Tagarchief: lichaamsbeweging

De celestijnse belofte : 11de inzicht

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

 

De celestijnse belofte is een boek van James Redfield. Op een eenvoudige manier en in een pakkende verhaallijn weet hij de basis van energiewerk zoals reiki uit te leggen. Als je het verhaal eraf haalt blijft een zeer overzichtelijke opbouw over hoe energie zich laat opbouwen en hoe je hiermee kunt werken. Het geheel beslaat 11 inzichten.

 

 

donkere-energie

 

 

 

1 – toeval
2 – kerk en wetenschap
3 – energiegericht denken
4 – de strijd om energie
5 – ontvankelijk worden voor de universele energie
6 – karakterstructuren
7 – transformatie
8 – intuïtie
9 – de toekomst
10 – het reïncarnatieproces
11 – alles is energie

 

 

Alle inzichten moet je begrijpen, maar ook voelen en ervaren. Het is geen theoretisch aanneembaar stuk, het moet echt gevoelsmatig binnenkomen. De verdere inzichten kan je pas ten volle begrijpen als je de voorgaande inzichten begrijpt, voelt en ervaart.

 

 

11e inzicht – alles is energie

 

De eerste extensie binnen het 11e inzicht richt zich op het in stand houden en verbeteren van de energie instroom, en het tegelijk voorkomen van verlies van energie door factoren van buitenaf. Dit kunnen we bereiken door naar een gezond lichaam te streven wat we bereiken door voeding en lichaamsbeweging.

Naast vitaminen, mineralen, eiwitten, koolhydraten en aminozuren bestaat voeding ook (en vooral) uit Universele energie. Namelijk alles bestaat uit Universele energie, zelfs kunstmatig vervaardigde materialen, omdat deze als grondstof altijd een natuurproduct herbergt namelijk aardolie. Alleen is de energiewaarde en het bijhorende trillingsgetal enorm laag en nauwelijks te vergelijken met een oerproduct als een mineraal of een oude boom.

Zo is het ook met voeding. Laten we twee gewassen naast elkaar zetten; de eerste groeit in zijn eigen tempo, in zijn eigen jaargetijde, in zijn eigen grond met zijn eigen wisselwerking met nematoden om stikstof te binden, lieve heersbeestjes als luizen bestrijder, bladschimmels om zich te beschermen tegen te felle zonnestralen. Het andere gewas wordt in substraatteelt op gasbetonblokken geteeld.

Middels het toevoegen van kunststoffen (als N,P.K) en groeihormonen (auxine en gibberaline) aan het gesteriliseerde leidingwater wordt de plant tot oogst grote gebracht. Het zal iedereen niet verbazen dat het eerste gewas een veel hogere energiewaarde, en een veel zuivere trilling heeft dan het tweede gewas. Toch eet bijna iedereen tomaten die op de tweede wijze worden geteeld.

De problemen van de laatste jaren in de vleesindustrie spreken voor zich. Naast lucht is voeding (in vaste of vloeibare vorm) het enige wat in ons lichaam komt. Eens in de zeven jaar is elke cel in ons lichaam, op hersencellen na, vernieuwd. Een totaal nieuw mens is gevormd middels celdeling, waarvan voeding de leverancier is van de benodigde energieën.

Het spreekt voor zich dat gezonde voeding wezenlijk belangrijk is voor ons lichaam, en daarmee voor ons ZIJN, en ons eigen trillingsgetal. Nu zijn er bibliotheken vol geschreven met boeken die gaan over gezond eten. Het 11e inzicht blijft daar in weze vanaf, enkel met de volgende aantekening. Bepaalde voedingsmiddelen verhogen ons trillingsgetal, andere verlagen het. Ziek zijn is een gevolg van een verlaagd trillingsgetal.

Dat kan komen door stress, energieroof, maar ook door verkeerde voeding. Een dood lichaam verliest zijn trilling en er vindt een chemische reactie plaats waardoor een zeer hoge zuurgraad ontstaat. Microben, schimmels en bacteriën reageren op deze zuurgraad door het lichaam te ontbinden.

Dit is ook het geval bij ziekte. Voeding heeft invloed op de zuurgraad van het bloed. Niet alleen de hoeveelheid eiwitten, mineralen, vitaminen en andere voedingsstoffen zijn van belang, maar ook de zuurgraad van de voeding speelt een rol in een optimale gezondheid. Afvalstoffen die niet uit het lichaam afgevoerd worden, worden opgeslagen in de vetweefsels en de spieren.

