Tagarchief: schoenen

Wat te doen tegen zweetvoeten?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

10 tips tegen zweetvoeten

.

.

 

.

Iedereen heeft wel eens last van zweetvoeten, na een hevige inspanning of bij warm weer. Maar sommige mensen hebben er bijna continu last van. Ze zweten overmatig, hun voeten voelen altijd vochtig en koud aan en verspreiden een typische zweetgeur. Dat is niet alleen erg onaangenaam, zweetvoeten vormen ook een gemakkelijke prooi voor schimmels

 

1. Was je voeten elke dag minstens één keer met koud of lauw water, met een milde zeep of zonder zeep. Droog je voeten goed op alle plaatsen en wrijf ze achteraf eventueel in met wat lotion zodat ze niet uitdrogen.
Voeg eventueel één keer per week natriumbicarbonaat (1 eetlepel per l iter water) of azijn (100 ml per liter) toe aan het water. In hardnekkige gevallen kan het nodig zijn om de voeten geregeld te wassen met een antibacteriële zeep zoals betadine scrub (povidon jodium zeepoplossing) of Hibiscrub (chloorhexidine zeep oplossing). In het begin elke dag gedurende één week, nadien 2 à 3 keer per week.

2. Draag goed ‘ademende’ schoenen: Leren schoenen zijn het best of speciale ventilerende schoenen. Vermijd kunststof materialen zoals rubber en nylon. Wissel dagelijks van schoenen zodat ze steeds goed kunnen uitdrogen. Zorg ook voor 2 paar veiligheids- of sportschoenen in plaats van 1 paar, zo kunnen de schoenen voldoende luchten. Draag als het weer het toelaat open schoenen en loop blootsvoets als de omstandigheden dat toelaten.

3. Draag alleen sokken van wol of katoen. Vervang je sokken elke dag of meerdere keren per dag indien nodig. Gebruik liever geen wasverzachter voor de sokken omdat ze hierdoor minder vocht kunnen opnemen.

4. Gebruik eventueel inlegzooltjes die het overtollige zweet absorberen.

5. Controleer of er geen eelt op je voeten zit. Eelt neemt bij overmatige voettranspiratie veel vocht op. Dit stimuleert de wildgroei van voetbacteriën.

6. Boorzuurschilfers: worden in schoenen of sokken gestrooid om vocht op te nemen en de voeten droog te houden. Boorzuur bestaat ook in poedervorm.

7. Voetsprays en -poeders: er zijn diverse producten op de markt om op de voeten of in de schoenen te spuiten die een bacteriedodende werking hebben en geuren zouden tegenhouden.
Talkpoeder of zinkzalf: Breng talk of zinkzalf op de voeten aan, deze absorberen het overtollige vocht.

8. In hardnekkige gevallen kan een crème of verstuiver met aluminiumhydroxichloride of aluminiumchloride hexahydraat gebruikt worden. Gedurende 3 dagen ’s avonds op voetzolen, ’s morgens goed reinigen; daarna eens per week herhalen.

9. Iontoforese: Bij deze techniek wordt in speciaal ontwikkelde apparatuur een electrische stroom door een bakje met kraanwater geleid. Door de voeten gedurende enige tijd in dit bakje te houden wordt (waarschijnlijk) het zweetkanaaltje tijdelijk afgesloten. Het effect houdt enkele dagen aan.

10. In extreme gevallen is behandeling met botuline-toxine injecties te overwegen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

De geschiedenis van de kledij deel 4 : 1900-1940

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Kleding 1900 – 1909: Jugendstil

 

De Jugendstil was een reactie op het eclecticisme van de 19de eeuw. Deze stijl met vloeiende lijnen en gestileerde bloemen werd na 1900 toegepast op meubels, vazen, sieraden, stoffen en affiches. Iets dergelijks zien we in de ontwikkeling van het kostuum. Na een eeuw van kostuums met een fraaie buitenkant over een ongemakkelijke binnenkant zou de vrouwenkleding in de 20ste eeuw steeds meer rekening gaan houden met het comfort en de persoonlijkheid van de draagster. Een begin hiervan werd gemaakt met de reformkleding

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was een weerspiegeling van de luxueuze levensstijl in het begin van deze eeuw. De reformjapon werd spottend ‘hobbezakjurk’ genoemd , want hij was recht van snit en werd vaak zonder korset gedragen. De enige garnering was opgestikt band in slingermotieven. Een groot contrast hiermee vormden de luxueuze namiddagjaponnen in pasteltinten met veel kant en elegante tailleurs in de S-lijn. Deze lijn werd verkregen door het gezondheidskorset of droit- devant. Het was even weinig gezond als de vroegere korsetten; het maakte de buik plat, achterwerk en boezem staken uit.

 

De mantel: vooral driekwartmantels met ruime mouwen.
De onderkleding: hemd en onderbroek of combination, droit- devant korset. Voor jonge meisjes het zg. schoolkorset.
Het haar: opgestoken haar, bol rondom het hoofd.
De hoed: platte hoed met veel kunstbloemen. Ook kinderen droegen buitenshuis altijd iets op het hoofd, jongens een pet, meisjes een hoed.
De accessoires: paraplu, handschoenen, kam van schildpad, kragen en shawls van bont, waaiers van veren boord.
De schoenen: elegante instapschoenen met strikjes. Knooplaarsjes onder voetvrije sportsokken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man had als kleine verandering dat het costume-veston, het gewone pak voor overdag, wat meer zakken met zakkleppen vertoonde.

De mantel: de rechte overjas was iets korter dan vroeger en werd vaker gedragen dan de pardessus. Warme bontjassen voor autorijdende mannen.
De sportkleding: steeds meer speciale kleding voor bepaalde sporten. Bijvoorbeeld: voor tennis een lange lichte flannel broek in een streepdessin, gedragen met wit hemd met slappe boord en witte pet met grote klep. Roeien, hardlopen en voetballen werd gedaan in kniebroek en flanellen hemd.
Accessoires bij het sportieve pak waren strohoed en felgekleurde wollen das.
Het haar: tamelijk kort. Opvallend grote snorren.
De hoed: voor overdag vooral de bolhoed en de Homburghoed.
De schoenen: voor ’s zomers tweekleurige molières (bruin met wit of zwart met wit). Minder knooplaarzen, meer veterschoenen.

 

 

 

 

 

Kleding 1909 – 1914: Poiret

 

De opvoering van Rimski-Korssakovs Sheherazade door het Russische ballet in Parijs, heeft een onmiskenbare invloed gehad op de mode na 1910. De door Leon Bakst ontworpen exotische, fel gekleurde kostuums vormden voor Paul Poiret een nieuwe inspiratiebron. Zijn ontwerpen zoals tunieken en kimono’s gaven blijk van oosterse invloeden en hij creëerde een nieuw silhouet: slank en soepel.

 

 

 

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw kreeg een volledig ander silhouet: van boven breed, naar onder toe smal uitlopend. Het lichaam werd niet langer in de taille ingesnoerd. Japonnen hadden een hoge taille, een ‘strompelrok’ en dikwijls een tunica (lampekapsilhouet).

De mantel: minder mantels maar veel mantelkostuums met een tamelijk lang jasje en een zeer nauwe rok, vaak voorzien van splitten. Zeer modieus: het kimonojasje dikwijls afgezet met bont of struisveren.
De sportkleding: voor het eerst badkostuums uit één stuk, met pijpen tot de knieën, gemaakt van wollen tricot en gedragen met zwarte kousen en badschoentjes.
Het haar: losjes opgestoken, soms gekrulde pony.
De hoed: aanvankelijk erg groot met veel garnering. Poiret bracht ook kleine tulbandkapjes met aigrettes.
De accessoires: ceintuurs, hoedenspelden, Jugendstil sieraden van vensteremail. De eerste lippenrouge uit een potje. Poiret creëerde een eigen parfum.
De schoenen: nog veel knooplaarsjes, maar meer en meer laag uitgesneden schoentjes met halfhoge hakken (pumps).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man onderging slechts summiere veranderingen. Het kostuum bestond nog steeds uit jasje, broek en vest van dezelfde stof, een wit hemd met losse boord en een strikje of geknoopte das .
De mantel: voor op reis een lange, rechte jas; voor de stad een wat kortere, getailleerde jas.
De hoed: bolhoed, Homburghoed, hoge hoed en strohoed. Petten voor sportieve doeleinden en op reis.
De accessoires: dasspeld, horlogeketting, manchetknopen, wandelstok met ivoren of zilveren knop, handschoenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    Kleding 1914 – 1919: Eerste Wereldoorlog

 

In deze periode was West-Europa in beroering door de Eerste Wereldoorlog. De afwezigheid van de mannen vereiste van de vrouwen zelfstandigheid. Dit had uiteraard invloed op de mode. We zien dan ook na 1914 dat de strompelrok werd vervangen door een meer praktische wijde, kortere rok.  Voor het eerst zien we Amerikaanse invloeden op de Europese cultuur, vooral uit de wereld van het amusement. De dixiland jazz  en de stomme film  werden snel populair.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was in enkele jaren volledig van silhouet veranderd. De japon had brede schouders, brede revers aan een kraag die opvallend hoog in de nek opstond, een wijde rok en een slanke taille. Omdat veel vrouwen in de rouw waren lag in de modetijdschriften de nadruk vooral op zwarte kleding, rouwsluiers enz.
Coco Chanel werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog in een veldhospitaal in Deauville, Frankrijk.

De donkerblauwe wollen jakken en pullovers van de mariniers inspireerden haar. Ze versierde ze met stiksels en hier en daar een broche en flaneerde ermee op de Promenade de Deauville. Veel dames uit die tijd volgden haar voorbeeld en schaften de oorlogscrinolines af. Ook al omdat ze in de shawlkraagjasjes met ceintuur en wollen jakken gemakkelijker hun werk konden doen. Een nieuw type jasje met een shawlkraag en een ceintuur werd veel gedragen.

De mantel: wijd model met hoog opstaande kraag, soms gedragen met een ceintuur.
Het haar: losjes opgestoken haar door een permanent gekruld.
De hoed: hoge toque of grote platte hoed met lint.
De accessoires: grote paraplu, handschoenen, mof.
De schoenen: onder de kortere rokken veel knooplaarzen. Schoenen met hakken en vetersluiting.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man

 

De kleding van de man kreeg in deze oorlogsperiode nog minder de aandacht dan al tientallen jaren het geval was geweest. Het jasje van het meestal grijze, zwarte of gestreepte costume-veston kon zowel van één als twee rijen knopen zijn voorzien. De lange pantalon had pijpen met ingeperste plooien en met omslagen.

De hoed: deukhoed, bolhoed, strohoed en (geruite) pet. Voor het eerst zag men mannen zonder hoofddeksel buitenshuis.
De accessoires: zie vorige periode.
De schoenen: veterschoenen, soms tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.  

Kleding 1919-1924 : de naoorlogse jaren

 

In tien jaar tijds was in het modebeeld niets meer te bespeuren van de wat decadente elegance van het begin van de twintigste eeuw. De vereenvoudiging die in de oorlog noodzaak was geweest, groeide nu uit tot een nieuwe stijl waarin de nadruk werd gelegd op bewegingsvrijheid.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en sluik, met het accent op de heupen . De roklengte reikte aanvankelijk tot de enkel, na 1921 tot de kuit en werd na 1923 geleidelijk korter. De japon was meestal kraagloos met een V-hals, een ronde of een vierkante hals. Veelgedragen: het deux-pièces, dat bestond uit een rechte of geplooide rok met een lange blouse óver de rok.

 
De mantel: recht en lang. Meer mantelpakken, vaak gegarneerd met bont.
De avondjurk: rechte halflange japon, laag decolleté of alleen maar schouderbanden, de rok in ongelijke punten vallend.
Het haar: losjes opgestoken of strak weggekamd in een knotje op het hoofd .
De hoed: grote, platte hoed met garnering van bloemen of ver
De accessoires: kraag en mof van vossenbont , imitatiesieraden, bijvoorbeeld lange glazen of parelkettingen in combinatie met goudkleurige schakelkettingen, lange oorhangers.
De schoenen: laag uitgesneden pumps met spitse neuzen en banden over de wreef.

 

 

 

 

 

 

 

 

          Kleding 1924 – 1929: Charleston

 

De mode van de jaren twintig werd sterk beïnvloed door de kunst en de architectuur. De golvende lijnen van de Jugendstil waren onder invloed van het kubisme (Picasso, Mondriaan) vervangen door strakke, rechthoekige vormen.n De nieuwe stijl heette: art déco.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw was recht en kort. In 1927 was de rok het kortst, en wel tot op de knie.

 

De mantel: eveneens kort, met een brede schouderlijn, een diepe shawlkraag en vaak gegarneerd met vos.
De avondjurk: in deze periode werden voor het eerst korte avondjurken gedragen. Meestal een recht hemdjurkje met schouderbanden, vaak van doorzichtige stof. Avondmantels waren van zijde met struisveren; typerend voor deze tijd: het smokingjasje gedragen over de avondjapon.
De sportkleding: wollen badpak zonder mouwen, met halve pijpen. De eerste speciale skibroeken, een lang of driekwart pofbroekmodel.
Het haar: omstreeks 1925 hebben alle jonge en zich jong voelende vrouwen hun haar afgeknipt. Voor het eerst werd een door de zon gebruinde huid mode.
De hoed: cloche (pothoed) of helmhoed. Bij zomerjaponnen grote doorzichtige hoeden.
De accessoires: zeer belangrijk vanwege de eenvoudige kleding.
Lange shawls, art déco broches en poederdozen in email. Broches en armbanden van schildpad en ivoor. Lange Chanel-kettingen, oorhangers, enveloppetas (afb. 3), sigarettenpijpje. Klein model paraplu met geometrische motieven. De schoenen: iets minder puntige bandschoenen.

Door de belangstelling voor uitheemse culturen kwam slangen- en krokodillenleer in de mode .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

De man

 

De kleding van de man begon voor het eerst sinds honderd jaar wat meer variatie te vertonen. Het colbertjasje was korter en getailleerd. Men droeg veel blazers met grijze broeken..

Het haar: midden- of zijscheiding; smalle snor.
De hoed: vilten deukhoed, geruite wollen of linnen pet.
De accessoires: leren broekriem met gesp, vlinderdasje, pochet, zegelring met monogram, sigarettenkoker en sigarettenpijpje.
De schoenen: molières met ronde neuzen, vaak tweekleurig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

      Kleding 1929 – 1940: De jaren dertig

 

De ineenstorting van Wall Street (1929) en de economische noodsituatie waarin daarmee ook West-Europa kwam te verkeren, maakte een einde aan de ‘gay twenties’. Sterren werden geïdealiseerd en geïmiteerd. Kenmerkend voor de mode was dat de natuurlijke lichaamsvormen werden geaccentueerd en niet veranderd, zoals de modegeschiedenis tot dusver liet zien.

 

 

De vrouw

 

De kleding van de vrouw had een slank silhouet verkregen. De schouders waren enigszins verbreed.
Omstreeks 1939 japonnen met draperieën over boezem en heupen. Het driedelige  Chanelpak was nu vaker van tweed  dan van jersey en afgebiesd met tress.

De mantel: lang en smal, met een brede, schuine overslag. 
De
avondjurk:
altijd langer dan de japon voor overdag.
De sportieve kleding: voor het eerst een tweedelig badpak.

Het haar: golven en krullen, halflang haar, ook opgestoken of gepermanent. Veel platinablond haar, weggeschoren wenkbrauwen en grote rood gestifte mond.
De hoed: klein, schuin op het hoofd geplaatst hoedje. Veel baretten. Herenhoed à la Garbo.
De accessoires: lange shawl, grote broches en oorknoppen, sieraden van email, ivoor en bakeliet. Met het zonnebaden kwam de zonnebril in de mode.
De schoenen: minder bandschoenen, meer pumps met dunne hakken. Slangenleer, krokodillenleer en suède Schoenen met open hiel en teen .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

De man

 

De kleding van de man was breed in de schouders en smal in de heupen. Het geklede pak met vest had een getailleerd jasje, sportieve colberts waren rechter van model.

De mantel: rechte wollen jas of demi (dunnere stof); gabardine regenjas met ceintuur.
Het haar: kort haar zonder scheiding of met een zijscheiding, glad gekamd met brillantine.
De hoed: deukhoed, pet.
De accessoires: dasspeld, handschoenen, sigarettenkoker, broekriem, polshorloge.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De mens en kledij

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

 

 

 

 

Kledij is belangrijk

 

De mens wordt naakt geboren, maar krijgt meteen een dekentje rond gewikkeld en tegenwoordig krijgt een pasgeboren baby dadelijk de eerste kleedjes aangetrokken die door de ouders werden meegebracht. Kledij heeft hier een dubbele functie: het biedt het pasgeboren kindje bescherming tegen de koude en het kan gezien worden als een verwelkomingsritueel.

Kledij beschermt de mens niet alleen tegen de kou of tegen schaamtegevoelens, maar onderscheidt mensen ook van elkaar. Kleding biedt groepsonderscheid wat men ziet bij sportteams, schooluniformen en jeugdverenigingen. Er is ook aparte kleding voor rechters, advocaten, soldaten, verpleegkundigen, bouwvakkers, etc.

Bovendien bestaat er ook gelegenheidskleding voor bruiloften, begrafenissen en vakantie. In de kerk is er ook liturgische kleding en hebben verschillende kleuren een eigen betekenis. Kleren maken de man. Kleding is heel belangrijk als je alleen al nagaat hoeveel spreekwoorden en gezegden er bestaan in verband met een hoed, pet, das, hemd, jas, broek, sokken of schoenen.

Kledij heeft doorheen de geschiedenis een functionele evolutie doorgemaakt waarbij het niet langer de beschermende factor tegen koude en andere weersomstandigheden is die primeert. Kledij is in de huidige westerse samenleving een uithangbord van de persoon geworden. In de straten en op school worden we geconfronteerd met de meest uiteenlopende klederdrachten.

We bemerken onmiddellijk een diversiteit aan stijlen. Mensen experimenteren met kledij, schoenen, juwelen en de gekste gadgets die ze vinden in modebladen, affiches langs de weg, etalages van de meest hippe of exclusieve winkels. Achter elke stijl kan een bepaalde levenswijze schuilgaan waarmee de persoon zich vereenzelvigt, al hoeft dat niet altijd zo te zijn.

 

 

 

 

 

Jongeren en kledij

 

Met kleding die bij je past, kun je jezelf zijn. Dat besef begint al op jonge leeftijd. Nadenken over het uiterlijk doet iedereen.  Op school wordt men dikwijls op zijn uiterlijk beoordeeld. Het zijn meestal de kinderen die mooie kleren aan hebben die de groep leiden. Zij zijn ‘stoer’ en ‘cool’.

Jongens proberen heel erg op te vallen. Dat doen ze voor de meiden. De meiden proberen ook heel erg op te vallen. Jongeren zijn vaak sterk met hun kledij begaan. Opmerkelijk is dat binnen de vriendenkring dezelfde kledingstijl voorkomt. Om als adolescent geaccepteerd te worden binnen een bepaalde subcultuur moet er aangesloten worden bij het achterliggende van die groep.

De identiteit van de jongeren wordt grotendeels bepaald door de groep waarbinnen ze zich profileren. Er wordt van hen verwacht dat ze zich vereenzelvigen met de gangbare opinies van de groep. Jongeren bevinden zich constant in de spanning van het uniek zijn., Zich bewegen in een groep is vaak een ‘heen en weer’ tussen het eigen denken en dat van de groep. Dergelijk proces van meegaan en verzet is spanningsvol en belangrijk om zichzelf te leren kennen.

Een identiteit vormen zonder daarbij rekening te houden met de ander en het beeld dat de ander over ons heeft, is onmogelijk. Het uiterlijk van de ander zet (on)bewust aan tot het vormen van vooroordelen tegenover die persoon. Zo zie je bij jongeren dat de ene subcultuur de leden van een andere subcultuur vaak beschouwt als helemaal anders en zelfs als onverstaanbaar, tegenstrijdig en minderwaardig. Identiteitsbepaling door middel van kledij bevat een dubbel proces: een positieve identificatie met de ene subcultuur en een negatieve identificatie met de andere subcultuur, waarvan men zich absoluut wil onderscheiden.

 

 

 

 

 

 

 

Religie en kledij

 

Ook tussen religie en kledij is er een nauwe band. Denken we maar aan de burka’s of de hoofddoek, het traditionele kleed dat moslimmannen ook hier in Vlaanderen vaak dragen, aan het zwarte pak met boordje waaraan het meisje in de Coca-Cola-reclame in de aantrekkelijke surfer meteen een priester herkende. Door middel van kledij gaat men zich hier identificeren met de religieuze gemeenschap waartoe men behoort en zich onderscheiden van de anderen.

Dit zorgt al eens voor problemen. Denken we maar aan de hoofddoekenkwestie die in verschillende westerse landen op dit moment met pieken en dalen aan de orde van de dag is. Maar ook binnen religieuze gemeenschappen kan kledij gebruikt worden om zich te onderscheiden. Bijvoorbeeld de verschillende klederdracht van broeder- en zustergemeenschappen, de kledij waardoor de priester zich tijdens de liturgische dienst onderscheidt van het volk, etc.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De mode-industrie en kledij

 

Een aantal modefabrikanten doen meer dan kleding maken. Achter sommige kledingmerken zit een bepaalde filosofie. Het bekendste merk met een duidelijke boodschap is ongetwijfeld Benetton, dat op tijd en stond de wereld opschrikt met choquerende reclamecampagnes, zoals de copulerende paarden, de kussende priester en non en het met bloed doordrenkte pak van een Servische soldaat.

Maar ook de Nederlandse ontwerpster Cora Kemperman wil meer doen dan enkel en alleen kleding ontwerpen. Zij heeft de stichting Amma opgericht, een goede doelen stichting waarmee financiële hulp gegeven wordt aan de ontwikkelingslanden waar hun kledij ook voor een stuk geproduceerd wordt.

 

 

 

 

 

ECO meisjes – Amma stichting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 3: 16e eeuw tot 19e eeuw

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

       Kleding in de 2e helft van de 16e eeuw

 

Spanje was in deze periode het rijkste land van Europa. Dit kwam door de grote goudvondsten in het pas ontdekte Amerika. Spanje was hierdoor de trendsetter in de mode. Toch verwerkte ieder land de mode op een andere manier. Door de 80-jarige oorlog brachten de Spanjaarden hun mode mee naar Nederland. Filips II was op dat moment koning van Spanje en Heer der Nederlanden.

Filips II was een zwaar gelovige katholiek en hij verbood opzichtige kleding en laag uit gesneden kleding voor vrouwen. Zwart werd de meest gedragen kleur. Sommige delen van de kleding werden stijf opgevuld.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De meeste kleding van de vrouw blijft hetzelfde. Het decolleté verdwijnt echter. Dames dragen hoog gesloten japonnen, waaruit een klein geplooid kraagje komt. In Engeland werd de Spaanse mode niet overgenomen. Hier dragen vrouwen een rok in een tonvorm.

Deze vorm ontstond door een stijf opgevulde rol, die op de heupen werd gelegd onder de rok. Ook in Nederland draagt een enkeling deze rok, genaamd “beuling”. Een Engelse en Franse dame willen het Spaanse kraagje niet. Zij dragen de “Stuartkraag”, een grotere kraag gemaakt van kant.

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen in Spanje dragen, na het verbod op luxe van Filips II, een klein onversierd kraagje. In Spanje hebben de mannen een spits baardje en een snor. De schoenen zijn donker en gesloten. Veel mannen hebben schoudercapes.

 

 

 

 

 

Barok

 

De barok ontstond rond 1600 in Nederland en duurde tot aan de Franse Revolutie. Wat kleding betreft leek de baroktijd op de Renaissance. Dure, lichte stoffen, vele versieringen, sieraden, borduursels en veel kant werden gebruikt voor de kleding.

In Nederland was vooral de mode van de kooplieden populair. Door handel waren kooplieden rijk geworden en dit lieten ze zien. Het wordt in Nederland ook wel de Gouden eeuw genoemd. Onder Lodewijk de 14e werd de kleding van het hof van Versailles bepalend voor heel Europa. Parijs werd de hoofdstad van de haute-couture.

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw

 

In de 17e eeuw verminderde de macht van Spanje. Frankrijk werd steeds machtiger. Ook de Republiek der Verenigde Nederlanden werd een belangrijk land. Er werden handelsondernemingen opgericht. Door de toenemende handel steeg de welvaart.

De Spaanse kleding moest aangepast worden. De opvullingen verdwenen, waardoor kleding veel natuurlijker werd. Ook de kleuren werden lichter en vrolijker. De molensteenkragen werden zonder steun en stijfsel gedragen, waardoor het haar ook weer langer kon zijn.

Vooral de mannenkleding onderging hevige veranderingen. De mode werd sterk beïnvloed door officierskleding gedragen aan het Franse hof. De broeklengte bleef tot de knie, maar de spleten onderaan de broek, konden nu met knopen worden gesloten.

 

 

 

 

 

 

 

Eerste helft 17e eeuw in Nederland

 

De 17e eeuw was voor Nederland de Gouden eeuw. Een nieuwe klasse van jonge rijke kooplieden ontstond. Deze gingen zich kleden als adel. Ze gebruikten kleurrijke, dure stoffen met veel kant. Ouderen hielden echter nog lang vast aan de kleding van de Renaissance, het zwarte regentenkostuum, wat mode was tijdens de Spaanse overheersing.

 

 

 

 

 

vrouw

 

Kenmerkend voor Holland is de ‘vlieger’, een zware mantel voor de vrouw van zwarte stof. Het lijfje is een los kledingstuk dat aan de ‘vlieger’ zit vastgespeld. Het lijfje is versierd met pareltjes en edelstenen. Het haar zit onder een mutsje. Dit bestaat uit een ondermuts en daarboven een siermutsje.

 

 

 

 

 

Man

 

De Hollandse man draagt een knielange pofbroek. Hij draagt een ‘kastoor’ op zijn hoofd. Dit is een hoed van beverhaar. De band van de hoed is van zilver en versierd met edelstenen. Voor mannenkleding zijn er in de 17e eeuw speciaal kleermakers. Voor dames- en kinderkleding kan men terecht bij de wollennaaister.

 

 

 

 

 

2e helft van de 17e eeuw

 

Het Franse hof onder leiding van Lodewijk XIV was heel belangrijk. De renaissance is nu echt overgegaan in het tijdperk van de Barok. Alle kleding werd statig, maar ook zeer indrukwekkend. Alle versieringen waren zwaar en symmetrisch. Men maakte veel gebruik van tegenstellingen in vormen en kleuren. Kleding straalde macht en trots uit, zowel voor mannen als voor vrouwen.

 

 

 

 

 

Man

 

Mannen dragen een grove jas die tot de knieën reikt. Deze jas heeft grote zakken en geweldige grote mouwen. Over de hele jas zijn knoopsgaten aangebracht, toch wordt de jas wordt open gedragen. Onder de jas draagt de man een vest met zakken, die even lang is als de jas.

De broek is meestal onzichtbaar door de lange jas en het vest. Om de hals draagt hij een lange witte shawl. De uiteinden van de shawl vallen over het vest. Later worden de uiteinden van de shawl door de knoopsgaten gestopt. Om groter te lijken dragen de mannen schoenen met hakken. Aan het franse hof zijn de hakken rood gekleurd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lodewijk XIV verloor zijn eigen haar en daarom schafte hij een pruik aan. Dit werd een rage. De pruik moest van golvend haar zijn en werd van voren opgekamd. Pruiken waren wit en bepoederd met krijt of meel. Ze werden steeds indrukwekkender. Gezichten werden wit geschminkt en op de wangen bracht men schoonheidsvlekjes, Tache-de Beauté, aan.

De lippen en wangen werden rood geschminkt. Wenkbrauwen werden als hoge bolle lijnen getekend.
De hoed werd met een punt naar voren gedragen. De punt werd gemaakt door de rand aan 2 kanten op te slaan, zo ontstond de driesteek.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook de kleding van de vrouw wordt deftiger en stijver. De taille wordt ingesnoerd. De rok is weer stijf en kegelvormig, maar is aan de onderkant minder wijd dan in het begin van de 16e eeuw. De diepere kleuren worden veel gebruikt en men draagt vaak fluweel. De japon sluit netjes aan en de hals is diep uitgesneden. Rondom de diep uitgesneden hals is een smal stukje kant.

Het lijfje is versierd met een driehoekig borststuk en halflange mouwen met brede stroken kant.
De rok is van voren gespleten en naar achteren omgeslagen waardoor de voering zichtbaar wordt. Vaak is de kleur van de voering contrasterend met de kleur van de rok. Op de onderrug wordt een versteviging aangebracht. De rok sleept aan de achterkant over de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2e helft 17e eeuw in Nederland

 

Rijke Hollandse burgers kleedden zich volgens de mode, die bepaald werd door het Franse en Engelse hof.

 

 

Man

 

De heer draagt een nonchalant kostuum. Het is gemaakt van soepele stoffen en er worden heel veel linten, strikken, pluimen en kant gebruikt. Dit kostuum wordt het Rhingraven kostuum genoemd. Deze naam is ontstaan, omdat de Rijngraaf Pfaltz het pak introduceerde aan het franse hof.

De linten die het kostuum van de man versieren maakt men in de Nederlandse steden Haarlem en Leiden door middel van lintmolens. Ook  gebruikt men goud en zilverkant in deze periode om kleding te versieren.

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de vrouw is ook in Nederland wat gewaagder en eleganter geworden. De kleding wordt gemaakt van soepele, lichte stoffen zoals zijde en satijn. De mouwen zijn een stuk korter en ze heeft bijna ontblote schouders.

 

 

 

 

 

Rococo

 

In 1715 stierf Lodewijk XIV. Toen Lodewijk XV aan de regering kwam ging het niet goed met het franse hof. Lodwijk XV  interesseerde zich niet voor staatszaken of het volk dat steeds armer werd. Toen hij stierf kon Lodewijk XVI niet veel verbeteren aan de situatie. Het volk kwam in opstand en in 1789 barstte dan ook de franse revolutie uit. De invloed van de adel verminderde.

De kleding ging mee met deze ontwikkelingen. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV was de kleding statig, deftig en fors. Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XV was de kleding vrouwelijk, lichtzinnig en luchtig. Er werd veel zijde in pastelkleuren gedragen. De symmetrie van de versiering verdween. Het tijdperk van de Rococo brak aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18e eeuw : Rococo 1750-1780

 

 

vrouw

 

Frankrijk is toonaangevend voor de vrouwenmode. Het is een vrijere versie van de hofkledij. Het belangrijkste kenmerk van de kleding van de vrouw zijn de brede heupen. Aan de breedte van de heupen is de stand af te lezen waartoe de vrouw behoort. Hoe breder de heupen, hoe hoger de klasse. Het uiterlijk van de vrouw wordt in deze periode steeds extremer. Vooral kapsels trekken de aandacht. Pruiken worden steeds hoger en rijker versierd.

 

 

 

 

 

 

Man

 

Engeland is toonaangevend voor de mannenmode. De mannenmode bestaat nog steeds uit een driedelig pak met een kniebroek.

 

 

 

 

 

 

 

Kindermode

 

Voor de eerste keer ontstaat er aparte mode voor kinderen. Voorheen droegen kinderen dezelfde kleding als volwassenen. Het kind mag zich makkelijker kunnen bewegen. Het meisje hoeft daarom geen korset meer te dragen en de jongens krijgen een lange broek aan. De belangrijkste oorzaak van deze verandering is het werk van Jean-Jacques Rousseau. Hij had vernieuwende ideeën over opvoeding en deze werden doorgevoerd in de kleding.

 

 

 

 

 

          18e eeuw : Franse Revolutie 1789-1800

 

De Franse revolutie begon in 1789 met de bestorming van de Bastille. Tijdens deze bestorming droegen de mannen lange broeken en liepen ze op klompen. Na de Franse Revolutie verdween de standenmaatschappij. De kleding werd hierdoor eenvoudiger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

De man draagt lange broeken, een halsdoek en een lange gestreepte jas. Men wil niet te veel opvallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Ook vrouwen willen niet opvallen. Haar jurk wordt eenvoudig. Borduurwerk, kant en de pruik verdwijnen. De favoriete kleuren zijn de kleuren van de Revolutie; rood, wit en blauw. De productie van kleding wordt simpeler door de machines. Kleding wordt hierdoor goedkoper. Kleding kan op voorraad gemaakt worden, omdat de kleding zo eenvoudig is. Zo ontstaat de eerste confectiekleding.

 

 

 

 

 

 

 

 

       19e eeuw : Kleding tijdens de Empire ( 1800 – 1815 )

 

Na de Franse Revolutie kwam in Frankrijk Napoléon Bonaparte aan de macht. Deze legerbevelhebber veroverde delen van Italië en werd na een periode als consul door de senaat tot “Keizer der Fransen” uitgeroepen. Napoléon vergeleek zijn macht met die van de Romeinse keizers. Napoleon bracht zijn keizerlijke macht in beeld door symbolen van Romeinse keizers te imiteren, zoals adelaars en lauwerkransen. Er was sprake van een Klassieke opleving.

Deze Klassieke opleving zette zich ook door in de mode. Voor de dames werd nu het ideaal om gekleed te gaan als een Griekse of Romeinse dame uit de Oudheid.
De Franse dames probeerden dit na te volgen door zo min mogelijk ondergoed onder dunne soepele bovenkleding te dragen. Dat betekende geen korset of onderrok. Dit imiteren van de mode uit de oudheid werd wel de ”naakte mode” genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

Zij dragen een eenvoudige vormloze japon met korte mouwtjes. De taille zit hoog, net onder de borsten. Vlak onder de buste en aan de wijd uitgesneden hals wordt de jurk met een bandje ingerimpeld. Dit doet denken aan de tunica die met een koord om het middel werd vastgebonden. Er worden doorzichtige stoffen gebruikt, zoals mousseline en tule.

Als de schaarsgeklede dames dan toch naar buiten gaan, dragen zij zoals de Romeinen, enorme rechthoekige shawls, ook wel stola’s genoemd. Geliefd zijn de kostbare kashmirsjaals, teken van een modieus statussymbool. Aan de voeten draagt men lichte zijden schoentjes zonder hak die zo laag waren uitgesneden dat zij met banden tegen het uitslippen moesten worden beschermd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Man

 

Ook de mannen krijgen hun eigen mode. Voor de herenkleding kijkt men naar Engeland. De man draagt een strakke kniebroek, een jas met lange achterpanden en een halsdoek, die losjes om het opstaande boord wordt geknoopt.

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De dameskapsels uit deze tijd lijken veel op die van de Grieken en Romeinse dames. Vaak worden diademen gedragen. Evenals armbanden en oorsieraden zijn deze vaak versierd met cameeën, stenen waarin een antiek vrouwenkopje is uitgesneden.

 

 

 

 

 

  De 19e eeuw

 

Door de Franse revolutie kwam er een einde aan de overdadige versieringen van de kleding. In de tijd van Napoleon droeg men de zogenaamde ‘empirekleding’, maar ook daarna kwamen er weer grote veranderingen. De kleding van de vrouw veranderde helemaal. Jurken werden van dikker materiaal gemaakt en sloten hoger aan. Ook werd de rok weer wijder.

Na 1850 werden de rokken zelfs heel wijd. De onderrokken werden in die tijd verstevigd door paardenhaar. Natuurlijk was deze kleding erg onhandig en de ‘tournure’ deed zijn intrede. Dit was een rok, die alleen extra ruimte had aan de achterkant. Dit benadrukte het achterwerk van de vrouwen. Een erg belangrijk feit in de 19e eeuw is de opening van het eerste Haute-couture huis in 1858 in Parijs. Dit werd gedaan door modeontwerper Charles Frederick Worth.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Romantiek (1830-1860)

 

Vanaf de 19e eeuw begon de mode pas echt een rol te spelen binnen de kledingdracht. De periode van de Romantiek was daar een goed voorbeeld van. Door de industrialisatie ontstond werkloosheid. Er kwamen grote verschillen tussen arm en rijk. Niet langer bepaalde het hof het modebeeld, maar de burgers die rijk werden door de industrie.

 

 

vrouw

 

De romantiek staat voor heimwee naar het verleden. De modebewuste vrouw draagt in de Romantiek een zeer wijde rok en een grote luifelhoed. Bovendien wensen de vrouwen afhangende schouders  en een zeer smalle taille. Tegelijkertijd protesteren vrouwen tegen hun ongemakkelijke kleding. Daarom gebruikt men katoen, wol, zijde, tafzijde en batist.

Deze stoffen zijn een stuk beter te verwerken en veel lichter en soepeler dan de eerdere stoffen. Ook in de kleuren en patroon komt een verandering. Men gebruikt  pasteltinten en smalle strepen of kleine bloemetjes. Na 1850 wordt de crinoline populair, in de volksmond hoepelrok genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

man

 

Voor de man doet het pak zijn intrede. Dit tijdloze kledingstuk, een effen jasje en broek met vest, zou 150 jaar lang hetzelfde gedragen worden. Vaak heeft het vestje felgekleurde ruiten. Er was grote ophef toen George Sand, een Franse schrijfster, voor het eerst in het openbaar een lange broek droeg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fin-de-siècle

 

Aan het eind van de 19e eeuw hadden vrouwen het zwaar. De queque was in waardoor haar kont uitstak. Om een zeer smalle taille te krijgen werd het korset gedragen.  Het gevolg was dat vrouwen ademhalingsproblemen kregen en af en toe flauw vielen. Soms kwam het voor dat de ribbenkast vervormde of dat vitale organen verschoven werden.

De man droeg het driedelige pak. Typisch in deze tijd was  dat het modebeeld opnieuw bepaald werd door het hof. Hierbij speelde koningin Victoria van Groot-Brittannië een belangrijke rol. Haar kleding werd geïmiteerd wat door de komst van de naaimachine mogelijk werd. Bovendien konden mensen zich volgens de laatste mode kleden door de verkoop van kleding in warenhuizen.

Mode werd zo in een korte tijd toegankelijker voor een grote groep mensen. De vrouwen van hogere sociale standen wilden zich blijven onderscheiden. Zij gingen naar een haute-couturehuis. Hier kozen zij ontworpen kleding uit waarna de kleding op maat gemaakt werd.

 

 

man en vrouw

 

 

vrouw

 

 

vrouw

 

 

 

vrouw

 

 

 

man

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

.

.

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

.

Accessoires vrouwen in de late Middeleeuwen (1000-1490)

.

 

Accessoires van de vrouwen zijn een nog belangrijker aspect in de kledingstijl dan bij de mannen. Deze accessoires geven nadruk op de vrouwelijke vormen. Tegenwoordig word er gebruikt gemaakt van oorbellen, armbanden, kettingen, riemen etc. en in de middeleeuwen hadden ze daar hele ander ideeën over. De haren van een vrouw uit de middeleeuwen zegt veel over uit welke eeuw van de middeleeuwen zij komt.

 

 

.

 

Accessoires vrouwen 1000-1200

.

De mantel had dezelfde vorm als die van de man. Dit was een losse cape in de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Bij de adellijke vrouwen werd deze mantel vastgezet op één of twee schouders met een sierspeld. De mantel werd ook bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Bij de burgerlijke vrouwen werd deze mantel vastgezet met steekjes en deze had een capuchon.

Het haar van de vrouwen was geheel anders dan dat van de man. Getrouwde vrouwen droegen een hoofddoek of een stuk van hun mantel over hun hoofd heen. Vrouwen die niet waren getrouwd droegen hun haren in vlechten. De accessoires van de vrouw bestonden uit een gordel met juwelen of metalen plaatjes.

Ze hadden een haarband om hun hoofd heen afgezet met juwelen of metalen plaatjes, sierspelden, een gordeltasje voor aalmoezen en grote oorhangers. De schoenen van de adellijke vrouwen waren van leer of van zijde en waren met gouddraad versierd. De burgerlijke vrouwen liepen op blote voeten of op houten zolen met riemen, ook wel patins genoemd.

 

.

1200.

.

 

 

Accessoires vrouwen 1200-1350

.

De mantel van de vrouw bestaat uit een cape, dat met een kettinkje bij elkaar word gehouden. Vaak worden deze capes ook vastgespeld met sierspelden, maar dat is afhankelijk van de stand van de vrouw. Adellijke vrouwen hadden kettinkjes en sierspelden en burgerlijke vrouwen hadden de cape met steekjes op de schouder vast gezet.

Alle vrouwen droegen in deze tijd iets op het hoofd. Los haar werd namelijk beschouwd als verleidelijk. Koninginnen, jonge adellijke vrouwen en ongetrouwde vrouwen werden meestal afgebeeld zonder iets op het hoofd. Hun haar werd gevlochten en bijeengehouden door een crespine, dat is een soort haarnet.
De hoeden die de vrouwen droegen heet een kaproen.

Dit is een openstaande haarband met siersteken en juwelen (voor de adellijke vrouwen) erop. Bij de kaproen waren meestal twee torentjes van het haar zichtbaar. Oudere vrouwen droegen het meestal met een sluier. Later kwam er hoofdbedekking voor nonnen. De schoenen van de vrouwen waren plat en puntvormig.

 

.

1300

.

.

 

Accessoires vrouwen 1350-1400

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen in deze tijd bestond uit opgerolde vlechten in een soort van kokertjes. Deze kokertjes hadden een vorm van zuilen en zaten in de buurt van de slapen. Dit werd ook wel templettes genoemd. Vaak droegen de vrouwen deze templettes met hoofdband en sluier.

De sluier werd voornamelijk gebruikt door oudere vrouwen. Veel gebruikte accessoires in deze tijd door de vrouwen waren; een gordel met daaraan edelstenen en een dolkje. De handschoenen werden nog steeds gedragen en vaak werden er ringen overheen gedragen. Verder werden er veel sierspelden en knopen gebruikt. De schoenen waren in deze tijd eigenlijk overbodig, net als kousen. De jurken waren zodanig lang dat je de schoenen of de kousen niet eens zag zitten.

 

.

1350

.

 

 

Accessoires vrouwen 1400-1440

.

De mantel van de vrouw was in deze tijd hetzelfde als die van eeuw daarvoor. Het bestond namelijk uit een cape, dat bijeen werd gehouden door een kettinkje of sierspelden. Het haar van de vrouwen werd gevlochten in twee horentjes boven de oren vastgezet met metaaldraad. Dit leek een beetje op duivelsoren. Het schoonheidsbeeld was een dik en glad gezicht, daarom werd er wel eens een stukje van de haargrens weggeschoren.

De hoed was hetzelfde als de haren, namelijk breed. De adellijken hadden deze hoeden uitgebreid. De boeren vrouwen droegen deze hoeden met een sluier. Veel gebruikte accessoires door vrouwen uit deze tijd waren; een gordel om de taille, sierspelden, broches, beurs, ringen en handschoenen. Een nieuw soort accessoire in deze tijd voor de vrouwen was een gouden halsketen met parels.

 

 

1450

.

 

 

Accessoires vrouwen 1440-1490

.

De mantel van de vrouwen uit deze tijd bestond uit een cape vastgezet met sierspelden. Er bestonden waarschijnlijk in deze tijd ook al jassen met mouwen. De randen van de mantel en de jassen werden bij de adellijke vrouwen afgezet met bont. Het haar van de vrouwen in deze tijd was weggeschoren bij de haargrens en bij de wenkbrauwen. Bij vrouwen die nog niet getrouwd waren was het haar zichtbaar. Het schoonheidsbeeld was nog steeds een dik en glad gezicht.

De hoeden van de vrouwen tot 1470 heetten atouren. Dit was een punthoed of kap met een sluier. Op het voorhoofd zat een lusje, dit was waarschijnlijk een stukje metaaldraad van de hoed, waar het op rustte.
Veel gebruikte accessoires in deze tijd waren; veel ringen, handschoenen, halsketens, dunne kettingen tot aan de buste en gouden broches met parels. De schoenen waren nog steeds plat en puntvormig.

 

.

1550

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 2 : van de middeleeuwen tot de 16e eeuw

Standaard

 categorie : mode en kledij    

 

   

Kleding in de Middeleeuwen

 

Iedereen heeft wel een bepaald beeld over de kleding en mode uit de Middeleeuwen met zijn lange jurken en dure opzichtige stoffen. In werkelijkheid was er maar een beperkte groep van de bevolking, die zich dit soort kleding kon permitteren. Het gewone volk moest improviseren om zichzelf te kunnen kleden en hun kleding bestond dan ook vaak uit enkele lappen.

 

Toch bestond er in de hogere sociale lagen van de samenleving een modebeeld. In het begin van de middeleeuwen, rond de 11e en 12e eeuw, leek de kleding nog erg op die van de Romeinse tijd. Er werd gebruik gemaakt van grof en eenvoudig materiaal, maar door de groeiende handel met het Oosten ontstonden er nieuwe technieken en patronen om in de kleding te verwerken. Er werden weefsels gemaakt met Chinese patronen en de stoffen werden lichter van kleur en ingeweven met gouddraad.

 

 

.

De kleding tussen 900 -1200

.

Dit is de tijd in de Middeleeuwen die we kennen van de ridders, kerken, jonkvrouwen en kastelen. De kleding van zowel de mannen als de vrouwen was wijd en viel in plooien tot op de grond. In de hogere sociale standen werden cotte, bliaud en een cape in felle kleuren gedragen. Waarschijnlijk was de kleding van het gewone volk korter en minder wijd, omdat zij moesten werken. Zij droegen hun kleding af totdat het versleten was. In deze periode werd er veel gebruik gemaakt van materialen als wol,linnen en bont.

Zijde, katoen en fluweel droegen de hogere klassen omdat deze materialen erg kostbaar waren omdat ze uit het Verre Oosten moesten worden gehaald. In de loop van de Middeleeuwen kwamen er door kruistochten contacten tussen Europa en het Oosten, waardoor deze stoffen makkelijker verkrijgbaar waren. Over de kleding van het gewone volk en de rijke mensen hebben wij, via afbeeldingen op schilderijen, een goed idee over het uitzicht. Een korte beschrijving van de kleding in de hogere sociale lagen.

 

 

De kleding van de vrouw

 

Cotte

 

Dit is een onderkleed tot op de grond

 

.

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

Dit is een overkleed met wijde mouwen en soms met lange stroken. Deze waren vaak voor het gemak opgeknoopt. De kleding was lang in die tijd en dus sleepte de Bliaud over de grond. Het accent lag op de boezem en de taille, doordat het deel rond het middel gesmokt was.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De Middeleeuwse vrouwen droegen een soort schoenen. Deze worden trippen genoemd. Trippen bestonden uit houten zolen met leren of zijden riemen. Soms waren deze versierd met gouddraad.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De haardracht gaf informatie over de burgerlijke staat van de vrouw. Getrouwde vrouwen droegen een sluier of een haarband. Als versiering konden hier juwelen op verwerkt zijn. Ongetrouwde vrouwen vlochten hun haar met of zonder linten.

 

 

MIddeleeuwen

 

 

 

 

Kleding van de man

 

 

Cotte

 

Dit kledingstuk was vrijwel hetzelfde als bij de vrouwen. Het enige verschil is dat de cotte van een man tot aan de enkels kwam.

 

 

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Braies

 

Dit is een lap, die tussen de benen door werd geslagen. Hij werd omhooggehouden door een gordel. Braies diende als onderbroek.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

De bliaud van de man had veel plooien en sleept niet over de grond. Er is dus een verschil met de bliaud van de vrouw. Ook droeg de man dit kledingstuk anders. Hij draagt de bliaud zo, dat hij door de gordel opgetrokken wordt, waardoor een groot deel van de cotte te zien is.

 

 

 

 

 

cape

 

Een Middeleeuwse man droeg een cape. Deze had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Een cape was een simpel kledingstuk, dat met een sierspeld op de schouder werd vastgezet. Vaak had de cape felle kleuren.

 

 

 

Schoeisel

 

Als schoenen droegen de mannen estivaux. Dit zijn korte leren laarsjes of perkamenten schoenen.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

Het haar van de man werd halflang gedragen en vaak hadden de mannen een baard en/of snor.

.

.

.

Accessoires

 

Ook de mannen kenden accessoires. Zij droegen een gordel, net zoals de vrouwen, en een kaproen. Dit is een hoofddeksel, dat gedragen werd door het gewone volk.

 

 

 

 

 

 

De kleding tussen 1400-1440

.

Toen de Middeleeuwen ten einde liepen was er een duidelijke ontwikkeling te zien in de kleding en het modebeeld. Dit had ook te maken met het schoonheidsideaal van die tijd, dat erg bepaald werd door de opvallende kleding van de hertogen van Bourgondië. De vrouwen leken altijd zwanger te zijn, want dikke buiken en een hoge taille waren in.

Mannen moesten er stoer en breed uitzien, daarom droegen zij wijde gewaden met extra lange mouwen. Het schoeisel werden tootschoenen. Dit waren schoenen met lange punten die vrijwel alleen gedragen werden in de hogere kringen. In deze tijd werd nog veel gebruik gemaakt van de materialen wol en linnen. Men begon ook steeds zwaardere en duurdere stoffen te gebruiken zoals brokaat, gouddraad en zijde.

Gouddraad en zijde waren al bekend, maar ze waren erg kostbaar. In deze periode begon men  stoffen uit Italië in te voeren, wat er voor zorgde dat ze beter betaalbaar werden. Men ontdekte in deze tijd de printen en versieringen op de stof. De stoffen werden bedrukt door houten blokken, waarin kleine motieven gesneden waren, zoals bloemen. De belangrijkste kleuren waren groen, rood en blauw.

.

 

 

Kleding van de vrouw

 

.

Houppelande

 

Een houppelande is een lang overkleed met wijde mouwen afgezet met bont. Een houppelande is wijduitlopend. Door de hoge taille lijkt het of de vrouw zwanger is. Bij de mouwen is de cotte te zien.

 

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

Tootschoenen van stof of leer. Buiten werden ter bescherming trippen gedragen.

 

 

Haardracht

 

Het haar werd in deze periode nog steeds ingevlochten en werden als ‘torentjes’ boven de oren gedragen. Deze torentjes werden verstevigd met metaaldraad. Een vrouw had de gewoonte de haargrens en wenkbrauwen weg te scheren.

 

 

Accessoires

 

De rijkere middeleeuwse vrouwen droegen een atour. Dit is een hoge punthoed met een sluier. Verder waren handschoenen en veel sieraden gebruikelijk zoals ringen, broches en kettingen.

 

 

.

 

 

 

Kleding van de man

 

Houppelande

 

Deze droeg de man tot op de knieën. Doordat het schoonheidsideaal voor een man ‘stoer en breed’ was, was de houppelande zeer wijd. De mouwen waren ook wijd en lang. Om de taille werd een gordel gedragen.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De schoenen waren gelijk aan die van de vrouw.

 

 

Haardracht

 

De Middeleeuwse mannen hadden een typisch opgeschoren kapsel, de pagekapsel . Oudere mannen hadden vaak lang haar en een baard.

 

 

Accessoires

 

Naast juwelen en de gordel hadden mannen ook nog andere accessoires. De kaproen, maar deze werd anders gedragen dan in het begin van de Middeleeuwen. De kaproen had in deze periode een gezichtsopening op het hoofd. Ook hadden de mannen een misericorde. Dit was een kleine dolk, die aan de riem of met een koord aan de hals werd gedragen. De onderkleding uit deze periode was vrijwel gelijk gebleven aan die van het begin van de Middeleeuwen. Soms was de bevestiging iets anders, maar de kledingstukken waren hetzelfde.

 

 

.

Renaissance

.

Rond 1500 begint een nieuw tijdperk dat de Renaissance wordt genoemd. Renaissance is het Franse woord voor wedergeboorte.In Italië wordt de Klassieke Oudheid herontdekt. Mensen bestuderen nauwkeurig de overblijfselen uit de Romeinse tijd. De kennis verspreidt zich iets later snel over Europa. Naast de kerk ontstaat er aandacht voor de mens en het leven op aarde. Het humanisme ontstaat. Mensen denken meer aan zichzelf en vinden het leven op aarde belangrijk.

Ze worden zelfbewuster en gaan genieten van het leven. Omdat de mensen meer aandacht aan hun uiterlijk besteden wordt de kleding opvallender. Er ontstond een scheuring in de Rooms-katholieke- en protestantse kerk onder invloed van Maarten Luther. De reformatie is tegen rijkdom en uitbundigheid. Kleding moet daarom netjes en onopvallend zijn. De calvinisten in Nederland dragen daarom eenvoudige kleding.

 

 

 

Kleding in de 1e helft van de 16e eeuw

.

De mens van de renaissance was de nauwe, strakke kleding van de middeleeuwen zat. Mensen wilde zich vrijer kunnen bewegen in hun kleding. Ze knipten de kleding open en maakten ze wijder. Dit was voor het eerst zichtbaar bij de Zwitserse en Duitse soldaten rond 1500 die hun mouwen doorknipten. Hiermee begint de spletenmode die de gehele 16e eeuw duurde.

Alle onderdelen zoals mouwen, broekspijpen, hoeden en schoenen werden van spleten voorzien. Bij rijken werden deze weer vastgemaakt met sieraden. Landsknechten droegen een broek die zo erg gespleten was dat hij vaak uit banden bestond. De onderbroek was tussen de spleten door zichtbaar. Deze broek werd ‘Plunderhose’ genoemd. Zij gingen nog verder met de spletenmode.

Ze knipten namelijk de rand van hun baretvormige hoed in. Ook versierde ze de hoed met een wilde bos struisveren. Vooral in Duitsland vond deze “landsknechtenmode”navolging. De mode werd bepaald door de rijke kooplieden. De kleding werd aangepast aan het volk waadoor in ieder land de kleding een beetje verschilde. In Nederland was de kleding bijvoorbeeld eenvoudiger dan in andere landen.

Duitsland maakte in de eerste helft van de 16e eeuw een bloeiperiode door. Rijk geworden burgers bepaalde hierdoor de mode in Duitsland. Deze burgerlijke mode was behoorlijk lomp. In Frankrijk was de kleding fijn, kleurrijk en smaakvol. In Spanje was de kleding stijf, somber en vooral zedig. De kleding in de Renaissance was opzichtig en pronkerig. Er werden veel kleuren gebruikt, waardoor de kleding opviel. Veel gebruikte stoffen waren fluweel, damast, zijde en brokaat. Sieraden zoals gouden kettingen en ringen werden zowel door vrouwen als door mannen gedragen.

.

 

 

Kleding van de Vrouw

 

.
Vrouwen droegen ijzeren korsetten. Hierdoor was het bovenstuk van de jurk erg strak. Rokken waren juist heel wijd en werden gesteund door hoepels. De hoepels werden gemaakt van wilgeroeden. De rokken werden ‘verdugado’genoemd. De wijde rok had geen sleep meer. De kegelvormige rok is van voren opengespleten, zodat een driehoek van de onderrok te zien is. De mouwen plooien.

Het decolleté van de jurk van de vrouwen was vierkant. Door een korset werden de borsten platgedrukt. Vaak werd een mooi borstsieraad gedragen en een gordel. De hoofdbedekking bestaat uit een laag kapje, waardoor een gedeelte van het haar zichtbaar was. In Nederland droegen de vrouwen vaak een molensteenkraag. Deze kraag was heel mooi geplooid.

 

 

 

 

 

Kleding van de man

 

Voor de man waren er in de Renaissance twee verschillende soorten kleding. In Engeland en Duitsland was de mannenkleding erg breed, bijna vierkant. De brede jassen waren vaak gevoerd met bond. In de mouwen zaten spleten, waardoor de voering zichtbaar was. De jassen hebben een grote kraag en reiken tot de knieën. De jas wordt ook wel ‘Schaube”genoemd. In Spanje droegen mannen korte ballonbroekjes met spleten. Onder deze broeken droegen ze strakke kousen.

Hierbij werd meestal een stijve molensteenkraag gedragen met een korte cape. De mannen droegen een baret met veren. Om het bovenlichaam draagt de man een buis met lange mouwen. Deze mouwen zijn ook versierd met spleten. Ook de schoenen veranderden. In plaats van snavelschoenen komen er nu plompe koeienmuilen. De man draagt een braguette, een verstevigd kruisstuk. Door het breder worden van de kleding lijken de mensen kort en breed.

 

 

 

 

 

Hygiëne

 

In de Renaissance wordt hygiëne steeds belangrijker. De mensen wassen zich niet vaak, maar proberen nare luchtjes te voorkomen. Dit doen ze door kruiden mee te dragen in een pommander, een soort zakje. Ook droegen de mensen een vlooienbandje over hun schouders. Alle vlooien kwamen op het stukje bond af, waardoor de rest van de kleding en de persoon zelf schoon bleven.

 

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 1: van de oertijd tot de Romeinen

Standaard

categorie : mode en kledij

 

Het is niet helemaal duidelijk wanneer de kleding zijn intrede doet. Er zijn wetenschappers die denken dat het zo’n 500.000 jaar geleden al moet zijn geweest, maar recent onderzoek beweert dat kleding veel jonger is. Zo’n 170.000 jaar geleden zou de mens pas behoefte hebben gekregen aan kleding. De onderzoekers baseren die conclusie op de geschiedenis van de luis. Het dier ontwikkelde zich zo’n 170.000 jaar geleden van hoofdluis tot een luis die ook op kleding kon overleven. Kou was waarschijnlijk de reden dat de mens zich ging kleden en de luis de carrièreswitch kon maken.

 

 

 

De oertijd

 

In het allereerste begin droegen de mensen geen kleding. Ze liepen eerst op handen en voeten en waren vrij zwaar behaard. Kleding hadden ze niet nodig. Het leven bestond er vooral in om te overleven. De hele dag waren ze op zoek naar voedsel. De oermens dacht enkel aan zichzelf en overleven. Naarmate het klimaat kouder werd, stelden ze vast dat de vacht van de dieren waarop ze joegen, dichter werd. Hun beharing volstond op een bepaald moment niet meer en daarom gingen ze vacht van gedode beesten gebruiken om rond zich te hangen. Stilaan ontstonden er alzo kleding stukken om zich te verwarmen.

 

 

 

 

 

Decoratief

 

Wanneer de mens kleding voor het eerst als louter decoratie ging zien, is onduidelijk. Vaststaat dat de mens de noodzakelijke kleding wel graag aan de eigen wensen aanpaste. Archeologen hebben geverfde vezels gevonden die zo’n 36.000 jaar oud zijn. Door de jaren heen werd de mens ook steeds creatiever in het gebruik van grondstoffen. Bestonden de eerste gewaden nog vooral uit dierenhuid en dierenvellen, later werd ook vlas, wol en leer geïntroduceerd en soms zelfs gecombineerd. Ondertussen is kleding niet meer weg te denken uit de (moderne) geschiedenis.

 

.

 

 

De Egyptenaren

 

Het Oude Egypte was een beschaving die in de vallei van de Nijl ontstond rond 3000 v. Chr. De beschaving ging ten onder na de verovering van Egypte door Alexander de Grote in 332 voor Christus. De essentiële factor in het overleven van beschaving was de irrigatie van het landbouwgebied rond de Nijl. Het rijk kwam tot bloei en bleef jarenlang stabiel dankzij dit water dat ervoor zorgde dat het land veel opbracht.

De Egyptenaren waren hierdoor erg gericht op de jaarlijkse terugkeer van de droogte en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. De samenleving van de Egyptenaren was erg gestructureerd. De Egyptenaren waren op allerlei gebieden enorm vooruitstrevend voor hun tijd. Zo werd Egypte geregeerd door farao’s die door ambtenaren werden bijgestaan. Deze ambtenaren inden de belastingen en spraken recht.

De Egyptenaren hadden veel goden en geloofden dat zij na hun dood in een andere wereld verder leefden. Daarom lieten de farao’s graven bouwen waarvan de enorme piramiden het bekendst zijn. Als de farao stierf werd zijn lichaam gebalsemd en in stroken katoen of rameh gewikkeld.

Dit gebeurde omdat men geloofde dat het lichaam na de dood als woonplaats voor de ziel bewaard moest blijven.
Ook op het gebied van wetenschap waren de Egyptenaren de rest van de wereld al een stap voor. De Egyptenaren hun kleding was erg kenmerkend door hun opvallende vorm.

Omdat het Egyptische rijk zo lang heeft bestaan, verdelen wij de geschiedenis in drie perioden:
-het Oude Rijk: vanaf 2700 v. Chr.
-het Middenrijk: vanaf 2000 v. Chr.
-het Nieuwe Rijk: vanaf 1400 v. Chr.

 

.

.

 

Het Oude Rijk

 

De Egyptenaren droegen vanwege de warmte niet veel kleding. De mannen droegen alleen een soort heupschort, de slaven gingen zelfs vaak naakt. De vrouwen droegen kokervormige jurken van de oksels tot de enkels, soms versierd met geplooide stroken. Over deze jurken werd soms een soort poncho gedragen, de kalasiris. Dit was een hemdvormig, nauw kledingstuk.

Deze kon korte mouwtjes hebben of mouwloos zijn, maar had ook vaak alleen maar twee draagbanden die tussen de borsten door liepen en voor in het midden bij elkaar kwamen. Op deze manier had de vrouw haar armen vrij tijdens het werk. De kleding was vaak gemaakt van katoen, linnen of rameh.

 

 

 

 

 

.

Het Midden- en het Nieuwe Rijk

 

In het Midden- en in het Nieuwe Rijk werd er meer kleding gedragen, vooral meer wikkelkleding. De weefsels, die al bijzonder fijn waren, werden nu ook nog geplisseerd. De rijkere mensen droegen soms sandalen. Deze waren gemaakt van gevlochten bladeren van de papyrusplant, die in de Nijl groeide. De mensen uit de hogere stand droegen halskragen die vaak met goud en met edelstenen waren versierd. Mooie sieraden als armbanden, ringen, enkelbanden en halssieraden werden door zowel de mannen als de vrouwen gedragen.

 

 

 

 

 

De Farao

 

  • De koningen beschouwden zichzelf ook als goden op aarde en daarom zorgden zij voor een zorgvuldige reinheid. Haar werd als onrein beschouwd en afgeschoren, daarom droegen de farao’s pruiken. Deze pruiken werden gemaakt van mensenhaar, vlas of palmvezels. Ze werden met bijenwas vastgeplakt. Als teken van koningschap droeg de farao een valse baard. De farao droeg een dubbele kroon. Enerzijds droeg hij de kroon van beneden-Egypte, wat leek op een rode haarbandkroon. Anderzijds droeg hij de kroon van boven-Egypte, wat leek op een een vierkant gevouwen hoofddoek. Zo werd de samenvoeging van beide gebieden gesymboliseerd.

 

  • De vrouw van de farao, die evenals de farao kaalgeschoren was, droeg een pruik met geborduurde haarbanden versierd met lotusbloemen. Zij droeg bovenop haar hoofd een parfumketeltje van was. Deze smolt langzaam en verspreidde zo een aangename geur.
  • De ogen waren omrand met kohl. Een ander make-up artikel was henna. Hiermee werden de lippen en de nagels gekleurd.

 

  • De farao droeg over de heupschort aan de voorkant een met koningssymbolen versierd driehoekig onderscheidingsteken. Hier overheen droeg hij een hemdvormig gewaad.
  • De koningin droeg een lange kalasiris met een gordel die twee keer om het lichaam werd gewikkeld. Het kleed werd van voren vastgeknoopt, de uiteinden hingen tot bijna op de grond. Ook droeg zij de zogenaamde ‘koninginnekap’. Deze had de vorm van een valk met de vleugels naar beneden geklapt (deze bedekten de oren van de vorstin) en de kop naar voren. Ook de farao en zijn vrouw droegen met edelstenen versierde halskragen.

 

  • De koninklijke familie en andere rijke personen hadden vaak de voorkeur voor fijn, sluierachtig linnen om schoon en koel te blijven en zich prettig te voelen. Dit heeft ook te maken met de waarde die men hechtte aan de reinheid van het lichaam. Deze halfdoorschijnende stof werd ook wel ‘koningslinnen’ genoemd.

 

 

 

 

 

De Grieken

 

Vanuit Egypte nemen we een grote stap richting Griekenland. Rond 800 voor Christus ontstond in Griekenland de eerste grote Europese beschaving. Deze werd gevormd uit de Griekse stadstaten zoals Athene, Sparta en Milete. Het Grieks gebied rondom de Ionische Zee noemden de Grieken Hellas. De oude Grieken hebben de wiskunde en het Alfabet ontwikkeld en indrukwekkende (tempels) bouwwerken, zoals het Parthenon opgericht.

De kleding die beelden uit het oude Griekenland vaak droegen lijken op het eerste gezicht wat rommelig. Het zijn meestal wijde gewaden met veel plooien die overvloedig gedrapeerd zijn. De Griekse kleding bestond ook uit wikkelkleding of draperiekleding.

Al deze gewaden bestaan uit een rechthoekige lap stof die op een bepaalde manier omgeslagen en vastgespeld wordt. Het verschil tussen een doorsnee en bijzonder statig kledingstuk wordt vooral gevormd door de manier van dragen  en door de kwaliteit en versiering van de stof.
Er zijn een aantal soorten gewaden te onderscheiden:

 

.

 

De peplos

 

De peplos is de typische kledij van vrouwen in het antieke Hellas. Het werd gemaakt van een wollen rechthoekige lap met een afmeting van circa twee bij drie meter. De bovenzijde van de lap werd omgeslagen. Deze omslag werd apotygma genoemd. De lap werd vervolgens tot een koker gevormd, waarbij de zijnaad dichtgenaaid kon worden of open kon blijven. Het gewaad werd op de schouders met kledingspelden (ook wel fibula genoemd) vastgespeld en rond het middel bond de drager een koord of ceintuur. De kledingspelden waren vaak van brons.

 

 

 

 

 

 

De chiton

 

De chiton is een kledingstuk dat oorspronkelijk voor mannen bestemd was, maar later ook door vrouwen werd gedragen. De chiton werd evenals de peplos gevormd uit een grote rechthoekige lap. Er waren twee soorten chiton, de Dorische en een Ionische chiton. De Dorische chiton was van wol, terwijl de Ionische chiton van linnen was. Deze was fijner en duurder.

Ook de chiton werd tot een soort koker gevormd. Alleen werd de omslag achterwege gelaten. De zijnaden werden van boven tot beneden gesloten. Op de schoudernaad werden knoopjes gezet, waarbij drie openingen werden uitgespaard voor het hoofd en de beide armen. Het kledingstuk kom met een ceintuur omgord worden. De stof kon over de ceintuur heen getrokken worden, zodat een sterke overbloezing (Grieks: kolpos) ontstond.

De chiton kon zeer wijd zijn wat ervoor zorgde dat hij in duizenden prachtige plooitjes rond het lichaam viel. De chiton van de man was meestal minder wijd omdat die meer bewegingsvrijheid gaf. Bij speciale gelegenheden en door oudere mannen werd de lange chiton gedragen. De chilton is iets luxer uitgevoerd dan de exomis.

 

 

 

 

 

De himation

 

Over de peplos en de chiton heen, kon door mannen en vrouwen een mantel, de himation, worden gedragen. Ook dit was een rechthoekige lap, die op zeer veel verschillende manieren om het lichaam gedrapeerd kon worden, al dan niet vastgespeld op de schouder. Soms kon ook het hoofd met de himation worden bedekt.

 

 

 

 

 

 

De clamys

 

De clamys was een ander kledingstuk voor mannen. Dat was een lap die de linkerschouder en linkerarm bedekte en die op de rechterschouder werd vastgemaakt.

 

 

 

 

 

 

De exomis

 

De meeste eenvoudige mannen droegen een exomis. De exomis zit alleen om de linkerschouder vast.

 

 

 

 

 

Schoenen

 

Op bedelaars en enige filosofen na liep iedereen uit het oude Griekenland op schoenen. Meestal waren dit sandalen (sandaloi). Deze waren gemaakt van een flexibele zool met leren riempjes om de voet. Voor de lange afstand waren er ook echte schoenen, die helemaal dicht zijn.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

Mannen hadden lang haar, omdat het in de mode was. Zo konden ze zich onderscheiden van slaven, die kortgeknipt haar moesten hebben. Later gaan ook de normale mannen kort haar dragen. Meestal vinden de vrouwen hun eigen haar niet mooi genoeg. Daarom dragen de chique dames vaak een pruik of een kunstig kapsel. Ze hadden hun haar vaak opgestoken met een paar vlechtjes of een soort clip.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoeden

 

Vrouwen droegen om het hoofd een hoofddoek. Mannen hebben vaak een hoge, naar boven spits oplopende muts op, de pilos. Mannen die op reis gingen droegen vaak een ‘petasos’; een strooien hoed met een brede rand en een band om de kin.

 

 

 

De Romeinen

 

Rond 754 voor Christus is, volgens de legende, door Romulus en Remus de stad Rome gesticht. Deze stad zou al snel uitgroeien tot het centrum van een machtig rijk. Vanaf 510 voor Christus werd Rome een republiek. In de hierop volgende eeuwen veroverden de Romeinen heel Italië. Later moest ook een groot deel van Europa buigen voor de macht van Rome. Het Romeinse Rijk zou in de geschiedenis het grootste rijk in Europa worden.

Typerend voor het Romeinse Rijk was de politiek. De Volksvergadering waarin alle burgers stemrecht hadden maakte de wetten en benoemde de hoge ambtenaren (magistraten). De Senaat, waarin alleen oud-magistraten zaten, hield zich vooral bezig met buitenlandse zaken. Om te voorkomen dat ze teveel macht zouden krijgen benoemden de Romeinen hun magistraten maar voor één jaar. De laagste waren de aedielen.

Daarop volgden de quaestoren, de praetoren en twee consuls . De censor, de hoogste ambtenaar, hield toezicht op het gedrag van de Romeinse burgers. In tijden van nood kon voor zes maanden een dictator worden benoemd. Hij had alle  macht. Ook in ons land kwamen de Romeinen tot aan de grote rivieren. Zij brachten hun beschaving mee naar het noordenen dus ook de typische Romeinse kledij.

 

 

 

De tunica

 

De Tunica was een lang en mouwloos kledingstuk van linnen of katoen dat rond het middel met een gordel was vastgesnoerd. Het is te vergelijken met een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Dit hemd werd met een riem een beetje opgebonden.

De tunica werd door de proletariërs, winkeliers en bouwvakkers gedragen, omdat je je in dit kledingstuk goed kon bewegen. Het eenvoudige volk, dat altijd een Tunica droeg, werd tunicati genoemd.

 

 

 

 

 

 

De toga

 

Een toga is een witte, wollen lap stof van ongeveer 20 m2. Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd. Het omslaan van dit kleed was  zó ingewikkeld, dat veel rijkelui voor dit karwei een aparte slaaf hadden. De toga was een standenkleed. Aan de manier waarop de toga gedragen werd, kon je zien wat voor rang en stand de drager had.

Het was ook erg ingewikkeld om te dragen. In het dagelijkse leven was dit kledingsstuk niet zo van belang door zijn beperkte bewegingsvrijheid. De Toga diende vooral als statussymbool en  werd dus alleen bij officiële gelegenheden gedragen.

Een toga werd vaak gekleurd, omdat dat er leuk uitzag. De kostbaarste kleurstof was purper. Die was afkomstig van de purperslakken. Er waren ongeveer 10.000 slakken nodig om een mantel purper te verven. Sommige rijke Romeinen hadden een streep purper op hun mantel. De enige die een geheel purperen toga mocht dragen was de keizer van het Romeinse rijk. Welgestelde Romeinse mannen werden togati genoemd.

 

 

 

 

 

 

Vrouw

 

De kleding van de Romeinse vrouw lijkt op die van de Griekse, maar is veel rijker. Als basis werd de tunica gedragen. Deze kwam bij vrouwen altijd tot de grond. Vrouwen droegen in plaats van een toga een soort wit wollen gewaad, de stola genaamd.

Over het hoofd werd soms een sluier gedragen. Welgestelde vrouwen droegen over hun tunica de palla, een omslagmantel, die lang genoeg was om over de schouders en of om het hoofd geslagen te worden en tegelijkertijd de knieën te bedekken. De palla was evenals de toga van wol. De meeste vrouwen kozen felle en contrasterende kleuren uit voor hun stola en palla.

 

 

 

 

 

Man

 

De mannen droegen als basis een tunica die tot de knieën kwam. Onder de Tunica werd door de mannen een lendendoek of een ander soort broek gedragen. Over de tunica mochten alleen de vrije Romeinen een groot wikkelkleed dragen, de toga.Een soortgelijk kledingstuk voor de mannen was de paenula.

Dit was een grote rechthoekige wollen lap die over de linker schouder werd gedrapeerd en onder de rechter arm door voor de borst werd getrokken. Bij slecht weer droegen de mannen een wollen cape met capuchon.

 

 

 

 

 

Kinderen

 

Kinderen droegen verkleinde uitgaven van de kleding der volwassenen.

 

 

 

Schoenen

 

De sandaal was bij de Romeinen veruit favoriet, zowel bij mannen als bij vrouwen. Deze sandalen waren  uit één stuk leer gesneden. Boeren droegen de carbatina, een schoen die van een stuk ossenhuid is gemaakt en met riempjes wordt vast gegespt. De Caligae is een ‘marssandaal’. Het zijn sandalen met spijkertjes in de zolen ter voorkoming van een glijpartij.

 

 

 

 

 

gladiator – sandalen

 

 

 

Haar

 

Het kapsel van de Romeinse leek op dat van de Griekse. Er werden vaak diademen en parels in gedragen. De Romeinse vrouwen waren dol op ingewikkelde kapsels. Ze zaten urenlang bij de kapper, en lieten soms hun haar rood of zwart verven. Soms droeg men blonde pruiken van haar van Germaanse slavinnen. Ook blondeerden de dames hun haar met bleekmiddel. De Romeinse man droeg het haar kort en evenwijdig aan de wenkbrauwen afgeknipt, en had geen baard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

 

 

Bivolino.com