Tagarchief: akkers

Stijve klaverzuring : Oxalis stricta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine 5-tallige gele bloemen en
– het klaverachtige blad en
– de opgerichte of afstaande (niet teruggeslagen) vruchtstelen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Stijve klaverzuring is een overblijvende plant van 10 tot 30 cm hoog, oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit op open, zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, voedselrijke grond in akkers, (moes)tuinen, onder heggen, langs bospaden en aan weg- en waterkanten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Stijve klaverzuring bloeit vanaf juni tot en met oktober met gele 5-tallige bloemen, die alleen bij zonnig weer geopend zijn. Ze staan met 1 tot 6 bij elkaar in losse schermen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn behaard met witte haren, zowel lange afstaande als korte aanliggende. De bladeren zijn samengesteld en bestaan uit drie deelblaadjes met een gewimperde rand. De deelblaadjes gaan ’s nachts en overdag bij koud weer in de “slaapstand”, dat wil zeggen naar beneden hangen en samen vouwen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met gele bloemen

 

 

knobbelklaverzuring : heeft teruggeslagen vruchtstelen, stengels behaard met alleen korte aanliggende haren.

 

 

knobbelklaverzuring

 

 

 

 

gehoornde klaverzuring : heeft teruggeslagen vruchtstelen, kruipende stengels, bladeren vaak bruingroen, haren op de stengels alle kanten uitwijzend.

 

 

gehoornde klaverzuring

 

 

 

 

stijve klaverzuring : heeft geen teruggeslagen vruchtstelen, stengels behaard met lange afstaande en korte aanliggende haren

 

 

 

 

Algemeen

 

– klaverzuringfamilie (Oxalidaceae)
– overblijvend
– algemeen
– 10 tot 30 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m oktober
– bijscherm
– stervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 afgeronde kroonbladen
– kroonbladen niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– deelblaadjes hartvormig
– top uitgerand
– rand gaaf, gewimperd
– voet wigvormig
– veernervig

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moeraskers : Rorippa palustris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– bleekgele bloemen met kroonbladen, die ongeveer zo lang zijn als de kelkbladen en
– veervormig ingesneden blad met een grote, brede eindslip

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Moeraskers is een zeer algemeen voorkomende eenjarige plant van 20 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, natte tot vochtige, stikstofrijke grond in bermen, akkers, (moes)tuinen, langs waterkanten, in moerassen en tussen straatstenen.

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met bleekgele bloemen, die in een trosje staan. De kroonbladen van de bloemetjes zijn ongeveer even lang als de groengele kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De diep veervormig ingesneden bladeren zijn verdeeld in 3 tot 7 paar smalle, onregelmatig getande slippen en een grote, brede eindslip. De onderste zijn gesteeld, de bovenste meestal niet. Ze hebben kleine oortjes aan de voet.

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Moeraskers is een waardplant voor larven van de oranjetip en het klein geaderd witje. Ook is ze een pioniersplant, die verdwijnt als de vegetatie zich sluit. Na de vruchtvorming kan moeraskers rood verkleuren.

 

 

 

Herkennen Rorippa soorten

 

– zijn de kroonbladen ongeveer even groot als de kelkbladen ? ja >  moeraskers

– nee …. heeft het blad oortjes ? ja > Oostenrijkse kers

– nee …. is het blad diep veervormig ingesneden met een smalle eindslip ? ja > akkerkers

– nee …. is het blad diep veervormig ingesneden met een grote eindslip ? ja > valse akkerkers

anders > gele waterkers

 

 

moeraskers

 

 

 

blad moeraskers

 

 

 

Oostenrijkse kers

 

 

 

blad oostenrijkse kers

 

 

 

akkerkers

 

 

 

blad akkerkers

 

 

 

valse akkerkers

 

 

 

valse akkerkers

 

 

 

gele waterkers

 

 

 

blad gele waterkers

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 20 tot 60 cm

Bloem
– bleekgeel
– vanaf juni t/m september
– tros
– stervormig
– 3 tot 5 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– grote, brede eindslip
– top stomp
– rand onregelmatig getand
– voet geoord, (half)stengelomvattend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– vrijwel kaal
– meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Harig knopkruid : Galinsoga quadriradiata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de onopvallende bloemhoofdjes met meestal 5 ver uit elkaar staande, witte, drie-tandige straalbloemen en
– de met afstaande witte haren bedekte bloeiende stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Harig knopkruid is een eenjarige plant van 20 tot 45 cm. Ze is zeer algemeen voor komend in de Lage Landen. Harig knopkruid groeit op open, vochtige tot droge, zandige grond langs akkers, in bermen, op braakliggende terreinen en in moestuinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Harig knopkruid bloeit vanaf juni tot in de herfst met kleine bloemhoofdjes, die bestaan uit gele buisbloemen en 0 tot 6, meestal 5 witte drie-tandige straalbloemen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Naast harig knopkruid is er ook kaal knopkruid. Er zitten tussen beide soorten wat subtiele verschillen in de bloemen, maar het meest opvallende verschil is de beharing van de bloeiende stengels. De bloeiende stengels van harig knopkruid zijn behaard met witte afstaande haren, terwijl die van kaal knopkruid niet of spaarzaam zijn behaard met aanliggende haren.

 

 

kaal knopkruid

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 20 tot 45 cm

Bloem
– witte straalbloemen
– gele buisbloemen
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdje
– 8 mm

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– netnervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Haagwinde : Convolvulus sepium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, zuiver witte (zelden roze met witte strepen), trechtervormige bloemen en
– aan de hoek van 90° tussen bladsteel en bladschijf
– en de pijlvormige bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Haagwinde is een zeer algemeen voorkomende snelgroeiende overblijvende klimplant. Op zonnig tot half beschaduwde plaatsen met natte tot vochtige, voedselrijke grond kan je haar tegenkomen, zoals in akkers, plantsoenen, tuinen, rietlanden, ruigten en moerasbossen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Haagwinde bloeit vanaf juni tot de herfst met grote, trechtervormige, zuiver witte bloemen. Zelden zijn ze roze met witte strepen. De bloem wordt aan de onderkant omsloten door twee hartvormige, meestal roodbruin aangelopen schutbladen, die de kelk gedeeltelijk bedekken. De schutbladen overlappen elkaar niet, ze raken elkaar hooguit aan de rand en ze zijn langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De niet of weinig vertakte stengels winden zich tegen de klok in om takken en stengels van andere planten of zaken zoals palen, gaas of spijltjes van hekken. Ze kan zo tot 3 meter hoog klimmen. De bladeren hebben een breed pijlvormige voet. De bladschijf en bladsteel staan ongeveer haaks op elkaar.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

haagwinde : grote witte bloemen, bladsteel maakt ongeveer een hoek van 90° met bladschijf.
akkerwinde : heeft kleinere, geurende witte of roze bloemen, die aan de buitenkant 5 donkere strepen hebben.
zeewinde : heeft roze/bleek purperen bloemen met 5 witte strepen, niervormige bladeren en liggende, zelden klimmende stengels.
gestreepte winde : opgeblazen schutbladen onder de bloem overlappen elkaar gedeeltelijk. Bloemen wit, vaak met roze strepen.

 

 

akkerwinde

 

 

 

zeewinde

 

 

 

gestreepte winde

 

 

 

Algemeen

 

windefamilie (Convolvulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– tot 3 meter

Bloem
– wit, zelden roze met witte strepen
– vanaf juni tot de herfst
– gesteeld alleenstaand
– trechtervormig
– 3 tot 6 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– pijlvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet breed pijlvormig
– veernervig

Stengel
– klimmend
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone melkdistel : Sonchus oleraceus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– lichtgele bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen en
– de slappe grijsgroene bladeren met geoorde voet en stekelige rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone melkdistel is een zeer algemeen voorkomende eenjarige plant, die groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, vaak omgewerkte grond in akkers, (moes)tuinen, braakliggende terreinen, bermen, tussen stoeptegels en langs stoepranden.

 

 

 

Bloem

 

Ze wordt 30 tot 90 cm hoog en bloeit vanaf juni tot in de herfst. De bloemhoofdjes bestaan uit talrijke lichtgele lintbloemen. De onderkant van de buitenste lintbloemen is vaak zilverig roodpaars. De bloemhoofdjes zijn ’s morgens geopend en in de middag sluiten ze zich weer.

 

 

 

Blad

 

De slappe stengelbladeren hebben afgeronde oortjes en zijn veerdelig, waarbij de eindslip meestal groter is dan de overige bladslippen. Ze zijn dof- of grijsgroen van kleur en soms wat paars aangelopen. De bladrand is golvend en stekelig getand. De bovenste bladeren zijn vaak ongedeeld met spitse, afstaande oortjes en bijna gaafrandig.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

akkermelkdistel : heeft gele klierharen en stengelbladeren met ronde, tegen de stengel aangedrukte oortjes.

moerasmelkdistel : heeft zwarte klierharen en alle bladeren hebben een pijlvormige voet met spitse oortjes.

gewone melkdistel : geen klierharen, gedeelde bladeren met grote driehoekige eindlob en ongedeelde bovenste bladeren met spitse, afstaande oortjes.

gekroesde melkdistel : geen klierharen, stekelige, langwerpige bladeren met ronde, tegen de stengel aangedrukte oortjes.

 

 

De 4 melkdistels behoren tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.

 

 

 

 

akkermelkdistel

 

 

 

 

moerasmelkdistel

 

 

 

 

gekroesde melkdistel

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– lichtgele lintbloemen
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdjes in een losse tros
– 1 tot 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig tot veervormig   ingesneden
– top stomp
– rand (golvend) stekelig getand of   gaaf
– voet (half)stengelomvattend
– veer- of netnervig

Stengel
– rechtop
– glad of bovenaan met klierharen
– kantig tot rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gele ganzenbloem : Glebionis segetum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de goudgele op gewone margriet lijkende bloemhoofdjes met
– breed vliezig gerande omwindselblaadjes en
– de vlezige, blauwgroene, onregelmatig getand/gespleten bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gele ganzenbloem is een eenjarige plant van 30 tot 60 cm hoog en komt plaatselijk algemeen voor in de Lage Landen. Ze groeit open, vochtige tot droge, voedselrijke, zandige, omgewerkte grond in akkers en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot de herfst met grote goudgele bloemhoofdjes, die een hart van gele buisbloemen en een rand van gele drie of zes-tandige straalbloemen hebben. De omwindselblaadjes zijn breed vliezig gerand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren van gele ganzenbloem zijn iets vlezig, blauwgroen van kleur, grof getand tot veerspletig. De bovenste zijn half stengelomvattend, de onderste steelachtig versmald.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Binnen de groep composieten met gele buis- en gele straalbloemen zijn gele kamille en gele ganzenbloem de enige twee met naar verhouding korte brede straalbloemen. Ze zijn daaraan makkelijk te herkennen. Om gele kamille en gele ganzenbloem uit elkaar te kunnen houden kijk je naar het blad. Het blad van gele ganzenbloemen is iets kaal, vlezig, blauwgroen van kleur, grof getand tot veerspletig. Het blad van gele kamille is viltig behaard en veerdelig met gelobde tot diep ingesneden slippen.

 

 

gele kamille

 

 

 

gele kamille

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– plaatselijk algemeen tot zeer   zeldzaam
– 30 tot 60 cm

Bloem
– goudgeel
– vanaf juni tot de herfst
– bloemhoofdje
– buis- en straalbloemen
– 3,5 tot 6 cm
– omwindselblaadjes met vliezige rand

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig of veervormig
ingesneden
– top spits
– rand grof getand tot
veerspletig met getande slippen
– veernervig
– vlezig
– blauwgroen
– bovenste half stengelomvattend
– onderste steelachtig versmald

Stengel
– rechtop, iets vertakt
– kaal
– rolrond, iets gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

gele ganzenbloem

 

 

 

 

 

Bernagie : Borage officinalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bernagie-120720-191

 

 

Goed te herkennen aan
– de prachtig blauwe bloemen met spitse kroonbladen en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

borago1-1

 

 

 

Algemeen

 

Bernagie is een makkelijk herkenbare, ruwharige, eenjarige, 20 tot 60 cm hoge plant, die in tuinen wordt gekweekt als keukenkruid en vandaar uit is verwilderd. Ook wordt ze uitgezaaid. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit Zuid-Europa. Je kan haar vinden op zonnige, warme, open plaatsen, liefst met omgewerkte grond, zoals akkers, ruigten, puinhopen en langs wegen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot de herfst met prachtig blauwe bloemen, die in de knop roze zijn. Die roze kleur verdwijnt gedurende de bloei en gaat via paarsblauw over naar blauw. De half-knikkende bloemen hebben vijf spitse kroonbladen en in het hart een dubbele ring van witte schubjes, waar de zwart-paarse meeldraden en stijl uitsteken.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Bernagie kent vele toepassingen. Door de eeuwen heen is ze gebruikt als medicinale plant. Dat blijkt uit de toevoeging “officinalis”, wat “geneeskrachtig” betekent. De eetbare bloemen worden tegenwoordig onder andere gebruikt in salades. Ze smaken naar komkommer. Bernagie wordt daarom ook wel komkommerkruid genoemd. Uit de zaden wordt olie gewonnen, borage-olie. In de fytotherapie wordt de olie gebruikt tegen huidveroudering, zwangerschapsstriemen, eczeem en premenstrueel syndroom.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– verwilderd of ingezaaid
20 tot 60 cm

Bloem
– blauw
– vanaf juni tot de herfst
– schicht
– 1,5 tot 3 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste eirond, in een steel
versmallend
– bovenste langwerpig, zittend
– top spits
– rand gegolfd of getand
– voet gevleugeld
– veernervig
– boven- en onderkant ruw behaard

Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– ruw behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

bernagie

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Witte krodde : Thlaspi arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

kroddewitte-100523-285

 

 

Goed te herkennen aan

 

– de 4-tallige witte bloemetjes en
– de bijna ronde breed gevleugelde vlakke vruchtjes

 

 

266px-thlaspi_arvense1_ef

.
.
.
.
 
Algemeen
.
Witte krodde is een niet behaarde geelgroene eenjarige plant van 15 tot 50 cm hoog en is algemeen voor- komend. Je kunt witte krodde vinden op open, vochtige, voedselrijke, liefst omgewerkte grond zoals akkers, braakliggende terreinen, bermen en plantsoenen.
.
.
.
.
.
.
.

Bloem

 

Witte krodde bloeit vanaf mei tot en met september met gesteelde kleine 4-tallige witte bloemetjes, die gerangschikt zitten in trossen aan het einde van de meerkantige stengels, die bovenaan vaak vertakt zijn.

 

 

 

 

Blad en stengel
.
.
De bovenste bladeren zijn langwerpig, hebben een pijlvormige voet en zijn bochtig getand. Zij zijn evenals de zaden scherp smakend en kunnen in salades en soepen worden verwerkt. De onderste bladeren zijn omgekeerd eirond en tijdens de bloeitijd meestal verdwenen. Na de bloei, tijdens het rijpen van de vruchten, verlengt de stengel zich sterk.
.
.
.

 

 

 

Toepassingen

 

Als je de stengels kapot wrijft ruik je een knoflookachtige geur. Uit de scherp naar knoflook smakende olie- houdende zaden kan een spijsolie en een soort mosterd worden bereid. Bij rijpheid worden de vruchtjes perkamentachtig en kun je de zaden tegen de wanden horen rammelen als je aan de plant schudt. Een gedroogde stengel met vruchtjes is zeer opvallend, heel decoratief en mooi te verwerken in droogboeketten.

 

 

 

 

Algemeen
.
kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 15 tot 50 cm
– geelgroen

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– tot 4 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet pijlvormig
– veernervig
– kaal

Stengel
– rechtop
– kaal
– meerkantig

 

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vergeten wikke : Vicia sativa subsp. segetalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9758-gr-vergeten-wikke

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze vlinderbloemen,
– die alleenstaand of met 2-4 in de bladoksels staan en
– waarvan de zwaarden duidelijk donkerder gekleurd zijn dan de vlag
– en de samengestelde bladeren met vertakte rank

 

 

img_9745-gr-vergeten-wikke

 

 

 

Algemeen

 

Vergeten wikke is eenjarig en komt zeer algemeen voor op grazige zandgrond en in akkers. Vergeten wikke wordt 10 tot 100 cm hoog. Ze is verspreid behaard.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met juli. De bloemen staan alleen of met 2-4 in de bladoksels. Ze hebben een heel kort steeltje en zijn helder roze. De zwaarden zijn duidelijk donkerder van kleur dan de vlag.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren hebben kleine steunblaadjes met klieren, die bij zonnig weer nectar produceren, waar vooral mieren op afkomen. De deelblaadjes van de bovenste bladeren zijn smaller dan die van de onderste bladeren. De overgang gaat geleidelijk. Ze zijn in of boven het midden het breedst (3-6 mm). De stengels zijn slap en de plant vindt door middel van de ranken steun bij omringend gras, soortgenoten of andere planten. De ranken zijn vertakt en zitten aan het uiteinde van de samengestelde bladeren in het verlengde van de bladspil.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 100 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m juli
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen met gelijke tanden
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– smal eirond tot langwerpig
– in of boven het midden het breedst
– zeer kort gesteeld
– top rond met spits uitsteekseltje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

Stengel
– klimmend
– weinig behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA

Slipbladige ooievaarsbek : Geranium dissectum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

geranium-dissectum-05-slipbladige_ooievaarsbek1-h4

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze, kleine bloemtjes met 5 uitgerande kroonbladen op korte bloemstelen én
– de lange afstaande beharing van de hele plant én
– de klierharen voornamelijk in de bloeiwijzen

 

 

geranium-dissectum-05-slipbladige_ooievaarsbek3-h4

 

 

 

Algemeen

 

Slipbladige ooievaarsbek is een eenjarige plant van 10 tot 40 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke, meestal kleiige grond in akkers, op dijken, in bermen en aan slootkanten. De gehele plant is afstaand behaard en vooral in de bloeiwijzen ook met klierharen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Slipbladige ooievaarsbek bloeit vanaf mei tot en met september. De helder roze bloemen staan met 2 bij elkaar in de bladoksels. Ze hebben 5 uitgerande kroonbladen, die even lang zijn als de genaalde kelkbladen. Ze staan op stelen, die korter zijn dan 2 cm, waardoor ze wat tussen de bladeren verscholen zitten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De behaarde bladeren zijn in omtrek rond, handvormig 5- tot 7-delig met 3-spletige slippen. Slipbladige ooievaarsbek heeft ook rozetbladeren, die minder diep gespleten zijn en een rode rand hebben. Tijdens de bloei zijn de rozetbladeren al verdord. De stengel is liggend of opstijgend en wordt vaak gesteund door omringende vegetatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 10 tot 40 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m september
– alleenstaand
– stervormig
– tot 1 cm
– 5 uitgerande kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 5 genaalde kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl met 5 stempels

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– 5- tot 7-delig
– in omtrek rond
– top spits
– rand gaaf
– handnervig
– afstaand behaard, bovenste ook met   klierharen

Stengel
– liggend of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

JOHN ASTRIA