Tagarchief: israël

Reine en onreine dieren

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Reine en onreine dieren

.

De eerste keer dat we lezen over reine en onreine dieren in de Bijbel, is in de geschiedenis van de zondvloed. Noach kreeg de opdracht om zeven paar te nemen van alle rein vee en slechts twee van het onreine vee.

  • Ge 7:2 Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.

We weten niet hoe Noah rein en onrein vee onderscheidde, maar het toont aan dat al in de vroege dagen een onderscheid gemaakt werd tussen het reine en het onreine. Reine dieren waren ongetwijfeld geschikt om te offeren. Toen Noach uit de ark was gekomen, bracht hij brandoffers van al het reine vee en al het rein gevogelte.

  • Ge 8:20 En Noach bouwde een altaar voor de Heere; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.

De dieren dienden vóór de zondvloed kennelijk nog niet tot voedsel, want pas na de zondvloed wordt gesproken over het eten van dierlijk voedsel.

  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

Met Israël was het anders. Welke dieren mochten en moesten worden geofferd wordt duidelijk aangegeven. En wat voor dieren rein waren en konden worden gegeten en wat voor dieren onrein waren en niet gegeten konden worden, maakte God in bijzonderheden bekend.

  • Le 11:46 Dit is de wet met betrekking tot de dieren, de vogels en alle levende wezens die in het water krioelen, en alle wezens die zich op aarde voortbewegen, Le 11:47 om onderscheid te maken tussen het onreine en het reine, en tussen de dieren die men eten en de dieren die men niet eten mag.

God maakte duidelijk welk vlees onrein was in Zijn ogen. We weten uit andere geschriften, dat de onrein genoemde dieren niet werkelijk op zichzelf onrein zijn, want God schiep geen dieren die onrein waren. Toch wees hij dieren met bepaalde kenmerken als onrein en afschuwelijk voor de Israëliet aan.

.

Om de heiligheid

.

Het doel van deze wetgeving aangaande reine en onreine dieren was heiligheid, in overeenstemming met de heilige God.

  • Le 11:44 want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. Le 11:45 Want Ik ben de Heere, Die u uit het land Egypte heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet heilig zijn, want Ik ben heilig.
  • De 14:2 Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. De Heere heeft u uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.  De 14:3 U mag niets eten wat een gruwel is.  De 14:4 Dit zijn de dieren die u eten mag: het rund, het schaap, de geit.

.

.

.

Landdieren

.

De Israëliet mocht alleen reine landdieren tot voedsel nemen. Reine landdieren zijn die welke zowel herkauwen als gespleten hoeven hebben (Lev. 11:2-3). Dit zijn bijvoorbeeld, volgens Deut. 14:4-6, het rund, het schaap, de geit, het hert, de gazelle, de reebok, de steenbok, de spiesbok, de antilope en de gems.

.

.

.

.

Schapen waren voor de Israëliet reine dieren. Ze mochten gegeten en geofferd worden.

Tot de onreine dieren behoren vleeseters, zoals katachtigen, en ook, volgens Lev. 11: 4-8 :

  • de kameel (herkauwt, geen gespleten hoeven)
  • de klipdas 
  • de haas  
  • het varken (herkauwt niet, wel gespleten hoeven).
  • Al wie ze aanraakte, was onrein (Lev. 11:26). “Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.” (Lev. 11:8; vgl. Deut. 14:3,7-8)

Alle zoolgangers onder al de dieren die op vier poten gaan, waren voor de Israëliet onrein.Bij zoolgangers raakt de hele voetzool van voor- en achterpoot de grond. Zoolgangers zijn meestal geen snelle dieren, maar ze kunnen zich wel goed afzetten en iets vastgrijpen. Voorbeelden zijn beren en mensen.

  • (Lev. 11:27). “Al wie hun kadaver aanraakt, is onrein tot de avond. En wie hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond; ze zijn voor u onrein” (Lev. 11:28).

De kruipende landdieren, die zich over de aarde voortbewegen, hetzij op de buik of op poten, waren afschuwelijk en onrein voor de Israëliet en mochten niet gegeten worden.

  • (Leviticus 11:29-31; 41-44), zoals de mol, de muis, elke soort pad, de gekko, de varaan, de hagedis, de skink  en de kameleon.
  • (Lev. 11:31)“Al wie ze aanraakt als ze dood zijn, is onrein tot de avond”
  • (Lev. 11:43-44) “U mag uzelf niet tot een afschuw maken met al die kruipende dieren die zich zo voortbewegen, en u mag zich daarmee niet verontreinigen zodat u daardoor verontreinigd wordt,  want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig”

Deze kruipende dieren (mol, muis, pad enz.) kwamen in woningen dikwijls voor. Wanneer ze, stervende of reed gestorven, op of in iets vielen (pan, pot, kleed, zak) was dit onrein tot de avond. Het moest in water worden gelegd (Lev. 11:32). Een aarden pot, onrein geworden, moest gebroken worden. Voedsel en drank uit zo’n pot (vat, kruik) was onrein. Ook de verontreinigde oven en de bakpan moesten stukgebroken worden (Lev. 11:35). Een bron of waterput of zaaigoed (zaaibaar zaad) zou door het dode dier niet verontreinigd raken, het zou rein blijven. “Maar als er water op het zaad gegoten wordt, en er valt iets van hun kadaver op, dan is dat voor u onrein.” (Lev. 11:38)

.

.

Waterdieren

.

De Israëliet mocht alleen reinewaterdierentot voedsel nemen. Reine waterdieren zijn die welke zowel vinnen als schubben hebben (Lev. 11:9; Deut. 14:9).

Wanneer een waterdier geen vinnen of schubben had, was het voor de Israëliet onrein en afschuwelijk en mocht hij het niet eten (Lev. 11:10-12; Deut. 14:10). Onrein en afschuwelijk zijn derhalve mosselen, kreeften, enz.

  • Lev. 11: 10 maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken, van alles wat in het water wemelt en van alle levende wezens die in het water leven, die zijn voor u iets afschuwelijks. Lev. 11: 11 Ja, iets afschuwelijks zijn ze voor u. Van hun vlees mag u niet eten, en hun kadavers moet u verafschuwen. Lev. 11: 12 Alles wat in het water geen vinnen en schubben heeft, is voor u iets afschuwelijks.

.

.

.

Vogels

.

De arend was voor de Israëliet een onrein dier. 

.

.

.

De Israëliet mocht alleen reine vogels en reine gevleugelde dieren eten (Deut. 14:11,20).

Als onrein en afschuwelijk gevogelte wees God aan (Lev. 11:13-19; Deut. 14:12-18; 21:12) :

  • de arend, de lammergier of de havik, de monniksgier of de zeearend, de buizerd of de gier, elke soort kiekendief, elke soort wouw, elke soort raaf, de struisvogel, de velduil, de meeuw of de koekoek, elke soort valk of de sperwer, de steenuil, de visarend of het duikertje, de ransuil, de kerkuil, de kraai, de roerdomp, de aasgier, de pelikaan, de ooievaar, elke soort reiger, de hop en de vleermuis. Dit zijn voornamelijk roofvogels en aasvogels.

.

Insecten

.

De op vier voeten kruipende, kleine gevleugelde dieren waren bijna alle onrein voor de Israëliet, hij mocht ze niet eten (Lev. 11:20, 23-25; Deut. 14:19).

  • De 14:19 Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden. De 14:19 Ook alle gevleugelde insecten zijn voor u onrein; ze mogen niet gegeten worden. 

Van alle gevleugelde insecten die op vier poten gaan en die naast hun poten een stel springpoten hebben om daarmee over de grond te springen, mocht de Israëliet de volgende soorten wel eten:

(Lev. 11:21-22) elke soort veldsprinkhaan, elke soort sabelsprinkhaan, elke soort krekel en elke soort doornsprinkhaan .

  • (Lev. 11:24-25). Door de kruipende gevleugelde dieren zou de Israëliet zichzelf kunnen verontreinigen. “Al wie hun kadavers aanraakt, is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond.”

Van Johannes de Doper lezen wij dat hij sprinkhanen als voedsel nam.

  • Mt 3:4 Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.

 

.

.

Kadaver

.

Een wettelijk eetbaar dier werd onrein als het gestorven was. De Israëliet mocht geen enkel kadaver eten.

  • De 14:21 : U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 

Wie een dierlijk kadaver aanraakte, het droeg of daarvan at, was onrein tot de avond.

  • Le 11:39 En wanneer een van de dieren die u tot voedsel dienen, doodgaat, is hij die zijn kadaver aanraakt, onrein tot de avond. Le 11:40 Wie iets van zijn kadaver eet, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond, en wie zijn kadaver draagt, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond.

.

.

.

Het hemels gezicht van Petrus

.

In Hand. 10:9-16 krijgt de biddende en hongerige apostel Petrus een gezicht, waarin God hem toont dat de oude reinheidswet betreffende het eten van dieren niet meer geldt:

  • Hnd 10:11 En hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen als een groot laken, dat aan de vier hoeken op de aarde werd neergelaten; Hnd 10:12 daarin waren alle viervoetige en kruipende dieren van de aarde en vogels van de hemel. Hnd 10:13 En er klonk een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! Hnd 10:14 Petrus echter zei: In geen geval, Heer, want nooit heb ik iets onheiligs of onreins gegeten. Hnd 10:15 En weer klonk een stem tot hem, voor de tweede keer: Wat God gereinigd heeft, zul jij niet voor onheilig houden. Hnd 10:16 En dit gebeurde tot driemaal, en terstond werd het voorwerp opgenomen in de hemel.

Het is duidelijk uit de Schrift dat het verbod van onreine dieren te eten alleen voor Israël gold. Het gezicht aan Peter gegeven openbaart dat de beperking is afgeschaft in Christus.

  • 1Ti 4:4 Want al het door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk als het met dankzegging wordt genomen, 1Ti 4:5 want het wordt geheiligd door Gods woord en door gebed.
  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

.

.

.

Zinnebeeldige betekenis

.

De kenmerken van reine en onreine dieren hebben ongetwijfeld symbolische betekenissen voor Nieuwtestamentische gelovigen. 

Het verdelen van de hoef en het herkauwen kunnen wijzen op een vaste en volhardende wandel (als de kameel of de os) en het verteren of overdenken van wat wordt ontvangen (vgl. Ps 1:1,2; Spr. 12:27).

Bijna al het kruipend gevleugeld gedierte, dat zich op de aarde voortbeweegt, was onrein. De aarde is onder de vloek vanwege de zonde, en er moet een zedelijke verhoging zijn, een uitstijgen boven het platvloerse, het aardse. De sprinkhaan kon springen en mocht daarom gegeten worden.

  • Flp 3:18 Want velen wandelen, van wie ik u dikwijls heb gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn; Flp 3:19 hun einde is het verderf, hun God is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen. Flp 3:20 Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten.

De reine vissen hebben vinnen en schubben: de vinnen stellen de vis in staat zich voort te bewegen en op te stijgen in het water, zijn koers te richten en gevaar te vermijden; de schubben bieden de vis bescherming. Om besmettingen van de wereld te vermijden is een omzichtige wandel nodig, met de bescherming die God heeft gegeven.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Pretribulationisme

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het pretribulationisme is de leer dat de Heer Jezus zijn gemeente van de aarde wegneemt aan het begin of vóór de verdrukking ofwel de laatste jaarweek van Daniël. Zij die deze leer houden worden pretribulationisten genoemd.

 

 

Christus’ oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het woord pretribulationisme komt van ‘pre’ (= voor) en het Latijnse woord ‘tribulatio’ (= verdrukking). Het pretribulationisme hangt samen met het prechiliasme, dat is de leer dat de Heer Jezus terugkomt vóór het toekomstig, duizendjarig vrederijk. Prechiliasten hebben altijd geloofd dat er vlak vóór Christus’ wederkomst een tijd van verdrukking en benauwdheid zal wezen.

 

 

 

Argumenten

 

Voor de stelling dat de gemeente vóór de grote verdrukking wordt verwijderd van de aarde zijn onder meer de volgende argumenten aangevoerd:

 

 

Niet bestemd tot toorn

 

De Grote Verdrukking is de tijd dat de toorn van God over de aarde wordt uitgegoten. De aarde zal worden getroffen door rampen en plagen. De Grote Verdrukking is zwaarder en omvangrijker dan vroegere verdrukkingen. Hoewel de Gemeente verdrukking en vervolging heeft ondervonden en in veel landen nog ondervindt, zal zij niet worden blootgesteld aan de Grote Verdrukking. Want God heeft de Gemeente niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis.

De Grote Verdrukking is een tijd van goddelijke toorn, waarvoor de Gemeente, bestaande uit mensen die met God verzoend zijn, niet bestemd is (1Th1:10; 5:9; Op6:16v.: 11:18).

1Th 1:9 want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen 1Th 1:10 en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn

1Th 5:9 want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus.

Ro 5:9 Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.

Ro 5:10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door zijn leven. 

In de gemeenten zijn sterken en zwakken, rijken en armen, meesters en slaven. De wereldlingen zullen zich verbergen in de holen en de rotsen voor het aangezicht van God en voor de toorn van het Lam. Daar kunnen de gelovigen van de gemeente van Christus niet bij zijn, want de toorn van God en van het Lam zal hen niet treffen.

Opb 6:15 En de koningen van de aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de sterken en elke slaaf en vrije verborgen zich in de holen en in de rotsen van de bergen; Opb 6:16 en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam; Opb 6:17 want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan

 

 

Openbaring hoofdstuk 7 ; het breken van zegel 6

 

Pasteltekening van John Astria

 

Opb 11:15 En de zevende engel bazuinde, en er kwamen luide stemmen in de hemel die zeiden: Het koninkrijk van de wereld van onze Heer en van zijn Christus is gekomen, en Hij zal regeren tot in alle eeuwigheid. Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. Opb 11:18 En de naties zijn toornig geworden, en uw toorn is gekomen en de tijd van de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw slaven de profeten, en aan de heiligen en aan hen die uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om te verderven hen die de aarde verderven

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 ; zegel 7 en de eerste vier bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Herstel van Israël na de bedeling van de gemeente

 

Wij leven nu in de tijd van de gemeente, waarin geen onderscheid is tussen Jood en heiden. Het volk Israël, dat zijn Messias niet kent, miskent of afwijst, is terzijde gesteld. Israël heeft echter niet afgedaan. Gods heilsbeloften aan het volk zijn definitief. Zo zal God Israël als volk terug winnen als Christus Zijn gemeente tot Zich genomen heeft. Duidelijk handelt God weer met Israël ten tijde van de oordelen over het aardrijk. Zo zondert Hij uit dit volk 144.000 dienstknechten af, beschermt hij een vrouw (symbool van het gelovig overblijfsel van Israël) en laat Hij in Jeruzalem twee getuigen optreden. Dat gebeurt allemaal als de bedeling van de gemeente voorbij is en de gemeente verwijderd is van de aarde.

 

 

Openbaring hoofdstuk 21 : het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

Lazarus van Bethanië

Standaard

categorie : religie

.

.

Lazarus (= God heeft geholpen) van Bethanië is een man genoemd in het Nieuwe Testament, die woonde in het dorp Bethanië aan de Olijfberg bij Jeruzalem. Hij was een vriend van Jezus en een broer van Martha en Maria. Lazarus stierf door een ziekte en, nadat hij al enige dagen dood was, kwam de Heer en wekte hem uit de doden op. Deze opzienbarende gebeurtenis maakte dat velen in Jezus  geloofden. Schriftplaatsen: Joh 11:1-43; 12:1-17.

.

.

 

.
.
.

Lazarus van Bethanië is te onderscheiden van de door de Heer Jezus verhaalde geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus (Luc. 16:19-31). In de Middeleeuwen werden de beide Lazarussen vaak verward. De naam Lazarus betekent ‘God heeft geholpen’.

Jezus hield van Martha, Maria en Lazarus (Joh. 11:5).

Joh 11:3 De zusters dan zonden tot Hem de boodschap: Heer, zie, hij die U liefhebt is ziek. Joh 11:5 Jezus nu had Martha en haar zuster en Lazarus lief. 

 

De Heer sprak van Lazarus als ‘onze vriend’. Er is zeer weinig opgetekend van Lazarus, behalve het opvallende feit dat hij uit de doden is opgewekt door de Heer Jezus, een gebeurtenis die de heerlijkheid van God openbaarde en de Zoon van God verheerlijkte. Toen voor Jezus, enige tijd na dat wonderwerk, een maaltijd was bereid, was Lazarus een van degenen die daar in Bethanië met Hem aanlagen (Joh. 12:2).

Hij was een levende getuige van de kracht van de Zoon van God over de dood. Als zodanig liep Lazarus evenwel gevaar gedood te worden door de Joden die Jezus afwezen.

Joh 12:9 De grote menigte van de Joden dan wist dat Hij daar was; en zij kwamen, niet alleen om Jezus, maar ook opdat zij Lazarus zagen die Hij uit de doden had opgewekt. Joh 12:10 De overpriesters nu beraadslaagden om ook Lazarus te doden, Joh 12:11 omdat velen van de Joden om hem heengingen en in Jezus geloofden. 

 

Het wonderwerk wordt alleen vermeld in het Johannes-evangelie, dat de Heer Jezus in het bijzonder voorstelt als de Zoon van God. Deze is machtig de doden op te wekken en eeuwig leven te schenken.

.

.

levenskracht

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

Lazarus als een type van Israël

.

Lazarus schijnt een type van het volk Israël te zijn. Nadat de Heer Jezus op het feest van de tempelwijding te Jeruzalem was verworpen en gevaar liep gegrepen te worden, ging Hij weg, over de rivier de Jordaan, buiten Judea. Daar werd hem van de zusters bericht dat Lazarus ziek was. “Heer, zie, die U liefhebt is ziek”. Terwijl de Heer elders is, is Israël ziek, ja, in een doodsslaap.

De Heer bleef “nog twee dagen in de plaats waar Hij was” (Joh. 11:6), in Bethanïe aan de overzijde van de Jordaan. Intussen was Lazarus gestorven. Een dag is voor de Heer als duizend jaar (2 Petr. 3:8). De Heer wacht nog tweeduizend jaar voordat Hij terugkomt en Israël opwekt. Jezus zei tot zijn leerlingen: “Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga heen om hem uit de slaap te wekken.” (Joh. 11:11).

‘Na twee dagen,’ zei de profeet Hosea, ‘zal Hij ons levend maken’.

Hos 6:2 Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven.

 

Er zijn twee situaties opgetekend waarin Jezus weende.

  • Hij weende toen Hij Maria zag wenen en de Joden die met haar waren meegekomen zag wenen (Joh. 11:31). Hij wist echter dat hij Lazarus zou opwekken.
  • De tweede keer vinden wij Jezus wenen, toen hij, na de opwekking van Lazarus, de stad Jeruzalem naderde en de stad zag (Luc. 19:41). Hij weende over haar, omdat Hij wist welk onheil haar zou overkomen.

Misschien heeft de Heer al in het geval van Lazarus aan Israël gedacht. Lazarus lag vier dagen in het graf. Dit wordt in elk geval gezegd om te onderstrepen dat Lazarus echt dood was. Heeft dit aantal een symbolische betekenis? Als deze vier dagen vierduizend jaren voorstellen, denken we aan de periode van 2000 jaar vóór tot 2000 jaar ná Christus, dus van Abraham tot aan de wederopstanding van Israël.

Het getal 4 in de Bijbel verwijst naar wereldwijde bekendmaking van gebeurtenissen.

In de buurt van Bethanië aan de Olijfberg riep de Heer Jezus: “Lazarus, kom naar buiten! De gestorvene kwam naar buiten…” (Joh. 11:43). Wanneer Jezus voor Israël terugkomt en Zijn voeten op de Olijfberg zullen staan, zullen zij zien “Hem die zij doorstoken hebben” (Opb. 1:7; Zach. 12:10). En het volk zal een geestelijke opwekking meemaken.

Ro 11:15 … wat zal hun aanneming anders zijn dan leven uit de doden?

 

Nadat Lazarus met de windsels uit de grafspelonk was gekomen, beval Jezus: “Maakt hem los en laat hem gaan.” (Luc. 11:44). De Heiland van Israël zal de banden van het volk, dat thans nog in benarde verhoudingen met de naburige volken is en zich afschermt (tegen aanslagen), doen losmaken en in vrijheid doen gaan.Velen geloofden in de Heer Jezus om het teken aan Lazarus gedaan. Ze kwamen om Jezus en Lazarus, de gestorvene en weer opgewekte, te zien. Kort daarna, bij de intocht van Jezus in Jeruzalem, wanneer het teken aan Lazarus nog een onderwerp van gesprek is (Joh. 12:17-18), zien we Grieken, die Jezus wensen te zien.

Om het toekomstige wonderwerk aan Isräel zullen velen, van heinde en ver, naar Israël komen. En van jaar tot jaar zullen de volken zich in Israël presenteren om de Heer te aanbidden en om het loofhuttenfeest te vieren.

Zac 14:16 En het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den Here der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten. 

.

.

.

.

Ezechiël: 25-48 / met video

Standaard

Categorie: religie

.

.

Ezechiël 25–48

.

In de komende hoofdstukken krijgen we een diepe inkijk in de wereld van de geestelijke machten. In het boek Ezechiël wordt een grote tip van de sluier opgetild, waardoor wij een heldere glimp van de metahistorische werkelijkheid achter de geschiedenis te zien krijgen. Willen we iets meer gaan begrijpen van de majestueuze verschijning van de heerlijkheid des Heren aan het begin van het boek van Ezechiël dan moeten we goed luisteren naar de rest van de boodschap van Ezechiël.

In de hoofdstukken uit Ezechiël (25-32) die in deze les worden behandeld, richt de Heer God zich ten eerste tot de volken rondom Israël. Wegens de houding die zij hebben gehad ten opzichte van het volk Israël zegt de Heer God al deze volken het oordeel aan. Eerst komen kort de ‘kleine’ volken rond Israël aan bod: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen. Daarna worden er meerdere hoofdstukken gewijd aan zowel Tyrus (en Sidon) als aan Egypte.
Laten we om te beginnen ons richten op de hoofdstukken die de profetieën tegen Tyrus (en een kort stukje Sidon) behandelen. Dit begint in hoofdstuk 26, waar wordt voorzegd dat Tyrus zal vergaan. In hoofdstuk 27 is in de vorm van een klaaglied te lezen hoe groot en belangrijk Tyrus was. Tot slot treffen wij in hoofdstuk 28 een opmerkelijke dubbele laag aan die ons een bijzonder inzicht biedt over de werkelijke macht achter Tyrus.
.
.
.

.

.

Wie is de vorst van Tyrus en wat was zijn rol?

.

Samen met steden als Sidon en Biblos vormden Tyrus het gebied van de Phoeniciërs. Tussen deze steden bestond geen politieke eenheid, eigenlijk waren het verschillende afzonderlijke stadstaten die ieder hun eigen gang gingen. Tot aan 1000 vC was Sidon de belangrijkste stad, maar daarna nam Tyrus deze positie over. Koning David en met name koning Salomo hadden in die periode belangrijke betrekkingen met Hiram, de koning van Tyrus (1Sm 5:11, 1 Kn 5, 7, 9, 10).
Het gebied van de Phoenicische steden als Tyrus en Sidon is tegenwoordig bekend als het land Libanon. Een land dat tot voor kort verscheurd werd door een dramatische burgeroorlog tussen christenen en moslims. Tyrus was een economisch en politiek sterke handelsmacht die op een treurige wijze aan haar einde gekomen is. In de Bijbel vinden we echter een enkele aanwijzing dat Tyrus een slecht buurvolk was voor het volk Israël en dat zij uit was op haar ondergang (Ps 83:8, Jl 3:4-8). Naast deze fysieke dreiging ging er ook een sterke geestelijke dreiging van de Phoeniciërs uit.
Het grondgebied van de steden als Tyrus en Sidon was de bakermat voor de heidense vruchtbaarheidsgodsdienst met gruwelen als sacrale prostitutie en kinderoffers voor afgoden als Baäl en Asjera (of Astharte). Hoe groot en verderfelijk de invloed van de Phoenicische godsdienst was in het land Israël kunnen we zien aan het optreden van de beruchte koning Izebel, die een dochter was van de Phoenicische koning Etbaäl.
Als we deze aspecten van de steden Tyrus en Sidon bezien dan begrijpen wij meer van het oordeel dat de Heer God uitspreekt tegen dit volk. Maar als hoofdstuk 28 goed lezen, dan zien we dat er een dubbele laag zit in het oordeel dat de Heer God uitspreekt tegen Tyrus. In de verzen 2-10 spreekt de Heer tegen de ‘vorst van Tyrus’ en in de verzen 11-19 tegen de‘koning van Tyrus’. Op grond van de tekst zien we heel duidelijk het onderscheid dat in het eerste gedeelte een menselijke vorst aangesproken wordt, maar in het tweede gedeelte een hemelse/goddelijke vorst.
Ik heb niet kunnen achterhalen welke menselijke vorst bij name bedoeld wordt in het eerste gedeelte. Maar dat het om een menselijke vorst gaat, kunnen we concluderen uit de zinsnede ‘je achtte jezelf een god gelijk, terwijl je een mens bent en geen god’ (vs 2). Juist deze hoogmoed zal deze vorst duur komen te staan, want hierom zal hij overvallen en gedood worden door vreemdelingen en sterven als een heiden (‘een onbesnedene’, vs 10).
In het tweede gedeelte wordt echter een wezen van een totaal andere orde aangesproken. Er is duidelijk sprake van een wezen dat niet tot de mensen gerekend kan worden. Een korte opsomming: ‘je leefde in Eden’ (vs 13), ‘je was een cherub’ (vs 14, 16), ‘je was neergezet op de heilige berg van God’ of ‘heilige berg der goden’ (vs 14, 16), ‘neergeworpen op aarde’ (vs 17). Als we de tekst van Ezechiël lezen, dan wordt er duidelijk gesproken over een cherub, een engel die al leefde in de hof van Eden en die heeft vertoeft op de berg der goden, oftewel de berg waar de hemelwezens wonen. Hier wordt ons dus getoond dat achter de aardse vorst van Tyrus een geestelijke vorst schuilgaat.
Wie is deze vorst? In Lukas 10:18 zegt de Heer Jezus wanneer de tweeënzeventig enthousiast terugkeren van hun rondgang in het land en Hem vertellen over de macht die zij hadden over demonen, dat Hij ‘de satan als een bliksem uit de hemel zag vallen’. Ook in de Apocalyps die Johannes heeft gezien, wordt verhaald hoe een ster uit de hemel op de aarde valt (Op 9:1). Deze beschrijvingen komen overeen met de morgenster die uit de hemel valt (Js 14:12) en de cherub die van tussen de vlammende stenen van de berg der goden (een mogelijke metafoor
voor de hemel) wordt verbannen (Ez 28:16).
De vorst achter Tyrus, dat zoals we zagen Israël overspoelde met afgodische onreinheid en ook het bestaan van het volk bedreigde, is dus satan. Hiermee hebben we een belangrijk bewijs voor de metahistorisch werkelijkheid waarin de strijd tussen de Heer God en de satan duidelijk naar voren komt.
Nu we dat weten is het goed om de associatie tussen de vorst uit de verzen 2-10 en de koning uit de verzen 11-19 te bekijken. We weten dat de aardse vorst zich identificeerde met ‘zijn’god. Hij ziet zichzelf als mens dus in strijd met de goden en zelfs met de God van Israël, de Heer God. Dat de koning geassocieerd werd met de godheid van zijn land, is in de antieke oudheid een gebruikelijk verschijnsel en het juist dit waarover de Heer God zich uitspreekt in Ezechiël 28:2-10 tegen de koning van Tyrus, die zichzelf ook associeerde met een god.
De Heer God verbood Israël uitdrukkelijk om zich neer te buigen voor de hemellichamen. Wij kunnen daaruit concluderen dat heidense volken hemellichamen vereren als goden en dat deze hemellichamen meer zijn dan menselijke afgodische ideeën, maar werkelijke wezens. Ook uit een vergelijking tussen de twee teksten 2 Kn 17:16 en 1 Kn 22:19 kunnen we concluderen dat het ‘heer des hemels’, engelen zijn die geassocieerd worden met de hemellichamen.
Het boek Openbaring is een boek waarin de Bijbel ons een heel duidelijk beeld geeft van de geestelijke strijd die speelt achter de zichtbare historische gebeurtenissen. In Openbaring 12 zien we hoe de engel Michaël strijd voert tegen de satan en zijn engelen. Hier uit kunnen we concluderen dat satan ook beschikt over engelen.
conclusies:
1.Heidense volken vereren afgoden die geassocieerd worden met hemellichamen.
2.Engelen worden geassocieerd met hemellichamen.
3.Er zijn gevallen engelen van satan en er zijn engelen van de Heer God tussen deze twee groepen is er strijd.
4.Afgoden zijn gevallen engelen.
Als we met deze kennis opnieuw naar de verschijning van de heerlijkheid des Heren kijken dan springt direct de heerschappij van de Heer God over de hemelwezens in het oog. Hij troont op een troonwagen die is samengesteld uit hemelse wezen. Hij is niet gelijk aan deze hemelwezens, maar deze wezens dienen Hem.
Het is alsof de Heer God de gevallen hemelwezens die in het boek Ezechiël aangesproken worden als vorsten achter de aardse machten die Israël bedreigen, herinnert aan Zijn Majesteit. Al proberen zij zich steeds weer te verheffen tegen de Almachtige ze zullen falen. Zij zijn slecht schepselen en Hij is de Machtige Schepper. Zo wordt ook het volk Israël door de indrukwekkende verschijning van de heerlijkheid des Heren met hun neus op de feiten gedrukt. Zij vereren geschapen en gevallen engelen, terwijl zij de Schepper als Zijn eigen volk toebehoren, zoals de Heer God in Deuteronomium 4:20 stelt in contrast tot de andere volken.
.
.
.

 

.

.

Heilshistorie in Ezechiël

.

In hoofdstuk 33 wordt de opdracht van Ezechiël hernieuwd. Opnieuw wordt hij gewezen op de belangrijke taak die hij heeft als wachter. Ezechiël was verantwoordelijk als wachter over Israël om te waarschuwen voor het oordeel. Deed hij dat niet dan werd hij verantwoordelijk gehouden voor de dood van de mens die hij niet had gewaarschuwd. De ernst van deze boodschap mogen wij niet aan ons voorbij laten gaan. We hebben een geweldige boodschap niet alleen van oordeel, maar juist van verlossing. Deze boodschap klinkt ook heel duidelijk in het boek Ezechiël. De Heer God zegt dat Hij geen vreugde heeft aan de dood van een slecht mens, maar dat Hij wil dat de mensen zich bekeren en leven (33:11).

Als contrast tegenover de wachter worden in hoofdstuk 34 de slechte herders van Israël geplaatst. Wat heel belangrijk is in dit hoofdstuk is de belofte van de Goede Herder. Vanaf vers 7 volgt er een indrukwekkende opsomming van de dingen die de Heer God zelf gaat doen en in vers 23 zien we hoe Hij dat gaat doen. Hij zal ‘Zijn knecht David’ aanstellen als Herder. Uit Johannes 10:11 kunnen wij concluderen dat de Heer Jezus, dé Zoon van David, deze Goede Herder is.
In Ezechiël 36 zien we een tragische schildering van de verstrooiing van de joden onder de volken (16-21). Het is opmerkelijk hoe deze teksten in de verleden tijd staan geschreven en de rest van het hoofdstuk voornamelijk in de toekomende tijd. Het is dus alsof de Heer God terug kijkt, wanneer Israël hersteld is, op de periode dat ze verstrooid waren. Als wij denken aan de diaspora (de verstrooiing) dan denken wij niet aan de periode vanaf 70 (vernietiging Jeruzalem door de Romeinen) tot 1948 (heroprichting staat Israël). Dit is een lange periode waarin de donkere middeleeuwen hevige pogroms op de joden hebben voorgebracht en waarin de fel antisemitische negentiende eeuw is uitgelopen op de verschrikkelijke holocaust onder nazi-Duitsland. Met de kennis die wij nu hebben, zien wij heel duidelijk de dubbele laag in de profetie van Ezechiël.
De profetie heeft niet alleen betrekking op de situatie van de joden toen, maar ziet vooruit op de komende eeuwen tot de tijd dat Israël weer volledig hersteld zal worden. Dit wordt in Ezechiël 37 indrukwekkend uitgebeeld in het visioen van de dorre doodsbeenderen. Ik denk dat wij met het nationale herstel van Israël in 1948 al een begin van de vervulling van deze profetie hebben gezien. Bij al deze ontwikkelingen moeten wij echter goed in de gaten waar het echt om draait. Op drie plaatsen in Ezechiël 36 spreekt de Heer God uit dat het gaat om Zijn naam (vers 21, 22, 23). De Heer God zegt letterlijk dat Hij het niet doet om Israël, maar om Zijn heilige naam.
In Ezechiël 38 en 39 zien we vervolgens een loodzware strijd tegen Gog. Deze strijd wordt ook aangehaald in de Openbaring 20:8, waarin de satan ná het duizend jarige rijk zal uittrekken met o.a. Gog en Magog tegen de heiligen en de geliefde stad. Er zijn allerlei theorieën over wie Gog is. Met name Rusland is hiervoor in de laatste decennia vaak genoemd. De Bijbel zelf zegt hier natuurlijk niets over.  Vooralsnog is er geen aanleiding om bepaalde landen aan te wijzen als mogelijkheden voor Gog. Het enige waar de Bijbel met betrekking tot deze vorst iets over zegt is de afkomst. In Ezechiël 38:2 wordt gezegd: ‘Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal’. Het opvallende is dat Magog, Mesek en Tubal alledrie kinderen waren van Jafeth (Gn 10:2). Hij is één van de drie stamvaders van de hedendaagse mensheid, die overigens door veel uitleggers als de stamvader van de Indo-Europese volkeren wordt beschouwd.
De laatste acht hoofdstukken van het boek Ezechiël zijn gewijd aan de nieuwe tempel. Gezien de gedetailleerde bouwkundige beschrijvingen denkt men dat de tempel van Ezechiël daadwerkelijk gebouwd gaat worden. Er zijn ook meerdere Bijbelteksten waaruit we kunnen concluderen dat er in de eindtijd weer een tempel zal zijn. Het belangrijkste is dat het een tempel zal zijn waar de heerlijkheid des Heren weer in zal kunnen wonen (Ezechiël 43).
Daarbij moeten we echter de geestelijke vervulling van de nieuwe tempel in de Heer Jezus niet voorbij gaan. Hijzelf sprak namelijk over Zijn lichaam als de tempel (Jh 2:21).Ook de beschrijving van het levende water in Ezechiël 47 zien we verklaard in de persoon van de Heer Jezus (Jh 4; 7:38).
Zo zien we dat de profetie van Ezechiël op meerdere plaatsen heen wijst naar de Heer Jezus. Dat Hij de vervulling is van Gods heilsplan is de geweldige boodschap die wij bij Ezechiël horen. In dat verband is het ook indrukwekkend om te horen hoe de Heer Jezus de plaatsen Tyrus en Sidon bezoekt en daar zijn volgelingen van Hem (Mk 3:8, 6:17) en ook Paulus treft later discipelen aan te Tyrus (Hd 21:3, 4). Het werk van de Heer Jezus beperkt zich niet tot het volk Israël. Het gaat dus niet meer om het volk waartoe mensen behoren, maar het gaat erom wat iedereen persoonlijk met de boodschap van de Heer Jezus doet.
.
.
.

 

.

.

.
.
.

 

 

 

 

 

 

De zeven offerschalen van de toorn van God : Openbaring 15

Standaard

categorie : De Openbaring

 

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament : hoofdstuk 15

 

 

De zeven offerschalen van de toorn van God

.

 

Openbaring ; H 15

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

.

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

 

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit  boek onthoudt.‘’

.

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

JOHN ASTRIA

Dommer dan de dieren

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

In het eerste hoofdstuk van het boek Jesaja staat in vers 2 en 3 het volgende:

 

 

‘Hoort, hemelen en aarde, neigt uw oor, want de Here spreekt: Ik heb kinderen groot gebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. Een rund kent zijn eigenaar, en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, Mijn volk geen inzicht’.

 

Als u het begin van de Bijbel de beide boeken van Genesis en Exodus leest, ziet u hoe God alles geschapen heeft. Hoe God de mens een pracht plekje op aarde gaf, waar geen voedsel of ruimteprobleem heerste. U leest daar ook hoe de mens ontrouw is geworden en hoe het kwaad in deze schepping is binnengedrongen. In Exodus kunt u lezen hoe God Z’n volk verlost uit de slavernij in Egypte en het brengt naar het land Kanaän of Palestina. God had grote plannen met dat volk. Uit Israël zou namelijk de Verlosser geboren worden. Het moest laten zien wat het betekent een volk van God te zijn. Maar het volk faalde hopeloos.

Hier in Jesaja trekt God een vergelijking tussen hen en het vee, en dan blijkt het vee verstandiger te zijn dan de mensen. Een rund kent immers zijn eigenaar, het loopt in de wei al naar de boer toe als hij er aan komt. Een ezel weet tenminste waar en van wie hij zijn voedsel krijgt. Israël dacht echter niet aan de zorgen die God aan hen besteed had. Wij mensen doen alsof er geen God in de hemel is. We doen alsof we eigen baas zijn hier op aarde. We hebben de evolutietheorie uitgevonden, we zijn uit de dieren geëvolueerd en zijn zogezegd ontwikkeld. Dat moet echter wel een neerwaarts gerichte evolutie zijn geweest.

Diep in ons hart weten we natuurlijk wel dat er een God is, maar we willen aan Hem liever niet denken. Want als er een God is, dan zullen we eenmaal voor Hem rekenschap hebben af te leggen. De stem van ons geweten leggen we daarom het zwijgen op. En hoe beroerd ’t in de wereld ook toegaat – en het gaat steeds beroerder – we kloppen onszelf trots op de schouder, want we kunnen toch heel wat. Onderwijl echter is iedere koe in de wei een aanklacht. Zo’n beest is verstandiger dan de mens, die God de rug heeft toegekeerd.

Heeft u God gedankt voor uw gezondheid? ‘Daar zorgt de dokter toch voor!’ zegt u misschien. Heeft u God gedankt voor uw eten? ‘Daar werk ik toch voor!’ Zo kunnen we doorgaan. En toch houdt diezelfde God, waar u geen gedachte aan wilt wijden, die Schepper, die u niet wenst te erkennen, deze schepping nog in stand en zorgt nog dat uw voedsel groeit. Bovenal zond diezelfde God Zijn Zoon, Jezus Christus, om voor uw zonde te sterven, opdat wanneer wij ons niet meer dommer dan de dieren zouden willen gedragen, u met Hem weer in contact zou kunnen komen.

Diezelfde God roept u op om u tot Hem te bekeren vóór het te laat is en Hij de afrekening aan deze wereld gaat presenteren. Dit is geen dreigement, maar realiteit. In het verleden heeft de wereld ook de rekening van haar ontrouw en zonde gepresenteerd gekregen in de zondvloed. In de toekomst zal het weer gebeuren in het eindoordeel, dat deze wereld zal treffen.

 

 

Daarom roepen we u op uw schuld voor God te belijden en Jezus Christus als uw Heiland te aanvaarden.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

7 Bijbelfiguren, een symbool van Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Met kerst vieren we weer dat de Heere Jezus naar de aarde is gekomen om ons te verlossen. Maar in het Oude Testament komen al meerdere figuren voor die vooruitwijzen naar Jezus.

 

 

Jezus in en uit Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

1. Simson

 

In Richteren : 13 lezen we over de geboorteaankondiging van Simson. De moeder van Simson was altijd onvruchtbaar geweest en had dan ook geen kinderen. Maar dan spreekt God: Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. En waar kennen we die zin ook alweer van? God belooft bij de geboorteaankondiging van Simson verder dat hij een begin zal maken om Israël te verlossen, het werk dat de Heere Jezus uiteindelijk zal voltooien.

 

 

2. Jozef

 

Het bekendste symbool van Jezus in het Oude Testament is misschien wel Jozef. Veel Bijbel uitleggers zien in het leven van Jozef veel terug van de Heere Jezus: hij wordt door zijn broers afgewezen, door een ander volk als verlosser binnengehaald en later alsnog door zijn broers erkend. Dat wijst vooruit naar het leven van Jezus. Hij wordt door Zijn eigen volk uitgeleverd in dienst van de andere volken, die Hem daarna als Verlosser erkennen. Uiteindelijk zal Hij ook door Zijn eigen volk worden erkend als Messias.

 

 

3. Adam

 

Zelfs de eerste mens wees al op de komst van de Messias. In Romeinen 5:14 staat: Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.

Adam is de enige Bijbelse figuur waarover in de Bijbel zelf wordt geschreven dat hij een symbool is van Jezus. Opmerkelijk, want je zou zeggen dat de eerste zondaar nou niet direct een voorbeeld is van de Messias. Toch wordt Adam door Paulus zo genoemd. Een uitleg hiervan is dat Adam zichzelf vernederde voor zijn vrouw Eva, zoals Christus Zich vernederde voor de mens. (lees in dat verband ook Efeze : 5)

 

 

4. Melchizedek

 

In Genesis 14:18 wordt voor het eerst melding gemaakt van een zekere Melchizedek. Zijn naam betekent Koning van de Gerechtigheid. Hij was de koning van Salem (= vrede), dus was hij ook de Koning van de Vrede. Dat is een wel heel duidelijke vooruitwijzing naar Jezus. In Hebreeën : 7 wordt verder van Melchizedek gezegd dat hij, net als Jezus, geen oorsprong en einde kent.

 

 

5. Izaak

 

In Genesis lezen we dat Abraham een merkwaardige opdracht krijgt van God: hij moet zijn zoon Izaäk offeren. Dat moest gebeuren op de berg Moria (Genesis 22:2). De opdracht blijkt gelukkig alleen maar een test te zijn van Abrahams geloof, maar de offerlocatie blijft opvallend. Op de uitlopers van de berg Moria vinden we namelijk Golgotha: de plek waar God Zijn eigen Zoon heeft geofferd.

 

 

6. Het Pesachlam

 

In het Paasevangelie zijn er een aantal opmerkelijke verbanden te zien tussen het lijden van de Heere Jezus en de manier waarop Israël het Pesachfeest viert:

  • tijdens Pesach werd in Jeruzalem altijd een Paaslam geslacht om de zonden van het volk Israël weg te nemen
  • Jezus stierf op hetzelfde moment als dat het Pesachlam altijd werd geslacht: om drie uur ’s middags op de 14e dag van de maand Niesan
  • de benen van het Pesachlam mochten niet worden gebroken worden, net als bij Jezus (Johannes 19:33)
  • men stak na het slachten een spies door het Pesachlam heen, via de bek dwars naar de achterkant. Daarna brachten ze een dwarsspies aan, van de ene naar de andere voorpoot: een gekruisigd lam dus, net als Jezus.

 

 

7. Israël

 

Ook de geschiedenis van het volk Israël is een vooruitwijzing naar het leven van Jezus:

  • beiden kennen een wonderlijke geboorte. Israël komt voort uit Abraham en Sara, die lange tijd onvruchtbaar waren. Jezus komt voort uit Maria, die als maagd zwanger werd.
  • beiden zijn geroepen uit Egypte (Hosea 11:1 en Mattheüs 2:19,20)
  • beiden worden de Knecht des Heeren genoemd in Jesaja 41 t/m 53
  • beiden worden het Licht voor de wereld genoemd (Jesaja 42:6 en Johannes 8:12)

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Gods wegen in genade en rechtvaardig oordeel : Openbaring 14

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament :  hoofdstuk 14

 

 

 

 

Gods wegen in genade en rechtvaardig oordeel

 

 

 

H14

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 >‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 >‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

.

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten.

Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen.

Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Een wereld beheerst door Satan en zijn engelenvorsten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Er gebeurt heel wat meer ‘boven onze hoofden’ dan wij beseffen. In een andere, onzichtbare werkelijkheid speelt zich veel af waar wij indirect en ook direct mee te maken hebben. Gebeurtenissen, strijd en ook tekenen die het wereldgebeuren en ook ons leven beïnvloeden. Ondanks het feit dat wij nauwelijks enig besef hebben van wat er zich in die vreemde, geestelijke wereld afspeelt, heeft de Gemeente van de Here Jezus Messias grote invloed op wat daar gaande is. Daarom is het belangrijk dat wij hier Bijbels zicht op hebben.

 

 

geestelijke strijd

geestelijke strijd

 

 

De machthebbers in die ‘vreemde wereld’ zijn momenteel intensief en koortsachtig tegen Israël aan de gang. Voordat we dieper ingaan op deze belangrijke materie kijken we eerst naar het voorbeeld van Job. Dat kan ons veel duidelijk maken. Tijdens zijn leven was Job zich niet bewust van wat er met betrekking tot zijn persoon en de rampen die hem overkwamen in die onzichtbare werkelijkheid, in een ‘hemels gewest’, plaatsvond. Job wist niet dat alles goed zou aflopen.

Hij had er geen idee van dat de Heer, Satan en engelen zeer geïnteresseerd meeluisterden toen Job met zijn vrienden en met God in gesprek was. Nog minder kon hij vermoeden dat er een soort ‘weddenschap’ tussen God en Satan meespeelde in zijn lijden en zware strijd. Misschien is hem na zijn overlijden geopenbaard dat zijn lijden en zijn houding model staan voor het lijden van Israël en ook voor veel persoonlijk lijden dat ons overkomt. Job is geen incidenteel voorbeeld.

Paulus legt ons uit dat er geestelijke machten zijn, en dat ze niet alleen maar toekijken. Wij moeten zelfs “worstelen … tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten”  Efeziërs 6: 12.

Waarschijnlijk is Paulus zelf in zo’n ‘hemels gewest’, het paradijs, geweest. Hij heeft daar ‘onuitsprekelijke woorden’ gehoord – 2 Korntiërs 12 :2-4.

Ook heeft Paulus heel wat tegenstand en narigheid van die ‘machten’ ondervonden. Zo’n boze geest, een engel van satan, sloeg hem regelmatig – 2 Korintiërs 12 : 2-7.  Satan belette hem herhaaldelijk om naar de Griekse stad Thessalonica te gaan om daar de gemeente van de Here Jezus te onderwijzen en te versterken.

Hij werd door boze geesten tegengewerkt. Op Cyprus door een tovenaar Elymas en in een stad in Macedonië, Filippi, door een waarzeggende geest. Paulus was geen onbekende in dat duistere rijk, want “zijn (van satan) gedachten zijn ons niet onbekend”  2 Korintiers 12 :2-11.

Wat er gebeurt in het vanuit die ‘hemelse gewesten’ ligt ver buiten het gezichtsveld van veel gelovigen. Begrijpelijk, want het is ook een gevaarlijk terrein.

Er waren zeven zonen van een Joodse hogepriester, die zich onbeschermd met een van die ‘boze geesten uit de hemelse gewesten’ bemoeiden en een stevig pak slaag opliepen – Handelingen 19 : 13-20 Toch hebben we ermee te maken en zal de Gemeente van de Here Jezus in de nabije toekomst steeds meer met die machten te maken krijgen.

In onze tijd wordt het wereldgebeuren zeer intensief door die ‘wereldbeheersers’ en door ‘boze geesten in de hemelse gewesten’ beïnvloed. Vooral die ‘wereldbeheersers’ hebben het momenteel speciaal op Israël gemunt.

 

 

Machtige wapens

 

De Here Jezus bestreed die machten uit de hemelse gewesten met gezag en kracht. Vaak lezen we dat Hij onreine geesten uitwierp. Hij “genas allen die door de duivel overweldigd waren” Handel.10:38. We hebben dus een Medestander, een Vriend, die al die machten de Baas is. Deze Vriend heeft ons ook een beschermende wapenrusting (Efeziërs 6: 13-17) en drie machtige wapens in de confrontaties met die vijanden gegeven.

 

 

Het eerste wapen

 

Het eerste wapen is het Woord van God. Dat wordt het ‘zwaard van de Geest’ genoemd. Dus de Bijbel is het aanvalswapen dat de Heilige Geest gebruikt.

 

 

bijbel-mooi

 

 

 

Het tweede wapen

 

Het tweede wapen is een eerbiedig, maar vastberaden gebruik van de Naam van Jezus van Nazareth, de Zoon van God. In die Naam is bescherming, ontzagwekkend gezag en oneindige kracht. De apostelen handelden met groot gezag in de Naam van Jezus. Machten uit die ‘onzienlijke wereld’ onderwierpen zich in Jezus’ Naam aan hen. Gebonden mensen werden bevrijd. De Here Jezus gebruikte het wapen van het Woord in de strijd tegen de Tegenstander, Satan.

 

 

image464

 

 

 

Het derde wapen

 

Het derde wapen is volhardend gebed.

 

 

gebed2

 

.

.

Modellen

 

In het Bijbelboek ‘Openbaring’ krijgt Johannes verschillende keren te zien wat zich in de hemel afspeelt. Ook Mozes, David, Jesaja, Ezechiël, Daniël en Zacharia hebben een glimp van de hemelse werkelijkheid opgevangen en aan ons doorgegeven in de Bijbel.

Allen waren zeer diep onder de indruk van de hemelse heerlijkheid en van de majesteit van God en van Jezus de Messias. Opvallend is dat veel aardse voorwerpen, gebouwen en ceremonies model blijken te zijn van een realiteit in de hemel. Er was een ‘hof van Eden’, een paradijs op aarde en er is een ‘Hof van God’, een Eden, in de hemel (Ezechiël 28:13).

Er is een aards Jeruzalem en een hemels Jeruzalem (Hebreeën 12:22 en Openbaring 21). De tabernakel was gemaakt naar een model dat Mozes op de berg Sinaï van God had gekregen (Exodus 25:8-40 en Hebreeën 8:5). De Tempel werd door Salomo gebouwd volgens het model dat hij van zijn vader David had ontvangen. David had het model van God gekregen en was “onderricht over de hele uitvoering van het ontwerp”  1Kronieken 28 : 11,12,19).

Er is een ark in de hemel en er was er een op aarde -Openbaring 11 :19.  Er wordt gesproken over een ‘berg Sion in de hemel’ en er is een berg Sion op aarde – Hebreeên 12 : 22. Er is strijd in de hemelse gewesten en parallel daaraan strijd op aarde. Om de oorlog van de ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ tegen Israël beter te begrijpen, nu iets over het ‘model’ van Israël in de hemel. Het woord ‘model’ staat tussen aanhalingstekens omdat het hier om een teken in de hemel gaat. Belangrijk is bij het volgende voortdurend twee dingen voor ogen te houden: Het gaat om tekenen en om gebeurtenissen die in de hemel plaatsvinden.

 

 

 

Een prachtige vrouw

 

In Openbaring 12 worden twee ‘tekenen’ beschreven. Het eerste wordt ‘een groot teken’ genoemd en het tweede ‘een ander teken’. Het ‘grote teken’ is een hoogzwangere vrouw, die oogverblindend straalt als de zon. De maan is onder haar voeten en 12 sterren zijn op haar hoofd. Deze vrouw stelt Israël voor.

Het ‘andere teken’ is een draak. Dus Satan, Lucifer, de ‘overste van deze wereld’, de slang, wiens tegenbeeld op aarde de antichrist, de ‘zoon van het verderf’ is.

 

 

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

De vrouw en de draak : pasteltekening van John Astria

.

 

Eerste teken

 

De vrouw is zwanger van “een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf”. Dit is een duidelijke verwijzing naar Psalm 2, waarin het optreden van de messiaanse Koning wordt voorzegd. Die koning is de Zoon, waarvan Psalm 2:12 zegt:Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne”. Eén van de belangrijkste taken van Israël is het voortbrengen van de Messias.

De hele contekst van dit hemelteken uit Openbaring 12 duidt op Israël. De ark van het verbond in de hemel wordt weer zichtbaar – Openbaring 11:19.. Dus God pakt zijn verbonden met Israël weer op. Opvallend is dat de vrouw ‘straalt als de zon’. Het gaat in dit hemelteken om de ‘geboorte-in-de-hemel’ van de Koning-Messias, de Bevrijder.

 

 

Tweede teken

 

Hij wordt hier ‘de draak’ genoemd. Een gruwelijk, angstaanjagend wezen. In Ezechiël 28 krijgen we een ander beeld van die ‘draak’. Hij wordt getekend als een machtige en schitterende engel, die een vooraanstaande positie als ‘beschuttende cherub’ op de ‘berg der goden’ vervulde. Deze engel kwam in opstand tegen God. Hij wilde zich zelfs ‘aan de Allerhoogste gelijk stellen’ -Jesaja 14:14.

Hij staat voor de vrouw en wil het Kind verslinden. Hier wordt de oorsprong en het begin van alle antisemitisme en antizionisme onthuld. Opstand tegen de Almachtige en verzet tegen zijn plan om de wereld te verlossen. Een verlossing waarbij ‘de vrouw’, Israël, ingeschakeld wordt. In de hemel wordt de Zoon naar het hoogste ‘hemelse gewest’, naar de troon van God gebracht. Op aarde vervolgt de draak de vrouw. Deze vervolgingen van het Joodse volk duren nu al zo’n 3.500 jaar sinds de ‘geboorte’ van Israël, tijdens de uittocht uit Egypte.

In de eindtijd, als de draak uit de hemel gejaagd is, zal ‘de vrouw’, Israël, gedurende 1260 dagen (3,5 jaar) in de woestijn door God worden beschermd. Het teken van de draak onthult ook de oorsprong van al die ‘boze geesten in de hemelse gewesten’, die de mensheid op aarde trachten te overheersen en te vernietigen. De draak sleepte een derde van de engelen mee in zijn val.

Binnenkort zullen al die boze machten uit dat hemelse gewest gejaagd worden. In de tijd van Job waren ze er nog, want Satan verscheen voor Gods troon. In de tijd van de profeet Zacharia (omstreeks 500 v.Chr.) waren ze er ook nog, want we lezen dat Zacharia in een visioen zag dat de hogepriester Jozua voor de Engel van de HERE stond, “terwijl de satan aan zijn rechterzijde stond”  Zacharia 3:1-2.

In de tijd van Paulus zaten ze er nog, immers hij spreekt over “de boze geesten in de hemelse gewesten”, waartegen we moeten worstelen. Pas na een grote oorlog in de hemel tussen de draak en zijn engelen en de aartsengel Michaël en zijn engelen worden ze eruit gegooid en op de aarde geworpen – Openbaring 12:7-9.

Als Satan, de slang, op aarde is gegooid komt er een enorme vervolging van Israël en van mensen die “het getuigenis van Jezus hebben. Gelovige Joden en christenen worden dan zwaar vervolgd.

De eerste tekenen van deze situatie zijn al zichtbaar. Satan begint dan zijn laatste poging om de aarde onder controle te krijgen. Immers in Openbaring 13:1 lezen we dat, direct nadat de draak op aarde is gegooid ‘het beest’ uit de zee verschijnt. Het rijk van de antichrist en zijn profeet breekt dan aan.

 

 

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring 13: de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Oude en moderne geschiedenis

 

Op aarde is de strijd van de draak tegen de vrouw, tegen Israël, al 3.500 jaar aan de gang. In alle oorlogen tegen Israël en bij alle pogingen om het Joodse volk tot afgoderij te verleiden of uit te roeien zijn geestelijke machten, volgelingen van de draak, betrokken. Bij de uittocht uit Egypte streed God niet alleen tegen de Farao, maar Hij “oefende gerichten tegen alle goden van Egypte”  Exodus 12:12. Achter het verzet van Farao tegen de uittocht stonden dus geestelijke machten.

Dat was ook het geval bij Babel. Niet alleen op wereldlijk, menselijk vlak worden Babel en Assyrië gestraft om wat ze Israël hebben aangedaan. Ook hun ‘goden’, die ook wel ‘engelvorsten’ worden genoemd, worden te schande gemaakt (Jesaja 46:1 en Jeremia 50 :2).

De profeet Daniël kreeg ook te maken met dergelijke ‘wereldbeheersers’. Dat waren de engelvorsten van het toenmalige wereldrijk Perzië en Griekenland. De aartsengel Michael, die trouw is aan  God, is de engelvorst die voor Israël strijdt (Daniël 10:21 en Daniël 12:1). Hij voerde oorlog tegen die ‘vorsten van Perzië en van Griekenland’.

De ‘wereldbeheersers’ zijn machten die de wereld willen beheersen. Ook sterke, geestelijke machten die over een land willen heersen. Ook boze geesten die mensen willen overheersen. Over die engelvorsten heeft de Eeuwige aan Mozes het volgende geopenbaard:

Die afgoden en hun beelden mag Israël beslist niet aanbidden wantdie heeft de Here, uw God toebedeeld aan alle volken onder de hele hemel – terwijl de HERE u heeft genomen… om voor Hem te zijn tot een eigen volk”  Deuteronomium 4:16-20.

 

De goden van de volken, de ‘engelvorsten’, zijn afgoden die door veel volken ‘verbeeld’ worden door beelden Alleen de God van Israël is de ware, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde. “Want alle goden van de volken zijn afgoden, maar de HERE heeft de hemel gemaakt” -Psalm 96 :5

De Here Jezus noemt de leider van die engelvorsten ‘de overste van deze wereld’ (Johannes 12 :31). Deze machten proberen Israël te vernietigen en zetten de wereld op tegen Gods volk.  Aan het kruis heeft de Here Jezus al die machten overwonnen. Jezus is Overwinnaar!

Maar nu is er nog strijd . Binnenkort worden die machten uit de hemel geworpen en zal de strijd nog zwaarder worden totdat Jezus komt! Maar nu en ook tijdens de verdrukking als satan op aarde geworpen is, geldt: Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”  Openbaring 12:11.

 

 

de overste van deze wereld

de overste van deze wereld

 

 

 

Machten tegen Israël

 

 

Satans invloed op de islam

 

Sommigen in de islam worden onder invloed van boze geesten geïnspireerd om de wereld te veroveren en de islam aan iedereen op te dringen. Uitspraken van hun leiders liegen er niet om. Hun ‘engelvorst’ is de wrede maangod. Tot grote ergernis van die afgod heeft de vrouw uit Openbaring 12 ‘de maan onder haar voeten’. Israël is voor de islam het grote obstakel dat hun plannen in de weg staat.

Jeruzalem, de stad van de Grote Koning van Israël, is hun eerste doel. Vandaar dat al die machten zich steeds meer op Jeruzalem richten. Er zijn al verschillende confrontaties geweest tussen de afgod van de islam en de God van Israël. Denk aan de oorlogen die de islamitische buurlanden tegen Israël hebben gevoerd en hebben verloren.

 

 

 

De macht achter het Vaticaan

 

Ook het Vaticaan, de RK kerk eis de wereldmacht op. Eeuwen lang ‘regeerde’de RK kerk over Europa. Verdragen met de Palestijnse Autoriteit en met Israël, aankopen van grond, druk op de EU om Jeruzalem te internationaliseren zijn zichtbare activiteiten van het Vaticaan om Jeruzalem in handen te krijgen. De strijd om de wereldmacht is al eeuwen aan de gang.

 

 

 

De EU 

 

De EU, het herstelde Romeinse Rijk, is hard op weg om het eindtijd rijk van de antichrist te worden. Dus ook hier spelen duidelijke anti-Israël krachten in de vorm van steun aan het Palestijnse moslim terrorisme en druk om Jeruzalem te internationaliseren. De oude Griekse en Germaanse goden worden weer van stal gehaald in landen van de EU. Tijdens WO II was er een vreselijke aanval, de Holocaust, geleid door die duistere, Germaanse goden op het Joodse volk.

 

 

 

De VN 

 

Ook de VN streeft naar de wereldmacht. Binnen de VN heerst een bijna virulente anti-Israël houding. Hier wordt de wereldreligie van de profeet van de antichrist voorbereid. De Nieuwe Wereldorde staat al enige tijd op stapel. De macht achter de VN is ‘de overste van deze wereld’, is satan zelf. Aan het einde van de zeven jaren van de antichrist zal ‘de Koning van de koningen en de Here van de heren’ die antichrist laten grijpen en hem laten gooien in ‘de poel van vuur’.

 

 

 

De VS 

 

Ook de VS streeft naar een zekere macht over de wereld om de Amerikaanse belangen veilig te stellen. Deze engelvorst heet Mammon, de afgod van geld en macht. In de VS zien we in de geestelijke strijd iets belangrijks gebeuren. Er in de VS een sterke, Bijbel getrouwe kerk. Miljoenen gelovigen en hun leiders die achter Israël staan en voor het land bidden. Dat heeft de VS decennia op de been gehouden. Die engelvorst heeft daar sterke tegenstand.

De Gemeente van de Here Jezus heeft de opdracht om voor ‘koningen en hooggeplaatsten’ te bidden om in een rustig en eerlijk land zonder onderdrukking of corruptie te leven. Gebed voor de overheid ook ter wille van een diepe wens van de Heer Zelf: “…God, onze Heiland die wil dat alle mensen behouden worden”  1Timoteüs 2 :3-4. De Gemeente is dus de belangrijkste tegenkracht tegen de vernietigende invloed van die de afvallige engelvorsten uitoefenen.

 

 

Gog 

 

Gog, de grootvorst van Magog. Een ‘moderne’ engelvorst is de macht die achter Rusland staat. Hij heet Gog. De oorlog van Gog en zijn medestanders tegen Israël wordt beschreven in Ezechiël 38-39. Iran (Perzië) zal één van zijn bondgenoten zijn. We zien nu al die as Rusland, Perzië en een aantal Arabische landen. Ook Gog heeft al eens een smadelijke nederlaag geleden in een confrontatie met de Allerhoogste van Israël. Dat gebeurde in 1989.

Voor die tijd, toen Rusland nog communistisch was, konden de Russische Joden niet uit Rusland weg en naar Israël. Toen sprak God zijn machtswoord tegen Gog, de engelvorst van Rusland: “Ik zeg tot het Noorden: GEEF!”  Jesaja 43 :6. De Berlijnse Muur viel, het communistische wereldrijk stortte in en nu zijn er al 1,2 miljoen Russische Joden terug. Nog meer zullen er binnenkort volgen.

 

 

gogmagog

 

 

 

Wat nu ?

 

We leven in een heel spannende tijd. Satan weet dat hij weinig tijd heeft. De ‘wereldbeheersers van deze duisternis’ werpen zich op Israël en op alles wat Bijbel getrouw wil zijn. Aan de andere kant zien we machtige werken van de God van Israël. Hij komt tot zijn doel met Israël en het Evangelie gaat met grote kracht en grote snelheid over de wereld.

Individuele gelovigen worden ook niet met rust gelaten door die machten. In het midden van die strijd staat de Gemeente van de Here Jezus. Door Hem en in zijn Naam hebben wij toegang tot de Troon van de Allerhoogste. Gebed is het machtigste wapen dat Hij ons heeft gegeven. Wij bidden voor Israël, steunen de verkondiging van het Evangelie en staan voor elkaar op de bres.

Tegelijk gebruiken we het tweede wapen dat ons is gegeven: Het Woord van God. Wij proclameren Gods woorden over Israël en staan zo als wachters op de muren van Jeruzalem. Wij brengen Gods Woord van verlossing aan een verloren wereld. En wij proclameren Gods Woord als satan ons aanvalt. Zo overwinnen wij door “het bloed van het Lam en door het woord van hun (ons) getuigenis  Openbaring 12:110.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

De vrouw en de draak, strijd in de hemel : Openbaring 12

Standaard

categorie : De Openbaring

 

 

 

 

De Openbaring uit het Nieuwe Testament : hoofdstuk 12

 

 

De vrouw en de draak, strijd in de hemel

 

 

 

H12

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is het boek der Openbaring ?

 

De Openbaring is het laatste boek van het Nieuwe Testament en de Bijbel. Het werd geschreven door de apostel Johannes op het eiland Patmos, een eiland in de Egeïsche Zee vlakbij Turkije. Het boek is gedateerd in 96 NC, alhoewel er ook argumenten zijn voor een vroegere datum. Omdat de teksten in het Grieks geschreven zijn, noemt men het boek ook de Apocalyps.

Hedendaags gebruikt men dit woord wanneer men de klemtoon wil leggen op een grote ramp. Het is een profetisch boek en bevat 22 hoofdstukken. God openbaart Johannes via een visioen geheimen over de eindtijden, gebeurtenissen die de mens zijn verstand te boven gaan.

  • Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de  enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’
  • Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’
  • Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit  boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar.

In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

God geeft kennis over

 

-zijn doel met deze wereld

-de toekomst van Israël en de wereld

-het mysterie van het goede en het kwade

-de bestraffing van het goede en de bestraffing van het  kwade

-de toekomstige natuurrampen en oorlogen

-de wederkomst van de Messias

-de dag des oordeel

-het uitzicht in de hemel en zijn troon

-de nieuwe  hemel en de nieuwe aarde

 

 

De Openbaring is moeilijk te begrijpen door de vele mystieke symbolen in de teksten en de verwijzingen naar het Oude Testament. De geschiedenis van Israël is een leidraad doorheen de 22 hoofdstukken. Jeruzalem wordt het centrum van Goddelijke theocratie voor gans de wereld.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA