Tagarchief: katoen

De Koreaanse klederdracht

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

In plaats van te verdwijnen zoals zoveel volksdrachten, heeft deze Koreaanse kledij zich met de tijd mee ontwikkeld en aangepast aan de heersende omstandigheden. De hanbok: van traditionele klederdracht tot mode-object.

 

 

 

 

Geschiedenis en gebruik

 

Dit type kleding deed zijn intrede tijdens de Koreaanse Drie Koninkrijken- periode, welke van 57 v. chr. tot 668 na chr. duurde. Vanaf dit moment heeft deze kledij zich mee ontwikkeld met de heersende eisen en modetrends die voorbij kwamen. Ook zijn er veel invloeden uitgewisseld met de buurlanden, zo was China bijvoorbeeld een belangrijke inspiratiebron. De meest bekende vorm van de hanbok stamt uit de Joseon dynastie, deze duurde van 1392 tot 1910.

In Noord Korea staat dit type kleding bekend als Joseon Ot, hanbok is van oorsrong de Zuid Koreaanse benaming, maar deze laatste wordt in deze tijd meestal gehanteerd. Tegenwoordig dragen Koreanen de hanbok op officiële gelegenheden en speciale festiviteiten, zoals het speciale Hanbok festival in Zuid Korea, waarin deze kleding juist centraal staat.

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

hanbok

 

 

 

.

.

.

Kinderkleding

 

Voor de eerste verjaardag krijgen de kinderen een speciale, feestelijke hanbok aan. Dit zijn vrolijk gekleurde mini/versies van de ceremonièle kleding voor volwassenen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

Trouwkleding toen en nu

 

Voor bruiloften wordt ook nog vaak de hanbok aangetrokken; naast de  traditionele varianten zijn er talloze moderne varaties ontstaan voor elke smaak. De van oorsprong felle kleuren zijn langzamerhand plaats aan het maken voor zachtere tinten, mede door buitenlandse invloeden en trends in het land zelf.

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

De kenmerken van de traditionele hanbok

.

.

De verschillende kledingstukken

 

De hanbok bestaat uit een bloes of jasje, en een wijde wikkelrok voor vrouwen of een wijde broek voor mannen. De bloes, genaamd jaogori, is iets langer voor mannen dan voor vrouwen; hij komt bij de heren tot aan het middel, bij de dames tot iets erboven. De naam van deze wikkelrok is chima, en een broek heet paji. Per regio, tijdperk, klimaat of klasse zijn er wat kleine verschillen, maar het basisontwerp is door de eeuwen heen herkenbaar gebleven.

 

 

.

.

.

Kleuren

 

Het gewone volk droeg wit, tenzij het een bruiloft of speciaal feest betrof, deze kleur stond voor puurheid, integriteit en kuisheid, De adel was kleurrijk gekleed om hun status mee aan te geven: naast wit droeg men rood, geel, blauw en zwart, welke samen staan voor de vijf natuurlijke elementen; vuur, aarde, metaal, water en hout. De keizer was geheel in het geel gekleed, deze kleur stond voor het middelpunt van het universum, de zon. De verf die voor het kleuren van textiel werd gebruikt, werd van plantaardige materialen vervaardigd.

 

 

 

Materialen

 

De gebruikte materialen voor de stoffen en de afwerking ervan weerspiegelden het sociale leven en het heersende klimaat. Verschillende delen van het land waren ook gespecialiseerd in verschillende stoffen, zoals hennep uit Angdong of ramie uit Hansan. In koudere weersomstandigheden droegen de vrouwen een gevoerde onderrok, de rest van de kledingstukken werd vervangen door gevoerde of met bont afgezette varianten.

Als het warm was, koos men voor dunne katoen of ruisende zijde. Het spreekt vanzelf dat het gewone volk meer stoffen droeg die tegen een stootje konden en makkelijk(er) wasbaar waren dan de materiaalkeuzes van de adel. Hennep, katoen en dergelijke waren dus voor de lagere klassen en stoffen zoals zijde en satijn sierden de rijkeren.

.

.

.

.

Hedendaagse hanbok creaties

 

Vele modeontwerpers hebben zich al laten inspireren door dit kledingstuk. Vooral de vrouwelijke hanbok is dankbaar door de mode-industrie opgepakt als basis voor creatieve experimenten: De simpele lijnen van het traditionele ontwerp hebben van nature al een mooie proportionele indeling, waar je eindeloos mee kunt variëren en ze als basis kunt gebruiken om er een heel ander kledingstuk van te maken, terwijl het basisidee hetzelfde blijft. Naast de traditioneel lange rokken zijn er tegenwoordig ook veel korte versies te zien die door jonge moderne vrouwen worden gedragen zowel in het dagelijks leven als op sjiekere gelegenheden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3 kleuren kinderhanbok

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

 Koreaans schoeisel

 

Ook het traditionele schoeisel is met de kleding mee-geëvolueerd. Vanaf de 16de à 17de eeuw, maar waarschijnlijk al eerder, begon men in Korea namaksin, een soort houten overschoenen te dragen, die met touw werden vastgemaakt. Ze werden met bijenwas ingesmeerd om het hout goed te houden en tegen de onderkant werd vaak een laagje metaal gemaakt, om snelle slijtage te voorkomen. Door de tijd heen is men andere materialen gaan gebruiken voor schoeisel, zoals verschillende soorten textiel, leer en tegenwoordig ook kunststof.

 

 

 

namaksin

 

 

 

namaksin

 

 

 

namaksin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

.

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Advertenties

De Japanse kimono’s.

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

In ontwerp is het één van de meest simpele kledingstukken van de wereld, en toch bestaat er zo veel verschil en subtiliteit tussen de vele verschillende uitvoeringen en hun betekenissen. Dit artikel gaat over de algemene en huidige dracht van kimono’s.

 

 

0e3e69c4632d85649cfb542decd1318e.jpg

 

 

Het woord kimono betekent letterlijk “ding om te dragen”; ki = aantrekken, dragen, mono = ding. Ze worden al eeuwen door de Japanse geschiedenis heen in vele vormen gedragen. Tegenwoordig draagt men in Japan vooral Westerse kleding, maar op bepaalde gelegeheden en een aantal festivals worden er door jong en oud nog steeds kimono’s uit de kast gehaald om het straatbeeld op te vrolijken.

 

 

 

Kleuren

 

Eerst wat over kleurengebruik in Japanse kleding en cultuur in het algemeen. Elk jaargetijde heeft zijn eigen traditionele kleurenschema’s, dit is zowel in de kunst als de kleding terug te vinden. De kleuren zelf hebben ook hun eigen betekenissen en associaties, net als hier in het westen.

 

 

56-141_663momiji

   momiji : japanse esdoorn, typische herfstkleuren in Japan.

 

 

 

asanoha asanoha

 

 

Het asanoha patroon is een populair zomerpatroon in Japan en stelt het hennepblad voor. Hennep wordt van oudsher veelal gebruikt voor zomerse werkkleding, de betekenis van het patroon heeft te maken met de sterkte en duurzaamheid van hennep. Men hoopt dus dat door het dragen van dit patroon in werkkleding wat van de goede eigenschappen van de plant in de drager worden opgenomen, hij wordt in elk geval steeds aan de boodschap herinnerd.

 

 

 

 De soorten kimono’s

 

 

De hadajuban

 

Dit is een onderkledingstuk, meestal van fijne katoen of linnen gemaakt. Het is wit of lichtroze van kleur en wordt op het naakte lichaam gedragen, niet alleen voor wat extra warmte maar ook om de bovenliggende zijden kledinglagen schoon te houden van zweet, zijde is immers moeilijk wasbaar. De hadajuban wordt onder zowel yukata’s als formele kimono’s gedragen.

 

 

DCF 1.0

.

.

De nagajuban

 

Dit is een tweede onderkimono, hij wordt alleen onder formele(re) kimono’s gedragen. De nagajuban is van zachte zijde en heeft een verstevigde kraag. Hij dient om de bovenliggende lagen alvast vorm te geven. Deze ondekleding  komt in allerlei gekleurde varianten voor, wit of lichtroze kom je het vaakst tegen. Het randje van de kraag van de nagajuban blijft te zien onder, of eigenlijk: boven de buitenste kledinglaag uit.

 

 

nagajuban

 

 

 

De yukata

 

De meest informele kimono is de yukata. Ze worden gemaakt als dagelijks kledingstuk, van katoen, zodat ze makkelijk in de was kunnen.Yukatas zijn voor alle leeftijden en beide sekses een makkelijk en luchtig kledingstuk voor de dagelijkse bezigheden. Het is een zomerkimono, maar er zijn wat dikkere varianten verkrijgbaar. Met een onderkimono of in laagjes zijn ze ook in de andere seizoenen te dragen. Ook wordt de yukata als pyama gebruikt, om in te slapen.

 

 

yukata

 

 

Vrouwen in Tokyo kunnen hun waaier, de uchiwa, in hun obi steken zodat ze hun handen vrij hebben. Dit zijn voorgestrikte “kant-en-klaar” obi’s, die makkelijk en snel voor dagelijks gebruik zijn. Yukatas hebben meestal drukkere patronen dan formelere kimono’s.

Deze patronen bedekken de hele kimono en kunnen van alles bevatten maar meestal zijn het bloemen of geometrische patronen. Voor kinderen zijn er vaak yukatas met konijntjes, usagi, of modernere varianten zelfs met Hello Kitty. Mannen dragen effen kleuren of geometrische patronen, kleuren zoals donkerblauw, zwart of grijs zijn geliefd.

 

 

 

De furisode

 

De letterlijke vertaling van furisode is “wiegende mouwen”. Dit is de meest formele kimono voor meisjes en ongetrouwde jonge vrouwen. Bruiden trekken vaak nog een laatste keer deze vrijgezellenkimono aan op de receptie van hun bruiloft. De patronen en kleuren zijn bijpassend voor jonge vrouwen; veel bloemen, vlinders en rozetinten. Vaak wordt de furisode door elkaar gehaald met de kimono’s die artiesten als maiko’s (leerling geisha’s) dragen, omdat ze ook lange mouwen hebben, maar de furisode heeft geen sleepje.

 

 

ccaf4c2bf95e6dc01eb663b396fc46eb.jpg

 

 

Ook hele jonge meisjes dragen deze plechtige kimono bij officiiële gelegenheden: De kimonos zijn nu nog wat aan de ruime kant, maar de kinderen zullen deze kledingstukken de komende jaren nog kunnen dragen. De patronen zijn passend bij de gelegenheden.

 

 

5aa4f1fc4113060e3c88540ff3302f74.jpg

Jonge vrouw uitgedost in formele furisode.

 

 

 

De houmongi

 

Dit is de formele kimono voor getrouwde vrouwen. Hij straalt boven alles netheid en degelijkheid uit, wat verwacht werd van de Japanse huisvrouwen, maar is ook een prima kimono om de stad in te gaan of wat te gaan eten. De kleuren en vooral de patronen zijn rustiger dan die van de furisode kimono’s, wat men meer bijpassend achtte voor getrouwde mensen.

 

 

houmongi

 

 

 

De irotomesode

 

Deze kimono kan door zowel vrijgezelle als door getrowde vrowen worden gedragen, bij officieuze alswel officiële gelegenheden. Het woord iro betekent “kleur”, dat wil zeggen dat de basiskleur van dit kledingstuk alles behalve zwart kan zijn. De mouwen hebben dezelfde standaardlengte als de houmongi, maar deze kimono is meer chique. De patronen zijn bij formele versies alleen op de onderkant aangebracht.

Bij sommige formele gelegenheden kan deze kimono worden gedragen in plaats van de formelere tomesode, in dat geval moet er op de aanwezigheid van ka mon worden gelet; familiewapens die in getale van één, drie of vijf op het kledingstuk kunnen voorkomen. Hoe meer het er zijn, hoe officiëler de gelegenheid waar de kimono voor bedoeld is. Deze ka mon of mon staan afgebeeld op de rugzijde, de mouwen en aan beide kanten van de borst. De kleur van de slippers en het tasje is bij formeel gebruik van deze kimono altijd zilver of goud.

 

 

 

Iroiro

 

 

 

De kurotomesode

 

De meest formele kimono voor allerlei serieuze gelegenheden en bepaalde familiebijeenkomsten. Kuro betekent zwart; deze kimono’s zijn zwart van kleur, maar er kunnen op de onderkant, zeker wat patronen op staan. De regel is: hoe formeler, hoe minder patroon, ook onder de meest formele kimono’s ondeling geldt dat. De ka mon zijn natuurlijk ook aanwezig.

 

 

kurotomesode

 

.

.

De shiromuku, irouchikaki en hikifurisode

 

Shiromuku

 

De shiromuku is de Japanse versie van de trouwjurk. Deze trouwkimono is sinds de Muromachi periode (1333-1568) een gekoesterde traditie. De trouwoutfit is compleet in het wit, met opgestoken haar vol met mooie spelden en een “hoedje”, er is ook een bijbehorende sluier of cape. De kleding bestaat uit de uchikake, de buitenste kimono en een voor daaronder; de kakeshita.

 

 

shiromuku

 

 

 

Irouchikake

 

Er kan ook een irouchikake worden gedragen in plaats van traditioneel wit; het is een rijkgekleurde en versierde uchikake. Vaak staan er gelukssymbolen zoals schildpadden en kraanvogels op.

 

 

uchikake_example

 

 

 

Hikifurisode

 

De hikifurisode, is een furisode met een sleepje. Het ontstond in de Edo periode (1603 – 1868) als formele trouwkleding voor samuraivrouwen. De mannen dragen hakama als ze gaan trouwen, dat is een wijde broek met zeven plooien, die ook door samurai en bepaalde hoogwaardigheidsbekleders werden gedragen. De zeven plooien staan voor de zeven deugden. Eroverheen gaat een haori, een soot kimonojasje, de officiële versie met alle ka mon op hun plek.

 

 

hikifuiro

 

 

 

De hakama

 

Thuis en om het huis kan de man een yukata dragen. Bij meer formele gelegenheden zullen mannen de hakama dragen. Hoewel er ook hakama zijn voor vrouwen, kun je meestal aan de kleuren en patronen zien voor welke sekse het kledingstuk in kwestie is bedoeld. Er bestaan ook speciale hakama voor bij het afstuderen, het is een speciale outfit vergelijkbaar met de afstudeerkloffies in Amerika, maar dan op zijn Japans. Verder worden deze wijde broeken nu nog veel gedragen in allerlei Japanse vechtsporten zoals kendo en iaido.

 

 

hakama

 

 

 

Mofuku

 

Mofuku is de naam voor Japanse rouwkleding. Alles is in het zwart, inclusief alle accesoires en schoenen. Alleen de tabi, de sokjes, en het zichtbare kraagrandje van de nagajuban zijn wit. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.

 

 

mofuku

 

 

 

Maiko, geisha, oiran en theater

 

Naast de dagelijks gedragen kimono’s zijn er ook nog de speciale kimono’s voor artiesten zoals acteurs in Japanse theaters en entertainers zoals maiko’s en geisha’s. Deze kleding is natuurlijk opvallender dan de normale, met ingewikkeld gestrikte obi’s en prachtige kleuren.

 

 

Maiko kimono

Maiko kimono

 

 

 

Geisha kimono

Geisha kimono

 

 

 

Oiran kimono

Oiran kimono

 

 

 

Susohiki

 

Maiko’s, leerling geisha’s, dragen een susohiki. Deze kimono’s hebben net iets kortere mouwen dan de furisode en zijn wat langer met een sleepje zodat erin gedanst kan worden op de traditionele manier. Hierdoor krijgt het ook de typische beweging die je ziet als erin wordt gelopen, het heeft een zwevend effect. De maiko’s leren dit loopje op speciale geta, de okobo. Op het schuine deel van deze geta, daar waar de stof uitkomt, zit een bel vast.

 

 

susohiki

 

 

 

Hikizuri

 

De kimono van een geisha (of geiko zoals ze heten in Kyoto) heet de hikizuri, deze lijkt op een tomesode kimono, maar is ook langer met een sleepje. De mouwen zijn net iets langer dan bij de tomesode. Voor een geisha hetzelfde als voor iedere andere Japanse vrouw; hoe ouder ze wordt, hoe rustiger en simpeler haar kleding wordt. Gelukkig voor haar ook haar schoeisel; geisha’s lopen op zori of geta, afhankelijk van de gelegenheid. Het dansen van de geisha of maiko gebeurt op hun sokjes, de tabi.

 

 

hikizuri

 

.

.

Oiran of tayuu

 

Dit is van oudsher een hoge courtisane, zeker niet te verwarren met een geisha. De haardrachten zijn ingewikkeld en uitgebreid met een typerend groot aantal haarspelden. Een oiran draagt de strik van haar obi aan de voorkant, dat was vroeger het gebruik bij getrouwde vrouwen en prostituees.Over de kimono heen wordt een rijkversierde uchikake gedragen.

Ze lopen in nog zelfs hogere klompen dan de maiko, daarom hebben ze altijd begeleiders bij zich om ze te helpen niet op hun plaat te gaan, met alle stof en klompen is het zwaar tillen. Ook hebben ze een parasoldrager in hun nabijheid die een grote rode parasol boven het hoofd van de oiran houdt.

Het lopen gaat met een karakteristieke ronde voetbeweging naar buiten, dit is mede om niet over de kimono te struikelen als ie over de grond wordt gedragen. Er zijn tegenwoordig nog maar zo’n vier vrouwen in heel Japan die deze traditie in leven houden, het gaat hierbij om de levensstijl, niet zozeer de sexuele aspecten.

 

 

 

Kabuki en noh

 

Dit zijn oude Japanse theatervormen waarin men traditionele kleding draagt. Kabuki komt vanuit de shintoreligie en is een kleurrijk theater voor alle bevolkingslagen. Noh is ontstaat in de aristocratsche kringen en is door het uitheemse boeddhisme beïnvloed. In noh theater worden naast uitbundige kimono’s ook maskers gebruikt om personages weer te geven, in kabuki worden de gezichten van de acteurs beschilderd.

Sommige kimono’s bedoeld voor dit soort theater vertellen hele verhalen met hun motieven, zodat ze alleen maar voor een speciefiek stuk bruikbaar zijn. Ze zijn zo karakteristiek dat kenners aan alleen de kimono al kunnen zien om welk stuk het gaat.

 

 

nakubinoh

.
.
.

Accessoires bij de kimono

 

 

Obi

 

Een obi is het stuk stof van ongeveer 30 cm breed en minstens twee meter lang, wat als strik om het kadootje heen om de kimono heen gaat. De “strik” zelf, op de achterkant kent vele varianten, van simpel tot ingewikkeld, ook per gelegenheid en formaliteit verschillend. De meer ingewikkelde formen moeten door een tweede persoon worden geörigamied, de te kleden persoon kan dat onmogelijk zelf. Er zijn fijne, zijden obi’s voor in de zomer tot ceremoniële zware brocaten obi’s.

 

 

obi

 

.

 

Obijime

 

De obijime is een decoratief koord wat nog over de obi heengaat. Het wordt op de voorkant met een platte knoop, sierknoop of door middel van een obidome, een soort broche-achtig klemmetje, vastgemaakt. De losse einden worden meestal om de obijime heen om het middel geslagen naar achter toe.

 

 

Kimono_obijime_04

 

 

Aan de bovenzijde van de obi steekt een stuk stof uit, fijne zijde vaak bewerkt met speciale knoop- en verftechnieken waardoor de stof geribbeld wordt. Dit effect heet shibori, dat letterlijk “gekreukeld” betekent. Een shibori stof kun je nooit meer wassen omdat dan de ribbeltjes eruitgaan. Een sjaaltje van deze stof wordt langs de bovenkant van de obi gewonden en aan de voorkant vastgemaakt, de uiteinden worden onder de obi weggewerkt.

 

 

 

Japans traditioneel schoeisel en sokken

 

 

Geta en zori

 

Wat voor schoenen trek je aan onder een kimono? De geta bijvoorbeeld. Dit zijn houten teenslippers, het koord wat over je voet heengaat is van zijde of katoen gemaakt.De formelere zori zijn slippers van stof, tegenwoordig worden veel kunststoffen gebruikt die makkelijker zijn om schoon te houden.

 

 

Geta

Geta

 

 

 

Zori

Zori

 

 

 

 Tabi

 

Het was vroeger in Japan onfatsoenlijk om als vrouw je blote voeten te laten zien, daarom worden tabi gedragen; sokjes met een “losse” grote teen, zodat ze makkelijk in teenslippers gedragen kunnen worden. Meestal zijn ze wit, maar je ziet ze ook regelmatig in het zwart of andere kleuren, met en zonder patroon. Vroeger waren dit stugge sokjes die je met clipjes vastmaakte, tegenwoordig hebben ze tabi in alle mogelijke kleuren, patronen en stoffen, incllusief van rekbaar katoen zoals in het westen.

 

 

tabi

.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Adellijke vrouwenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

 

 

 

Kleding speelde in de middeleeuwen al een belangrijke rol. Het liet het verschil zien tussen adellijken en burgers. Dit lieten ze zien door middel van technieken, maar ook door middel van kleur. Het dragen van kleding ging steeds meer klasse uitstralen, wat je in de hedendaagse samenleving ook nog wel eens terug ziet. Hoe zag de adellijke vrouwenkleding eruit in de late Middeleeuwen

 

 

Adellijke vrouwenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

 

 

 Adellijke vrouwenkleding (1000-1490)

 

Bij de vrouwen is het verschil tussen de late middeleeuwen en de vroege middeleeuwen duidelijk te merken. De jurken zijn door de tijd heen wel altijd lang gebleven. De jurken hadden verschillende lagen over elkaar heen. Zo had je een onderhemd, onderjurk en een bovenjurk. Adellijke vrouwen droegen vaak ook nog een mantel. Het silhouet van de jurken was van boven smal en onder wijd uitlopend.

Door de tijd heen bleven de rokken wijd uitlopend en was er dus weinig verandering in. De mouwen waren anders dan dat je ze tegenwoordig ziet. Het overkleed van de vrouw had meestal geen mouwen, zodat het ook niet warm was in de zomer. Zodra het wat kouder werd, werd er een kort linnen mouwtje vastgespeld aan het overkleed.

Zodra het kouder werd in de winter hadden de vrouwen ook nog lange, warme, wollen mouwen die ze dan weer vastmaakten aan het korte mouwtje met een paar steken. Tussen 1000-1200 waren de mouwen lang en heel wijd. Wat later in de middeleeuwen (1200-1350) waren de mouwen nog steeds lang, maar ze waren nauwsluitend aan de arm.

Vijftig jaar later werden deze mouwen sierlijk afgezet met knopen of sierlijk gekleurde stoffen, net zoals bij de mannen. De mouwen tussen 1400 en 1440 leken veel op de mouwen van de mannen. Deze waren namelijk lang en sierlijk wijd en afgezet met bont. Zo lieten de adellijken zien dat ze rijk en machtig waren. Bont was namelijk niet te betalen voor de boeren.

De mouwen van de vrouwen waren in deze tijd wel minder gepoft dan die van de mannen. Je kon dus nog duidelijk verschil zien. Tussen 1440 en 1490 gingen de mouwen van de vrouwen weer deels terug naar 1000-1200. Ze liepen weer wijd uit, alleen niet zo wijd als in de vroege middeleeuwen.

De kleur werd gemaakt met natuurlijke producten zoals: uien (geel), gras (groen), bessen (rood). De kleuren van adellijken waren fleuriger, Oosterse stoffen. Dit konen adellijken zich veroorloven, omdat zij meer bezittingen hadden. Dat onderscheidde de adellijken van de boeren. De oosterse landen hadden betere kleurtechnieken, waardoor de kleuren van de adellijke kleding langer houdbaar bleef.

 

 

220px-Koningin_Marie_Louise_Gustaaf_Wappers

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1000-1200

 

De kleding van de burgerlijke vrouw bestond uit een lang onderhemd, een onderkleed en vaak een iets korter overkleed. De hals van het onderkleed was meestal rond. Het accent kwam op de taille en de buste te liggen. Er werden koorden kruiselings gedragen over de taille, zodat de vrouwelijke vormen beter uitkwamen. De mouwen werden na de 11e eeuw steeds wijder.

Soms kregen deze mouwen een strook tot op de grond waarin een knoop werd gelegd. De mantel had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel dat met een sierspeld werd vastgemaakt. De mantel werd vaak voor de sier afgezet met bont of geborduurde randen.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt waren wol, linnen en bont. Zijde was heel zeldzaam, dus dat droegen de adellijke vrouwen veel. Na de 11e eeuw werd linnen ruimer verkrijgbaar, maar het was nog steeds heel erg kostbaar. De kleuren die veel werden gebruikt waren voornamelijk; felle kleuren met een betekenis, net als bij de mannen:

 

  • Wit: Zuiverheid.
  • Purper: Waardigheid.
  • Groen: Eeuwige jeugd.
  • Rood: Hemelse liefde.

 

De patronen die in deze tijd werden gebruikt waren ingeweven of geborduurde cirkels of vierkantjes. Ze hadden veel geborduurde randen en gebruikten veel motieven uit de klassieke oudheid.

 

 

slide_3 1200

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1200-1350

 

De kleding van de adellijke vrouw bestond uit een lang onderhemd, een onderjurk en een overkleed. Vaak droegen de vrouwen ook een mantel. Het silhouet was van boven smal en de rok was wijd uitlopend. De onderjurk had lange mouwen en een ronde hals. Het overkleed had geen mouwen. Als dit overkleed wel mouwen had, waren deze rond 1250 aangezet met een aantal steken en niet aangeknipt. De mantel bestond uit een cape dat werd vastgehouden door een kettinkje, of deze werd vastgespeld.

De rokken die in deze tijd veel werden gebruikt waren voornamelijk wol, linnen, bont en het fluweel werd nu ook meer gebruikt. Bont was heel kenmerkend voor de adellijke stand, omdat alleen zij mochten jagen. En als ze het konden kopen van westerse landen maakte de adellijke stand de handen nog niet een vuil. Veel gebruikte kleuren van de adellijke stand waren; rood, blauw, groen en roze.

Hoe meer kleur je jurk bezat, hoe hoger je stand was. Adellijke vrouwen konden zich namelijk veroorloven stoffen te kopen van de oosterse landen. Deze stoffen werden beter gekleurd dan in de westerse landen. In de westerse landen werden de stoffen gekleurd met natuurlijke producten, die als je ze wasten, snel vaal werden. Veel gebruikte patronen in deze tijd waren heraldische motieven. Alleen de randen van de jurken werden afgezet met deze motieven.

 

 

mac17r21300

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1350-1400

 

De kleding van de adellijke vrouw was strakker dan 100 jaar geleden, lang en laag uitgesneden. Het onderkleed was nu strak aangetrokken met veters of knopen. Over het onderkleed dat vaak liripipes, dit waren stukjes stof die sierlijk vielen, aan de onderkant van de mouw. De mouwen waren erg wijd uitgesneden. Deze gaven namelijk de nadruk op de lichaamsvormen van de vrouw. Het overkleed werd vaak afgezet met bont, dat stond voor klasse en elegantie.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt door adel waren voornamelijk wel, linnen, bont, katoen, zijde en nu ook geverfd bont. Het onderkleed werd maastal gemaakt van linnen en de mouwen van de jurken werden vaak afgezet met (geverfd) bont. Veel gebruikte kleuren door adel in deze tijd waren; rood, blauw, groen, roze en nu werd goudskleurig ook gebruikt.

Veel gebruikte patronen in deze tijd waren; bloemen en wijnranken. De patronen werden nu niet meer alleen gebruikt voor de randen, maar nu ook voor de gehele stof. Als er effen stoffen werden gebruikt, werden deze jurken vaak afgezet met sierlijke randen. Ook horizontale en diagonale strepen waren veel gebruikte patronen in deze tijd.

 

 

marie-christine 1400

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1400-1440

 

De kleding van de adellijke vrouw was in deze tijd vooral gericht op voortplanting. De jurken hadden nog steeds een onderkleed en een bovenkleed, maar het was allemaal ruimer. Bij het wijde bovenkleed werd het accent net onder de buste gemaakt. Dit werd gedaan door middel van een band. Deze overkleden hadden een hoge taille, zodat de bolle buik van de vrouw extra opviel. Het onderkleed werd aan de achterkant vastgemaakt met touwen.

Dit was een voorloper van de korset. Het enige wat nog overeenkomt met de korset tegenwoordig is dat het beide strak werd aangetrokken. Een gewone vrouw, die niet zwanger was, droeg een korset over het onderkleed met mouwen.

De stoffen die in deze tijd veel werden gebruikt waren; kleurenen zijde. Zijde was in deze tijd een zeer zeldzame stof en was dus moeilijk verkrijgbaar. Alleen adellijken konden zich dit soort stoffen veroorloven. Deze stoffen werden voor de adellijken (westen) in de oosterse landen geweven en gemaakt. De kleuren die werden gebruikt in deze tijd, waren hetzelfde als 50 jaar daarvoor.

Alleen het goud werd minder gebruikt. De patronen die veel gebruikt werden in deze tijd waren meer bedrukt. Deze werden voornamelijk bedrukt met kleine bloempatronen over de gehele stof. De jurken werden ook aan de randen afgezet met een soort van kant.

 

 

prev002prin01ill4161400

 

 

 

Korte beschrijving adellijke vrouwenkleding 1440-1490

 

Na de door van Karel de Stoute viel het Bourgondische rijk. Hierdoor kregen de jurken meer Italiaanse invloeden. De kleding van de adellijke vrouw bestond nu uit een onderjurk of een korset en een overkleed of een robe. Door de lage hals van het overkleed was een deel van het korset zichtbaar. Dit was vaak anders van kleur en vaak ook geborduurd met mooie patronen.

De mouwen van de jurk waren strak en liepen door tot op de hand. Het overkleed had nog steeds een hoge gordel. Deze werd vaak aam de achterkant van de jurk vast gegespt. Vrouwen van adel hadden ook nog een sleep aan het overkleed.

De stoffen die in deze tijd werden gebruikt waren; linnen, katoen, wol. Zijde, fluweel, brokaat en bont. Doordat de handel langzamerhand opkwam in deze tijd ontstond er concurrentie. In het geval van de stoffen kwam er concurrentie tussen Engeland en Vlaanderen met het bont.

De kleuren die werden gebruikt waren hetzelfde als een eeuw daarvoor, alleen bleef de kleur langer mooi, vanwege de betere kleurtechnieken van het buitenland. Veel gebruikte patronen in deze tijd waren; wijnranken en granaatappels. Deze patronen werden over de gehele stof bedrukt.

 

 

middeleeuwsekleding 1500

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Yoga, welke mat moet ik hebben?

Standaard

categorie : yoga en meditatie

 

 

 

9c2fdee99547dbc23424c50999d5a9b4

 

Voor yoga heb je eigenlijks helemaal niets anders nodig dan je eigen lichaam. Er zijn wel een aantal dingen die yoga fijner maken, zo ook de yogamat.  De mat zorgt voor een zachte en stroeve ondergrond waarbij je handen en voeten niet wegglijden tijdens de oefeningen. Er zijn enorm veel verschillende soorten yoga matten, ze verschillen in afmeting, dikte en materiaal. De dikte kan varieren van 1.5 mm tot zelfs 1 cm. Naast de standaard afmeting van 180×60 cm varieren de lengte en de breedte per yoga merk en type yoga mat. De standaard dikte van een yoga mat is meestal 4 mm. Een dikkere yoga mat van 5 mm of meer is vooral aan te raden bij bikram, power en Ashtanga yoga.

 

Diktes

1 – 3 mm : reis of travel yoga matten
4 – 5 mm : standaard yoga mat
6 – 7 mm : studio en pro yoga matten

 

Een yoga mat is standaard 180×60 cm. Maar wanneer je 180 of langer bent is het aan te raden een langere mat te nemen. Reken ongeveer 10 cm extra dan je eigen lengte voor de lengte van je mat.

 

Formaten

180 x 60 cm: Standaard yoga mat
180 x 80 cm: Extra breed
200 x 60 cm: Voor lange mensen
180 x 66 cm: Extra breed voor meer ruimte
215 x 66 cm: Voor lange mensen met extra ruimte

Welke mat precies voor jou geschikt is hangt af de yoga stijl die je beoefent, je lichaamsbouw en jouw voorkeuren. Een dikkere yoga mat geeft meer ondersteuning voor zware yoga stijlen zoals power en Ashtanga Yoga. Een langere yoga mat is beter voor mensen die langer zijn dan 190 cm.

Bij sommige yoga houdingen, zoals de svahasana, lig je uitgestrekt op de yoga mat met je handen naast je lichaam. Bij bredere mensen liggen hun armen dan naast de yoga mat. De keuze voor een bredere yoga mat van 66 cm of meer is dan een goede keuze. Een bredere mat geeft je dus meer ruimte en meer bewegingsvrijheid.

Naast de dikte en de lengte, breedte van de mat zijn er ook nog verschillende materialen. Niet alle matten zijn voor elke yogastijl geschikt en daarom is het misschien wel handig om onderstaande materialen door te lezen zodat je een geschikte mat hebt wanneer je de oefeningen gaat doen.

 

 

PVC

 

Levensduur: 10+ jaar (hoge kwaliteit mat)
Yoga stijlen: Alle stijlen.
Schoonmaak advies: Warm water en vetvrije zeep.

 

De meeste yoga matten worden gemaakt van PVC. PVC is uitermate geschikt voor yoga matten vanwege de stroefheid. Ze worden daarom ook “Sticky matten” genoemd. PVC is hygienisch, sterk en kan heel duurzaam zijn. Ondanks het onterechte slechte imago wat PVC heeft gekregen blijft het toch het beste materiaal voor yoga matten. En indien de yoga mat gemaakt is van pvc met een hoge dichtheid kan het ook duurzaam zijn.

Een pvc yoga mat is geschikt voor alle yoga stijlen. Bij zware yoga stijlen zoals power yoga, Ashtanga en Bikram is een hoge kwaliteit pvc mat aan te raden. Daarnaast raden wij aan om een speciale yoga handdoek te gebruiken in warme omgevingen en bij zware transpiratie. PVC matten worden wat minder stroef wanneer deze vochtig worden.

 

 

 

 

Rubber

 

Levensduur: 3-5 jaar
Yoga stijlen:Hatha, Iyengar, Ashtanga en power yoga
Schoonmaak advies:Water en Azijn (1:1). Niet in wasmachine.

 

Rubber wordt zowel natuurlijk (42%) als synthetisch (58%) geproduceerd. Natuurrubber wordt gemaakt van het sap van de latexboom. Synthetisch rubber is gemaakt van olie. Een rubber mat heeft een hoge stroefheid en is daarom ideaal voor actievere yoga vormen. Daarnaast blijft een rubber mat stroef bij vochtige omstandigheden. Natuurrubber matten worden vaak ingedeeld onder de natuurvriendelijke yoga matten als alternatief voor pvc.

Rubber (latex) is een natuurproduct en heeft een relatief korte levensduur van gemiddeld 3-5 jaar. Externe omstandigheden zoals warmte, vocht en zonlicht spelen een grote rol op de levensduur van de mat. Stel een rubber mat nooit te lang bloot aan direct zonlicht omdat het rubber dan snel uitdroogt. Een rubber mat kan ook niet gewassen worden in de wasmachine. Door de aanwezigheid van latex wordt het gebruik afgeraden door mensen met een latex allergie.

 

 

 

 

TPE

 

Levensduur: onbekend
Yoga stijlen: Beginners, Hatha, Iyengar, Ashtanga, Bikram yoga.
Schoonmaak advies: Schoonmaken met water en vetvrije zeep.

 

TPE (thermoplastic Elastomer) is een recent ontwikkelde kunstrubber en daarmee een alternatief voor pvc. TPE heeft het potentieel om gerecycled te worden en wordt daarom ook geprofileerd als milieuvriendelijk alternatief voor pvc.

De levensduur van een TPE mat zou korter zijn dan pvc maar concrete data daarover ontbreekt. TPE is echter qua structuur zeer verschillend aan pvc. TPE is flexibel, lichter van gewicht en heeft een open structuur. De keuze voor een TPE yoga mat kan gemaakt worden op basis van het lichte gewicht en de goede stroefheid. TPE matten zijn licht van gewicht en hebben daarom makkelijk de neiging om te krullen (de uiteinden). Daarnaast kan de mat vastplakken aan je voeten bij het wisselen van yoga positie. Daarom zijn deze matten wat minder geschikt voor power en Flow yoga.

 

 

 

 

PER

 

Levensduur: onbekend
Yoga stijlen: Beginners, Hatha, Iyengar, Ashtanga, power en bikram
Schoonmaak advies:Schoonmaken met water en vetvrije zeep

 

PER is een polymeer hars dat gemaakt wordt van pvc. Het zou een milieuvriendelijk alternatief moeten zijn voor pvc omdat er geen oplosmiddelen en weekmakers gebruikt worden. Echter door gebruik van pvc in het productieproces moeten hier vraagtekens bij gesteld worden. Ondanks deze vraagtekens worden PER matten vaak  als ecologische keuze geadverteerd. PER matten zijn niet heel erg bekend op de markt en er is weinig vraag naar. Daarnaast zijn de standaard pvc matten veel beter van kwaliteit en duurzaamheid.

 

 

 

 

Katoen

 

Levensduur:Afhankelijk van gebruik.
Yogastijlen: Ashtanga, bikram yoga
Wasadvies:wasmachine of handwas, 30C

 

Voordat plastic yoga matten werden gebruikt was katoen een veel gebruikt alternatief, vooral in India. Katoen is een natuurproduct en wordt tegenwoordig ook ecologisch geproduceerd. Katoenen yoga matten zijn uitermate geschikt voor actieve yoga stijlen zoals Ashtanga en bikram yoga. Katoen heeft als voordeel dat de stroefheid niet afneemt naarmate het vochtig wordt. Een katoenen yoga mat kan niet gebruikt worden op een gladde ondergrond zoals laminaat. Wij raden daarom aan om de katoenen mat bovenop een standaard sticky yoga mat te gebruiken.

 

 

 

 

Dierenvel, zoals schapevacht

 

Levensduur: Beperkt en afhankelijk van gebruik
Yogastijlen:Persoonlijke keuze, (Kundalini)
Wasadvies: handwas

 

In india werden vroeger dierenvellen, zoals herten en tijgervellen, gebruikt voor yoga. Na verschillende klachten vanuit de tijger gemeenschap werd katoen als alternatief gebruikt als yoga mat materiaal. Door de toename van yoga beoefenaars in het westen nam de vraag voor yoga matten ook toe. Door gebrek aan dierenvellen werden vooral katoenen yoga matten gebruikt. Tegenwoordig vind je alleen schapenvacht yoga matten op de markt.

De keuze voor een schapenvacht mat is vooral gebasseerd op de voorkeur van de yoga beoefenaar. Het is goed om te weten dat een schapenvacht de gehele huid van een schaap is en niet alleen het wol. Dus een schaap moet ervoor gedood worden om de huid te verkrijgen. Dit staat lijnrecht tegenover het principe van yoga. Een schapenvel heeft als voordeel dat je niet statisch geladen worden tijdens yoga oefeningen.

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Burgerlijk mannenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

Standaard

categorie : mode en kledij

.

 

 

 

 

Burgerlijk mannenkleding in de late Middeleeuwen (1000-1490)

 

 

Kleding speelde in de middeleeuwen al een belangrijke rol. Het liet het verschil zien tussen adellijken en burgers. Dit lieten ze zien door middel van technieken, maar ook door middel van kleur. Het dragen van kleding ging steeds meer klasse uitstralen, wat je in de hedendaagse samenleving ook nog wel eens terug ziet. Hoe zag de burgerlijke mannenkleding eruit in de late Middeleeuwen?

 

.

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1000-1200

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een voorloper van een broek, ook wel braies genaamd, een overkleed en een mantel. De braies bestond uit een tussen de benen geslagen lap stof, die met een gordel omhoog word gehouden. De latere broek kwam tot aan de enkels. De mannen droegen ook kousen die omhoog gehouden werden door kruisbanden.

In de 12e eeuw kregen de kousen meer vorm en werden ze langer, zodat men ze over de braies ging dragen. De bovenbroek werd toen een onderbroek. Het overkleed werd korter gedragen dan dat van de adellijke mannen. Op deze manier konden de mannen beter op een paard rijden en vechten.

De stoffen die voor de burgerlijke mannen waren geschikt waren: wol, linnen en bont. De motieven die in de stof werden geweven waren cirkels of vierkantjes. De kleuren die werden gebruikt waren bruin, wit en grijs. Dit kwam doordat de burgerlijke mannen hun kleren zelf moesten verven.

 

 

 

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1200-1350

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een braies, een overkleed en een mantel. Dit is hetzelfde als 200 jaar terug. De burgers konden niet veel veranderen aan hun kleding, omdat ze het zelf moesten maken en verven. De mantel in deze tijd was een wijd pelgrimskleed van bruine wol, dat over het hoofd werd getrokken.

De stoffen die geschikt waren voor de burgers waren wol, linnen, laken en bont. De kleuren van de stoffen kwamen al meer in de buurt van de adellijke kleuren zoals; rood, blauw en groen. Van de burgers waren de kleuren alleen doffer. Bruin, wit en grijs werd nog steeds door het merendeel van de burgers gedragen. De burgers hadden nu eenvoudige patronen op hun stoffen zoals: ruiten en strepen.

 

 

1250

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1350-1400

 

De kleding van de burgerlijke mannen bestond uit een braies, een hemd en een pourpoint (dit was een soort jasje). De poutpoint was getailleerd en afgezet met knopen. De lange mouwen van het hemd kwamen onder de poutpoint uit. De broek was bijna niet zichtbaar, net zoals het hemd wat eronder zat.

Aan het einde van de 14e eeuw kwam een nieuw type overkleed in de mode onder de burgers. Deze kwam tot net boven de knie, zodat de burgers nog gemakkelijk op hun paard konden zitten. De mantel was kort, zodat de burgers er geen last van hadden met paardrijden en had losse mouwflappen.

De stoffen die werden gebruikt voor de burgers kwamen nu ook meer in de richting van de adellijken. De stoffen waren namelijk gemaakt van: wol, linnen, katoen en tafzijde. In Frankrijk en Italië werd er door het volk ook geverfd bont en zijde gedragen. Onder de burgers zag je qua patronen vaak horizontale strepen of verticale strepen.

 

 

1350

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1400-1440

 

De burgerlijke mannen droegen een kort hemd en een korte braies. Ze droegen hierover een jasje dat bij de heupen strakker zat door middel van een riem. Aan deze riem konden ze hun wapens ook hangen, als ze moesten vechten voor de koning. De mannen droegen ook twee kousen, die nog steeds omhoog gehouden werden met een bandje net onder de knie.

De stoffen die nu ook gebruikt werden door de burgers waren: wol, linnen, katoen, zijde en brokaat. De burgers droegen nog steeds veel bruin, wit en grijs. De stoffen onder de burgers werden meer bedrukt, maar je zag nog steeds duidelijk verschil tussen adellijke en burgerlijke kleding.

 

 

 

1450 bis

 

 

 

Korte beschrijving burgerlijke mannenkleding 1440-1490

 

De burgerlijke mannen droegen over het hemd een jasje met of zonder riem met pofmouwen. Hoe hoger je stand was hoe groter de pofmouwen waren. De burgerlijke mannen hadden dus niet zo duidelijk grote pofmouwen, maar de mouwen werden wel strak gehouden door een touwtje aan de onderkant, waardoor de mouwen gingen poffen.

Het hemd kreeg aan het einde van de 15e eeuw een lagere hals. En tussen de kousen werd een lapje stof genaaid, zodat er een voorloper van de broek ontstond. Onder de adellijken bestond dit al wat langer, maar bij de boeren kwam dit pas aan het einde van de 15e eeuw.

De stoffen die werden gebruikt door de burgerlijke mannen was nog steeds hetzelfde als 40 jaar geleden, namelijk: wol, linnen, katoen, zijde en brokaat. De gegoede burgers kregen nu ook meer oosterse kleuren zoals: blauw, rood en groen. De burgers die niet zoveel hadden bleven nog steeds bruin, wit en grijs dragen. De patronen waren ook nog steeds hetzelfde als 40 jaar geleden.

 

 

1550 bis

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Vlas : Linum usitatissimum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichtblauwe (soms witte), 5 tallige, tere bloemen,
– waarvan de kroonbladen donker geaderd zijn én
– de slanke, alleen bovenaan vertakte stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vlas is een oud cultuurgewas, dat soms verwilderd voorkomt in omgewerkte bermen. Ze wordt 30 tot 120 hoog. In de Lage landen wordt vlas voornamelijk verbouwd. Samen met wol is vlas lange tijd de belangrijkste grondstof voor textiel geweest. Vanaf de 19de eeuw is men meer katoen gaan verwerken in textiel en is de teelt van vlas aanzienlijk terug gelopen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vlas bloeit in juni en juli. De tere bloemen zijn lichtblauw (soms wit), donker geaderd, bloeien maar een paar dagen en alleen in de ochtend.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn maximaal 4 cm lang en slechts 3 tot 5 mm breed. Ze hebben drie nerven in de lengte. De stengels van de soorten die gekweekt worden voor de vezels zijn vaak langer dan de stengels van de soorten die vanwege de zaden gekweekt worden.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vlas wordt al meer dan 8000 jaar gekweekt. Van de vezels wordt linnen gemaakt. Geperst vlas is een zeer veelzijdig product, waarvan bijvoorbeeld verkeersborden en tennisrackets gemaakt kunnen worden. Het zaad van vlas heet lijnzaad. Lijnolie wordt gebruikt in de voedings- en farmaceutische industrie. Lijnzaad heeft een licht laxerende werking. Daarnaast kan het een gunstige invloed hebben op de cholesterol- en bloedsuikerspiegel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlasfamilie (Linaceae)
– eenjarig
– cultuurgewas
– 30 tot 120 cm hoog

Bloem
– lichtblauw
– juni en juli
– alleenstaand
– stervormig
– 16 tot 24 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– 3-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De geschiedenis van de kledij deel 2 : van de middeleeuwen tot de 16e eeuw

Standaard

 categorie : mode en kledij    

 

   

Kleding in de Middeleeuwen

 

Iedereen heeft wel een bepaald beeld over de kleding en mode uit de Middeleeuwen met zijn lange jurken en dure opzichtige stoffen. In werkelijkheid was er maar een beperkte groep van de bevolking, die zich dit soort kleding kon permitteren. Het gewone volk moest improviseren om zichzelf te kunnen kleden en hun kleding bestond dan ook vaak uit enkele lappen.

 

Toch bestond er in de hogere sociale lagen van de samenleving een modebeeld. In het begin van de middeleeuwen, rond de 11e en 12e eeuw, leek de kleding nog erg op die van de Romeinse tijd. Er werd gebruik gemaakt van grof en eenvoudig materiaal, maar door de groeiende handel met het Oosten ontstonden er nieuwe technieken en patronen om in de kleding te verwerken. Er werden weefsels gemaakt met Chinese patronen en de stoffen werden lichter van kleur en ingeweven met gouddraad.

 

 

.

De kleding tussen 900 -1200

.

Dit is de tijd in de Middeleeuwen die we kennen van de ridders, kerken, jonkvrouwen en kastelen. De kleding van zowel de mannen als de vrouwen was wijd en viel in plooien tot op de grond. In de hogere sociale standen werden cotte, bliaud en een cape in felle kleuren gedragen. Waarschijnlijk was de kleding van het gewone volk korter en minder wijd, omdat zij moesten werken. Zij droegen hun kleding af totdat het versleten was. In deze periode werd er veel gebruik gemaakt van materialen als wol,linnen en bont.

Zijde, katoen en fluweel droegen de hogere klassen omdat deze materialen erg kostbaar waren omdat ze uit het Verre Oosten moesten worden gehaald. In de loop van de Middeleeuwen kwamen er door kruistochten contacten tussen Europa en het Oosten, waardoor deze stoffen makkelijker verkrijgbaar waren. Over de kleding van het gewone volk en de rijke mensen hebben wij, via afbeeldingen op schilderijen, een goed idee over het uitzicht. Een korte beschrijving van de kleding in de hogere sociale lagen.

 

 

De kleding van de vrouw

 

Cotte

 

Dit is een onderkleed tot op de grond

 

.

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

Dit is een overkleed met wijde mouwen en soms met lange stroken. Deze waren vaak voor het gemak opgeknoopt. De kleding was lang in die tijd en dus sleepte de Bliaud over de grond. Het accent lag op de boezem en de taille, doordat het deel rond het middel gesmokt was.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De Middeleeuwse vrouwen droegen een soort schoenen. Deze worden trippen genoemd. Trippen bestonden uit houten zolen met leren of zijden riemen. Soms waren deze versierd met gouddraad.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

De haardracht gaf informatie over de burgerlijke staat van de vrouw. Getrouwde vrouwen droegen een sluier of een haarband. Als versiering konden hier juwelen op verwerkt zijn. Ongetrouwde vrouwen vlochten hun haar met of zonder linten.

 

 

MIddeleeuwen

 

 

 

 

Kleding van de man

 

 

Cotte

 

Dit kledingstuk was vrijwel hetzelfde als bij de vrouwen. Het enige verschil is dat de cotte van een man tot aan de enkels kwam.

 

 

 

 

 

Hozen

 

Dit zijn wijde kniekousen tot over de knie. Ze werden met lange banden kruislings bevestigd aan de gordel. Hozen zijn te vergelijken met jarretels en hadden ongeveer dezelfde functie als sokken.

 

 

 

 

 

Chainse

 

Een chainse is een eenvoudig onderhemd. Het was lang en kwam tot halverwege het dijbeen.

 

 

 

 

 

Braies

 

Dit is een lap, die tussen de benen door werd geslagen. Hij werd omhooggehouden door een gordel. Braies diende als onderbroek.

 

 

 

 

 

Bliaud

 

De bliaud van de man had veel plooien en sleept niet over de grond. Er is dus een verschil met de bliaud van de vrouw. Ook droeg de man dit kledingstuk anders. Hij draagt de bliaud zo, dat hij door de gordel opgetrokken wordt, waardoor een groot deel van de cotte te zien is.

 

 

 

 

 

cape

 

Een Middeleeuwse man droeg een cape. Deze had de vorm van een rechthoek of een halve cirkel. Een cape was een simpel kledingstuk, dat met een sierspeld op de schouder werd vastgezet. Vaak had de cape felle kleuren.

 

 

 

Schoeisel

 

Als schoenen droegen de mannen estivaux. Dit zijn korte leren laarsjes of perkamenten schoenen.

 

 

 

 

 

 

Haardracht

 

Het haar van de man werd halflang gedragen en vaak hadden de mannen een baard en/of snor.

.

.

.

Accessoires

 

Ook de mannen kenden accessoires. Zij droegen een gordel, net zoals de vrouwen, en een kaproen. Dit is een hoofddeksel, dat gedragen werd door het gewone volk.

 

 

 

 

 

 

De kleding tussen 1400-1440

.

Toen de Middeleeuwen ten einde liepen was er een duidelijke ontwikkeling te zien in de kleding en het modebeeld. Dit had ook te maken met het schoonheidsideaal van die tijd, dat erg bepaald werd door de opvallende kleding van de hertogen van Bourgondië. De vrouwen leken altijd zwanger te zijn, want dikke buiken en een hoge taille waren in.

Mannen moesten er stoer en breed uitzien, daarom droegen zij wijde gewaden met extra lange mouwen. Het schoeisel werden tootschoenen. Dit waren schoenen met lange punten die vrijwel alleen gedragen werden in de hogere kringen. In deze tijd werd nog veel gebruik gemaakt van de materialen wol en linnen. Men begon ook steeds zwaardere en duurdere stoffen te gebruiken zoals brokaat, gouddraad en zijde.

Gouddraad en zijde waren al bekend, maar ze waren erg kostbaar. In deze periode begon men  stoffen uit Italië in te voeren, wat er voor zorgde dat ze beter betaalbaar werden. Men ontdekte in deze tijd de printen en versieringen op de stof. De stoffen werden bedrukt door houten blokken, waarin kleine motieven gesneden waren, zoals bloemen. De belangrijkste kleuren waren groen, rood en blauw.

.

 

 

Kleding van de vrouw

 

.

Houppelande

 

Een houppelande is een lang overkleed met wijde mouwen afgezet met bont. Een houppelande is wijduitlopend. Door de hoge taille lijkt het of de vrouw zwanger is. Bij de mouwen is de cotte te zien.

 

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

Tootschoenen van stof of leer. Buiten werden ter bescherming trippen gedragen.

 

 

Haardracht

 

Het haar werd in deze periode nog steeds ingevlochten en werden als ‘torentjes’ boven de oren gedragen. Deze torentjes werden verstevigd met metaaldraad. Een vrouw had de gewoonte de haargrens en wenkbrauwen weg te scheren.

 

 

Accessoires

 

De rijkere middeleeuwse vrouwen droegen een atour. Dit is een hoge punthoed met een sluier. Verder waren handschoenen en veel sieraden gebruikelijk zoals ringen, broches en kettingen.

 

 

.

 

 

 

Kleding van de man

 

Houppelande

 

Deze droeg de man tot op de knieën. Doordat het schoonheidsideaal voor een man ‘stoer en breed’ was, was de houppelande zeer wijd. De mouwen waren ook wijd en lang. Om de taille werd een gordel gedragen.

 

 

 

 

 

Schoeisel

 

De schoenen waren gelijk aan die van de vrouw.

 

 

Haardracht

 

De Middeleeuwse mannen hadden een typisch opgeschoren kapsel, de pagekapsel . Oudere mannen hadden vaak lang haar en een baard.

 

 

Accessoires

 

Naast juwelen en de gordel hadden mannen ook nog andere accessoires. De kaproen, maar deze werd anders gedragen dan in het begin van de Middeleeuwen. De kaproen had in deze periode een gezichtsopening op het hoofd. Ook hadden de mannen een misericorde. Dit was een kleine dolk, die aan de riem of met een koord aan de hals werd gedragen. De onderkleding uit deze periode was vrijwel gelijk gebleven aan die van het begin van de Middeleeuwen. Soms was de bevestiging iets anders, maar de kledingstukken waren hetzelfde.

 

 

.

Renaissance

.

Rond 1500 begint een nieuw tijdperk dat de Renaissance wordt genoemd. Renaissance is het Franse woord voor wedergeboorte.In Italië wordt de Klassieke Oudheid herontdekt. Mensen bestuderen nauwkeurig de overblijfselen uit de Romeinse tijd. De kennis verspreidt zich iets later snel over Europa. Naast de kerk ontstaat er aandacht voor de mens en het leven op aarde. Het humanisme ontstaat. Mensen denken meer aan zichzelf en vinden het leven op aarde belangrijk.

Ze worden zelfbewuster en gaan genieten van het leven. Omdat de mensen meer aandacht aan hun uiterlijk besteden wordt de kleding opvallender. Er ontstond een scheuring in de Rooms-katholieke- en protestantse kerk onder invloed van Maarten Luther. De reformatie is tegen rijkdom en uitbundigheid. Kleding moet daarom netjes en onopvallend zijn. De calvinisten in Nederland dragen daarom eenvoudige kleding.

 

 

 

Kleding in de 1e helft van de 16e eeuw

.

De mens van de renaissance was de nauwe, strakke kleding van de middeleeuwen zat. Mensen wilde zich vrijer kunnen bewegen in hun kleding. Ze knipten de kleding open en maakten ze wijder. Dit was voor het eerst zichtbaar bij de Zwitserse en Duitse soldaten rond 1500 die hun mouwen doorknipten. Hiermee begint de spletenmode die de gehele 16e eeuw duurde.

Alle onderdelen zoals mouwen, broekspijpen, hoeden en schoenen werden van spleten voorzien. Bij rijken werden deze weer vastgemaakt met sieraden. Landsknechten droegen een broek die zo erg gespleten was dat hij vaak uit banden bestond. De onderbroek was tussen de spleten door zichtbaar. Deze broek werd ‘Plunderhose’ genoemd. Zij gingen nog verder met de spletenmode.

Ze knipten namelijk de rand van hun baretvormige hoed in. Ook versierde ze de hoed met een wilde bos struisveren. Vooral in Duitsland vond deze “landsknechtenmode”navolging. De mode werd bepaald door de rijke kooplieden. De kleding werd aangepast aan het volk waadoor in ieder land de kleding een beetje verschilde. In Nederland was de kleding bijvoorbeeld eenvoudiger dan in andere landen.

Duitsland maakte in de eerste helft van de 16e eeuw een bloeiperiode door. Rijk geworden burgers bepaalde hierdoor de mode in Duitsland. Deze burgerlijke mode was behoorlijk lomp. In Frankrijk was de kleding fijn, kleurrijk en smaakvol. In Spanje was de kleding stijf, somber en vooral zedig. De kleding in de Renaissance was opzichtig en pronkerig. Er werden veel kleuren gebruikt, waardoor de kleding opviel. Veel gebruikte stoffen waren fluweel, damast, zijde en brokaat. Sieraden zoals gouden kettingen en ringen werden zowel door vrouwen als door mannen gedragen.

.

 

 

Kleding van de Vrouw

 

.
Vrouwen droegen ijzeren korsetten. Hierdoor was het bovenstuk van de jurk erg strak. Rokken waren juist heel wijd en werden gesteund door hoepels. De hoepels werden gemaakt van wilgeroeden. De rokken werden ‘verdugado’genoemd. De wijde rok had geen sleep meer. De kegelvormige rok is van voren opengespleten, zodat een driehoek van de onderrok te zien is. De mouwen plooien.

Het decolleté van de jurk van de vrouwen was vierkant. Door een korset werden de borsten platgedrukt. Vaak werd een mooi borstsieraad gedragen en een gordel. De hoofdbedekking bestaat uit een laag kapje, waardoor een gedeelte van het haar zichtbaar was. In Nederland droegen de vrouwen vaak een molensteenkraag. Deze kraag was heel mooi geplooid.

 

 

 

 

 

Kleding van de man

 

Voor de man waren er in de Renaissance twee verschillende soorten kleding. In Engeland en Duitsland was de mannenkleding erg breed, bijna vierkant. De brede jassen waren vaak gevoerd met bond. In de mouwen zaten spleten, waardoor de voering zichtbaar was. De jassen hebben een grote kraag en reiken tot de knieën. De jas wordt ook wel ‘Schaube”genoemd. In Spanje droegen mannen korte ballonbroekjes met spleten. Onder deze broeken droegen ze strakke kousen.

Hierbij werd meestal een stijve molensteenkraag gedragen met een korte cape. De mannen droegen een baret met veren. Om het bovenlichaam draagt de man een buis met lange mouwen. Deze mouwen zijn ook versierd met spleten. Ook de schoenen veranderden. In plaats van snavelschoenen komen er nu plompe koeienmuilen. De man draagt een braguette, een verstevigd kruisstuk. Door het breder worden van de kleding lijken de mensen kort en breed.

 

 

 

 

 

Hygiëne

 

In de Renaissance wordt hygiëne steeds belangrijker. De mensen wassen zich niet vaak, maar proberen nare luchtjes te voorkomen. Dit doen ze door kruiden mee te dragen in een pommander, een soort zakje. Ook droegen de mensen een vlooienbandje over hun schouders. Alle vlooien kwamen op het stukje bond af, waardoor de rest van de kleding en de persoon zelf schoon bleven.

 

 

 

.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA