categorie : mode en kledij
Christian Dior – 2012 – pre fall






















Martha Streck
























Martha Streck
























Martha Streck
























Martha Streck



























































Bill Gaytten


.
.
.
We weten iets van de kleding die boeren en boerinnen droegen uit de inventarisaties die notarissen na hun overlijden maakten. Hun basiskleding bestond uit drie delen:
Soms ontbreekt een van die kledingstukken in de inventarisatie. Dan is dat stuk waarschijnlijk verkocht om de begrafenis van te betalen. Mannen en vrouwen droegen baaien kleren (dik en grof wollen weefsel dat op molton leek). Die stof was van middelmatige kwaliteit maar wel warm.
Voor de mannen was die stof ongebleekt (beige) en voor de vrouwen vaak blauw. Men droeg ook nog ondergoed: linnen hemden en manshemden met twee pijpen. In Toscane droeg men in die tijd twee tunieken over elkaar heen en daarover eventueel nog een mantel.
Op het platteland werd de rijkdom afgemeten aan het aantal kledingstukken dat men bezat en de mate waarin die versierd waren. Die versieringen werden door marskramers naar het platteland gebracht. Zilveren ceintuur- en schoengespen, metalen sluitingen voor beurzen en knopen voor de kappen.
Over het algemeen echter waren sieraden op het platteland zeldzaam behalve ringen. Een rijke boerin kon wel vijf hoeden bezitten. Als een boer handschoenen droeg, liep het hele dorp uit om ze te bewonderen. Een jonge boer droeg ze wel eens als hij een vrouw het hof wilde maken.
.
.
.
.
.





































Susanna Venegas and Bill Gaytten


![]()
Meister des Hausbuches 1480
.
Zo gauw een meisje “huwbaar” was geworden (vaak al op haar zestiende), probeerden haar ouders via haar een goede huwelijkskandidaat binnen te halen. Ze hoopten op die manier een paar treetjes op de maatschappelijke ladder te kunnen stijgen. Zij werd dus mooi uitgedost om veel huwelijkskandidaten te lokken waaruit de ouders dan de “beste” gingen kiezen en doorgaans was dat een wat oudere man (vaak al tegen de dertig).
Dat “mooi uitdossen” kon wel eens te ver gaan. De weeldeverordeningen dienden dan ook tevens om de uitgaven aan de kleding van de aanstaande bruid binnen de perken te houden. En ook wilden de stadsbesturen de uitgaven voor de bruidsschat binnen de perken houden, want de concurrentie op de huwelijksmarkt was groot en daardoor waren deze twee uitgaveposten flink gestegen.
.
1500
.
Als de burger echter eenmaal getrouwd en gevestigd was, hield hij er gauw mee op om zijn vrouw en zichzelf zo buitenissig en duur uit te dossen. Zijn jonge vrouw mocht zich dan binnenshuis niet meer optutten, alleen nog maar bij openbare feesten en plechtigheden. Ze mocht niet meer met zichzelf te koop lopen, haar vormen werden verhuld en de kleuren van haar kleren werden saaier.
De edelstenen van de bruidsschat werden opgeborgen in de kisten. De volmaakte koopman had weliswaar een vriendelijk gezicht maar toch ook een strenge uitdrukking, hij droeg stijlvolle kleding, hij had een weloverwogen optreden en gebaren met een berekende elegantie.























































































































































































