Category, categorie : A complete animated overview of the bible
.
.
Book of 1 Timothy, summary
.
Boek 1 Timoteüs, samenvatting
.
.








Ondanks de grote textielschaarste en de tot stilstand gedwongen mode-industrie bleek zich toch tijdens de oorlogsjaren een nieuw modebeeld te ontwikkelen. Dit was vooral gebaseerd op vindingrijkheid. In Nederlandse damesbladen stonden zelfs aanwijzingen hoe men zelf schoenen kon vervaardigen. Een lippenstift was een begerenswaardig bezit, want met make-up werd het gemis aan variatie in de kleding gecompenseerd.
De kleding van de vrouw was voornamelijk praktisch. Deze was ook wat mannelijk door de verbrede schouders met schoudervullingen en de kordate rechte rokken. De japon was dikwijls van twee soorten stof gemaakt, twee oude jurken vormden één nieuwe. De mouwen waren vaak geplooid ingezet. Van vooroorlogse herenkostuums werden grijze mantelpakjes gemaakt. De zomerse dracht was een vooroorlogse jurk of een rimpelrok met een bloesje of een zelfgebreid kort truitje. Omdat er geen kousen waren droeg men veel pantalons. Dit was voor het eerst dagelijkse kleding voor vrouwen.
De kleding van de man was uitsluitend bedoeld om te beschermen tegen weersinvloeden. Kostuums werden versteld en vermaakt, mantels werden gekeerd (de vaak nog goede binnenkant van de stof kwam dan aan de buitenzijde). Ze werden ook wel gebruikt om er kinderjassen van te maken. Mannen droegen bivakmutsen, dezelfde die in het leger werden gedragen.
West-Europa werd na de oorlog in de fase van de wederopbouw gesteund door Amerika. Hoge flatbouw, winkelcentra, de flipperautomaat, de jukebox en de nylonkous zijn sindsdien niet meer weg te denken uit de West-Europese samenleving.
Ondanks die grote Amerikaanse invloed was het toch Parijs dat de leidende rol in de modewereld weer op zich nam. In 1947 ontwierp Dior als reactie op de oorlogsmode een zeer vrouwelijke ligne corolle (bloemkroon), door de Amerikaanse modepers de new look genoemd, aanvankelijk sterk bekritiseerd omdat de nieuwe, lijn onverantwoordelijk veel stof vereiste.

De kleding van de vrouw kreeg na 1947 een volledig ander silhouet: afgerond een taille en een wijde lange rok .
De rok was klokkend of gepasseerd en reikte in 1947 bijna tot de enkel; na 1950 kwam de rok tot tien centimeter onder de knie. Nieuw was ook de kimonomouw.
De mantel: vooral de wijde swagger met brede revers en pofmouwen.
De avondjurk: lang, vaak strapless met bijpassend jasje. Amerikaanse invloed: de cocktailjurk.
De sportkleding: strapless badpak, dito zonnejurk met bolero, driekwart broek.
Het haar: halflang, gekruld haar, ook wel opgestoken.
De hoed: grote ronde hoed (Dior) of zeer klein hoedje met veer (Fath) .
De accessoires: als reactie op de armoede tijdens de oorlog veel accessoires
De schoenen: pumps met hoge en lage hakken, moccasins of veterschoenen met profielzool, ballerina’s.


De kleding van de man voor overdag week niet af van het vooroorlogse beeld. Wel werden naast het driedelige pak veel combinaties gedragen: geruit of tweed jasje met effen broek.
De mantel: rechte jas, regenjas met ceintuur. Het haar: kort, achterovergekamd of met een scheiding opzij. De snor begon weer in de mode te komen.
De hoed: alleen oudere mannen droegen een hoed, meestal een deukhoed.
De schoenen: onder invloed van Italië smalle spits toelopende schoenen, bruine en zwarte molières.
Omdat de verschillende modelijnen tussen’55 en ’64 elkaar zeer snel hebben opgevolgd, worden hier alleen de meest typerende aspecten aangegeven. Enerzijds was er de Parijse haute couture met een mode die bekendheid kreeg door veelvuldig gefotografeerde vrouwen als Jacqueline Kennedy en Farah Diba.
Het voortbestaan van de haute couture werd gegarandeerd door – vooral Amerikaanse – inkopers van grote confectiehuizen. Anderzijds waren er film, televisie en rock ‘n’ roll die de jeugd inspireerden tot het dragen van kleding en kapsels zoals die van James Dean, Brigitte Bardot en Elvis Presley.
De kleding van de vrouw veranderde vooral tot 1960 ieder jaar van silhouet : in 1954 Dior met A-lijn, in 1955 H-lijn, in 1957 De Givenchy met ‘ligne sac’ en ‘ligne tulipe’, in 1958 Cardin met S-lijn en Yves St. Laurent met trapeziumlijn.
De mantel: sportieve rechte jas met grote zakken en een rugceintuur. Poplin regenjassen met hoedje, vaak gedragen als zomerjas. Korte of driekwart suède jasjes in vele kleuren.
De avondkleding: lang, strak lijfje, wijde rok. Na 1960 lange rok met blouse als informele avondkleding. De sportieve kleding: naar aanleiding van de spijkerbroek nu voor het eerst pantalons met een ritssluiting middenvoor. Na 1960 meer bikini’s. Tot 1960 de driekwart broek met sweater van badstof.
Het haar: sterk getoupeerd, opgestoken haar , voorzien van haarlak. Verder het enveloppenkapsel en de paardestaart. Veel oogmake-up: eyeliner, mascara en oogschaduw.
De hoed: minder hoeden. Bij een geklede jurk een dopje van dezelfde stof achter op het hoofd.
De accessoires: nieuw (1955) zijn de plastic tassen, soms twee modellen in één (schoudertas en beugeltas).
De schoenen: pumps met lage gebogen hakken of hoge naaldhakken. Een Italiaanse vinding was de stalen naaldhak. Bij wijde zomerjurken ballerina’s.
De kleding van de man werd wat eleganter onder invloed van de Italiaanse herenmode. We zien smallere jasjes, smalle broekspijpen en andere kleuren dan alleen blauw en grijs.
De mantel: rechte wollen jas, korter model. Jonge mensen monty-coat of jopper.
De sportieve kleding: De Amerikaanse rock ‘n’ roll bracht de spijkerbroek in de mode, gedragen met een T-shirt of een lange trui.
Het haar: kort met zijscheiding. Jongens een Elvis Presley-kuif. Geen hoeden.
De schoenen: smalle, puntig toelopende schoenen en schoenen van juchtleer.
1964 was een belangrijk jaar voor de ontwikkelingen in de mode. In Parijs trachtte Courrèges, geïnspireerd door de ruimtevaart, met zijn astronauten-look, het tanende gezag van de haute couture te herstellen. Hij kon echter niet verhinderen dat de sympathie van de jeugd uitging naar het ‘swinging London’ van Mary Quant, de Beatles en boetieks als Biba. Het schoonheidsideaal van zowel Quant als Courrèges was een slanke, jongensachtige vrouw in een minijurk.
De kleding van de vrouw was revolutionair kort, ongeveer twintig centimeter boven de knie. De minijurk was recht, vaak met halflange ingezette mouwen en een accent op de heupen.
Pas na 1968 kwam een langere mode: de midi (halflang) en de maxi (lang).
Er ontstond een verward modebeeld, waaruit de pantalon als noodoplossing naar voren kwam.
De mantel: kort, smal iets gerend model. Na 1968 de maxi-jas en de ,lange cape of de korte bontjas, voor het eerst ook van synthetisch bont. Regenjas van lakplastic en doorzichtig plastic .
De avondkleding: de formele avondjurk van kostbare stof werd vervangen door een rechte lange jurk (jersey of lurex), een fluwelen broekpak of een smokingpak (St. Laurent).
De sportieve kleding: kleine bikini’s; badpakken met ‘uitgeknipte’ stukken.
Het haar: kort pagekapsel of halflang haar met een golf naar buiten. Rage: pruiken van echt of synthetisch haar. Veel oogmake-up.
De hoed: grote pet of klein astronautenkapje, wollen muts met bijpassende shawl.
De accessoires: sieraden van zilver en (van Paco Rabane) halsornamenten, oorhangers en zelfs jurken van hardplastic plaatjes en metalen ringetjes. De jeugd droeg Indiase sieraden. Kleine schoudertassen en zeer grote zonnebrillen.
De schoenen: vooral opvallend dat laarzen in deze periode ook binnenshuis werden gedragen, o.a. zomerlaarzen van vinyl en linnen.

De kleding van de man kreeg onder invloed van Italië meer variatie: onconventionele stoffen als fluweel en ribfluweel, gekleurde hemden met dessins, zijden en dunne wollen coltruien. Pierre Cardin ontwierp voor de Beatles pakken met kraagloze jasjes.
De mantel: na 1968 ook midi-jassen voor mannen. In plaats van een jas vaak een kort suède jack.
De avondkleding: bij een smoking vaak een brede gekleurde gordel en een speciaal hemd met kantjes. Een fluwelen pak met zijden coltrui kon de smoking vervangen.
Het haar: langer haar, bakkebaarden. Jonge mannen soms tot op of over de schouders.
De schoenen: suède booties, molières en instapschoenen.
De hippe kleding, voor jonge mensen in navolging van de ‘hippies’: spijkerpak, Indiaas hemd, Afghaanse jas, lange Indiase jurken met oosterse sieraden. Dit alles met sandalen of laarzen.
De mode van de jaren zeventig was een afspiegeling van het verschil in mentaliteit met de voorafgaande perioden.
Europa werd geconfronteerd met de Derde Wereld, met milieuvervuiling en oliecrises. Niet dat men zuiniger ging leven; integendeel, aan kleding werd meer uitgegeven dan ooit. In de mode zien we veel uitheemse en folkloristische elementen en een voorkeur voor natuurlijke vezels.
De kleding van de vrouw was gevarieerder dan tijdens de periode van de mini-mode. Vlak na 1970 bestond de trend om kledingstukken over elkaar te dragen; een voorbeeld hiervan was de robe housse. Engelse invloeden op de mode hadden Mary Quant met hotpants en Laura Ashley met Victoriaanse romantische jurken.
Parijs deed van zich spreken door de japanse ontwerper Kenzo die Tibetaanse volksdracht tot mode maakte: doorgestikte jakken, overkousen en pofbroeken. Broeken werden overigens in allerlei lengten en modellen gedragen. De roklengte varieerde van net onder de knie tot halverwege het been.

De mantel: ruime mantels en regenjassen, poncho’s en bontjassen.
De avondkleding: kaftans, lurex truitjes en discokleding.
De sportieve kleding: skikleding voor het koude jaargetijde; trainingspakken om in te trimmen, maar ook voor in huis.
Het haar: rond 1970 nog veel pruiken. Daarna halflang haar. In 1974 afro-kapsels, onder invloed van de trend ‘black is beautiful’. Na 1975 kort in model geföhnd haar. Na 1978 lang, gepermanent haar en kapsels uit de oorlogsjaren.
De hoed: shawls om het hoofd geknoopt. Weinig echte hoeden, wel allerlei mutsen.
De accessoires: vingers vol ringen, armen vol armbanden, speldjes. Oorbellen door gaatjes in de oren: kleine knopjes en lange hangers.
De schoenen: geïnspireerd op de oorlogsjaren waren de plateauzolen en schoenen met sleehakken.

De kleding van de man: invloeden van de jaren twintig en dertig met getailleerde krijtstreepkostuums. Verder ribfluwelen pakken, blazers en colbertkostuums.
De mantel: jassen van leer, suède en bont. Veel jacks. De jeugd droeg legerkleding.
Het haar: jongeren soms zeer lang. Na 1977 is lang haar geen mode meer. Men droeg veel korte baarden.
De accessoires: schoudertas of polstas. Meer verzorgingsartikelen voor mannen.
De schoenen: evenals bij de vrouw (tot 1974) verhoogde zolen. Halfhoge en hoge laarzen.
.
In de beginjaren van deze periode ondervond de westelijke wereld een duidelijke teruggang in de economie. Wellicht daardoor ontstond een algemene tendens van teruggrijpen naar oude waarden. Men werd weer ambitieus en prestatiegericht. Men hechtte opnieuw waarde aan omgangsvormen (etiquetteboeken!). Zelfs jonge mensen droegen weer klassiekere kleding, de vrouwen rokken, de mannen pakken.
De kleding van de vrouw: enerzijds zeer vrouwelijk als de kleding van filmsterren uit de jaren dertig. Duidelijk accent op buste en heupen, meer japonnen en rokken.
Anderzijds heel jongensachtig – Comme des Garçons – met veel te ruime mannenkleding: overhemd met stropdas, wijde met ceintuur bij elkaar gesjorde broek en ‘oversized’ blazer.
De mantel: lang en ruim. Veel driekwart en zevenachtste mantels.
De sportieve kleding: sportkleding wordt straatmode: skijacks, tennishaarbanden, golfbroeken, shorts, aerobic dancingpakjes. Broeken net boven de enkels.
De avondkleding: terugkeer van het officiële avondtoilet .
De badkleding: badpakken met hoog opgeknipte pijpen.
Het haar: sluik, op kaakhoogte in de bobbed-stijl van de jaren twintig. Piekige jongenskoppen met gel.
De hoed: meer hoeden. Vilten herenhoeden.
De accessoires: brede gedrapeerde ceintuurs. Veel kitschjuwelen. Tassen passend bij schoenen.
De schoenen: hakken laag tot geheel plat. Gymschoenen en laarzen.
De kleding van de man: twee duidelijke stromingen: een terugkeer naar de klassieke zakelijkheid en een grote invloed van allerlei sporten. Mannenkleding valt soepeler door minder stijf binnenwerk. Broeken met bandplooien. Aandacht voor mooie overhemden en dassen. Geruite golfbroeken.
De jas: nieuw zijn lange tweedjassen met ceintuur en herwaardering voor de klassieke trenchcoat.
Het haar: kort en ongeschoren, permanent en een coupe soleil. Baarden zijn ouderwets, een stoppelbaard van twee dagen zeer trendy.
De schoenen: jongeren basketbal- en trimschoenen. Terugkeer van de klassieke veterschoen.

.
.

Volgens een recent onderzoek van het Nederlandse Voedingscentrum staat bijna 1 op 4 koelkasten thuis te warm afgesteld. Volgens het Voedingscentrum (en andere voedingsexperts) is de ideale temperatuur voor een koelkast 4°C. Bij die temperatuur wordt de groei van ziekmakende bacteriën en schimmels het meest geremd. Bij 4 °C vermenigvuldigt listeria zich bijvoorbeeld half zo snel als bij 7 °C. Salmonellabacteriën vermenigvuldigen zich bij 4°C niet meer.
Bij een kwart van de koelkasten bij consumenten staat de koelkast echter ingesteld op warmer dan 7°C. Op de website van de Federale Dienst Klimaatverandering (www.climat.be) wordt zelfs gezegd dat de ideale temperatuur in de koelkast 6 à 7 °C is. Een lagere temperatuur zou onnodig energie kosten…
Temperatuurtips
• Om uw etenswaren vers te houden moet de thermostaat van uw koelkast ingesteld staan op minstens 5 graden en moet u erop toezien dat de temperatuur binnenin tussen 0 en 4°C blijft, en in ieder geval lager dan 7°C.
• De temperatuur in de koelkast is regelbaar met de daarvoor bestemde knop. Meestal is een schaalverdeling op de knop aangebracht van 1 tot 3, 5, 7 of 10. Hierbij geldt: hoe hoger de waarde, hoe hoger de koelstand, dus hoe lager de temperatuur. Voor de meeste koelkasten is een stand van circa 60% voldoende (3 op een schaal van 5 of 6 op een schaal van 10).
• Controleer de temperatuur in de koelkast regelmatig op verschillende plaatsen. Gebruik daarvoor een speciale koelkastthermometer (te koop bij de huishoudwinkel). Plaats de thermometer in een glas water en bekijk de temperatuur na enkele uren, als de koelkast een tijd dicht is geweest. Is de temperatuur te hoog, pas dan de thermostaatstand aan.
• Koelkasten met een *** of ****-vriesvak hebben een koeling in de achterwand. Deze koelkasten zijn het koudst achterin en onderin (boven de groentela). Koelkasten met * of ** hebben bovenin een vriesvak met daaronder de koeling. Deze koelkasten zijn boven achterin het koudst.
• In een vriesvak met 1 ster kunt u etenswaren gedurende een paar dagen bewaren.
Een vak met 2 sterren houdt diepvriesproducten gedurende 3 à 4 weken bevroren, maar bevriest geen verse producten.
In een vak met 3 sterren kunt u diepgevroren producten ongeveer 3 maanden bewaren, maar geen verse producten invriezen.
Indien uw vriesvak 4 sterren heeft, daalt de temperatuur onder -18°C en kunt u verse of diepgevroren producten invriezen en bewaren tot de datum die staat aangegeven onder “ten minste houdbaar tot”.
.
.
• In een koelkast wordt de koude niet homogeen geproduceerd. Wanneer uw koelkast niet uitgerust is met een systeem voor luchtcirculatie of luchtventilatie, verschilt de temperatuur bovenaan, in het midden en onderaan het toestel.
Als u weet dat warme lucht stijgt en koude lucht daalt, is het makkelijk de verschillende koudezones in uw koelkast te herkennen. In functie van de ideale bewaartemperatuur van uw producten kiest u het meest geschikte legplateau.
• Koudste zone (tussen 0° en 4° C): De koudste plek in je koelkast bevindt zich direct boven de groentela achterin. Op deze plek moet je dus je meest bederfelijke producten bewaren. Hier plaatst u rauw vlees en rauwe vis, zuivelproducten (verse kaas of kaas van rauwe melk), vers fruitsap, charcuterie, producten die u ontdooit, bereide gerechten, zeevruchten…
• Koele zone (rond 4°): dit is het middelste deel van de koelkast. Hier plaatst u best gebakken vlees en vis, gekookte groenten en fruit, gebak, sausen, harde of halfzachte kazen, yoghurt, slagroom…
• Groentenbak (tussen 4° en 6° C): dit is de bak die zich helemaal onderaan de koelkast bevindt. Hier komen verse groenten en fruit.
• De deur van de koelkast – de gematigde zone (rond 6°) deze zone is het warmst. Hier plaatst u best voedsel dat licht gekoeld moet worden, zoals eieren, boter, confituur, mosterd, koffie, dranken, sausen…
• Onder de 4°C kan bij sommige fruit- en groentesoorten lage-temperatuurbederf optreden. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, hoeft u groenten en fruit niet altijd in de koelkast te bewaren. Vruchtgroenten zoals tomaat, komkommer en paprika, en bepaalde vruchten als banaan, meloen, ananas, avocado, citroen en mango kunnen beter ongekoeld worden bewaard.
• Voor verse vis geldt een bewaartemperatuur die lager ligt dan 4°C. Deze kan volgens het Voedingscentrum dan ook het best in folie in een schaal met ijsklontjes bewaard worden, en dan hooguit 2 dagen.
• Stapel niet te veel producten op elkaar in de koelkast. De lucht moet immers tussen de voedingswaren kunnen circuleren.
• Wanneer veel boodschappen in de koelkast moeten, kan de koelkast tijdelijk een standje hoger gezet worden. Naarmate de koelkast voller staat, kost het meer tijd om alles op de juiste temperatuur te krijgen en te houden.
• Plaats nooit rauwe producten boven bereide producten. Vermijd zo overdracht van ziekteverwekkende bacteriën van rauwe op bereide producten door in de koelkast bv. vers vlees in een doosje te bewaren, zodat de ‘drip’ (vocht) niet op andere producten kan terechtkomen.
• Laat bereide gerechten afkoelen voordat u ze in de koelkast plaatst. Zorg dat het binnen twee uur afkoelt, bijvoorbeeld door het te verdelen in kleine porties of de pan af te laten koelen in een bak met ijskoud water. In een bereid product kunnen bepaalde bacteriën sneller groeien. Bewaar deze producten daarom afgedekt, in een bakje met een deksel of met cellofaan eromheen. Bovendien is zo uitdroging te voorkomen. Bewaar bereide gerechten niet langer dan 2 dagen in de koelkast (of 3 maanden in de diepvries).
• Zet producten na gebruik meteen weer in de koelkast. Schenk bijvoorbeeld melk in een beker, in plaats van het pak op tafel te laten staan. Dan hoeft het niet weer helemaal opnieuw af te koelen. Bovendien verkort 1 uur buiten de koelkast de houdbaarheid van de melk al met 1 dag.
• Respecteer de bewaarvoorschriften die op de verpakking staan.
• Respecteer de vervaldatum. Zodra de verpakking open is, is de houdbaarheidsdatum niet meer geldig en mag een koel te bewaren product niet langer dan 2 à 3 dagen in de koelkast bewaard worden.
• Wanneer bederfelijke waren warmer zijn geworden dan circa 7 °C, is het verstandig ze meteen te gebruiken. Boven een temperatuur van ongeveer 10 °C is het veiligheidshalve beter om alles uit de koelkast weg te gooien, met uitzondering van ongeopende flessen en pakken sap.
• Maak de koelkast geregeld schoon met een vaatdoekje en een sopje, in elk geval eens per maand. De koelkast kan na reinigen het best met een schone doek worden gedroogd.

Pasteltekening van John Astria
Wat moeten we met boeken als De Da Vinci Code? Op zich kunnen we daar kort over zijn. Het gaat bij dit soort hypes meestal om ongefundeerde verzinsels. Er zijn geen historisch betrouwbare bronnen waaruit blijkt dat Jezus een liefdesrelatie had met Maria, laat staan dat ze getrouwd waren of kinderen hadden. Het evangelie van Judas? Of één van de vele andere ‘gnostische evangeliën’, zoals die van ‘Thomas’, ‘Philippus’, ‘Maria’ of ‘de waarheid’? Gnostisch betekent ‘speciale kennis’. Het zijn meningen en denkbeelden van bepaalde sekten en groeperingen. Ze baseren hun beweringen op een enkel manuscript, of zelfs enkele fragmenten, die niet ondersteund worden door historische feiten. Van de Bijbelse geschriften zijn echter tienduizenden kopieën en fragmenten gevonden en ze worden ondersteund door vele historische en archeologische bevestigingen.
En andere godsdiensten dan, die zijn toch net zo goed? Leiden de heilige boeken van christenen, moslims, boeddhisten en hindoeïsten niet naar dezelfde God? De Bijbel is het enige boek waar geen wetenschappelijke fouten in staan. De God van de Bijbel is persoonlijk, komt naar mensen toe, doorbrak de macht van de dood en geeft echte vrijheid van elke soort ziekte en verslaving. Mohammed was geen Allah, Boeddha was geen God, Jezus beweerde God te zijn. Jezus is de enige die deze claim waar kan maken, dat kun je aan den lijve ondervinden. Was hij een leugenaar, een goed mens, gek, of God?
– Enuma Elish, het Babylonisch scheppingsverhaal, beschrijft een schepping uit bestaand materiaal. De Bijbel verklaart dat tijd en ruimte een begin hebben zoals de wetenschap beweert.
– Het Gilgamesh epos met het Babylonische zondvloedverhaal is wetenschappelijk zwak. De Bijbel is veel gedetailleerder en correcter. Andere zondvloedverhalen zijn vaak absurd en niet serieus te nemen. (Eén man in een kano, of een boot in de vorm van een kubus)
– De lang levende koningen in Kish gevonden op Sumerische kleitabletten. Ze zouden 10.000 tot 64.000 jaar geleden hebben geleefd. Toen de Babylonische tradities nader bekeken werden bleek dat er gebruik gemaakt werd van verschillende getallenstelsels (10-tallig en 60-tallig). Na omrekening bleken jaartallen tot op 200 jaar nauwkeurig aan te sluiten op de Bijbelse verslagen.
– Ur, de stad waar Abraham vandaan kwam, is opgegraven.
– Ook Nineve en andere Bijbelse plaatsen zijn gevonden.
– Gebruiken, transacties en benamingen van bvb. Hethieten en Egytenaren kloppen met hun eigen geschriften.
– Met de Dode Zeerollen kon de overschrijffout van de 70 mensen van Jakob worden hersteld (Gen.46:27 – Han.7:14 – het waren er 75). Maar vele andere feiten worden bevestigd door de Dode Zeerollen, alleen al het bijna complete boek van Jesaja. De manuscripten waar onze huidige Bijbel op gebaseerd is, zijn zo nauwkeurig overgeschreven dat er nauwelijks verschillen te bespeuren zijn met de 1000 jaar oudere Dode Zeerollen.
– De wetten die Mozes opschreef zijn duidelijk van één schrijver, gedateerd op 1500 voor Chr.
– De plagen die over Egypte kwamen, beschreven in het boek Exodus, pakken elk een godheid van het oude Egypte aan. Ze waren een voorbode van wat we nu weten van de oude Egyptische cultuur.
– Tempels van heidense goden die in de Bijbel genoemd worden, zijn gevonden.
– Uitspraken in het oude testament komen overeen met uitspraken uit niet-Bijbelse geschriften van die periode.
– Jesaja 20:. Het bestaan van koning Sargon van Assyrië is lang betwist. Nu is zijn paleis gevonden in Khorsabad. Men vond een muurschrift en een bibliotheek waarin de strijd tegen Asdod wordt genoemd.
– Het bestaan van Koningen Sanherib en Nebuchadnezzar is bevestigd.
– Geschriften van Ezra en Nehemia over de koningen en gebeurtenissen van die tijd zijn bevestigd.
– De kritiek op de volkstelling door Quirinius (Jozef en Maria naar Betlehem) is weerlegd. Quirinius was twee maal aan het bewind.
– De meest aangevallen boeken (Torah, Ezra/Nehemia, Lukas) worden door een overweldigende hoeveelheid feiten bevestigd, zowel door andere geschriften uit die tijd, als archeologische opgravingen.
– Talen nemen af in complexiteit. Oude talen waren veel complexer. Dat is een bewijs dat mensen vroeger intelligenter en vindingrijker waren, zoals je in een Bijbelse wereldvisie zou verwachten.
– Taalgroepen zijn niet terug te brengen tot één groep, wat de verwarring van talen bij Babel (Genesis 11) onderbouwt.
– De oudste gebouwen die we kennen, zoals bijvoorbeeld piramides en tempels, zijn zo knap gebouwd dat ze wel door hoog intelligente mensen gebouwd moeten zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat mensen vroeger primitiever waren. Dat er ooit holbewoners waren die stenen gereedschappen en houtvuurtjes gebruikten zegt op zicht niets. Er zijn vandaag de dag nog stammen die zo leven.
– De curve van bevolkingsgroei is zodanig dat het Bijbelse verhaal van acht mensen na de zondvloed heel aannemelijk is.
– Zijn de geboden en verboden van de Joodse wet achterhaald? Neen want Exodus, Leviticus en Numeri zijn juist heel erg actueel. In de middeleeuwen waren er veel ziektes, maar de Joden in Straatsburg bleven gezond. Lepra, pest en geslachtsziekten werden goed behandeld: quarantaine, wassen, verbranden van kleren, uitwerpselen buiten het kamp begraven, nagels knippen en laten horen dat je ziek bent.
– In een kraamkliniek in Wenen (1840) werkte een Hongaarse dokter, Ignaz Semmelweis. Hij liet artsen hun handen wassen na lijkschouwingen, waardoor het sterftecijfer onder zwangere vrouwen drastisch daalde.
– Regels voor gezond leven in het OT waren zeer goed en hun tijd ver vooruit.
– De reine dieren waren precies de dieren die in dat klimaat geschikt waren voor consumptie of nodig waren voor het biologisch evenwicht. Alle wetten eromheen gaven de juiste instructies voor het omgaan met vlees. De besnijdenis werd op de 8e dag gedaan. Alleen op die dag is de bloedstollingswaarde 110%. Onder besneden mannen en hun vrouwen komen bijna geen geslachtsziekten voor.
– Exodus 20: 8-10 schrijft een dag in de week rust voor. God zelf rustte op 7e dag

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps. Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

Pasteltekening van John Astria
-zijn doel met deze wereld
-de toekomst van Israël en de wereld
-het mysterie van het goede en het kwade
-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het kwade
-de toekomstige natuurrampen en oorlogen
-de wederkomst van de Messias
-de dag des oordeel
-het uitzicht in de hemel en zijn troon
-de nieuwe hemel en de nieuwe aarde
De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.
Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.
.
.
.
Biotiet wordt gevonden in granietgesteenten, gneis en schisten. Zoals andere mica’s heeft biotiet een perfecte splijting: het kan gemakkelijk in buigbare platen gespleten worden. Het heeft een hardheid van 2,5 – 3 en een dichtheid van 2,7 – 3,1 g/cm3.
Het heeft een groenachtige tot bruine of zwarte kleur en kan zowel doorschijnend of opaak zijn. Biotiet wordt soms gevonden in grote platen, vooral in pegmatieaders. Het komt ook voor als een metamorf gesteente of als product van de afwisseling van hoornblende, augiet, werneriet en gelijkwaardige mineralen.
.
.
.
.
Biotiet is genoemd naar de Franse natuurkundige Jean Baptiste Biot.
.
.
.
.
.
Biotiet komt voor in de lava van de Vesuvius, in Monzoni en op vele andere plaatsen in Europa. In de VS wordt het gevonden in de pegmatieten van New England, Virginia en North Carolina, evenals in de granieten van Pikes Leak.
.
.
.
.
.
samenstelling: K(Mg,Fe)3AlSi3O10(OH)2
hardheid: 2,5 – 3
dichtheid: 2,8 – 3,4
.
.
.
.
| Mineraal | ||
| Chemische formule | K(Mg,Fe2+)3AlSi3O10(OH,F)2 | |
| Tweelingen | zelden | |
| Kleur | Groen, bruin en zwart | |
| Streepkleur | Grijs | |
| Hardheid | 2,5 – 3 | |
| Gemiddelde dichtheid | 2,7 – 3,1 kg/dm3 | |
| Opaciteit | Doorzichtig, doorschijnend tot opaak | |
| Splijting | [001] Perfect | |
| Kristaloptiek | ||
| Kristalstelsel | Monoklien | |
| Dubbele breking | (0,028-0,07) | |
| Bijzondere kenmerken | kippenveluitdoving | |

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
De Spathiphyllum verbruikt redelijk veel water. Bij een water tekort geeft deze bloeiende kamerplant dat aan door te gaan hangen. Geen zorgen want de Spathiphyllum staat al snel weer overeind van een flinke scheut water. Deze kamerplanten groeien van oorsprong in de omgeving van de Amazone. Wanneer deze rivier buiten zijn oevers treedt, kan de Spathiphyllum zelfs onderwater overleven. Je kunt deze plant het beste tweemaal per week water geven. Probeer de hoeveelheid zo aan te passen dat de Spathiphyllum een beetje slap gaat hangen voordat de plant opnieuw water krijgt.
De Spathiphyllum vraagt om een hoge luchtvochtigheid. Sproeien zal de gezondheid daarom versterken, vooral in de winter wanneer de kachel zorgt voor een lage luchtvochtigheid in de woonkamer. Sproeien maakt de kans op nieuwe bloemetjes groter.
De Spathiphyllum verdraagt teveel direct zonlicht slecht. Vermijd daarom de middag zon. 3-5 uur direct zonlicht is ruim voldoende. Teveel zonlicht zal leiden tot bruine bladeren. Te weinig zonlicht leidt tot groene bloemen. De meest ideale standplaats is voor een raam op het noorden. Voor een raam op het westen of oosten kan je het beste een afstand van 2 tot 3 meter behouden. Voor een raam op het zuiden is een afstand van 3-4 meter aangeraden.
Overdag: +/- 16 °C
‘S nachts: +/- 14 °C
Het verpot een Spathiphyllum eens per 3 jaar of wanneer de pot te klein wordt. Doe dit bij voorkeur in de lente omdat in deze periode eventuele beschadigde wortels sneller herstellen. Je kunt de plant ook direct na aanschaf verpotten. Gebruik een plantenbak waarbij de diameter minimaal 20% breder is dan de vorige. Gebruik hiervoor universele potgrond of anthurium aarde. Voeg alleen hydrokorrels toe indien er een drainage gat aanwezig is.
Na 6-8 weken zijn de voedingsstoffen in de aarde verbruikt. Het is dan raadzaam de Spathiphyllum te bemesten. Gebruik hiervoor vloeibare voeding voor bloeiende kamerplanten. Kijk voor de juiste dosering op de verpakking. Gebruik nooit meer voeding dan aangegeven op de verpakking, liever iets minder. Bemesten in de herfst en winter is overbodig en kan zelfs schadelijk zijn.
Bruine bladeren zijn vaak het gevolg van een te droge lucht. Geel blad is het gevolg van te veel zonlicht. Groene bloemen zijn weer het gevolg van te weinig licht.
Knip uitgebloeide bloemen zo laag mogelijk weg. Ook oude lelijke blaadjes kan je eenvoudig laag bij de grond afknippen.
Het vermeerderen kan door scheuren. Deel de pol in het voorjaar en plaats de plantjes in stekgrond.
Spathiphyllums zijn geliefd vanwege hun witte bloemetjes. Alhoewel deze kamerplant continue in bloei kan staan zal de bloei periode meestal zo’n 2 maanden zijn. 3 maanden later verschijnen er weer nieuwe bloemen. Bloei kan je stimuleren door plotselinge verwaarlozing of door opzettelijk de wortels te beschadigen.
Spathiphyllum’s zijn licht giftig. Het blad is schadelijk na inname door dieren of kinderen.
De Spathiphyllum krijgt soms last van spint onder droge omstandigheden. Sproei daarom regelmatig ter preventie.


JOHN ASTRIA