Tagarchief: zwart

Haliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

.

Het mineraal haliet is  ontstaan door indamping van (zee)water. In de loop der eeuwen is de neergeslagen zoutlaag ineengeperst tot een dik pak steen. Haliet wordt daarom ook wel steenzout genoemd. Het mineraal kan ook ontstaan als korstachtige neerslag van zeewater.

 

.

Algemeen

 

Haliet bestaat uit zout plus veel extra mineralen en sporenelementen. Het is goed in water oplosbaar en je kunt het prima als smaakmaker in de keuken gebruiken. Normaal keukenzout bestaat uit zuiver zout. Haliet zonder ingesloten stoffen – erg zeldzaam – is kleurloos of wit. Door die ingesloten stoffen kan haliet allerlei kleuren hebben: lichtgrijs, geel, oranje, roze, rood, roodbruin, bruin, blauw, zwart.

Nederland kent zijn eigen haliet soorten. Deze worden door Akzo Nobel gewonnen bij Boekelo en Hengelo. De ondergrondse haliet wordt in heet water opgelost, opgepompt en verder verwerkt. Een bijzondere soort haliet is Himalayazout. Dit is ongeveer 500 miljoen jaar geleden ontstaan, en is het oudste zout ter wereld. Het een na oudste zout is Dode Zeezout. Dat is ongeveer 450 miljoen jaar geleden ontstaan.

 

Himalayazout wordt in het Himalayagebergte gevonden. Na winning wordt het gewassen in water waarin steenzout is opgelost. Daardoor blijven alle mineralen en sporenelementen behouden. Van alle soorten zout bevelen wij Himalayazout aan, omdat dit het minst verontreinigd is en de meeste mineralen bevat.

Himalayazout en andere steenzouten kun je op veel manieren gebruiken, bijvoorbeeld als geneesmiddel, als schoonheidsmiddel en als verzamelobject. Haliet heeft een zuiverende, beschermende werking. Het helpt ongewenste gewoonten en vastgeroeste patronen te doorbreken. Blokkades kunnen letterlijk ‘oplossen’ dankzij meditatie met een brok haliet of een positieve gedachte (affirmatie) op een papiertje onder een brok haliet.

 

 

$_84

 

 

 

 

haliet-brok

 

.

 

Door de eeuwen heen

 

Het gebruik van haliet is al eeuwen oud. Reeds 3000 v. Chr. (in de Bronstijd) werd steenzout gewonnen in zoutmijnen.De rustgevende en helende werking van zout water op huidklachten was al 2000 v. Chr. bekend. In bijbelse tijden werd de Dode Zee al gebruikt als kuuroord. Aan de westkant van de Dode Zee staat een grote formatie haliet van 210 meter hoog. Deze formatie wordt Berg Sodom genoemd. Waarschijnlijk heeft het bijbelse verhaal van de vrouw van Lot zijn oorsprong in deze pilaar.

Toen Lot met zijn vrouw en kinderen uit Sodom vluchtten, mochten ze niet omkijken. Zijn vrouw kon het toch niet nalaten, wierp een blik over haar schouder en veranderde in een zoutpilaar. Waarschijnlijk lag Sodom aan de westkust van de Dode Zee.

Bij de Romeinen was zout een kostbaar goed, haast kostbaarder dan goud. Zij gebruikten veel zeezout, maar importeerden ook steenzout, onder meer uit Midden-Europa. Het werd gebruikt om bederfelijke waren te conserveren en het was natuurlijk (net als nu) een belangrijke smaakmaker. Er waren ook andere toepassingen, zoals het kleurecht maken van verfstoffen en mummificeren. Zout was tevens in gebruik als schoonheidsmiddel, cosmetica en kunstmest.

Het Oostenrijkse plaatsje Hallstatt – dat zou letterlijk ‘zoutstad’ betekenen – heeft zijn naam aan een hele periode en cultuur gegeven. De Hallstatt-cultuur beleefde zijn hoogtepunt tussen 800 en 500 v. Chr. en was te danken aan de aanwezigheid van winbaar zout.

De Hallstatt-cultuur was verspreid over een zeer groot gebied in Centraal Europa. Uit deze tijd stammen de diepe zoutputten in de buurt van Salzburg – dat letterlijk ‘zoutburcht’ betekent. Sommige van die zoutmijnen zijn tot in de 18e eeuw in gebruik gebleven.

In de Middeleeuwen werd zout vooral gewonnen in Duitsland en Polen. Het werd toen het witte goud genoemd, het was schaars en daardoor duur. Voor de invoering van muntgeld speelde zout een belangrijke rol als betalingsmiddel. Wie zich zout kon veroorloven, moest er belasting over betalen. In Nederland bestond die zoutbelasting tot in de negentiende eeuw. Dit leidde tot spreekwoorden als ‘hij verdient het zout in zijn pap niet’ (hij verdient bijna niets).

In de Middeleeuwen was zout belangrijk voor het conserveren van voedsel (door het te ‘pekelen’). Zout werd gebruikt bij het looien van leer, om het lekker zacht en soepel te maken. Zout was ook een belangrijke component in verfstoffen en medicijnen, schoonmaakmiddelen en buskruit.

In Europa speelde en speelt zout nog steeds een belangrijke rol in allerlei rituelen, feesten en (bij)geloof. Bijvoorbeeld: schenk pasgeboren baby’s een zakje zout om hen te beschermen tegen onheil. Of: zout in jas of broekzak beschermt tegen hekserij en onheil.

Zout is een vrij zacht gesteente, waaruit gemakkelijk voorwerpen of vormen gesneden kunnen worden. Van deze eigenschap is gebruikgemaakt bij de Zout Kathedraal in Zipaquirá, Colombia. Deze kerk ligt 200 meter onder de grond, uitgehakt in een voormalige zoutmijn. De iconen en ornamenten zijn uitgehakt in haliet.

Zout wordt al zeer lang heelkundig gebruikt. Baden in zout water was een universeel middel tegen uiteenlopende klachten als onvruchtbaarheid, impotentie, hysterie, darmklachten en ademhalingsproblemen. Haliet is ook al eeuwen beschermer tegen negatieve invloeden, energetisch vampirisme en entiteiten (geesten).

 

 

.

 

 

blauwe haliet

.

 

 

Chemische samenstelling

.

Tussen zout en haliet is chemisch geen verschil. In de natuur- en scheikunde spreekt men over natriumchloride, in de biologie over keukenzout of natriumchloride, in de geologie over steenzout en in de mineralogie over haliet. Toch praten we steeds over hetzelfde goedje, namelijk natriumchloride. Kristalzout is een handelsnaam voor hoogwaardige steenzout, zoals bijvoorbeeld Himalayazout. Handelsnamen zijn vaak misleidend; zout is een kristallijne materie en dus is elk soort zout eigenlijk kristalzout.

Haliet bevat naast natriumchloride veel extra mineralen en sporenelementen. Vooral het ijzer is kleurbepalend; haliet is meestal rozig door het ingesloten ijzer. Blauwe tinten worden veroorzaakt door stralingsschade aan het kristalrooster. Resten van ooit levende organismen geven een bruine tot zwarte verkleuring.

 

 

.

 

.

Himalayazout bevat maar liefst 84 elementen.

.

actinium, aluminium, antimoon, arsenicum, astaat, barium, beryllium, bismut, boor, broom, cadmium, calcium, cerium, cesium, chloride, chroom, dysprosium, erbium, europium, fluor, fosfor, francium, gadolinium, gallium, germanium, goud, hafnium, holmium, ijzer, indium, iridium, jodium, kobalt, koolstof, koper, kwik, lanthaan, lithium, lood, lutetium, magnesium, mangaan, molybdeen, natrium, neptunium, nikkel, niobium, osmium, palladium, platina, plutonium, polonium, raseodymium, protactinium, radium, renium, rhodium, rubidium, ruthenium, samarium, scandium, seleen, silicium, stikstof, strontium, tantaal, tellurium, terbium, thallium, thorium, thulium, tin, titaan, uranium, vanadium, waterstof, wolfraam, ytterbium, yttrium, zilver, zink, zirkonium, zuurstof en zwavel

 

 

roze haliet

 

.

 

Samenstelling: NaCl + Br, C, Fe, J, K, Mg

Hardheid: 2,5
Glans: glasachtig
Transparantie: doorzichtig tot doorschijnend
Breuk: schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,16 (zuivere NaCl)
Kristalstelsel: kubisch

 

.

 

 

 

 

witte haliet

 

 

groene haliet

 

 

lamp van haliet

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Advertenties

Granaat.

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Bij granaat denken de meeste mensen aan een kostbare bloedrode steen, vergelijkbaar met robijn. Maar granaat is in de mineralogie de verzamelnaam van een grote familie zeer harde kristallen. Granaat kan allerlei kleuren hebben: rood, oranje, roze, groen, bruin, zwart. En zelfs kleurloos, wit. De enige kleur die natuurlijke granaat zelden heeft, is blauw.

 

 

Algemeen

 

Hier behandelen we vooral de rode granaat. Deze kleur komt het meest voor, wordt het meest verwerkt tot sieraden, en wordt ook het meest gebruikt in de edelsteentherapie. De populairste varianten rode granaat zijn de rood-violette almandien en de helderrode pyroop. Ze zijn echter lastig te onderscheiden. Pyroop ontstaat dieper in de aarde dan almandien, en is daarom harder. De meeste rode granaat is een mengvorm van deze twee varianten. Een granaat die bestaat uit 50% almandien en 50% pyroop heet rhodoliet.

De granaat is een van de hardste edelstenen. Granaten worden diep in de aarde gevormd, in de binnenste aardmantel of de overgang naar de buitenste aardmantel. Granaten zijn vaak bestanddeel van dieptegesteentes. Granaten kunnen piepklein zijn, maar ook heel groot. Ze zijn harder dan het gesteente dat hen omringt, en komen door verwering vrij. Ze kunnen door rivieren mee gespoeld worden. Je vindt ze dan ook in klei en zand.

Granaat van edelsteenkwaliteit wordt graag gebruikt in sieraden. De meeste granaten zijn echter niet geschikt voor sieraden; zij worden verwerkt tot schuurpoeder. De kleurloze variant is geslepen zó fraai, dat hij voor diamant aangezien kan worden. De witte granaat wordt dan ook vaak als imitatiediamant gebruikt. Almandien werd ooit aangezien voor robijn.

Rode granaat is de steen van de Amerikaanse staten Connecticut en New York. Granaat wordt daar veel gevonden, vaak in grote brokken. In de edelsteentherapie wordt de rode granaat vooral gebruikt voor het verbeteren van de bloedsomloop en de bloedsamenstelling, en bij oververmoeidheid en uitputting.

 

 

.ruwe rode granaat

 

 

 

 

.

.

Door de eeuwen heen

 

Al sinds de oudheid is de granaat een geliefde en gezochte edelsteen. Van alle granaatsoorten zijn pyroop en almandien het langst en best bekend. Je vindt deze soorten dan ook in veel kronen en andere symbolen van macht (regalia). In de Oudheid was de almandien de meest gewaardeerde variant, omdat deze ‘de kleur van duivenbloed’ had. De steen werd destijds in Klein-Azië gedolven.

De oudste grafvondsten van sieraden met granaat zijn 3500 jaar uit en stammen uit het Oude Egypte. De Egyptenaren beschouwden de granaat als bloed van Isis, godin van vruchtbaarheid, leven en dood. In graven zijn fraaie oorbellen en kettingen gevonden die versierd zijn met bloedrode granaat. Granaat werd ook graag in het gevest van wapens verwerkt. Granaat zou een krachtig amulet tegen het boze oog zijn, en de gezondheid van de drager beschermen.

In de Oudheid, en ook nog in de Middeleeuwen, werden heel veel rode stenen carbunculus of karbonkel genoemd. Dat geldt onder meer voor rode toermalijn, robijn en granaat. Dergelijke stenen lijken op het oog erg op elkaar. De karbonkelsteen is vanaf de oudheid een mythisch kristal. Volgens sagen en legenden licht de karbonkelsteen als een kooltje vuur op in het donker.

Bij archeologische opgravingen in Klein-Azië werden gebruiksvoorwerpen, kettingen, oorbellen en ringen met schitterende rode granaten uit de 6e tot 4e eeuw v.Chr. gevonden. Ze werden gebruikt door de Scythen, een volk dat toen in die streek leefde.

De Oude Grieken droegen granaat ook in spelden voor mantels, en verwerkten ze in lauwerkransen. Volgens de Grieken zou granaat helpen de liefde in stand te houden van geliefden die elkaar lange tijd niet zien. Na een weerzien zou de liefde snel weer opbloeien.

Tijdens de late Romeinse tijd en de Grote Volksverhuizing (4e tot 6e eeuw n.Chr.) werd granaat graag in goud ingelegd. Er zijn fraai versierde zwaarden, sieraden, boekomslagen en andere voorwerpen gevonden die op deze manier waren bewerkt. Zo’n met goud omrande granaat wordt wel cloisonné granaat genoemd.

Veel voorwerpen versierd met granaat en ingelegd volgens de cloisonné-techniek werden aangetroffen in de schat van Staffordshire (midden-Engeland), gevonden in 2009 en later. Deze schat bestaat uit zo’n 3500 sieraden en wapens van goud en zilver uit de Angelsaksische tijd (7e en 8e eeuw). Opvallend is dat de sieraden allemaal bedoeld waren voor hooggeboren mannen.

In de Middeleeuwen werd de karbonkelsteen al in overdrachtelijke betekenis opgevat: de steen die kennis, licht en hoop brengt als het leven uitzichtloos lijkt. Een mens is als een granaat, met een ruw uiterlijk dat pas na slijpen en polijsten (lees: ouder en ervarener wordt) gaat schitteren. Het leven is een slijpproces voor het karakter van de mens.

De middeleeuwse ridders hielden van granaten als opsmuk voor zwaarden, dolken, schilden en kleding. Dit zou hen beschermen tegen verwondingen, en zou herstel van verwondingen bespoedigen. In de 16e eeuw werden veel edelstenen vermalen ingenomen. Zo zou gemalen granaat in water of wijn goed zijn voor allerlei hartkwalen en de vitaliteit versterken.

In de 19e eeuw waren granaten, vooral pyroop uit Bohemen, zo populair, dat ze massaal naar Amerika geëxporteerd werden. De Boheemse pyroop was en is van zeer hoge kwaliteit. In de tijd van koningin Victoria (1819-1901) werd veel granaat in sieraden verwerkt. Niet alleen de geliefde pyroop, maar ook rhodoliet en almandien. Koningin Victoria was een trendsetter. Veel van haar sieraden bevatten granaat, en haar onderdanen volgden haar in die voorkeur.

In de Indiase opstand tegen de koloniale machthebbers in Brits-Indië in 1857, werden granaten gebruikt als kogels! Granaat activeert en versterkt het overlevingsinstinct. Na zware tijden, zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog, was de granaat dan ook in de mode. Veel van onze Nederlandse klederdrachten kennen kettingen van granaat.

 

 

adelaar met cloisonné granaat

 

.

 

oorring met granaat

 

 

 

 

.

 

Chemische samenstelling

.

 

Granaat is een verbinding van silicaat (SiO4) met twee metalen, zoals ijzer, aluminium, mangaan, calcium, chroom. De meest voorkomende varianten zijn: almandien, pyroop, spessartiet, grossulaar, uvaroviet en andradiet. Mengvormen zijn gebruikelijk. De verschillende soorten granaat kunnen naadloos in elkaar overgaan. Dat geldt vooral voor almandien en pyroop. IJzerhoudende granaat vertoont vooral rode, roze, oranje en bruine tot zwarte tinten. Dit soort granaat wordt het meest gebruikt in de edelsteentherapie.

 

 

rode granaat op moedergesteente

 

.

 

rode granaat op steen

 

 

.

Samenstelling: Me2+3 Me3+2(SiO4)3 (Me=een metaal)
Samenstelling almandien: Fe3Al2(SiO4)3
Samenstelling pyroop: Mg3Al2(SiO4)3
Hardheid: 6,5 – 7,5
Glans: glasglans
Transparantie: ondoorzichtig, doorzichtig, doorschijnend
Breuk: schelpvormig, onregelmatig, splinterig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: almandien 3,95 – 4,30; pyroop 3,79 – 3,89;
Kristalstelsel: kubisch, meestal met 12 of 24 vlakken

 

 

 

enorm granaat kristal

 

.

 

 

 

 

 

.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Glaucofaan

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Algemene informatie

 

Glaucofaan is een inosilicaat dat tot de amfibool groep behoort. Het is een mineraal dat zeer algemeen is in vulkanische gesteenten. Het doorschijnende grijze, blauwe of blauwzwarte glaucofaan heeft een grijsblauwe streepkleur, een glas- tot parelglans en een goede splijting volgens de kristalvlakken [110] en [001]. De gemiddelde dichtheid is 3,07 en de hardheid is 6 tot 6,5. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam glaucofaan is afgeleid van de Griekse woorden glaukos (=blauw, glinsterend) en phános (=lijken, schijnen).

 

 

.

.

.

Vindplaats

 

Glaucofaan wordt onder andere gevonden in Duitsland, Frankrijk, Canada, Zweden en de VS.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Na2(Mg3Al2)Si8O22(OH)2

hardheid: 5 – 6

dichtheid: 3 – 3,2

 

 

 

 

 

Molybdeniet in glaucofaan

 

 

 

glaucofaan met molybdeniet kristal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gyrasol opaal

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Een opaal kan kleurloos, wit, zwart, roze, oranje en sterk iriserend zijn. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glas- tot harsachtige glans. Er bestaan verschillende soorten vaak afhankelijk van kleur, bijvoorbeeld:

 

 

 

hyaliet (kleurloos)

.

 

 

 

 

cacholong (wit)

.

 

 

 

 

vuuropaal (oranje met parelmoerglans)

.

 

 

 

 

edelopaal (sterk iriserend)

.

 

 

 

 

Andes opaal

.

 

 

 

 

gyrasol opaal

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

chrysopaal

.

 

 

 

 

Dendriet opaal heeft insluitsels en wordt ook wel merliniet genoemd

.

 

 

 

 

Opaliet of opaline is synthetische opaal

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pyrolusiet

Standaard

Categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Eigenschappen

 

Het mineraal pyrolusiet is een mangaan-oxide met de chemische formule MnO2. Het opaak blauw- tot staalgrijze pyrolusiet heeft een submetallische glans, een zwarte streepkleur en het mineraal kent een perfecte splijting volgens het kristalvlak [110]. Het kristalstelsel is tetragonaal. Pyrolusiet heeft een gemiddelde dichtheid van 4,73, de hardheid is 6 tot 6,5 en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam van het mineraal pyrolusiet is afgeleid van de Griekse woorden πῦρ, pur (“vuur”) en λούειν, louein, dat “wassen” betekent. Het mineraal werd vroeger gebruikt om de groene kleur van tweewaardige ijzer-oxiden van glas te wassen.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Pyrolusiet is een algemeen mineraal dat voorkomt in sedimentaire en hydrothermale gesteenten en als secundair mineraal gevormd kan worden. De typelocatie is niet gedefinieerd. Het wordt onder andere gevonden in Hori BlatnaTsjechië.

 

 

 

 

 

Pyrolusiet
Pyrolusite botryoidal.jpg
Mineraal
Chemische formule MnO2
Kleur Blauw- tot staalgrijs
Streepkleur Zwart
Hardheid 6 tot 6,5
Gemiddelde dichtheid 4,73 kg/dm3
Glans Submetallisch
Opaciteit Opaak
Splijting [110] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Tetragonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Psilomelaan

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen 

 

Het mineraal psilomelaan is een gehydrateerd bariummangaanoxide met de chem. formule Ba·(H2O)Mn3+5O10.

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het opaak ijzerzwarte of donkergrijze psilomelaan heeft een submetallische glans, een bruinzwarte streepkleur en het mineraal kent geen splijting. Het kristalstelsel is monoklien. Psilomelaan heeft een gemiddelde dichtheid van 4,55, de hardheid is 5 tot 6 en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam van het mineraal psilomelaan is afgeleid van de Griekse woorden psilos (“glad”) en melas, dat “zwart” betekent.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Psilomelaan is een algemeen voorkomend mineraal in mangaan-ertsen. Tegenwoordig wordt het niet meer officieel erkend door de IMA en wordt het mineraal romanechiet genoemd. Psilomelaan wordt onder andere gevonden in Compton in de Amerikaanse staat Virginia.

 

 

 

 

 

Psilomelaan
Mineraly.sk - psilomelan.jpg
Mineraal
Chemische formule Ba·(H2O)Mn3+5O10
Kleur IJzerzwarte of donkergrijs
Streepkleur Bruinzwart
Hardheid 5 tot 6
Gemiddelde dichtheid 4,55 kg/dm3
Glans Submetallisch
Opaciteit Opaak
Breuk Geen
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vivianiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

 

Algemene informatie

 

Vivianiet kan kleurloos, zwart en groen tot diepblauw van kleur zijn. Vivianiet kristallen worden vaak op fossielen of in schelpen gevonden. Het heeft een blauwwitte streepkleur en een perfecte splijting volgens kristalvlak [010]. De gemiddelde dichtheid is 2,65 en de hardheid is 1,5 tot 2. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Vivianiet is vernoemd naar de ontdekker van het mineraal John Henry Vivian.

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Vivianiet wordt o.a. gevonden in Cornwall, Engeland.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Fe2+Fe2+2(PO4)2·8H2O

hardheid: 1,5 – 2

dichtheid: 2,68

 

 

 

 

 

Vivianiet
Vivianite-139656.jpg
Mineraal
Chemische formule Fe3(PO4)2·8(H2O)
Kleur kleurloos
Hardheid 1,5 tot 2
Gemiddelde dichtheid 2680 kg/m3
Glans glasglans
Opaciteit doorschijnend
Habitus prisma
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien
Bijzondere kenmerken wordt snel licht tot donkerblauw door oxidatie

 

 

 

.

 

 

 

vivianiet in fossiele schelp

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copal / barnsteen of amber

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Barsteen, ook wel amber genoemd, is een fossiel hars van vele jaren oud. Copal is een jonge barnsteen variant. Barnsteen is meestal geel tot roodbruin van kleur maar kan ook groen, blauw en zwart zijn. De steen is doorschijnend tot opaak. Barnsteen is licht en breekbaar en kan makkelijk verward worden met kunststof. Er zijn verschillende manieren om barnsteen van kunststof te onderscheiden. Barnsteen smelt als er een lucifer bij gehouden wordt, het blijft drijven in een verzadigde zoutoplossing en het licht op onder een UV lamp. Kopal wordt vanouds gebruikt bij de bereiding van vernissen en lakken, en bovendien als ingrediënt van wierook.

 

 

 

 

 

Etymologie

.

Amber is afgeleid van het Arabische woord anbar = ambergrijs.

 

 

 

.

.

Vindplaats

.

 

De belangrijkste vindplaats van barnsteen is het Oostzeegebied. Daarnaast kan men de fossiele hars ook vinden in o.a. Denemarken, Dominicaanse republiek, Nederland, Syrië, Libanon, Thailand, Vietnam, Canada, de VS en Duitsland.

 

 

 

.

.

 

Chemische eigenschappen

.

 

samenstelling: bestaat uit de elementen C, O, H, en S

hardheid: 2-2,5

dichtheid: 1-1,1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Turqureniet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

.

Algemene informatie

 

Howliet is wit met grijze aders en opaak. Blauw gekleurd howliet wordt soms als turqureniet verkocht waarvan gezegd wordt dat het deels de eigenschappen van turkoois overneemt.  De steen lijkt veel op magnesiet maar kan hiervan onderscheiden worden door de grijze aders. Het verschil tussen magnesiet en howliet is met het blote oog bijna niet te zien.

De mineralen kunnen alleen betrouwbaar onderscheiden worden met behulp van een zuurtest waarbij mineraalpoeder voorzichtig in een verwarmde oplossing van 10% zoutzuur wordt gestrooid. Magnesietpoeder ontwikkelt hierbij gasbelletjes en howliet verandert in een gel-achtige massa. Uiterlijk is het enige verschil dat de aders in magnesiet eerder grijs zijn en in howliet meer bruin of zwart.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Ca2B5SiO9(OH)5

hardheid: 2,5-3,5

dichtheid: 2,58

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tantaliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

Algemene informatie

 

Tantaliet is grijs, zwart, bruin of roodbruin van kleur en bevat het scheikundige element tantaal. Het heeft dezelfde chemische samenstelling als columbiet maar heeft een veel grotere dichtheid dan dit mineraal. Tantaliet heeft een orthorombisch kristalstelsel. Het komt massief voor en er zijn zelden duidelijke kristallen te zien. Het breuk- vlak is conchoïdaal en heeft een duidelijke splijting volgens het breukvlak [010]. De hardheid is 6 tot 6,5 op de schaal van Mohs en de relatieve dichtheid bedraagt 8,2 g/cm³. Tantaliet is noch magnetisch, noch radioactief.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Tantaliet is vernoemd naar het scheikundige element tantaal.

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Tantaliet wordt o.a. gevonden in de Verenigde Staten, Canada, Colombia, Brazilië, Egypte, Madagaskar, Nigeria, Rwanda en Australië.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Chemische samenstelling: (Fe,Mn)Ta2O6

hardheid: 6 – 6,5

dichtheid: 8+

 

 

Tantaliet
Tantalite-272645.jpg
Mineraal
Chemische formule (Fe,Mn)Ta2O6
Kleur Roestbruin
Streepkleur Bruin
Hardheid 6 – 6,5
Gemiddelde dichtheid 8,2 g/cm3
Glans Submetallisch
Opaciteit Opaak
Breuk Conchoïdaal
Splijting [010] duidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Orthorombisch
Ruimtegroep Pcan
Eenheidscel a = 5,73 Å
b = 14,24 Å
c = 5,08 Å
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen tapiolietcolumbiet
Radioactiviteit geen
Magnetisme geen