Advertenties

Tagarchief: koolhydraten

Gezonde voeding is belangrijk.

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Gezond eten en drinken vormt net als bewegen de basis van een gezonde levensstijl. Uit onderzoek is gebleken dat een multi-vitamine pil fruit en groente niet kan vervangen. Om inzichtelijk te maken hoeveel vitamines en mineralen dagelijks moeten worden geconsumeerd heeft de gezondheidsraad voor bijna alle vitamines en mineralen de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid bepaalt. Om deze hoeveelheden te halen zal er gevarieerd gegeten en gedronken moeten worden.

 

 

 

 

 

Waarom gezond eten

 

Het menselijk lichaam kan naast lichaamsbeweging onderhouden worden door gezond en gevarieerd te eten en te drinken. Iedere maaltijd moet voldoende vitamines, eiwitten, koolhydraten, vetten en mineralen bevatten. Het menselijk lichaam heeft voor al deze stoffen een toepassing. De eiwitten worden gebruikt als bouwstenen voor het lichaam en de koolhydraten en vetten als brandstof.

Mineralen worden net als vitamines in kleine hoeveelheden opgenomen door het lichaam en zijn belangrijk voor een goede gezondheid en een normale ontwikkeling en groei. De vitamines E en C worden antioxidanten genoemd. De antioxidanten vangen agressieve stoffen in het lichaam op die in bepaalde gevallen schade hadden kunnen brengen aan cellen en weefsels. Hierdoor voorkomen antioxidanten op de lange termijn bepaalde ziekten zoals kanker en hart- en vaatziekten.

 

 

 

De schijf van vijf

 

Het advies van het voedingscentrum is om gevarieerd te eten. Een hulpmiddel hiervoor is de schijf van vijf, deze bestaat uit:

 

Groente en fruit

Aardappelen, brood, rijst en pasta

Zuivel, vlees, vis en vervangers

Halvarine, margarine en vetten

Water

 

 

 

 

Iedere dag moet er vanuit iedere schijf worden gegeten en gedronken. Binnen iedere schijf is er natuurlijk ook een rangorde met gezonde en minder gezonde voeding. Om aan de behoeften van je lichaam te voldoen moet er gevarieerd worden gegeten. Het advies van het voedingscentrum is om elke dag 200 gram groenten en twee stuks fruit te eten. Hiernaast moet er ook veel brood worden gegeten en het liefst de vezelrijke soorten zoals volkoren- of bruinbrood. Probeer verzadigde vetten zoveel mogelijk te vermijden.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Een recreatieve sporter heeft voldoende aan een gezonde voeding.

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Sporten houd je niet alleen fit en gezond. Je ziet er ook goed uit, je hebt een mooier figuur, je bent minder snel moe en je vecht beter tegen ziektes. Als je beweegt in groepsverband, oefen je ook je sociale lenigheid.

 

Zijn je herinneringen aan je laatste sportinspanning nog in zwart-wit, dan doe je er goed aan heel rustig te beginnen. Begin bijvoorbeeld met vijf minuutjes te bewegen en probeer er elke dag een paar minuten aan toe te voegen. 50-plussers die intensiever willen sporten, praten hier beter eerst eens over met hun arts.

 

 

 

30 minuten per dag

 

 

Heb je een hekel aan sporten als dusdanig of kan je er met de beste wil van de wereld geen extra tijd voor vrijmaken? Geen nood, door elke dag 30 minuten te bewegen met een matige intensiteit, schiet je ook al een heel eind op. Je hoeft het bovendien niet ver te zoeken. Je dagelijkse bezigheden bieden je kansen genoeg om in beweging te blijven.

Fiets bijvoorbeeld naar je werk, loop tijdens de lunchpauze eens vaker een blokje om of ga vaker te voet naar de winkel voor kleine boodschappen in plaats van één keer per week met de auto. Je zal al snel een verschil merken, en vooral voelen. Maar daarvoor moet je je wel elke dag aan die 30 minuten houden. Anders is het effect snel weer verdwenen.

 

 

 

Meer sporten, anders eten?

 

De recreatieve sporter heeft genoeg aan een goede en gevarieerde voeding (zie de voedingsdriehoek). Veelbelovende sportvoedingssupplementen zijn overbodig. Voor de meeste van deze supplementen heeft men trouwens nog geen gunstig effect kunnen aantonen. Professionele sporters kunnen mogelijk voordeel halen uit een individueel aangepaste voeding in functie van het type sport dat ze beoefenen en de trainingsfrequentie.

 

 

 

Enkele algemene voedingsrichtlijnen voor sporters

 

 

.
.

• Naast de aanbeveling om evenwichtig en gevarieerd te eten, zijn de voedingsrichtlijnen voor sporters er vooral op gericht de koolhydraatvoorraad te optimaliseren (60 tot 70 energie% koolhydraten). Koolhydraten worden omgezet in glucose en glucose wordt in de cel verder omgezet in energie of opgeslagen in de vorm van glycogeen.

Hoe groter de glycogeenvoorraad in je lichaam, hoe langer je een intensieve inspanning kan volhouden. Verwar een koolhydraatrijke voeding niet met zoete suikerrijke maaltijden en tussendoortjes. Kies voor complexe koolhydraten. Je vindt ze voornamelijk in brood, aardappelen en andere graanproducten.

 

 

• Wees zuinig met vetten en vetrijke voedingsmiddelen (max. 30 energie% vet), een spelregel die bij elke gezonde voeding past. Geef de voorkeur aan halfvolle of magere zuivelproducten en magere vleeswaren. Hoed je voor tussendoortjes die naast veel suiker ook relatief veel vet kunnen bevatten (bv. snoeprepen).

 

 

• Met een adequate, gewone voeding wordt de aanbevolen hoeveelheid eiwit makkelijk gehaald, ook voor krachtsporters. Zij hebben dan ook geen speciale eiwitpreparaten of aminozuursuppletie nodig.

 

• Een evenwichtig samengestelde en gevarieerde voeding rijk aan groenten en fruit brengt voldoende vitaminen en mineralen aan. De extra energie die voor het sporten nodig is, kan het best uit normale voedingsmiddelen worden verkregen omdat die ook de nodige vitaminen en mineralen leveren. Op die manier heeft de sporter geen aanvullingen nodig in de vorm van supplementen. Extra vitaminen verhogen de prestaties niet. Een vitaminesuppletie heeft pas effect als er een vitaminetekort is, bijvoorbeeld als gevolg van een al te nonchalant voedingspatroon.

 

 

.
.
.

Voldoende drinken voor, tijdens en na belangrijke sportinspanningen is essentieel om uitdrogingsverschijnselen te voorkomen. Door te sporten ga je meer zweten en verlies je meer vocht. Een vochtverlies van minder dan 1 liter (op de weegschaal ± 1 kilo) kan de prestatie al aantasten. Atleten die sporten met een matige tot hoge intensiteit kunnen één tot twee liter vocht per uur verliezen.

Op warme dagen loopt het zweetverlies nog verder op. Alleen drinken als er dorst ontstaat, volstaat niet. Het dorstgevoel treedt bovendien pas op bij een vochttekort, wanneer het dus eigenlijk al te laat is. Bij inspanningen van ongeveer één uur volstaat doorgaans gewoon water. Drink tijdens langdurige inspanningen elke 10 tot 20 minuten 150 tot 200 ml.

 

 

. Bij inspanningen die langer duren dan een uur kan naast vocht een bijkomende aanvoer van koolhydraten tijdens de inspanning zinvol zijn. Je kan hiervoor gebruikmaken van sportdranken met een koolhydraatconcentratie van 4 tot 8 % (40 tot 80 g per liter). Dranken die te veel suiker bevatten (meer dan 15 %) zijn niet aangewezen omdat zij de vochtopname kunnen vertragen en aanleiding kunnen geven tot gastro-intestinale stoornissen.

Koolzuur- en caffeïnehoudende dranken tijdens de inspanning kunnen eveneens maagdarmproblemen geven. Zorg dat de temperatuur van de drank tussen 15 en 22°C ligt. Een ijskoude drank kan maag- en darmpijn veroorzaken. De toevoeging van natrium kan nodig zijn als de inspanning langer dan drie uren aanhoudt. Voor het nut van de toevoeging van andere mineralen en sporenelementen en vitaminen bestaan geen bewijzen.

Een goede sportdrank op het juiste moment kan je prestaties ten goede komen, maar enkel als je daarnaast ook gezond en evenwichtig eet. Een slecht of nonchalant voedingspatroon kan je sportprestaties kelderen en dan kan zelfs een sportdrankje niet baten.

 

 

• Begin niet kort na de maaltijd te sporten. Eet twee tot vier uren voor de inspanning niet meer uitgebreid. De vertering vraagt om een adequate bloedvoorziening die op dat moment ten koste gaat van de bloedtoevoer naar de spieren die ook meer bloedtoevoer vragen tijdens de lichamelijke inspanning. Tot een uur van tevoren kunnen nog wel tussendoortjes als fruit of koek worden gegeten.

 

• Voor wie wil presteren is ten slotte voldoende training essentieel.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

De voedingsdriehoek: de basis van elk voedingsadvies

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Wat is de actieve voedingsdriehoek?

 


De actieve voedingsdriehoek geeft een idee van wat je dagelijks zou moeten eten om voldoende voedingsstoffen in te nemen. Daarnaast maakt de actieve voedingsdriehoek ook duidelijk hoeveel je per dag dient te bewegen. De voedingsaanbevelingen zijn opgesteld voor de gemiddelde persoon ouder dan 6 jaar, die matig fysiek actief is.

Als je intensief sport, zware lichamelijke activiteit verricht of je arts je een bepaald dieet voorschrijft, kan je best advies vragen aan een diëtist(e) over de juiste hoeveelheid, de keuze en de variatie van voedingsmiddelen. Sportinspanningen vragen bijvoorbeeld een grotere vochtinname dan de aanbevolen 1,5 liter die we in normale omstandigheden zouden moeten drinken.

 

 

 

Elk voedingsmiddel op zich levert een aantal voedingsstoffen. Eén enkel voedingsmiddel levert echter nooit alle vereiste voedingsstoffen. In de actieve voedingsdriehoek vind je 7 groepen die elk hun aandeel leveren in een gezonde levensstijl via voldoende beweging enerzijds en een gezonde, gevarieerde en evenwichtige voedingskeuze anderzijds.

Het topje van de actieve voedingsdriehoek, de restgroep, is een toemaatje. Naast een goede voeding is ook bewegen een belangrijk onderdeel van de actieve voedingsdriehoek. Zowel evenwichtig eten en als dagelijks voldoende bewegen is essentieel voor de gezondheid.

 

 

 

Wat zit er in elke groep?

 

 

LICHAAMSBEWEGING


is naast een goede voeding erg belangrijk voor een goede gezondheid. Met lichaamsbeweging worden inspanningen bedoeld met een matige intensiteit of inspanningen waarbij je hartfrequentie stijgt, je ademhaling iets sneller gaat dan normaal en waarbij je licht zweet. Voor een goede gezondheid moeten volwassenen dagelijks minstens 30 minuten per dag lichaamsbeweging nemen.

Dit mag verspreid worden over de dag, bijvoorbeeld door tweemaal 15 minuten te bewegen. Voor kinderen en jongeren luidt de aanbeveling om minstens 60 minuten per dag lichaamsbeweging te nemen. Kies voor activiteiten die passen in je dagelijkse bezigheden zoals fietsen, stevig doorstappen, zwemmen, dansen, met de bal spelen, de trap nemen of een sport die je graag doet.

Allemaal activiteiten die je gemakkelijk in het dagelijkse leven kan inpassen en die je gezondheid bevorderen. Ben je ouder dan 35 jaar, sinds lange tijd inactief, of heb je gezondheidsproblemen, raadpleeg dan even je huisarts voor je intensief begint te sporten.

 

 

 

 

 

WATER


Vocht is een onmisbaar deel van ons lichaam. Bijgevolg vormt water een essentieel bestanddeel van een gezonde voeding. De totale vochtbehoefte bedraagt voor volwassenen ongeveer 2,5 liter. Vaste voeding brengt ongeveer 1 liter vocht aan. De rest moeten je opnemen via dranken. In normale omstandigheden zou je dus minstens 1,5 liter water per dag moeten drinken. Bij warm weer en aan mensen die sporten of zware lichamelijke arbeid verrichten en meer vocht verliezen door transpiratie, wordt aanbevolen om meer te drinken, best water.

Beperk de inname van cafeïne, die eerder een vochtafdrijvende werking heeft. Vocht wordt grotendeels uit drank gehaald. Dranken die tot de watergroep behoren zijn water, koffie, thee en bouillon. Andere dranken, zoals melk en fruitsap, leveren ook vocht, maar bevatten ook andere voedingsstoffen. Zij horen daarom in andere groepen van de actieve voedingsdriehoek thuis.

 

 

 

 

 

GRAANPRODUCTEN EN AARDAPPELEN


leveren meervoudige koolhydraten, voedingsvezels, vitaminen en mineralen. Zij vormen je basisvoeding. Dat betekent dat graanproducten en aardappelen een belangrijk deel moeten uitmaken van elke maaltijd. Deze groep omvat aardappelen en alle soorten graanproducten zoals brood, beschuit, ontbijtgranen, rijst en deegwaren. Volkorenproducten krijgen de voorkeur. Zij bevatten meer voedingsvezels, vitaminen en mineralen dan de witte soorten.

Hoeveel graanproducten en aardappelen je per dag nodig hebt, hangt af van hoe actief je bent. Iemand die zware lichamelijke arbeid verricht, verbruikt meer energie dan iemand die een zittend beroep uitoefent en heeft dus ook meer energie en bijgevolg meer graanproducten en aardappelen nodig. Daarom varieert de aanbeveling van 5 tot 12 sneden brood (van 175 tot 420 gram) en van 3 tot 5 aardappelen (210 tot 350 gram).

 

 

 

 

 

GROENTEN


Groenten leveren voedingsvezels, vitaminen, mineralen en meervoudige en enkelvoudige koolhydraten. Omdat niet alle groenten dezelfde vitaminen en mineralen bevatten is afwisseling heel belangrijk. Groenten eet je nooit teveel. In totaal zou je 300 gram groenten per dag moeten eten. Deze hoeveelheid kan je bereiken door zowel bereide groenten als rauwkost te eten, verspreid over de verschillende maaltijden.

De warme maaltijd zou steeds een ruime portie groenten moeten bevatten: minstens 200 gram na bereiding of 250 gram rauw gewicht. Bij de broodmaaltijd kan dan bijvoorbeeld 100 gram rauwkost worden genomen. Ook de tussendoortjes of het ontbijt kunnen best wat groenten gebruiken.

 

 

 

 

 

FRUIT


Fruit levert net zoals groenten voedingsvezels, vitaminen, mineralen en (enkelvoudige) koolhydraten. Groenten en fruit onderscheiden zich van elkaar door de aanwezigheid van verschillende soorten en hoeveelheden vitaminen en mineralen. Daarom moet je dagelijks zowel groenten als fruit eten. Fruit kan bij het ontbijt, als tussendoortje of snack, als broodbeleg en als dessert gegeten worden. Eet bij voorkeur 2 tot 3 stuks per dag. Gebruik liever vers fruit dan fruit uit blik of gedroogd fruit.

 

 

 

 

 

MELKPRODUCTEN EN CALCIUMVERRIJKTE SOJAPRODUCTEN


Dit zijn een belangrijke bron van calcium, eiwitten en vitaminen van de B-groep. Calcium is een essentiële voedingsstof die bijdraagt tot de opbouw en het behoud van sterke botten.

3 tot 4 glazen melk (450 – 600 ml), afgeleide melkproducten of met calcium en vitamine B2 verrijkte sojaproducten en 1 tot 2 sneden kaas (20 – 40 gram) per dag volstaan om aan onze calciumbehoefte te voldoen.

Onder melkproducten verstaan we naast melk ook afgeleide producten zoals yoghurt, alle kaassoorten (smeerkaas, platte kaas, …) en karnemelk. Je kiest best voor halfvolle en magere producten.

 

 

 

 

 

VLEES, VIS, EIEREN EN VERVANGPRODUCTEN


Dit zijn een bron van eiwitten, vitaminen en mineralen. Vervangproducten van vlees, vis en eieren zijn onder andere sojaproducten, peulvruchten en noten. Toch dient men op te merken dat plantaardige levensmiddelen geen vitamine B12 aanbrengen. Bovendien zijn plantaardige voedingsmiddelen minder goede ijzerbronnen. Noten (behalve kokosnoten) zijn rijk aan onverzadigde vetzuren, maar leveren omwille van hun hoog vetgehalte ook veel energie. Je kiest best voor walnoten en hazelnoten, die ook een goede bron zijn van omega-3-vetzuren.

Om in een vegetarische voeding vlees volwaardig te vervangen is het nodig om plantaardige eiwitbronnen aan te vullen met granen of melkproducten. Per dag volstaat 100 gram vlees of vleeswaren. Voor vis, eieren en sojaproducten geldt dezelfde 100 gram. Zet best één tot twee maal per week vis op het menu. Denk daarbij ook aan vette vis, die een goede bron van onverzadigde vetzuren vormt.

 

 

 

 

 

SMEER- EN BEREIDINGSVET


levert in de eerste plaats energie. Daarnaast is smeer- en bereidingsvet belangrijk voor de aanbreng van essentiële vetzuren en vetoplosbare vitaminen. Onder smeer- en bereidingsvet verstaan we minarines, margarines, boter, halfvolle boter, bak- en braadvet en oliën. Je kiest best voor olie en margarine of minarine arm aan verzadigde vetzuren, omdat die hart- en vaatziekten helpen voorkomen.

De voedingsmiddelen uit de andere groepen (bv. vlees, melkproducten, koekjes,…) leveren al wat vetten op. Een mespuntje smeervet op de boterham en 1 eetlepel bereidingsvet per persoon voor de warme maaltijd is dan ook voldoende.

 

 

 

 

 

DE RESTGROEP


Het topje van de voedingsdriehoek bevat DE RESTGROEP, een afzonderlijk “zwevend“ gedeelte waarin je alle voedingsmiddelen kunt plaatsen die strikt genomen niet nodig zijn in een evenwichtige voeding. Dit topje is eigenlijk een toemaatje. Je vindt er zoetigheden, snoepjes, alcoholische en suikerrijke dranken, vette sauzen, …. Het spreekt voor zich dat deze voedingsmiddelen met mate moeten worden geconsumeerd.

Zij leveren doorgaans veel energie in de vorm van vet en suiker, en in verhouding tot de aangebrachte energie weinig of geen voedingsstoffen, zoals vitaminen en mineralen. Voedingsmiddelen uit deze groep passen in een gezonde voedingswijze als ze in kleine hoeveelheden worden geconsumeerd en je er rekening mee houdt in de samenstelling van je menu voor de rest van de dag.

 

 

 

VARIATIE!!!

 

Als je elke dag uit elke groep hetzelfde voedingsmiddel zou kiezen, zou je voeding enorm eentonig en daarom ook onevenwichtig worden. Elke groep biedt een ruime keuze aan voedingsmiddelen die als je ze afwisselt voor een evenwichtige, gezonde voeding zorgen. Dagelijks variëren binnen elke groep is dus de boodschap.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Aanbevelingen voor koolhydraten (door Hoge gezondheidsraad)

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Koolhydraten

 

Koolhydraten (zetmeel en suikers) zijn vooral van belang als energiebron. Ze leveren de energie die nodig is voor alle lichaamsprocessen en dienen als brandstof voor de hersenen.
Een gram koolhydraten levert 4 kcal (17 kJ). In een uitgebalanceerde voeding leveren koolhydraten minstens veertig procent van de hoeveelheid energie die een mens dagelijks nodig heeft.

 

 

Soorten

 

.
.

De naam koolhydraten is een scheikundige term: ze bestaan uit koolstof en een waterstofverbinding.

Er worden drie soorten onderscheiden:
Monosacchariden, zoals glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker). Bestaan uit één molecuul.
Disacchariden, zoals sucrose/sacharose (suiker), lactose (melksuiker) en maltose (moutsuiker). Samengesteld uit twee monosaccharide moleculen: respectievelijk glucose en fructose, glucose en galactose en glucose en glucose.
Polysacchariden, zoals zetmeel en glycogeen. Samengesteld uit meerdere monosaccharide-moleculen (meestal glucose).

Mono- en disachariden worden ook wel aangeduid als ‘eenvoudige’ koolhydraten, terwijl polysachariden ook wel complexe koolhydraten worden genoemd.

 

 

Bronnen

 

Koolhydraten in de vorm van zetmeel komen voor in brood, aardappelen, rijst, pasta en peulvruchten (bruine en witte bonen). Vruchten en vruchtensap bevatten eenvoudige koolhydraten als vruchtensuiker en druivensuiker. In melk en yoghurt zit melksuiker. In snoep, koek, gebak, frisdrank en dergelijke zit suiker (sucrose). Veel voedingsmiddelen bevatten een mengsel van complexe en eenvoudige koolhydraten.

 

 

Koolhydraattekort

 

Koolhydraten moeten minstens 55% van de totale energiebehoefte uitmaken. Het is aanbevolen de inname van toegevoegde suikers te beperken zowel voor kinderen, tieners en volwassenen. Koolhydraten kunnen slechts beperkt in het lichaam worden opgeslagen. Er kan een kleine voorraad aangelegd worden in de vorm van glycogeen, met name in de spieren. Een tekort aan koolhydraten zal niet vaak voorkomen.

Alleen bij een speciaal dieet of in andere bijzondere situaties kan een tekort ontstaan. In dat geval zal het lichaam een andere energiebron aanboren en daaruit koolhydraten aanmaken. Een tekort aan koolhydraten leidt tot een slechte adem, vermoeidheidsverschijnselen en concentratiestoornissen. Op den duur leidt een tekort aan koolhydraten tot afbraak van spierweefsel.

 

 

Aanbevelingen voedingsvezels

 

 

.

 

De Hoge Gezondheidsraad heeft eind 2003 nieuwe voedingsaanbevelingen voor België gepubliceerd, opgesteld door een expertencomité van de Hoge Raad voor de Voeding. Bij het opstellen van de voedingsaanbevelingen is de Hoge Raad voor de Voeding uitgegaan van het principe dat een nuttige en veilige aanbeveling voor de hele bevolking niet tegemoet komt aan de gemiddelde behoefte, maar aan de behoefte van een zo groot mogelijk aantal individuen.

De aanbevolen voedingsopname dekt de behoeften van bijna alle leden van de groep (> 97,5 %). In tegenstelling tot wat dikwijls is verondersteld, is de aanbevolen voedingsopname geen minimum wenselijk niveau van opname, maar een waarde hoger dan de individuele behoefte voor het grootste deel van de bevolking. De procentuele verdeling van de energie uit koolhydraten, lipiden en eiwitten dient vanaf de leeftijd van twee jaar de energieverdeling bij volwassenen progressief te benaderen en zich dus te verhouden als respectievelijk: 55 à 75%; maximaal 30%; ongeveer 10%.

Koolhydraten en vetten zijn belangrijk voor het energiemetabolisme, maar essentiële vetzuren en voedingsvezels spelen daarenboven een meer specifieke nutritionele rol, waar in dit hoofdstuk dieper wordt op ingegaan. Gezien ook water onlosmakelijk verbonden is met het energiemetabolisme, zijn tevens aanbevelingen opgenomen die toelaten de waterbalans in evenwicht te houden.

 

 

Voedingsvezels

 

Voedingsvezel is de verzamelnaam voor een aantal stoffen die zich in de celwand van planten bevinden. Ze geven stevigheid en vorm aan de plant en zijn voor mensen niet te verteren. Het zijn onverteerbare stoffen, die ervoor zorgen dat de darmen goed hun werk kunnen doen. Belangrijke bronnen zijn brood, aardappelen en groente en fruit. Een tekort aan voedingsvezels veroorzaakt darmproblemen, zoals een te trage stoelgang, obstipatie en aambeien of divertikels (uitstulpingen van de dikkedarmwand).

Vezelrijke voeding is ook belangrijk om overgewicht te voorkomen, omdat voedingsvezels een verzadigd gevoel geven én nauwelijks calorieën leveren. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat voedingvezels het risico op darmkanker verkleinen. Het is aan te raden terughoudend te zijn met voedingsvezelpreparaten: gebruik deze alleen in overleg met arts of diëtist.

 

•Totale voedingsvezel:
ondergrens: 15 g/1000 kcal/dag
bovengrens: 22 g/1000 kcal/dag

•Niet-zetmeel polymere koolhydraten
ondergrens: 9 g/1000 kcal/dag
bovengrens: 13 g/1000 kcal/dag

 

De wetenschappelijke gegevens voor volwassenen kunnen niet zomaar op jongere leeftijdsgroepen overgebracht worden, al lijkt het erop dat de behoefte, zowel van kinderen als van volwassenen, varieert in functie van het lichaamsgewicht en dat bijgevolg de vezelopname hoger zou moeten liggen dan wat actueel het geval is.
Aangezien kinderen en met name zeer jonge kinderen zeer snel groeien, mag een hoge vezelopname niet ten koste gaan van de opname van energierijke levensmiddelen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Overconsumptie van suiker is niet dé oorzaak van overgewicht

Standaard

categorie :  gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Overconsumptie van suiker is niet dé oorzaak van overgewicht

 

 

suiker

.
.

Overconsumptie van suiker is niet dé oorzaak van overgewicht, maar slechts één van de oorzaken”. Dat zegt Fred Brouns, hoogleraar Health Food Innovation aan de Universiteit Maastricht. Samen met collega’s onderzocht Brouns de rol van suikers bij obesitas. Ze vonden onder andere dat fructose – in kleine hoeveelheden – niet schadelijk is en zelfs gunstige effecten kan hebben. Ze publiceerden erover in Nutrition Research Review.

Ze bekeken de relatie tussen suikerconsumptie en obesitas, en dan vooral naar de rol van fructose. Het is bekend dat in een groot aantal frisdranken in Europa, net als in andere voedingsmiddelen, suiker is toegevoegd. Dit gebeurt vaak in de vorm van sucrose, een suikertype dat voor 50 procent uit glucose en 50 procent uit fructose bestaat.

Eerder onderzoek in de Verenigde Staten leidde tot de conclusie dat de toename in de consumptie van toegevoegde suikers parallel lijkt te lopen met gewichtstoename van de bevolking. Omdat in alle frisdranken in de Verenigde Staten high-fructose corn syrup zit (een siroop gemaakt uit maiszetmeel met een fructose gehalte van 55 procent), werd verondersteld dat de inname van fructose een oorzakelijk verband heeft met de obesitasepidemie.

Wij laten zien dat de bestaande onderzoeksresultaten verkeerd geïnterpreteerd worden en dat er veel misvattingen bestaan over fructose. Zo blijkt high-fructose corn syrup helemaal niet zo veel te verschillen van ‘gewone’ suiker (sucrose).

Ook hebben ze geconstateerd dat in veel studies extreme hoeveelheden pure fructose zijn toegediend – tot zelfs meer dan 20 procent van de totale calorieopname. Ongewenste effecten op onder andere de verzadiging, de hormoonhuishoudingen en insulinegevoeligheid die daarbij optreden worden echter niet gevonden bij consumptie van fructose samen met glucose, zoals wij dat in feite altijd consumeren.

Als u obesitas wilt bestrijden moet u dus niet alleen maar kijken naar de inname van fructose dan wel suiker. Het gehalte van alle toegevoegde koolhydraten, vetten, eiwitten, voedingsvezel en de totale calorie-inname bepaalt, is belangrijker.

Water is nog altijd de beste dorstlesser en kan worden afgewisseld met nu en dan wat vruchtensap of frisdrank. Daarbij hebben de ‘light’ of ‘zero’ variant de voorkeur, omdat die veel minder calorieën bevatten, zo besluiten de onderzoekers.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Het probleem met afslankdiëten

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Waarom afslank diëten niet werken

.

.

dieet_met_2_vorken

 

Het volgen van een dieet om af te vallen is niet raadzaam. Ongewenst in gewicht aankomen is een signaal van het lichaam dat er iets niet goed verloopt. Je kan het vergelijken met het hebben van koorts. Een verhoging van de lichaamstemperatuur is een signaal dat er “ergens” in het lichaam iets aan de hand is.

Als we paracetamol nemen zal de koorts ongetwijfeld dalen; maar als de koorts veroorzaakt wordt door een longontsteking hebben we het probleem niet opgelost. Zo is het met ons gewicht ook. We kunnen gaan lijnen, maar als we de werkelijke oorzaak niet aanpakken zal er weinig veranderen.

Een ander nadeel aan het volgen van een dieet is dat het lichaam zich aanpast aan de veranderde omstandigheden. Het lichaam is er op gericht om te overleven en zal alles doen om dit te bereiken. Als we minder calorieën tot ons nemen verandert onze stofwisseling.

Het lichaam denkt dat we in tijden van hongersnood leven. We gaan zuiniger om met de beschikbare energie. Hiertoe zetten we de stofwisseling op een laag pitje. We verbranden minder lichaamsvet en alle vetten die we binnen krijgen worden direct opgeslagen. Een mooi voorbeeld om dit te illustreren is een zeer onfortuinlijke inwoner van Zweden.

Een man was met zijn auto ingesneeuwd op een zeer stil weggetje. Hij heeft ruim 2 maanden ingesneeuwd in de auto gezeten en heeft zich in leven gehouden met het “eten”van de sneeuw. Zijn lichaam had zich helemaal aan deze omstandigheden aangepast.

Ons lichaam heeft minimaal 1200 kCal per dag nodig om alle processen goed te laten verlopen. Een voeding gebaseerd op 1000 Kcal (of soms zelfs nog minder) is bij lange na niet toereikend. Er zullen voedingstekorten optreden. Deze tekorten kunnen klachten geven als duizeligheid, hoofdpijn, concentratiestoornissen, haaruitval en vermoeidheid.

.

.

Waarom een ongewenste gewichtstoename?

 

Hyperinsulinisme

Als we koolhydraten eten worden ze in de darmen omgezet naar glucose. Glucose wordt opgenomen in het bloed; vandaar de naam bloedsuiker. Onze cellen gebruiken glucose als brandstof. Om glucose de cellen binnen te krijgen heeft de cel insuline nodig.

Dus zodra de bloedsuikerspiegel stijgt gaat de alvleesklier insuline produceren. Als de cellen voldoende brandstoffen hebben zorgt insuline er voor dat het resterende bloedsuiker omgezet wordt in vet. Als we dus veel insuline in het bloed hebben wordt er veel vet opgeslagen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Zin en onzin van Sportdranken

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Sportdranken zijn in. Ze worden niet alleen gebruikt door topsporters, maar door vrijwel iedereen die op een of andere manier met sport bezig is, en zelfs door mensen die zelden of nooit aan sport doen. Volgens de producenten verbeteren ze de prestaties en bevorderen ze het herstel na een inspanning. Maar klopt dat ook? Of kan men net zo goed water of vruchtensap drinken?

 

 

 

GEZ_sportdranken-limo-recla-170_400_08

 

 

Lichamelijke inspanningen gaan onvermijdelijk gepaard met vochtverlies, niet alleen doordat u zweet, maar ook doordat er water verdampt met de lucht die u uitademt. Hoe harder en langer u bezig bent, en hoe warmer en vochtiger de omstandigheden zijn, hoe meer vocht u kwijtraakt. Tijdens één uur lichaamsbeweging verliest de gemiddelde persoon ongeveer één liter vocht. In warme, vochtige omstandigheden kan dat het dubbele bedragen.

 

 

Waarom drinken?

 

Vochttekort zorgt er voor dat de spieren minder functioneren waardoor o.m. krampen kunnen optreden. Als het vocht niet snel aangevuld wordt, kan het tot dehydratie (uitdroging) leiden. Dat vermindert niet alleen het prestatievermogen, maar schaadt ook uw gezondheid. Daarom is het belangrijk om zowel voor, tijdens als na een inspanning voldoende te drinken om het vochtverlies te compenseren. Hoe meer u zweet, hoe meer vocht u moet aanvullen.

•Bij activiteiten met een tijdsduur van minder dan een half uur is het gevaar dat u uitgedroogd raakt klein, zodat tussendoor drinken minder belangrijk is. Niettemin moet u ervoor te zorgen dat u met voldoende vocht in uw lichaam begint en na afloop genoeg drinkt.

 

•Bij langere inspanningen moet u proberen om zoveel te drinken als u zonder problemen aankunt: streef naar tussen 125 en 250 ml per kwartier. Een dergelijk vast drinkschema leer je best aan op training, begin er niet mee tijdens een wedstrijd.

 

•Hoe groter het volume van het vocht in uw maag, des te sneller de maag geleegd wordt in de darm en des te sneller het verloren vocht in uw lichaam dus wordt vervangen. Dat is de reden waarom u het best al vroeg tijdens uw lichaamsbeweging zoveel mogelijk moet proberen te drinken en daarna geregeld vocht moet blijven opnemen.

 

•Het is beter op geregelde tijdstippen grote hoeveelheden te drinken, dan voortdurend kleine hoeveelheden. De hoeveelheid drank die ingenomen wordt, bepaalt namelijk ook de snelheid waarmee de maag geledigd wordt en waarmee het vocht dus via de darmwand in het bloed terecht komt : hoe meer men drinkt (tot 700 ml), hoe sneller de maag lediging gebeurt. De hoeveelheid die vlot verdragen wordt varieert van 300 ml tot 600 ml, maar uiteraard zal iedereen voor zichzelf tijdens de training moeten uitmaken wat de ideale hoeveelheid is. Boven 700 ml treden er vaker maag- en darmklachten op.

 

•Matig koude dranken (10°C tot 15°C) genieten de voorkeur omdat ze sneller de maag verlaten en dus ook sneller worden opgenomen. Bovendien hebben zij een warmte regulerend effect: een koude drank warmt op in het maag darmkanaal, waardoor het lichaam warmte kan afgeven. IJskoude dranken (minder dan 10°C) en erg warme dranken (meer dan 50°C) verlaten veel trager de maag. Tenslotte smaken koude dranken doorgaans beter, zodat men er spontaan meer van kan drinken.

 

•Wacht niet tot u dorst krijgt, aangezien dat betekent dat u al uitgedroogd bent. Dorst is geen goede graadmeter voor het gehalte aan lichaamsvocht. Uw urine vormt een betere graadmeter: ze zou waterig en bleekkleurig moeten zijn. Ziet uw urine er geel en ‘dik’ uit, dan kunt u uitgedroogd zijn. Ook frequent plassen wijst op een goede hydratie.

 

 

 

 

.

Waarom een sportdrank?

 

Voor de gewone amateursporter vormt water de enige echt noodzakelijke drank bij elke inspanning. Voor sporters met een intensief trainingsschema kunnen speciale sportdranken wel aangewezen zijn. Gewoon water heeft namelijk het nadeel dat het dorstgevoel snel verdwijnt, waardoor men spontaan minder zal drinken, en dat de urineproductie wordt gestimuleerd, waardoor men bijkomend vocht verliest.

Ook voor de amateursporter die langer dan één uur intensief sport, kan een speciale rehydraterende sportdrank (of dorstlesser) aangewezen zijn. Deze bevatten (een beperkte hoeveelheid) koolhydraten, zodat de glycogeenreserves van het lichaam gespaard worden en de bloedglucosespiegel op peil blijft. Dit is belangrijk (vooral voor inspanningen die langer dan één uur duren) omdat glycogeen en glucose de belangrijkste energieleverancier is.

En tekort aan koolhydraten heeft onvermijdelijk een negatieve weerslag op de prestaties. Ze bevatten ook mineralen (elektrolyten) zoals Natrium (Na+), Kalium (K+), Magnesium (Mg2+) en Chloor, waardoor het vocht sneller in het bloed opgenomen wordt dan bij gewoon water, en het bloedvolume beter gehandhaafd blijft.

Vooral dat laatste is belangrijk bij langdurige inspanningen die gepaard gaan met veel vochtverlies. Andere substanties worden vaak toegevoegd, maar dat is grotendeels om de smaak van de drank of de houdbaarheid te verbeteren (bv. citroenzuur).

Als algemene richtlijn kan worden gegeven:
• Tot een duurinspanning van 1/2 – 1 uur is geen speciaal drankregime nodig. In veel gevallen kan volstaan worden met water.
•Als de duurinspanning langer duurt, verdienen sportdranken de voorkeur.
•Drink zo’n 1/4-1/2 uur voor aanvang van de duurinspanning zo’n 250-500 ml.
•Drink ieder kwartier of om de 5 kilometer 150-200 ml.
•Zorg ervoor dat de drank die je drinkt koel is (zo’n 12-15°C).

 

 

 

 

 

 

Welke sportdrank?

 

De ideale sportdrank die in alle omstandigheden aan alle eisen voldoet bestaat niet. Bovendien zijn er persoonsgebonden verschillen en verschillende omstandigheden waarin men sport, zodat de concrete aanbeveling van persoon tot persoon en van tijdstip tot tijdstip kan verschillen.

Sportdranken worden vaak in twee categorieën ingedeeld: dorstlessers of rehydraterende dranken en energiedranken. Wanneer een drank 40 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat, wordt het een dorstlesser genoemd. Onderzoek heeft aangetoond dat een drank die 60 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat in veel gevallen ideaal is voor de aanvoer van zowel vocht als energie.

Een energiedrank bevat tussen 80-200 gram koolhydraten. Het nadeel van een energiedrank is dat deze de maaglediging kan remmen en daardoor de vochtopname kan remmen. Energiedranken zijn daarom alleen geschikt in situaties met minimaal vochtverlies (bv. koud weer) maar waar vooral een bijkomende aanvoer van koolhydraten nodig is.

 

 

 

 

 

Hypotoon, Isotoon, hypertoon

 

Een belangrijke factor bij de keuze van een sportdrank is de osmolaliteit of de osmotische druk. Dit duidt op het aantal deeltjes in een drank. Een hoge osmolaliteit betekent dat er veel deeltjes in zitten. Osmose is het verschijnsel dat water beweegt tussen de binnenzijde en buitenzijde van de celwand. Het water beweegt van het deel met minder opgeloste stoffen naar het deel met meer opgeloste stoffen.

De osmotische druk van een drank bepaalt in welke richting de vloeistof zich door een celmembraan heen (bijv. de darmwand) verplaatst. Drinkt men iets met een relatief grote osmotische druk, dan stroomt er water vanuit de bloedbaan en darmwandcellen naar de darmen. Bij een drank met een relatief lage osmotische druk is de richting omgekeerd: nu wordt er water (het drankje) uit de darmen opgenomen in de darmwandcellen en bloedbaan.

Op dit verschijnsel is het verschil in sportdrankjes hoofdzakelijk gebaseerd. De hoeveelheid opgeloste stoffen in sportdrank (zouten en suikers) wordt aangegeven met de termen hypotoon, hypertoon en isotoon.

1.Een hypotone drank heeft een relatief lage osmotische druk, wat betekent dat hij per 100 ml minder deeltjes (suikers en elektrolyten) bezit dan de eigen vochten van het lichaam. Doordat de drank meer verdund is, wordt hij sneller opgenomen dan water. Gemiddeld bevat een hypotone drank minder dan 4 g suiker per 100 ml.

2. Een isotone drank heeft dezelfde osmotische druk als het lichaamsvocht, wat betekent dat hij ongeveer hetzelfde aantal deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat per 100 ml en daardoor even snel of sneller wordt opgenomen dan water. De meeste commerciële isotone dranken bevatten tussen 4 en 8 g suiker per 100 ml. In principe vormen isotone dranken het ideale compromis tussen het weer aanvullen van vocht en energie. Of u een hypotone dan wel isotone drank kiest, is tot op grote hoogte een kwestie van persoonlijke smaak. Sommigen vinden een isotone drank te geconcentreerd of krijgen er buikpijn van.

3. Een hypertone drank heeft een grotere osmotische druk dan het lichaamsvocht, aangezien hij per 100 ml meer deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat, dat wil zeggen, geconcentreerder is. Daardoor wordt hij langzamer opgenomen dan gewoon water. Een hypertone drank bevat doorgaans meer dan 8g suikers per 100 ml.

 

De osmolaliteit van een drank kan een effect hebben op de maaglediging. Een hypertone drank zal langer in de maag blijven en daardoor minder vocht toevoeren dan een isotone of hypotone drank. Dranken met een hele hoge osmolaliteit moeten daarom vermeden worden, zeker in warme weersomstandigheden. Bovendien verhogen ze het risico op maag- en darmklachten.

Om die reden is vruchtensap geen goede sportdrank omdat de osmolaliteit veel te hoog ligt. Bovendien kan de aanwezige fructose voor darmklachten zorgen. Indien je toch vruchtensap drinkt, moet je het verdunnen met gewoon water.

 

 

 

 

 

Soorten koolhydraten

 

De meest voorkomende koolhydraten in sportdranken zijn glucose, fructose (vruchtensuiker) en maltodextrines. Een aantal dranken bevatten zetmeel (bv. Isostar Long Energy) of sucrose (bv. Gatorade). Maltodextrines en glucose zijn de beste energiebronnen en deze moeten het hoofdbestanddeel van de koolhydraten vormen.

Glucose (en saccharose) hebben het nadeel dat ze heel zoet zijn en een hoge osmolariteit hebben. Een oplossing van meer dan 5,5% glucose wordt hypertoon. Maltodextrine is een goede koolhydraatbron omdat het minder effect heeft op de osmolaliteit dan glucose en omdat het bijna geen smaak heeft. Zeker voor hoge concentraties koolhydraten verdienen maltodextrines de voorkeur.

Fructose heeft een zoete, fruitige smaak, maar heeft als nadeel dat het maag-darm problemen veroorzaakt wanneer het in grotere hoeveelheden wordt geconsumeerd. Daarnaast wordt fructose ook minder snel geoxideerd in het lichaam. Een kleine hoeveelheid fructose wordt vaak toegevoegd voor de smaak.

 

 

 

 

 

Natrium

 

Natrium is een essentieel bestanddeel van een sportdrank. Het verbetert de wateropname omdat natrium en koolhydraten samen geabsorbeerd worden in de darmen. Voor de absorptie van elke molecule glucose is een molecule natrium nodig. Wanneer glucose en natrium over de darmwand worden getransporteerd gaat dit gepaard met een beweging van water in dezelfde richting (osmose). Natrium en glucose trekken als het ware water met zich mee.

Ten tweede stimuleert natrium het dorstgevoel en zet daardoor tot drinken. Ook zorgt natrium er voor dat vocht beter wordt vastgehouden in het lichaam en niet verloren gaat via urine. Als men alleen water drinkt tijdens inspanning dan zou dit de natriumconcentratie in het bloed doen dalen, met als gevolg een toename van de urineproductie en dus ook een toename van vochtverlies.

Onderzoek heeft aangetoond dat de natriumverliezen tijdens inspanning tussen de 400 en 1100 mg per liter zweet bedragen. De inname van natrium zou daarom tussen de 400 en 1100 mg moeten liggen. Teveel natrium kan de maaglediging vertragen door een toename van de osmolaliteit.

Idealiter zou een sportdrank ongeveer 2,4 g NaCl (keukenzout) per liter moeten bevatten. Verdunde oplossingen van vruchtensappen of softdrinks voldoen niet aan die eis. Ook de commerciële sportdranken bevatten meestal minder NaCl.

.

 

 

 

 

Andere elektrolyten

 

De andere elektrolyten (o.a. Calcium, Kalium, Magnesium en Chloor) zijn minder belangrijk dan natrium. Bovendien verhogen ze de osmolaliteit met mogelijke maagdarmproblemen tot gevolg.Tenzij in extreme omstandigheden is het verlies aan elektrolyten tijdens inspanning zo miniem, dat ze gerust na de inspanning kunnen aangevuld worden.

Alleszins mag de hoeveelheid elektrolyten in een sportdrank niet hoger liggen dan wat normaal verloren gaat. Zo is bijvoorbeeld de aangeraden hoeveelheid kalium in sportdranken is 121- 225 mg per liter. Er zijn sportdranken op de markt die meer dan 5 keer zoveel kalium bevatten.

 

 

Vitamines

Vitamines hebben geen enkele functie in een sportdrank. Een vitaminetekort ontstaat niet binnen een tijdsspanne van enkele uren en een extra vitamineopname tijdens een inspanning heeft geen enkele invloed op het prestatievermogen. Bovendien verhogen vitamines de osmolaliteit van de drank, en hebben dus een negatieve invloed op de maaglediging.

 

 

Zuurtegraad

Vaak wordt citroenzuur of andere organische zuren toegevoegd om de smaak te verbeteren en de houdbaarheid te verhogen.
Een verhoogde zuurtegraad remt echter de maaglediging en kan maag-darmproblemen veroorzaken. Bovendien is een hoge zuurtegraad schadelijk voor het gebit.

 

 

 

 

 

 

 

De ideale dorstlesser tijdens sportbeoefening

 

•smaakt goed
•bevat 60 tot 80 gram koolhydraten
•40-110 mg% natrium
•12-22,5 mg% kalium
•heeft een osmolaliteit van <500 mOsmol/l
•bevat geen andere toevoegingen (gas, cafeïne, alcohol, vitamines, …).

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Kunnen groente- en fruitdrankjes groenten en fruit vervangen?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Groenten en fruit zijn gezond, dat weten we allemaal. Zij zijn een belangrijke bron van koolhydraten, voedingsvezels, mineralen, vitaminen en andere bioactieve stoffen. Maar hoe zit het met producten die van groenten en fruit worden gemaakt? Zijn bijvoorbeeld groente- en fruitsappen volwaardige alternatieven voor verse groenten en fruit?

 

 

Groente- en fruitsappen en geconcentreerde groente- en fruitdrankjes brengen minder voedingsvezels aan dan een portie groenten, rauwkost of fruit en stillen daardoor minder de honger.

 

 

.
.
.
.
.

Ze bevatten doorgaans ook minder voedingsstoffen in vergelijking met vers geperste groenten en fruit. Door de productie- en conserveringstechnieken treedt een zeker verlies aan voedingsstoffen op. Groentesappen bevatten ten slotte dikwijls redelijk wat zout. Daardoor kunnen ze niet onbeperkt worden gebruikt.

Vliegtickets.be Bangkok

Besluit: groente- en fruitsappen kunnen een bijdrage leveren tot de groente- en fruitinname, maar kunnen de aanbevolen porties groenten (300 g per dag) en fruit (2 tot 3 stuks per dag) niet volledig vervangen.

 

 

 

Vruchtensap: 100 % puur voor een slank figuur?

 

Ongezoet 100 % puur fruitsap is een natuurlijke bron van vitaminen, maar bevat ongeveer evenveel suiker als frisdranken. Bij een nonchalant gebruik kan het ook overgewicht in de hand werken. Eén glas ongezoet sinaasappelsap (150 ml) bevat ongeveer 14 g (of bijna 3 klontjes) suiker.

Druivensap en appelsap bevatten nog iets meer suiker, respectievelijk 24 g en 16 g per glas van 150 ml. Het betreft bij ongezoete vruchtensappen evenwel geen toegevoegde suiker maar suiker die afkomstig is van de vrucht zelf.

Omwille van de aanbreng van vitaminen, mineralen en eventueel andere bioactieve bestanddelen, zoals flavonoïden, is fruitsap te verkiezen boven frisdranken. Maar het gebruik blijft best beperkt tot 1 à 2 glazen per dag, zeker ook bij jonge kinderen, en mag niet de plaats innemen van water, melk en melkproducten.

 

 

 

Vruchtensappen versus vruchtennectars

 

Naast de ongezoete vruchtensappen zijn er ook vruchtennectars en vruchtendranken op de markt. Vruchtennectars bestaan, afhankelijk van de vruchtensoort, uit 25 tot 50 % sap. Vruchtendranken bevatten in de praktijk maar maximaal 25 % sap. Verder zijn water en suiker of kunstmatige zoetstoffen toegevoegd.

Ook al zijn sommige van deze dranken verrijkt met bijvoorbeeld vitamine C, in het algemeen leveren ze minder vitaminen en mineralen dan 100 % ongezoet vruchtensap. Ze vormen dus geen volwaardige alternatieven voor vruchtensap en zeker niet voor een lekker stuk vers fruit.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Zijn pasta en aardappelen dikmakers?

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

Zijn pasta en aardappelen dikmakers?

 

 

.
.
.

Het is een wijdverspreid misverstand dat pasta (spaghetti en dergelijke) of aardappelen een dikmaker zouden zijn. Hetzelfde geldt trouwens voor brood. Deze voedingsmiddelen leveren veel voedingsstoffen en bevatten in verhouding tot hun volume en gewicht weinig calorieën.

Niet de pasta (of de aardappelen en het brood) maken dik, maar de bereidingswijze (200 g gekookte aardappelen bevatten bijvoorbeeld slechts 152 kcal en 0 g vet, een zakje frieten van 200 g bevat bijna 5 keer meer energie, nl. 686 kcal en 42 g vet), de sausen die we erbij serveren (een schep mayonaise van 20 g bevat 150 kcal en 18 g vet ) of de toespijs die we erop smeren.

Aardappelen, pasta en brood zijn een basisonderdeel van een gezonde en evenwichtige voeding. Het zijn ten eerste belangrijke bronnen van samengestelde of complexe koolhydraten (vooral zetmeel) die onze voornaamste energieleveranciers zijn. Bovendien bevatten aardappelen en volkoren brood, en in mindere mate (volkoren) deegwaren en (bruine) rijst, ook voedingsvezels, vitamines en mineralen.

De Hoge Gezondheidsraad raadt aan dat minstens 55% van de dagelijkse energie-inname zou bestaan uit koolhydraten, en dan hoofdzakelijk samengestelde koolhydraten, en maximaal 30% vet. Nu is dat vaak het omgekeerde. Dat betekent concreet dat we dagelijks gemiddeld vier à vijf gekookte of gestoomde aardappelen (210 tot 350 g) of ongeveer 200 g gekookte deegwaren of rijst, en 5 tot 12 sneden brood (175 tot 420 g) moeten eten, afhankelijk van leeftijd, gewicht, geslacht en fysieke activiteit.

Mensen die veel sport doen of zware fysieke arbeid verrichten, moeten meer koolhydraten eten omdat ze als glycogeen in de spieren en de lever worden opgeslagen en onmiddellijk beschikbare energie leveren. Mensen met een glutenallergie moeten wel glutenvrije deegwaren gebruiken. Omdat ze gluten bevatten mogen deeg- waren pas vanaf 6 maanden aan baby’s worden gegeven ter vervanging van aardappelen.

Deegwaren op basis van rijst of aardappelen (zonder gluten) kunnen wel vóór de leeftijd van 6 maanden. Kies voor jonge kinderen witte rijst en witte deegwaren. Volle rijst en volkorendeegwaren bevatten meer voedingsvezels en vitamine B, maar zijn voor je baby moeilijk te verteren. Wacht hiermee tot hij 18 maanden is. Deegwaren en rijst bevatten, in tegenstelling tot aardappelen, geen vitamine C. Geef er dus altijd voldoende groenten bij.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Gezond fruit: kweepeer

Standaard

Categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: kweepeer

 

Kweepeer behoort tot de rozenfamilie en is een zusje van de appel, gewone peer en lijsterbes. Deze peer kun je niet echt goed rauw eten; hij wordt vaak gebruikt om jam, compote, vruchtensap en gelei van te maken. Het woord marmelade betekent oorspronkelijk zelfs ´kweeperenjam´. Van oorsprong komt de kweepeer uit streken rondom de Kaspische Zee. Tegenwoordig groeit hij vooral in het Middellandse Zeegebied en Japan. De kweepeer heeft medicinale werking en wordt vooral ingezet bij kinderdiarree, luchtwegenaandoeningen, brandwonden en gesprongen lippen.

 

 

Naamgeving

 

De Latijnse naam van kweepeer is Cydonia oblonga. In het Nederlands wordt de kweepeer ook kortweg ´kwee´ genoemd. De naam Cydonia komt van de Griekse stad Ḱydonia´, tegenwoordig Chania, een stad op het eiland Kreta. Waarschijnlijk werd de kwee daar vroeger veel verbouwd. ´Oblonga´ is Latijn voor langwerpig en slaat erop dat de kweepeer niet helemaal rond is, zoals veel ander fruit.

 

 

 

 

 

 

Kweepeer in de volksgeneeskunde

 

De pitten worden in het Midden Oosten van oudsher gebruikt om een zere keel en hoest mee te behandelen. De pitten worden geweekt in water waardoor er een dik, gelachtig aftreksel ontstaat wat gedronken wordt. Het is geschikt voor kinderen en in tegenstelling tot sommige regulier gebruikte hoestdranken zit er geen alcohol in. In Pakistan wordt kweepeer gebruikt om mondslijmvliesirritaties en zweren mee te behandelen. Het gelachtige aftreksel van de zaden wordt uitwendig gebruikt bij allergieën en huiduitslag. In Malta wordt een theelepel kweeperenjam in een kopje kokend water gedaan om darm- en maagproblemen te verhelpen. In Iran en Afghanistan worden de zaden van kweeperen verzameld en gekookt om het op te drinken als geneesmiddel bij longontsteking.

 

 

Werkzame stoffen

 

Van de kweepeer wordt de vrucht en het zaad gebruikt. Deze hebben beide andere geneestoepassingen zoals je verderop in het artikel kunt lezen. De vrucht bevat koolhydraten in de vorm van fructose en glucose, appelzuur, pectine, protopectine, slijmstoffen, tanninen, etherische olie en leucoanthocyanidinen. De pitten bevatten slijmstoffen waarvan 20% pentosaanslijm en polysacchariden met zwelvermogen, amygdaline, het enzym emulsine, tanninen en vette olie.

 

 

 

 

 

 

Kweepeervrucht

 

De adstringerende tanninen verzachten slijmvliezen. Pectine is een stof die andere stoffen absorbeert. Deze werking wordt met name aangewend bij het stelpen van bloedingen. Voor de medicinale werking wordt het sap, de siroop gebruikt. De medicinale werking wordt in de fytotherapie toegepast bij de volgende indicaties:

  • Kinderdiarree,
  • Maagdarmprikkeling,
  • Luchtwegenaandoeningen,
  • Stelpen van bloedende wonden.

 

 

Kweepeerpitten

 

Van de kweepeerpitten wordt alleen het slijm gebruikt wat verkregen wordt door de pitten in water te weken. De pitten zelf worden niet gegeten. De gelsubstantie die door pitten te weken in water wordt gevormd leent zich voor uitwendige toepassing. Het verzacht en beschermt de huid. Deze kweepeerslijmoplossing wordt soms gebruikt om zelf een crème of suspensie te bereiden. In de

fytotherapie kan kweepeergel worden aangewend bij:

  • Droge huid,
  • Schilferende huid,
  • Gesprongen lippen,
  • Kloven,
  • Doorligwonden,
  • Brandwonden.

 

 

 

 

 

 

Veiligheid kweepeer

 

  • Als je de pitten gebruikt om een gel te maken mag je de pitten niet verbrijzelen omdat er amygdaline in zit. Dat is blauwzuur, een potentieel giftige stof. Verder is het veilig om kweepeer en het zaad te gebruiken als je de therapeutische doseringen niet overschrijdt.
  • De vrucht kan je gebruiken door meerdere malen per dag een theelepel compote tot je te nemen.
  • De pitten kunnen worden gebruikt door de verkregen gel meerdere malen per dag in te nemen met een eetlepel tegelijk. De gel ontstaat door maceratie: het enkele uren laten zwellen van de pitten in warm water.