Tagarchief: roofdieren

De leeuw in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

de leeuw van Juda

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De leeuw

 

Als vijfde en laatste in de reeks van dingen die een grote indruk op Agur hebben gemaakt, komt een lijst van vier wezens die fier voortbewegen: “Drie hebben een voorname tred, vier schrijden statig voort” (Spreuken 30: 29 – 30). Het zijn de leeuw, de haan, de bok en de koning.

 

 

Spreuken 30:29 – 30

 

29 Deze drie, nee, deze vier lopen heel statig en deftig:
30 een leeuw, de koning van de dieren
die voor niets of niemand bang is

 

 

 

 

De leeuw is feitelijk ook een koning, die van de dieren, want hij “deinst voor niets terug” (vers 30). Hij weet dat hij de baas is en laat dat merken ook. Het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt, “layish”, betekent een oude leeuw, een die zijn vrouwen en welpen om zich heen heeft.Leeuwen zijn de enige katachtige roofdieren die in groepen jagen. Hun jachttactieken zijn zo effectief, dat zelfs olifanten hun soms ten prooi vallen. Met één klap van hun klauwen kunnen zij een groot dier vellen, en hun schaar-achtige tanden kunnen vlees afscheuren, snijden en vermalen.In de Bijbel staat de leeuw vanzelfsprekend voor een vertoon van kracht en trots. In die tijd kwamen leeuwen overal in het land Israël voor, en zij waren geduchte vijanden van o.a. de schaapherders. De jonge David toonde zijn bekwaamheid in de strijd tegen de reus Goliat nadat hij, om zijn schapen te beschermen, zowel leeuw als beer had overmeesterd (1 Samuël 17: 32-37).

 

 

 

1 Samuël 17: 32-37

 

32 David zei tegen Saul: “Laat niemand de moed verliezen door die Filistijn. Ik zal met hem vechten.” 33 Maar Saul zei tegen David: “Dat kun je niet. Je bent veel te jong. En híj vecht al van jongs af aan.” 34 Maar David zei tegen Saul: “Ik ben gewend om voor mijn vader de schapen te hoeden. Soms roofde een leeuw of beer een schaap uit de kudde. 35 Dan liep ik hem achterna, sloeg hem neer en redde het dier uit zijn bek. En als de leeuw mij dan aanviel, greep ik hem bij zijn manen en doodde hem.

36 Ik heb leeuwen en beren verslagen. Met deze ongelovige Filistijn zal het net zo aflopen. Want hij heeft het leger van de levende God uitgedaagd. 37 De Heer heeft mij gered van de klauwen van leeuwen en beren. Hij zal mij ook redden uit de handen van deze Filistijn.” Toen zei Saul: “Ga dan maar. De Heer zal met je zijn.”

 

 

Het oordeel van de leeuw, de teerlingen zijn geworpen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Al vroeg in de Bijbel vinden wij de koning vergeleken met een leeuw. Toen Jakob de toekomst van zijn zonen voorzegde, beschreef hij Juda als een jonge leeuw, aan wie het koningschap zou toebehoren (Genesis 49: 8-10). Aan het eind van Gods Woord komen wij de uitdrukking “de leeuw uit de stam Juda” tegen (Openbaring 5: 5), iets dat duidelijk betrekking heeft op de Here Jezus. Hij is de ware Koning, die tot in eeuwigheid zal regeren op de troon van David (Lucas 1: 32-33). 

 

 

Genesis 49: 8-10

 

8 Juda, je zal door je broers worden geprezen. Je zal je vijanden overwinnen. Je eigen broers zullen voor je bui-gen. 9 Je lijkt op een jonge leeuw die na de jacht, als hij zijn prooi heeft opgegeten, op een hoge plaats gaat rusten. Wie zal hem daar durven storen? 10 De koningsstaf zal altijd in zijn hand zijn. Zijn heersersstaf zal altijd regeren, totdat Silo (= ‘Vredevorst’) komt. Alle volken zullen hem gehoorzamen.

 

 

Openbaring 5: 5

 

5 Toen zei één van de gemeenteleiders tegen mij: “Huil maar niet. Kijk, de Leeuw uit de stam van Juda, de Zoon van David, heeft overwonnen. Daarom mag Hij de zeven zegels losmaken en de boekrol openmaken.”

 

 

Lucas 1: 32-33

 

32 Hij zal een belangrijk mens zijn en Hij zal ‘Zoon van de Allerhoogste God’ worden genoemd. De Heer God zal Hem koning van Israël maken, net als zijn voorvader David . 33 Hij zal voor eeuwig als koning regeren over het volk Israël. Er zal nooit een eind komen aan zijn heerschappij.”

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Toch zag Johannes geen leeuw maar een geslacht Lam; op aarde had Hij Zich nederig en gehoorzaam aan de wil van Zijn Vader onderworpen, tot de kruisdood toe. Daarom kwam het koningschap Hem toe en werd Hij boven-mate verhoogd (Filippenzen 2: 8-11). Als lam is Hij gestorven, maar als leeuw zal Hij afrekenen met zijn vijanden (Psalm 2). 

 

 

Filippenzen 2: 8-11

 

8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis. 9 Daarom heeft God Hem ook de hoogste eer en de allergrootste macht gegeven. Hij heeft Hem be-langrijker en machtiger gemaakt dan wie dan ook. 10 Want God wil dat iedereen in de hemel, op de aarde en onder de aarde de knieën zal buigen voor Jezus. 11 Hij wil dat iedereen hardop zal toegeven dat Jezus de Heer is. Want dat eert God de Vader!

 

 

Psalm 2

.

1 Waarom gaan de volken tekeer?
Ze smeden plannen die toch niet zullen slagen.
2 De koningen van de aarde maken zich klaar voor de strijd.
Ze sluiten zich bij elkaar aan en komen in opstand tegen de Heer
en tegen de man die Hij tot koning heeft gezalfd.
3 Ze zeggen: “We willen niet dat zij over ons heersen!
We willen niet dat zij ons vertelle

n wat wel en niet mag!”

4 God in de hemel trekt zich niets van hun plannen aan.
De Heer lacht om hen.
5 Dan spreekt Hij woedend tegen hen.
Als ze zien hoe kwaad Hij is, worden ze doodsbang.
6 Hij zegt: “Deze koning heb Ik Zelf uitgekozen
als koning over mijn heilige berg Sion!”

7 De koning zegt:
“Ik zal jullie vertellen wat de Heer heeft besloten.
Hij heeft tegen mij gezegd:
‘Jij bent mijn zoon. Vanaf vandaag ben Ik je Vader.
8 Je mag Mij alles vragen.
Ik zal je alle volken geven.
De hele aarde zal van jou zijn.
9 Je zal streng over hen regeren, als met een ijzeren staf.
Je zal hen vernietigen, zoals je een kruik stukbreekt.’

10 Wees dus verstandig, koningen en leiders!
Luister naar mij en doe wat ik zeg:
11 Dien de Heer met diep ontzag.
Wees vol eerbied blij over Hem.
12 Buig je voor de zoon, zodat hij niet boos op je wordt.
Wacht niet te lang, want straks is het te laat.
Dan zal hij iedereen vernietigen die hem niet gehoorzaamt.
Het is heerlijk voor een mens om op God te vertrouwen!”

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De klipdas in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De klipdas

 

Naast de mieren noemt Agur de klipdassen als klein maar ontzettend wijs (Spreuken 30: 24 – 26). Klipdassen, wo-nen in rotsachtig terrein, waar zij in de spleten schuilen (Psalm 104: 18). De NBG ’51 geeft met: “zij maken hun woning in de rots” een betere vertaling van Spreuken 30:26 dan de NBV met: “maken holen in de rots”. Machtig zijn zij niet, maar zij weten een veilige plek te vinden waar hun vijanden, roofvogels en roofdieren, hen niet kun-nen pakken.

 

 

Spreuken 30: 24 – 26

 

24 Deze vier dieren zijn de kleinste op de aarde, maar zijn wel heel erg wijs:De mieren – een groot volk van diertjes zonder kracht, maar toch verzamelen ze in de zomer eten voor de hele winter. 26 De klipdassen – een volk zonder macht, maar toch maken ze hun holen in de rotsen.

 

 

 

Psalm 104: 18

 

18 In de hoge bergen wonen de steenbokken. Tussen de rotsen schuilen de klipdassen.

 

 

Hoewel zij in veel opzichten op marmotten lijken, zijn zij herkauwende hoefdieren, maar zonder ‘gespleten hoe-ven’. Daarom mochten zij volgens de Wet toch niet gegeten worden (Leviticus 11: 5 ; Deuteronomium 14: 7). In bepaalde opzichten zijn zij aan de olifanten verwant zoals in Afrika waar zij als ‘het kleine broertje van de olifant’ bekend zijn. Daar zijn zij inheems en je komt ze overal in Afrika tegen.

 

 

 

Leviticus 11: 3 – 5

 

3 Jullie mogen alle dieren eten die gespleten hoeven hebben, als die dieren ook herkauwen. En de hoeven moe-ten helemaal gespleten zijn. 4 Kamelen mogen jullie dus niet eten. Zij herkauwen wel, maar hebben geen ge-spleten hoeven. Ze zijn onrein voor jullie. 5 Ook geen konijnen. Zij herkauwen wel, maar hebben geen gespleten hoeven. Ze zijn onrein voor jullie.

 

 

 

Deuteronomium 14: 7

 

7 Maar de volgende dieren mogen jullie niet eten: kamelen, hazen en konijnen. Zij herkauwen wel, maar hebben geen gespleten hoeven. Zij zijn onrein voor jullie.

 

 

 

 

Er zijn drie geslachten met 11 ondersoorten. Naast rotsbewoners zijn er ook boombewoners. Van Kenia en Ethio-pië tot in Syrië komt het geslacht Procavia capensis syriaca voor. Dit is de klipdas die in de Bijbel wordt vermeld. In Israël zijn zij te vinden in de Jordaanvallei, rondom het Meer van Galilea en in de zuidelijke woestijngebieden. Klipdassen zijn geweldige springers. Zij kunnen een kloof van wel vier meter breed overbruggen. Zij kunnen dat omdat hun voeten voorzien zijn van elastische zoolkussens, die hen in staat stellen ook gladde en bijna verticale rotswanden te beklimmen. Als zij werkelijk gespleten hoeven hadden zou dat niet mogelijk zijn.

De rots bewonende klipdassen zijn sociale dieren die in grote kolonies wonen. Net als andere koloniedieren zijn zij zeer waakzaam en alert. Een aantal ‘wachters’ zorgt voor de veiligheid. Bij de eerste dreiging, slaan ze luid pie-pend alarm, en daarop reageren de anderen direct. In een zeker opzicht zijn klipdassen een beeld voor de ware gelovige. Zij weten waar zij veilig zijn, bij de rots. Zij zijn niet bang voor uitdagingen, want zij zijn in staat van vreugde te springen. Zij houden de wacht en verbergen zich voor het onheil.

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget