Tagarchief: vocht

Scoleciet

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

Scoleciet

 

De scoleciet (ook wel scolociet of scoleziet) is een betrekkelijk nieuw mineraal in de edelsteentherapie. Het is meestal wit of doorschijnend kleurloos, maar het kan soms ook zachte kleurtjes hebben, zoals geel, roze, groen of bruin. Scoleciet vertoont een heldere glans. Ruw vertoont het karakteristieke waaiertjes, of mooie bolletjes. Het mineraal is pyro-elektrisch: bij verhitting ontstaat er elektrische spanning. Ook is het piëzo-elektrisch: elektrische spanning ontstaat ook als je het kristal vervormt. Een gevolg is dat scoleciet kleine stofjes en rommeltjes kan aan-trekken nadat je het opgewreven hebt.

Scoleciet behoort tot de zogenaamde zeolieten. Dit zijn zeer poreuze mineralen die veel water kunnen bevatten. Er bestaan een vijftigtal natuurlijke zeolieten en meer dan tweehonderd synthetische zeolieten. Scoleciet en ande-re zeolieten kennen allerlei industriële toepassingen. Ze worden gebruikt in wasmiddelen, wasverzachters en wa-terontharders. Ze worden ook vaak gebruikt voor de absorptie van vocht, bijvoorbeeld in papieren luiers, deodo-rant, kattenbakkorrels en pluimveevoer. Verder worden zeolieten gebruikt bij het kraken van olie, het maken van zuiniger rijdend asfalt, en in bouwmaterialen.

Scoleciet wordt gebruikt bij het zuiveren van water. Het kan zware metalen aan vervuild water onttrekken, zoals chroom, koper, lood, nikkel, cadmium, mangaan en zink in synthetische waterverzachters en afvalwater van be-drijven. In de edelsteentherapie wordt scoleciet gebruikt bij slaapklachten, en bij mensen die graag iets heel an-ders met hun leven willen. Scoleciet is zeer geschikt als je oude patronen wilt doorbreken. Gebruik een hangertje of een trommelsteen en focus op wat je wilt veranderen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Scoleciet is een echte new-age steen. Hij wordt nog niet zo lang als heelsteen gebruikt. In vroeger tijd was het niet zo gemakkelijk om mineralen met een gelijksoortig uiterlijk van elkaar te onderscheiden. Pas in het begin van de 19e eeuw lukte het om scoleciet duidelijk te onderscheiden van natroliet, waar het eerder voor werd gehou-den. Tot aan die tijd werd er geen onderscheid gemaakt tussen de sterk verwante mineralen natroliet, mesoliet, scoleciet en thomsoniet (tegenwoordig bekend als de natrolietgroep). De Duitse mineraloog Abraham Gottlob Werner noemde het Faserzeolithe, ‘draderige zeolieten’. Zijn Franse collega René-Just Haüy (1743-1822) noemde het Mesotype.

 

In 1801 maakte Haüy een tweedeling. Hij onderscheidde een natriumhoudend mesotype dat hij natroliet noemde, en een calciumhoudend mesotype dat geen nieuwe naam kreeg. Vervolgens ontdekten de Duitse geleerden Adolph Ferdinand Gehlen (1775-1815) en Johann Nepomuk Fuchs (1774-1856) in 1813 dat calcium-mesotype uit meerdere mineralen bestaat, en ze noemden die scoleciet en mesoliet. Thomsoniet werd in 1820 voor het eerst beschreven. In de 18e en 19e eeuw waren stukken scoleciet interessant voor verzamelaars. Adellijke dames en vooral heren hielden zich toen graag bezig met het verzamelen van mooi of bijzonder gevormde of gekleurde mineralen. Verpulverde scoleciet werd incidenteel wel gebruikt als kunstmest. Zeolieten worden tegenwoordig vaak en veel gebruikt in allerlei industriële producten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Spiritueel

 

* Scoleciet maakt tevreden en blij, geeft rust. Het is de steen van innerlijke vrede.
* Scoleciet vergroot je bewustzijn en versnelt je spirituele groei.
* Bij meditatie kan de scoleciet je in contact brengen met oude beschavingen. Het kan je ook helpen een blik in de toekomst te werpen.
* Scoleciet is ook een perfecte steen om oude patronen te doorbreken. Sterker nog, het is moeilijk om oude patronen vast te houden, want de scoleciet stuurt je gewoon de andere kant op.
* Scoleciet zet een wacht voor je lippen. Ondoordachte woorden zullen niet snel over je lippen komen met scoleciet.
* De steen helpt om vanuit liefde op iemand te reageren. Je verwoordt dingen zachter en milder, je reageert vanuit je hart.
* Je functioneert dankzij scoleciet beter in een team. Je kunt voor jezelf opkomen zonder een ander geweld aan te doen.
* Scoleciet is een goede steen om netwerken op te bouwen en te onderhouden.
* Scoleciet integreert alle lagen van je aura. Blokkades in de aura worden opgelost. Je aura zal ook uitdijen. Alle chakra’s worden gereinigd en uitgelijnd.

 

 

811scolecite

 

 

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Zeolieten zoals scoleciet zijn aluminiumsilicaten. Ze hebben een kenmerkend kristalrooster met veel ruimte. Het lijkt alsof er kanaaltjes in de kristallen zitten. In die ruimtes kan gemakkelijk ander materiaal opgenomen worden.

 

Samenstelling: CaAl2Si3O10.3(H2O)
Hardheid: 5 – 5,5
Glans: glasachtig, zijdeglans
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, transparant
Breuk: onregelmatig
Splijtbaarheid: perfect
Dichtheid: 2,25 – 2,29
Kristalstelsel: monoklien, maar de kristallen lijken tetragonaal of rombisch

 

 

scoleciet trommelstenen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Advertenties

Een kamerplant aanschaffen

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

Een kamerplant aanschaffen

 

.

 

 

 

 

 

Bijna iedereen koopt weleens een plantje. Leuk om cadeau te geven of om de kamer een beetje op te fleuren. Maar waarom zijn kamerplanten eigenlijk zo leuk? Welke soort moet u kiezen? En hoe weet u nou of u een gezonde plant koopt. Allemaal vragen waarover nagedacht moet worden voordat u een nieuwe plant koopt. Zo zult u meer plezier hebben van uw kamerplant.

.

 

Waarom zou u een plant in uw kamer zetten?

.

De meeste mensen kopen planten omdat deze mooi zijn. Wat men niet weet is dat er nog veel meer redenen zijn om een plantje aan te schaffen. Hieronder zullen de goede eigenschappen van kamerplanten worden toegelicht.

 

 

.

Luchtkwaliteit

 

In de lucht zitten allerlei vieze en schadelijke stoffen, niet alleen de buitenlucht, maar juist de lucht in gebouwen is erg vervuild. Waar je ook komt, de lucht zit boordevol stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Planten halen deze stoffen uit de lucht. Vervolgens slaan ze de schadelijke stoffen op of breken deze af. Veel stofdeeltjes, zoals huidschilfers en textielrestjes, zijn een rijke voedingsbron voor bacteriën. Doordat de stofdeeltjes door de plant uit de lucht gehaald worden, zal ook het aantal ziekteverwekkers in de lucht dalen, met als gevolg een verminderde kans op infecties.

Bovendien verhogen planten de luchtvochtigheid. Vooral in de winter is de lucht in veel gebouwen erg droog. Om dit te compenseren wordt er door uw lichaam veel vocht aan de lucht af gegeven. Dit kan vervelende gevolgen hebben, zoals droge handen en een droge keel. Planten helpen de luchtvochtigheid op pijl te houden. Een groot deel van het water dat ze met hun wortels opnemen, verdampt later weer via hun bladeren. Dit vocht wordt aan de lucht afgegeven en zo wordt de luchtvochtigheid verhoogd.

 

 

.

Concentratie

 

Iedereen zit wel eens in een muffe ruimte waar te weinig zuurstof aanwezig is. Zo’n zuurstoftekort heeft een negatief effect op het concentratievermogen. Omdat er onvoldoende frisse lucht is, zal er te weinig zuurstof naar de hersenen kunnen gaan. Als gevolg hiervan ontstaat er een zuurstoftekort in de hersenen en zal uw concen-tratie afnemen. Ook kan te weinig zuurstof hoofdpijn veroorzaken. Planten zetten koolstofdioxide om in zuurstof. Hierdoor zal het zuurstofgehalte in de lucht toenemen, wat een positief effect heeft op de werking van uw hersenen en zo uw concentratievermogen verhoogt.

 

 

 

 

Minder stress

 

Planten absorberen geluid. Ze zullen natuurlijk niet al het geluid absorberen, zodat u geen gesprek meer kunt voeren, maar ze kunnen vervelende achtergrondgeluiden wel dempen, waardoor u hier minder last van heeft. Dit is te vergelijken met de werking van een dik tapijt. Hierdoor ontstaat er een rustige omgeving. Ook de kleur en geur van planten kunnen een rustgevende werking hebben.

Vaak is men zich niet eens bewust van de positieve effecten hiervan op het humeur. Natuurlijk geeft niet elke plant lekkere geuren af, maar ook planten die zelf niet lekker ruiken, kunnen de geur in de ruimte ten goede komen. Planten zuiveren namelijk sommige stinkende geuren uit de lucht, waarna er een frisse geurloze lucht overblijft. Door de rustige omgeving die kamerplanten creëren, zal uw stress afnemen en uw productiviteit toenemen.

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

.

Welke soort moet u aanschaffen?

.

Er zijn vele honderden soorten kamerplanten verkrijgbaar. Vaak is het erg lastig om te kiezen. Door de plant bewust op de volgende kenmerken te selecteren, kiest u makkelijker de juiste plant.

 

 

Standplaats

 

Kamerplanten worden vaak op ongeschikte plekken neergezet, hierdoor sterven de planten eerder. De meeste mensen denken in zo’n geval dat de plant een beperkte levensduur heeft, dit is vaak niet het geval, meestal staat de plant gewoon verkeerd. Voor bijna elke plant is wel een goede plek te vinden, of dit nou in de woonkamer is of in de keuken. Als u een plant op een speciale plek wil hebben staan, zoek dan eerst uit welke soort op die plek goed zal gedijen. Kies niet zomaar een willekeurige plant die u mooi vind, deze zou wel eens erg snel dood kunnen gaan.

 

 

 

Verzorging

 

Let bij de aankoop van een plant ook altijd op de verzorging die deze nodig heeft. Planten die niet de juiste verzorging krijgen zullen minder mooi zijn of zelfs eerder sterven. Wilt u een plant die niet te veel verzorging nodig heeft, kies de plant hier dan op uit. Lang niet elke kamerplant is tevreden met één keer per week wat kraanwater. Meestal zijn bloeiende planten moeilijker dan bladplanten. Grassen zijn makkelijk in onderhoud, maar hebben wel veel water nodig.

 

 

 

Gezondheidseffecten

 

Niet elke plant is even lucht zuiverend. Indien de positieve effecten van planten op de luchtkwaliteit voor u een belangrijk zijn, doet u er goed bij aankoop van de plant te letten op de lucht zuiverende werking van de plant. Vooral planten met grote bladeren zijn erg geschikt om de luchtkwaliteit te verbeteren. Let er wel op dat planten in de zomer meer groeien dan in de winter en daardoor ook in de zomer meer invloed hebben op de kwaliteit van de lucht.

.

 

 

 

.

 

 

 

Hoe kiest u een gezonde plant?

.

Er zijn een aantal dingen waarop u moet letten als u een plant koopt. Als u de soort gekozen heeft, kunt u een willekeurig exemplaar van de soort kopen. Het is echter verstandiger om eerst goed te kijken of de plant die u wil kopen wel gezond is. Hierbij kunt u letten op de volgende kenmerken.

 

 

 

Bladeren

 

De bladeren horen stevig en mooi van kleur te zijn. Planten met slappe en bleke bladeren zijn vaak ongezond. Dit geldt natuurlijk niet als de soort van zichzelf een bleke kleur heeft. Ook mogen de bladeren geen vlekken hebben. Hebben ze deze wel dan zijn ze meestal ziek en kunt u beter een ander exemplaar kopen. Gaten en aangevreten randen zijn ook ongewenst, deze wijzen op ongedierte.

 

 

 

Stengels

 

De stengels mogen niet slap of bleek zijn. Vaak zijn de planten die dit wel hebben zwak en gaan ze eerder dood. Zieke planten zijn te herkennen aan bruine knobbels op de stengels. Ook rotte plekken op de stengels zijn een slecht teken. Deze geven aan dat de plant aan het rotten is of in een te kleine pot staat.

 

 

 

Bloemen

 

Koop planten bij voorkeur niet als ze net uitgebloeid zijn. Vaak zijn planten moeilijk opnieuw in bloei te krijgen, omdat ze alleen bloeien in een zeer warme en zonnige omgeving. Bovendien wijst dit op een wat oudere plant die zijn beste tijd al heeft gehad, hiervan zult u dus minder lang plezier hebben dan van een plant die nog moet bloeien.

 

 

 

Wortels

 

De meeste mensen kijken bij aankoop van een plant niet naar de wortels. Toch zijn deze heel belangrijk, ze geven vaak als eerste aan of er iets mis is met de plant. Planten horen genoeg wortels te hebben. Planten met weinig of slecht ontwikkelde wortels zullen niet lang overleven, omdat ze niet genoeg voedingsstoffen uit de grond op kunnen nemen.

Schimmel op de wortels is ongewenst, evenals ongedierte. Zijn de wortels bruin en dun? Koop de plant dan niet. Bruine wortels zijn dood en kunnen dus geen water meer opnemen. Een uitzondering vormen enkele plantensoorten die lichtbruine wortels hebben. Naast bruin kunnen wortels in veel andere kleuren voorkomen, maar meestal zijn gezonde wortels wit.

 

 

 

 

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Zamioculcas

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

De Zamioculcas komt uit de familie Araeca, tot deze familie behoren ook de Anthurium, Spathiphylum en de Zantedeschia. Deze plant is sinds 1996 begonnen aan een opmars in de Nederlandse huiskamers, zijn populariteit heeft hij te danken aan zijn eenvoudige onderhoud. Deze plant vindt zijn oorsprong in Zanzibar, Kenia en Madagaskar.

.

 

 

zamioculcas_pr

.

 

 

 

 

Zamioculcas onderhoud:

.

Water geven

 

Zamioculcassen verbruiken niet veel water. Bij te veel water bestaat de kans dat de onderste bladeren geel worden. In de winter mag de grond gerust twee á vier weken droog staan. In de zomer is één week voldoende. De hoeveelheid water voor de Zamioculcas is afhankelijk van onder andere de temperatuur, grootte van de plant en de lichtinstensiteit. Zorg ervoor dat er geen water onderin de pot komt te staan. Gebruik daarom geen hydrokorrels voor op de bodem.

De grond moet namelijk instaat zijn al het vocht te kunnen absorberen. Mocht het zo zijn dat de grond na een week nog steeds erg vochtig is, dan is het raadzaam om per gierbeurt minder water te geven. Bij twijfel kun je beter te weinig dan te veel water geven. Bij het water geven van de Zamioculcas is het belangrijk om eerst de grond goed op te laten drogen alvorens nieuw water te geven.

 

 

 

.

Sproeien

 

De Zamioculcas sproeien is niet noodzakelijk, wel helpt dit het stof te verwijderen.

 

 

 

 

.

.

 

 

Standplaats

 

Zamioculcassen stellen geen hoge eisen aan de lichtintensiteit. Een zonnige standplaats is ook mogelijk. Maar pas in het begin op met direct zonlicht. De Zamioculcas wordt namelijk opgekweekt onder gefilterd licht. Draai de Zamioculcas regelmatig, dit bevordert een gelijkmatige groei. Geleidelijk kan de Zamioculcas dichterbij het raam komen te staan.

Wanneer de Zamioculcas te weinig licht ontvangt zal dit de groei doen remmen. Bij teveel licht groeit de Zamioculcas erg snel. Het risico hierbij is dat hij bezwijkt onder zijn eigen gewicht en hierdoor zal sterven. Wanneer de Zamioculcas te veel gaat hangen kunt u het beste de plant 1 á 2 meter verder van het raam plaatsen.

Plaats deze kamerplanten 2-3 meter voor een raam op het op westen of oosten. Bij een raam op het zuiden is een afstand van 3-4 meter van het raam aan te raden. Direct voor een raam op het noorden is ook mogelijk. In de lente en zomer kan deze kamerplant ook naar buiten. Pas echter op met de overgang naar direct zonlicht. Vermijdt de middag zon, deze is schadelijk voor de plant.

 

 

.

Minimale temperatuur

 

Overdag: +/- 12 °C
‘S nachts: +/- 5 °C

 

 

 

 

.

 

 

 

Verpotten

 

Je kunt de Zamioculcas direct na de aanschaf of in de lente verpotten. De lente heeft de voorkeur omdat eventueel beschadigde wortels dan sneller herstellen. Herhaal dit proces eens per 3 jaar. Plaats deze woonplant in een pot die minimaal 20% breder is dan de kweekpot en gebruik hiervoor normale potgrond. Gebruik geen hydrokorrels op de bodem. Het stilstaande water wat zich tussen de hydrokorrels verzameld kan minder gemakkelijk door de wortels worden bereikt en gaat rotten.

Het is wel raadzaam 10% hydrokorrels door de grond te mengen. Dit zorgt ervoor dat de grond beter draineert. Een grotere pot stimuleert de groei, verhoogd de gezondheid van de plant en creeërt een grotere waterbuffer omdat de grond meer vocht kan opnemen.

 

.

 

 

Voeding

 

De Zamioculcas groeit redelijk snel en heeft hierdoor ook voeding nodig. Bemest de binnenplant met vloeibare voeding in de lente en zomer. Doe dit niet in de winter, dit zal de plant schaden. Gebruik de helft van de dosering die is aangegeven op de verpakking van de vloeibare voeding.

 

 

 

 

 

 

.

Verkleurende bladeren

 

Geel blad is niet meer te redden en kan je het beste verwijderen. Dit komt niet altijd door een slechte verzorging, het kan ook simpelweg oud blad zijn. Bij de Zamioculcas is te veel water vaak de oorzaak.

 

 

.

Snoeien

 

Het gele blad kun je het beste verwijderen. Dit oogt mooier en bespaard de plant energie. De gele bladeren kun je simpelweg verwijderen door deze zo dicht mogelijk bij de stengel af te knippen. Vergeet achteraf niet je handen te wassen. De Zamioculcas is namelijk matig giftig.

 

 

 

.

Vermeerderen

 

Als je de plant wil stekken, is het voldoende om een stengel af te snijden en deze in een pot met vochtige aarde te plaatsen. Na verloop van tijd vormt de stek een wortelstok, waaruit nieuwe stengels en bladeren gaan groeien. Het beste moment om je Zamioculcas te stekken is in de lente. Vergeet achteraf niet je handen te wassen. De Zamioculcas is namelijk matig giftig.

 

.

 

.

.

 

 

Bloemen

 

Wanneer de Zamioculcas goed wordt verzorgd bestaat de kans dat hij bloemen produceert, dit gebeurt echter niet vaak. Wanneer de Zamioculcas bloeit is het belangrijk te realiseren dat het de plant veel energie kost. Het is daarom raadzaam deze te verwijderen.

 

 

Giftig?

 

De Zamioculcas is matig giftig. Pas hiermee dus op bij dieren en kinderen.

 

 

 

 

 

 

.

Ziektes

 

Van nature is de Zamioculcas een plant die zelden last heeft van ongedierte, ziektes of plagen. Mede door de structuur van het blad van de Zamioculcas is luis er gemakkelijk af te spoelen, doe dit door middel van een lauw warme douche.

 

.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Echte valeriaan : Valeriana officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lange, soms bovenaan vertakte stengels en
– de geurende zachtroze tot witte bloemschermen en
– de bladeren, die allemaal geveerd zijn met 9 – 21 paar blaadjes

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Echte valeriaan is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Ze heeft veel vocht nodig. Ze groeit op natte tot vochtige, voedselrijke grond aan waterkanten, in grienden en moerasbossen, in ruige graslanden, op kapvlakten en in de duinen. Zodra ze geplukt wordt, gaat ze hangen. Ze wordt 60 tot 120 cm hoog.

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Echte valeriaan bloeit in juni en juli. De bloemen zijn zachtroze tot wit en staan in een schermachtige bloeiwijze aan het einde van de stengel. Bloemen in de knop zijn roze. De meeldraden en stijl steken buiten de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

 

Stengel

 

De stengels zijn, als ze vertakt zijn, alleen bovenaan vertakt.

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Echte valeriaan wordt gebruikt in de homeopatie en fytotherapie. De wortel bevat vluchtige olie en valepotriaten, die een zeer effectieve kalmerende werking hebben. Echte valeriaan kan gebruikt worden tegen nervositeit, stress, slapeloosheid en examenvrees. Het is een mild en doeltreffend plantaardig middel zonder gewenning of versuffing.

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Kleine valeriaan, tot 40 cm hoog, onderste bladeren ongedeeld en lang gesteeld, tweehuizig (dus mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten), staat op de rode lijst.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 60 tot 120 cm

Bloem
– roze, wit
– juni en juli
– bijscherm
– buisvormig
– 2,5 tot 5 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– tegenoverstaand
– samengesteld
– oneven geveerd
– top spits
– onderste deelblaadjes rand gezaagd
– bovenste deelblaadjes rand gaaf
– netnervig
– onderste gesteeld, bovenste zittend

Stengel
– rechtop
– soms bovenaan vertakt
– gegroefd
– onderaan verspreid behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ontdooien: zo hoort het.

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Ontdooien: zo hoort het.

.

 

.
.
.
.

De bewaartijd van producten wordt behoorlijk verlengd door ze in te vriezen. Maar een product is ook hierdoor niet onbeperkt houdbaar. Diepvriezen zet de bederf bevorderende factoren op een laag pitje maar schakelt ze niet definitief uit. Zodra de temperatuur stijgt tijdens het ontdooien, ontwaken de micro-organismen uit hun schijndood en kunnen de enzymen en andere biologische processen hun afbraakwerk opnieuw versneld verder zetten. Correct ontdooien is dus belangrijk om problemen van voedselvergiftiging te vermijden.

 

 

 

Ontdooitips

 

– Ingevroren groenten worden best direct gekookt, zonder ze eerst te laten ontdooien.

– Diepgevroren vlees of vis moet worden ontdooid in de koelkast of de microgolfoven. Buiten de koelkast bij kamertemperatuur vindt een razendsnelle ontwikkeling van micro-organismen plaats en dat verhoogt het risico op een voedselvergiftiging.

– Een praktisch nadeel van het ontdooien in de koelkast is dat het langzaam gaat. Leg het vlees of de vis daarom al de avond voor het wordt bereid vanuit de diepvriezer in de koelkast.

– Wanneer het product wordt ontdooid in de magnetron moet het meteen daarna ook worden bereid.

– Bij het ontdooien van vlees of vis komt er vocht of drip vrij. Hoe trager het ontdooiproces, hoe meer vocht het voedsel verliest. Vochtverlies betekent ook verlies aan voedingsstoffen, smaak en kwaliteit.

– Leg bevroren vlees of vis altijd op een bord of in een bakje om te voorkomen dat de drip in de koelkast of de magnetron lekt en zo mogelijk andere voedingsmiddelen besmet. Dek het geheel af zodat het vlees zelf ook niet kan worden besmet vanuit de omgeving.

– Spoel na het ontdooien de drip van het bord af met heet water en spoel ook de gootsteen na.

– In de huishoudkeuken is alleen door en door verhitten (tot 75°C in de kern) effectief om bederfbevorderende micro-organismen en enzymen uit te schakelen en te inactiveren.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

De voedingsdriehoek: de basis van elk voedingsadvies

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Wat is de actieve voedingsdriehoek?

 


De actieve voedingsdriehoek geeft een idee van wat je dagelijks zou moeten eten om voldoende voedingsstoffen in te nemen. Daarnaast maakt de actieve voedingsdriehoek ook duidelijk hoeveel je per dag dient te bewegen. De voedingsaanbevelingen zijn opgesteld voor de gemiddelde persoon ouder dan 6 jaar, die matig fysiek actief is.

Als je intensief sport, zware lichamelijke activiteit verricht of je arts je een bepaald dieet voorschrijft, kan je best advies vragen aan een diëtist(e) over de juiste hoeveelheid, de keuze en de variatie van voedingsmiddelen. Sportinspanningen vragen bijvoorbeeld een grotere vochtinname dan de aanbevolen 1,5 liter die we in normale omstandigheden zouden moeten drinken.

 

 

 

 

 

 

 

Elk voedingsmiddel op zich levert een aantal voedingsstoffen. Eén enkel voedingsmiddel levert echter nooit alle vereiste voedingsstoffen. In de actieve voedingsdriehoek vind je 7 groepen die elk hun aandeel leveren in een gezonde levensstijl via voldoende beweging enerzijds en een gezonde, gevarieerde en evenwichtige voedingskeuze anderzijds.

Het topje van de actieve voedingsdriehoek, de restgroep, is een toemaatje. Naast een goede voeding is ook bewegen een belangrijk onderdeel van de actieve voedingsdriehoek. Zowel evenwichtig eten en als dagelijks voldoende bewegen is essentieel voor de gezondheid.

 

 

 

 

 

Wat zit er in elke groep?

 

 

LICHAAMSBEWEGING


is naast een goede voeding erg belangrijk voor een goede gezondheid. Met lichaamsbeweging worden inspanningen bedoeld met een matige intensiteit of inspanningen waarbij je hartfrequentie stijgt, je ademhaling iets sneller gaat dan normaal en waarbij je licht zweet. Voor een goede gezondheid moeten volwassenen dagelijks minstens 30 minuten per dag lichaamsbeweging nemen.

Dit mag verspreid worden over de dag, bijvoorbeeld door tweemaal 15 minuten te bewegen. Voor kinderen en jongeren luidt de aanbeveling om minstens 60 minuten per dag lichaamsbeweging te nemen. Kies voor activiteiten die passen in je dagelijkse bezigheden zoals fietsen, stevig doorstappen, zwemmen, dansen, met de bal spelen, de trap nemen of een sport die je graag doet.

Allemaal activiteiten die je gemakkelijk in het dagelijkse leven kan inpassen en die je gezondheid bevorderen. Ben je ouder dan 35 jaar, sinds lange tijd inactief, of heb je gezondheidsproblemen, raadpleeg dan even je huisarts voor je intensief begint te sporten.

 

 

 

 

 

 

 

WATER


Vocht is een onmisbaar deel van ons lichaam. Bijgevolg vormt water een essentieel bestanddeel van een gezonde voeding. De totale vochtbehoefte bedraagt voor volwassenen ongeveer 2,5 liter. Vaste voeding brengt ongeveer 1 liter vocht aan. De rest moeten je opnemen via dranken. In normale omstandigheden zou je dus minstens 1,5 liter water per dag moeten drinken. Bij warm weer en aan mensen die sporten of zware lichamelijke arbeid verrichten en meer vocht verliezen door transpiratie, wordt aanbevolen om meer te drinken, best water.

Beperk de inname van cafeïne, die eerder een vochtafdrijvende werking heeft. Vocht wordt grotendeels uit drank gehaald. Dranken die tot de watergroep behoren zijn water, koffie, thee en bouillon. Andere dranken, zoals melk en fruitsap, leveren ook vocht, maar bevatten ook andere voedingsstoffen. Zij horen daarom in andere groepen van de actieve voedingsdriehoek thuis.

 

 

 

 

 

 

 

GRAANPRODUCTEN EN AARDAPPELEN


leveren meervoudige koolhydraten, voedingsvezels, vitaminen en mineralen. Zij vormen je basisvoeding. Dat betekent dat graanproducten en aardappelen een belangrijk deel moeten uitmaken van elke maaltijd. Deze groep omvat aardappelen en alle soorten graanproducten zoals brood, beschuit, ontbijtgranen, rijst en deegwaren. Volkorenproducten krijgen de voorkeur. Zij bevatten meer voedingsvezels, vitaminen en mineralen dan de witte soorten.

Hoeveel graanproducten en aardappelen je per dag nodig hebt, hangt af van hoe actief je bent. Iemand die zware lichamelijke arbeid verricht, verbruikt meer energie dan iemand die een zittend beroep uitoefent en heeft dus ook meer energie en bijgevolg meer graanproducten en aardappelen nodig. Daarom varieert de aanbeveling van 5 tot 12 sneden brood (van 175 tot 420 gram) en van 3 tot 5 aardappelen (210 tot 350 gram).

 

 

 

 

 

 

 

GROENTEN


Groenten leveren voedingsvezels, vitaminen, mineralen en meervoudige en enkelvoudige koolhydraten. Omdat niet alle groenten dezelfde vitaminen en mineralen bevatten is afwisseling heel belangrijk. Groenten eet je nooit teveel. In totaal zou je 300 gram groenten per dag moeten eten. Deze hoeveelheid kan je bereiken door zowel bereide groenten als rauwkost te eten, verspreid over de verschillende maaltijden.

De warme maaltijd zou steeds een ruime portie groenten moeten bevatten: minstens 200 gram na bereiding of 250 gram rauw gewicht. Bij de broodmaaltijd kan dan bijvoorbeeld 100 gram rauwkost worden genomen. Ook de tussendoortjes of het ontbijt kunnen best wat groenten gebruiken.

 

 

 

 

 

 

 

FRUIT


Fruit levert net zoals groenten voedingsvezels, vitaminen, mineralen en (enkelvoudige) koolhydraten. Groenten en fruit onderscheiden zich van elkaar door de aanwezigheid van verschillende soorten en hoeveelheden vitaminen en mineralen. Daarom moet je dagelijks zowel groenten als fruit eten. Fruit kan bij het ontbijt, als tussendoortje of snack, als broodbeleg en als dessert gegeten worden. Eet bij voorkeur 2 tot 3 stuks per dag. Gebruik liever vers fruit dan fruit uit blik of gedroogd fruit.

 

 

 

 

 

 

 

MELKPRODUCTEN EN CALCIUMVERRIJKTE SOJAPRODUCTEN


Dit zijn een belangrijke bron van calcium, eiwitten en vitaminen van de B-groep. Calcium is een essentiële voedingsstof die bijdraagt tot de opbouw en het behoud van sterke botten.

3 tot 4 glazen melk (450 – 600 ml), afgeleide melkproducten of met calcium en vitamine B2 verrijkte sojaproducten en 1 tot 2 sneden kaas (20 – 40 gram) per dag volstaan om aan onze calciumbehoefte te voldoen.

Onder melkproducten verstaan we naast melk ook afgeleide producten zoals yoghurt, alle kaassoorten (smeerkaas, platte kaas, …) en karnemelk. Je kiest best voor halfvolle en magere producten.

 

 

 

 

 

 

 

VLEES, VIS, EIEREN EN VERVANGPRODUCTEN


Dit zijn een bron van eiwitten, vitaminen en mineralen. Vervangproducten van vlees, vis en eieren zijn onder andere sojaproducten, peulvruchten en noten. Toch dient men op te merken dat plantaardige levensmiddelen geen vitamine B12 aanbrengen. Bovendien zijn plantaardige voedingsmiddelen minder goede ijzerbronnen. Noten (behalve kokosnoten) zijn rijk aan onverzadigde vetzuren, maar leveren omwille van hun hoog vetgehalte ook veel energie. Je kiest best voor walnoten en hazelnoten, die ook een goede bron zijn van omega-3-vetzuren.

Om in een vegetarische voeding vlees volwaardig te vervangen is het nodig om plantaardige eiwitbronnen aan te vullen met granen of melkproducten. Per dag volstaat 100 gram vlees of vleeswaren. Voor vis, eieren en sojaproducten geldt dezelfde 100 gram. Zet best één tot twee maal per week vis op het menu. Denk daarbij ook aan vette vis, die een goede bron van onverzadigde vetzuren vormt.

 

 

 

 

 

 

 

 

SMEER- EN BEREIDINGSVET


levert in de eerste plaats energie. Daarnaast is smeer- en bereidingsvet belangrijk voor de aanbreng van essentiële vetzuren en vetoplosbare vitaminen. Onder smeer- en bereidingsvet verstaan we minarines, margarines, boter, halfvolle boter, bak- en braadvet en oliën. Je kiest best voor olie en margarine of minarine arm aan verzadigde vetzuren, omdat die hart- en vaatziekten helpen voorkomen.

De voedingsmiddelen uit de andere groepen (bv. vlees, melkproducten, koekjes,…) leveren al wat vetten op. Een mespuntje smeervet op de boterham en 1 eetlepel bereidingsvet per persoon voor de warme maaltijd is dan ook voldoende.

 

 

 

 

 

 

 

 

DE RESTGROEP


Het topje van de voedingsdriehoek bevat DE RESTGROEP, een afzonderlijk “zwevend“ gedeelte waarin je alle voedingsmiddelen kunt plaatsen die strikt genomen niet nodig zijn in een evenwichtige voeding. Dit topje is eigenlijk een toemaatje. Je vindt er zoetigheden, snoepjes, alcoholische en suikerrijke dranken, vette sauzen, …. Het spreekt voor zich dat deze voedingsmiddelen met mate moeten worden geconsumeerd.

Zij leveren doorgaans veel energie in de vorm van vet en suiker, en in verhouding tot de aangebrachte energie weinig of geen voedingsstoffen, zoals vitaminen en mineralen. Voedingsmiddelen uit deze groep passen in een gezonde voedingswijze als ze in kleine hoeveelheden worden geconsumeerd en je er rekening mee houdt in de samenstelling van je menu voor de rest van de dag.

 

 

 

VARIATIE!!!

Als je elke dag uit elke groep hetzelfde voedingsmiddel zou kiezen, zou je voeding enorm eentonig en daarom ook onevenwichtig worden. Elke groep biedt een ruime keuze aan voedingsmiddelen die als je ze afwisselt voor een evenwichtige, gezonde voeding zorgen. Dagelijks variëren binnen elke groep is dus de boodschap.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Hou je keuken veilig

Standaard

categorie : gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

We kunnen het niet met het blote oog zien, maar de keuken is de plaats bij uitstek waar ziektekiemen (meestal bacteriën) ons huis binnenkomen en ons voedsel kunnen besmetten. Rauw voedsel (vooral vlees en kip) bevatten altijd een zekere hoeveelheid kiemen en brengen die tot in onze keuken. Daar verspreiden ze zich erg gemakkelijk naar alles wat met dit rauw vlees of kip in aanraking komt.

 

 

 

 

Kruisbesmetting

 

 

.
.
.
.

Zo komen bacteriën bijvoorbeeld terecht op het mes waarmee je het vlees versnijdt, de snijplank, je handen, het werkblad, vaatdoeken, … En ze kunnen van hieruit dan weer op ander voedsel overgaan. Dit verschijnsel wordt ‘kruisbesmetting’ genoemd en het gebeurt op verschillende Manieren.

 

 

 

Je handen

 

Als je rauw vlees of rauwe kip aanraakt, komen de kiemen op je handen terecht. Als je daarna niet onmiddellijk grondig je handen wast, kunnen die kiemen terecht komen op alles wat je aanraakt : andere voedingswaren, de deur van de koelkast, keukengerei, een vaatdoek, of eender wat. Op die manier verspreiden de kiemen zich.
Was dus altijd grondig je handen met water en zeep als je rauwe kip of rauw vlees aangeraakt hebt, alvorens je iets anders aanraakt.

 

 

 

Keukengerei

 

Behalve op je handen komen de kiemen ook op het mes terecht waarmee je het rauw vlees of de rauwe kip versnijdt, en op de snijplank. Als je nu ander voedsel snijdt (zoals bijvoorbeeld sla of brood) met hetzelfde mes of op dezelfde snijplank, zonder die eerst af te wassen, dan komen de kiemen op dat voedsel terecht.

Zeker wanneer het gaat om voedsel dat daarna rauw wordt gegeten en niet voorafgaandelijk wordt gebakken of gekookt, slik je dus ongemerkt deze ziektekiemen in (koken vernietigt ze grotendeels (zie heter, heet,heetst).
Was dus keukengerei dat in aanraking gekomen is met rauw vlees of rauwe kip altijd eerst grondig af alvorens je het voor iets anders gebruikt.

 

 

 

Het voedsel zelf

 

Als rauw vlees of rauwe kip in aanraking komt met voedsel dat klaar is om te worden opgediend, zoals slaatjes of gaar vlees, gaan de kiemen op dit voedsel over. Dit gaat heel gemakkelijk en vlug en kan zowat overal gebeuren : in de koelkast, op het werkblad, op de grill of barbecue…
Daarom :
• Bewaar rauwe kip of rauw vlees onderin de koelkast, zodat er geen vocht uit kan druipen op ander voedsel.
• Leg nooit rauw vlees of kip direct naast ander voedsel op het werkblad.
• Leg geen rauw vlees of rauwe kip op de grill of barbecue direct naast vlees dat klaar of bijna klaar is.

 

 

 

Heet, heter, heetst

 

Rauw vlees en rauwe kip bevatten altijd een zekere hoeveelheid kiemen. Zijn ze dan wel veilig ? Kiemen houden van reizen, zoveel is duidelijk. Kruisbesmetting vermijden is dus de eerste opdracht. Maar ze houden niet van hitte. Kook of bak je vlees of kip dus grondig door, en de kiemen worden vernietigd. Het is dus onnodig om rauw vlees of kip eerst grondig af te spoelen, zoals sommige mensen denken.

Meer nog, door het te spoelen kunnen kiemen met het spatwater in de wasbak terechtkomen, op het werkblad, ander voedsel, of alles wat in de buurt staat, en zich van daaruit verder verspreiden. Maar zorg er wel voor dat het eten echt goed heet is, ook van binnen. Half gebakken vlees of half rauwe kip verhogen het risico op een voedselvergiftiging.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Zin en onzin van Sportdranken

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Sportdranken zijn in. Ze worden niet alleen gebruikt door topsporters, maar door vrijwel iedereen die op een of andere manier met sport bezig is, en zelfs door mensen die zelden of nooit aan sport doen. Volgens de producenten verbeteren ze de prestaties en bevorderen ze het herstel na een inspanning. Maar klopt dat ook? Of kan men net zo goed water of vruchtensap drinken?

 

 

 

 

GEZ_sportdranken-limo-recla-170_400_08

 

 

Lichamelijke inspanningen gaan onvermijdelijk gepaard met vochtverlies, niet alleen doordat u zweet, maar ook doordat er water verdampt met de lucht die u uitademt. Hoe harder en langer u bezig bent, en hoe warmer en vochtiger de omstandigheden zijn, hoe meer vocht u kwijtraakt. Tijdens één uur lichaamsbeweging verliest de gemiddelde persoon ongeveer één liter vocht. In warme, vochtige omstandigheden kan dat het dubbele bedragen.

 

 

Waarom drinken?

 

Vochttekort zorgt er voor dat de spieren minder functioneren waardoor o.m. krampen kunnen optreden. Als het vocht niet snel aangevuld wordt, kan het tot dehydratie (uitdroging) leiden. Dat vermindert niet alleen het prestatievermogen, maar schaadt ook uw gezondheid. Daarom is het belangrijk om zowel voor, tijdens als na een inspanning voldoende te drinken om het vochtverlies te compenseren. Hoe meer u zweet, hoe meer vocht u moet aanvullen.

•Bij activiteiten met een tijdsduur van minder dan een half uur is het gevaar dat u uitgedroogd raakt klein, zodat tussendoor drinken minder belangrijk is. Niettemin moet u ervoor te zorgen dat u met voldoende vocht in uw lichaam begint en na afloop genoeg drinkt.

 

•Bij langere inspanningen moet u proberen om zoveel te drinken als u zonder problemen aankunt: streef naar tussen 125 en 250 ml per kwartier. Een dergelijk vast drinkschema leer je best aan op training, begin er niet mee tijdens een wedstrijd.

 

•Hoe groter het volume van het vocht in uw maag, des te sneller de maag geleegd wordt in de darm en des te sneller het verloren vocht in uw lichaam dus wordt vervangen. Dat is de reden waarom u het best al vroeg tijdens uw lichaamsbeweging zoveel mogelijk moet proberen te drinken en daarna geregeld vocht moet blijven opnemen.

 

•Het is beter op geregelde tijdstippen grote hoeveelheden te drinken, dan voortdurend kleine hoeveelheden. De hoeveelheid drank die ingenomen wordt, bepaalt namelijk ook de snelheid waarmee de maag geledigd wordt en waarmee het vocht dus via de darmwand in het bloed terecht komt : hoe meer men drinkt (tot 700 ml), hoe sneller de maag lediging gebeurt. De hoeveelheid die vlot verdragen wordt varieert van 300 ml tot 600 ml, maar uiteraard zal iedereen voor zichzelf tijdens de training moeten uitmaken wat de ideale hoeveelheid is. Boven 700 ml treden er vaker maag- en darmklachten op.

 

•Matig koude dranken (10°C tot 15°C) genieten de voorkeur omdat ze sneller de maag verlaten en dus ook sneller worden opgenomen. Bovendien hebben zij een warmte regulerend effect: een koude drank warmt op in het maag darmkanaal, waardoor het lichaam warmte kan afgeven. IJskoude dranken (minder dan 10°C) en erg warme dranken (meer dan 50°C) verlaten veel trager de maag. Tenslotte smaken koude dranken doorgaans beter, zodat men er spontaan meer van kan drinken.

 

•Wacht niet tot u dorst krijgt, aangezien dat betekent dat u al uitgedroogd bent. Dorst is geen goede graadmeter voor het gehalte aan lichaamsvocht. Uw urine vormt een betere graadmeter: ze zou waterig en bleekkleurig moeten zijn. Ziet uw urine er geel en ‘dik’ uit, dan kunt u uitgedroogd zijn. Ook frequent plassen wijst op een goede hydratie.

 

 

 

 

 

.

 

Waarom een sportdrank?

 

Voor de gewone amateursporter vormt water de enige echt noodzakelijke drank bij elke inspanning. Voor sporters met een intensief trainingsschema kunnen speciale sportdranken wel aangewezen zijn. Gewoon water heeft namelijk het nadeel dat het dorstgevoel snel verdwijnt, waardoor men spontaan minder zal drinken, en dat de urineproductie wordt gestimuleerd, waardoor men bijkomend vocht verliest.

Ook voor de amateursporter die langer dan één uur intensief sport, kan een speciale rehydraterende sportdrank (of dorstlesser) aangewezen zijn. Deze bevatten (een beperkte hoeveelheid) koolhydraten, zodat de glycogeenreserves van het lichaam gespaard worden en de bloedglucosespiegel op peil blijft. Dit is belangrijk (vooral voor inspanningen die langer dan één uur duren) omdat glycogeen en glucose de belangrijkste energieleverancier is.

En tekort aan koolhydraten heeft onvermijdelijk een negatieve weerslag op de prestaties. Ze bevatten ook mineralen (elektrolyten) zoals Natrium (Na+), Kalium (K+), Magnesium (Mg2+) en Chloor, waardoor het vocht sneller in het bloed opgenomen wordt dan bij gewoon water, en het bloedvolume beter gehandhaafd blijft.

Vooral dat laatste is belangrijk bij langdurige inspanningen die gepaard gaan met veel vochtverlies. Andere substanties worden vaak toegevoegd, maar dat is grotendeels om de smaak van de drank of de houdbaarheid te verbeteren (bv. citroenzuur).

Als algemene richtlijn kan worden gegeven:
• Tot een duurinspanning van 1/2 – 1 uur is geen speciaal drankregime nodig. In veel gevallen kan volstaan worden met water.
•Als de duurinspanning langer duurt, verdienen sportdranken de voorkeur.
•Drink zo’n 1/4-1/2 uur voor aanvang van de duurinspanning zo’n 250-500 ml.
•Drink ieder kwartier of om de 5 kilometer 150-200 ml.
•Zorg ervoor dat de drank die je drinkt koel is (zo’n 12-15°C).

 

 

 

 

 

 

 

 

Welke sportdrank?

 

De ideale sportdrank die in alle omstandigheden aan alle eisen voldoet bestaat niet. Bovendien zijn er persoonsgebonden verschillen en verschillende omstandigheden waarin men sport, zodat de concrete aanbeveling van persoon tot persoon en van tijdstip tot tijdstip kan verschillen.

Sportdranken worden vaak in twee categorieën ingedeeld: dorstlessers of rehydraterende dranken en energiedranken. Wanneer een drank 40 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat, wordt het een dorstlesser genoemd. Onderzoek heeft aangetoond dat een drank die 60 tot 80 gram koolhydraten per liter bevat in veel gevallen ideaal is voor de aanvoer van zowel vocht als energie.

Een energiedrank bevat tussen 80-200 gram koolhydraten. Het nadeel van een energiedrank is dat deze de maaglediging kan remmen en daardoor de vochtopname kan remmen. Energiedranken zijn daarom alleen geschikt in situaties met minimaal vochtverlies (bv. koud weer) maar waar vooral een bijkomende aanvoer van koolhydraten nodig is.

 

 

 

 

 

 

.

 

 

Hypotoon, Isotoon, hypertoon

 

Een belangrijke factor bij de keuze van een sportdrank is de osmolaliteit of de osmotische druk. Dit duidt op het aantal deeltjes in een drank. Een hoge osmolaliteit betekent dat er veel deeltjes in zitten. Osmose is het verschijnsel dat water beweegt tussen de binnenzijde en buitenzijde van de celwand. Het water beweegt van het deel met minder opgeloste stoffen naar het deel met meer opgeloste stoffen.

De osmotische druk van een drank bepaalt in welke richting de vloeistof zich door een celmembraan heen (bijv. de darmwand) verplaatst. Drinkt men iets met een relatief grote osmotische druk, dan stroomt er water vanuit de bloedbaan en darmwandcellen naar de darmen. Bij een drank met een relatief lage osmotische druk is de richting omgekeerd: nu wordt er water (het drankje) uit de darmen opgenomen in de darmwandcellen en bloedbaan.

Op dit verschijnsel is het verschil in sportdrankjes hoofdzakelijk gebaseerd. De hoeveelheid opgeloste stoffen in sportdrank (zouten en suikers) wordt aangegeven met de termen hypotoon, hypertoon en isotoon.

1.Een hypotone drank heeft een relatief lage osmotische druk, wat betekent dat hij per 100 ml minder deeltjes (suikers en elektrolyten) bezit dan de eigen vochten van het lichaam. Doordat de drank meer verdund is, wordt hij sneller opgenomen dan water. Gemiddeld bevat een hypotone drank minder dan 4 g suiker per 100 ml.

2. Een isotone drank heeft dezelfde osmotische druk als het lichaamsvocht, wat betekent dat hij ongeveer hetzelfde aantal deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat per 100 ml en daardoor even snel of sneller wordt opgenomen dan water. De meeste commerciële isotone dranken bevatten tussen 4 en 8 g suiker per 100 ml. In principe vormen isotone dranken het ideale compromis tussen het weer aanvullen van vocht en energie. Of u een hypotone dan wel isotone drank kiest, is tot op grote hoogte een kwestie van persoonlijke smaak. Sommigen vinden een isotone drank te geconcentreerd of krijgen er buikpijn van.

3. Een hypertone drank heeft een grotere osmotische druk dan het lichaamsvocht, aangezien hij per 100 ml meer deeltjes (suikers en elektrolyten) bevat, dat wil zeggen, geconcentreerder is. Daardoor wordt hij langzamer opgenomen dan gewoon water. Een hypertone drank bevat doorgaans meer dan 8g suikers per 100 ml.

 

 

De osmolaliteit van een drank kan een effect hebben op de maaglediging. Een hypertone drank zal langer in de maag blijven en daardoor minder vocht toevoeren dan een isotone of hypotone drank. Dranken met een hele hoge osmolaliteit moeten daarom vermeden worden, zeker in warme weersomstandigheden. Bovendien verhogen ze het risico op maag- en darmklachten.

Om die reden is vruchtensap geen goede sportdrank omdat de osmolaliteit veel te hoog ligt. Bovendien kan de aanwezige fructose voor darmklachten zorgen. Indien je toch vruchtensap drinkt, moet je het verdunnen met gewoon water.

 

 

 

 

 

 

 

 

Soorten koolhydraten

 

De meest voorkomende koolhydraten in sportdranken zijn glucose, fructose (vruchtensuiker) en maltodextrines. Een aantal dranken bevatten zetmeel (bv. Isostar Long Energy) of sucrose (bv. Gatorade). Maltodextrines en glucose zijn de beste energiebronnen en deze moeten het hoofdbestanddeel van de koolhydraten vormen.

Glucose (en saccharose) hebben het nadeel dat ze heel zoet zijn en een hoge osmolariteit hebben. Een oplossing van meer dan 5,5% glucose wordt hypertoon. Maltodextrine is een goede koolhydraatbron omdat het minder effect heeft op de osmolaliteit dan glucose en omdat het bijna geen smaak heeft. Zeker voor hoge concentraties koolhydraten verdienen maltodextrines de voorkeur.

Fructose heeft een zoete, fruitige smaak, maar heeft als nadeel dat het maag-darm problemen veroorzaakt wanneer het in grotere hoeveelheden wordt geconsumeerd. Daarnaast wordt fructose ook minder snel geoxideerd in het lichaam. Een kleine hoeveelheid fructose wordt vaak toegevoegd voor de smaak.

 

 

 

 

 

 

 

 

Natrium

 

Natrium is een essentieel bestanddeel van een sportdrank. Het verbetert de wateropname omdat natrium en koolhydraten samen geabsorbeerd worden in de darmen. Voor de absorptie van elke molecule glucose is een molecule natrium nodig. Wanneer glucose en natrium over de darmwand worden getransporteerd gaat dit gepaard met een beweging van water in dezelfde richting (osmose). Natrium en glucose trekken als het ware water met zich mee.

Ten tweede stimuleert natrium het dorstgevoel en zet daardoor tot drinken. Ook zorgt natrium er voor dat vocht beter wordt vastgehouden in het lichaam en niet verloren gaat via urine. Als men alleen water drinkt tijdens inspanning dan zou dit de natriumconcentratie in het bloed doen dalen, met als gevolg een toename van de urineproductie en dus ook een toename van vochtverlies.

Onderzoek heeft aangetoond dat de natriumverliezen tijdens inspanning tussen de 400 en 1100 mg per liter zweet bedragen. De inname van natrium zou daarom tussen de 400 en 1100 mg moeten liggen. Teveel natrium kan de maaglediging vertragen door een toename van de osmolaliteit.

Idealiter zou een sportdrank ongeveer 2,4 g NaCl (keukenzout) per liter moeten bevatten. Verdunde oplossingen van vruchtensappen of softdrinks voldoen niet aan die eis. Ook de commerciële sportdranken bevatten meestal minder NaCl.

 

 

 

 

 

 

 

Andere elektrolyten

 

De andere elektrolyten (o.a. Calcium, Kalium, Magnesium en Chloor) zijn minder belangrijk dan natrium. Bovendien verhogen ze de osmolaliteit met mogelijke maagdarmproblemen tot gevolg.Tenzij in extreme omstandigheden is het verlies aan elektrolyten tijdens inspanning zo miniem, dat ze gerust na de inspanning kunnen aangevuld worden.

Alleszins mag de hoeveelheid elektrolyten in een sportdrank niet hoger liggen dan wat normaal verloren gaat. Zo is bijvoorbeeld de aangeraden hoeveelheid kalium in sportdranken is 121- 225 mg per liter. Er zijn sportdranken op de markt die meer dan 5 keer zoveel kalium bevatten.

 

 

Vitamines

Vitamines hebben geen enkele functie in een sportdrank. Een vitaminetekort ontstaat niet binnen een tijdsspanne van enkele uren en een extra vitamineopname tijdens een inspanning heeft geen enkele invloed op het prestatievermogen. Bovendien verhogen vitamines de osmolaliteit van de drank, en hebben dus een negatieve invloed op de maaglediging.

 

 

 

Zuurtegraad

Vaak wordt citroenzuur of andere organische zuren toegevoegd om de smaak te verbeteren en de houdbaarheid te verhogen.
Een verhoogde zuurtegraad remt echter de maaglediging en kan maag-darmproblemen veroorzaken. Bovendien is een hoge zuurtegraad schadelijk voor het gebit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ideale dorstlesser tijdens sportbeoefening

 

•smaakt goed
•bevat 60 tot 80 gram koolhydraten
•40-110 mg% natrium
•12-22,5 mg% kalium
•heeft een osmolaliteit van <500 mOsmol/l
•bevat geen andere toevoegingen (gas, cafeïne, alcohol, vitamines, …).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Waarom moet u eieren in de koelkast bewaren?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Eieren blijven het langst goed als u ze gekoeld bewaart. Dat blijkt uit een onderzoek van de Europese voedselveiligheidsorganisatie EFSA.
Eieren kunnen niet goed tegen vocht en temperatuurschommelingen, blijkt uit eerder onderzoek. De schaal wordt poreuzer en dat zorgt ervoor dat bacteriën zoals salmonella sneller kunnen doordringen in het ei.

 

 

 

 

 

 

 



In een ei dat gekoeld bewaard wordt, kunnen nauwelijks bacteriën groeien. En dat vermindert de kans op bederf en voedselinfecties aanzienlijk. Dat komt omdat de meeste bacteriën, zoals salmonella, niet kunnen groeien bij een temperatuur van 4 °C: de optimale temperatuur van een koelkast. Volgens EFSA zou het dan ook veiliger zijn als eieren ook in de winkel koel bewaard worden.

EFSA onderzocht ook of het verlengen van de THT-datum (‘tenminste houdbaar tot’) door fabrikanten de kans op voedselinfecties vergroot. Dat bleek inderdaad zo te zijn. Een ouder ei geeft in principe meer kans op een voedselinfectie. Maar dat was vooral het geval bij rauwe eieren en eieren die niet goed verhit werden.

 

Als u het ei goed verhit, doodt u alle bacteriën. Of u het kookt, bakt of verwerkt in een gerecht dat u vervolgens goed verhit, maakt niet uit. Als het eiwit en het eigeel gestold is, kunt u ervan uit gaan dat alle schadelijke bacteriën dood zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe eieren bewaren?

 

• Eieren moeten koel (4°C) maar niet koud worden bewaard, beschut tegen licht en vocht. Eieren verliezen gedurende een dag op kamertemperatuur meer van hun versheid dan gedurende een week in de koelkast.

 

• Bewaar de eieren het best in hun originele verpakking in de koelkast. Bewaart u ze in de speciale vakjes van de koelkastdeur, dan kunnen temperatuurschommelingen en condensatie het risico op besmetting met Salmonella doen stijgen.

 

• Indien u de eieren in het speciale vakje in de koelkastdeur legt, leg ze dan met de puntige kant (waar de luchtkamer zich bevindt) naar beneden. De dooier zal op deze manier beter in het midden blijven.

 

• Eischalen zijn poreus. Vermijd daarom ze in de buurt van sterk geurende levensmiddelen zoals look of gerookte vis te bewaren. Ook contact met vocht is te mijden want bacteriën zouden op die manier door de schaal kunnen dringen en het ei aantasten.

 

• Wanneer een ei een barst oploopt (bv. op weg van de winkel naar huis), is het gevoeliger voor bederfbacteriën. Breek het daarom volledig open, bewaar het niet langer dan twee dagen in een proper recipiënt en afgedekt in de koelkast en gebruik het enkel voor eibereidingen die worden verhit.

 

• Hardgekookte eieren moeten eveneens koel worden bewaard en binnen de week worden geconsumeerd. Een hardgekookt ei kunt u eventueel gepeld in water bewaren.

 

• Eiwit kunt u in een luchtdicht potje twee dagen in de koelkast bewaren.

 

• Hoe korter een ei wordt gekookt, hoe verser het moet zijn. Dat geldt voor zachtgekookte eitjes, voor gepocheerde eieren, voor spiegeleieren en omeletten. Gebruik alleen ‘kakel’verse eieren voor mayonaise, mousses, bavaroise of andere koude bereidingen op basis van eieren.

 

 

 

 

 

 

 

Over de datum?

 

Een ei is ongeveer vier weken houdbaar, gerekend vanaf de legdatum. Hebt u eieren die over de datum zijn of weet u het niet zeker? Controleer altijd of ze er nog goed uitzien en goed ruiken en bak of kook ze volledig gaar.

• Legt u een vers ei in een glas water met zout, dan zal het tot op de bodem zakken. Een ei dat niet meer vers is, komt bovendrijven.

 

• Breek het ei op een plat bord: een vers ei vertoont een mooie bolle dooier, netjes in het midden van het wit.

 

• Bij een vers ei is het eiwit stevig. Schudt u een ei zachtjes heen en weer bij uw oor, dan hoort u vrijwel niets. Doet u hetzelfde met een ouder ei, dan hoort u de inhoud bewegen.

 

 

Een oud, niet ruikend ei, dat onder goede omstandigheden is bewaard, is eventueel nog wel geschikt om hard te koken (minimaal 7 minuten). Bakken met oudere eieren is af te raden omdat de elasticiteit afneemt met als gevolg dat het resultaat minder luchtig wordt. Het verwerken van oudere eieren in lauwwarme desserts of sauzen is af te raden.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA