevat: de steen die kennis, licht en hoop brengt als het leven uitzichtloos lijkt. Een mens is als een granaat, met een ruw uiterlijk dat pas na slijpen en polijsten (lees: ouder en ervarener wordt) gaat schitteren. Het leven is een slijpproces voor het karakter van de mens.

De middeleeuwse ridders hielden van granaten als opsmuk voor zwaarden, dolken, schilden en kleding. Dit zou hen beschermen tegen verwondingen, en zou herstel van verwondingen bespoedigen. In de 16e eeuw werden veel edelstenen vermalen ingenomen. Zo zou gemalen granaat in water of wijn goed zijn voor allerlei hartkwalen en de vitaliteit versterken.

In de 19e eeuw waren granaten, vooral pyroop uit Bohemen, zo populair, dat ze massaal naar Amerika geëxporteerd werden. De Boheemse pyroop was en is van zeer hoge kwaliteit. In de tijd van koningin Victoria (1819-1901) werd veel granaat in sieraden verwerkt. Niet alleen de geliefde pyroop, maar ook rhodoliet en almandien. Koningin Victoria was een trendsetter. Veel van haar sieraden bevatten granaat, en haar onderdanen volgden haar in die voorkeur.

In de Indiase opstand tegen de koloniale machthebbers in Brits-Indië in 1857, werden granaten gebruikt als kogels! Granaat activeert en versterkt het overlevingsinstinct. Na zware tijden, zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog, was de granaat dan ook in de mode. Veel van onze Nederlandse klederdrachten kennen kettingen van granaat.

 

 

adelaar met cloisonné granaat

 

.

 

oorring met granaat

 

 

 

 

.

 

Chemische samenstelling

.

 

Granaat is een verbinding van silicaat (SiO4) met twee metalen, zoals ijzer, aluminium, mangaan, calcium, chroom. De meest voorkomende varianten zijn: almandien, pyroop, spessartiet, grossulaar, uvaroviet en andradiet. Mengvormen zijn gebruikelijk. De verschillende soorten granaat kunnen naadloos in elkaar overgaan. Dat geldt vooral voor almandien en pyroop. IJzerhoudende granaat vertoont vooral rode, roze, oranje en bruine tot zwarte tinten. Dit soort granaat wordt het meest gebruikt in de edelsteentherapie.

 

 

rode granaat op moedergesteente

 

.

 

rode granaat op steen

 

 

.

Samenstelling: Me2+3 Me3+2(SiO4)3 (Me=een metaal)
Samenstelling almandien: Fe3Al2(SiO4)3
Samenstelling pyroop: Mg3Al2(SiO4)3
Hardheid: 6,5 – 7,5
Glans: glasglans
Transparantie: ondoorzichtig, doorzichtig, doorschijnend
Breuk: schelpvormig, onregelmatig, splinterig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: almandien 3,95 – 4,30; pyroop 3,79 – 3,89;
Kristalstelsel: kubisch, meestal met 12 of 24 vlakken

 

 

 

enorm granaat kristal

 

.

 

 

 

 

 

.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Toermalijn

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Kenmerken van toermalijn

.

Toermalijn is eigenlijk niet één steen, maar een hele familie van langgerekte mineralen met uiteenlopende kleuren. Opvallend is dat een toermalijnkristal meestal twee of meer kleuren heeft. De meest voorkomende soort is de zwarte toermalijn, de meest geliefde soort is de watermeloentoermalijn (groen-roze). Bijzondere exemplaren zijn het turkenkopje (toermalijn met rood topje) en het moorkopje (toermalijn met een zwart topje).

 

.

Min1369

.

 

Voor de edelsteentherapie zijn de stenen met effen kleuren het belangrijkst, zoals rode, groene en zwarte toermalijn. Daarnaast is de groen-roze toermalijn van belang. Tegenwoordig heten de verschillende variëteiten van toermalijn vooral naar hun kleur. Vroeger was het gebruikelijk de stenen te noemen naar vindplaats of vinder. Dat leidde tot een verwarrende hoeveelheid namen.

Bijvoorbeeld: tot de verzamelnaam blauwe toermalijn (ook wel: indigoliet) behoren de veelvoorkomende stenen elbaïet (naar het Italiaanse eilandje Elba) en liddicoatiet (naar een Amerikaanse edelsteenkundige). Beide stenen kunnen echter ook andere kleuren hebben of zelfs kleurloos zijn. Iedere kleurvariant heeft weer zijn eigen naam.Toermalijn is door zijn veelkleurigheid zeer geliefd bij sieradenmakers.
De edelsteen is kalmerend en rustgevend. Hij helpt om lichaam, geest en ziel te verbinden tot één geheel. Vanuit dit geheel ontwikkelen zich wijsheid en creativiteit. De steen stimuleert het geheugen en de concentratie, en neemt allerlei blokkades weg.
.
.
.
.
.
.

 

Herkomst van de naam

.

De toermalijn raakte in Europa bekend nadat Nederlandse zeelui de steen meenamen uit Sri Lanka. De naam is ontleend aan het Singalees, een van de talen op Sri Lanka. Maar het is niet precies bekend naar welk Singalees woord de naam verwijst. De meeste bronnen houden het op turamali, ‘steen die as aantrekt’. De Hollanders gebruikten de toermalijn namelijk om as te verwijderen uit hun meerschuimen pijpjes. Anderen denken dat de naam ontleend is aan turmali, dat ‘edelsteen met verschillende kleuren’ betekent.

 

 

 

 

 

Door de eeuwen heen

.

Toermalijn was vanwege zijn vele kleurvariaties al in de oudheid bekend in het Middellandse Zeegebied. Vooral de helderrode en heldergroene toermalijnen werden zeer gewaardeerd als juweel.
Volgens een Arabische overlevering is de toermalijn een steen van de zon, die het hart versterkt en die beschermt tegen onheil en nachtmerries.

In de Middeleeuwen werd toermalijn in Europa amper meer gebruikt in sieraden, omdat de handel in toermalijnen in die tijd stil lag. De steen raakte in de vergetelheid.

In de 18e eeuw werd de toermalijn als edelsteen herontdekt. De Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie handelde in specerijen, ivoor en edelstenen (zoals parels, spinel, granaat, robijn, saffier en toermalijn) die in de Oost – en vooral op Ceylon (nu Sri Lanka) – werden ingekocht. Zo kwam de toermalijn weer in Europa terecht.

De rode variant werd vaak aangezien voor granaat of robijn; en de groene voor smaragd. De dunne kristallen werden gebruikt als pijpenrager. Toermalijn is daarvoor geschikt omdat de steen as en kleine rommeltjes kan aantrekken als hij statisch geladen is. Sieraden uit die tijd bevatten cabochons en kralen van toermalijn. Sindsdien is toermalijn een geliefde steen bij edelsmeden gebleven.

 

.

e14996_-_paraiba_toermalijn_1154_cts_261x208 (1)

.

 

.

De verschillende kleuren toermalijn hebben naast de algemene werking ook nog een specifieke werking vanwege de kleur. De kleur bepaalt welk chakra bij de steen hoort.

 

* Kleurloos (achroïet): hoort bij hartchakra en kruinchakra. Versterkt het immuunsysteem, de lymfe en de waterhuishouding. Heeft een sterke werking op de epifyse, voor een harmonieuze groei en een gezond beendergestel. Helpt bij rugklachten en snel herstel bij botbreuken.

*Donker: geschikt bij opvliegendheid, overmatige transpiratie, gebrek aan concentratievermogen. Verlicht neurosen, versterkt reukvermogen.

*Licht: bij verdriet, huidaandoeningen, evenwichtstoornissen. Hartversterkend.

* Blauw (indigoliet): hoort bij voorhoofdchakra en kruinchakra. Helpt bij keelklachten en stembandproblemen. Versterkt vriendschap en loyaliteit. Maakt tolerant en gemoedelijk. Helpt andermans fouten te accepteren. Werkt op de waterhuishouding, versterkt nieren en blaas.

* Groen (verdeliet): hoort bij hartchakra. Normaliseert bloeddruk, heft blokkades in hartchakra op. Helpt bij chronische uitputting en vermoeidheid, hoofdpijn, griep, ontstekingen, zweren, epilepsie, tering. Preventief tegen kanker. Geeft levensvreugde en een goed humeur. Ondersteunt de lever en de gal, helpt het lichaam te ontgiften. Versterkt en harmoniseert de werking van de dunne en dikke darm.

* Groen-roze (watermeloentoermalijn): hoort bij hartchakra en basischakra. Preventief tegen kanker, heft blokkades in hartchakra op. Regeneratie van zenuwen en zenuwprikkeloverdracht, ook bij multiple sclerose.

* Geel: hoort bij zonnevlechtchakra. Stimuleert de spijsvertering, versterkt de werking van de lever.

* Roze (rubelliet): hoort bij hartchakra, heiligbeenchakra en basischakra. Geschikt bij overgevoeligheid, geen realiteitszin, onevenwichtigheid, nervositeit. Heft blokkeringen in hartchakra op. Helpt tegen angsten en zorgen, chronische uitputting en vermoeidheid.

* Rood (rubelliet): hoort bij heiligbeenchakra en basischakra. Helpt bij verminderd libido, twijfel en matheid. Maakt charmant, dynamisch en flexibel, versterkt mannelijke kant. Voor een goede doorbloeding.

* Bruin: hoort bij basischakra. Is aardend, helpt bij lage rugklachten.

* Zwart (schörl): hoort bij basischakra. Geeft energie en voert ongewenste energieën af. Verandert negatief in positief, helpt de positieve kanten van situaties in te zien. Is ontspannend en verlicht pijnen. Beschermt tegen allerlei soorten straling (bijv. ultraviolet, röntgen).

 

 

toermalijn-1

 

.

 

 

.

 

 

.

 

Spiritueel

.

* Toermalijn maakt van lichaam, geest en ziel één geheel.
* Toermalijn maakt wijs en creatief.
* Het laatnegatieve energieën afvloeien naar de aarde. Blokkades worden verwijderd, zowel uit de aura als uit het fysieke lichaam.
* Toermalijn is kalmerenden helpt om een gegeven situatie te accepteren zoals die is.

 

 

watermeloentoermalijn

 

.

 

Chemische samenstelling

.

.Toermalijn is een hele familie verwante mineralen. Het gaat steeds om zeer complexe silicaten met tal van wisselende chemische elementen. Kristallen raken door opwrijven elektrisch geladen.

 

De kristalvorm is een tetraëder (een viervlak van gelijkzijdige driehoeken). Deze viervlakken vormen ringen; daaraan danken de kristallen hun kenmerkende langwerpigheid.

Samenstelling: de algemene formule is X Y3 Z6 [(OH,O, F)4 (BO3)2 Si6O18]
X = natrium (Na), kalium (K), lithium (Li)of calcium (Ca).
Y = ijzer (Fe), mangaan (Mn), lithium (Li), aluminium (Al), koper (Cu) of magnesium (Mg).
Z = aluminium (Al), ijzer (Fe), chroom (Cr), mangaan (Mn), titaan (Ti) of vanadium (V).
Deze elementen komen bovendien voor als ingesloten sporen; dan zijn ze vaak verantwoordelijk voor de kleur.

 

 

 

ruweblauwetoermalijn

Ruwe blauwe toermalijn

 

 

 

 

.

Kleur Veroorzaakt door Naam Elementen X, Y3, Z6 + sporen
Kleurloos Achroiet Na(Li,Al)3 Al6
Blauw Fe (ijzer), Ti (titaan) en Cu (koper) Indigoliet (Ca,Na)(Li,Al,Fe)3 (Fe,Al)6 + Ti, Fe, Cu
Roze, rood Li (lithium) en
Mn (mangaan)
Rubelliet (Ca,Na)(Li,Al,Mn)3 (Al,Mn)6 + Ca, F, Fe, K, Li, Mg, Mn
Groen Cr (chroom),
V (vanadium) en
Cu (koper)
Verdeliet (Ca,Na)(Li,Al,Fe)3 (Al,Cr,V)6 + Fe, Cu, V
Groen van buiten, rood van binnen
(of andersom)
Watermeloen- toermalijn (Ca,Na)(Li, Al, Mn, Fe)3 (Al,Cr,Mn,V)6 + Ti, Fe, Mn, Mg, Cu
Geel, bruin Fe (ijzer),
Mn (mangaan) en Mg (magnesium)
Elbaïet, draviet, liddicoatiet (Ca,Na)(Li,Al, Fe, Mn, Mg)3 (Al, Mg)6 + Fe, Ca, Cr, K, Li, Mn, Ma, Ti, Cu, V
Zwart Fe (ijzer) Schörl NaFe3Al6 + Fe,Ca,Cr,Li,Mg,Mn,Ti

 

 

Hardheid: 7 – 8
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig tot ondoorzichtig
Breuk: ruw, onregelmatig en schelpvormig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 3,02 – 3,41 varieert met de chemische samenstelling (ingesloten ijzer maakt zwaarder)
Kristalstelsel: trigonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

 

 

Aardaker : Lathyrus tuberosus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9303-gr-aardaker

 

 

Goed te herkennen aan
– de opvallende, rozerode tot helder rode, aangenaam geurende vlinderbloemen met brede vlag én
– de samengestelde bladeren, bestaande uit 2 deelblaadjes en een al of niet vertakte rank én
– de ongevleugelde, kantige stengels

 

 

lathyrus-tub-img_2639

 

 

 

Algemeen

 

Aardaker is een overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog, die groeit op vochtige, kalkhoudende grond in bermen, akkers, duinen, aan spoorwegen en op dijken. De laatste jaren wordt aardaker uitgezaaid in bermen. In Nederland ze wettelijk beschermd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Aardaker bloeit vanaf juni tot en met augustus met vrij grote, rozerode tot helder rode, aangenaam geurende vlinderbloemen, die in lang gesteelde, okselstandige trossen van 2 tot 7 bloemen staan. De bloemen hebben een brede vlag.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn samengesteld uit maximaal 2 elliptische tot langwerpige deelblaadjes met daar tussen een al dan niet vertakte rank, waarmee de plant zich hecht aan omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Aardaker werd vroeger verbouwd als groente. De wortels vormen plaatselijk verdikkingen. Deze knolletjes kunnen gegeten worden en zijn te koken als aardappelen of te poffen als tamme kastanjes. Ook de bloemen en jonge scheuten zijn te eten. De zaden zijn licht giftig. De verschillende delen van sier- of pronkerwt (Lathyrus odoratus), die als eenjarige plant in tuinen en moestuinen wordt gekweekt vanwege de heerlijke geur en de decoratieve waarde, zijn zeer giftig!

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 30 tot 90 cm

Bloem
– rozerood tot helder rood
– vanaf juni t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– 12 tot 20 mm breed
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– elliptisch tot langwerpig
– top stomp, soms met spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig
– rank

Stengel
– liggend of klimmend
– glad en kaal
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA