Dagelijks archief: januari 8, 2025

Schalenblende

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Schalenblende is geel, beige tot bruin en zwart van kleur. De steen is opaak en heeft een harsachtige tot vettige glans. Het zink-erts kenmerkt zich door een opeenvolging van laagjes boven elkaar. Het wordt gevormd door drie mineralen zink, lood en ijzer in combinatie met zwavel. Hierdoor bevat schalenblende doorgaans zinkblende of sphalerit (ZnS), loodglans (PbS) of galenit en pyriet of markasit (FeS2).

Dat schalenblende uit meerdere mineralen of metalen bestaat, komt door de gelijke paragenese (vorming) van deze metalen. Schalenblende is waarschijnlijk gevormd  door de afkoeling van gloeiend en vloeibaar magma uit het binnenste der aarde en waterige oplossingen met een relatief lage temperatuur van 100-200 º Celsius waarin de mineralen opgelost zaten. Deze zetten zich af in de spleten in het kalkgesteente en in de kalksteen zelf.

Doordat de samenstellingen van de oplossingen regelmatig veranderde, zijn de typerende banden in de schalenblende ontstaan. Tijdens iedere nieuwe fase werd een nieuwe laag op de oude gevormd. Vaak zitten tussen de lagen ook dikke knollen, zogenaamde spheroiden. Schalenblende is een redelijk onopvallend mineraal, dat pas wanneer het geslepen wordt opvalt door de hoogglans en de kleurschakeringen.

.

.

.

.

 

.

.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: (Zn,Fe)S

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 4

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Muizenoor : Hieracium pilosella

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

2237

 

 

 

Goed te herkennen aan

– de kleine paardenbloem-achtige bloemen, waarvan de buitenste lintbloemen aan de onderkant een brede rode streep hebben en
– de langwerpige tot spatelvormige rozetbladeren met lange, witte, afstaande haren aan de bovenkant en wit viltige onderkant

 

 

hieracium-pulsillum-schiermonnikoog-010

 

 

 

Algemeen

 

Muizenoor is een lage, grijsgroene, overblijvende plant van 5 tot 30 cm hoog. Ze groeit op open plaatsen in droge tot vrij vochtige, grazige grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Muizenoor bloeit vanaf mei tot de herfst met bleekgele tot gele bloemhoofdjes, die aan het einde van een bladerloze stengel staan. De hoofdjes bestaan uitsluitend uit lintbloemen. De onderkant van de buitenste lintbloemen heeft in het midden een brede rode streep. De omwindselbladen zijn maximaal 1,5 mm breed en zijn, evenals de stengels, behaard met lange witte haren en/of kortere zwarte klierharen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan in een rozet, meestal vrij vlak uitgespreid. Ze zijn langwerpig tot spatelvormig, boven het midden het breedst. Aan de bovenkant en langs de rand zijn ze verspreid behaard met lange, witte, afstaande haren. De onderkant is dichter behaard, wit en viltig. Om bij grote droogte verdamping te beperken krullen de bladeren om en wordt de witte onderkant zichtbaar.

Muizenoor vormt bovengrondse, bebladerde uitlopers, die nieuwe rozetten vormen. Op die manier kan ze hele stukken grond bedekken. Voor muizenoor is het wel van belang dat op de plaatsen waar ze groeit het gras laag blijft. Begrazing zal de groei van muizenoor daarom bevorderen.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Muizenoor bevat flavonoïden, looi- en bitterstoffen. In de kruidengeneeskunde wordt muizenoor nauwelijk nog gebruikt. In de volksgeneeskunde wordt ze nog wel toegepast bij lever-, maag- en darmaandoeningen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– algemeen
– 5 tot 30 cm

Bloem
– bleekgeel tot geel
– vanaf mei tot de herfst
– hoofdje alleenstaand
– alleen lintbloemen
– 2 tot 3 cm

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– langwerpig tot spatelvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend (in steel)
– veernervig
– bovenkant lang zacht behaard
– onderkant wit viltig

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Muurbloem : Erysimum cheiri

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

erysimum-cheiri-muurbloem-07819

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, oranjegele, 4-tallige bloemen en
– de langwerpige bladeren met gave rand en spitse top

 

 

muurbloem1

 

 

 

Algemeen

 

Muurbloem is een overblijvende, zeer zeldzame, aangenaam geurende plant van 20 tot 90 cm hoog. Ze groeit op kalkrotsen en op oude stadsmuren en ruïnemuren, die gevoegd zijn met zachte kalkspecie.,Meestal groeit ze niet op de rechte delen, maar op de uitspringende of scheef gezakte delen van de muur.

Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit het oostelijke Middellandse Zeegebied. Ze is als sierplant verspreid over Europa en vanuit tuinen verwilderd. Als tuinplant heeft ze goudgele tot oranje of bruine tot donkerpaarse bloemen.

 

 

tuinplant

 

 

 

tuinplant

 

 

 

Bloem

 

Muurbloem bloeit in mei en juni met oranjegele bloemen. De bloemen staan in trossen aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze hebben 4 zacht behaarde kroonbladen en 4 kelkbladen. De kelkbladen zijn meestal groen, maar ze kunnen ook bruin zijn.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Alle bladeren zijn langwerpig, hebben een gave rand en een spitse top. De stengels verhouten aan de voet.

 

 

wild

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam, stadsplant
– ook als tuinplant
– beschermd en op de rode lijst
– 20 tot 90 cm

Bloem
– geel
– mei en juni
– tros
– stervormig
– 2 tot 2,5 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– onderste gedeelte verhout
– behaard
– geribd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA