Tagarchief: deugden

Drieëndertigste Miniatuur : twaalfde visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

.

 

Drieëndertigste Miniatuur: Twaalfde visioen van het Derde Boek

 

.

Scivias%20T%2033_Boek%20III,12

 

 

De elementen zullen door elkaar geworpen worden en al het sterfelijke blaast de laatste adem uit. Men ziet hoe op het trompetsignaal van de engel de doden verrijzen voor het oordeel van de verheerlijkte Mensenzoon. Miniatuur 33 is zeer traditioneel van opzet. Wat deze miniatuur echter plaatst in de rij van de voorafgaande afbeeldingen is het overvloedig gebruik van het metaal zilver. Opvallend is dat de banderollen onbeschreven zijn gebleven.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

Eenendertigste Miniatuur : tiende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegar Von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenendertigste Miniatuur: Tiende Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2031_Boek%20III,10

 

 

 

Hier gaat het om de voltooiing van de Stad Gods en van het geestelijke leven in de mystieke beschouwing. Als alle heiligheid verwezenlijkt zal zijn op aarde en de wereld tot voltooiing is gekomen in het zuiden, waar God in het paradijs de eerste mens schiep, neemt de Mensenzoon (dezelfde als die van de eenentwintigste miniatuur) het woord. Hij zegt:

“De Zoon van de levende God, geboren uit de Maagd, regeert zonder tegenspraak in die harten, die ontstoken door de H. Geest streven naar de volle geheimen van de ongeschapen diepten.”

De tekst van het tiende visioen luidt:

“Voor de troon van de Mensenzoon, die zich nog steeds niet ten volle heeft geopenbaard, staan drie deugden en wel de Stadigheid (Constantia), het Hemelsverlangen, (Caelestis desiderium) en de Rouwmoedigheid des Harten (Compunctio Cordis).”

Onder deze drie, die feitelijk een drieëenheid vormen, verschijnt van ons uit gezien links, de Verachting der Wereld (Contemptus mundi) en rechts de Eendracht (Concordia) tussen God en mensen. Rustig de beelden en kleuren bestuderend en luisterend naar wat Hildegard over deze deugden zegt, kunnen we ontdekken wat voor onze mystica de hoogste toppen van het geestelijk leven betekenen.

De figuur die we bovenaan in een rood gewaad (de tekst zegt: in purperen tunika) op een troon gezeten zien, is het Mensgeworden Woord. Achter Hem op een hoge zuil en voor ons onzichtbaar zit de Lucidens Sedens (vgl. miniatuur 19).

De wederkerende Christus op de Oosthoek van het gebouw zagen we op miniatuur 21 en evenals daar is de onderste helft van Christus nog niet geheel geopenbaard: het einde der tijden is nog niet gekomen. Christus zit in een zetel boven op zeven witmarmeren treden, hier weergegeven door blauw met wit geaccentueerd.

Het kleed van de middelste der drie Godskrachten vóór de Troon, de stadigheid, is evenals de marmeren treden blauw met wit. In beide gevallen wijst dit blauw op helder glanzend wit. Volgens de tekst draagt zij ook een witte mantel. Deze is hier bij wijze van tegenstelling groen.

Dezelfde kleur vertoont het gewaad van de deugd aan haar rechterhand ‘het hemelse verlangen’. Van de derde deugd de Rouwmoedigheid des harten wordt gezegd dat zij witte haren heeft en deze worden door gewoon wit aangeduid.

Het was voor de miniaturist een moeilijke opgave om al die van blankheid stralende deugden toch duidelijk aan te geven omdat de nuances in het wit voor Hildegard wijzen op de karakterverschillen van deze drie deugden. Zo zegt Hildegard dat al deze gestalten in witte tunieken zijn gekleed, daar zij allen in de verblindende witheid van goede werken wandelen.

Maar dan beschrijft zij het onderscheid in goede werken en verklaart zij dat de Rouwmoedigheid geen witte maar een wat matkleurige tuniek draagt. Wenend en klagend schermt zij zich af tegen alle verkeerde invloeden. Het komt er op aan dat de juiste houding is standvastig en met grote rouwmoed in ons hart naar de komst van de Heer te verlangen.

Merken we wel op dat deze deugden overeenkomen met de deugden die God ons voorgehouden heeft in de toren van Gods raadsbesluit. Daar (miniatuur 22) zagen we als eerste de Liefde tot het hemelse, hier het hemelse begeren. Op de tweede plaats de Bescheidenheid, hier de Rouwmoedigheid des harten en tenslotte de Victoria, die hier terugkeert in de Stadigheid of Constantia: de volhouder wint.

Verder zagen we in miniatuur 22 nog de Disciplina en de Misericordia. Ook deze twee door God voorziene deugden komen hier in de voltooiing terug. Het zijn onderaan de Contemptus Mundi (de verachting der wereld) wat hetzelfde is als de Disciplina en de Concordia (de eendracht tussen God en mensen) wat men de voltooide vorm van de Misericordia mag noemen.

We willen nog even aandacht schenken aan de wijze waarop de Contemptus mundi en de Concordia door Hildegard zijn aangevoeld en uitgebeeld. In een zilver rad zien we de buste van een deugd in een donker kleed met een bloeiend takje in de hand. Dit illustreert de uitleg van het tiende visioen.

Aan de noordkant van de Gezetelde verscheen in een rad een deugd die in haar rechterhand een groen takje droeg. Dit rad draaide voortdurend rond, maar het beeld bleef onbeweeglijk staan (zij maakt immers deel uit van de deugd Constantia). En in de omtrek van dit rad stond geschreven:

“Indien iemand Mij dient, dat hij Mij volge en waar Ik ben daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh. 12).

Daarop wijst het zilver in het rad. Het is de macht Gods die de mens uitnodigt Zijn Zoon te volgen.

Dit rad van de goddelijk macht is precies hetzelfde lichtende rad, dat we in de visioenen één en twee van het derde boek over de opbouw van de Stad Gods, van Gods voeten hebben zien uitgaan. Daarin bevindt zich de berg waar de stad van de Zoon Gods opgebouwd wordt.

In miniatuur 21 zien we dat stralende rad rondom de hele plattegrond van de Stad Gods draaien. De contemptus mundi beantwoordt dan ook de uitnodiging van God zijn Zoon te volgen in het opbouwen van de stad. De Heer heeft in de Apocalyps gezegd:

“Wie overwint, hem zal ik van de boom des levens te eten geven, die in het paradijs van mijn God staat.”

Daarom draagt de Contemptus mundi een vruchtdragend takje in de hand.

Zo komen we bij de Concordia, hier voorgesteld in een blauwwit gewaad met aan weerszijden een grote vleugel. Als de ziel op de hoogste top van het geestelijk leven in volmaakte standvastigheid leeft, wendt zij zich naar het Zuiden, symbool voor heel de verloste mensheid. Zij is vrij van alle haat en nijd en brengt verlichting en helderheid in alle gelovige harten.

De vleugels wijzen erop dat de ziel, ondanks het feit dat zij in volmaakte rust leeft, toch haar vleugels uitstrekt over alle wederwaardigheden die de gelovigen moeten ervaren en dat de reikwijdte van haar liefde groter is dan de duur van al de nog komende geslachten.

 

Nu de laatste deugd de Concordia zich met vleugels vertoont, willen we terug kijkend zien welke deugden nog meer met vleugels zijn afgebeeld.

 

Miniatuur 27 toont ons de Pax met twee vleugels.

Op miniatuur 2 staat de Albeheerser met twee grote vleugels, wat volgens de uitleg wijst op de onuitsprekelijke Gerechtigheid in de uiteindelijke zegepraal van de onuitgesproken Wijsheid.

Miniatuur 5 toont ons de mens die ontsnapt aan alle moeilijkheden hem door de duivels berokkend en die gedragen door twee vleugels, op de top van het geestelijk leven komt.

Miniatuur 9 beeldt alle engelen met vleugelen af.

Ook op de 16de miniatuur zien we de engelen met vleugels boven de Eucharistie.

De Zelus dei staat op de 2lste miniatuur met drie vleugels afgebeeld.

Tenslotte tonen de 33e en 35e miniatuur engelen met vleugels.

 

 

 

Vleugels wijzen op zorg voor anderen.

 

God is bezorgd voor ons. De Zelus Dei tracht met de vleugels het gevaar weg te jagen. Men kan alleen vrede met anderen hebben, als men zorg heeft voor zijn naaste. De Concordia, zegt de tekst, draagt vleugels omdat zij evenals de Schepper aan alle mensen denkt.

Zo ontdekt men de gedachtenwereld van Hildegard door alle beelden die in feite begrippen zijn, naast elkaar te leggen. Hier kunnen we het slot aanhalen van het tiende visioen, omdat daar de samenvatting gegeven wordt van heel de bouw van het kasteel.

“Aldus, gelijk in beelden getoond is, werkt God van het Oosten naar het Noorden en van het Westen naar het Zuiden, waar Hij door Zijn Zoon uit liefde voor de Kerk, alles wat voor de schepping van de wereld voorbestemd was, tot zijn verwezenlijking leidt, en de nieuwe dag laat stralen. God immers heeft dit werk van Hemzelf met de voornoemde torens en deugden in mystieke betekenis bevestigd en versierd, om dan dit werk in de grootste volmaaktheid volledig naar zich terug te voeren.”

In Noach is na de val van Adam de rechtvaardigheid van het juiste handelen aangeduid. Deze rechtvaardigheid streeft naar de nieuwe dag, omgeven als zij is door de vele wonderdaden welke God in de verschillende opeenvolgende tijdperken heeft getoond. In Noach openbaarde God de voorbereiding, in Abraham en Mozes de eerste openbaring en in Zijn Zoon de verwezenlijking.

Het stond vóór alle tijden in het hart van de hemelse Vader vast, dat Hij Zijn Zoon op het einde der tijden tot heil en verlossing van de gevallen mens in de wereld zou zenden. Deze Zoon is geboren uit de Maagd en Hij heeft alles wat de Ouden, vervuld van de H. Geest, voorzegd hebben op volkomen wijze volbracht.

Dit lijkt op de beweging van een mensenarm, die zich eerst tot een werk buigt en dan de hand kan laten werken. Volgens een rechtvaardig oordeel van God werd de Rechtvaardigheid samen met Adam uit het land van Eden gezet. Maar de Rechtvaardigheid begon zich in Noach opnieuw te bewegen, gelijk de eerste beweging in het schoudergewricht.

Vervolgens ontwikkelde de Rechtvaardigheid zich in Abraham en Mozes gelijk de arm zich meer gaat bewegen door middel van de elleboog.

Toen ging de Rechtvaardigheid verder naar het volmaakte werk in de Zoon Gods, door Wie alle tekenen en openbaringen van de Oude Wet tot een duidelijk werk voltooid zijn. In Hem zijn ook alle godskrachten of deugden openbaar gemaakt. Dit lijkt op de hand met zijn vingers, die het werkstuk waarmee ze bezig is tot volmaakte afwerking voert.

“Op deze wijze volbreng Ik mijn werk tot mijn glorie en tot jouw beschaming, o duivel. Tegen jou is mijn krachtige arm gericht om datgene wat in het Noordoosten, in het Noorden en in het Westen staat opgesteld te overwinnen. Bovendien biedt mijn bouwwerk jou ook weerstand volgens de loop van de zon, dat is van het Oosten naar het Zuiden, om jou dan in het Westen neer te stoten. Zo zie je jezelf naar alle kanten in verlegenheid gebracht, want in mijn Kerk volbreng Ik tot je ondergang, misvormde verleider, het werk der gerechtigheid en heiligheid en wel zodanig, dat jij, die eigenlijk getracht hebt mijn volk verloren te laten gaan, geheel overwonnen ten onder gaat.”

Deze slottekst bevestigt volledig de zin van het gehele kasteel, zoals we die in de onderdelen ontdekt hebben.

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Zevenentwintigste Miniatuur : zesde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Zevenentwintigste Miniatuur: Zesde Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2027_Boek%20III,6

.

.

We hebben in het begin de opmerking gemaakt, dat een miniatuur die een volle bladzijde beslaat in de ogen van Hildegard een belangrijk onderwerp wil illustreren. In deze miniatuur behandelt zij uitvoerig de eerste van de drie muren welke de gelovigen met de hulp van God steen voor steen opbouwen.

 

De eerste muur heeft voor Hildegard een grote betekenis. Zij ziet in de opbouw van de joodse samenleving een voorafbeelding van de eerste fase van het geestelijk leven. Deze fase moeten de mensen die geroepen zijn om intiemer met God om te gaan doorlopen.

 

De muur van Noord naar West is drievoudig omdat zij de eerste aanvallen van de vijand uit het Noorden moet opvangen. De buitenste muur duidt op de macht van de wereldse overheid, de binnenste verwijst naar de hië-rarchie van de geestelijke leiders.

 

De middelste muur is een beeld van de onderdanen, de gelovigen, die onder het gezag staan van de wereldlijke- en kerkelijke overheid waardoor ze beschermd hun taak van het opbouwen van de verdedigingsmuur kunnen volbrengen.

 

Dit alles is zeer middeleeuws gedacht, maar ook monastiek. De echte opgang van het geestelijk leven begint altijd met een streng gedisciplineerd leven in gehoorzaamheid aan allen die in gezag gesteld zijn. Het komt allemaal overeen met de gedachtegang van St. Benedictus over de grote betekenis welke hij hecht aan de gehoorzaam-heid als grondslag voor diepgaand geestelijk leven. In feite is dit de opvatting van alle geestelijke leiders, tot de guru’s in het boeddhisme toe.

 

Hier gaat Hildegard dieper op in door twee groepen van drie gepersonifieerde deugden te laten optreden. Die zes deugden samen vormen de ontplooiing van de Discipline, die we reeds ontmoetten in de Toren van Gods raadsbesluiten na de Liefde voor het Hemelse.

 

De drie deugden ( zie figuur midden, boven links ) van de eerste groep zijn de Abstinentia, de zelfverloochening, die bijgestaan wordt door de Largitas en de Pietas, wat men het beste kan vertalen met edelmoedigheid en vroomheid. Wie herkent hier niet het begin van het geestelijk leven, zoals dat door alle geestelijke vaders wordt geleerd? Het gaat om edelmoedige zelfverloochening, in stand gehouden door godsvrucht en in praktijk ge-bracht door gehoorzaamheid aan het wettig gezag.

 

De drie volgende deugden ( figuur midden, naast eerste groep ) die we ontmoeten bij het goed beleven van de wet zijn de Waarheid (Veritas) geflankeerd door de Vrede (Pax) en de Gelukzaligheid. Eigenlijk zijn zij meer de vruchten van de deugdbeoefening dan eigenlijke deugden, zoals wij die gewoonlijk verstaan.

 

 

shapeimage_3

 

 

Nu wordt het zeer ingewikkeld om na te gaan, hoe Hildegard deze zes gepersonifieerde deugden uitgebeeld heeft. Ik wijs hier alleen op de Pax (zilver) die rechts van de Veritas (goud) staat. Deze Pax is geheel in het zilver en heeft twee grote vleugels. Hij draagt het zegel van de hemel, is de gezel der engelen, ziet evenals de engelen steeds het aangezicht van God, gaat zonder wijken rustig op zijn doel af en gelijkt steeds meer op de Mensen-zoon. Zilver is onder meer beeld van de spiegel waarin de gelijkenis met Christus zichtbaar wordt.

Wat eigenlijk het einddoel is van deze zes deugden, die samen de discipline van de wet vormen, leert ons de ‘Salvatio animarum’. Deze zielenredding wordt hier in beeld gebracht door drie handelingen van dezelfde geper-sonifieerde deugd. Als de vrucht van het disciplinaire leven onder de wet, ontvangt de leerling de genade van de nieuwe wet.

Getroffen door de genade van de ‘Discretio’ waarvan we het beeld nog zullen beschrijven, besluit de ziel het veelkleurig gewaad van de werken van de oude wet uit te trekken. Zij zegt dan, dat zij door het bloed van het Lam verlost is en vrij is geworden door de genade Gods.

Men ziet hoe boven het donkere figuurtje tussen de muren van de wet, een mensenfiguurtje dat de kleren uit-trekt en er de stof uit klopt. Merkwaardigerwijze is dit figuurtje in het zilver geschilderd wat het geloof aanduidt.

Naast dit ontklede figuurtje zien we nog een figuurtje ( figuur onder, links boven ) in het zilver, dat vóór zich een kruisbeeld vasthoudt dat opbloeit uit een boom. Aan weerszijden van die boom zien we takken die in bloei schieten. Hildegard geeft daaraan de volgende uitleg:

“De zieleredding is door het lijden van Jezus de Verlosser tot grote bescherming van de gelovige geworden. Want door het lijden en dood vertrad de Zoon Gods de boom van de dood en de zonde van Adam. En hieruit ont-sproten als bloesems de beide Testamenten. Het Oude Verbond zendt zijn witte licht naar het kruis en het Nieuwe Verbond zijn rode glans; en op het hoogtepunt van het geestelijk verstaan neigen die beide bloemen, eenmaal ontrukt aan het verderf van de dood, zich naar het lijden van de goede Verlosser en heel Zijn gerechtigheid.”

 

Deze tekst is in zijn geheel geciteerd en laat duidelijk zien, hoe al die beelden en kleuren evenzovele lessen zijn over de alles overtreffende betekenis die de gekruisigde Christus voor Hildegard heeft.

 

shapeimage_2

.
.
.
.
Maar dit beeld van de gekruisigde Heer ontmoeten wij ook in de handen van de tweelingzuster van de Ziele-redding, n.l. de Discretio ( figuur beneden, onder links met kruis ). Deze deugd is eigenlijk het einddoel van de discipline van het Oude en tegelijk het keerpunt naar het Nieuwe Verbond. Deze deugd ziet Hildegard gezeten tegenover de zuil van de H. Drievuldigheid, waar miniatuur 28 een prachtige uitbeelding van biedt en die we straks uitvoerig zullen bespreken.
.
.
Thans gaat het om een nieuwe openbaring van Gods werk en wel door de Tweede Persoon van de H. Drievul-digheid. Tegelijkertijd is deze een geloofsuitdaging, beter gezegd een geloofscrisis voor iedere gelovige. Het ge-loof in de éne God wordt op een hoger plan gebracht en het is de kracht Gods van de Discretio die ons de gena-de geeft om in groeiend geloof de diepere zin van deze openbaring te onderscheiden.
.
.

De oude Vaders spreken veel over de Discretio, het keerpunt in het geestelijk leven. Hildegard geeft hier in een ingewikkelde beeldspraak haar visie op deze deugd. Het duidelijkste beeld blijft het kruisbeeld, dat zij in de rech-terhand houdt en de zonnestralen die komend vanuit de hemel haar borst verlichten.

 

Zoals reeds werd opgemerkt, zijn de Discretio en de Zieleredding twee aspecten van één zieletoestand. De drie figuren die de Zieleredding weergeven hebben een zwart kleed evenals de Discretio. Nu komt zwart (heraldisch sabel genoemd) vrij weinig voor in de 35 miniaturen van Scivias en als het voorkomt is het om het kwaad op zich aan te duiden.

 

In positieve zin zijn het alleen deze twee deugden die een zwart kleed dragen. Waarschijnlijk om de bekering, het zich ontdoen van de oude mens, duidelijk te kunnen uitbeelden. Bovendien had de aanwending van de zwarte kleur het voordeel om de ommekeer in het geestelijk leven ten overstaan van de openbaring van de H. Drievul-digheid in de Menswording duidelijk tot uitdrukking te brengen. Een interessant detail is dat de Salvatio afge-beeld is met een mannenkrullebol en de Discretio met een vrouwensluier.

 

In heel dit zielekasteel, dat het beeld wil zijn van de opgang van het geestelijke leven, laat Hildegard 34 virtutes optreden. Dit zijn personificaties van deugden of godskrachten. Van deze 34 zijn er 28 vrouwelijk voorgesteld en 6 mannelijk. In elk der zes groepen deugden komt één mannenfiguur voor.

 

Deze mannenfiguur wijst op de creatieve kracht van God, dus op de eerste plaats op God de Vader. We hebben gezien dat de activiteiten van de Vader in verband gebracht worden met het licht van de eerste scheppingsdag.  In de eerste groep bij de lichtgevende muur (zie miniatuur 22) staan zes vrouwelijke deugden, plus een ridder-figuurtje de Victoria, gestoken in een zilveren harnas. De overwinning wordt uiteindelijk door de Zoon aan de Vader toegeschreven.

 

In de 25ste en 26ste miniatuur zien wij de twee deugden de Scientia Dei en de Zelus Dei. De Zelus Dei is door Hildegard opzettelijk weergegeven als een kaal mannenhoofd, omdat deze meer overeenkomt met de mannelijke neiging tot actie. De Scientia Dei betreft meer met de ontvankelijkheid van de vrouw. In miniatuur 27 zien we zes deugden voor de muren van de Oude Wet staan. De Pax is mannelijk omdat deze volgens Hildegard zonder wijken recht op zijn doel afgaat.

 

Zo komen we terug bij de Discretio en de Salvatio animarum. Het is de Salvatio die actief is voorgesteld in het zich ontdoen van het zwarte onderkleed. Het is deze geloofsdaad die hem het mannelijk kenteken en de kleur van zilver bezorgt. Daarnaast zit de Discretio heel bescheiden neer tegenover de zuil van de Drievuldigheids-openbaring.

 

In de drie deugdengroepen die ons in de miniaturen 29 en 30 ter bespreking resten, komt nog tweemaal een mannelijke deugd voor. Het zijn de Gratia Dei en de Fortitudo, deze laatste in harnas. Alleen in de laatste groep van vijf deugden (miniatuur 31), die staat vóór de wedergekomen Heer, treffen we alleen vrouwelijke deugden aan. We mogen zeggen dat in dit geval de verschenen Heer de Man in actie mogen noemen.

 

Hildegard moet zich zich erg aangesproken hebben gevoeld in de uitbeelding van mannelijke- en vrouwelijke deugden. Alles gebeurt eigenlijk zoals de vrouw zich opstelt tegenover de man in het natuurlijk proces van de vruchtbaarheid. Dit alles wil de weerspiegeling zijn van het inwendig leven van de H. Drieëenheid. De Vader geeft zich aan de tweede Persoon en uit deze liefdesband komt de H. Geest voort waarvan wij, de gelovigen, deel uit mogen maken.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

Tweeëntwintigste Miniatuur : derde Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tweeëntwintigste Miniatuur: Derde Visioen van het Derde Boek

.

.

 

Scivias%20T%2022_Boek%20III,3

.

.

Zoals men ziet in miniatuur 21 is dit bouwwerk samengesteld uit vier muren en bij die muren zijn vijf torens (zuilen ) opgetrokken. In de eerste muur die van oost naar noord (uitgebeeld in de drie volgende miniaturen) staan de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord opgesteld.

Het verschil tussen zuil en toren moeten we waarschijnlijk zoeken in het feit dat zuilen door God zelf als één stuk neergezet worden, terwijl torens door de gelovigen met Gods hulp steen voor steen in de loop van de geschiedenis opgetrokken worden.

Bij iedere toren treffen we een groep gepersonifieerde deugden (ook wel krachten van God genoemd). We zullen nu de eerste groep deugden naderbij bezien en zien wat voor een ontwikkeling we daarin kunnen ontdekken.

In en vóór de toren van Gods raadsbesluiten ( het gouden vierkant ) staan opgesteld, beginnend van de onderste figuur en dan in tegenwijzerzin,

de liefde tot het hemelse,

de discipline,

de bescheidenheid,

de barmhartigheid

en de overwinning.

Deze vijf vormen als het ware Gods eerste werktekening voor heel het verlossingswerk. Het zijn eveneens deze deugden die we in groter verband in de volgende groepen deugden nader uitgewerkt tegen zullen komen.

Beneden aan de toren ( rechts )staan nog twee andere deugden die de houding van de gelovige tegenover het plan van God aangeven: de Patientia, het geduld en naast haar de Gemitus, de verzuchting.

Eerst komt het geduld dat ieder moet opbrengen tegen de aanvallen van de duivel, wanneer men zich voorgenomen heeft de begeerten van het vlees te overwinnen. Het geduld staat hier in het groen omdat het onder leiding van de H. Geest zich wil richten naar het voorbeeld van Gods Zoon. Zij staat onder een lage boog, eigenlijk altijd min of meer onder druk en zij draagt een rode kroon van het lijden des Heren.

Wanneer de gelovige zich eenmaal overgegeven heeft aan de plannen van God komt het verlangend verzuchten de Gemitus naar boven en wil zij ook in navolging van Christus het kruis dragen en is de Gemitus hier met een kruisbeeld voorgesteld.

De eerste kracht Gods die in dit bouwwerk optreedt is de Amor caelestis ( liefde tot het hemelse ) omdat zij de drijfveer is van alle actie naar het verlangen naar het einddoel, het verslaan van het kwade. In dit geval is het einddoel de overwinning van het goede op het kwaad en de satan. Dit plan, deze boodschap is het eerst verkondigd aan Abraham en de andere aartsvaders. Het is het begin van de goddelijke openbaring.

Daarom is de toren van Gods raadsbesluiten in de 22ste miniatuur in zilver uitgebeeld evenals de hele muur van het oosten naar het noorden en heet hij de lichtstralende muur. Zilver wijst zoals we gezien hebben op het goddelijk licht en op het menselijk antwoord in geloof daarop gegeven.

Samen met deze Amor caelestis staan de andere deugden in deze miniatuur boven op de toren in bustevorm uitgebeeld; bovendien in de volgende miniatuur nog eens apart en dan in volle lengte.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Eenentwintigste Miniatuur : tweede visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Eenentwintigste Miniatuur: Tweede visioen van het Derde Boek

.

.

Scivias%20T%2021_Boek%20III,2

.

 

Deze miniatuur biedt ons het algemeen overzicht van de Stad Gods. Vóór de tweede Persoon van God, de Lichtende Gezetelde van wie al het licht uitgaat, strekt zich de plattegrond uit van een stad. De stad heeft een vestingwerk, is viervoudig ommuurd en verstevigd met torens.Trouw aan de tekst van Hildegard heeft de miniaturist gepoogd een overzicht te geven van zijn geheel en zijn onderdelen.

De figuur in het rood is Christus, de Lucidens Sedens of de lichtende gezetelde in het Oosten. Rechts van de Lucidens Sedens begint een muur die de meest lichtgevende van de vier is. Hij wordt dan ook in het zilver weergegeven. Deze muur, die de lucida pars genoemd wordt (het deel dat licht uitstraalt), loopt van het oosten naar het noorden.

Ongeveer in het midden ervan staat een brede toren met kantelen, die Hildegard de toren van het plan van het werk Gods ( de Turris praecursus voluntatis Dei ) noemt. Verderop verheft zich de kolom van het Woord Gods, een soort boom waarvan op iedere tak een menselijk hoofd is afgebeeld. Tussen deze twee torens zullen we straks een poort, die toegang geeft tot de stad zelf, zien open gaan.

Waar de lichtgevende muur in het noorden de driedelige muur welke naar het westen loopt raakt, zien we een hoogst merkwaardige kop omgeven door drie blauwwitte vleugels. Een zeer opvallend symbool van de Zelus Dei, de vurige ijver Gods, die met haar brandende ogen de duivel in het noorden bedreigt.

Op de plattegrond zien we, vanaf de Zelus Dei aan de noordzijde, in westelijke richting een schans opgeworpen van drie evenwijdige muren. Het gaat om muren die door de gelovige mensen opgetrokken worden. In de westhoek zien we een rode kolom uitgebeeld. Deze rode zuil is een zinnebeeldige weergave van de openbaring van het mysterie van de H. Drievuldigheid op het einde der tijden.

Immers toen de zon in het westen reeds onderging en de avond aanbrak, is dit grote geheim door het mensgeworden Woord geopenbaard. Tussen het westen en het zuiden zien we twee torens in aanbouw. De eerste is de toren van de Mensheid van het Woord en is bijna voltooid. Verderop in de zuidhoek wordt de grote toren van de Kerk van het Godsvolk opgetrokken door de gelovigen zelf, die langs ladders stenen naar boven brengen.

Zo vinden we in het zuiden, pal tegenover het noorden waar de duivel woont, de plaats waar de Kerk wordt opgetrokken. De torens worden in het zuiden gebouwd omdat daar de plaats gedacht werd van het oorspronkelijke aardse paradijs.

De laatste muur, nog in aanbouw,  is die van het zuiden terug naar het oosten, waar de Lichtende zetelt. Als deze voltooid is, zal de volledige openbaring van de wederkomst van de verrezen Heer plaats vinden. In de tien volgende visioenen en miniaturen wordt de symboliek van al die onderdelen van de Stad Gods verder uitgewerkt. We zien dat héél het bouwwerk gaat om een verdedigingswerk in de strijd tussen God en de duivel.

God wil de mensheid, door de duivel uit het paradijs geroofd en weggevoerd naar diens rijk der duisternis in het noorden, terugleiden naar het zuiden. Daar wil God samen met de mensen van goede wil het nieuwe paradijs, n.l. de Kerk, opbouwen. De gelovigen die vanuit het noorden naar het zuiden komen om de slottoren van de Kerk te bouwen, moeten evenwel verdedigd worden tegen de aanvallen van de vorst der duisternis, die in het noorden heerst.

 

 

 

De voorstelling van de miniatuur

 

God woont in het oosten, rechts van Hem in het noorden zetelt de duivel en links in het zuiden is het nieuwe paradijs gedacht. Het eerste wat God doet is een zware verdedigingsmuur bouwen in noordelijke richting om de eerste aanvallen van de duivel daaruit op te vangen.

Dan dreigt een dubbel groot gevaar vanuit de open westkant. Op dat ogenblik nodigt God de mens uit Hem te helpen en een driedubbele muur op te trekken van het noorden naar het westen.

In het westen komt de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid zelf als mens ons te hulp. Hij voltooit, samen met hen die hiertoe geroepen zijn, de muur van het westen naar het zuiden. Daartussen rijst de hoge toren van Zijn Mensheid op.

Zo komen we in het zuiden, waar door alle gelovigen steentje voor steentje de grote slottoren van de Kerk wordt opgetrokken. Daar kunnen de gelovigen van het Nieuwe Testament, grotendeels beschermd tegen de aanvallen uit het noorden, doorwerken.

Maar het einddoel, de afronding en voltooiing van het bouwwerk liggen in het oosten. Deze nieuwe muur van het zuiden naar dat eindpunt wordt even als de noordwest muur door de gelovigen zelf opgetrokken. Het Rijk Gods is tenslotte als een bouwwerk tot stand gekomen in een samenwerking van God met de vrije wil van de mens.

Deze hoofdgedachte van een samenspel tussen God en mens tegen duivel en zonde is eigenlijk de leidraad van heel het betoog van Hildegard over de wegen des Heren. Maar zij wil, in dit samengaan van God en mens tegen de duivel, graag de alles overtreffende grootheid van God naar voren brengen.Daarom zullen we bij de uitwerking van de vierkante plattegrond een grote afwijking ontdekken.

De eerste muur, die door God de almachtige Vader en de derde die door Gods Zoon in Zijn Mensheid worden opgetrokken, zijn beide twee maal zo lang als de tweede en vierde muur die de gelovigen mogen op metselen.

 

 

 

De dynamiek in de symboliek van het bouwwerk

 

Nog andere grondgedachten spelen mee in de symboliek van dit bouwwerk. De dynamiek van de uitvoering komt helemaal overeen met de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis.Eerst de openbaring aan Abraham en de profeten van oost naar noord. Dan de hiërarchie en de ascese van de joodse wet van noord naar west, welke uiteindelijk verwijzen naar de grote openbaring van Christus over het mysterie van de H. Drievuldigheid.

Het is de bekering tot het geloof in het geheim van Gods Zoon dat dan verder de drijfveer uitmaakt van de bouw van de Kerk in het zuiden. En het is het verlangen naar de wederkomst van de Heer, dat de gelovigen de wilskracht geeft om de laatste muur te voltooien van het zuiden naar het oosten.

Deze drijfveer naar de voltooiing is toch weer een werk van God en mens samen. God geeft hiertoe de genade en de mens ontleent er zijn kracht, zijn deugd aan. Dit laatste begrip van deugdbeoefening vormt één van de grondideeën van de hele verhandeling van Scivias, speciaal van het derde Boek.

 

 

Verband tussen de macro- en de micro-ecclesia

 

Door dit thema van de dynamische beweging van de Bijbelse geschiedenis krijgen we te maken met een merkwaardig parallellisme tussen wat we zouden kunnen noemen de macro- en micro-ecclesia. De geschiedenis van de kerkopbouw, gezien vanuit het Oude Testament over het Nieuwe Testament naar de parousia (de wederkomst des Heren), herhaalt zich in het klein voor iedere mensenziel.

Dezelfde ontwikkeling, welke Hildegard ons schildert van de krachten Gods in de macro-ecclesia, kan elke gelovige ontdekken in zijn eigen geloofs- en deugdenleven. Het is omwille van deze les dat Hildegard zo uitvoerig ingaat op de deugdenleer. Zij ziet bij die opbouw van de grote Kerk, waarin God en mens samenwerken, zes groepen van deugden die de mens tot steeds grotere rijpheid helpen brengen.

 

 

 

De deugden in Scivias

 

In de volgende miniaturen 22 tot en met 31 trekt een stoet van gepersonifieerde deugden aan ons voorbij, die samen een moraliteit in beelden vormen.In de tekst van de visioenen worden we overstelpt met lange allegorische verklaringen van de kleding en de gebaren van deze personificaties. Hildegard zelf moet deze uitleg als onbevredigend ervaren hebben.

Na de voltooiing van Scivias heeft zij immers een echte moraliteit (toneelstuk) geschreven en muziek ervoor gecomponeerd. Deze draagt als titel ‘Ordo Virtutum’, wat men zou kunnen vertalen met ” De ontwikkeling van het deugdenleven”. Deze moraliteit liet Hildegard bij bijzondere gelegenheden door haar monialen op het plein voor haar kerk spelen, waarschijnlijk voor de toegestroomde pelgrims.

Bij de verdere uitleg van de miniaturen gaan we nog dieper in op deze deugdengroepen, waarbij men zal merken dat de beeldspraak erg gecompliceerd is. Daarmee hebben de miniaturisten zeker moeite gehad wat waarschijnlijk de reden is waarom de miniaturen van het derde boek, artistiek gesproken, niet de kwaliteit hebben van de voorafgaande.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Negende miniatuur: Zesde visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Negende miniatuur: Zesde visioen van het eerste boek

 

 

 

.
.
.
.

De engelen

 

 

De hemelse Stem zegt  tegen Hildegard:

”De almachtige, onuitsprekelijke God, die voor alle tijden bestond en geen aanvang heeft gekend en nooit zal ophouden te zijn, heeft ieder schepsel naar zijn wil wonderbaar in het leven geroepen en een opdracht gegeven. De een heeft Hij de aarde, de ander de hemel toegewezen en zo heeft Hij de engelen tot heil van de mens en tot eer van Zijn Naam geschapen. Sommigen der engelen  heeft hij opgedragen de mensen in hun nood te helpen en anderen om de oordelen van Zijn geheime raadsbesluiten te openbaren”.

Deze laatste taken hebben betrekking op de buitenste twee van de negen concentrisch opgestelde rangen rondom het witte middelpunt dat God voorstelt. Een mooier symbool voor de almachtige God, die zonder begin en zonder einde is, kan men niet bedenken. Wit, dat alle kleuren tegelijk bevat, vormt hier de lichtbron die de negen opgaande rangen tegelijk verlicht. Het is als bij de koepel van het Pantheon te Rome, waarin zich geen enkel raam bevindt, maar waar het licht dat binnenvalt door de ronde opening boven in de koepel, heel de ruimte tot in de verste hoeken verlicht.

Terwijl de rangen der engelen onze ogen steeds hoger richten, ontsnapt het goddelijk licht aan ons gezichtsvermogen en voelen we ons betrokken bij de transcendentie van God.

 

 

De eerste twee rangen

 

Direct rondom het witte middelpunt bevinden zich de twee rangen van de Serafijnen en de Cherubijnen. Zij hebben een rode kleur die des te vuriger is naarmate zij de puur blanke Drievuldigheid meer nabij zijn.

 

 

 

De volgende vijf rangen

 

Dan komen er vijf koren waarvan het getal vijf volgens Hildegard ons herinnert aan de vijf wonden des Heren. Eerst zien we de Tronen in een oranjekleur, die stralen als de dageraad. We zijn de oranjekleur als symbool voor de dageraad al tegengekomen in de diadeem van de synagoge. Later zien we de kleur nog terug als er gesproken wordt over de Menswording en Maria.

Dan komen de Heerschappijen met helmen van ijzer en tunieken van marmerkleur. De volgende rij zijn de Vorstendommen. Hun gelaat is marmerkleurig en hun tunika’s worden gevormd door zilverkleurige wolken. Beide rijen hebben betrekking op hen die in gezag gesteld staan en namens God en de Mensenzoon regeren.

In de Bijbel en speciaal in het Boek der Kronieken is er even sprake van marmer voor de tempelbouw. Men vermoedt dat het daar gaat om de witte kleur die geaderd is. Hier heeft de kunstenaar de klederen en gezichten lichtblauw geschilderd, wat harmonieus afsteekt tegen het oranje van de Tronen.

De vierde rij is van goud en staat voor de Machten die Gods grootheid verkondigen en die men vanwege hun glorie niet kan aanschouwen. Ze zijn hier prachtig aangeduid in de engelengezichten die met rode lijnen getekend zijn op vergulde achtergrond.

De vijfde rij vertegenwoordigen de Krachten ofwel Deugden, die ermee belast zijn de zielen te helpen torens te bouwen van deugd en die de helderheid van de innerlijke gloed der gelovigen weerspiegelen en daarom klederen van zilver dragen. De achtergrond is tevens blauw zoals bij de Heerschappijen en Vorstendommen.

 

 

 

De laatste twee rangen

 

Deze zeven koren der engelen( twee en nog eens vijf ) worden omsloten door nog twee rijen die de Aartsengelen en de Engelen representeren. De eersten dragen op hun borst de afbeelding van Gods Zoon, want zij waren de boodschappers die het geheim van Gods raadsbesluit omtrent de Menswording mochten voorbereiden. Als boodschappers dragen zij allen vleugels, evenals de buitenste rij van de engelen die ons mensen het meest nabij staan. Hun wangen zijn rood van ijver om de Wil Gods, omtrent ieder van de mensen, te volbrengen en onze goede werken bij de Heer te melden.

Bij het beschouwen van dit magnifieke kleurenvenster kan men nog dieper dringen in de betekenis van deze engelenkoren in verband met de Godsbeschouwing van Hildegard. De negen koren zijn verdeeld in twee, vijf en nog eens twee concentrische cirkels.

  • De twee rijen, die onmiddellijk rondom het middelpunt van God liggen, openbaren door hun vuurrode liefde de grootheid en het wezen van God de Vader.
  • De middelste vijf wijzen ons op de tweede Persoon, de Zoon die mens is geworden. In deze vijf rijen overheerst het blauw, een kleur die zich terugtrekt, waardoor zij diepte verleent aan de hele koepelcompositie.
  • De buitenste twee rijen gevleugelde engelen wijzen ons op het werken van de H. Geest, die zich in de gedaante van een vogel bij de Doop van Christus openbaarde.

 

In de volgende miniaturen zien we hoe het nog verborgen geheim van de Drieëenheid, hier aangeduid door het zuivere witte middelpunt, zich in de twee volgende visioenen aan Hildegard in dezelfde kleuren zal openbaren. Het is merkwaardig, dat aan dit juweeltje van miniatuurkunst in de kunstgeschiedenis eigenlijk nooit aandacht geschonken is.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Boodschap 368 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

.

.

.

dolfijnen

 

De noodzaak van kennis omtrent de Heilige Drievuldigheid

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

WIE WIJS WIL WORDEN HOORT

 

KENNIS VAN GOD EN ZIJN ZOON

 

IN ZICH OP TE NEMEN.

 

LUIHEID EN VADSIGHEID ZIJN

.

DEUGDEN VAN SATAN.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

De weg van mystieke wijsheid

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

.

 

.

 

 

.

 

In haar boek Scivias maakt Hildegard von Bingen duidelijk dat men niet

zomaar in de mystieke wijsheid kan  worden ingewijd,

maar dat daar een rijpingsweg aan voorafgaat die stap 

voor stap moet worden afgelegd.

Zij hoort Gods stem de volgende woorden zeggen:

 

 

HET GEESTELIJKE KOMT NIET VANZELF:

.

‘Velen willen een spel met Mij spelen. Zonder enige inspanning van hun ziel en hun verstand
willen ze tot Mij naderen. Zij staan er niet bij stil dat ze Mij eerst moeten aanroepen, zich
moeten bezinnen op wat hun lichaam vraagt. Zij willen Mij alleen maar in bezit nemen. Als
iemand die uit een diepe slaap ontwaakt, storten ze zich naar eigen goeddunken, in een
plotselinge, misleidende opwelling op de weg van de heiligheid. 

Zij willen gemak: God moet hun dienaar zijn, en al hun wensen vervullen. Aan dergelijke
aanmatiging verleen Ik geen genade. Ik wil niet zaaien in de lege akker van een mens die zo
zelfingenomen zoekt zich met Mij te verenigen, als een vreemdeling die Mij niet kent. 
Mens, waarom heb je de akker van je ziel niet geïnspecteerd, en het onkruid, de doornen
en de distels uitgerukt?

Je had Mij moeten aanroepen, en jezelf moeten onderzoeken, voordat je zonder zelfkennis,
als een beschonkene en waanzinnige tot Mij kwam, want zonder mijn hulp ben je niet in staat
een lichtend werk te volbrengen. Wanneer je Mij zo onbezonnen, als in de slaap, hebt gezocht,
zul je door verveling worden aangegrepen. 

.

 

 

WAT DE GEESTELIJKE WEG KAN GEVEN:

.

Waartoe ben je met Mij in staat? De stralendste werken, die feller stralen dan de glans van
de zon en zoeter zijn dan honing en melk voor wie ernaar verlangt. Wees volhardend in je zoeken naar Mij en ik zal je helpen. Ik zal rozen en lelies en andere welriekende kruiden der deugd in je akker zaaien. En ik zal hem voortdurend bevochtigen door de inspiratie van de Heilige Geest.

Ik wil Mij met jou verenigen en jouw pijn delen. Jouw schepper heeft je de beste schat
gegeven, een levende schat: je verstand. Vervuld van de troost van de Heilige Geest zul je in wijsheid onderscheiden wat goed is, en nog grotere werken volbrengen. Met een fel brandende liefde zul je je Vader verheerlijken, die je dit alles in zijn goedheid heeft gegeven.’

 

 

.

VOORBEELD OVER DE ‘(ON)DEUGDEN’: ONGEHOORZAAMHEID – GEHOORZAAMHEID

.

Ook in de tijd van Hildegard was er kennelijk sprake van aanvechting van het geloof en onzekerheid, zoals blijkt uit de volgende dialoog in haar boek ‘Liber Vitae Meritorum’:

.
De Ongehoorzame (‘Inobedientia’) zegt daarin:

.
“Wij zijn de rechtmatige filosofen en wij zijn wijzer dan alle anderen. Zo veel meesters hebben  ons voorschriften opgelegd naar hun eigen goeddunken; moeten wij handelen naar hun wil? Wat een onzin. Wat ik mijzelf voorschrijf, daarvan weet ik precies wat ik eraan heb en welk nut het heeft. Ik moet datgene doen wat ik kan zien en bevatten en waarvan ik het nut inzie’.

 

.
Ook het Ongeloof (‘Infidelitas’) spreekt zich op een dergelijke wijze uit:

.
‘Ik ken geen ander leven dan dit hier wat ik kan zien, voelen en begrijpen.  Hoe ik verder ook zoek en speur, en wat ik ook te zien, te horen en te weten kom, ik vind geen andere werkelijkheid. Alleen dat wat ik zie, dat weet ik’.

.
Het valt niet mee een dergelijke opvatting te weerleggen, men kan hoogstens proberen de
eenzijdigheid van deze zienswijze aan te tonen.

 

.

Zo zegt de Gehoorzaamheid (‘Obedientia’) :

‘Ik weerklink als een citer op het bevel van zijn Woord.  Ik streef niets na dan wat van God komt, daar ik van Hem uitging. Uit Hem ben ik gegroeid en ik wil geen andere God’.

Ook het Geloof ( ‘Fides’) probeert niet de ongelovige van zijn opvatting af te brengen; zij
verweert zich alleen tegen het gerationaliseer, en bekent dat zij ‘een spiegel van God’ zou
willen zijn.

 

.

 

afbeelding-6

Oproep tot geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

DE JUISTE MAAT

.

Hildegard is zeer sceptisch over de uitwassen van ascese, waarbij mensen door een verkeerd
opgevatte vroomheid hun lichaam tiranniseren:

‘De mateloosheid van deze houding leidt hem (de mens) vervolgens tot het onverdraaglijke, en voert de onthouding in hem op tot in het overdrevene, zodat hij zich dan in zijn mateloosheid ook geoorloofde dingen onthoudt en tenslotte ook een afkeer van andere deugden krijgt.

In de waan dat hij terugkeert tot de gerechtigheid en dat hij overloopt van nauwgezetheid, zet hij voor zichzelf de valstrik van de vermoeidheid, omdat hij met een dergelijke buitensporige onthouding de breekbaarheid van de moed en de achtzaamheid negeert. Tenslotte twijfelt hij eraan of hij zich noch wel staande kan houden, en loopt zo in de valkuil van de vertwijfeling’.

 

.

 

LOFZANG OP HET JUISTE EVENWICHT

.

‘O hoe heerlijk is de Godheid, die, terwijl Zij schept en werkt door haar schepselen, zelf haar werkelijkheid openbaart! Als de mens zijn vlees met mate voedt, is ook zijn gedrag vrolijk en aangenaam. Wanneer hij er echter op los leeft in schranspartijen en drankgelagen, dan legt hij de kiem voor elke schandelijke ondeugd.

Maar wie zijn lichaam door dwaze onthouding schaadt, loopt altijd met een nors gezicht
rond. Hoe zou de liefde in jou kunnen wonen wanneer jij niets wilt weten van medelijden met de
ziekten van andere mensen? Houd je tempel zorgvuldig op orde, zodat de groene levenskracht, waarmee jij God in liefde omgeeft, geen schade lijdt, want God heeft jouw ziel intens lief.’

.

.

 

GOD IS OOK IN JE DAGELIJKSE BESLOMMERINGEN

.

Aan bisschop Eberhard van Salzburg, die bij haar om raad vraagt, omdat oververmoeid
raakt doordat er van alle kanten aan hem werd getrokken schrijft zij:

 

‘De lichte kanten van datgene wat u wilt, beschouwt u als een huisgenoot, maar de
schaduwzijde van de moeite van de wereld als een vreemdeling. Gij laat niet toe dat zij
samenkomen en daardoor is uw geest vaak vermoeid.

Want ge ziet uw zoeken naar God en uw inspanningen voor het volk niet als een eenheid. En toch kunnen beide, zowel het hemelse als uw inzet voor het volk, gezien worden als één
deugd. Zo hing ook Christus het hemelse aan en was hij tegelijkertijd begaan met het volk’.

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

 

voorpagina openbaring a4

 

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

 

 

Tweede Miniatuur: eerste visioen van het eerste boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

Hildegard von Bingen

.

 

 

 

 

eerste visioen van het eerste boek

.

 

 

.

 

 

 

Deze miniatuur hoort bij het eerste visioen van het eerste boek van het driedelige werk Scivias. Het eerste boek bevat zes visioenen, die met negen miniaturen verlucht zijn.

.

In dit eerste visioen gaat het om de ontmoeting van God en de mens Hildegard. Terwijl Hildegard de Stem hoorde van Hem die op de berg zat, kregen die woorden de vormen en kleuren als in deze miniatuur weergegeven.

En de doordringende Stem sprak:

“Gebrekkige mens, stof van aardse stof, as van as, roep en spreek er over, hoe men in de verlossing welke alles herstelt, binnengaat. Stort jezelf uit als een overmatig rijke bron en doe deze van geheimen zwangere leer uitstromen, opdat door deze watervloed de priesters opgeschrikt worden die hun plicht verzaken en die ook nog vanwege de zonde van Eva jou als vrouw minderwaardig vinden. Wat je nu hoort en ziet, ontvang je niet door een mens, maar door de vreeswekkende hemelse Rechter wordt je dit van bovenaf gegeven, waar dit sterke licht steeds weer onder de voeten van de Lichtende die zetelt op de troon, in volle klaarheid opvlamt. Verkondig wat je nu geleerd hebt, hoe God die Zijn schepping met macht en goedheid regeert al degenen die Hem vrezen en Hem deemoedig dienen, overstroomt met hemelse verlichting en hen zo, als zij volharden op de weg der gerechtigheid, voert tot de vreugde van de ware aanschouwing’”.

In welke beeldvormen is deze toespraak in de geest van Hildegard geëtst? Om te beginnen: de stem van de openbaring komt van bovenaf. Zij ziet een hoge berg, een onwrikbaar volume met de kleur van ijzer. Deze kleur wordt een van de kern begrippen in heel de miniaturenserie. Hier is ijzer weergegeven met de kleur grijs, maar later zal dit bladzilver zijn.

Die ijzerkleurige berg is door zwarte lijnen in zeven heuvelen verdeeld. Waarom zeven? Het getal zeven komt in de Bijbel veelvuldig voor. Het duidt op een verandering, die na een periode zal aanbreken, met een nieuw begin als gevolg. Het is voor ons gemakkelijk aan te voelen, waarom voor de troon van de hoogste Rechter een berg getekend is. Hoeveel te meer dan voor mensen, die leefden van de Bijbel en zijn beelden.

Is de berg Sinaï niet de troon van God?  God gebruikt de berg als Zijn zetel en Hij verschijnt volledig in een gouden kleur, die nog sprekender gemaakt is door de rode lijnen die licht en vuur suggereren: een poging om het oogverblindende zo sterk mogelijk uit te beelden. Ook bij ons verwijst zo’n berg-zetel naar iemand die macht bezit.

“Maar”, zegt de hemelse Stem, “God regeert niet alleen met macht maar ook met goedheid!” Dit is aanschouwelijk voorgesteld door twee grote vleugels die zich van Gods schouders uitstrekken. Dat vleugels goedheid en bescherming kunnen uitbeelden, behoeft geen betoog, maar het is een originele vondst van de miniaturist de grote goedheid van God weer te geven door de vleugels het eigenlijke kader van de miniatuur ver te laten overschrijden. Deze uitbeeldingswijze zullen we ook in andere miniaturen tegenkomen.

Nu zegt de Stem, dat God diegenen met Zijn hemels licht overstroomt, die Hem vrezen en deemoedig dienen. Deze twee zielshoudingen zijn noodzakelijk om met God in contact te kunnen treden. Want men kan God wel vrezen en Hem toch niet dienen; denken we slechts aan de gevallen engelen.  De psalmist zegt immers van de deugd om God te vrezen: de Vreze des Heren is het begin van alle Wijsheid (ps. 110).

We zullen in een der laatste visioenen van Scivias de enorme betekenis van deze deugd ontdekken, doordat zij daar bij de gaven van de H. Geest behandeld wordt, omdat de Mensenzoon haar als garantie van Zijn zending aangehaald heeft (Luc. 4,18 – Is. 61,1-2).

Hier is deze deugd voorgesteld als een mensenfiguur die geheel overdekt is met een gekleurde tule, waarop aan alle kanten open ogen geborduurd zijn. Daardoor is haar waakzaamheid tegen het kwaad en haar streven naar het goede duidelijk aangegeven.

De andere figuur, een kind met een matkleurig kleed, duidt op de Armoede van Geest. Ze draagt witte schoenen, omdat ze graag de voetstappen van Gods Zoon volgt. Het is dit figuurtje, dat bijna hulpeloos haar handen in biddend gebaar ophoudt, dat rechtstreeks van de voeten van de Hemelse Vader met een gouden lichtstroom overgoten wordt, en wel zozeer, dat het gezicht niet eens meer te onderscheiden valt. Zo volkomen wordt haar geringheid opgenomen in de goddelijke liefdegloed.

We merken op dat rondom elk der twee figuren bundels licht met sterren geschilderd zijn. De tekst van Scivias zegt: allen die God vrezen, worden door Gods genade verlicht om hun goede werken te kunnen verrichten. Maar de mystieke begenadiging, rechtstreeks komend uit Gods licht, is alleen voor hen die dit geschonken krijgen als een charismatische gave ten bate van heel de Kerk.

In de berg, of beter in de zeven heuvels ziet men tien maal twee hoofden in een venster afgebeeld, en bij goed toezien bemerkt men, dat het ene hoofd twee rode koontjes heeft en het andere bleek is. Dit moet laten zien, dat er zielen zijn, die gezond zijn en volharden op de weg der gerechtigheid en weer anderen die lauw en slap zijn.

Ja, zegt de verklaring van Hildegard, Gods kennis kent de waarde van iedere ziel. En juist het mysterie van de vrije wil van ieder mens speelt een belangrijke rol in heel het betoog van het boek Scivias. Deze miniatuur, eenvoudig van opzet, is met weinig commentaar te begrijpen. De volgende is moeilijker maar ook mooier.

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

Boodschap 129 van ” Boodschappen uit de kosmos ”

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

.

 

 

Politiek

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

POLITIEK

 

IS EEN VAN

 

DE GROTE DEUGDEN

 

VAN DE SATAN

 

 

 

 

’De ene mens heeft over de andere mens geheerst tot diens nadeel’ (Prediker 8:9).

Zo vat de Bijbel de geschiedenis van de menselijke heerschappij samen. Bedenk dat Jezus lang voordat hij als mens naar de aarde kwam, als geest in de hemel leefde (Johannes 17:5). Hij wist dus dat de mens, hoe goed hij het ook bedoelt, het vermogen mist om in de behoeften van miljarden mensen te voorzien. Jezus wist dat de oplossing voor de problemen van de mensheid elders lag, niet bij menselijke regeringen.

.

 

 

„De gehele wereld ligt in de macht van de goddeloze” (1 Johannes 5:19).

Velen denken aan oprechte mensen die een regeringsfunctie aanvaarden omdat ze de wereld beter en veiliger willen maken. Maar hoeveel moeite ze ook doen, zelfs de oprechtste regeerders zijn niet opgewassen tegen de invloed van degene die door Jezus „de heerser van deze wereld” werd genoemd (Johannes 12:31;14:30).

Daarom zei Jezus ook tegen een politicus: „Mijn koninkrijk is geen deel van deze wereld” (Johannes 18:36). Jezus was de toekomstige Koning van Gods hemelse regering. Had Jezus zich met de politiek ingelaten, dan zou dat ten koste zijn gegaan van zijn loyaliteit aan de regering van zijn Vader.

 

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria