Tagarchief: groen

Puntwederik : Lysimachia punctata

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de schijnkransen van gele bloemen in een lange bebladerde pluim
– en de geheel groene kelkbladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Puntwederik is een overblijvende tuinplant oorspronkelijk afkomstig uit Oost- en Zuidoost-Europa. De plant is verwilderd (via tuinafval) en kan zich meestal goed handhaven. Ze groeit op vochtige, moerassige plaatsen, ook op grazige plaatsen tussen bomen en struiken en wordt 0,4 tot 1 meter hoog.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Puntwederik bloeit vanaf juni tot en met augustus met 5-tallige gele bloemen, die met 2-8 in schijnkransen in de bovenste bladoksels staan. De kroonbladeren zijn klierachtig gewimperd en aan de basis vaak oranjebruin. De kelkbladen zijn geheel groen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De eironde tot langwerpige, behaarde en gewimperde, kort gesteelde bladeren zitten met 3 of 4 in kransen aan de rechtopstaande zacht behaarde stengels. Ze zijn aan de onderkant beklierd.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

puntwederik : gele bloemen in schijnkransen in langgerekte bebladerde pluimen, kelkbladen geheel groen, kroonbladen gewimperd.

 

grote wederik : gele bloemen in pyramide-vormige pluimen aan het einde van de stengels en zijstengels, kelkbladen roodachtig gerand.

 

 

grote wederik

 

 

 

Algemeen

 

– sleutelbloemfamilie (Primulaceae)
– overblijvend
– verwilderd vanuit tuinen
– 40 tot 100 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– pluim
– stervormig
– tot 3 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kransstandig, kort gesteeld
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf, gewimperd
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard
– onderkant beklierd

Stengel
– rechtop
– kort zacht behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Clinochloor

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Clinochloor is een groep edelstenen welke groen, grijs, geel, paars, wit of kleurloos kunnen zijn. Een aantal varian-ten van clinochloor zijn serafiniet  (diep groen met zilverkleurige patronen die het licht weerkaatsen en dus een glanzend effect geven), kammereriet (paars), cookeiet en chloriet.

 

 

chlinochloor ruw

 

 

 

clinochloor bewerkt

 

 

 

 

serafiniet ruw

 

 

 

serafiniet bewerkt

 

 

 

 

kammereriet ruw

 

 

 

 

hanger kammereriet

 

 

 

 

cookeiet ruw

 

 

 

 

kwarts met cookeiet

 

 

 

 

chloriet ruw

 

 

 

 

chloriet bewerkt

 

 

 

Etymologie

 

Clinochloor komt van de Griekse woorden klino, wat schuin, en chloros, wat groen betekent.

 

 

clinochloor grijs

 

 

 

clinochloor paars

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: (Mg,Fe++)5Al(Si3Al)O10(OH)8

hardheid: 2- 2,5

dichtheid: 2,55 – 2,75

 

 

chloriet in kwarts

 

 

 

chloriet in bergkristal

 

 

 

 

 

 

Kattenoog

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Er zijn twee edelstenen die kattenoog genoemd worden: een zilvergrijze kwarts variant en een geelgroene chryso-beryl soort. Kattenoog lijkt op tijgeroog en valkenoog. Maar de insluitsels bestaan uit amfiboliet of serpentien-asbest, dit geeft de steen na het slijpen het fraaie kattenoogeffect met een kleurschakering van wit, grijs en groen

 

 

 

 

 

 

 

tijgroog

 

 

valkenoog

 

 

 

Geschiedenis

 

De namen van deze kwartsen zijn sinds 1876 gangbaar. Ze zijn gebaseerd op de karakteristieke kleur en de glin-sterende glans. Kattenogen, werden beschouwd als de beschermers van landbouwers en boeren en dienden als talisman. In vroegere eeuwen waren kattenogen geliefde edelstenen, die men combineerde met diamanten. Na de ontdekking van de grote afzettingen in Zuid-Afrika nam de waarde snel af.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

De afzetting van katten- en valkenogen in Zuid-Afrika zijn wereldberoemd. De mineralen worden hier sinds 1876 gewonnen in de omgeving van Griaquatown. Ook in Mexico en West-Australië zijn tijgerogen gevonden, maar hier zijn de insluitsels goethiet of hematiet en worden ze tijgerijzer genoemd. Recentelijk zijn tijgerogen ook ge-vonden in China, India en Myanmar. Afzettingen zijn gevonden in Sri Lanka, India,  de VS, Brazilië en Duitsland.

 

 

 

 

 

 

Kattenoog
Oorknoppen met kattenoog
Oorknoppen met kattenoog
Mineraal
Chemische formule SiO2
Kleur Wit, grijs, groenachtig
Streepkleur Wit
Hardheid 6-7
Glans Zijdeglans, vetglans
Breuk Vezelig
Splijting Geen
Kristaloptiek
Kristalvlakken Orthorombisch – dikke platen, doordringingsdrielingen
Brekingsindices Ne 1,553 No 1,554
Dubbele breking 0,009
Overige eigenschappen
Veredeling Verhitten verandert de kleur
Bijzondere kenmerken Kattenoogeffect

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Poelruit : Thalictrum flavum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de op lange, onvertakte stengels staande lichtgele, geurende pluimen van dicht op elkaar staande bloemen met lange meeldraden

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Poelruit is een overblijvende plant, die groeit op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, langs rivieren, in drassige graslanden, in grienden en moerassen. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Poelruit bloeit in juni en juli met lichtgele, geurende pluimen. Bij nader bekijken blijken de bloeiende pluimen voornamelijk te bestaan uit lange meeldraden; die geven de pluimen hun kleur. Elke bloem heeft vier, smalle, groenig witte bloemdekbladen, die vrij snel afvallen. De knoppen zijn lichtgroen. De geurende bloemen bevatten geen nectar. Bezoekende insecten verzamelen stuifmeel en zorgen voor de bestuiving.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn langer dan breed, 2- tot 3-voudig oneven geveerd. De deelblaadjes zijn handvormig en aan de onderkant grijsgroen met uitstekende nerven.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Poelruit wordt in de kruidengeneeskunde gebruikt als laxeermiddel.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Op afstand lijkt de bloeiwijze van moerasspirea op die van poelruit; de pluimen van moerasspirea zijn echter witter en zien er wolliger uit. De bladeren van moerasspirea zijn afgebroken oneven geveerd met langwerpige, onregelmatig gezaagde deelblaadjes. Het bovenste blad is meestal 3- tot 5-lobbig. De bladeren van poelruit zijn oneven 2- tot 3-voudig geveerd met handvormige deelblaadjes

 

 

moerasspirea

 

 

 

blad moerasspirea

 

 

 

Algemeen

 

ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen tot zeer zeldzaam
– 45 tot 90 cm

Bloem
– lichtgeel, wit, groen
– juni en juli
– pluim
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 10 tot 20 meeldraden
– 10 tot 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven veervormig
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– handnervig

Stengel
– rechtop
– kaal
– rond en geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vesuvianiet, Californiet, Vilyuyiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Vesuvianiet is een harsachtig, klein, doorzichtig kristal met spikkels en heeft een glasachtige tot doffe glans. Meestal is het groen, zwart-groen, bruin of geel van kleur, maar in zeldzame gevallen kan idocraas ook blauw, paars of kleurloos zijn. De steen werd voor het eerst ontdekt in het gebied rondom de Vesuvius in Italië. Tegen-woordig zie je ook dat vesuvianiet vaak de naam krijgt van het gebied waar het gevonden wordt zoals bijvoor-beeld californiet (van Californië) of vilyuyiet (van de Vilyuy rivier in Siberïe).

 

 

Californiet

 

 

 

Chemische eigenschappen californiet

 

 

samenstelling: Ca19(Al,Mg,Fe)13Si18O68(OH,F,O10),

hardheid: 6-7

dichtheid: 3.4

 

 

 

Vindplaats californiet

 

Californiet wordt gevonden in Californië

 

 

 

Vesuvianiet

 

Het mineraal vesuvianiet is een calcium – magnesium – aluminium – silicaat met de chemische formule  Ca10Mg2Al4(Si2O7)2(SiO4)5(OH)4. Het behoort tot de sorosilicaten.

 

 

 

 

 

Eigenschappen Vesuvianiet

 

Het witte, gele, groene, blauwe of bruine vesuvianiet heeft een glasglans, een witte streepkleur en een ondui-delijke splijting volgens de kristalvlakken [110], [100] en [001]. De gemiddelde dichtheid is 3,4 en de hardheid is 6,5. Het kristalstelsel is tetragonaal en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

Naamgeving Vesuvianiet

 

De naam van het mineraal vesuvianiet is afgeleid van de plaats waar het voor het eerst is beschreven, de vulkaan Vesuvius in Italië.

 

 

 

 

 

Voorkomen Vesuvianiet

 

Vesuvianiet is een veelvoorkomend mineraal. Het komt voor in verscheidene contactmetamorfe gesteenten. De typelocatie is Monte Somma, Vesuvius, Italië.

 

 

Vesuvianiet
Vesuvianite.jpg
Mineraal
Chemische formule Ca10Mg2Al4(Si2O7)2(SiO4)5(OH)4
Kleur Blauw, groen, geel of wit
Streepkleur Wit
Hardheid 6,5
Gemiddelde dichtheid 3,4 kg/dm3
Opaciteit Doorschijnend
Splijting [110] Onduidelijk, [100] Onduidelijk, [001] Onduidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Tetragonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rhyoliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemeen

 

Ryoliet, of verouderd lipariet, is een op graniet lijkend vulkanisch stollingsgesteente met een felsische samen-stelling. Het is een uitvloeiingsgesteente en bestaat voor meer dan 68% uit silica. De naam ryoliet is gevormd uit de Griekse woorden ῤεῖν (rheîn), stromen, en λίθος (líthos), steen.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Ryoliet heeft kleine kristallen. Bij uitvloeiingsgesteenten koelt het aan het aardoppervlak gekomen magma (en vanaf dat moment lava genoemd) snel tot zeer snel af, waardoor er geen tijd is voor de mineralen om grote kris-tallen te ontwikkelen. Ryoliet bestaat doorgaans uit de mineralen kwarts, kaliveldspaat en plagioklaas. Sporen van meer mafische mineralen als biotiet, amfibool en pyroxeen kunnen aanwezig zijn in ryolieten.

Door het hoge silicapercentage in ryoliet, is het gesmolten gesteente erg viskeus (stroperig). Hierdoor zullen lava-stromen met een ryolietsamenstelling veel minder mobiel zijn dan de laag viskeuze mafische en daardoor snel-stromende basalten. Als ryoliet zo snel afkoelt dat het helemaal geen kristallen kan vormen, wordt gesproken van een vitrofier, of vulkanisch glas. De bekendste variant hiervan is obsidiaan.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Ryolieten komen overal voor waar hoog viskeuze magma ondanks de stroperigheid toch het aardoppervlak kan bereiken en snel stollen. Ryoliet, dat in het Japans ook wel koga genoemd wordt, komt voor in heuvels van de Schotse vallei Glen Coe, in Nijiima, Japan en het Italiaanse Lipari. Ook in Nieuw-Zeeland en in IJsland komen ryoliet-vulkanen voor.

Door de minerale samenstelling is ryoliet veelal licht van kleur. Ook kan deze kleur variëren, van wit via roze tot lichtgroen aan toe. Ryoliet heeft als het maar een sprankje licht ontvangt een zeer heldere kleur in het landschap, soms zelfs zo helder dat het lijkt alsof het licht uitzendt. Mooie voorbeelden hiervan zijn onder meer te vinden op Landmannalaugar, een gebied op IJsland.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: hoofdzakelijke SiO2

hardheid: 6-6,5

dichtheid: 2,5-2,7

 

 

Firemountain Rhyoliet

 

 

Ryoliet
RhyoliteUSGOV.jpg
Indeling der stollingsgesteenten
SiO2 uitvloeings-
gesteente
gang-
gesteente
diepte-
gesteente
felsisch >~70 ryoliet granofier graniet
~70-63 daciet granodioriet
intermediair 63-52 andesiet dioriet
mafisch 52-45 basalt doleriet gabbro
ultramafisch <45 komatiiet peridotiet

 

 

 

Kabamba Rhyoliet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Liggende ganzerik : Potentilla supina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichtgele bloemetjes, waarvan de 5 kroonbladen elkaar niet raken
– en korter dan of even lang zijn als de kelkbladen en
– de oneven geveerde, van onderen groene bladeren en
– de liggende, behaarde, ronde, niet wortelende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Liggende ganzerik is een eenjarige plant die groeit op open, natte, ’s zomers droogvallende, voedselrijke grond aan rivieroevers en op omgewerkte grond.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Liggende ganzerik bloeit vanaf juni tot en met september. De bloemen staan in de bladoksels. Ze hebben 5 lichtgele, omgekeerd eironde kroonbladen die elkaar duidelijk niet raken en die hoogstens zo lang zijn als de kelkbladen. Naast 5 kelkbladen hebben de bloemen ook 5 bij-kelkbladen, die langer zijn dan de kelkbladen. De bloemstelen buigen zich na de bloeitijd naar beneden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De zacht behaarde bladeren zijn oneven veervormig met 3 tot 7 blaadjes. Naar boven toe wordt het aantal deelblaadjes minder. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bovenste hebben een aflopende voet. De deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig, hebben een gezaagde of diep gekartelde rand en zijn aan de onderkant groen; dit in tegenstelling tot de bladeren van zilverschoon, die aan de onderkant zilverwit zijn. De niet wortelende stengels zijn afstaand of iets aangedrukt, zacht behaard en meestal groen, soms iets paarsig aangelopen. Ze zijn slap, liggen op de grond of hangen op omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Het geslacht Potentilla kent ongeveer 500 soorten. In de Lage Landen komen 12 soorten voor, waarvan sommigen op het eerste gezicht veel op elkaar lijken. Samen met zilverschoon onderscheidt liggende ganzerik zich van de andere Potentilla’s door de oneven veervormig samengestelde bladeren.

 

 

zilverschoon

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– eenjarig
– vrij tot zeer zeldzaam
– 5 tot 45 cm

Bloem
– lichtgeel
– vanaf juni t/m september
– alleenstaand
– stervormig
– 5 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervormig oneven
– top spits of stomp
– rand gezaagd of diep gekarteld
– voet wigvormig
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Knopig helmkruid : Scrophularia nodosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– forse plant met meerdere rechtopstaande stevige stengels en
– eindelingse, langwerpige, losse pluimen met kleine bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Knopig helmkruid is een zeer algemeen voorkomende, onaangenaam geurende, overblijvende plant, die groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen, kapvlakten, boszomen en bermen. Ze wordt 30 tot 120 cm hoog en is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Knopig helmkruid bloeit vanaf juni tot en met september met talrijke bloemen in losse, langwerpige, eindelingse pluimen. De bloemkroon is deels roodbruin en deels groenachtig geel, soms helemaal groenachtig geel. De 5 kroonbladen zijn met elkaar vergroeid, waardoor een iets klokvormige bloem is ontstaan. De bovenste twee kroonslippen zijn groter dan de andere drie. Onder die twee slippen zit het staminodium, een onvruchtbare meeldraad. De overige vier vruchtbare meeldraden zijn de vier créme-kleurige bolletjes.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd knopig helmkruid gebruikt ter behandeling van aambeien, zweren, jeuk en veel andere huid- klachten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

knopig helmkruid : bladeren zonder zijlobben, stengel niet of smal gevleugeld (tot 1 mm), bloemkroon deels roodbruin, deels groenachtig geel, soms geheel groenachtig geel.

geoord helmkruid : onderste bladeren meestal met 1 of 2 kleine zijlobben aan de top van de bladsteel, bloemkroon donker paarsachtig bruin en alleen aan de voet groen.

gevleugeld helmkruid : bladeren zonder zijlobben, stengel breder gevleugeld (1 – 3 mm), bloemkroon rood paarsbruin en aan de voet geelachtig groen, bloeit later dan de andere twee.

 

 

geoord helmkruid

 

 

 

gevleugeld helmkruid

 

 

 

Algemeen

 

helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 120 cm hoog

Bloem
– groengeel en roodbruin
– vanaf juni t/m september
– langwerpige pluim
– klokvormig
– 7 tot 9 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig of eirond
– top spits
– rand dubbel of onregelmatig gezaagd
– voet hartvormig of afgerond
– netnervig

Stengel
– rechtop
– kaal of in de bloeiwijze klierachtig   behaard
– scherp vierkant, soms heel

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hyperstheen, velvet labradoriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Hyperstheen is een magnesium-ijzer-inosilicaat en behoort tot de orthopyroxenen. Qua samenstelling zit hyper-stheen tussen enstatiet en ferrosiliet in. Het heeft een zijdeglans en is doorzichtig tot doorschijnend. De kleur is grijs-wit, groen-wit, geel-wit, bruin of zwart-grijs. Hyperstheen wordt ook wel fluwelen labradoriet genoemd hoewel het geen labradorietsoort is.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

Etymology

 

De naam van het mineraal hyperstheen is afgeleid van de Griekse woorden hyper en stenos (“boven” en “kracht”).

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Hyperstheen is een veelvoorkomend orthopyroxeen in mafische stollingsgesteenten en meteorieten. De typelo-catie is het donkere magmatisch gesteente van de Adirondack regio in de staat New York. Hyperstheen komt voor in de zandfractrie van Nederlandse rivier sedimenten. In de mineraal analyse wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde instabiele groep en wordt het als vulkanisch mineraal beschouwd. Hyperstheen wordt nog gevon-den in de VS, Duitsland, China en Australië.

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het grijs-witte, licht-groene of bruin-zwarte hyperstheen heeft een grijs-groen-witte streepkleur, een glas- tot zijdeglans en een perfecte splijting volgens de kristalvlakken [100] en [010]. De gemiddelde dichtheid is 3,55 en de hardheid is 5,5 tot 6. Het kristalstelsel is orthorombisch en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

chemische formule: MgFe2+Si2O6

hardheid: 5,5 – 6

dichtheid: 3,55

 

 

Hyperstheen
Mineraly.sk - hypersten.jpg
Mineraal
Chemische formule MgFe2+Si2O6
Kleur Grijs-wit, groen-wit, geel-wit, bruin of zwart-grijs
Streepkleur Grijs-groenig wit
Hardheid 5,5 – 6
Gemiddelde dichtheid 3,55 kg/dm3
Glans Zijdeglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [100] Perfect, [010] Perfect

 

 

 

 

.

 

 

Hoornblende

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Het mineraal hoornblende is een calcium- magnesium- ijzer- aluminium inosilicaat met de chemische formule Ca2(Mg,Fe,Al)5(Al,Si)8O22(OH)2. Het is de meest voorkomende van de amfibolen.

 

 

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het zwarte, groene of bruin tot groenbruine hoornblende heeft een glas- tot parelglans en een witte streepkleur. Het kristalstelsel is monoklien. De gemiddelde dichtheid is 3,23 en de hardheid is 5 tot 6.

 

 

 

 

 

Naam

 

De naam van het mineraal hoornblende komt uit het Duits, en is een samenstelling van het Duitse “Horn”, en het werkwoord voor “verblinden” of “bedriegen”.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Zoals andere amfibolen, komt hoornblende voor in stollings- en metamorfe gesteenten, zoals graniet. Hoorn-blende komt voor in de zandfractie van Nederlandse rivier sedimenten onder andere van de Rijn. In de zware mineraalalalyse wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde instabiele groep. Er worden diverse variëteiten onderscheiden.

 

 

Hoornblende
Amphibole.jpg
Mineraal
Chemische formule Ca2(Mg,Fe,Al)5(Al,Si)8O22(OH)2
Kleur Zwart, groen of bruin tot groenbruin
Streepkleur Bruin of grijs
Hardheid 5 – 6
Gemiddelde dichtheid 3,23 kg/dm3
Opaciteit Opaak

 

 

 

collectie van diverse hoornblende mineralen