Dr. Bircher Benner (1867-1939) is één van de grondleggers geweest van de natuurgeneeskunde en heeft veel aandacht besteed aan zuur-base evenwicht. Zuren en basen zijn stoffen die eigenlijk tegenover elkaar staan. Een zuur neutraliseert een base en omgekeerd. Een evenwicht in ons lichaam is van groot belang.

De zuurgraad van het bloed en het vocht in de weefsels moet steeds gelijk blijven. Klachten als migraine, reuma, jicht, gewrichtspijnen en spieraandoeningen worden nogal eens veroorzaakt door te veel zuurvormend voedsel.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Er bestaan geen goede of slechte voedingsmiddelen

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Er bestaan geen goede of slechte voedingsmiddelen

 

 

groente-fruit-300x225

 

 

Er bestaan geen “goede” of “slechte” voedingsmiddelen,

er bestaan enkel slechte voedingsgewoontes.

 

Heb geen schuldgevoel bij het eten van uw lievelingsgerecht, maar eet er niet te veel van en zorg voor veel afwisseling.
Gezond eten betekent variatie. Er is niet één voedingsmiddel dat alle benodigde voedingsstoffen tegelijk levert. Een volledige gezonde voeding krijg je dus door te variëren. Gevarieerd eten doe je door elke dag te kiezen uit de onderstaande groepen voedingsmiddelen:

• Brood en aardappelen, rijst, macaroni of peulvruchten
• Groenten en fruit
• Halfvolle melk, kaas (of andere zuivelproducten), vlees, vis, ei
• Margarine, halvarine of olie
De actieve voedingsdriehoek geeft een idee wat je dagelijks zou moeten eten en hoeveel je moet bewegen. De aanbevelingen zijn opgesteld voor iedereen ouder dan 6 jaar. In de actieve voedingsdriehoek vind je 8 groepen die elk hun aandeel leveren aan een gezonde levensstijl:
• Lichaamsbeweging
• Water
• Graanproducten en aardappelen
• Groenten
• Fruit
• Melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten
• Vlees, vis, eieren en vervangproducten
• Smeer- en bereidingsvet
• De restgroep

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Zin en onzin van Sportdranken

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Sportdranken zijn in. Ze worden niet alleen gebruikt door topsporters, maar door vrijwel iedereen die op een of andere manier met sport bezig is, en zelfs door mensen die zelden of nooit aan sport doen. Volgens de producenten verbeteren ze de prestaties en bevorderen ze het herstel na een inspanning. Maar klopt dat ook? Of kan men net zo goed water of vruchtensap drinken?

 

 

 

GEZ_sportdranken-limo-recla-170_400_08

 

 

Lichamelijke inspanningen gaan onvermijdelijk gepaard met vochtverlies, niet alleen doordat u zweet, maar ook doordat er water verdampt met de lucht die u uitademt. Hoe harder en langer u bezig bent, en hoe warmer en vochtiger de omstandigheden zijn, hoe meer vocht u kwijtraakt. Tijdens één uur lichaamsbeweging verliest de gemiddelde persoon ongeveer één liter vocht. In warme, vochtige omstandigheden kan dat het dubbele bedragen.

 

 

Waarom drinken?

 

Vochttekort zorgt er voor dat de spieren minder functioneren waardoor o.m. krampen kunnen optreden. Als het vocht niet snel aangevuld wordt, kan het tot dehydratie (uitdroging) leiden. Dat vermindert niet alleen het prestatievermogen, maar schaadt ook uw gezondheid. Daarom is het belangrijk om zowel voor, tijdens als na een inspanning voldoende te drinken om het vochtverlies te compenseren. Hoe meer u zweet, hoe meer vocht u moet aanvullen.

•Bij activiteiten met een tijdsduur van minder dan een half uur is het gevaar dat u uitgedroogd raakt klein, zodat tussendoor drinken minder belangrijk is. Niettemin moet u ervoor te zorgen dat u met voldoende vocht in uw lichaam begint en na afloop genoeg drinkt.

 

•Bij langere inspanningen moet u proberen om zoveel te drinken als u zonder problemen aankunt: streef naar tussen 125 en 250 ml per kwartier. Een dergelijk vast drinkschema leer je best aan op training, begin er niet mee tijdens een wedstrijd.

 

•Hoe groter het volume van het vocht in uw maag, des te sneller de maag geleegd wordt in de darm en des te sneller het verloren vocht in uw lichaam dus wordt vervangen. Dat is de reden waarom u het best al vroeg tijdens uw lichaamsbeweging zoveel mogelijk moet proberen te drinken en daarna geregeld vocht moet blijven opnemen.

 

•Het is beter op geregelde tijdstippen grote hoeveelheden te drinken, dan voortdurend kleine hoeveelheden. De hoeveelheid drank die ingenomen wordt, bepaalt namelijk ook de snelheid waarmee de maag geledigd wordt en waarmee het vocht dus via de darmwand in het bloed terecht komt : hoe meer men drinkt (tot 700 ml), hoe sneller de maag lediging gebeurt. De hoeveelheid die vlot verdragen wordt varieert van 300 ml tot 600 ml, maar uiteraard zal iedereen voor zichzelf tijdens de training moeten uitmaken wat de ideale hoeveelheid is. Boven 700 ml treden er vaker maag- en darmklachten op.

 

•Matig koude dranken (10°C tot 15°C) genieten de voorkeur omdat ze sneller de maag verlaten en dus ook sneller worden opgenomen. Bovendien hebben zij een warmte regulerend effect: een koude drank warmt op in het maag darmkanaal, waardoor het lichaam warmte kan afgeven. IJskoude dranken (minder dan 10°C) en erg warme dranken (meer dan 50°C) verlaten veel trager de maag. Tenslotte smaken koude dranken doorgaans beter, zodat men er spontaan meer van kan drinken.

 

•Wacht niet tot u dorst krijgt, aangezien dat betekent dat u al uitgedroogd bent. Dorst is geen goede graadmeter voor het gehalte aan lichaamsvocht. Uw urine vormt een betere graadmeter: ze zou waterig en bleekkleurig moeten zijn. Ziet uw urine er geel en ‘dik’ uit, dan kunt u uitgedroogd zijn. Ook frequent plassen wijst op een goede hydratie.

 

 

 

 

.

Waarom een sportdrank?

 

Voor de gewone amateursporter vormt water de enige echt noodzakelijke drank bij elke inspanning. Voor sporters met een intensief trainingsschema kunnen speciale sportdranken wel aangewezen zijn. Gewoon water heeft namelijk het nadeel dat het dorstgevoel snel verdwijnt, waardoor men spontaan minder zal drinken, en dat de urineproductie wordt gestimuleerd, waardoor men bijkomend vocht verliest.

Ook voor de amateursporter die langer dan één uur intensief sport, kan een speciale rehydraterende sportdrank (of dorstlesser) aangewezen zijn. Deze bevatten (een beperkte hoeveelheid) koolhydraten, zodat de glycogeenreserves van het lichaam gespaard worden en de bloedglucosespiegel op peil blijft. Dit is belangrijk (vooral voor inspanningen die langer dan één uur duren) omdat glycogeen en glucose de belangrijkste energieleverancier is.

En tekort aan koolhydraten heeft onvermijdelijk een negatieve weerslag op de prestaties. Ze bevatten ook mineralen (elektrolyten) zoals Natrium (Na+), Kalium (K+), Magnesium (Mg2+) en Chloor, waardoor het vocht sneller in het bloed opgenomen wordt dan bij gewoon water, en het bloedvolume beter gehandhaafd blijft.

Vooral dat laatste is belangrijk bij langdurige inspanningen die gepaard gaan met veel vochtverlies. Andere substanties worden vaak toegevoegd, maar dat is grotendeels om de smaak van de drank of de houdbaarheid te verbeteren (bv. citroenzuur).

Als algemene richtlijn kan worden gegeven:
• Tot een duurinspanning van 1/2 – 1 uur is geen speciaal drankregime nodig. In veel gevallen kan volstaan worden met water.
•Als de duurinspanning langer duurt, verdienen sportdranken de voorkeur.
•Drink zo’n 1/4-1/2 uur voor aanvang van de duurinspanning zo’n 250-500 ml.
•Drink ieder kwartier of om de 5 kilometer 150-200 ml.
•Zorg ervoor dat de drank die je drinkt koel is (zo’n 12-15°C).

 

 

 

 

 

Welke sportdrank?

 

De ideale sportdrank die in alle omstandigheden aan alle eisen voldoet bestaat niet. Bovendien zijn er persoonsgebonden verschillen en verschillende omstandigheden waarin men sport, zodat de concrete aanbeveling van persoon tot persoon en van tijdstip tot tijdstip kan verschillen.

Sportdranken worden vaak in twee categorieën ingedeeld: dorstlessers of rehydraterende dranken en energiedranken. Wanneer een drank 40 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat, wordt het een dorstlesser genoemd. Onderzoek heeft aangetoond dat een drank die 60 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat in veel gevallen ideaal is voor de aanvoer van zowel vocht als energie.

Een energiedrank bevat tussen 80-200 gram koolhydraten. Het nadeel van een energiedrank is dat deze de maaglediging kan remmen en daardoor de vochtopname kan remmen. Energiedranken zijn daarom alleen geschikt in situaties met minimaal vochtverlies (bv. koud weer) maar waar vooral een bijkomende aanvoer van koolhydraten nodig is.

 

 

 

 

 

Hypotoon, Isotoon, hypertoon

 

Een belangrijke factor bij de keuze van een sportdrank is de osmolaliteit of de osmotische druk. Dit duidt op het aantal deeltjes in een drank. Een hoge osmolaliteit betekent dat er veel deeltjes in zitten. Osmose is het verschijnsel dat water beweegt tussen de binnenzijde en buitenzijde van de celwand. Het water beweegt van het deel met minder opgeloste stoffen naar het deel met meer opgeloste stoffen.

De osmotische druk van een drank bepaalt in welke richting de vloeistof zich door een celmembraan heen (bijv. de darmwand) verplaatst. Drinkt men iets met een relatief grote osmotische druk, dan stroomt er water vanuit de bloedbaan en darmwandcellen naar de darmen. Bij een drank met een relatief lage osmotische druk is de richting omgekeerd: nu wordt er water (het drankje) uit de darmen opgenomen in de darmwandcellen en bloedbaan.

Op dit verschijnsel is het verschil in sportdrankjes hoofdzakelijk gebaseerd. De hoeveelheid opgeloste stoffen in sportdrank (zouten en suikers) wordt aangegeven met de termen hypotoon, hypertoon en isotoon.

1.Een hypotone drank heeft een relatief lage osmotische druk, wat betekent dat hij per 100 ml minder deeltjes (suikers en elektrolyten) bezit dan de eigen vochten van het lichaam. Doordat de drank meer verdund is, wordt hij sneller opgenomen dan water. Gemiddeld bevat een hypotone drank minder dan 4 g suiker per 100 ml.

2. Een isotone drank heeft dezelfde osmotische druk als het lichaamsvocht, wat betekent dat hij ongeveer hetzelfde aantal deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat per 100 ml en daardoor even snel of sneller wordt opgenomen dan water. De meeste commerciële isotone dranken bevatten tussen 4 en 8 g suiker per 100 ml. In principe vormen isotone dranken het ideale compromis tussen het weer aanvullen van vocht en energie. Of u een hypotone dan wel isotone drank kiest, is tot op grote hoogte een kwestie van persoonlijke smaak. Sommigen vinden een isotone drank te geconcentreerd of krijgen er buikpijn van.

3. Een hypertone drank heeft een grotere osmotische druk dan het lichaamsvocht, aangezien hij per 100 ml meer deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat, dat wil zeggen, geconcentreerder is. Daardoor wordt hij langzamer opgenomen dan gewoon water. Een hypertone drank bevat doorgaans meer dan 8g suikers per 100 ml.

 

De osmolaliteit van een drank kan een effect hebben op de maaglediging. Een hypertone drank zal langer in de maag blijven en daardoor minder vocht toevoeren dan een isotone of hypotone drank. Dranken met een hele hoge osmolaliteit moeten daarom vermeden worden, zeker in warme weersomstandigheden. Bovendien verhogen ze het risico op maag- en darmklachten.

Om die reden is vruchtensap geen goede sportdrank omdat de osmolaliteit veel te hoog ligt. Bovendien kan de aanwezige fructose voor darmklachten zorgen. Indien je toch vruchtensap drinkt, moet je het verdunnen met gewoon water.

 

 

 

 

 

Soorten koolhydraten

 

De meest voorkomende koolhydraten in sportdranken zijn glucose, fructose (vruchtensuiker) en maltodextrines. Een aantal dranken bevatten zetmeel (bv. Isostar Long Energy) of sucrose (bv. Gatorade). Maltodextrines en glucose zijn de beste energiebronnen en deze moeten het hoofdbestanddeel van de koolhydraten vormen.

Glucose (en saccharose) hebben het nadeel dat ze heel zoet zijn en een hoge osmolariteit hebben. Een oplossing van meer dan 5,5% glucose wordt hypertoon. Maltodextrine is een goede koolhydraatbron omdat het minder effect heeft op de osmolaliteit dan glucose en omdat het bijna geen smaak heeft. Zeker voor hoge concentraties koolhydraten verdienen maltodextrines de voorkeur.

Fructose heeft een zoete, fruitige smaak, maar heeft als nadeel dat het maag-darm problemen veroorzaakt wanneer het in grotere hoeveelheden wordt geconsumeerd. Daarnaast wordt fructose ook minder snel geoxideerd in het lichaam. Een kleine hoeveelheid fructose wordt vaak toegevoegd voor de smaak.

 

 

 

 

 

Natrium

 

Natrium is een essentieel bestanddeel van een sportdrank. Het verbetert de wateropname omdat natrium en koolhydraten samen geabsorbeerd worden in de darmen. Voor de absorptie van elke molecule glucose is een molecule natrium nodig. Wanneer glucose en natrium over de darmwand worden getransporteerd gaat dit gepaard met een beweging van water in dezelfde richting (osmose). Natrium en glucose trekken als het ware water met zich mee.

Ten tweede stimuleert natrium het dorstgevoel en zet daardoor tot drinken. Ook zorgt natrium er voor dat vocht beter wordt vastgehouden in het lichaam en niet verloren gaat via urine. Als men alleen water drinkt tijdens inspanning dan zou dit de natriumconcentratie in het bloed doen dalen, met als gevolg een toename van de urineproductie en dus ook een toename van vochtverlies.

Onderzoek heeft aangetoond dat de natriumverliezen tijdens inspanning tussen de 400 en 1100 mg per liter zweet bedragen. De inname van natrium zou daarom tussen de 400 en 1100 mg moeten liggen. Teveel natrium kan de maaglediging vertragen door een toename van de osmolaliteit.

Idealiter zou een sportdrank ongeveer 2,4 g NaCl (keukenzout) per liter moeten bevatten. Verdunde oplossingen van vruchtensappen of softdrinks voldoen niet aan die eis. Ook de commerciële sportdranken bevatten meestal minder NaCl.

.

 

 

 

Andere elektrolyten

 

De andere elektrolyten (o.a. Calcium, Kalium, Magnesium en Chloor) zijn minder belangrijk dan natrium. Bovendien verhogen ze de osmolaliteit met mogelijke maagdarmproblemen tot gevolg.Tenzij in extreme omstandigheden is het verlies aan elektrolyten tijdens inspanning zo miniem, dat ze gerust na de inspanning kunnen aangevuld worden.

Alleszins mag de hoeveelheid elektrolyten in een sportdrank niet hoger liggen dan wat normaal verloren gaat. Zo is bijvoorbeeld de aangeraden hoeveelheid kalium in sportdranken is 121- 225 mg per liter. Er zijn sportdranken op de markt die meer dan 5 keer zoveel kalium bevatten.

 

 

Vitamines

Vitamines hebben geen enkele functie in een sportdrank. Een vitaminetekort ontstaat niet binnen een tijdsspanne van enkele uren en een extra vitamineopname tijdens een inspanning heeft geen enkele invloed op het prestatievermogen. Bovendien verhogen vitamines de osmolaliteit van de drank, en hebben dus een negatieve invloed op de maaglediging.

 

 

Zuurtegraad

Vaak wordt citroenzuur of andere organische zuren toegevoegd om de smaak te verbeteren en de houdbaarheid te verhogen.
Een verhoogde zuurtegraad remt echter de maaglediging en kan maag-darmproblemen veroorzaken. Bovendien is een hoge zuurtegraad schadelijk voor het gebit.

 

 

 

 

 

 

De ideale dorstlesser tijdens sportbeoefening

 

•smaakt goed
•bevat 60 tot 80 gram koolhydraten
•40-110 mg% natrium
•12-22,5 mg% kalium
•heeft een osmolaliteit van <500 mOsmol/l
•bevat geen andere toevoegingen (gas, cafeïne, alcohol, vitamines, …).

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Aambeien of hemorroïden

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Aambeien of hemorroïden zijn verwijdingen en uitzakkingen van bloedvaten in en rond de anus. Heel wat mensen hebben aambeien zonder dat dit enige last bezorgt. Aambeien kunnen echter ook pijn doen en bloeden. Indien u regelmatig of overvloedig bloedt, raadpleeg dan uw arts.

 

 

 

 

In en net boven de anus bevindt zich een sponsachtig netwerk van kleine, sterk doorbloede bloedvaatjes bedekt met een dun laagje slijmvlies. Dit vormt een zwellichaam dat er samen met de kringspieren voor zorgt dat we de aars luchtdicht kunnen afsluiten en onze stoelgang ophouden.

Wanneer er veel druk op de kussentjes komt te staan kunnen de bloedvaatjes zwellen en uitrekken, uitzakken en zelfs naar buiten puilen. Men spreekt dan van aambeien of het speen. Een aambei is pas een aambei als het normale aambei-weefsel zodanig overrekt of geïrriteerd is dat het klachten geeft, zoals een ongemakkelijk of pijnlijk gevoel, vooral wanneer u naar het toilet bent geweest. Soms gaan ze bloeden.

Aambeien kunnen erg vervelend en soms heel pijnlijk zijn, maar ze zijn niet gevaarlijk. Alleen voor mensen die bloedverdunners nemen, kan het enig risico inhouden.

 

Men maakt soms een onderscheid tussen uitwendige en inwendige aambeien:

 

Uitwendige aambeien bevinden zich onder de huid rond de aars. Ze zijn zichtbaar als dikke knobbels en vaak is de huid rood aangespannen. U kunt ze met uw vinger voelen en bij een uitwendig onderzoek van de aarsstreek zijn ze meteen zichtbaar.

 

 

Inwendige aambeien zitten binnen in de endeldarm, het laatste stukje van de dikke darm. Ze veroorzaken meestal weinig ongemak. Maar door persen of irritatie kunnen ze naar buiten gedrukt worden. Men spreekt dan van een prolaps.

 

 

 

 

Afhankelijk van de mate van uitstulping, worden verschillende graden van aambeien onderscheiden:

– Graad I: aambeien die bij persen niet uitzakken en naar buiten worden gedrukt. Ze zijn met het blote oog niet zichtbaar.
– Graad II: aambeien die bij persen uitzakken maar zich spontaan terugtrekken
– Graad III: aambeien die spontaan (bv. bij hoesten) of tijdens persen naar buiten komen en niet vanzelf terugtrekken.
– Graad IV: aambeien die continu uitgezakt zijn en niet kunnen teruggedrukt worden.

 

 

Hoe weet u dat u aambeien hebt?

 

• Bloedverlies bij de ontlasting: kleine hoeveelheden helder rood bloed op WC-papier of in de WC.
• Jeuk, soms een branderig gevoel rond de anus.
• Aandrang: het gevoel dat u naar het toilet moet.
• Aambeien zelf zijn pijnloos. Maar als de bloedtoevoer wordt afgekneld en er in de aambei een bloedstolsel ontstaat (een aambeien- of hemorroïdale trombose), treedt er een scherpe pijn op.
Hevige, scherpe pijn tijdens en vooral na de stoelgang, die meerder uren kan aanhouden, wordt niet veroorzaakt door aambeien maar door een kloofje of fissuur in het buitenste deel van het slijmvlies van de anus (fissura ani).

• Door persen kunnen inwendige aambeien naar buiten geperst worden. Dan komen ze uit de aars tevoorschijn (prolaps). Dat kan een doffe pijn of een propgevoel geven en gepaard gaan met een bloeding. In het begin zal de uitgezakte aambei vanzelf weer terugtrekken, maar na meerdere uitzakkingen gebeurt dat niet meer vanzelf en moet u ze terug naar binnen duwen.
• Soms incontinentie: lekken van kleine hoeveelheden stoelgang en darmslijm, wat vaak leidt tot zogenaamde ‘remsporen’ in de onderbroek.

 

 

Oorzaken

 

Aambeien ontstaan door een combinatie van een te hoge druk in de bloedvaten in en rond de anus, het uitrekken van het steunweefsel en het dunner worden van de beschermende slijmvlieslaag. Wanneer het bloed in de hemmorïedaders niet meteen kan wegstromen, kunnen de aders zwellen of uitstulpen, en kan de bevestiging aan de spierlaag uitgerekt worden of loskomen. Wat de preciese oorzaak is, is niet bekend: meestal gaat het om een combinatie van meerdere factoren.

• Constipatie (verstopping): door harde ontlasting en langdurig persen wordt het aambeiweefsel samengedrukt, wat het ontstaan van aambeien in de hand zou kunnen werken.
• Zwangerschap en bevalling: Tijdens en vooral na een bevalling krijgen nogal wat vrouwen last van aambeien. Door het persen tijdens de bevalling zijn de weefsels van de bekkenbodem meer gezwollen doordat ze vol bloed zitten. Bestaande aambeien kunnen tijdens de bevalling naar buiten geperst worden.
• Overgewicht: een te hoog lichaamsgewicht verhoogt de druk op de anus, en verhoogt ook de kans op verstopping.
• Zittend werk en langdurig rechtstaan: mensen die weinig bewegen en veel zitten, hebben vaak een harde, droge ontlasting. Veel zitten verhoogt ook de druk op de anus.
• Ouderdom: bij het ouder worden het weefsel in de vaatkussentjes rond de aars minder krachtig en rekken ze uit. Aambeien komen dan ook vooral voor bij mensen tussen 45 en 60 jaar. Naar schatting zou ongeveer één op twee 50-plussers last hebben van aambeien.
• Persoonlijke aanleg: aambeien komen in sommige families meer voor, maar of er een erfelijke factor meespeelt is nooit aangetoond.

 

 

Hoe kunt u aambeien voorkomen?

 

Hoe minder het aambeienweefsel onder druk staat, des te kleiner is de kans dat u last van aambeien krijgt of dat ze na een behandeling terugkeren.

 

• Toiletbezoek
• Als u naar het toilet moet, stel dat dan niet te lang uit. Hoe langer u wacht, hoe droger en harder de stoelgang wordt en hoe meer u moet persen.
• Vermijd hard persen.
• In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, krijgt u geen aambeien door lang op het toilet te blijven zitten.
• Bij irritatie of jeuk rond de anus kunt u beter geen wc-papier gebruiken, maar een nat washandje en daarna droogdeppen (niet wrijven!) met zacht toiletpapier. Buitenshuis kunt u eventueel vochtige toiletdoekjes (zonder alcohol of parfum) gebruiken.

• Vermijd diarree en constipatie. Constipatie maar ook diarree, veroorzaken bloedverlies.
Vraag bij hardnekkige constipatie aan uw huisarts om een niet-irriterend laxatief voor te schrijven.

• Vezelrijke voeding. Eet veel vezels (bruin brood, volle rijst, zemelen, groente, vruchten…). Dit houdt de ontlasting zacht en soepel. Drink daarbij veel water, anders raakt u waarschijnlijk nog harder geconstipeerd.

• Doe aan lichaamsbeweging. Dit stimuleert de darmbeweging en bevordert de stoelgang.
• Zit of sta niet te lang aan één stuk door.
• Vermijd anale seks: anale seks is geen oorzaak van aambeien, maar kan bij aambeien wel zorgen voor bijkomende irritatie.
• Vermijd alcohol, want het doet de bloedvaten uitzetten.
• Warme (zit)baden geven verlichting van jeuk en pijn en houden de anaalstreek proper. Gebruik beter geen zeep, dat kan de irritatie verergeren. Dep de anaalstreek goed af na elk bad.
• Een ijsblokje kan helpen tegen de pijn.

 

 

Wanneer naar de dokter?

 

Aambeien zijn zoals gezegd meestal onschuldig en genezen meestal ook vanzelf. Toch is het aan te raden om een arts te raadplegen als u merkt dat er bloed in de stoelgang zit. Dit kan namelijk wijzen op poliepen in de darm, een maag-darmbloeding, en zelfs op darmkanker. Aambeien zelf kunnen nooit ontaarden in kanker en maken u ook niet gevoeliger voor kanker.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA