Tagarchief: akkerkool

Akkerkool : Lapsana communis

Standaard

categorie ; kamerplanten en bloemen

 

 

 

bloemen-akkerkool

 

 

Goed te herkennen aan
– de tuilvormige, losse pluimen met kleine lichtgele bloemhoofdjes
– de onderste, liervormig verdeelde bladeren

 

 

img_2424-gr-akkerkool

 

 

 

Algemeen

 

Akkerkool is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige plant van 30 tot 120 cm hoog. Naast rijk vertakte hoge exemplaren bestaan ook dwergvormen van enkele centimeters hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, vaak omgewerkte grond aan bosranden en heggen, in bermen en tuinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd is vanaf juni tot en met augustus. Akkerkool bloeit met kleine lichtgele bloemhoofdjes, die uitsluitend uit lintbloemen bestaan. De hoofdjes staan op lange stelen en vormen samen een losse, tuilvormige pluim van 8 tot 15 hoofdjes. Het omwindsel bestaat uit 1 rij lancetvormige, spitse blaadjes met een verdikte middennerf. Aan de basis hiervan bevinden zich nog enkele zeer kleine buitenomwindselblaadjes. Op bewolkte dagen blijven de hoofdjes gesloten. Op zonnige dagen zijn ze alleen in de ochtend geopend. In tuinen kan akkerkool een lastig onkruid zijn, omdat ze zich makkelijk door middel van zaad vermeerderd.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn verdeeld in een grote eindlob en enkele kleinere slippen. De bovenste bladeren zijn smaller en onverdeeld. Alle bladeren zijn gesteeld of steelvormig versmald, bochtig getand en behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Jonge bladeren kunnen verwerkt worden in een salade, kort worden gewokt of worden gekookt als spinazie. Ze smaken pittig, als radijs.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 120 cm

Bloem
– lichtgele lintbloemen
– vanaf juni t/m augustus
– hoofdje, lang gesteeld
– 1 tot hooguit 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– liervormig
– lang gesteeld
– bovenste :
– enkelvoudig
– eirond
– korter gesteeld
– top spits
– rand bochtig getand
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– onderaan behaard

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-akkerkool

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Onkruid soorten in ons land – letter A

Standaard

Categorie:  Kamerplanten en bloemen

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Akkerklokje (Campanulaceae)

 

Deze plant komt in ons land niet alleen in het wild voor maar ook als sierplant. Ondanks zijn charmante uiterlijk kan het Akkerklokje toch een onkruid worden in de tuin en het is dan moeilijk er van te scheiden – in meer dan één betekenis. Het is een plant van een betoverende schoonheid met zijn lange ranke bloemstengels, bezet met hangende lavendelblauwe klokjes, die naar boven toe overgaan in bleekgroene knoppen.

Maar als u de plant met liefde behandelt komt u in de problemen: hij is bijna onuitroeibaar. Ondergrondse uitlopers kruipen alle kanten uit en produceren nieuwe planten. Bovendien kan een enkele bloeiwijze voor wel zo’n 400 nakomelingen zorgen. De zaden worden verspreid door de wind. Daar de plant praktisch ongevoelig is voor de in aanmerking komende onkruidbestrijdingsmiddelen is er maar één manier om hem uit de tuin te verbannen (als u dat tenminste over uw hart kunt verkrijgen). Trek de wortels uit en blijf steeds opmerkzaam op nieuwe groei. Bij dit alles moet u wel bedenken dat alle soorten van het geslacht Campanula in ons land bij de wet beschermd zijn.

Akkerklokje wordt in bloei tot 1,20 m hoog. De ijle bloemtrossen komen tevoorschijn uit rozetten van hartvormige bladeren. De kortgesteelde bladeren op de bloemstengels zijn ovaal tot lancetvormig. De bloeitijd is van juni tot en met augustus. De officiële naam van Akkerklokje is Campanula rapunculoides.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Akkerkool (Compositae)

 

Akkerkool (Lapsana communis) is te herkennen aan de ijle groeiwijze en de compacte groene knoppen die ovaal van vorm zijn. Het is een eenjarige plant die in hoogte varieert van 0,30 tot 1,20 m. De gele bloemhoofdjes lijken op die van de Paardenbloem maar zijn aanzienlijk kleiner. Op een heldere ochtend openen ze zich omstreeks 7 uur en als het licht en de temperatuur gunstig blijven sluiten ze zich weer tussen 3 en 4 uur ’s middags.

De hoofdjes zijn opgebouwd uit slechts weinig bloemetjes (8-15) en ze staan met 15-20 op slanke steeltjes bijeen in een losse pluim. Ze verschijnen van juni tot augustus, soms tot in de herfst. De onderste bladeren zijn lang gesteeld en liervormig veerdelig; de bovenste bladeren zijn eirond tot langwerpig-lancetvormig, kort gesteeld en met een spitse punt. De bladeren zijn dun en gewoonlijk behaard; ze staan afwisselend.

Een plant van gemiddelde afmetingen kan bijna 1000 zaden voortbrengen. Akkerkool komt voor in Europa en Azië en in het oosten van Noord-Amerika. Bij ons algemeen langs ween en dijken, op ruigten en beschaduwde plaatsen. Ofschoon het melksap dat de plant bevat nogal bitter is, werd Akkerkool vroeger gegeten als salade.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget