Tagarchief: lam

Wie is de Koning der Koningen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Jezus is de Koning der koningen

.

.

 

.

Jezus Christus is de Heer der heren en de Koning der koningen, zegt de Bijbel. Onderstaande Bijbelgedeelten en schilderijen helpen je beseffen hoe majestueus Hij is.

 

Jezus Christus heeft alle macht in de hemel en op aarde en de hoogste naam boven alles wat een naam heeft. Niets of niemand is aan Hem gelijk. Op deze pagina zie je diverse meesterwerken die Jezus Christus niet als lijdend mens laten zien, maar als de eeuwige en almachtige Overwinnaar en allerhoogste Heer.

Laat de kracht en de schoonheid van de Bijbelteksten tot je hart doordringen, zodat je veel dieper gaat beseffen hoe machtig en wonderlijk Jezus Christus eigenlijk is.

 

 

Jezus Christus is de Schepper

 

 

christelijke kunst over Jezus als schepper

 

 

Christus is het beeld van de onzichtbare God, hij is als eerstgeborene verheven boven de hele schepping. Want God heeft door hem alles geschapen in de hemel en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten.

 

Alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat dankzij hem.

 

Hij is ook het hoofd van het lichaam, de kerk. Hij is haar oorsprong, de eerste die uit de dood is opgestaan zodat hij in alle opzichten de eerste is. Want God heeft volledig in hem willen wonen en door hem alles met zich willen verzoenen alles op de aarde en in de hemel.

‘Want hij heeft vrede gebracht door zijn bloed door zijn kruisdood.’

(Kolossenzen 1:15-20)

 

 

Jezus Christus is hoog verheven

 

 

Jezus Christus op de troon

 

 

‘God heeft Christus opgewekt uit de dood en hem heeft hij in de hemel de ereplaats gegeven aan zijn rechterzijde, hoog boven alle overheden, machten, krachten, heerschappijen en hoe ze ook maar genoemd worden, zowel in deze als in de komende tijd.

God heeft alles aan hem onderworpen, hem boven alles verheven en hem aan het hoofd gesteld van de kerk.’

(Efeze 1:20-22)

 

 

Koning der koningen

 

 

kunstwerk jezus christus op paard

 

 

‘Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik: een wit paard met een ruiter, die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet, die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.

 

Zijn ogen waren als een vlammend vuur en op zijn hoofd had hij veel kronen.

 

Er stond een naam op hem geschreven die niemand kende, alleen hijzelf. Hij droeg met bloed doordrenkte kleren. Zijn naam luidde ‘Woord van God’.

De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit linnen, volgde hem op witte paarden. Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee hij de volken zal slaan, en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden. Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden. Op zijn kleding en op zijn dij staat de naam:

 

‘Heer der heren en Koning der koningen’.

 

Daarna zag ik dat het beest en de koningen der aarde met hun legers zich verzamelden en de strijd aanbonden met hem die op het paard zat, en met zijn leger. Het beest werd gevangengenomen, evenals de valse profeet die in zijn bijzijn wondertekenen had verricht waarmee hij de mensen misleidde die het merkteken van het beest droegen en zijn beeld aanbaden.

Het beest en de valse profeet werden levend in een zee van vuur gegooid, een zee van zwavel. Hun aanhang werd gedood door het zwaard dat uit de mond kwam van hem die het paard bereed, en alle vogels vraten zich vol aan hun vlees.’

(Openbaring 19:11-21)

 

 

Openbaring hoofdstuk 19

Openbaring hoofdstuk 19 : pasteltekening van John Astria

 

Jezus is de eeuwige God

 

 

Jezus is God

 

 

‘God maakt van zijn engelen stormwinden en van zijn dienaars vlammen van vuur, maar over zijn Zoon Jezus Christus zegt hij:

 

Vast staat uw troon, o God, voor altijd en eeuwig.

 

Recht is het kenmerk van uw heerschappij, rechtvaardigheid gaat u boven alles, u haat onrecht. Daarom, o God, heeft uw God u verkozen boven al uw metgezellen en vreugde en geluk over u uitgegoten als geurige olie.

In het begin, o Heer, hebt u de aarde vastgezet en de hemel met eigen handen gemaakt.

 

Zij zullen vergaan, maar u blijft bestaan.


Zij zullen verslijten als kleren. U zult ze oprollen als een mantel, als kleren zullen ze verwisseld worden. Maar u blijft die u bent, uw jaren nemen geen einde.’

(Hebreëen 1:6-10)

 

 

Alle eer komt Hem toe

 

 

Jezus Christus en de engelen

 

 

‘Toen hoorde en zag ik vele engelen rondom de troon met de vier wezens en de oudsten. Zij waren met duizenden en duizenden, ja met miljoenen. En zij riepen luid:

 

‘Het Lam dat geslacht werd komt de eer toe om de macht te ontvangen de rijkdom, de

wijsheid en de kracht, de eer de glorie, de lof.’

 

En ik hoorde elk schepsel in de hemel en op de aarde onder de aarde en in de zee ja alle wezens in het heelal zingen: ‘Aan hem die op de troon is gezeten en aan het Lam komen toe: lof en eer, glorie en kracht voor altijd, voor eeuwig!’

(Openbaring 5:11-13)

 

Openbaring hoofdstuk 5

Openbaring hoofdstuk 5

pasteltekening van John Astria

 

 

Lam van God en Leeuw van Juda

 

 

Jezus is lam van God en leeuw van Juda

 

 

‘Ook zag ik een machtige engel. Hij riep luid: ‘Wie komt de eer toe de zegels te verbreken en de boekrol te openen?’ Maar niemand in de hemel, op aarde of onder de aarde was in staat de boekrol te openen en te lezen. Ik brak in tranen uit, omdat niemand de eer bleek toe te komen de boekrol te openen of te lezen. Maar een van de oudsten zei tegen me: ‘Huil niet!

 

 De leeuw uit de stam Juda, de telg van David, heeft overwonnen: 

 

hij kan de zeven zegels verbreken en de boekrol openen.’ Toen zag ik midden voor de troon en omgeven door de vier wezens en de oudsten een lam staan. Het Lam leek geslacht.’

(Openbaring 5:2-6)

 

 

De Bruid en de Bruidegom

 

 

Bruid van Christus

 

 

‘Toen hoorde ik een geluid als van een grote menigte, als van een machtige waterval, als van zware donderslagen. Ik hoorde zeggen:

 

‘Halleluja! Want God de Heer, de Almachtige, voert nu de heerschappij.

 

Laten we blij zijn en juichen, laten we hem eer geven. Want de tijd is aangebroken voor de bruiloft van het Lam; zijn bruid heeft zich getooid. Ze mag zich kleden in blinkend wit, smetteloos linnen.’ Want het witte linnen is het goede dat de heiligen gedaan hebben.

Toen zei de engel tegen me: ‘Schrijf neer: gelukkig zij die zijn uitgenodigd voor het bruiloftsmaal van het Lam.’ En hij voegde eraan toe: ‘Deze woorden komen van God en zijn waarachtig.’

Ik viel aan zijn voeten neer om hem te aanbidden, maar hij zei: ‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar, zoals u en uw broeders die trouw blijven aan het getuigenis van Jezus. Aanbid God!’ Want het getuigenis van Jezus is wat de profeten doet spreken.’

(Openbaring 19:6-10)

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Jezus aan het kruis en de spons gedrenkt met zure wijn

Standaard

categorie : religie

 

 

In de Bijbel wordt uitgebreid verslag gedaan van de kruisiging van Jezus. Alle vier evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes schrijven daarover. Zij noemen ook allen dat Jezus vlak voordat hij sterft wat te drinken krijgt aangeboden. Ze bieden hem een spons gedrenkt in zure wijn aan. Over de betekenis van deze spons met zure wijn bestaan verschillende visies. Sommigen duiden het als hulp aan de lijdende Christus, een weldaad aan een mens in nood. Anderen zien er een daad van vernedering en bespotting in, omdat de spons op een stok voor de Romeinen de functie had van ons moderne toiletpapier.

 

 

tekst17596

 

 

De vier evangelisten beschrijven uitgebreid de kruisweg van Jezus. Ze melden dat hij naar Golgotha wordt gebracht. Daar wordt Jezus aan het kruis geslagen. Samen met hem kruisigden de Romeinse soldaten twee misdadigers, een aan zijn linker- en een aan zijn rechterzijde.

Terwijl Jezus daar hangt wordt hij door de omstanders bespot. Op het diepte punt van zij lijden riep Jezus met luide stem: ‘Eloï, Eloï, lema sabachtani?’, wat in onze taal betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Marcus, het oudste evangelie, vervolgt het verhaal van de kruisdood van Jezus.

Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hoor, hij roept Elia!’ Iemand ging snel een spons halen, doordrenkte die met zure wijn, stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken, terwijl hij zei: ‘Laten we eens kijken of Elia komt om hem eraf te halen.’ Maar Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit. (Marcus 15: 35-37)

 

 

Overeenkomsten en verschillen tussen de vier evangelisten

 

Marcus beschrijft dat Jezus een spons doordrenkt met zure wijn voorgehouden krijgt met het doel om hem daarvan te laten drinken. Ook de andere drie evangelisten vertellen dat Jezus zure wijn te drinken krijgt aangeboden (Matteüs 27:48; Lucas 23:36; Johannes 19:29).

Er zijn ook verschillen tussen de vier evangelisten in de beschrijving van dit voorval. Lucas noemt alleen dat Jezus zure wijn aangeboden krijgt. Hij vertelt niets over een spons die op een stok gestoken is. Lucas vermeldt als enige expliciet dat het een van de Romeinse soldaten is die hem de zure wijn aanreikt. ‘Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan’ (Lucas 23:36).

De evangelist Johannes heeft het over een specifiek soort stok, namelijk een majoraantak. Aan deze majoraantak wordt een spons geplaatst die naar de mond van Jezus wordt gebracht: ‘Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond’ (Johannes 19:29). Matteüs volgt het verhaal van Marcus.

 

 

Goedkope zure wijn voor de soldaten

 

Bij de plek waar Jezus gekruisigd werd stond een vat met zure zijn, aldus de beschrijving van Johannes. Met zure wijn (‘oxos’ in het Grieks) wordt een drank aangeduid die bestond uit wijn aangelengd met water. Het kan ook water zijn dat ter conservering is aangezuurd met azijn of wijn. Deze goedkope zure wijn stond er voor de Romeinse legionairs, zodat zij hun dorst daarmee konden lessen.

Deze drank werd door de Romeinen posca genoemd (Davis, 1965). Soms werden er ook nog kruiden aan de zure wijn toegevoegd. De zure wijn was in ieder geval een ideale dorstlesser. De posca bevond zich in een vat dat met een spons was afgesloten om te voorkomen dat de drank verontreinigd werd of ging verdampen. Deze spons zou gebruikt kunnen zijn om Jezus de zure wijn aan te bieden.

 

 

Waarom Maria weent

Waarom Maria weent

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Een bewuste weldaad aan Jezus

 

Verschillende uitleggers zijn het er met elkaar over eens dat met het aanbieden van de zure wijn Jezus een dienst wordt bewezen. Als zijn dorst groot is wordt hij geholpen. Als Jezus ervan zou drinken, dan zou hem dat iets van verlichting kunnen geven. De theoloog Bruggen (2012) heeft het over een ‘verfrissing’ die Jezus krijgt aangeboden. Nielsen (1974) geeft aan dat het aanreiken van de zure wijn bedoeld is als een bewuste weldaad om de wondkoorts en de dorst van de gekruisigde te lenigen.

 

 

De spons op de stok

 

Was de spons daar op Golgotha aanwezig om het vat met de zure wijn af te sluiten, of had de spons op de stok misschien een andere functie? Om deze vraag te beantwoorden kunnen geschriften uit de tijd van het Romeinse Rijk inzicht geven. Daaruit blijkt dat Romeinen na hun toiletgang geen wc-papier gebruikten, maar een spons op een stok.

De spons op een stok had voor de Romeinen de functie van ons moderne toiletpapier. De stok met spons werden na gebruik in een door azijn zuur gemaakte wateroplossing gedaan. Daarna kon de spons weer door een volgend persoon worden gebruikt.

 

 

Een daad van vernedering

 

Als Jezus de spons op de stok met zure wijn krijgt aangeboden, die eigenlijk bedoeld is voor hygiëne van de legionairs, dan is deze daad aan Jezus zeker geen weldaad, maar een daad van vernedering en bespotting. Beide evangelisten Marcus en Matteüs beschrijven hoe de spons op de stok naar de lijdende Jezus wordt gebracht.

Hoewel Lucas het niet expliciet heeft over de stok met de spons, past deze daad van vernedering wel bij de beschrijving van Lucas: ‘Ook de soldaten dreven de spot met hem, ze gingen voor hem staan en boden hem zure wijn aan’. Het aanbieden van de zure drank sluit bij Lucas dan naadloos aan bij het bespotten van Jezus.

Als het aanbieden van de zure wijn wel een weldaad zou zijn, dan is er een tweedeling in de tekst. Aan de ene kant bespotten de soldaten Jezus en aan de andere proberen ze zijn lijden te verlichten.

 

 

De marjoraantak of hysop

 

De evangelist Johannes (19:29) is de enigste die het bij de stok waarop de spons geplaatst is spreek over een marjoraantak. Het Griekse woord ‘hussôpos’ dat hij daarvoor gebruikt wordt traditioneel met ‘hysop’ vertaald. De plantensoort hysop komt echter in het Midden-Oosten niet voor. De evangelist Johannes zou eigenlijk ‘majorana syriaca’ bedoelen, in het Nederlands meer bekend onder de naam ‘majoraan’.

 

 

Vervulling van de Schriften

 

Hysop zou ook eigenlijk niet geschikt zijn om een natte spons omhoog te brengen. Hysop was namelijk niet sterk genoeg voor zo’n functie. Dat Johannes het woord toch gebruikt heeft waarschijnlijk te maken met de symbolische betekenis van hysop. Hysop werd gebruikt om het bloed van het Pesach lam aan de deurposten gestreken (Exodus 12:22).

Hysop verwijst naar het bloed van het lam. Zo maakt Johannes een verbinding tussen het Pesach lam en Jezus als Lam dat geslacht wordt om anderen te redden. Ook kan de evangelist gedacht hebben aan woorden uit Psalm 51 vers 9: ‘Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein’. Het bloed van Jezus reinigt de zonde.

 

 

johannes-19-290313-23-638

 

.

Een zure wrange smaak

 

Dat Jezus zure wijn, aangelengd met azijn, aangeboden krijgt, kan verwijzen naar Psalm 69. In vers 22 van deze aan David toegeschreven psalm staat: ‘Ze mengden gif door mijn eten en lesten mijn dorst met azijn’. Zowel in de psalm als in het evangelie krijgt de koning van Israël, David of Jezus, een dronk aangeboden met een wrange bijsmaak. Koning David beklaagde zich erover dat zijn leven zuur werd gemaakt. Zuur is ook de smaak van de drank die Jezus krijgt vlak voor zijn sterven. Daardoor wordt zo het Schriftwoord van David in Jezus voltooid.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne-kop-a4

Liber Divinorum Operum: visioen 1

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

 

Liber Divinorum Operum

 

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

 

Hildegard

 

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

 

 

ldo eerste

 

 

 

De woorden van Hildegard

 

“In het midden van de zuidelijke windstreek aanschouwde ik in de geheimen Gods een prachtige gestalte: zij leek op een mens. De schoonheid en helderheid van het gezicht was zo mooi, dat het gemakkelijker zou zijn geweest in de zon te kijken dan naar dit gezicht. Het hoofd was met een gouden kring omgeven. In deze kring domineerde een tweede gezicht, dat van een grijsaard. Zijn kin en baard raakten de top van zijn schedel.

Aan beide zijden van de hals van de eerste gestalte was een vleugel te zien. Deze vleugels waren geheven en raakten elkaar boven de gouden kring. Uit de uiterste punt van de kromming van de rechtervleugel kwam de kop van een adelaar (Schorpioen: water, voelen). Zijn ogen van vuur straalden als in een spiegel de engelachtige pracht uit. Op hetzelfde punt in de linkervleugel was een mensenhoofd (Waterman: lucht, denken) te zien dat schitterde als een ster. Beide figuren waren met het gezicht naar het oosten (naar God) gekeerd.

Vanuit de twee schouders van de gestalte raken de vleugel tot de knieën. De gestalte was bekleed met een gewaad dat straalde als de zon. In haar handen droeg ze een lam dat schitterde als een met licht overgoten dag. Met de voet verbrijzelde de gestalte een schrikwekkend, lelijk, zwart monster en een slang. De slang hield het rechteroor van het monster tussen haar tanden. Het lijf van de slang kronkelde om het hoofd van het monster, haar staart reikte aan de linkerkant van de gestalte tot haar voeten.”

 

 

 

De woorden van de gestalte

 

“Ik ben de hoogste kracht, de eruptieve (uitademende, scheppende) kracht. Ik ben degene die elk levensvonkje heeft ontstoken. Uit mij komt niets sterfelijks voort. Ik beslis over alles wat is. Mijn bovenste vleugels omringen de aardbol, ik bestier de universele wijsheid. Van mij gaat het leven uit. Aangezien God kennis is, moet Hij uitwerking hebben. In de mens verwezenlijkt Hij de volle bloei van al Zijn werken. Want Hij heeft de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen.

Hij heeft in hem met vaste hand en maat de som van Zijn werken verwezenlijkt. Vanaf alle eeuwigheid was de schepping van dit werk, de schepping van de mens, in Zijn raadsbesluiten opgenomen. Toen het werk was voltooid, gaf Hij de mens de hele schepping in handen, opdat hij ermee kon handelen op de manier waarop God de mens had gevormd. Ik ben dus dienaar en toeverlaat.

Door Mij komt alles tot leven. Ik ben zonder begin en zonder einde, Ik ben het leven dat op dezelfde wijze eeuwig voort bestaat. Dat leven is God. Het is voortdurend in beweging, voortdurend werkzaam en zijn eenheid blijkt uit een drievoudige kracht. De eeuwigheid is de Vader, het Woord is de Zoon, de adem die beiden met elkaar verbindt is de Heilige Geest. God heeft dit in de mens tot uitdrukking gebracht, want de mens heeft een lichaam, een ziel en een geest.

Mijn vlammen heersen over de schoonheid der velden en de aarde is de materie waaruit God de mens heeft gevormd. Ik doorstraal de wateren met mijn licht, maar de ziel bewoont het hele lichaam, zoals het water door zijn loop de hele aarde bevloeit. Als ik zeg dat ik het vuur in zon en maan ben is dat een toespeling op de geest. Zijn de sterren immers niet de ontelbare woorden van de geest? En als mijn adem, het onzichtbare leven, de universele beschermer, het heelal tot leven brengt, is dat een symbool: de lucht en de wind onderhouden alles wat groeit en rijpt, en niets wijkt af van zijn eigen natuur.”

 

 

 

Dezelfde stem spreekt tot Hildegard

 

Vanuit de hemel richtte zij zich tot mij in de navolgende bewoordingen: “God, de Schepper van het heelal, heeft de mens naar Zijn beeld en gelijkenis geschapen. In de mens verbeeldde Hij elk schepsel, hoog of laag. Hij hield dermate veel van hem, dat Hij hem de plaats voorbestemde vanwaar de gevallen engel was verbannen. Hij gaf hem alle glorie, alle eer die de genoemde engel had verloren. Hij gaf hem tevens Zijn heil. Dat is hetgeen je ziet in het gezicht dat je aanschouwt.

De schitterende gestalte die je in het centrum van de zuidelijke windstreken en in Gods geheim aanschouwt, en wier uiterlijk dat van een mens is, symboliseert inderdaad de liefde van de hemelse Vader. De gestalte is de liefde. In de kracht van de altijddurende godheid en in het mysterie van haar gaven, is zij een wonder van zeldzame schoonheid. Als zij een menselijke gestalte heeft aangenomen, is dat omdat de Zoon van God vlees is geworden, om in naam van de liefde de mens van zijn ondergang te redden.

Daarom is dit gezicht van zo’n grote schoonheid. Daarom zou het gemakkelijker voor je zijn in de zon te kijken dan naar dit gezicht. Want de overvloed aan liefde straalt en schittert zo helder en lichtend, dat hij ons menselijk verstand, dat voor onze ziel gewoonlijk de meest uiteenlopende zaken kan verklaren, te boven gaat. Wij tonen het hier aan de hand van een symbool, waardoor men in het geloof kan herkennen wat onze lichamelijke ogen niet werkelijk kunnen aanschouwen.”

Hildegard opent haar visioenen dus met de Heilige Drieëenheid. De Eeuwigheid, het Woord en de Adem worden hier verzinnebeeld en betekenen dat God Leven en Liefde is. De opperste kracht, de kracht van vuur, ligt ten grondslag aan de schepping van de mens, die met een lichaam, een ziel en een geest geboren wordt. Alles spruit voort uit dit leven, waardoor een drievoudige liefdeskracht vrijkomt waarvan de mens een afspiegeling is. Het geheel wordt uitgedrukt met een levendigheid en een zin voor schoonheid waarvan Hildegard zegt dat de mens ze niet kan aanschouwen. Zij zelf slaat in het vierkante miniatuurtje onder aan de pagina in extase haar ogen op naar dit visioen.

.

 

ldo3

 

 

 

ldo3

 

 

 

ldo4

 

 

 

ldo5

 

 

 

ldo6

 

 

 

ldo7

 

 

 

ldo8

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De leeuw in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

de leeuw van Juda

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De leeuw

 

Als vijfde en laatste in de reeks van dingen die een grote indruk op Agur hebben gemaakt, komt een lijst van vier wezens die fier voortbewegen: “Drie hebben een voorname tred, vier schrijden statig voort” (Spreuken 30: 29 – 30). Het zijn de leeuw, de haan, de bok en de koning.

 

 

Spreuken 30:29 – 30

 

29 Deze drie, nee, deze vier lopen heel statig en deftig:
30 een leeuw, de koning van de dieren
die voor niets of niemand bang is

 

 

 

 

De leeuw is feitelijk ook een koning, die van de dieren, want hij “deinst voor niets terug” (vers 30). Hij weet dat hij de baas is en laat dat merken ook. Het Hebreeuwse woord dat hier wordt gebruikt, “layish”, betekent een oude leeuw, een die zijn vrouwen en welpen om zich heen heeft.Leeuwen zijn de enige katachtige roofdieren die in groepen jagen. Hun jachttactieken zijn zo effectief, dat zelfs olifanten hun soms ten prooi vallen. Met één klap van hun klauwen kunnen zij een groot dier vellen, en hun schaar-achtige tanden kunnen vlees afscheuren, snijden en vermalen.In de Bijbel staat de leeuw vanzelfsprekend voor een vertoon van kracht en trots. In die tijd kwamen leeuwen overal in het land Israël voor, en zij waren geduchte vijanden van o.a. de schaapherders. De jonge David toonde zijn bekwaamheid in de strijd tegen de reus Goliat nadat hij, om zijn schapen te beschermen, zowel leeuw als beer had overmeesterd (1 Samuël 17: 32-37).

 

 

 

1 Samuël 17: 32-37

 

32 David zei tegen Saul: “Laat niemand de moed verliezen door die Filistijn. Ik zal met hem vechten.” 33 Maar Saul zei tegen David: “Dat kun je niet. Je bent veel te jong. En híj vecht al van jongs af aan.” 34 Maar David zei tegen Saul: “Ik ben gewend om voor mijn vader de schapen te hoeden. Soms roofde een leeuw of beer een schaap uit de kudde. 35 Dan liep ik hem achterna, sloeg hem neer en redde het dier uit zijn bek. En als de leeuw mij dan aanviel, greep ik hem bij zijn manen en doodde hem.

36 Ik heb leeuwen en beren verslagen. Met deze ongelovige Filistijn zal het net zo aflopen. Want hij heeft het leger van de levende God uitgedaagd. 37 De Heer heeft mij gered van de klauwen van leeuwen en beren. Hij zal mij ook redden uit de handen van deze Filistijn.” Toen zei Saul: “Ga dan maar. De Heer zal met je zijn.”

 

 

Het oordeel van de leeuw, de teerlingen zijn geworpen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Al vroeg in de Bijbel vinden wij de koning vergeleken met een leeuw. Toen Jakob de toekomst van zijn zonen voorzegde, beschreef hij Juda als een jonge leeuw, aan wie het koningschap zou toebehoren (Genesis 49: 8-10). Aan het eind van Gods Woord komen wij de uitdrukking “de leeuw uit de stam Juda” tegen (Openbaring 5: 5), iets dat duidelijk betrekking heeft op de Here Jezus. Hij is de ware Koning, die tot in eeuwigheid zal regeren op de troon van David (Lucas 1: 32-33). 

 

 

Genesis 49: 8-10

 

8 Juda, je zal door je broers worden geprezen. Je zal je vijanden overwinnen. Je eigen broers zullen voor je bui-gen. 9 Je lijkt op een jonge leeuw die na de jacht, als hij zijn prooi heeft opgegeten, op een hoge plaats gaat rusten. Wie zal hem daar durven storen? 10 De koningsstaf zal altijd in zijn hand zijn. Zijn heersersstaf zal altijd regeren, totdat Silo (= ‘Vredevorst’) komt. Alle volken zullen hem gehoorzamen.

 

 

Openbaring 5: 5

 

5 Toen zei één van de gemeenteleiders tegen mij: “Huil maar niet. Kijk, de Leeuw uit de stam van Juda, de Zoon van David, heeft overwonnen. Daarom mag Hij de zeven zegels losmaken en de boekrol openmaken.”

 

 

Lucas 1: 32-33

 

32 Hij zal een belangrijk mens zijn en Hij zal ‘Zoon van de Allerhoogste God’ worden genoemd. De Heer God zal Hem koning van Israël maken, net als zijn voorvader David . 33 Hij zal voor eeuwig als koning regeren over het volk Israël. Er zal nooit een eind komen aan zijn heerschappij.”

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Toch zag Johannes geen leeuw maar een geslacht Lam; op aarde had Hij Zich nederig en gehoorzaam aan de wil van Zijn Vader onderworpen, tot de kruisdood toe. Daarom kwam het koningschap Hem toe en werd Hij boven-mate verhoogd (Filippenzen 2: 8-11). Als lam is Hij gestorven, maar als leeuw zal Hij afrekenen met zijn vijanden (Psalm 2). 

 

 

Filippenzen 2: 8-11

 

8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis. 9 Daarom heeft God Hem ook de hoogste eer en de allergrootste macht gegeven. Hij heeft Hem be-langrijker en machtiger gemaakt dan wie dan ook. 10 Want God wil dat iedereen in de hemel, op de aarde en onder de aarde de knieën zal buigen voor Jezus. 11 Hij wil dat iedereen hardop zal toegeven dat Jezus de Heer is. Want dat eert God de Vader!

 

 

Psalm 2

.

1 Waarom gaan de volken tekeer?
Ze smeden plannen die toch niet zullen slagen.
2 De koningen van de aarde maken zich klaar voor de strijd.
Ze sluiten zich bij elkaar aan en komen in opstand tegen de Heer
en tegen de man die Hij tot koning heeft gezalfd.
3 Ze zeggen: “We willen niet dat zij over ons heersen!
We willen niet dat zij ons vertelle

n wat wel en niet mag!”

4 God in de hemel trekt zich niets van hun plannen aan.
De Heer lacht om hen.
5 Dan spreekt Hij woedend tegen hen.
Als ze zien hoe kwaad Hij is, worden ze doodsbang.
6 Hij zegt: “Deze koning heb Ik Zelf uitgekozen
als koning over mijn heilige berg Sion!”

7 De koning zegt:
“Ik zal jullie vertellen wat de Heer heeft besloten.
Hij heeft tegen mij gezegd:
‘Jij bent mijn zoon. Vanaf vandaag ben Ik je Vader.
8 Je mag Mij alles vragen.
Ik zal je alle volken geven.
De hele aarde zal van jou zijn.
9 Je zal streng over hen regeren, als met een ijzeren staf.
Je zal hen vernietigen, zoals je een kruik stukbreekt.’

10 Wees dus verstandig, koningen en leiders!
Luister naar mij en doe wat ik zeg:
11 Dien de Heer met diep ontzag.
Wees vol eerbied blij over Hem.
12 Buig je voor de zoon, zodat hij niet boos op je wordt.
Wacht niet te lang, want straks is het te laat.
Dan zal hij iedereen vernietigen die hem niet gehoorzaamt.
Het is heerlijk voor een mens om op God te vertrouwen!”

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De 7 fasen vd Wederkomst van Jezus Christus

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

De openbaring / John Astria

 

 

 

Algemene noot

 

1. De vermelde Bijbelteksten zijn in principe uit de Statenvertaling. Wel zijn er af en toe woorden vervangen
door meer hedendaags gebruikte woorden.

2. Regelmatig is er tekst tussen haakjes toegevoegd om de diep geestelijke betekenis van de Bijbeltekst te verduidelijken.

3. In de meeste gevallen kan daar waar hij, hem of zijn staat, om de man aan te duiden, natuurlijk
ook zij of haar gelezen worden, daar het net zo goed voor de vrouw geldt. Verder spreekt het voor zich, dat
waar gesproken wordt over ‘broeders’ ook de ‘zusters’ hierbij zijn ingesloten.

4. Overname van gedeelten, op welke wijze ook, is toegestaan, mits met bronvermelding:

zie ”De eindtijdbode” > Bijbelstudies over de eindtijd. Boekbespreking 27

 

 

Openbaring hoofdstuk 5; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De 7 fasen van de wederkomst van onze Here Jezus Christus

 

 

Fase 1: de toebereidingen van Zijn wederkomst

 

Mal. 3:1a “Ziet, Ik zend Mijn engel (of bode, uitbeelding van alle geroepen en hiertoe gezalfde dienstknechten van
onze Here Jezus Christus), die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal.”
Deze toebereiding van Zijn wederkomst gebeurt in en door de Heilige Geest met Zijn hiertoe geroepen en gezalfde menselijke “spreekbuizen” als Zijn instrumenten.

 

 

De 1ste toebereiding: de roep van de Geest ter middernacht (gedurende geestelijke, sociale en militaire middernachtelijke omstandigheden, d.w.z. in zeer duistere, moeilijke tijden).

 

Matth. 25:6-13 “En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet!
Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zei: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, in welke de Zoon des mensen komen zal.”

Ef. 5:14-20 “Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die (geestelijk gezien) slaapt, en staat op uit de (geestelijke)
dood; en Christus zal over u lichten. Zie er dan op toe, dat gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als
wijzen. De tijd uitkopende, omdat de dagen boos zijn. Daarom weest niet onverstandig, maar verstaat, welke de
wil van de Here zij. En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest; sprekende onder elkaar met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende de Here in uw hart; dankende te allen tijd, over alle dingen, God en de Vader, in de Naam van onze Here Jezus Christus.”

 

  • Hierdoor geschiedt een algemeen geestelijk ontwaken van de hele Gemeente/Kerk.

 

 

De 2e toebereiding: De roep van de Geest tot deelname aan het avondmaal van de bruiloft van het Lam van
God.

 

Openb. 19:9 “En hij zei tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods”

Aan hen, die hier deel aan willen nemen, zal de Geest de volmaakte verlossing te weeg brengen van alle zondemacht, die hen “zonder vlek of rimpel” zal maken door hun vrijwillige en gelovige deelname aan de volmaakte wassing (reiniging) in het gestorte Bloed van Gods Lam, door gedurig Zijn vlees en Zijn bloed geestelijk te eten en te drinken (zie fase2).

Luk. 9:23-24 “En Hij zei tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij. Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen, maar zo wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil, die zal het behouden.

2 Kor. 4:10-11 “Altijd de doding van de Here Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het (opstandings)
leven van Jezus in ons lichaam zou geopenbaard worden. Want wij, die leven, worden altijd in de dood
overgegeven om Jezus’ wil; opdat ook het (opstandings)leven van Jezus in ons sterfelijk vlees (dus: reeds hier
op aarde) zou geopenbaard worden.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 19 ; oordeel over het politieke Babylon

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Fase 2: Zijn plotselinge komst als de Engel van het (bloed)verbond

 

Mal. 3:1b “En plotseling zal (in en door de Heilige Geest) tot Zijn tempel (d.i. tot Zijn geestelijke “vaten” – die wij
behoren te zijn) komen die Here, Die gij zoekt, te weten de Engel van het (Bloed)verbond aan Dewelke gij lust hebt (nl. de Here Jezus Christus, onzichtbaar, in en door de Heilige Geest); ziet, Hij komt, zegt de Here der heirscharen.”

  • De werkelijke totale loutering/reiniging van Zijn Bruid in het Vuur van de Geest op grond van haar geloof in het gestorte Bloed van Gods Lam, waardoor zij vlekkeloos en rimpelloos, onberispelijk rein, wordt gemaakt.

Ef. 5:26-27 “Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende door het bad met het (reinigende)
water door het Woord; opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel
heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk.”

 

 

 

Fase 3: zijn wederkomst als de verkwikkende, vernieuwende Spade Regen

met Zijn overvloedig, Goddelijk Leven

 

Joël 2:23-27 “En gij, kinderen van Sion (beeld van de Gemeente/Kerk)! verheugt u en zijt blijde in de Here,
uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid (nl. de Here Jezus Christus, onzichtbaar in en door de Heilige Geest); en Hij zal u de (geestelijke) regen doen nederdalen, de Vroege Regen en de Spade (of: late) Regen (beeld van de uitstorting van de Heilige Geest) in de eerste maand (NBG: zoals voorheen, d.i. zoals in de apostolische tijd). En de dorsvloeren (van uw hart) zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen (d.i. vol van de Heilige Geest zijn).

Alzo zal Ik u de jaren vergelden, die de sprinkhaan, de kever, en de kruidworm, en de rups heeft afgegeten
(beeld van demonische machten en misleidende geesten in de Gemeente/Kerk); Mijn groot leger, dat Ik onder u gezonden heb. En gij zult overvloedig en tot verzadiging eten (van de geestelijke spijze die Ik u geef), en prijzen de Naam van de Here, uw God, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid. En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israël (hier: de Gemeente/Kerk) ben, en dat Ik de here,
uw God, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid.”

 

 

 

Fase 4: zijn wederkomst als Bruidegom in het bruiloftsfeest van Gods Lam,

dat hier op aarde plaats zal vinden

 

Ps. 45:9-16 “Al Uw klederen zijn mirre, en aloë, en kassie; uit de elpenbenen paleizen, van waar zij U
verblijden. Dochters van koningen zijn onder Uw kostelijke staatsdochteren; de Koningin staat aan Uw rechterhand, in het fijnste goud van Ofir. Hoor, o Dochter! en zie, en neig uw oor; en vergeet uw volk en het huis van uw vader. Zo zal de Koning lust hebben aan uw schoonheid; omdat Hij uw Here is, zo buig u voor Hem neer.
En, dochter van Tyrus, de (geestelijk) rijken onder het volk, zullen uw aangezicht met geschenk smeken. De
Dochter van de Koning is geheel verheerlijkt (inwendig); haar kleding is van gouden borduurwerk (haar uitwendige, zichtbare heerlijkheid). In gestikte klederen (nl. in kleurrijk geborduurde gewaden) zal zij tot de Koning geleid worden; de jonge dochters, die achter haar zijn, haar medegezellinnen (de overigen van haar zaad).”

 

 

 

Fase 5: zijn wederkomst als de Hersteller van de gehele ware Gemeente/Kerk,

als Michaël, de Heer der heirscharen,

gevolgd door Zijn geestelijke leiding tijdens de grote wereldwijde opwekking

 

  • Voor beide geestelijke arbeid zal Hij Zijn Bruid, het geestelijke Lichaam van Christus, als Zijn instrument daartoe gebruiken en haar aangorden met grote geestelijke kracht. Dan zal Hij oorlog voeren tegen de 7 koppige zondedraak, die zich in de wereld, maar ook in de Gemeente/Kerk, schuilhoudt.

Openb. 12:3-4 “En er werd een ander teken gezien in de hemel (op aarde: beeld van de Gemeente); en ziet, er
was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke
hoeden. En zijn staart trok het derde deel van de sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak
stond voor de vrouw (Maria), die (de mannelijke zoon, Jezus Christus) baren zou, opdat hij haar  kind zou verslinden, wanneer zij het zou gebaard hebben”

Openb. 12:7-11 “En er werd krijg (d.i. oorlog/strijd) in de hemel; Michaël en zijn engelen krijgden tegen de draak, en de draak krijgde ook en zijn engelen. En zij hebben niet vermocht, en hun plaats is niet meer gevonden in de heme. En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satan, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen (demonen; afvallige engelen) zijn met hem uit de hemel geworpen. En ik hoorde een luide stem, zeggende in de hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden van onze God; en de macht van Zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen aanklaagde voor onze God dag en nacht is nedergeworpen. En zij (de oprecht gelovigen) hebben hem ( satan en zijn zondemacht) overwonnen door (hun geloof en reiniging in) het bloed van het Lam, en door het woord van hun getuigenis (d.i. de verkondiging van Christus aan anderen), en zij hebben hun (zondig, vleselijk) leven niet liefgehad tot de dood toe.”

  • Dan zal de gehele ware Gemeente/Kerk, Gods heiligdom, totaal worden gereinigd van alle zondevlek en rimpel,dus onberispelijk worden gemaakt. Daarna zal Hij Zijn met grote autoriteit Zijn geestelijke instrument gebruiken om de grote wereldwijde opwekking tot stand te brengen, waardoor een ontelbare schare van gelovigen aan Zijn ware Gemeente/Kerk zal worden toegevoegd.

 

 

Openbaring hoofdstuk 12 ; de vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

Openb. 14:14-16 “En ik zag, en ziet, een witte wolk, en op de wolk was Eén gezeten, des mensen Zoon
gelijk, hebbende op Zijn hoofd een gouden kroon; en in Zijn hand een scherpe sikkel. En een andere engel
kwam uit de tempel, roepende met een luide stem tot Degene, Die op de wolk zat: Zend Uw sikkel en maai;
want de ure om te maaien is nu gekomen, omdat de oogst (van zielen) der aarde rijp is geworden. En Die op de
wolk zat, zond Zijn sikkel op de aarde, en de aarde werd gemaaid.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 14 (a) ; Gods wegen in genade en oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

Openb. 7:9 “Na deze zag ik, en ziet, een grote schare (of menigte), die niemand tellen kon, uit alle
natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor de troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte
klederen, en palmtakken waren in hun handen.”

 

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Fase 6: zijn wederkomst te midden van Israël als Michaël,

de Vorst van Israël, om de strijd te leiden, waardoor

het hele, reeds aan Abram beloofde land door Israël op de Arabieren zal worden veroverd

.

.

Dan. 12:1 “En te dier tijd zal Michaël (Jezus als Commandant van het leger van God, de Here der heirscharen) opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen van uw volk staat; als het zulk een tijd van benauwdheid zijn zal, (zo)als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op diezelfde tijd toe; en te dier tijd zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het Boek.”

Gen. 15:18-21 “Op diezelfde dag maakte de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad
heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Eufraat: De Keniet, en de
Keniziet, en de Kadmoniet, en de Hethiet, en de Fereziet, en de Refaieten, en de Amoriet, en de Kanaaniet, en
de Girgaziet, en de Jebusiet.”

Hab. 3:1-19a “Het gebed van Habakuk, de profeet. … Here, ik heb de tijding aangaande U vernomen, ik ben, Here, met vreze voor Uw werk vervuld; roep het in het leven in de loop der jaren, maak het openbaar in de loop der jaren; gedenk in de toorn aan ontfermen! God komt van Teman en de Heilige van het gebergte Paran. Zijn majesteit bedekt de hemelen, en de aarde is vol van Zijn lof. Er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan Zijn zijde en daar is het omhulsel van Zijn kracht. Voor Hem uit gaat de pest en koortsgloed volgt Hem op de voet. Hij staat en doet de aarde schudden; Hij ziet rond en doet de volken van schrik opspringen, de aloude bergen liggen verpletterd, de eeuwige heuvelen zinken ineen; de eeuwenoude wegen zijn
Zijne.

Ik zie de tenten van Kusan onder druk, de tentkleden van het land van Midjan sidderen. Is tegen de rivieren,
o Here, is tegen de rivieren Uw toorn ontbrand, of tegen de zee Uw verbolgenheid, dat Gij rijdt op Uw paarden,
op Uw zegewagens? Reeds is Uw boog ontbloot, Gij hebt U voorzien van pijlen in overvloed. sela. Gij splijt
de aarde tot rivieren, de bergen zien U, zij beven, stromen van water trekken voorbij, de watervloed verheft zijn
stem, hij steekt zijn handen omhoog. De zon, de maan treden terug in haar woning, wegens het licht van Uw
voortsnellende pijlen, wegens de glans van Uw bliksemende speer. In gramschap doorschrijdt Gij de aarde, in
toorn dorst Gij de volkeren. Gij trekt uit tot redding van Uw volk, tot redding van Uw Gezalfde. Gij verbrijzelt het
bovenste van des goddelozen huis en ontbloot het fundament tot de laatste steen.

Gij doorsteekt met zijn eigen pijlen het hoofd zijner krijgslieden, die aanstormen om mij te verstrooien met een gejuich, alsof zij de ellendige in een schuilhoek verslonden. Gij betreedt met Uw paarden de zee, de schuimende vloed der grote wateren. Toen ik het hoorde, beefde mijn binnenste; op het gerucht daarvan sidderden mijn lippen; bederf kwam in mijn gebeente en ik beefde op de plaats waar ik stond; toch zal ik rustig afwachten de dag der benauwdheid, wanneer die aanbreken zal voor het volk dat met benden ons aanvalt. Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, Nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil. De Here Here is mijn Kracht; Hij maakt mijn voeten als die der hinden, Hij doet mij treden op mijn hoogten.” (NBG-vertaling)

  • Tijdens deze oorlog, mijns inziens die van Gog en Magog (zie Ezech. 38 en 39), zullen ook alle 12 stammen van Israël door de Heer naar Kanaän worden teruggevoerd uit de landen waar ze zich gedurende de voorafgaande eeuwen hebben gevestigd, waarbij de 10 verloren gewaande stammen hun oorspronkelijke identiteit terug zullen krijgen. Deze terugkeer van alle 12 stammen van Israël gebeurt gelijktijding met de grote wereldwijde opwekking.

Jes. 11:10-16 “Want het zal geschieden ten zelve dage, dat de heidenen (de heiden-volkeren) naar de
Wortel van Isaï (d.i. het beeld van Jezus als Verlosser en Zaligmaker), Die staan zal tot een banier der volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn (d.i. het beeld van de laatste wereldwijde opwekking). Want het zal geschieden te dien dage, dat de Here ten andere male Zijn hand aanleggen zal om weer te verwerven het overblijfsel van Zijn volk, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrië, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden (beter vertaald: kustlanden) der zee (de 10 verloren gewaande stammen). En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden uit Juda vergaderen, van de vier einden van het aardrijk. En de nijd van Efraïm zal wegwijken, en de tegenstanders van Juda zullen uitgeroeid worden; Efraïm zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraïm niet benauwen.

Maar zij zullen de Filistijnen (de huidige Palestijnen) op de schouder vliegen tegen het westen, en zij zullen
tezamen die van het oosten beroven; aan Edom en Moab zullen zij hun handen slaan, en de kinderen van Ammon
(de huidige Jordaniërs; met Amman als hoofdstad) zullen hun gehoorzaam zijn. Ook zal de Here de inham van de
zee van Egypte verbannen, en Hij zal Zijn hand bewegen tegen de rivier, door de sterkte van Zijn wind; en Hij
zal dezelve slaan in de zeven stromen, en Hij zal maken, dat men met schoenen daardoor zal gaan. En er zal
een gebaande weg zijn voor het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn van Assur, gelijk als Israël
geschiedde ten dage, toen het uit Egypteland optoog.”

  • De 10 verloren gewaande stammen zullen gekerstend – d.i. tot het christendom bekeerd – wederkeren)

Ezech. 39:25-29 “Daarom zo zegt de Here here: Nu zal Ik Jakobs gevangenen terugbrengen, en zal Mij
ontfermen over het gehele huis (d.i. volk) van Israël, en Ik zal ijveren over Mijn heilige Naam; als zij hun schande
zullen gedragen hebben, en al hun overtreding, met dewelke zij tegen Mij hebben overtreden, toen zij in hun
land zeker woonden, en er niemand was, die hen verschrikte. Als Ik hen zal hebben teruggebracht uit de (heiden)
volken, en hen vergaderd zal hebben uit de landen van hun vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor
de ogen van vele heidenen; dan zullen zij weten, dat Ik, de Here, hun God ben, dewijl Ik ze gevankelijk (d.i. als
gevangenen) heb doen wegvoeren onder de heidenen, maar heb ze weer verzameld in hun land, en heb aldaar
niemand van hen meer overgelaten. En Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn
Geest over het huis van Israël zal hebben uitgegoten, spreekt de Here Here”

  • Geen één Israëliet zal dan buiten het veroverde Kanaän zijn (zie vers 28).

 

 

De 7de en laatste fase: zijn ZICHTBARE wederkomst op aarde vanuit de wolken van de hemel

 

  • De voorgaande 6 fasen zijn onzichtbaar en gebeuren in en door Zijn Heilige Geest. Vlak vóór deze laatste fase van Zijn wederkomst gebeurt de opstanding van alle rechtvaardige doden, die dan samen met degenen, die in een punt van de tijd zijn veranderd, de opgang naar de wolken gaan maken, de wedergekomen Here tegemoet in de lucht. Dan zullen zij met Hem naar de aarde nederdalen om met Hem het 1000 jarige Godsrijk op de hele aarde te vestigen.

1 Kor. 15:51-58 “Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen
veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de
doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij (d.i. de Bruidsgemeente op aarde) zullen veranderd worden.
Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En
wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.
Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de zonde; en de kracht
van de zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. Zo
dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heren, als
die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in de Here. ”

1 Thess. 4:13-18 “Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat
gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven
is en opgestaan, alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen
wij u door het Woord des Heren, dat wij (d.i. de Bruidsgemeente), die levend overblijven zullen (op de aarde) tot
de toekomst des Heren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel, en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij (d.i. de Bruidsgemeente), die levend overgebleven zijn (op de aarde), zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Here tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Here wezen. Zo dan, vertroost elkaar met deze woorden”

 

Openb. 20:4-5 “En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag
de zielen van degenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods (de overigen
van haar zaad – zie Openb. 12:17), en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren. Maar de overigen der doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaren geeindigd waren. Deze is de eerste opstanding.”

  • Na de grote verdrukking van 3½ jaar zal de Here Jezus lichamelijk en dus zichtbaar deze wederkomst waar maken en uit de hemel nederdalen in grote heerlijkheid.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Matth. 24:29-35 “En terstond na de (grote) verdrukking van die dagen, zal de zon verduisterd worden,
en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen
zullen bewogen worden. En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en
dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken
van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van
groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve. En leert van de vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins
voorbijgaan.”

Openb. 6:12-17 “En ik zag, toen Het (Lam) het zesde zegel geopend had, en ziet, er kwam een grote aardbeving;
en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed. En de sterren van de hemel vielen
op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij door een harde wind geschud wordt. En de
hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun
plaatsen (door grote aardbevingen). En de koningen van deze aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelf in de spelonken, en in de
steenrotsen van de bergen; en zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het
aangezicht van Degene, Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is
gekomen, en wie kan (voor Zijn aangezicht) staan (d.i. stand houden)?”

  • Dan zal Hij, samen met de met Hem nederdalende 144.000 eerstelingen, alle antichristelijke mensen op aarde doden.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Jud. 14-15 “En van dezen heeft ook (H)Enoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Ziet,
de Here is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen; om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddeloos gedaan hebben, en vanwege al de
harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.”

Zach. 14:1-5 “Zie, de dag komt voor de Here, dat uw buit zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem! Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en
de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft van de stad zal uitgaan in
gevangenschap; maar het overige van het volk zal uit de stad niet uitgeroeid worden. En de Here zal uittrekken,
en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage van de strijd. En Zijn
voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in
tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene
helft van de berg zal wijken naar het noorden, en de (andere) helft ervan naar het zuiden. Dan zult gij vluchten
door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vluchten, gelijk als gij
vluchtte voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda; dan zal de Here, mijn God, komen,
en al de heiligen met U, o Here!”

Mal. 4:1 “Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, (als) een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de Here der
heirscharen (d.i. de Heer van het Goddelijke leger), Die hun noch wortel, noch tak laten zal.”

Openb. 19:11-21 “En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd
Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vlam van vuur, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden; en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hij Zelf. En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was; en Zijn naam wordt genoemd het Woord van God. En het (Goddelijke) leger (nl. de 144.000) in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed
met wit en rein fijn linnen. En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou.

En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak met de wijn van de toorn en de
gramschap van de almachtige God. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij deze Naam geschreven: Koning der
koningen, en Here der heren. En ik zag een engel, staande in de zon; en hij riep met een luide stem, zeggende
tot al de vogels, die in het midden van de hemel vlogen: Komt hierheen, en vergadert u tot het avondmaal van
de grote God; opdat gij eet het vlees van de koningen, en het vlees van de oversten over duizend, en het vlees
van de sterken, en het vlees van de paarden en van degenen, die daarop zitten; en het vlees van alle vrijen en dienstknechten, en kleinen en groten.

En ik zag het beest (d.i. de antichrist), en de koningen van deze aarde, en hun legers vergaderd, om oorlog te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn (Goddelijk) leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hem gedaan had, door welke hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die dat beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in de poel van vuur, die met zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Degene, Die op het paard zat, hetwelk uit Zijn mond ging; en al de vogels werden verzadigd van hun vlees.”

  • Gedurende dit 1000 jarige Rijk zal Hij alle leden van Zijn geestelijke Lichaam, ook die uit het Oude Verbond,
    brengen tot de volmaaktheid van de Christus-natuur en kleden met en tot in de volmaakte heerlijkheid van God.

 

Ef. 4:13 “Totdat wij allen zullen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus;”

Openb. 21:11 “En zij (d.i. de Bruid) had de heerlijkheid Gods, en haar licht was aan de allerkostbaarste steen gelijk, namelijk als de steen Jaspis, blinkende gelijk kristal.”

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 ; een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Dan is uiteindelijk Gods oorspronkelijk plan met de mens vervuld.

 

 

Gen. 1:26a “En God zei: Laat Ons (Vader, Zoon en Heilige Geest ) mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis.”

.

Amen

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Pretribulationisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het pretribulationisme is de leer dat de Heer Jezus zijn gemeente van de aarde wegneemt aan het begin of vóór de verdrukking ofwel de laatste jaarweek van Daniël. Zij die deze leer houden worden pretribulationisten genoemd.

 

 

Christus’ oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het woord pretribulationisme komt van ‘pre’ (= voor) en het Latijnse woord ‘tribulatio’ (= verdrukking). Het pretribulationisme hangt samen met het prechiliasme, dat is de leer dat de Heer Jezus terugkomt vóór het toekomstig, duizendjarig vrederijk. Prechiliasten hebben altijd geloofd dat er vlak vóór Christus’ wederkomst een tijd van verdrukking en benauwdheid zal wezen.

 

 

 

Argumenten

 

Voor de stelling dat de gemeente vóór de grote verdrukking wordt verwijderd van de aarde zijn onder meer de volgende argumenten aangevoerd:

 

 

Niet bestemd tot toorn

 

De Grote Verdrukking is de tijd dat de toorn van God over de aarde wordt uitgegoten. De aarde zal worden getroffen door rampen en plagen. De Grote Verdrukking is zwaarder en omvangrijker dan vroegere verdrukkingen. Hoewel de Gemeente verdrukking en vervolging heeft ondervonden en in veel landen nog ondervindt, zal zij niet worden blootgesteld aan de Grote Verdrukking. Want God heeft de Gemeente niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis.

De Grote Verdrukking is een tijd van goddelijke toorn, waarvoor de Gemeente, bestaande uit mensen die met God verzoend zijn, niet bestemd is (1Th1:10; 5:9; Op6:16v.: 11:18).

1Th 1:9 want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen 1Th 1:10 en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn

1Th 5:9 want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus.

Ro 5:9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.

Ro 5:10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door zijn leven. 

In de gemeenten zijn sterken en zwakken, rijken en armen, meesters en slaven. De wereldlingen zullen zich verbergen in de holen en de rotsen voor het aangezicht van God en voor de toorn van het Lam. Daar kunnen de gelovigen van de gemeente van Christus niet bij zijn, want de toorn van God en van het Lam zal hen niet treffen.

Opb 6:15 En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; Opb 6:16 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; Opb 6:17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. Opb 11:18 En de naties zijn toornig geworden, en uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven

Openbaring hoofdstuk 8 ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

Herstel van Israël na de bedeling van de gemeente

 

Wij leven nu in de tijd van de gemeente, waarin geen onderscheid is tussen Jood en heiden. Het volk Israël, dat zijn Messias niet kent, miskent of afwijst, is terzijde gesteld. Israël heeft echter niet afgedaan. Gods heilsbeloften aan het volk zijn definitief. Zo zal God Israël als volk terug winnen als Christus Zijn gemeente tot Zich genomen heeft. Duidelijk handelt God weer met Israël ten tijde van de oordelen over het aardrijk. Zo zondert Hij uit dit volk 144.000 dienstknechten af, beschermt hij een vrouw (symbool van het gelovig overblijfsel van Israël) en laat Hij in Jeruzalem twee getuigen optreden. Dat gebeurt allemaal als de bedeling van de gemeente voorbij is en de gemeente verwijderd is van de aarde.

 

Openbaring hoofdstuk 21 : het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

Matteüs hoofdstuk 26 : vers 52

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Matteüs 26 : 52

 

 

WIE HET ZWAARD HANTEERT

ZAL DOOR HET ZWAARD OMKOMEN!

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

Oordeel op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Openbaring 1 : 16

 

16 En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht.

 

 

Openbaring 19 : 15

 

15 En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmede de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt den wijnpersbak van den wijn des toorns en der gramschap des almachtigen Gods.

 

 

Uitleg

 

Uit Matteüs  26 : 25 leidt men af dat iemand die geweld gebruikt door geweld aan zijn einde zal komen. Het zijn de woorden van Christus zelf. Maar is dat wel zo ? De regel zal ongetwijfeld bij sommigen van toepassing zijn maar zeker niet bij elke geweldenaar. Het lijkt alsof vele geweldenaars ongestraft hun gang kunnen gaan en een heerlijk leventje leiden tot de dood. Wat bedoelde Christus dan in het evangelie van Matteüs?

De woorden die Christus sprak verwijzen naar de eindtijden, geopenbaard aan Johannes op het eiland Patmos. In die dagen wordt het lam, dat zoenoffer werd voor de zonden van de mens, de leeuw van Judea die komt om te oordelen en te voltrekken. Een geweldenaar zal dus omkomen door Christus, het zwaard, op de laatste dag. Christus zal als koning terugkomen in alle heerlijkheid omring door ontelbare engelen. Alle volkeren zullen voor Hem vergaard worden, ook zij die Hem doorstaken aan het kruis!

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria