Tagarchief: deugden

Drieëndertigste Miniatuur : twaalfde visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

.

 

Drieëndertigste Miniatuur: Twaalfde visioen van het Derde Boek

 

.

Scivias%20T%2033_Boek%20III,12

 

 

De elementen zullen door elkaar geworpen worden en al het sterfelijke blaast de laatste adem uit. Men ziet hoe op het trompetsignaal van de engel de doden verrijzen voor het oordeel van de verheerlijkte Mensenzoon. Miniatuur 33 is zeer traditioneel van opzet. Wat deze miniatuur echter plaatst in de rij van de voorafgaande afbeeldingen is het overvloedig gebruik van het metaal zilver. Opvallend is dat de banderollen onbeschreven zijn gebleven.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

Eenendertigste Miniatuur : tiende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegar Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenendertigste Miniatuur: Tiende Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2031_Boek%20III,10

 

 

 

Hier gaat het om de voltooiing van de Stad Gods en van het geestelijke leven in de mystieke beschouwing. Als alle heiligheid verwezenlijkt zal zijn op aarde en de wereld tot voltooiing is gekomen in het zuiden, waar God in het paradijs de eerste mens schiep, neemt de Mensenzoon (dezelfde als die van de eenentwintigste miniatuur) het woord. Hij zegt:

“De Zoon van de levende God, geboren uit de Maagd, regeert zonder tegenspraak in die harten, die ontstoken door de H. Geest streven naar de volle geheimen van de ongeschapen diepten.”

De tekst van het tiende visioen luidt:

“Voor de troon van de Mensenzoon, die zich nog steeds niet ten volle heeft geopenbaard, staan drie deugden en wel de Stadigheid (Constantia), het Hemelsverlangen, (Caelestis desiderium) en de Rouwmoedigheid des Harten (Compunctio Cordis).”

Onder deze drie, die feitelijk een drieëenheid vormen, verschijnt van ons uit gezien links, de Verachting der Wereld (Contemptus mundi) en rechts de Eendracht (Concordia) tussen God en mensen. Rustig de beelden en kleuren bestuderend en luisterend naar wat Hildegard over deze deugden zegt, kunnen we ontdekken wat voor onze mystica de hoogste toppen van het geestelijk leven betekenen.

De figuur die we bovenaan in een rood gewaad (de tekst zegt: in purperen tunika) op een troon gezeten zien, is het Mensgeworden Woord. Achter Hem op een hoge zuil en voor ons onzichtbaar zit de Lucidens Sedens (vgl. miniatuur 19).

De wederkerende Christus op de Oosthoek van het gebouw zagen we op miniatuur 21 en evenals daar is de onderste helft van Christus nog niet geheel geopenbaard: het einde der tijden is nog niet gekomen. Christus zit in een zetel boven op zeven witmarmeren treden, hier weergegeven door blauw met wit geaccentueerd.

Het kleed van de middelste der drie Godskrachten vóór de Troon, de stadigheid, is evenals de marmeren treden blauw met wit. In beide gevallen wijst dit blauw op helder glanzend wit. Volgens de tekst draagt zij ook een witte mantel. Deze is hier bij wijze van tegenstelling groen.

Dezelfde kleur vertoont het gewaad van de deugd aan haar rechterhand ‘het hemelse verlangen’. Van de derde deugd de Rouwmoedigheid des harten wordt gezegd dat zij witte haren heeft en deze worden door gewoon wit aangeduid.

Het was voor de miniaturist een moeilijke opgave om al die van blankheid stralende deugden toch duidelijk aan te geven omdat de nuances in het wit voor Hildegard wijzen op de karakterverschillen van deze drie deugden. Zo zegt Hildegard dat al deze gestalten in witte tunieken zijn gekleed, daar zij allen in de verblindende witheid van goede werken wandelen.

Maar dan beschrijft zij het onderscheid in goede werken en verklaart zij dat de Rouwmoedigheid geen witte maar een wat matkleurige tuniek draagt. Wenend en klagend schermt zij zich af tegen alle verkeerde invloeden. Het komt er op aan dat de juiste houding is standvastig en met grote rouwmoed in ons hart naar de komst van de Heer te verlangen.

Merken we wel op dat deze deugden overeenkomen met de deugden die God ons voorgehouden heeft in de toren van Gods raadsbesluit. Daar (miniatuur 22) zagen we als eerste de Liefde tot het hemelse, hier het hemelse begeren. Op de tweede plaats de Bescheidenheid, hier de Rouwmoedigheid des harten en tenslotte de Victoria, die hier terugkeert in de Stadigheid of Constantia: de volhouder wint.

Verder zagen we in miniatuur 22 nog de Disciplina en de Misericordia. Ook deze twee door God voorziene deugden komen hier in de voltooiing terug. Het zijn onderaan de Contemptus Mundi (de verachting der wereld) wat hetzelfde is als de Disciplina en de Concordia (de eendracht tussen God en mensen) wat men de voltooide vorm van de Misericordia mag noemen.

We willen nog even aandacht schenken aan de wijze waarop de Contemptus mundi en de Concordia door Hildegard zijn aangevoeld en uitgebeeld. In een zilver rad zien we de buste van een deugd in een donker kleed met een bloeiend takje in de hand. Dit illustreert de uitleg van het tiende visioen.

Aan de noordkant van de Gezetelde verscheen in een rad een deugd die in haar rechterhand een groen takje droeg. Dit rad draaide voortdurend rond, maar het beeld bleef onbeweeglijk staan (zij maakt immers deel uit van de deugd Constantia). En in de omtrek van dit rad stond geschreven:

“Indien iemand Mij dient, dat hij Mij volge en waar Ik ben daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh. 12).

Daarop wijst het zilver in het rad. Het is de macht Gods die de mens uitnodigt Zijn Zoon te volgen.

Dit rad van de goddelijk macht is precies hetzelfde lichtende rad, dat we in de visioenen één en twee van het derde boek over de opbouw van de Stad Gods, van Gods voeten hebben zien uitgaan. Daarin bevindt zich de berg waar de stad van de Zoon Gods opgebouwd wordt.

In miniatuur 21 zien we dat stralende rad rondom de hele plattegrond van de Stad Gods draaien. De contemptus mundi beantwoordt dan ook de uitnodiging van God zijn Zoon te volgen in het opbouwen van de stad. De Heer heeft in de Apocalyps gezegd:

“Wie overwint, hem zal ik van de boom des levens te eten geven, die in het paradijs van mijn God staat.”

Daarom draagt de Contemptus mundi een vruchtdragend takje in de hand.

Zo komen we bij de Concordia, hier voorgesteld in een blauwwit gewaad met aan weerszijden een grote vleugel. Als de ziel op de hoogste top van het geestelijk leven in volmaakte standvastigheid leeft, wendt zij zich naar het Zuiden, symbool voor heel de verloste mensheid. Zij is vrij van alle haat en nijd en brengt verlichting en helderheid in alle gelovige harten.

De vleugels wijzen erop dat de ziel, ondanks het feit dat zij in volmaakte rust leeft, toch haar vleugels uitstrekt over alle wederwaardigheden die de gelovigen moeten ervaren en dat de reikwijdte van haar liefde groter is dan de duur van al de nog komende geslachten.

 

Nu de laatste deugd de Concordia zich met vleugels vertoont, willen we terug kijkend zien welke deugden nog meer met vleugels zijn afgebeeld.

 

Miniatuur 27 toont ons de Pax met twee vleugels.

Op miniatuur 2 staat de Albeheerser met twee grote vleugels, wat volgens de uitleg wijst op de onuitsprekelijke Gerechtigheid in de uiteindelijke zegepraal van de onuitgesproken Wijsheid.

Miniatuur 5 toont ons de mens die ontsnapt aan alle moeilijkheden hem door de duivels berokkend en die gedragen door twee vleugels, op de top van het geestelijk leven komt.

Miniatuur 9 beeldt alle engelen met vleugelen af.

Ook op de 16de miniatuur zien we de engelen met vleugels boven de Eucharistie.

De Zelus dei staat op de 2lste miniatuur met drie vleugels afgebeeld.

Tenslotte tonen de 33e en 35e miniatuur engelen met vleugels.

 

 

 

Vleugels wijzen op zorg voor anderen.

 

God is bezorgd voor ons. De Zelus Dei tracht met de vleugels het gevaar weg te jagen. Men kan alleen vrede met anderen hebben, als men zorg heeft voor zijn naaste. De Concordia, zegt de tekst, draagt vleugels omdat zij evenals de Schepper aan alle mensen denkt.

Zo ontdekt men de gedachtenwereld van Hildegard door alle beelden die in feite begrippen zijn, naast elkaar te leggen. Hier kunnen we het slot aanhalen van het tiende visioen, omdat daar de samenvatting gegeven wordt van heel de bouw van het kasteel.

“Aldus, gelijk in beelden getoond is, werkt God van het Oosten naar het Noorden en van het Westen naar het Zuiden, waar Hij door Zijn Zoon uit liefde voor de Kerk, alles wat voor de schepping van de wereld voorbestemd was, tot zijn verwezenlijking leidt, en de nieuwe dag laat stralen. God immers heeft dit werk van Hemzelf met de voornoemde torens en deugden in mystieke betekenis bevestigd en versierd, om dan dit werk in de grootste volmaaktheid volledig naar zich terug te voeren.”

In Noach is na de val van Adam de rechtvaardigheid van het juiste handelen aangeduid. Deze rechtvaardigheid streeft naar de nieuwe dag, omgeven als zij is door de vele wonderdaden welke God in de verschillende opeenvolgende tijdperken heeft getoond. In Noach openbaarde God de voorbereiding, in Abraham en Mozes de eerste openbaring en in Zijn Zoon de verwezenlijking.

Het stond vóór alle tijden in het hart van de hemelse Vader vast, dat Hij Zijn Zoon op het einde der tijden tot heil en verlossing van de gevallen mens in de wereld zou zenden. Deze Zoon is geboren uit de Maagd en Hij heeft alles wat de Ouden, vervuld van de H. Geest, voorzegd hebben op volkomen wijze volbracht.

Dit lijkt op de beweging van een mensenarm, die zich eerst tot een werk buigt en dan de hand kan laten werken. Volgens een rechtvaardig oordeel van God werd de Rechtvaardigheid samen met Adam uit het land van Eden gezet. Maar de Rechtvaardigheid begon zich in Noach opnieuw te bewegen, gelijk de eerste beweging in het schoudergewricht.

Vervolgens ontwikkelde de Rechtvaardigheid zich in Abraham en Mozes gelijk de arm zich meer gaat bewegen door middel van de elleboog.

Toen ging de Rechtvaardigheid verder naar het volmaakte werk in de Zoon Gods, door Wie alle tekenen en openbaringen van de Oude Wet tot een duidelijk werk voltooid zijn. In Hem zijn ook alle godskrachten of deugden openbaar gemaakt. Dit lijkt op de hand met zijn vingers, die het werkstuk waarmee ze bezig is tot volmaakte afwerking voert.

“Op deze wijze volbreng Ik mijn werk tot mijn glorie en tot jouw beschaming, o duivel. Tegen jou is mijn krachtige arm gericht om datgene wat in het Noordoosten, in het Noorden en in het Westen staat opgesteld te overwinnen. Bovendien biedt mijn bouwwerk jou ook weerstand volgens de loop van de zon, dat is van het Oosten naar het Zuiden, om jou dan in het Westen neer te stoten. Zo zie je jezelf naar alle kanten in verlegenheid gebracht, want in mijn Kerk volbreng Ik tot je ondergang, misvormde verleider, het werk der gerechtigheid en heiligheid en wel zodanig, dat jij, die eigenlijk getracht hebt mijn volk verloren te laten gaan, geheel overwonnen ten onder gaat.”

Deze slottekst bevestigt volledig de zin van het gehele kasteel, zoals we die in de onderdelen ontdekt hebben.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zevenentwintigste Miniatuur : zesde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Zevenentwintigste Miniatuur: Zesde Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2027_Boek%20III,6

.

.

We hebben in het begin de opmerking gemaakt, dat een miniatuur die een volle bladzijde beslaat in de ogen van Hildegard een belangrijk onderwerp wil illustreren. In deze miniatuur behandelt zij uitvoerig de eerste van de drie muren welke de gelovigen met de hulp van God steen voor steen opbouwen.

 

De eerste muur heeft voor Hildegard een grote betekenis. Zij ziet in de opbouw van de joodse samenleving een voorafbeelding van de eerste fase van het geestelijk leven. Deze fase moeten de mensen die geroepen zijn om intiemer met God om te gaan doorlopen.

 

De muur van Noord naar West is drievoudig omdat zij de eerste aanvallen van de vijand uit het Noorden moet opvangen. De buitenste muur duidt op de macht van de wereldse overheid, de binnenste verwijst naar de hië-rarchie van de geestelijke leiders.

 

De middelste muur is een beeld van de onderdanen, de gelovigen, die onder het gezag staan van de wereldlijke- en kerkelijke overheid waardoor ze beschermd hun taak van het opbouwen van de verdedigingsmuur kunnen volbrengen.

 

Dit alles is zeer middeleeuws gedacht, maar ook monastiek. De echte opgang van het geestelijk leven begint altijd met een streng gedisciplineerd leven in gehoorzaamheid aan allen die in gezag gesteld zijn. Het komt allemaal overeen met de gedachtegang van St. Benedictus over de grote betekenis welke hij hecht aan de gehoorzaam-heid als grondslag voor diepgaand geestelijk leven. In feite is dit de opvatting van alle geestelijke leiders, tot de guru’s in het boeddhisme toe.

 

Hier gaat Hildegard dieper op in door twee groepen van drie gepersonifieerde deugden te laten optreden. Die zes deugden samen vormen de ontplooiing van de Discipline, die we reeds ontmoetten in de Toren van Gods raadsbesluiten na de Liefde voor het Hemelse.

 

De drie deugden ( zie figuur midden, boven links ) van de eerste groep zijn de Abstinentia, de zelfverloochening, die bijgestaan wordt door de Largitas en de Pietas, wat men het beste kan vertalen met edelmoedigheid en vroomheid. Wie herkent hier niet het begin van het geestelijk leven, zoals dat door alle geestelijke vaders wordt geleerd? Het gaat om edelmoedige zelfverloochening, in stand gehouden door godsvrucht en in praktijk ge-bracht door gehoorzaamheid aan het wettig gezag.

 

De drie volgende deugden ( figuur midden, naast eerste groep ) die we ontmoeten bij het goed beleven van de wet zijn de Waarheid (Veritas) geflankeerd door de Vrede (Pax) en de Gelukzaligheid. Eigenlijk zijn zij meer de vruchten van de deugdbeoefening dan eigenlijke deugden, zoals wij die gewoonlijk verstaan.

 

 

shapeimage_3

 

 

Nu wordt het zeer ingewikkeld om na te gaan, hoe Hildegard deze zes gepersonifieerde deugden uitgebeeld heeft. Ik wijs hier alleen op de Pax (zilver) die rechts van de Veritas (goud) staat. Deze Pax is geheel in het zilver en heeft twee grote vleugels. Hij draagt het zegel van de hemel, is de gezel der engelen, ziet evenals de engelen steeds het aangezicht van God, gaat zonder wijken rustig op zijn doel af en gelijkt steeds meer op de Mensen-zoon. Zilver is onder meer beeld van de spiegel waarin de gelijkenis met Christus zichtbaar wordt.

Wat eigenlijk het einddoel is van deze zes deugden, die samen de discipline van de wet vormen, leert ons de ‘Salvatio animarum’. Deze zielenredding wordt hier in beeld gebracht door drie handelingen van dezelfde geper-sonifieerde deugd. Als de vrucht van het disciplinaire leven onder de wet, ontvangt de leerling de genade van de nieuwe wet.

Getroffen door de genade van de ‘Discretio’ waarvan we het beeld nog zullen beschrijven, besluit de ziel het veelkleurig gewaad van de werken van de oude wet uit te trekken. Zij zegt dan, dat zij door het bloed van het Lam verlost is en vrij is geworden door de genade Gods.

Men ziet hoe boven het donkere figuurtje tussen de muren van de wet, een mensenfiguurtje dat de kleren uit-trekt en er de stof uit klopt. Merkwaardigerwijze is dit figuurtje in het zilver geschilderd wat het geloof aanduidt.

Naast dit ontklede figuurtje zien we nog een figuurtje ( figuur onder, links boven ) in het zilver, dat vóór zich een kruisbeeld vasthoudt dat opbloeit uit een boom. Aan weerszijden van die boom zien we takken die in bloei schieten. Hildegard geeft daaraan de volgende uitleg:

“De zieleredding is door het lijden van Jezus de Verlosser tot grote bescherming van de gelovige geworden. Want door het lijden en dood vertrad de Zoon Gods de boom van de dood en de zonde van Adam. En hieruit ont-sproten als bloesems de beide Testamenten. Het Oude Verbond zendt zijn witte licht naar het kruis en het Nieuwe Verbond zijn rode glans; en op het hoogtepunt van het geestelijk verstaan neigen die beide bloemen, eenmaal ontrukt aan het verderf van de dood, zich naar het lijden van de goede Verlosser en heel Zijn gerechtigheid.”

 

Deze tekst is in zijn geheel geciteerd en laat duidelijk zien, hoe al die beelden en kleuren evenzovele lessen zijn over de alles overtreffende betekenis die de gekruisigde Christus voor Hildegard heeft.

 

shapeimage_2

.
.
.
.
Maar dit beeld van de gekruisigde Heer ontmoeten wij ook in de handen van de tweelingzuster van de Ziele-redding, n.l. de Discretio ( figuur beneden, onder links met kruis ). Deze deugd is eigenlijk het einddoel van de discipline van het Oude en tegelijk het keerpunt naar het Nieuwe Verbond. Deze deugd ziet Hildegard gezeten tegenover de zuil van de H. Drievuldigheid, waar miniatuur 28 een prachtige uitbeelding van biedt en die we straks uitvoerig zullen bespreken.
.
.
Thans gaat het om een nieuwe openbaring van Gods werk en wel door de Tweede Persoon van de H. Drievul-digheid. Tegelijkertijd is deze een geloofsuitdaging, beter gezegd een geloofscrisis voor iedere gelovige. Het ge-loof in de éne God wordt op een hoger plan gebracht en het is de kracht Gods van de Discretio die ons de gena-de geeft om in groeiend geloof de diepere zin van deze openbaring te onderscheiden.
.
.

De oude Vaders spreken veel over de Discretio, het keerpunt in het geestelijk leven. Hildegard geeft hier in een ingewikkelde beeldspraak haar visie op deze deugd. Het duidelijkste beeld blijft het kruisbeeld, dat zij in de rech-terhand houdt en de zonnestralen die komend vanuit de hemel haar borst verlichten.

 

Zoals reeds werd opgemerkt, zijn de Discretio en de Zieleredding twee aspecten van één zieletoestand. De drie figuren die de Zieleredding weergeven hebben een zwart kleed evenals de Discretio. Nu komt zwart (heraldisch sabel genoemd) vrij weinig voor in de 35 miniaturen van Scivias en als het voorkomt is het om het kwaad op zich aan te duiden.

 

In positieve zin zijn het alleen deze twee deugden die een zwart kleed dragen. Waarschijnlijk om de bekering, het zich ontdoen van de oude mens, duidelijk te kunnen uitbeelden. Bovendien had de aanwending van de zwarte kleur het voordeel om de ommekeer in het geestelijk leven ten overstaan van de openbaring van de H. Drievul-digheid in de Menswording duidelijk tot uitdrukking te brengen. Een interessant detail is dat de Salvatio afge-beeld is met een mannenkrullebol en de Discretio met een vrouwensluier.

 

In heel dit zielekasteel, dat het beeld wil zijn van de opgang van het geestelijke leven, laat Hildegard 34 virtutes optreden. Dit zijn personificaties van deugden of godskrachten. Van deze 34 zijn er 28 vrouwelijk voorgesteld en 6 mannelijk. In elk der zes groepen deugden komt één mannenfiguur voor.

 

Deze mannenfiguur wijst op de creatieve kracht van God, dus op de eerste plaats op God de Vader. We hebben gezien dat de activiteiten van de Vader in verband gebracht worden met het licht van de eerste scheppingsdag.  In de eerste groep bij de lichtgevende muur (zie miniatuur 22) staan zes vrouwelijke deugden, plus een ridder-figuurtje de Victoria, gestoken in een zilveren harnas. De overwinning wordt uiteindelijk door de Zoon aan de Vader toegeschreven.

 

In de 25ste en 26ste miniatuur zien wij de twee deugden de Scientia Dei en de Zelus Dei. De Zelus Dei is door Hildegard opzettelijk weergegeven als een kaal mannenhoofd, omdat deze meer overeenkomt met de mannelijke neiging tot actie. De Scientia Dei betreft meer met de ontvankelijkheid van de vrouw. In miniatuur 27 zien we zes deugden voor de muren van de Oude Wet staan. De Pax is mannelijk omdat deze volgens Hildegard zonder wijken recht op zijn doel afgaat.

 

Zo komen we terug bij de Discretio en de Salvatio animarum. Het is de Salvatio die actief is voorgesteld in het zich ontdoen van het zwarte onderkleed. Het is deze geloofsdaad die hem het mannelijk kenteken en de kleur van zilver bezorgt. Daarnaast zit de Discretio heel bescheiden neer tegenover de zuil van de Drievuldigheids-openbaring.

 

In de drie deugdengroepen die ons in de miniaturen 29 en 30 ter bespreking resten, komt nog tweemaal een mannelijke deugd voor. Het zijn de Gratia Dei en de Fortitudo, deze laatste in harnas. Alleen in de laatste groep van vijf deugden (miniatuur 31), die staat vóór de wedergekomen Heer, treffen we alleen vrouwelijke deugden aan. We mogen zeggen dat in dit geval de verschenen Heer de Man in actie mogen noemen.

 

Hildegard moet zich zich erg aangesproken hebben gevoeld in de uitbeelding van mannelijke- en vrouwelijke deugden. Alles gebeurt eigenlijk zoals de vrouw zich opstelt tegenover de man in het natuurlijk proces van de vruchtbaarheid. Dit alles wil de weerspiegeling zijn van het inwendig leven van de H. Drieëenheid. De Vader geeft zich aan de tweede Persoon en uit deze liefdesband komt de H. Geest voort waarvan wij, de gelovigen, deel uit mogen maken.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA