Tagarchief: macht

Boodschap 337 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

De aanbidding van het gouden kalf

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

DE ZUCHT NAAR GELD, MACHT EN EER

BRENGT NOOIT VOLLEDIGE VOLDOENING

EN ZEKER GEEN GELUK

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Smaragd.

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Kenmerken van smaragd

 

Smaragd is al zeer lang bekend en geliefd, alle befaamde schatten uit de historie bevatten smaragden. De edelsteen is transparant en heeft een prachtige helder groene tint, die doet denken aan de natuur en het frisse groen van de lente. Het groen is zo bijzonder, dat die tint de eigen naam smaragdgroen kreeg. Smaragd is een variant van het mineraal beril (of beryl), net als z’n zusje aquamarijn. Beide stenen genieten faam als een koninklijke steen. Niet alle groene beril is smaragd. De kleur moet echt heldergroen, grasgroen of smaragdgroen zijn. In de praktijk zijn smaragd en groene beril moeilijk uit elkaar te houden.

Omdat de steen kostbaar is, wordt smaragd ook synthetisch nagemaakt. Als je door een microscoop kijkt, zie je duidelijke verschillen tussen natuurlijk gevormde en nagemaakte smaragd. Echte smaragd vertoont onregelmatigheden en kleurverschillen, terwijl de synthetische steen inwendig zeer regelmatig is. In de edelsteentherapie wordt de smaragd graag gebruikt vanwege zijn regenererende, herstellende werking. Veel huidklachten verminderen door het dragen van een sieraad met smaragd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Herkomst van de naam

 

Over de betekenis van de naam smaragd bestaan verschillende theorieën. Zeker is dat het woord smaragd is afgeleid van Latijn smaragdus. De herkomst van Latijnse woord is echter onduidelijk. Het kan ontleend zijn aan Grieks smaragdos (‘groene steen’). Het zou echter ook ontleend kunnen zijn aan Grieks smaragein (‘donderen, onweren’). In dat geval zou smaragd ‘bliksemende steen’ of ‘dondersteen’ betekenen. De naam wordt ook wel verklaard uit Arabisch achmardi (‘groenachtig’) of Hebreeuws bâréket (‘schitterende steen’).

 

 

 

 

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Smaragd is al meer dan 4000 jaar bekend als heelsteen en als siersteen. Smaragd is in veel culturen het symbool voor macht, onsterfelijkheid en eeuwige jeugd, het steeds terugkerende groen na de winter. In de oudheid waren smaragden al geliefde edelstenen. Ze werden uit Boven-Egypte gehaald. Sommige mijnen zouden reeds 2000 v.Chr. in gebruik zijn. Bij de Egyptische farao’s was de smaragd zeer in trek. In Jabal Sukayt en Jabal Zabarah, vlakbij de Rode Zee, bevonden zich waarschijnlijk de beroemde smaragdmijnen van de farao’s.

In de tijd van Alexander de Grote (365-323 v.Chr.) werkten daar veel Griekse mijnwerkers. Vooral de smaragden van Cleopatra (96-30 v.Chr.) waren bekend. Rond 1817 zijn de resten van deze uitgebreide mijnen terug-gevonden. In het oude Griekenland (ca. 800-250 v.Chr.) werd de smaragd geassocieerd met de god Hermes, boodschapper van de goden. De smaragd werd verbonden met waarheid, waarachtigheid en welbespraaktheid.

Bij de Romeinen (ca. 600 v.Chr.-500 n.Chr.) waren alle groene stenen, en dus ook de smaragd, gewijd aan Venus, godin van de liefde. De kleur groen werd geassocieerd met de lente en met groeikracht. Bij opgravingen in onder andere Pompeji en Herculaneum zijn mooie sieraden met smaragd gevonden, zoals gouden ringen en oorbellen. De Romeinse keizer Nero (37-68) zou door een grote beril, vermoedelijk een smaragd, naar het spel der gla-diatoren gekeken hebben. Beril werkt als vergrootglas, en een kleurtje geeft de bloederige gevechten een ander aanzien. En misschien had Nero zo wel de zonnebril uitgevonden.

Bij de Azteken (ca. 1200-1500) was de smaragd de steen van de aarde en de vruchtbaarheidsgoden. Beelden van deze goden zijn altijd versierd met groene stenen, vooral met smaragd en jade. De groene kleur werd geas-socieerd met de regen die leven en vruchtbaarheid bracht. Middeleeuwse legenden vertellen dat de smaragd uit de kroon van Lucifer, de duivel, is gevallen. Smaragd zou dus eigenlijk een helse steen zijn. Maar juist daarom kon smaragd inzicht geven hoe demonen te werk gaan, en kon je door het dragen van een smaragden sieraad deugdzaam leven en duivelse invloeden uit de weg gaan. In sommige sprookjes kon je door een smaragd in je mond te nemen onzichtbaar worden, of de taal der dieren verstaan.

Volgens de mysticus Johannes van Ruusbroec (1293-1381) is de smaragd de steen van de uitstorting van de Heilige Geest in Christus. Het is de steen van geloof, hoop en liefde. Een inspiratiebron van de middeleeuwse alchemie was de zogenoemde Smaragden Tafel, de Tabula smaragdina. Het is een groot stuk smaragd waarin een tekst is gegraveerd. De tekst, toegeschreven aan de mythische wijze Hermes Trismegistus, is een alchemistische verhandeling over energie die alles gecreëerd heeft. Omdat de tekst in een smaragd is gekerfd, moét het wel waar zijn…

 

 

 

 

 

smaragden tafel

 

Boven een 17e-eeuwse afbeelding van de Smaragden Tafel door Heinrich Khunrath, 1606.

 

 

Spiritueel

 

* Smaragd laat je eerlijk naar jezelf kijken, waardoor je je vastgeroeste patronen ziet en deze kunt doorbreken.

* Smaragd opent je hartchakra en helpt je te leven vanuit een onvoorwaardelijke liefde voor je omgeving.

* Smaragd maakt rustig in het hoofd, kalmeert. Smaragd helpt je jouw innerlijke wijsheid aan te boren, je intellect en analytisch vermogen groeien.
* Smaragd trekt liefde, harmonie en overvloed aan.
* Smaragd is de steen van de Waarheid.
* Smaragd geeft emotionele veerkracht, en verzacht arrogantie, jaloezie en egoïsme.
* Hij helpt negativiteit om te zetten in positieve zaken. Smaragd bevordert het gevoel van algeheel welbevinden en het gevoel voor esthetiek. Smaragd is een steen die in crisistijden nieuwe richtingen en doelen laat zien.
* Smaragd symboliseert de krachten van de natuur, van groei en regeneratie op alle denkbare niveaus. De smaragd verbindt je met de krachten van de natuur. Hij leert je in harmonie met de natuur en jezelf te leven.

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

De insluitsels ondermijnen de structuur van de steen en maken deze kwetsbaar bij het bewerken. Daarom gebruikt men bij het bewerken vaak een rechthoekig slijpsel, het ‘smaragdslijpsel’. Daarin gedijt de smaragd het best.Smaragd is een beril, een aluminium-beryllium-silicaat. Chroom is de kleurgevende component, soms samen met vanadium. Alleen chroomhoudende groene beril wordt als smaragd beschouwd.

 

 

Samenstelling: Be3(Al,Chr)2Si6O18 + K, Li, Na, + (Cr, V)
Hardheid: 7,5 – 8
Glans: glasglans
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, ondoorzichtig
Breuk: klein, schelpvormig, ruw
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 2,67 – 2,90
Kristalstelsel: hexagonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Het evangelie van Judas.

Standaard

categorie : religie

 

 

Judasevangelie

 

Het Judasevangelie is een door de RK-Kerk als ketters veroordeelde gnostische tekst. Kerkvader Ireneus waarschuwde er rond 180 na Christus al tegen. Een afschrift van de eeuwen lang verloren gewaande tekst werd eind twintigste eeuw ontdekt en in april 2006 aan de wereld gepresenteerd.

 

 

Goede boodschap

 

Het Griekse woord ‘evangelie’ betekent letterlijk ‘goede boodschap’ of ‘blijde boodschap’. In het Nieuwe Testament wordt Evangelie gebruikt om de verkondiging van het Rijk Gods door Jezus Christus aan te duiden. Ook slaat ‘evangelie’ in het Nieuwe Testament op de door de volgelingen van Jezus, de christenen, verkondigde goede boodschap dat Hij in zijn optreden op inspirerende wijze aan Gods koningschap gestalte heeft gegeven.

 

 

Boek

 

De Blijde Boodschap werd in de kringen der christenen aanvankelijk alleen mondeling doorgegeven. In de loop van de tweede eeuw is ‘evangelie’ ook de aanduiding geworden van een boek dat een schets geeft van de betekenis van Jezus’ levensloop voor het Heil der mensen, met bijzondere nadruk op zijn Lijden en dood. Omdat er toen reeds vele geschriften van dat type in omloop waren, werd het woord ‘evangelie’ in het vervolg ook in het meervoud gebruikt.

 

 

Vier evangeliën

 

De RK-Kerk heeft uiteindelijk vier evangeliën als canoniek bestempeld en in het Nieuwe Testament opgenomen. Het gaat om teksten die worden toegeschreven aan de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Hoewel onbekend is wie de geschriften nu precies hebben geschreven dan wel samengesteld, staat vast dat de teksten alle in de eerste eeuw na Christus tot stand kwamen.

 

 

 

 

Gnosis

 

In de tweede eeuw na Christus bloeiden vele scholen, die ‘Gnosis’ leerden. ‘Gnosis’ stond in het oud-Grieks voor ‘geheime kennis’ of ‘esoterisch inzicht’. Alleen wie beschikte over een geheime, aan ingewijden voorbehouden kennis van de goddelijke en kosmische orde, kon verlossing bereiken, zo meende de aanhangers van deze leer: de zogeheten ‘gnostici’. Er bestond indertijd een verwarrende veelheid aan gnostische scholen, die enigszins geordend kan worden door, uitgaande van bepaalde gemeenschappelijke gedachten, enkele stromingen te onderscheiden.

 

 

Geest tegenover materie

 

De scholen van de gnostische stroming die in de tweede eeuw na Christus een grote populariteit genoot, stelden veelal geest en materie scherp tegenover elkaar. Materie, zo leerden zij, is de ‘hechtgrond’ van al het kwade. De godheid, zuiver geest, moet volledig aan de materie, en dus ook aan onze aardse materiële wereld onttrokken zijn. De godheid kan de wereld dan ook niet geschapen hebben. De schepping is het werk van een lagere god, gelijk te stellen aan de door de filosoof Plato opgevoerde ‘demiurg’.

 

 

 

 

 

Demonen en eonen

 

De wereld, zo leerden vele gnositici in de tweede eeuw, wordt bevolkt door demonen. Tegenover deze boze wezens staan goede geesten, aangeduid met de term ‘eonen’. Deze ‘eonen’ zijn niet geschapen, maar ‘vloeien voort’ uit de hoogste godheid (‘emanatie’). Alle ‘eonen’ tezamen maken het ‘pleroma’ uit: de volheid van de godheid, oftewel een Rijk van Licht.

 

 

Goddelijke vonk

 

De mens, zo werd in gnostische kringen vrij algemeen aangenomen, is een vermenging van geest en materie. De menselijke ziel (‘geest’), is een ‘vonk’ of ‘straal’ van het goddelijk Licht, die is ingekerkerd in het menselijk lichaam (‘materie’). De ziel moet uit de materie worden bevrijd. Die bevrijding is dus alleen mogelijk door het ontvangen van geheime kennis: de gnosis, die een geestelijke opstanding uit de doden bewerkt.

 

 

Christus als ‘eoon’ en brenger der geheime kennis

 

Christus, zo verkondigden een aantal gnostici, moet worden gezien als een van de ‘uitvloeisels’ van de godheid: een ‘eoon’ dus. Hij was een goede geest die op aarde verscheen om demonen te bestrijden. Het was natuurlijk niet denkbaar dat Jezus waarlijk mens was geworden: als goddelijk, geestelijk wezen kon hij nooit werkelijk, maar alleen in schijn een materiële gedaante aannemen. Christus werd door veel gnostici niet enkel gezien als een demonenbestrijder, maar bovenal ook als Verlosser: als de goede geest die geheime kennis had geopenbaard.

 

 

 

 

 

Gnostische ‘evangeliën’

 

In verschillende teksten voerden gnostici Jezus ten tonele. Enkele van deze boeken werden door hen expliciet als ‘Evangelie’ aangeduid. Zo kenden gnostici het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, het Evangelie van Petrus, het Evangelie van Filippus en het Evangelie van Judas. Dat al deze zogenaamde ‘evangeliën’ niet zijn opgenomen in het Nieuwe Testament laat zich onder meer verklaren uit het feit, dat in deze teksten doorgaans niet Jezus en zijn boodschap centraal staat, als wel de persoon waarnaar het evangelie is vernoemd: Maria Magdalena bijvoorbeeld, of Judas.

 

 

Ireneus contra de ketters

 

De gnosis werd door de christelijke kerk fel als een gevaarlijke dwaalleer (Ketterij) bestreden. Een belangrijk bestrijder was kerkvader Ireneus van Lyon (ca 140-202 na Christus). Rond 180 na Christus schreef hij het werk ‘Tegen de Ketters’ (Contra Haereses). Ireneus vermeldt in zijn boek (I.31.1) een ketterse sekte, die naast Kaïn ook Judas zou hebben verheerlijkt.

 

 

 

 

 

Judas en zijn verraad

 

Judas Iskariot komt in het Nieuwe Testament naar voren als de leerling van Jezus, die hem voor 30 zilverlingen overlevert aan zijn vervolgers, de hogepriesters die uiteindelijk Jezus’ dood aan het kruis zullen bewerkstelligen. De ‘uitlevering’ van Jezus door Judas wordt door veel christenen traditioneel als ‘verraad’ gezien. Paus Benedictus XVI bevestigde deze opvatting op Witte Donderdag in 2006 tijdens een preek, waarin hij Judas Iskariot neerzette als de verpersoonlijking van de onbetrouwbare mens, voor wie geld, macht en succes belangrijker zijn dan de zo nadrukkelijk door Jezus verkondigde liefde.

 

 

 

 

 

Evangelie van Judas

 

De leden van de door Ireneus beschreven sekte zagen Judas beslist niet als de verrader van Jezus. Zij gingen, integendeel, zo ver om Judas als Jezus’ meest volmaakte leerling te verheerlijken. Judas zou, zo beschrijft Ireneus de leer van de sekte, het ‘mysterie van het verraad’ (‘mysterium proditionis’) hebben volbracht. De sekte zou volgens Ireneus over een ‘verdichtsel’ (‘confictio’) hebben beschikt, onder de titel Evangelie van Judas (‘Iudae Evangelium’).

 

 

Papyri gevonden

 

De tekst van het Judasevangelie werd, na de succesvolle onderdrukking van de gnosis door de kerk, nauwelijks nog overgeleverd. Geleerden beschouwden de tekst als verloren, totdat in het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw in Egypte een pakket van aan elkaar gekleefde, dicht beschreven papyrusbladen gevonden werd. Die zogeheten ‘codex’ bevatte, naar later werd vastgesteld, onder meer een tekst met de titel ‘Evangelie van Judas’.

 

 

Tchacos

 

De codex geraakte al snel na ontdekking in handen van louche handelaren. Na de nodige omzwervingen kwamen de papyri uiteindelijk in bezit van Frieda Tchacos-Nussberger, een galeriehoudster te Genève. Onder de naam ‘Tchacos-Codex’ zijn de bladen verder bekend geworden. De Codex is door de eigenaresse ondergebracht in een stichting en zal, naar verluidt, in de toekomst aan de Egyptische overheid worden overgedragen.

 

 

 

 

 

Hype

 

De rechten op openbaarmaking van het in de Tchacos-Codex opgenomen Judasevangelie werden verworven door de Amerikaanse organisatie National Geographic. Op 6 april 2006 presenteerde National Geographic met enig spektakel het Judasevangelie aan de wereld. De organisatie trachtte, onder meer met een televisie-uitzending op 9 april 2006, een zekere hype rond het boek te creëren. In diverse media werd daadwerkelijk gespeculeerd over het wereldschokkende belang dat de tekst zou kunnen hebben voor ons beeld van het leven van Christus.

 

 

Authenticiteit en datering der papyri

 

Aan de authenticiteit van de papyri die het Judasevangelie bevatten, hoeft volgens wetenschappers niet getwijfeld te worden. Het papyrus en de inkt zijn gedateerd op de derde eeuw na Christus. De tekst van het gevonden Judasevangelie is gesteld in het koptisch, de taal die christelijke Egyptenaren in die tijd bezigden. Geleerden nemen aan dat het origineel in het Grieks gesteld zal zijn geweest. Dit origineel zou dan vóór het jaar 180, toen Ireneus zijn ketterboek schreef, moeten zijn vervaardigd.

 

 

Korte inhoud van het Judasevangelie

 

De tekst beweert een geheim verslag te zijn van een onderhoud dat Jezus met Judas Iskariot zou hebben gehad. Jezus, zo verhaalt de tekst, treft op zekere dag zijn leerlingen in gebed bijeen. Hij voegt zich bij hen, en brengt hen met gelach en geheimzinnige uitspraken van hun stuk. Alleen Judas lijkt de woorden van Jezus te begrijpen. Jezus neemt hem daarop apart, en zegt hem de geheimen van het Koninkrijk te willen toevertrouwen.

Jezus draagt inderdaad geheimen aan Judas over, die in de tekst in enig detail worden ontvouwd. Met name naar een fantasierijke kosmologie gaat veel aandacht uit. Daarbij komen ook ‘eonen’ ter sprake. De tekst eindigt tamelijk abrupt met een kort relaas van de uitlevering van Jezus door Judas. Op deze passage na besteedt het Judasevangelie aan het leven van Jezus overigens vrijwel geen aandacht; wat dat betreft brengt de tekst dus beslist geen nieuwe inzichten.

 

 

Alleen voor geleerden

 

De geheimen die in het gevonden Judasevangelie beschreven staan, kunnen, in onze tijd, alleen goed geduid kunnen worden door geleerden die veel verstand hebben van de gnostische leer. Voor de leek moet het geschrevene duister blijven. Eén van de geleerden die goed thuis zijn in de gnosis is de Nederlander Hans van Oort, hoogleraar Vroeg Christendom en Gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In een persbericht dat de Radbouduniversiteit op 6 april 2006, de dag van de presentatie van het Judasevangelie door de Amerikanen, deed uitgaan, tracht Van Oort de kern van het Judasevangelie inzichtelijk te maken.

 

 

Hans van Oort

 

 

‘De mens offeren’

 

Van Oort haalt onder meer naar voren dat Judas volgens het Judasevangelie de enige leerling was, die zou hebben begrepen wie Jezus werkelijk was. Judas leverde Jezus uit aan zijn vervolgers, opdat de ‘aardse’ mens, de lichamelijke verschijningsvorm van Jezus, kon sterven, en zijn ware geestelijke aard bevrijd kon worden. Jezus zelf duidt dit met zoveel woorden aan, als hij, tegen het einde van de evangelietekst, tegen Judas zegt: “Jij zult de mens offeren die mij bekleedt.” Dat hiermee een kerngedachte van de gnosis wordt verwoord, zal na het voorgaande duidelijk zijn.

 

 

Een belangrijke tekst?

 

Van Oort heeft zich, net als de Nederlandse Nieuw-Testamenticus Wim Weren, over de ontdekking en openbaarmaking van het Judasevangelie enthousiast uitgelaten. Dat is vanuit wetenschappelijk standpunt zeer goed te begrijpen. De vondst van het Judasevangelie is ook werkelijk van belang voor wetenschappers, die met de tekst hun inzicht in de Gnosis kunnen verfijnen. Voor christenen evenwel is de tekst betekenisloos. Ireneus blijkt reeds eeuwen geleden de inhoud van het geschrift op hoofdlijnen goed geschetst te hebben.

 

 

Dwaalleer

 

Kerkvader Ireneüs van Lyon bestreed de gnosis en waarschuwde tegen het Judasevangelie als een gevaarlijk ‘verdichtsel’. Op Goede Vrijdag 2006 werd in de Sint-Pieter te Rome opnieuw tegen de tekst, alsmede tegen andere, vergelijkbare geschriften gepredikt. Christelijke kerken zullen niet terugkomen op de reeds eeuwen geleden uitgesproken veroordelingen van de gnostische dwaalleer, zoals die onder meer in het Evangelie van Judas te lezen is.

 

 

 

Fragmenten uit het Judasevengelie

 

Het geheime verslag van de openbaring die Jezus meedeelde in een gesprek met Judas Iskariot gedurende een week, drie dagen voordat hij Pasen vierde.

 

Toen Jezus op aarde verscheen, verrichtte hij mirakelen en grote wonderen om de mensheid te redden. En aangezien sommigen in gerechtigheid wandelden en anderen in hun overtredingen, werden de twaalf apostelen geroepen. Hij begon met hen te spreken over de mysteries buiten deze wereld en wat zou gebeuren op het einde. Vaak verscheen hij niet als hijzelf aan zijn leerlingen, maar werd hij onder hen gevonden als een kind.

… [Jezus spreekt met de twaalf] …

En den zeiden: Wij hebben de kracht’.
Maar hun geesten durfden niet voor zijn aangezicht staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken en wendde zijn gezicht af.
Judas zei tot hem: ‘Ik weet wie u bent en waar u vandaan komt. U komt van het onsterfelijke rijk van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van degene die u gezonden beeft’.
Wetend dat Judas nadacht over iets verhevens, zei Jezus hem: ‘Neem afstand van de anderen en ik zal je de geheimen van het koninkrijk meedelen. Jij kunt het bereiken, maar je zult groot verdriet kennen. Want een ander zal in jouw plaats komen, zodat de twaalf weer volledig zullen zijn ten overstaan van hun god’.
Judas zei hem: ‘Wanneer zult u me die dingen meedelen, en wanneer zal de grote dag van licht aanbreken voor dit geslacht?’ Maar terwijl hij dit zei, verliet Jezus hem.

Judas zei tot hem: ‘Rabbi, wat voor vrucht brengt deze generatie voort?’
Jezus zei: ‘De zielen van elk mensengeslacht zuilen sterven. Maar wanneer dit volk de tijd van het koninkrijk heeft voltooid en de geest hen verlaat, dan zuilen hun lichamen sterven maar hun zielen zuilen leven en zij zuilen opgenomen worden’.

Judas zei: ‘Meester, zou het kunnen dat mijn nageslacht onderworpen is aan de heersers?
Jezus antwoordde hem: ‘Kom, dat ik … [2 regels ontbreken] …, maar je zult veel verdriet hebben wanneer je bet koninklijk ziet en heel zijn geslacht’.
Toen hij dat hoorde, zei Judas hem: Wat voor goeds is het dat ik het ontvangen heb? Want u hebt mij afgezonderd voor dat geslacht’.
Jezus antwoordde: ‘Jij zult de dertiende worden, en je zult vervloekt worden door de andere generaties, en je zult komen om over hen te heersen. In de laatste dagen den ze jouw opstijgen naar het heilige geslacht vervloeken’.

Judas zei tot Jezus: ‘Kijk, wat zullen degenen die in uw naam gedoopt zijn, doen?
Jezus zei: Voorwaar, ik zeg u: dit doopsel in mijn naam … [ongeveer 9 regels ontbreken] …
Maar jij zuùt hen den overtreffen. Want jij zult de mens offeren die mij bekleedt.
Reeds is je hoorn verheven,
je toorn ontbrand,
je ster heeft helder geschenen
en je hart …

… [verscheidene regels ontbreken of zijn moeilijk leesbaar] …

En dan zal het beeld van de grote generatie van Adam worden verheven, want die generatie is van het eeuwige koninkrijk en bestaat eerder dan de hemel, de aarde en de engelen. Kijk, des is je meegedeeld geworden. Hef je ogen op en kijk naar de wolk, het licht erin en de sterren eromheen. De ster die de weg wijst, is jouw ster’.
Judas hief zijn ogen op en zag de lichtende wok en hij trad er binnen. Zij die op de grond stonden, hoorden een stem uit de wok zeggend … grote generatie … beeld … [ongeveer vijf regels ontbreken].

Hun hogepriesters morden omdat hij de gastenkamer was binnengegaan om te bidden. Maar sommige schriftgeleerden hielden daar zorgvuldig de wacht om hem te arresteren tijdens het gebed, want zij waren bang voor het volk, aangezien den hem voor een profeet hielden.
Ze naderden Judas en zeiden hem: ‘Wat doe jij hier? Jij bent Jezus’ leerling’.
Judas antwoordde hen zoals zij het wensten. En hij kreeg wat geld en hij droeg hem over aan hen.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Belijdenis van een duivel voor de Heilige Maria

Standaard

categorie : religie 

 

 

 

 

BELIJDENIS VAN EEN DUIVEL

.
OP BEVEL VAN DE HEILIGE MAAGD MARIA

 

 

door Maria geïnspireerd aan Myriam van Nazareth
op donderdag 15 maart 2007
.
.
.
door John Astria

Maria en Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

Inleidende opmerking

 

Voornamelijk in de loop van 2006-2007 vergunde de Meesteres van alle zielen Haar Myriam bij herhaling visioenen in dewelke Zij Haar “relatie” tot duivels tot uiting bracht. Zij deed dit binnen het kader van Haar onderrichtingen over de unieke macht die aan de Koningin des Hemels is verleend, opdat de zielen uit deze informatie hoop en bemoediging mogen putten in hun dagelijkse strijd tegen de duisternis.  De Meesteres van alle zielen bestempelde het grootste gedeelte van deze visioenen als “privaat”. De volgende openbaring gaf Zij echter vrij voor publicatie.

Deze openbaring is uniek in die zin, dat zij deel uitmaakt van een lang visioen via hetwelk de Meesteres van alle zielen Myriam in maart 2007 toonde hoe Zij 32 duivels beval om zich aan Haar voeten op de knieën te werpen, Zij vervolgens één van deze duivels uitkoos, en deze dwong tot een heel ongewone belijdenis. Na deze ervaring werd Myriam zwaar door de satan aangevallen. Bij diverse gelegenheden bevestigde Maria Zelf later de waarheid van datgene, wat in dit visioen was getoond en gezegd.

 

 

Maria Domina Animarum

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Maria tot Myriam: “Ik wil dat je opschrijft wat Ik je nu zal laten horen uit de mond van één van deze vijanden van de zielen, want op Mijn bevel zal hij spreken in naam van alle duivelen. Je zult deze getuigenis aan de zielen mededelen, want zij zal worden tot een unieke openbaring van een mijlpaal in de geschiedenis van het Heil in de laatste voorbereidingen op de definitieve overwinning van de Vrouw op de satan en de grondvesting van Gods Rijk op aarde”.

Ik zie Maria met Haar rechter wijsvinger één van 32 vóór Haar geknielde duivelen aanwijzen. Zij raakt met de tenen van Haar linkervoet de grond links vóór Zich aan, en Zij zegt tot hem:

MARIA: “Werp je hier, aan Mijn voeten, ter aarde neer.

Ik zie hoe deze gestalte zich in een flits op de door Maria’s tenen aangewezen plaats op de knieën neerwerpt.

MARIA: Al je gedachten zijn Mij bekend. Ik wil dat je je innerlijke ervaring van je contacten met Mij en van de relatie van alle duivelen tot Mij hardop mededeelt, tot verheerlijking van Mijn macht, als een belijdenis voor al je gezellen, en ten aanhoren van de engelen en van een mensenziel, tot getuigenis van de onmacht van alle duistere krachten tegenover Maria, de Meesteres van alle zielen. De geringste onoprechtheid, onwaarheid of doordachte weglating in je belijdenis zal je blootstellen aan een verschrikkelijke, eeuwigdurende straf te Mijner bevrediging. Spreek!”

De duivelse gestalte ligt geknield vóór Maria’s voeten en begint hardop te spreken, met een enigszins hortende stem die onrust en angst verraadt. Ik schrijf mee zoals ik het hoor, en geef in dit verslag de dingen weer die Maria mij bij het uittijpen opdraagt.

 

.

 

BELIJDENIS VAN EEN DUIVEL OP MARIA’S BEVEL

.

De duivel

 

“Hij hierboven heeft ons voorspeld dat de Vrouw ons zou overwinnen. Eeuwenlang hebben wij eraan getwijfeld of die tijd ooit zou komen, omdat onze meester (de satan) ons leerde hoe wij meer en meer macht konden krijgen over de mensenzielen. In deze tijd beheersen wij hen zoals nooit tevoren. Wij kennen al hun zwakheden, en wij ondermijnen hun vertrouwen en geloof zodanig dat ze ervan overtuigd raken dat Hij hierboven niet bestaat.

Wij zijn erin geslaagd om de meeste mensenzielen te laten geloven dat er geen God en geen duivel bestaat, en dat de aarde dus alleen door de mens beheerst wordt. Nu geloven ze dat ze zelf God zijn, en ze doen alles wat wij hen influisteren. Zo heersen wij over alles. Wij hebben ons zo machtig gevoeld.Bijna allemaal liggen ze aan onze voeten, zonder te beseffen wie of wat hen zozeer beheerst.”

Hij aarzelt lang, en gaat dan verder:

“Sedert korte tijd worden wij gekweld door opvorderingen van Haar, de Vrouw. In het uur waarin ik door Haar geroepen werd, onderging ik een kwelling die duizend maal vreselijker was dan het vuur van de hel.

de stem wordt steeds meer gespannen, de klanken beginnen te lijken op krampachtig hijgen.

Verschrikkelijk! Zij beval mij om mij vanaf een afstand van vele meters voor Haar op mijn knieën te werpen. Niets, ik kon niets. Op een teken van Haar vinger kon ik niets anders meer dan op mijn knieën naar Haar voeten toe kruipen zoals een insect.

Wat een vernedering! Die macht, die verschrikkelijke macht ! En die machteloosheid in mij! Niets anders kunnen dan gehoorzamen aan een zo diep vernederend bevel van de Vrouw Die voelbaar genoot van de macht die Zij over mij heeft. Nooit eerder heeft Zij Zich op deze wijze geopenbaard als de Meesteres over alles. Wij zouden alles doen om hieraan te ontsnappen, maar Zij wil het. Haar verschrikkelijke macht! Zelfs met duizenden voelen wij ons niets tegenover Haar, en sidderen wij van angst bij de geringste beweging die Zij maakt. Hoe vreselijk.

Wij die zo genoten van de macht die wij schijnbaar over alles hadden, worden door deze Vrouw gedwongen om ons aan Haar voeten op de knieën te werpen en in Haar nabijheid voortdurend geknield te blijven liggen. Ze heeft ons tot het uiterste vernederd.

Wij kunnen niet anders dan al Haar bevelen onmiddellijk gehoorzamen, want Haar Wil is wet. Nooit heb ik kunnen geloven dat de macht van de Vrouw over ons zo totaal, zo absoluut en zo verschrikkelijk is, tot ik zelf heb ervaren welke uitwerking het heeft om voor Haar geknield te liggen ”.

Hij spreekt nu als in zware innerlijke strijd:

Mochten de zielen in de deugd willen leven en zich totaal aan Haar weggeven, zouden wij beneden nog dezelfde dag allemaal onder Haar voeten zuchten, want dat is wat Zij wil: Zij wil ons allemaal tot Haar slaven maken, maar tot ons geluk zijn de zielen zo gemakkelijk te verleiden. Wat zouden wij doen zonder de ontelbare miljarden zonden die dagelijks op aarde bedreven worden? 

De straffen die de Vrouw ons oplegt, zijn voor ons diepe, vernietigende vernederingen. Zij legt ons deze op omdat wij eeuwenlang hebben geweigerd, Hem van hierboven en Haarzelf te dienen en te gehoorzamen. moet ik bekennen dat de dag nadert waarop Zij het genot zal smaken om onze meester zelf onder Haar voet te leggen.

Het is een Wet van hierboven dat alles en iedereen aan de voeten van de Vrouw is gelegd. De hel verkeert in onrust, want Zij beveelt ons om onze ervaringen met Haar mee te delen aan alle verdoemden. Elke verdoemde beeft van angst voor het uur waarin hij aan Haar voeten zou worden geroepen. Alles waarvoor wij eeuwenlang gewerkt hebben, stort in elkaar naarmate Zij grotere aantallen van ons tot Haar slaven maakt”.

Hij spreekt verder in verschrikkelijke strijd:

“Voor ons is het een kwelling wanneer wij de blinde onderwerping van de engelen tegenover de Vrouw moeten aanzien. De aanschouwing van MENSENZIELEN geknield aan Haar voeten, is voor ons echter een onuitsprekelijke marteling, want elke vrijwillige onderwerping van een mensenziel jegens de Vrouw vergroot de uitwerkingen van Haar grenzeloze macht. Het aanhoren van een mensenziel die Haar in diepe zelfvernedering begroet als “Meesteres”, maakt ons waanzinnig. Daarom zou de erkenning van Haar als “Meesteres van alle zielen” door vele mensen, voor ons het absolute einde zijn.

Als ooit het uur komt waarin de mensenzielen begrijpen en erkennen dat de Vrouw hun Meesteres is, zal Haar macht de hel in twee splijten en zullen wij allemaal voor Haar voeten liggen tot in de eeuwigheid. Ik beken en belijd: de Vrouw is de absolute Meesteres over alles wat leeft. Zij heeft alle macht, ook over ons, duivelen. In het uur waarin de mensenzielen dit erkennen en ernaar leven, zal de hele Schepping op haar fundamenten schudden en beven, en is ons rijk voorbij ”.

 

Tot zover een niet bij naam genoemde duivel op Maria’s bevel.

 

 

De duivelse gestalte zwijgt. Maria, die de hele tijd in een onbeschrijflijke uitstraling van waardigheid en macht op de gestalte aan Haar voeten heeft neergekeken, spreekt nu:

MARIA: “Je zult nu naar de hel terugkeren. Ik wil je deze belijdenis met precies dezelfde woorden horen herhalen tegenover je meester, de satan, ten aanhoren van alle verdoemden. Daarna zal Ik over je verdere lot beslissen. Ga!”

Ik zie en hoor hoe de helse gestalte als waanzinnig vόόr Maria’s voeten begint te kronkelen en te smeken om erbarmen. Terwijl Zij op hem neerkijkt, herhaalt Zij slechts Haar laatste woord: Ga!”. Ik zie hem verdwijnen zoals een donkere schaduw die geleidelijk helemaal onzichtbaar wordt.

 

 

Maria vertrappelt de Mammon, de geldgod

 

Pasteltekening van John astria

 

 

Korte toelichting: De Meesteres van alle zielen heeft Myriam van Nazareth in diverse visioenen in de loop van de jaren 2006-2007 getoond hoe Zij naar believen duivels voor eeuwig onwerkzaam kan maken, doch in dit verband rekening moet houden met de Wet van Gods Gerechtigheid, wat concreet betekent: Dit is een buitengewone genade, die moet worden “verdiend”. Zij heeft mij aanschouwelijk getoond:

  1.  hoe Zij deze duivels bestrafte door eerst te beschikken dat deze een stoffelijke gedaante zouden aannemen en zich vervolgens aan Haar voeten ter aarde zouden neerwerpen, in die positie dagenlang Haar macht over hen zouden prijzen, en zich op uiteenlopende wijzen voor Haar zouden vernederen;
  2. hoe Zij deze bestraften na een zekere tijd opnieuw wegzond, waarbij Zij dezen beval, gedurende een tijdsspanne volgens Haar welbehagen (niet zelden jarenlang, soms zelfs eeuwigdurend in de hel tot Haar eer in geknielde positie te blijven en hoorbaar met de lofprijzing aan “de Meesteres van alle zielen” door te gaan.

 

Maria verzekerde mij dat de bestrafte duivels onder geen beding in staat zijn om hun lofprijzing aan de Meesteres van alle zielen te onderbreken, want dat Haar volmaakte macht over hen dit verhindert. Maria verklaarde dat Zij duivels slechts van het merkteken van een dergelijke eeuwige straf kan voorzien in de mate waarin de Wet van de Goddelijke Gerechtigheid dit mogelijk maakt, en dat dit afhangt van de diep beleefde toewijding vanwege de zielen aan Haar, van hun boetedoening, hun offers en de mate waarin zij Haar erkennen als Meesteres van alle zielen.

 

 

Opmerking

 

Maria geeft mij de toelating, melding te maken van het feit dat tijdens het intikken van deze buitengewone openbaring, de computer waarop deze Openbaringen verzameld worden, onvoorstelbaar eigenaardige stoornissen vertoont (onder andere het oncontroleerbaar in allerlei richtingen verspringen van de cursor, alsof deze plots kriskras over het scherm heen begint te flitsen…). Het is opmerkelijk hoezeer deze computer tot mikpunt van vreemde verschijnselen is geworden sedert het verwerken van de openbaringen over Maria’s contacten met duivelen.

 

 

Slotopmerking

 

De Meesteres van alle zielen heeft het bovenstaande visioen verleend als een bijzonder indrukwekkende bevestiging voor het feit dat de tijd nadert, in dewelke het beeld van de Hemelse Koningin wier voet op de helse slang drukt, een waarneembare werkelijkheid zal zijn.

Dit beeld is echter reeds nu een realiteit, niet slechts in Gods ogen doch in het algemeen, in die gebeurtenissen waarin de Meesteres van alle zielen werken van duivelen onwerkzaam maakt in de mate waarin de toewijding en overgave van zielen aan Haar het mogelijk maakt dat Haar macht zichtbaar wordt.

Maria’s macht is onbeperkt, doch zij wordt in uiteenlopende mate geremd in haar uitwerkingen door de Wet der Goddelijke Gerechtigheid. Maria’s macht kan slechts merkbaar tot uitdrukking worden gebracht in de mate waarin de mensheid zich heiligt.

De visioenen over de bestraffing van duivelen door Maria, die de Meesteres mij gedurende enige tijd op intensieve basis verleende, spreken boekdelen. Deze visioenen mogen echter (nog) niet worden gepubliceerd, omdat – aldus Maria Zelf – de staat der genade van de mensheid dit op dit punt niet toestaat. Ik, die deze beelden heb mogen aanschouwen, betuig de Hemelse Waarheid ervan, en betuig derhalve de grenzeloze macht van de Meesteres van alle zielen over elke bron van duisternis en over elk plan van duisternis.

Het gaat bij deze visioenen in geen geval om één of andere fantasie, doch om het onverdiend genadegeschenk door hetwelk ik, onwaardige ziel, een voorafbeelding heb gekregen van datgene wat nu reeds voltooide werkelijkheid is en op zekere dag waarneembare werkelijkheid zal worden: de definitieve Triomf van de Vrouw over de duisternis.

Zij heeft reeds in Haar Onbevlekte Ontvangenis de duisternis volkomen overwonnen, doch zal deze overwinning nogmaals herhalen in vertegenwoordiging van alle zielen, in het uur waarin de satan zichtbaar onder Haar voeten zal liggen, totaal vernederd en overwonnen. Het gaat hier om niets minder dan een Belofte van God die door de Meesteres van alle zielen nu reeds voor Haar dienares zichtbaar heeft gemaakt ten behoeve van dier vorming in de meest strikte dienst aan de Koningin des Hemels in Haar allerhoogste eigenschap.

Ook ikzelf heb tijd nodig gehad om „klaar te komen“ met de gedachte dat mij meermaals de onbeschrijflijke vervoering werd vergund, mijn Hemelse Meesteres te mogen zien in een machtsontplooiing die men zich nauwelijks kan voorstellen, tijdens dewelke duivels, belichamingen van alle ellende van deze wereld, op Haar bevel aan Haar voeten moesten liggen.

Pas later begreep ik dat Zij mij dit genadegeschenk bereidde opdat ik in staat zou zijn om op basis van eigen ervaring en een beleving die in het allerdiepste van mijn hart was gebrand, onvermoeibaar de boodschap van volkomen hoop aan de zielen over te brengen.

Maria laat mij er bij alle zielen op aandringen dat zij blind in de Meesteres van alle zielen zouden geloven, opdat Zij in staat moge worden gesteld om de hel daadwerkelijk te doen beven. Er staat niets minder op het spel dan het Geluk en de Vrede van alle mensen, evenals de grondvesting van Gods Rijk op aarde.

 

 

eeuwig in het paradijs of eeuwig in de hel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Twaalf krachtige aanroepingen tot Maria in de strijd tegen de duisternis

 

1  . “Maria, machtige Meesteres van alle zielen, ik lever alle duisternis over aan Uw macht”.

2  . Op 12 december 2006 sprak Maria: “Telkens een ziel tijdens een bekoring zegt:

‘Maria, machtige Meesteres van mijn ziel, ik lever de duivel
die mij hiertoe tracht te bekoren, aan Uw voeten uit’

wordt de vernedering voor de satan volkomen, want dan dwing Ik hem voor Mij op de knieën“.

 3  . “Mijn Meesteres, ik verheerlijk Uw macht, opdat Gods Rijk op aarde kome.

 

Maria zegt over deze aanroeping (Openbaring van de Meesteres van alle zielen, 18 mei 2007):

“Deze aanroeping heeft een onoverzienbaar grote macht op Gods Hart, want de grondvesting van het Rijk Gods op aarde is onlosmakelijk verbonden met de erkenning van Mijn grenzeloze macht, die symbool staat voor de totale overwinning van de mensenziel over alle duisternis”

 

 

  • Met betrekking tot de volgende aanroeping vraagt Maria, dat deze dagelijks op het middaguur geknield zou worden uitgesproken:

 

4   . “Geprezen en verheerlijkt zij Maria, de machtige Meesteres van alle zielen, in Haar overwinning over de duisternis”

5   . “Mijn machtige Meesteres, wil in de kern van mijn wezen binnentreden, opdat ik met U in mij de poorten der hel kan bestormen, want voor U vlucht alle duisternis”.

6   . “Maria, machtige Hemelse Koningin, ik behoor helemaal U toe, bescherm mij tegen alle kwaad”.

7   . “Maria, mijn machtige Hemelse Moeder en Meesteres, wil mij met U bekleden, want U bent de ondoordringbare Schutsmuur van Goddelijk Licht”.

8   . “Maria, hoog verheven Hemelse Koningin en Meesteres van alle zielen, ontplooi toch Uw onbegrensde macht over alle duisternis die mij en mijn gezin bedreigt”.

9   . “Maria, onze hoog verheven Meesteres, Uitverkorene van onze God, ontplooi Uw onbegrensde macht over alle duisternis”.

10   . “Onbevlekte Allerheiligste Maagd Maria, Moeder van het Licht der Wereld en Schrik der duivelen, toon nu Uw onoverwinnelijke macht over alle kwaad. Verjaag alle duisternis in de Hemelse gloed van Uw verheerlijkt Wezen. Baar het lichtend Kruis van Jezus Christus en Zijn verblindende Liefde in al Uw kinderen”.

11   . “O Maria, onze onbevlekt ontvangen Medeverlosseres die de kop van de duivel zult verpletteren, ik offer al mijn lijden op aan het verlossend Kruis van Jezus en leg het in Uw Smartvol Hart, opdat het moge worden tot heilig Licht dat de satan verblindt”.

12   . “O Maria, afstraling van het Goddelijk Licht, beheers het hart van ieder mens, opdat geen ziel meer ten prooi zou vallen aan de eeuwige duisternis”.

 

 

 

Uitleg over de eindtijden door John Astria

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Prediker 8 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

 

Wijsheid helpt je niet tegen de dood

 

1 Wie is wijs? Wie kan alles begrijpen? Als iemand wijs is, verandert dat zijn gezicht: het wordt vriendelijker.

2 Wees gehoorzaam aan de bevelen van de koning, omdat je aan God gezworen hebt dat je dat zal doen.

 

3 Wees niet bang voor hem, maar ga ook niet tegen hem in. Want de koning doet wat hij zelf wil.

 

4 Wat hij zegt, gebeurt. Wie zal hem vragen: “Wat doet u daar?”

 

5 Mensen die doen wat de koning beveelt, komen niet in moeilijkheden. Wijze mensen weten wat ze wanneer moeten doen.

 

6 Want alle dingen hebben hun eigen tijd. Want een mens overkomt veel ellende die hem door andere mensen wordt aangedaan.

 

7 Hij weet niet wat er in de toekomst gebeuren zal. Niemand kan hem dat vertellen.

 

8 Geen mens heeft macht over de wind. Niemand kan hem laten ophouden met waaien. En niemand heeft macht over de dood. Niemand kan hem tegenhouden wanneer hij komt. De strijd is al bij voorbaat verloren. Ook slechte mensen ontkomen niet.

 

 

 

Wijsheid helpt je niet om het leven te begrijpen

 

9 Dit heb ik allemaal gezien toen ik onderzocht wat er allemaal gebeurt onder de zon. Ik zag dat de ene mens macht heeft over de andere mens. En dat hij die macht misbruikt om die ander kwaad te doen.

10 Ook zag ik hoe slechte mensen een mooie begrafenis kregen. Maar dat goede mensen die eerlijk geleefd hadden, niet begraven werden. Ze werden door de bewoners van hun stad vergeten. Ook dat is maar lucht en iets onbegrijpelijks.

11 Slechte mensen worden niet onmiddellijk gestraft. Daarom denken de mensen dat ze ongestraft slechte dingen kunnen doen.

12 Want een slecht mens die honderd misdaden doet, blijft toch lang leven. Toch weet ik dat het goed zal gaan met de mensen die leven zoals God het wil, omdat ze ontzag voor God hebben.

13 Maar met de mensen die zich niets van God aantrekken, zal het uiteindelijk slecht aflopen. Hun leven zal niet lang worden zoals een schaduw lang wordt in de avondzon, omdat ze geen ontzag voor God hebben.

14 Ik heb op aarde nóg iets gezien wat maar lucht is, iets onbegrijpelijks: dat er goede mensen zijn met wie het net zo slecht afloopt als met slechte mensen. En dat er slechte mensen zijn met wie het zo goed gaat alsof ze goede mensen zijn. Ik vind dat dat lucht is, iets onbegrijpelijks.

15 Daarom denk ik dat je maar beter vrolijk kunt zijn. Er is onder de zon niets beters voor een mens dan te eten en te drinken en van het leven te genieten. Dat is het enige wat hij heeft bij al zijn gezwoeg in de tijd die God hem geeft onder de zon.

16 Ik was vast van plan geweest om wijs te worden. Ik wilde begrijpen wat de mensen allemaal doen. En waarom sommige mensen dag en nacht geen rust hebben.

17 Maar ik heb ontdekt dat de mens niets kan begrijpen van de dingen die God doet onder de zon. Hoe goed een mens ook zoekt, hij kan het niet begrijpen. Een wijs mens kan denken dat hij het begrijpt, maar toch is dat niet waar.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Prediker 4 en 5 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

Prediker 4

 

Het leven is oneerlijk (vervolg Prediker 3)

 

1 Ook keek ik naar alle ellende onder de zon. Ik zag de tranen van de mensen die onderdrukt worden. En ze hadden niemand die hen troostte. En de mensen die hen onderdrukten, hadden de macht. Maar zij hadden óók niemand die hen troostte. 2 Daarom vond ik dat de mensen die al gestorven zijn, er beter aan toe zijn dan de mensen die nog leven. 3 En ik vond dat de mensen die nog niet geboren zijn, er nóg beter aan toe zijn. Want zij weten helemaal niets van alle slechte dingen die er onder de zon gebeuren.

4Ook zag ik dat het harde werken en zwoegen van de mensen alleen maar anderen jaloers maakt. Ook dat is maar lucht en iets teleurstellend. 5 Het is wel waar dat je een dwaas bent als je je armen over elkaar slaat en niets doet, want dan verhonger je door je eigen luiheid. 6 Maar toch is een beetje rust beter dan veel gezwoeg en veel teleurstellingen.

 

 

 

 

 

Beter samen dan alleen

 

7 Ik zag nog iets dat maar lucht is onder de zon. 8 Namelijk iemand die alleen is, zelfs zonder kind of broer, en die toch nooit ophoudt met zwoegen. Hij blijft verlangen naar meer rijkdom. Maar voor wie zwoegt hij dan? Voor wie ziet hij ervan af om rustig van het goede te genieten? Ook dit is maar lucht en iets verkeerds. 9 Het is beter om met z’n tweeën te zijn dan alleen. Want met z’n tweeën hebben ze een goede beloning bij hun gezwoeg.

10 Want als ze vallen, helpt de één de ander weer overeind. Maar als iemand alleen is en valt, wie helpt hem dan weer overeind? 11 En als ze liggen te slapen, houdt de één de ander warm. Maar hoe kan een mens warm worden als hij alleen is? 12 En als iemand alleen is, kan hij door iemand anders overwonnen worden. Maar twee mensen kunnen tegen een vijand standhouden. En als ze met z’n drieën zijn, zijn ze nóg sterker. Net zoals een driedubbel touw niet gauw zal breken.

 

 

Macht bederft je

 

13 Beter een arme jonge man die wijs is, dan een oude, onverstandige koning die van niemand goede raad wil aannemen. 14 Want de arme, wijze jonge man komt uit de gevangenis en wordt koning, terwijl de man die als koning geboren was, arm zal worden. 15 Ik zag alle mensen onder de zon meelopen met de jonge man die de koning zou opvolgen. 16 Eindeloos veel mensen hebben vóór hem geleefd en weten dus niets van hem. En heel veel mensen zullen ná hem leven en niets van hem weten. Dus ook dit is maar lucht en teleurstellend.

 

 

Beloof niet te snel iets aan God

 

17 Let goed op wat je doet als je naar Gods tempel gaat. De bedoeling is, dat je daar goed naar God luistert. Dat is beter dan domweg je offers te brengen. Je moet begrijpen dat je vergeving nodig hebt, omdat je verkeerd gedaan hebt tegen God. (lees verder)

 

 

 

Prediker 5

 

Beloof niet te snel iets aan God (vervolg Prediker 4)

 

1 Let op je woorden. Beloof niet te snel iets aan de Heer. Want God is in de hemel en jij bent maar op de aarde. Gebruik daarom maar weinig woorden. 2 Want net zoals je er ’s nachts van gaat dromen als je druk met iets bezig bent geweest, ga je domme dingen zeggen als je te veel praat. 3 Als je God iets beloofd hebt, doe dan ook zo snel mogelijk wat je hebt beloofd. Want Hij houdt er niet van als mensen niet doen wat ze hebben gezegd. Want dan ben je een dwaas. Wat je beloofd hebt, moet je ook doen.

4 Het is beter om niets te beloven, dan om iets te beloven en het niet te doen. 5 Zorg ervoor dat je niets verkeerds zegt. En zeg niet tegen de priester van God dat je belofte maar een vergissing was. Want je zou God boos maken met je woorden, zodat Hij je werk niet langer zegent. 6 Want net zoals de meeste dromen geen betekenis hebben, worden er ook heel veel dingen gezegd die de mensen niet menen. Praat dus niet te veel, maar heb liever diep ontzag voor God.

 

 

 

 

Gedachten over rijkdom

 

7 Wees er niet verbaasd over dat arme mensen in het land onderdrukt worden, en dat de rechtspraak oneerlijk is. Want de ene ambtenaar loert op de baan van de ambtenaar die boven hem staat. En de hogere ambtenaren loeren weer op de ambtenaren die boven hén staan. 8 Dan is het maar goed dat iedereen moet leven van de oogst van het land. Zelfs de koning heeft alleen te eten als het goed gaat met de landbouw.

9 Wie van geld houdt, heeft nooit genoeg geld. En wie van rijkdom houdt, verdient nooit genoeg. Ook dat is maar lucht. 10 Als iemand rijker wordt, heeft hij ook meer mensen die ervan moeten eten. En wat heeft de eigenaar er dan aan? Hij kan niet anders dan toekijken. 11 Iemand die hard werkt, slaapt heerlijk. Het maakt niet uit of hij veel of weinig heeft gegeten. Maar een rijk mens heeft zóveel gegeten, dat hij er niet van kan slapen.

12 Ik heb iets heel vreselijks gezien onder de zon: iemand die zijn rijkdom voor zichzelf houdt. Maar het loopt slecht met hem af. 13 Want door tegenslag raakt hij alles kwijt. Er blijft niets over wat zijn zoon nog kan erven. 14 En als hij rijk sterft, kan hij toch niets meenemen van wat hij bezit. Toen hij geboren werd, bezat hij niets. En als hij sterft, neemt hij niets mee.

15 Dit is heel vreselijk. Zoals hij in de wereld gekomen is, zo is hij ook weer gegaan. Waar heeft hij dan zijn leven lang zo hard voor gewerkt? 16 Zijn hele leven heeft hij zonder blijdschap zijn eten gegeten. Zijn leven bestond uit pijn, verdriet en narigheid.

17 Maar ik heb ook iets goeds ontdekt. In de korte tijd die God je heeft gegeven om te leven, is het fijn om te eten en te drinken en te genieten van de goede dingen waarvoor je zo hard hebt gewerkt en gezwoegd onder de zon. Daar heb je recht op. 18 Als God je rijk maakt, geeft Hij je de mogelijkheid om te eten en alles te hebben wat je nodig hebt. En om te genieten van alles waarvoor je zo hard hebt gewerkt. Dat is dan een geschenk van God. 19 Dan denk je er niet aan hoe kort het leven maar is, omdat God je zo laat genieten en je blij maakt.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Wonderen en tekenen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Jezus, Gods Zoon en Boodschapper 

 

 

wonderen-visioenen

 

 

Jezus zei “die werken, die Ik doe, getuigen van Mij, dat de Vader Mij gezonden heeft” Johannes 5:36b. Jezus veranderde water in wijn als begin van Zijn tekenen (Johannes 2:1-11). Nadat Hij 2 broden en 5 vissen zegende, konden er meer dan 5000 mensen van eten (Matteus 14:13-21). We zien Jezus de winden en de zee bestraffen zodat zij stil werden (Matteus 8:23-27).

Toen Zijn discipelen Hem over het water zagen lopen, zeiden ze “Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon” (Matteus 14:22-33). Om te laten zien dat Hij de macht had om op aarde zonde te vergeven genas Hij een verlamde man (Matteus 9:1-8). “En vele scharen kwamen bij Hem, die lammen, kreupelen, blinden, stommen en vele anderen bij zich hadden, en zij legden die aan zijn voeten neer.

En Hij genas hen, zodat de schare zich verwonderde, want zij zagen stommen spreken, kreupelen gezond, lammen lopen en blinden zien. En zij verheerlijkten de God van Israel” Matteus 15:30-31. Zelfs doden werden door Jezus terug tot leven gebracht (Matteus 9:18-26; Johannes 11:1-45) en ook over boze geesten had Jezus macht (Markus 1:21-28; Matteus 12:28-29).

 

 

cropped-pinksterschilderij-1_595.jpg

 

 

 

De aard van Jezus’ tekenen en wonderen

 

De melaatse werd terstond genezen (Matteus 8:1-3). De twee blinden werden terstond ziende nadat Jezus hen aanraakte (Matteus 20:29-34). De verlamde kon op Jezus’ Woord voor het oog van allen weer lopen, waardoor zij die het zagen, zeiden: “zo iets hebben wij nog nooit gezien”(Markus 2:1-12). De koorts van Petrus’ schoonmoeder verliet haar toen Jezus haar hand vatte (Markus 1:29-31).

De vrouw die al 12 jaar aan bloedvloeiingen leed, werd terstond genezen toen zij Jezus’ kleed aanraakte (Markus 5:25-34). We zien dat Jezus tekenen en wonderen terstond gebeurden, dat is onmiddellijk, dadelijk, direct. Er is één voorbeeld te vinden waar Jezus ervoor koos om een blinde man in 2 stappen te genezen (Markus 8:22-25).
Nikodemus, een Farizeeër zei tegen Jezus “Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is” Johannes 3:2b.

Johannes zegt op het einde van zijn evangelie “Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam” Johannes 20:30-31.

Op pinksterdag na Jezus’ opstanding predikte Petrus “Jezus, de Nazoreeer, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft, zoals gij zelf weet” Handelingen 2:22. God had krachten, wonderen en tekenen door Jezus in hun midden verricht en allen waren ervan op de hoogte. Deze dingen waren niet ergens in het verborgene gebeurd.

 

 

 

Jezus gaf bepaalde mensen de macht om tekenen en wonderen te doen

 

Tijdens Zijn leven riep Jezus Zijn 12 apostelen tot Zich en “gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen” Hij zei “Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet” Matteus 10:1, 7-8.

“Daarna wees de Here nog tweeenzeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou” en Hij zei “geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen. … En de tweeen zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam. … Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen” Lukas 10:1,9,17,19.

 

 

 

Jezus’ apostelen konden tekenen en wonderen doen

 

Na Zijn opstanding verscheen Jezus aan de elf apostelen met de opdracht om het evangelie van geloof en doop tot behoudenis aan de hele schepping te prediken (Markus 16:15-16). “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen;

op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden. De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods. Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden” Markus 16:17-20.

 

 

wonderen-god-jezus-christus-geest-bijbel-3

 

 

De lege plaats  van  de apostel Judas werd aangevuld met een man die ooggetuige was van Jezus’ opstanding en die zich bij hen had aangesloten vanaf de tijd dat Jezus is beginnen te prediken (Handelingen 1:20-26). Een apostel werd door God aangewezen zoals Saul (Paulus) door de Here werd uitverkoren als een werktuig om Zijn Naam te verkondigen (Handelingen 9:15).

Paulus zegt daarom ook “Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan al de apostelen;     maar het allerlaatst is Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene” 1 Korintiërs 15:7-8. Deze apostelen waren te onderscheiden van anderen zoals Paulus de Korintiërs duidelijk maakt “De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten” 2 Korintiërs 12:12.

Vanaf pinksterdag zien we dan ook “En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk … En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen, zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op iemand van hen zou vallen.

En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen.” Handelingen 5:12a, 14-16. Merk op dat ook nu weer alle zieken werden genezen! Eerder had Petrus een man die van geboorte af lam was, in Jezus’ Naam genezen (Handelingen 3:1-10). Hij had ook een gestorven vrouw weer tot leven gewekt (Handelingen 9:32-42). Paulus dreef in Jezus’ Naam boze geesten uit (Handelingen 16:16-18), wekte doden op (Handelingen 20:9-12) en zelfs de bijt van een  slang had geen werking op hem (Handelingen 28:3-6).

“En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren” Handelingen 19:11-12. Tegenstanders konden niet loochenen welke wondertekens door de handen van de apostelen geschiedden (Handelingen 4:16).

 

 

Universele liefdesenergie

Universele liefdesenergie

 

 

 

Zij op wie de apostelen de handen oplegden, konden tekenen en wonderen doen

 

Filippus, een evangelist, predikte de Christus in Samaria. “En toen de scharen Filippus hoorden en tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen en er kwam grote blijdschap in die stad” Handelingen 8:6-8.

Ook Simon die een tovenaar was geweest “kwam tot geloof, en na gedoopt te zijn, bleef hij voortdurend bij Filippus, verbijsterd door die tekenen en grote krachten, die hij zag geschieden”. Toen de apostelen hoorden dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij Petrus en Johannes tot hen en dezen legden hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

Toen Simon zag dat door de handoplegging van de apostelen de Geest werd gegeven wilde hij deze macht kopen maar Petrus bestrafte hem daarvoor  (Handelingen 8:14-25). Het kwam Simon niet toe om door handoplegging de Geest te geven, zelfs Filippus die zelf tekenen en grote krachten kon doen, bezat deze macht niet. Enkel de apostelen hadden deze macht (vgl Handelingen 19:5-7; 2 Timoteus 1:6).

Paulus zegt daarom ook tegen de christenen te Rome “Want ik verlang u te zien om u enige geestelijke gave mede te delen tot uw versterking” Romeinen 1:11 (1 Korintiërs 12:1-11). Hij sprak ook over het einde van deze gaven (1 Korintiërs 13:8-13).

 

 

 

Gebeuren er nog tekenen en wonderen?

 

Jezus, Zijn apostelen en hen die door handoplegging van de apostelen de Geest ontvingen, konden tekenen en wonderen verrichten. Deze tekenen en wonderen zijn geschied om te bevestigen dat de sprekers boodschappers van God waren.

“Daarom moeten wij al onze aandacht richten op wat we gehoord hebben, dan zullen we niet uit de koers raken. Want als het door engelen gesproken woord al zo veel rechtskracht bezat dat op elke overtreding en ongehoorzaamheid een rechtmatige straf volgde, hoe zullen wij dan aan die straf ontkomen wanneer we geen acht slaan op de zoveel meer omvattende redding die begonnen is met de woorden van de Heer, en die voor ons bevestigd werd door hen die deze woorden hebben gehoord? Ook God zelf getuigde daarvan, door tekenen en wonderen en allerlei grote daden te verrichten, en door de gaven van de heilige Geest overeenkomstig zijn wil te verdelen” Hebreeën 2:1-4.

Het Woord van God is op betrouwbare wijze aan ons overgeleverd en God zelf heeft dat Woord bevestigd! Laat u niet misleiden door hen die beweren Gods boodschappers te zijn en zeggen tekenen en wonderen te kunnen doen (zie 2 Tessalonissenzen 2:9-17). Hedendaagse tekenen en wonderen komen nog niet eens in de buurt van wat Gods ware boodschappers deden in de eerste eeuw. Breng het woord van Jezus en Zijn apostelen, dat eens voor altijd is overgeleverd, in toepassing en God zal met u zijn (Filippenzen 4:9; Judas 3).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

 Waarom de openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’ 

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten . Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Exorcisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Exorcisme

 

Het exorcisme is een ritueel binnen de Katholieke Kerk dat door een bevoegde priester wordt uitgevoerd. Het ritueel is bedoeld om mensen of dingen te ontdoen van demonen. De Kerk gelooft dat Satan zoveel invloed op een persoon kan uitoefenen, dat hij bezeten wordt van een duivelse macht.

 

 

Het uitvoeren van een exorcisme ritueel houdt in dat enkele gebeden worden uitgesproken en bepaalde handelingen worden verricht. De oorsprong van exorcisme ligt bij Jezus, hij verdreef demonen en boze geesten. Hij gaf zijn discipelen de macht om dit ook te doen, toen hij hen uitzond:

“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lucas 9:1)

 

De officiële definitie van exorcisme volgens de Catechismus van de Katholieke Kerk:

“’Men spreekt van exorcisme, wanneer de Kerk in naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of een voorwerp beschermd mag worden tegen de greep van de Satan en aan zijn macht onttrokken zal zijn. Het exorcisme gaat terug op Jezus zelf die het heeft toegepast. Ook de macht en de taak van de Kerk om het exorcisme toe te passen zijn gebaseerd op de woorden van Jezus zelf.” (nr. 1673)

 

Het exorcisme maakt geen deel uit van de zeven Sacramenten. Het behoort echter tot de sacramentalia, zegeningen die voorbereiden op het ontvangen van sacramenten of die heiliging brengen in de situatie waar een persoon zich in bevindt.

In de Katholieke Kerk bestaat het onderscheid tussen het doop exorcisme en het ‘groot exorcisme’. De doopkandidaten (catechumenen) zijn tot aan hun Doopsel nog niet van de Erfzonde verlost, en zijn ze dus bijzonder vatbaar voor de demonische machten. Tegenwoordig wordt voor de dopelingen gebeden om bescherming tegen het kwaad.

 

 

 

Het doop exorcisme

 

Bij de Kinderdoop wordt gebeden:

“Heer onze God:
Gij hebt uw Zoon naar de wereld gezonden
om de macht van de Boze te breken
en de kwade geest uit ons te drijven,
om de mens aan de duisternis te ontrekken
en over te brengen
naar het wonderlijke rijk van licht;
wij bidden U:
bevrijd deze kinderen
van de smet van de eerste zonde,
en maak hen tot woning van uw heerlijkheid,
tot tempel van de Heilige Geest.
Door Christus onze Heer.”

 

 

 

 

Het groot exorcisme

 

Het plechtige, zogenaamde groot exorcisme mag alleen door een priester en met toestemming van de bisschop worden uitgeoefend. De Kerk waakt erover om in deze materie de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen. Het exorcisme is immers bedoeld om in naam van Christus, duivels uit te drijven of om iemand te bevrijden van demonische overheersing.

De situatie ligt heel anders wanneer er sprake is van een psychische ziekte. De Kerk staat erop, om voordat men een exorcisme uitspreekt, na te gaan of het wel degelijk om een aanwezigheid van de duivel gaat en niet om een psychische ziekte, waarvan de behandeling onder de medische wetenschap valt.

De functie van exorcist ging in de Katholieke Kerk gepaard met de wijding tot exorcist, de laatste van de vier Lagere Inwijdingen.  Technisch gezien is exorcisme niet het verdrijven van de duivel of een demon, maar het plaatsen van de duivel of demon onder een eed. In sommige gevallen kan een persoon door meer dan één demon bezeten worden. “Exorcisme” is afgeleid van het Griekse voorzetsel ek (uit) met het werkwoord horkizo wat betekent “Ik laat iemand zweren” of ik bezweer”.

Bij het exorcisme werd gebruikgemaakt van formuleringen in het Latijn als de officiële kerktaal. Telkens opnieuw werden dezelfde latijnse teksten herhaald, zoals:

“Exercismo te, immunidisseme spiritus, omnis incursio adversarii, omne phantasma, omnis legio, in nomine Domini nostri Jesus Christi; eradicare et effugare ab hoc plasmate Dei”. Vertaald:

Ik drijf u uit, zeer onreine geest, elke aanval van de Tegenstander, elke spookverschijning, elk legioen, in de naam van onze heer Jezus Christus; gij wordt uitgerukt met wortel en al en verjaagd uit dit schepsel van God.

 

Of:

“Adjuro te, serpens antique, per Judicem vivorum et mortuorum, per factorem tuum, per factorem mundi, per eum qui habet potestatem mittendi te in gehennam, ut ab hoc famulo Dei, qui ad simun Ecclesiae recurrit, cum metu et exercitu furoris tui festinus discedas”. Vertaald:

Ik bezweer u, slang uit de begintijd, bij de Rechter van de levenden en doden, bij uw maker, bij de maker van de wereld, bij Hem die de macht heeft u in het Gehenna te storten, dat gij snel vertrekt uit deze dienaar van God met alle verschrikkingen en beproevingen van uw razernij, opdat hij zich terug kan spoeden in de boezem van de Kerk.

 

Overigens werden niet alleen mensen geëxorciseerd. Ook voorwerpen konden door de duivel in bezit zijn genomen. Zo werd in de middeleeuwen bij ketter- of heksenverbrandingen vaak ook het hout en zelfs het vuur geëxorciseerd. Dit omdat men dacht dat de duivel in het hout en het vuur ervoor kon zorgen dat de ketter of heks minder pijn zou lijden. Bekend is de formulering hiervan bij de verbranding van de priester Urbain Grandier:

“Ecce crucem Domini, fugite partes adversae, vicit Leo de tribu Juda, radix David. Exorciso te, creatura ligni, in nomine Dei patris omnipotentis, et in nomine Jesus Christi filii eius Domini nostri, et in virtute Spritus Sancti”. Vertaald:

Aanschouw het kruis van de Heer, en mogen zijn vijanden vluchten, de leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen, de wortel van David. Ik exorciseer u, schepsel van hout, in de naam van God de almachtige vader, in de naam van Jezus Christus, zijn zoon en onze Heer, en in de macht van de Heilige Geest.

 

 

 

 

 

 

Namen van de duivel

 

 

Satan

De naam Satan betekent aanklager, tegenstander, tester. In het Bijbelboek Job is Satan aangesteld als tester in dienst van God. Hij krijgt toestemming van God om Job op de proef te stellen. Satan is in dit kader niet zozeer een eigennaam, maar meer de benaming van een ambt: aanklager.

 

Lucifer

Het woord Lucifer is Latijn voor ‘morgenster’. De naam Lucifer behoort oorspronkelijk toe aan de planeet Venus, vanwege diens helderheid. De Vulgaat (Bijbelvertaling in het Latijn, tot stand gekomen tussen 390 en 405 na Christus) gebruikt het woord voor het licht van de morgen (Job 11:17). Als metafoor wordt de benaming toegepast op de koning van Babylon (Jesaja 14:12), op de hogepriester Simeon (De wijsheid van Jezus Sirach 50:6), op de beloning die degene krijgt als hij Jezus navolgt en overwint, en tenslotte op Jezus Christus zelf, het ware licht van ons leven (2 Petrus 1:19, Openbaring 22:16).

 

 

 

 

 

Promovendus Ruben van Luijk over de duivel en het satanisme in de negentiende eeuw

 

 

Oorsprong van de duivel

 

In het Zoroastrianisme – gesticht door Zoroaster die omstreeks 1000-600 voor Christus geleefd zou hebben – is het voor het eerst in de geschiedenis dat we een figuur tegenkomen die het kwaad vertegenwoordigt. Het Zoroastrianisme, vernoemd naar de profeet Zoroaster, is een dualistische religie.

Goed en kwaad is compleet gescheiden en in gevecht met elkaar. De schepper Ahura Mazda is goed, Ahriman is duister en kwaad. Ahura Mazda beschermt en vernieuwt de schepping, het doel van Ahriman is juist om deze te vernietigen.

Maar pas aan de wieg van het christendom wordt de benaming ‘Satan’ voor het eerst gebruikt. Het is een Hebreeuws woord dat tegenstander of aanklager betekent. De naam komt een paar keer voor in het Oude Testament en wordt zowel voor mensen als andere wezens gebruikt.  Satan is de aartsengel en heer van het kwaad. In het Bijbelboek Job is Satan een tester, als zodanig aangesteld door God.

De heersende christelijke interpretatie is dat alle demonische figuren in de Bijbel voor of onderhorig zijn aan de duivel. Satan is binnen het christendom vrijwel synoniem aan al het kwaad geworden. Binnen dit kader ontstond de praktijk van het exorcisme, die door de alomtegenwoordigheid van de duivel noodzakelijkerwijs in het leven werd geroepen.

 

 

Zoroastrianisme

 

 

 

 

 

 

 

Satans imagoverandering

 

In de negentiende eeuw vond in bepaalde delen van de westerse samenleving een imagoverandering van Satan plaats. Van een negatief imago, kreeg de duivel een positieve uitstraling. Dit heeft te maken met de Franse Revolutie (1789). God werd gezien als een dictator, een autocratisch monarch. De revolutie, het in opstand komen tegen de gevestigde orde werd iets positiefs. De duivel werd een held voor de revolutionairen, een dappere voorvechter.

 

 

 

 

 

 

De kerk van Satan

 

Anton Szandor LaVey, eigenlijke naam Howard Stanton Levy (1930-1997), was de satanist die de Church of Satan oprichtte. Op 30 april 1966 (Walpurgisnacht) stichtte hij de Church of Satan, de eerste publieke satanische organisatie ter wereld. Deze gebeurtenis markeert het begin van het moderne satanisme.

Satanisten zien zichzelf als navolgers van Satan, de enige godheid die, naar hun zeggen, begrijpt wat mensen doormaken:

“Satan, by one name or another, haunted mankind, tempting him with sweet delights and enlightening him with blinding secrets intended only for gods. He was one who could be petitioned for powers of retribution and who gave deserved rewards. Instead of creating sins to insure guilty compliance, Satan encouraged indulgence. He was the single deity who could really understand us.”

 

Satanisten zijn voorstanders van de vooruitgang en het streven naar meer kennis, dat is de kern van het occultisme:

“We are explorers on the untrodden paths of science, human motivation and mystery – all that is most truly occult.”

 

Volgens hen wordt ontwikkeling tegengehouden door spirituele mensen en theïsten. Een satanist wil steeds meer op het grote voorbeeld, Satan, gaan lijken. De eigenschappen van Satan zijn deze:

“the imagination to confound and confuse, the wisdom to recognize the unseen in our society, the pragmatism of a skeptic, and the passions of a classical Romantic soul.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Enkele citaten over God

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Door mensen over God

 

 

Citaten-van-albert-Einstein-quotes-van-een-geniaal-mens.005

 

 

Dit zijn enkele citaten over God, uitgesproken of

geschreven door theologen en auteurs

 

“Omdat God alles volmaakt weet, is er niets dat Hij beter weet dan andere dingen. Hij weet alles even goed. Hij ontdekt nooit iets. Hij is nooit verrast, nooit verbaasd. Hij vraagt zichzelf nooit iets af en zal ook nooit (tenzij Hij mensen voor hun eigen bestwil over iets wil laten nadenken) informatie vragen of vragen stellen.” – A.W. Tozer

“God houdt van je zoals je bent, maar Hij weigert om je te laten zoals je bent. Hij wil dat jij wordt zoals Jezus.” – Max Lucado

“Op zo’n God kunnen de heiligen zeker vertrouwen! Hij is ons onvoorwaardelijk vertrouwen waardig. Niets is te moeilijk voor Hem. Als God op enigerlei wijze beperkt zou zijn in Zijn macht en Zijn kracht begrensd zou zijn, dan hadden we reden om te wanhopen. Maar Hij is gehuld in almacht; geen gebed is zo moeilijk dat Hij het niet kan verhoren, geen behoefte zo groot dat Hij er niet in kan voorzien, geen hartstocht zo krachtig dat Hij die niet kan onderwerpen. Geen verleiding is zo sterk dat Hij er niet van kan verlossen en geen ellende is zo groot dat Hij geen verzachting kan brengen.” – Arthur Pink

“Geen enkele overdenking zal ons brein nederiger maken dan gedachten over God. Maar terwijl het onderwerp ons nederig maakt, vergroot het ons denken ook. Wie vaak over God nadenkt, zal een grotere geest hebben dan iemand die maar gewoon z’n dingetjes doet hier op aarde. De beste studie om je ziel te verruimen is de wetenschap van Christus, Zijn kruisiging en de kennis van Zijn rol in de heerlijke Drie-eenheid. Er is niets wat ons intellect zo zal versterken en de hele ziel van de mens zo zal uitvergroten als een godvruchtig, eerlijk en degelijk onderzoek naar het grote onderwerp van de Goddelijkheid.” – C.H. Spurgeon

“Als je niets weet over God, is de wereld een vreemde, gekke, pijnlijke plek, en is het leven in deze wereld een teleurstellende en onaangename bezigheid. Als je niets over God wilt weten, veroordeel je jezelf er toe om als het ware geblinddoekt door het leven te struikelen en te blunderen, zonder richtinggevoel of begrip van wat er om je heen is. Daarmee kun je je leven vergooien en je ziel verliezen.” – J.I. Packer

 

 

 

Door God zelf

 

 

2014_05_26_HorenDoen

 

 

 

 Enkele uitspraken van God uit de Bijbel

 

“God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past” (Genesis 2:18).

“En de Here zeide: ‘Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb’” (Genesis 6:7).

“De Heer zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan Ik, de Heer?’” (Exodus 4:11).

“De Heer zei tegen Mozes: ‘Kom naar Mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal Ik je de stenen platen geven waarop Ik de wetten en geboden heb geschreven om het volk te onderrichten’” (Exodus 24:12).

“En de Heer zei tegen mij: ‘Ga aan het hoofd van het volk weer op weg, dan kunnen ze het land binnengaan dat Ik hun voorouders onder ede heb beloofd, en het in bezit nemen’” (Deuteronomium 10:11).

“De Heer zei tegen hem: ‘Dit is het land waarvan Ik aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zou geven. Ik laat het je nu zien, maar erheen oversteken zul je niet’” (Deuteronomium 34:4).

“De Heer zei tegen hem: ‘Je hoeft voor die koningen niet bang te zijn, want Ik lever ze aan je uit. Geen van hen zal tegen je kunnen standhouden’” (Jozua 10:8).

“De Heer zei tegen Salomo: ‘Ik heb het smeekgebed dat je tot Mij gericht hebt gehoord. Ik heb de tempel die je gebouwd hebt tot heilige plaats gemaakt, om er voor altijd Mijn naam te laten wonen. Niets van wat daar gebeurt zal me ontgaan; Ik zal alles ter harte nemen” (1 Koningen 9:3).

“Moet je door het water gaan – Ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien” (Jesaja 43:2).

“Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: Ik zal je een hoopvolle toekomst geven” (Jeremia 29:11).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

Boeddha (563-483 v Chr.)

Standaard

categorie : religie

 

 

Boeddha wist dat macht corrupt maakt. De religie die rond hem ontstond, was vrij van dogma’s. Boeddha was geen God! Door zijn eigen toewijding verwierf hij de perfecte wijsheid en puurheid van geest. Hij werd een voorbeeld voor iedereen die hem wilde volgen. Misschien bewees hij juist zo wel dat het goddelijke binnen ieder mens aanwezig is.

.

 

20130516-the-dhammapada-panditavagga-the-wiseimage-450

 

.

In de Dhammapada is de leer van het Theravada Boeddhisme samengevat. De Dhammapada is een samenstelling van 423 verzen van de Boeddha, verdeeld over 26 hoofdstukken. Hierin worden de wijsheden van Boeddha beschreven, in de vorm van korte spreuken.  Zo zegt het dat je in de wereld moet zijn en niet van de wereld. Het leert ons dat haat niet overwonnen kan worden met haat.

Haat wordt overwonnen met liefde. Dat is een eeuwige wet. Overwin boosheid door niet-boosheid, overwin kwaad door het goede. Overwin de vrek door gul te zijn, overwin de leugenaar met de waarheid. De Dhammapada laat zien dat geloof niet zo gecompliceerd hoeft te zijn dat het slechts door theologen na een lange studie begrepen kan worden.

.

.

9200000012851147

.

De weg van de bevrijding is het achtvoudige pad. Het bestaat uit het juiste begrip, de juiste gedachten, het juiste spreken, het juiste handelen, het juiste levensonderhoud, de juiste inspanning, juiste bewustzijn en concentratie. Hierbij worden begrip en gedachten gezien als wijsheidselementen.

Spreken, handelen en levensonderhoud zijn deugdzaamheids elementen. De laatste drie inspanning , bewustzijn en concentratie hebben te maken met het een zijn met wat we doen ofwel meditatie. Er zijn nagenoeg geen fundamentalistische boeddhisten, het boeddhisme heeft hier tegen een ingebouwde weerstand.

.

.

.

        De 4 waarheden en de achtvoudige weg van Boeddha

 

Boeddha heeft in zijn tijd de individuele mens weer de verantwoording terug gegeven voor zijn persoonlijke spirituele ontwikkeling. Het is nu aan ons om deze te gebruiken.

.

.

De vier edelen waarheden zijn:

 

1. Lijden Bestaat.

2. De oorzaak van ons lijden is niet bewust zijn.

3. De remedie voor niet bewust zijn is meditatie.

4. Het beoefenen van meditatie is juist leven.

.

.

.

De achtvoudige weg is:

 

1. Het juiste inzicht: De wetten van karma leren.

2. De juiste gedachte: gedachten van medeleven koesteren.

3. De juiste spraak: De waarheid vertellen in plaats van leugens.

4. De juiste handelswijze: Zich behulpzaam gedragen.

5. Het juiste levensonderhoud: De kost verdienen op een manier die geluk bevordert.

6. De juiste inzet: Zorgen voor een gezonde gemoedstoestand.

7. De juiste geesteshouding: Zich meer bewust worden van gedachten en handelingen

8. De juiste meditatie: De oefening van het aanwezig zijn verdiepen.

Compassie of het zorgen voor elkaar is een van de essenties van het boeddhisme. Veel boeddhisten leven sober. Ze drinken en roken niet en zijn vegetarisch. Ze hebben respect voor alles dat leeft.

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA