Tagarchief: bruin

Turqureniet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Howliet is wit met grijze aders en opaak. Blauw gekleurd howliet wordt soms als turqureniet verkocht waarvan gezegd wordt dat het deels de eigenschappen van turkoois overneemt.  De steen lijkt veel op magnesiet maar kan hiervan onderscheiden worden door de grijze aders. Het verschil tussen magnesiet en howliet is met het blote oog bijna niet te zien.

De mineralen kunnen alleen betrouwbaar onderscheiden worden met behulp van een zuurtest waarbij mineraalpoeder voorzichtig in een verwarmde oplossing van 10% zoutzuur wordt gestrooid. Magnesietpoeder ontwikkelt hierbij gasbelletjes en howliet verandert in een gel-achtige massa. Uiterlijk is het enige verschil dat de aders in magnesiet eerder grijs zijn en in howliet meer bruin of zwart.

.

.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

samenstelling: Ca2B5SiO9(OH)5

hardheid: 2,5-3,5

dichtheid: 2,58

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Chrysantsteen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Chrysant steen of flower stone bestaat uit celestiet, calciet, chalcedoon, dolomiet of witte veldspaat in donkergrijze of zwarte kalksteen.

 

 

 

 

 

Kleur : bruin met groen en grijs bloem effect
Vindplaats : wordt o.a. gevonden in de Verenigde Staten en Schotland
Samenstelling : SiO2
Hardheid : 5-6
Dichtheid : 2,3-2,6
Kristalstelsel : amorf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chiastoliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Chiastoliet wordt ook wel kruissteen genoemd. Chiastoliet wordt in steenkoolachtige leisteen gevormd, waarbij zich op de zijden van het kristal grafietstof heeft afgezet. Deze grafiet (koolstof) zet zich daar laagje voor laagje op af. Door deze speciale afzetting en groeiwijze ontstaat de vorm van een kruis. Chiastoliet is bruin, olijfgroen of grijs met een zwart kruis. Kristalstelsel is rhombisch.

.

.

.

.

Etymologie

.

Chiastoliet is afgeleid van het Griekse woord chiastos = kruis.

.

.

.

Vindplaats

.

Chiastoliet wordt o.a. gevonden in Oostenrijk (Lisens), Australië (Bimbowrie) en Brazilië (Bahía)

 

.

.

Chemische eigenschappen

samenstelling: Al2SiO5

hardheid: 6,5-7

dichtheid: 3,15

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Tantaliet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Tantaliet is grijs, zwart, bruin of roodbruin van kleur en bevat het scheikundige element tantaal. Het heeft dezelfde chemische samenstelling als columbiet maar heeft een veel grotere dichtheid dan dit mineraal. Tantaliet heeft een orthorombisch kristalstelsel. Het komt massief voor en er zijn zelden duidelijke kristallen te zien. Het breuk- vlak is conchoïdaal en heeft een duidelijke splijting volgens het breukvlak [010]. De hardheid is 6 tot 6,5 op de schaal van Mohs en de relatieve dichtheid bedraagt 8,2 g/cm³. Tantaliet is noch magnetisch, noch radioactief.

.

.

.

.

Etymologie

.

Tantaliet is vernoemd naar het scheikundige element tantaal.

.

.

.

.

Vindplaats

.

Tantaliet wordt o.a. gevonden in de Verenigde Staten, Canada, Colombia, Brazilië, Egypte, Madagaskar, Nigeria, Rwanda en Australië.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

Chemische samenstelling: (Fe,Mn)Ta2O6

hardheid: 6 – 6,5

dichtheid: 8+

.

.

Tantaliet
Tantalite-272645.jpg
Mineraal
Chemische formule (Fe,Mn)Ta2O6
Kleur Roestbruin
Streepkleur Bruin
Hardheid 6 – 6,5
Gemiddelde dichtheid 8,2 g/cm3
Glans Submetallisch
Opaciteit Opaak
Breuk Conchoïdaal
Splijting [010] duidelijk
Kristaloptiek
Kristalstelsel Orthorombisch
Ruimtegroep Pcan
Eenheidscel a = 5,73 Å
b = 14,24 Å
c = 5,08 Å
Overige eigenschappen
Vergelijkbare mineralen tapiolietcolumbiet
Radioactiviteit geen
Magnetisme geen

.

.

.

.

.

 

.

.

 

.

Scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel

 

 

 

 

Het feest van de Heilige Maagd Maria van de berg Karmel valt op 16 juli.

 

 

De berg Karmel in het Heilig Land wordt in de Bijbel genoemd als de plek waar Elia streed tegen de profeten van de afgod Baäl. In de 12e eeuw lieten kluizenaars zich door het geloof van de profeet Elia inspireren en vestigden zich op de berg Karmel, onder bescherming van de Heilige Maagd. Zij legden de basis voor de latere ordes van de karmelieten en karmelietessen.

De heilige karmeliet Simon Stock  kreeg in de nacht van 15 op 16 juli 1251 in Cambridge een verschijning van de Heilige Maagd Maria. Zij gaf hem een scapulier. Maria beloofde bijzondere zegen voor allen die in de loop der eeuwen haar scapulier zouden dragen. De Kerk heeft plechtig en herhaaldelijk deze Maria devotie, ontstaan in Engeland, goedgekeurd, zodat de pausen aan allen die het scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel dragen talrijke geestelijke voorrechten hebben verleend.

In 1386 werd 16 juli voor de karmelieten een belangrijke feestdag. Sinds 1726 staat deze vrije gedachtenis  op de liturgische kalender van de Rooms-Katholieke Kerk.

Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Zij is de veilige haven, waarin wij onze toevlucht moeten nemen te midden van alle stormen van het leven.

Simon Stock ontvangt het scapulier van Maria (sculptuur in de Santa Maria della Vittoria)

 

 

Het scapulier van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel is een scapulier dat tijdens een Mariaverschijning op 16 juli 1251 in Cambridge aan de heilige karmeliet Simon Stock overhandigd werd. Tijdens deze verschijning overhandigde Maria hem een bruin wollen scapulier. Deze verschijning is door de kerk meermaals erkend.

 

 

 

De beloften

 

Maria beloofde bij het overhandigen van het scapulier: “Neem dit scapulier, het zal een teken van verlossing zijn, een bescherming in gevaar en een belofte van vrede. Al wie zal sterven met dit habijt bekleed zal gevrijwaard zijn voor het eeuwige vuur”.

Later werd aan deze belofte ook het ‘zaterdags privilege’ toegevoegd. Dit omvat de bevrijding uit het vagevuur op de zaterdag na de dood. Hiervoor moeten, in tegenstelling tot de genade van de vrijwaring van de hel, aan twee voorwaarden worden voldaan naast het voortdurend dragen van het scapulier:

  • Kuisheid beleven volgens zijn eigen levensstaat.
  • Dagelijks het klein officie van de Heilige Maagd bidden. Dit kan door een priester worden omgezet in het dagelijks bidden van het rozenhoedje of een ander goed werk.

De kuisheid van zijn eigen levensstaat staat onderhouden is eigenlijk niets meer is dan dat wat voor iedere christen geldt: “Gehuwden zijn geroepen om de echtelijke kuisheid te beleven; de ongehuwden beoefenen de kuisheid in onthouding”.

Alle karmelieten dragen dit scapulier. Ook veel leken wensten dit scapulier te dragen, om aldus deel te krijgen aan bijzondere genade die Maria beloofd had aan hen die het scapulier zouden dragen. Zij dragen een ‘kleine’ variant. Deze bestaat uit twee kleine lapjes bruine wol met twee touwtjes verbonden. Het ene lapje hangt op de borst en het andere op de rug. Het wordt gedragen onder de kleren.

Het scapulier moet worden opgelegd door een priester, volgens de voorgeschreven ritus. Hij kan dan het Klein Officie van de H. Maagd, dat vereist is voor het genieten van het zaterdag-privilege, omzetten in het dagelijks rozenhoedje of een ander goed werk. Als het eerste scapulier versleten is, kan het gewoon vervangen worden door een ander zonder dat het opnieuw door een priester hoeft te worden opgelegd. Omdat het scapulier een gewijd voorwerp is, wordt het niet zomaar weggegooid, wanneer men het vervangt dient men het te verbranden of te begraven.

Op 13 oktober 1917 verscheen Maria aan de herdertjes van Fatima met het Scapulier van de Berg Karmel. Lucia, een van de drie zieners, zei daarover: “De H. Maagd wilde dat iedereen het Scapulier draagt, dat het teken is van de Toewijding aan het Onbevlekt Hart van Maria. De Rozenkrans en het scapulier zijn onafscheidelijk”.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Smithsoniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

Het mineraal smithsoniet of zinkspaat is een zink-carbonaat met de chemische formule ZnCO3. Het is ook bekend onder de benamingen galmei en kalamijn. De Franstalige naam voor het plaatsje Kelmis La Calamine verwijst naar laatstgenoemde benaming.

Eigenschappen

Smithsoniet kan wit, grijs, groen, roze of blauw zijn, met een witte streepkleur. Het heeft een soortelijk gewicht van 4,4 en een hardheid van 4,5 op de Hardheidsschaal van Mohs. De glans is glas- tot parelachtig en het materiaal is doorzichtig tot doorschijnend.

Etymologie

Smithsoniet is vernoemd naar de oprichter van het Smithsonian Institute.

Vindplaats

Het normaal voorkomend smithsoniet, supergenetisch ontstaan door oxidatie van zinkertsen, wordt geassocieerd met andere super genetische loodmineralen. De belangrijkste vindplaatsen zijn Broken Hill in Australië, Tsumeb  in Namibië en de Kelly-mijn te Magdalena in de Verenigde Staten. Ook in Monte Poni op Sardinië zijn mooie aggregaten en stalactieten gevonden.

In België wordt smithsoniet aangetroffen in de omgeving van Kelmis en Moresnet, alwaar het vroeger op grote schaal werd ontgonnen, vooral voor de productie van messing. De aanwezigheid van zink in de ondergrond heeft hier gezorgd voor een bijzondere flora met onder andere het beschermde zinkviooltje

Chemische eigenschappen

Chemische samenstelling: ZnCO3

hardheid: 4 – 4,5

Smithsoniet
Smithsonite - USGS Mineral Specimens 016.jpg
Mineraal
Chemische formule ZnCO3
Kleur Wit, grijs, groen, roze of blauw
Streepkleur Wit
Hardheid 4 tot 4,5
Gemiddelde dichtheid 4,43 kg/dm3
Glans Glas- tot parelachtig
Opaciteit Zelden doorzichtig, doorschijnend
Breuk Conchoïdaal tot oneffen
Splijting [1011] Perfect
Kristaloptiek
Brekingsindices N1,621, N1,848-1,849
Dubbele breking 0,027
Bijzondere kenmerken Geen

Sfaleriet of zinkblende

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Het mineraal zinkblende, ook blende of sfaleriet (verouderd: sphaleriet) genoemd, is de belangrijkste bron voor de winning van zink. Het mineraal kan ook grote hoeveelheden ijzer en cadmium bevatten met vaak insluitsels van chalcopyriet(CuFeS2). Sfaleriet komt regelmatig voor als verontreiniging in looderts. Sfaleriet of zinkblende is van nature geel, bruin of grijs maar kan doordat het vaak insluitsels bevat ook rood, zwart, groen, grijs en wit zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het mineraal heeft een hardheid van 3,5 – 4, en een gemiddelde dichtheid van 4,05. De geringe hardheid maakt dat het mineraal voor sieraden enkel geschikt is als het insluitsels van andere mineralen bevat. Zinkblende heeft een kubisch kristalstelsel. Het kan bestaan uit tetrahedrale of dodecahedrale kristallen, maar het heeft doorgaans geen mooie kristalvormen.

Splijting vindt plaats volgens het kristalvlak [110]. Het mineraal kan transparant tot doorschijnend zijn, maar ook geheel ondoorzichtig als het veel ijzer bevat. Het mineraal kan bruine, lichtgele of witte strepen bevatten. Zinkblende heeft een harsachtige glans.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam sphaleriet is afkomstig van het Grieks sphaleros, dat “verraderlijk” betekent. Het mineraal werd namelijk vaak voor galena (loodblende) aangezien, maar het bevat geen lood.

 

 

sfaleriet met galeniet, chalcopyriet, kwarts en realgar

 

 

 

 

 

 

 

Kenmerken

 

Zinkblende wordt gevormd in een grote verscheidenheid aan hydrothermale omstandigheden. Het komt vaak samen voor met pyriet en galeniet. De typelocatie van zinkblende is niet nader gedefinieerd en het mineraal komt zeer algemeen voor. Het geldt als het belangrijkste zink-erts.

 

 

 

fluoriet met sfaleriet

 

 

sfaleriet met chalcopyriet en bergkristal : cluster

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: (Zn,Fe)S

hardheid: 3,5 – 4

dichtheid: 3,9 – 4,1

 

 

sfaleriet met chalcopyriet

 

 

 

gekrsitalliseerde sfaleriet

 

 

 

Sfaleriet of zinkblende
Sphalerite4.jpg
Mineraal
Chemische formule ZnS met substituties door Fe
Kleur Geel, bruin of donkerbruin, afhankelijk van het ijzergehalte en onzuiverheden
Streepkleur Lichtgrijs of lichtbruin
Hardheid 3,5 – 4
Gemiddelde dichtheid 4,05 kg/dm3
Glans Hars- of diamantglans
Opaciteit Doorzichtig of doorschijnend
Breuk Oneffen
Splijting Perfect, [110]
Habitus Tetraëdrisch of dodecaëdrisch, gebogen vlakken, dikwijl massief of korrelig
Kristaloptiek
Kristalstelsel Kubisch
Brekingsindices 2,37-2,43 (isotroop)
Dubbele breking Geen; isotroop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

gefacetteerde sfaleriet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schalenblende

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

Algemene informatie

Schalenblende is geel, beige tot bruin en zwart van kleur. De steen is opaak en heeft een harsachtige tot vettige glans. Het zink-erts kenmerkt zich door een opeenvolging van laagjes boven elkaar. Het wordt gevormd door drie mineralen zink, lood en ijzer in combinatie met zwavel. Hierdoor bevat schalenblende doorgaans zinkblende of sphalerit (ZnS), loodglans (PbS) of galenit en pyriet of markasit (FeS2).

Dat schalenblende uit meerdere mineralen of metalen bestaat, komt door de gelijke paragenese (vorming) van deze metalen. Schalenblende is waarschijnlijk gevormd  door de afkoeling van gloeiend en vloeibaar magma uit het binnenste der aarde en waterige oplossingen met een relatief lage temperatuur van 100-200 º Celsius waarin de mineralen opgelost zaten. Deze zetten zich af in de spleten in het kalkgesteente en in de kalksteen zelf.

Doordat de samenstellingen van de oplossingen regelmatig veranderde, zijn de typerende banden in de schalenblende ontstaan. Tijdens iedere nieuwe fase werd een nieuwe laag op de oude gevormd. Vaak zitten tussen de lagen ook dikke knollen, zogenaamde spheroiden. Schalenblende is een redelijk onopvallend mineraal, dat pas wanneer het geslepen wordt opvalt door de hoogglans en de kleurschakeringen.

Chemische eigenschappen

samenstelling: (Zn,Fe)S

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 4

Sardonyx

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

Algemene informatie

Sardonyx is een chalcedoon variant en een kwarts-variëteit. De kleur van de steen kan licht gevlamd zwart, bruin, rood en wit gestreept zijn.

ruw

Voorkomen

Vindplaatsen zijn onder andere Brazilië, Uruguay, India en Rusland en, maar zeer zelden, in de Verenigde Straten.

Chemische eigenschappen

samenstelling: SiO2+Fe, Mn, O, OH

hardheid: 6,5-7

dichtheid: 2,58-2,64

Sardonyx
Agate banded 750pix.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2 + Fe, Mn, O, OH
Kleur zwart, bruin, rood en wit
Hardheid 6,5 – 7
Gemiddelde dichtheid 2,58-2,64 kg/dm³
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Niet
Magnetisme Niet

Sarder

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Sarder is een chalcedoon variant en kan oranje, rood en bruin van kleur zijn. De steen is doorschijnend met een matte tot zijdeglans. Het is wat betreft chemische samenstelling en werking vrijwel gelijk aan carneool maar vaak iets harder en wat donkerder van kleur.

Het behoort tot de kwartsen. Het element dat de rode kleur veroorzaakt, is ijzer dat in kleine onzuiverheden in het mineraal zit. Door verhitting kan de kleur verdiepen. Carneool is genoemd naar het Latijnse caro, dat “vlees” betekent. De oude Nederlandse naam is kornalijn.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Carneool werd al voor het begin van onze tijdrekening gebruikt voor de vervaardiging van zegelstenen en sieraden. Men beweerde dat carneool bescherming bood tegen ruzie, kiespijn en zenuwaandoeningen, bloedingen stopt, koorts verlaagt, toorn vermindert en geluk brengt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Carneool ontstaat in vulkanische verweringszones en is onder meer bekend uit India, Saoedi-Arabië en Egypte; belangrijke vindplaatsen bevinden zich verder in Brazilië, de Verenigde Staten, Australie, Rusland, Tsjechië,  Staten,  Duitsland en Roemenië.

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Samenstelling: SiO2

hardheid: 7

dichtheid: 2,6

 

 

 

 

 

 

 

Carneool
Carneool.jpg
Mineraal
Chemische formule SiO2
Kleur Donkerrood, oranjerood, bruinrood
Streepkleur Wit
Hardheid 6-7
Gemiddelde dichtheid 2,60
Glans Glasglans, mat
Breuk Ruw, schelpvormig
Splijting Geen
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Brekingsindices N1,539-1,544, N1,526-1,535
Dubbele breking 0,004-0,009
Dispersie Geen
Luminescentie Geen
Pleochroïsme Geen
Overige eigenschappen
Veredeling Niet bekend
Bijzondere kenmerken Insluitsels van hematiet en andere mineralen

 

 

sarder