Tagarchief: draadereprijs

Grote ereprijs : Veronica persica

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-Veronica-211006-800-1grote ererpijs

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote ereprijs bloemen op lange stelen in de bladoksels en
– de eironde bladeren groter dan 1 cm met diep gekartelde rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grote ereprijs is een eenjarige plant van 15 tot 30 cm hoog.  De plant komt van nature voor in de Kaukasus en heeft zich van daaruit verder verspreid in Europa en Noord – Amerika. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen en groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke grond in akkers, moestuinen en op mesthopen.

 

 

 

 

Bloemen

 

Grote ereprijs bloeit vanaf april tot de herfst met blauwe, donker geaderde bloemen, die in het hart wit zijn. Het onderste kroonblad is bleker van kleur of wit. De bloemen zijn 1 tot 1,5 cm breed.

 

 

 

 

 

Bladeren

 

De eironde bladeren zijn behaard, groter dan 1 cm en hebben een vrij diep getande rand.

 

 

266px-Veronica_persica_060403Cw big reprijs

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er komen 24 soorten ereprijs voor die men kan verdelen in 3 groepen:

1. ereprijs met bloemtrossen in de bladoksels
2. ereprijs met eindelingse bloemtrossen
3. ereprijs met 1 alleenstaande bloem in de bladoksels : tot deze groep behoort grote ereprijs.

 

 

 

 

 

 

De verschillen tussen grote ereprijs en draadereprijs

 

grote ereprijs

 

– bloeit vanaf april tot in de herftst
– spitse kelkbladen
– met vruchtjes
– bladeren eirond, langer dan 1 cm en diep getand
– bladsteel 3 tot 8 mm lang
– stengel niet of op enkele knopen wortelend

 

 

 

 

 

draadereprijs

 

– bloeit in april en mei
– stompe kelkbladen
– zonder vruchtjes
– bladeren rond of niervormig , tot 1 cm lang, ondiep gekarteld
– korte bladsteel, 1 tot 2 mm lang
– stengel wortelend op de meeste knopen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 30 cmBloem
– blauw, in het midden wit
– vanaf april tot de herfst
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 2 meeldraden
– 1 stijl

StengelBlad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand vrij diep getand
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

– opstijgend of liggend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

grote ereprijs1

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Onkruid soorten in ons land – letter E

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Ereprijs (Scrophulariaceae)

 

De blauwogige Ereprijssoorten zijn voornamelijk eenjarigen, die een tuin kunnen overvallen als een zwerm sprinkhanen. Het lijkt alsof ze plotseling, bloeiend en wel, verschijnen, vooral wanneer ze staan tussen andere kleine planten, waar hun zaailingen onopgemerkt zijn opgegroeid. De bladeren zijn tegenoverstaand, behalve op de bloeistengels.

We zullen negen soorten beschrijven en ze verdelen in twee groepen: vijf soorten die over de grond kruipen en alleenstaande bloemen hebbe en vier die rechtop groeien en de bloemen in aren hebben.

 

 

Grote ereprijs

 

GROTE EREPRIJS (Veronica persica) draagt zijn naam met eer, want hij heeft de grootste (en helderst blauwe) bloemen van de kruipende soorten – tot 11 mm in doorsnee. De lichtgroene bladeren, 2-4,5 cm lang, zijn kortgesteeld, driehoekig tot ovaal, ruw getand en behaard op de nerven aan de onderkant. De bloemstengels zijn langer dan de bladeren en kroezig behaard. Ze komen tevoorschijn uit de bladoksels. De vrucht bestaat uit twee uiteenstaande hokken, waardoor hij in zijn geheel bijna tweemaal zo breed als lang is. Oorspronkelijk afkomst uit Zuidwest-Azië is deze soort thans ingeburgerd in geheel Europa. Ook in Noord-Amerika ingevoerd. In ons land plaatselijk algemeen op akkers, in moestuinen en op mesthopen. Bloeit in april en mei en van juli tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 Draadereprijs

 

DRAADEREPRIJS (Veronica filiformis) is een heel klein plantje met bladeren van niet meer dan een halve centimeter in doorsnee. De blauwe bloemen, waarvan de onderste slip bleker of zelfs wit is, staan op draadvormige stelen die ongeveer 2-4 maal zo lang zijn als de bladeren. Hoe klein dit plantje ook is, het is een zeer agressief onkruid met zijn talrijke kruipende stengels die vak grote plakkaten vormen. Nadat deze soort was ingevoerd als rotsplantje werd hij al snel een lastige gast. Het is een overblijvende plant die bloeit in april en mei. De verspreiding gaat voornamelijk met behulp van stukjes tengel, die gemakkelijk wortel schieten; de aanvankelijke populariteit ging dan ook al snel verloren. Wanneer u de plant op de afvalhoop gooit ontsnapt hij gemakkelijk naar andere delen van de tuin. Vooral in het gazon kan hij zich bliksemsnel verspreiden, daarbij geholpen door de grasmaaier. In zijn oorspronkelijke groeigebied (de Kaukasus en Klein-Azië) is de plant niet zeer algemeen, maar hij is thans verwilderd in geheel Europa, vooral in Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. De plant kan het best verbrand worden, composteren is alleen aan te raden als voldoende warmte kan worden bereikt.

 

 

 

 

 

 

Akkerereprijs

 

AKKEREREPRIJS (Veronica agrestis) heeft bladeren van ongeveer dezelfde afmetingen als persica; ze zijn meer lang dan breed, bijna recht aan de voet en meer regelmatig getand. De kleur is geelgroen. De bloemen zijn heel klein en gewoonlijk bleek blauw met het onderste bloemblad of de onderste drie bloembladen wit of heel bleek. Minder vaak allemaal wit of roze aan de bovenkant. Bloeit van april tot in de herfst. De vruchten hebbe lange haren. Komt voor in geheel Europa, vooral in het noorden, en in Noord-Amerika. Bij ons vrij algemeen op akkers, vooral op kleigrond.

 

 

 

 

 

 

Gladde ereprijs

 

GLADDE EREPRIJS (Veronica polita) heeft donkergroene, meestal glanzende bladeren, kleiner dan die van de vorige soort, ronder maar met dezelfde gelijkmatig getande randen. De bloemen zin klein en diep hemelsblauw, vaak met een witte onderste slip. Ze staan op spaarzaam behaarde stelen en verschijnen al vroeg in het voorjaar, om dan, met een korte onderbreking in de zomer, door te gaan tot in de herfst. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa, vooral in het midden en zuiden, West-Azië en Noord-Afrika. In het noordwesten van de Verenigde Staten verwilderd. De plant heeft een voorkeur voor voedselrijke, losse, ietwat zanderige klei en is in ons land plaatselijk algemeen op akkers en in tuinen.

 

 

 

 

 

 

Klimop ereprijs

 

De laatste van de soorten met kruipende groeiwijze is KLIMOP EREPRIJS (Veronica hederifolia), met gesteelde en tamelijk dikke, lichtgroene bladeren. Uit de naamgeving is de bladvorm al af te leiden; althans min of meer, want de twee zijlobben zijn heel diep ingesneden en de middelste is stomp. De bloem is zeer klein, lichtblauw of lila, de bloemstelen zijn gewoonlijk korter dan de bladeren. De gewone stengels zijn behaard. Deze komt voor in geheel Europa, West-Azië en Noord-Afrika; verwilderd in Noord-Amerika. Hier te lande algemeen op akkers en in moestuinen, tussen het gras, onder heggen en in loofbossen.

 

 

 

 

 

 

Mannetjes ereprijs

 

We komen nu aan de Ereprijssoorten die de bloemen in aren dragen en een geheel of gedeeltelijk rechtopstaande groeiwijze hebben. MANNETJES EREPRIJS (Veronica officinalis) is een overblijvende plant met kruipende, wortelende stengels die vaak een heel tapijt vormen. De gewoonlijk lichtblauwe bloemen met hun donkerder aderen (soms zijn de bloemen donkerblauw, roze of wit) staan in langgesteelde aren. Deze komen tevoorschijn uit de oksels van de bladeren, die in paren tegenover elkaar staan, ovaal van vorm zijn, getand langs de rand, aan beide zijden behaard en 2-3 cm lang. De bloemen verschijnen in de periode mei-augustus. Mannetjes-ereprijs komt voor in Europa, het nabije Oosten en Noord-Amerika. In ons land algemeen op droge zand- en heidegrond.

 

 

 

 

 

 

Veld ereprijs

 

VELD EREPRIJS (Veronica arvensis) heeft zacht behaarde stengels, die al dan niet vertakt zijn en min of meer rechtop groeien tot een hoogte van maximaal 30 cm. De bladeren zijn driehoekig tot ovaal; de onderste gesteeld en tegenoverstaand, de bovenste afwisselend en dicht tegen de stengel aangroeiend. De bloeiwijze neemt ongeveer tweederde van de hoogte van de plant in beslag; de kleine bloemetjes – van binnen donker-, van buiten lichtblauw – komen uit de bladoksels en staan in trossen. Deze eenjarige plant bloeit van april tot in de herfst en is een lastig onkruid in het gazon en de border. Komt voor in geheel Europa en in Noord-Amerika; in Nederland algemeen op akkers, in moestuinen en op braakliggende terreinen; ook in de duinen.

 

 

 

 

 

 

Tijmereprijs

 

TIJMEREPRIJS (Veronica serpyllifolia) is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, met zacht behaarde, kruipende stengels die op de knopen wortelen. De bladeren zijn lichtgroen, ovaal en kaal. De bloemtros is naar verhouding lang (10 cm) en bevat tot dertig blauwachtig witte bloemetjes, die ieder in de oksel van een schutblad staan. De bloemblaadjes zijn getekend met donkerblauwe lijntjes die naar de nectarkamer wijzen; het zijn dus honingmerken voor de bestuivende insecten. Tijm-ereprijs komt voor in vrijwel geheel Europa, in Azië en in Noord-Amerika. Bij ons een algemene plant op akkers en in grasland, langs sloten en op andere vochtige plaatsen. Bloeit van april tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

Gewone ereprijs

 

GEWONE EREPRIJS (Veronica chamaedrys) heeft de grootste bloemen uit deze groep (tot 12 mm in doorsnee). Het is een overblijvende plant die 10 tot 40 cm hoog wordt, met stengels die eerst op de grond liggen en op de knopen wortelen en zich daarna oprichten. De stengels dragen twee rijen haren en zijn daartussenin vrijwel altijd kaal. De dofgroene, behaarde bladeren zijn tegenoverstaand, breed tot smal eirond met gekartelde randen en zittend of kort gesteeld. De bloeiaren staan op lange stelen uit de oksels van de bladeren en dragen 10-20 bloemen. Deze staan vrij ver uit elkaar en zijn hemelsblauw van kleur met donkerder aderen en een witte plek bij de keel. De bloeitijd is april-juni. Deze soort komt voor in geheel Europa en in Azië; verwilderd in Noord-Amerika. In ons land een algemene verschijning tussen het gras en langs wegen en bosranden.

 

 

 

 

 

 

 

Eenjarigen met gele bloemen

 

Herik

 

HERIK (Sinapis arvensis) is nauw verwant aan Witte mosterd. Hij heeft een slanke penwortel en een rechtopstaande, vertakte of onvertakte, stengel van 30 tot 80 cm hoog. De stengel is gewoonlijk stijf en behaard; de bladeren zijn eveneens ruw behaard, de onderste gesteeld, met een grote, heel grof getande eindlob; de bovenste stengelomvattend en afwisselend. Gewoonlijk zijn ze niet ingesneden, lancetvormig en grof getand. De bloemen staan afwisselend lans de stengel, bovenaan in een groepje. Iedere plant produceert zo’n 1200 zaden, die in de grond vele jaren kiemkrachtig kunnen blijven. De bloeitijd is van mei tot september. Komt voor in geheel Europa; in ons land een algemeen onkruid op bouwland en langs wegen en dijken.

 

 

 

 

 

 

Knopherik

 

KNOPHERIK (Raphanus raphanistrum) lijkt veel op de vorige soort, maar heeft rechtopstaande, borstelige kelkbladeren in plaats van spreidende of afhangende. Er is nog een ander kenmerk waardoor de plant zich van Herik onderscheidt en waarnaar in de Nederlandse naam wordt verwezen: bij het drogen worden de hauwen tussen de zaden sterk samengesnoerd, zodat deze laatste, 4-8 in getal, duidelijk te herkennen zijn. Tenslotte is ook de snavel aan het eind van de vrucht  veel langer dan bij Herik. De bloemkleur kan behalve geel ook wit, lichtpaars, blauwachtig of purper zijn, meestal met donkere aderen. De bloeitijd van deze 30-60 cm hoog wordende plant is van juni tot en met september. Komt voor in geheel Europa en in het oosten van Noord-Amerika. In ons land algemeen, vooral op zandige akkers, op ruigten en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

Zwarte mosterd

 

ZWARTE MOSTERD (Brassica nigra) is een veel forser onkruid, met rechtopstaande stengels van 0,60 tot 1,20 meter hoogte. Er zit veel variatie in de bladeren: de onderste hebben een grote eindlob met daaronder twee veel kleinere; de stengelbladeren, die afwisselend staan, zijn lancetvormig met slechts twee kleine lobben en de allerbovenste hebben helemaal geen lobben. Ook bij deze soort staan de bloemen afwisselend langs de stengel en aan de top dicht bijeen. De vruchten staan rechtop. De bloeitijd is van juni tot september. Het verspreidingsgebied omvat Europa, Azië en Noord-Amerika. In ons land vrij algemeen, vooral in het rivierengebied; op akkers, langs wegen en dijken en op ruigten. Uit de zaden van deze plant wordt de tafelmosterd bereid en ook een olie die in de geneeskunde en bij het vervaardigen van zeep wordt gebruikt.

 

 

 

 

 

 

Gewone raket

 

GEWONE RAKET (Sisymbrium officinale) heeft de onderste bladeren in een rozet; ze zijn diep ingesneden zodat gepaarde slippen met een grotere eindlob ontstaan. De onderdelen van de bladeren zijn getand. De stengelbladeren staan afwisselend, hebben een lange pijlvormige eindlob en een tot drie kleine langwerpige zijlobben. De dicht opeenstaande bloemen zijn kortgesteeld en hebben bloemblaadjes ie half zo lang zijn als de kelkblaadjes. De vruchten staan stijf rechtop en hebben een afgeronde onderkant. Zowel stengels als bladeren zijn borstelig. Deze plant wordt 30-80 cm hoog en bloeit van mei tot en met september. Iedere plant levert ongeveer 2700 zaden op, die ondiep kiemen. Het verspreidingsgebied beslaat geheel Europa, West-Azië en Noord-Afrika; elders verwilderd. In ons land een van de algemeenste onkruiden op akkers; ook veel voorkomend langs wegen en heggen en op ruigten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hongaarse raket

 

HONGAARSE RAKET (Sisymbrium altissimum) behoort tot de zogenaamde ‘tumble weeds’: wanneer de plant na een of twee jaar afsterft breekt hij aan e voet af om dan met de eerste windvlaag mee over de grond te rollen, waarbij tijdens de tocht de zaden worden verspreid. De plant wordt 40 tot 90 cm hoog en bloeit van mei tot juli. De bladeren van de grondrozet zijn gesteeld en ruw behaard; ze zijn verdeeld in smal driehoekige slippen; bij de middelste bladeren zijn de slippen nog smaller en bij de bovenste zijn ze bijna draadvormig. De vruchten zijn lang en dun. Oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-oost-Europa, maar thans in verscheidene Europese landen en in Noord-Amerika te vinden. In ons land vooral langs de grote rivieren en in de duinen, elders zeldzaam.