Tagarchief: fythotherapie

Geel walstro : Galium verum

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de pluimen kleine, gele, geurende bloemetjes en
– de zeer smalle bladeren, die in kransen om de stengel staan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Geel walstro is een overblijvende plant van 15 tot 120 cm hoog/lang, die groeit op open tot grazige, droge tot vrij natte, meer of minder voedselarme, meestal zandige grond. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot de herfst met lange, smalle, rijkbloemige pluimen. De kleine, geurende, gele bloemetjes hebben 4 bloemdekbladen met een toegespitst topje. Ze produceren veel nectar en worden daarom veelvuldig bezocht door verschillende insecten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan in kransen van 8 tot 12 rond de stengel, zijn lijnvormig, hebben een tot de middennerf omgerolde, gave rand en zijn aan de onderkant wit door beharing. De bovenkant is glanzend groen.
De kort behaarde stengels lijken vierkant, maar ze zijn rond met 4 smalle ribben, staan soms rechtop, maar vaker liggen ze op de grond of over andere planten.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Geel walstro kent vele toepassingen. In Schotland wordt uit de wortel een rode en uit de bloemen een gele verfstof gewonnen. De kleurstof uit de bloemen wordt ook gebruikt om Chesterkaas zijn kleur en smaak te geven. Verder bevat de plant een enzym, dat melk doet stremmen en daarom bij kaasbereiding wordt gebruikt. In de fytotherapie wordt geel walstro onder andere gebruikt vanwege haar bloedzuiverende werking.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort

 

Van alle walstrosoorten is geel walstro makkelijk te herkennen aan de smalle, rijkbloemige, gele pluimen. Voor vergelijking met andere soorten zie glad walstro en kruisbladwalstro.

 

 

glad walstro

 

 

kruisbladwalstro

 

 

 

Algemeen

 

sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 0,15 tot 1,2 meter

Bloem
– geel
– vanaf juni tot de herfst
– pluim
– stervormig
– 2 tot 4 mm
– 4 bloemdekbladen, vergroeid en
met kort topspitsje
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top toegespitst
– rand gaaf en omgerold
– voet wigvormig
– 1-nervig
– glanzend
– onderzijde viltig behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– glad en kaal
– rond met 4 smalle ribben
– kort behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bitterzoet : Solanum dulcamara

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-solanum_dulcamara-01_xndr

 

 

Goed te herkennen aan
overhangende trossen paarse (zelden witte), 5-tallige, knikkende, geurende, bloemen met tot een gele kegel vergroeide helmknoppen

 

09_heidijk_drunen_annie_2011_08_16-23

 

 

 

Algemeen

 

Bitterzoet is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant en stelt weinig eisen aan grond, hoeveelheid licht en vochtigheid. Ze verdraagt zelfs zoute zeewind. Ze groeit op droge tot natte, min of meer voedselrijke grond in moerasbossen, aan waterkanten, op drijftillen, aan heggen, ook in de zeereep en op geknotte bomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met september. De bloemen zijn paars met in het hart een opvallende gele kegel van vergroeide helmknoppen. Ze staan met 10 tot 25 bij elkaar in overhangende trossen. De kroonbladen van pas geopende bloemen staan eerst recht of zijn licht teruggeslagen; de kroonbladen van de bloemen, die langer open zijn liggen meestal tegen de steel. Elk kroonblad heeft aan de basis twee glanzende, groene vlekken met een witte rand. De bloemen ruiken aangenaam, maar bevatten geen nectar, hoewel dat door de glanzende, groene vlekken wel zo lijkt.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De donkergroene, soms paars aangelopen bladeren zijn aan beide zijden zacht behaard, langwerpig tot eirond, hebben een gave rand en een zwak hartvormige of afgeronde voet. De voet van de bovenste bladeren is vaak spiesvormig of het blad is 3-tallig geoord. De stengels zijn onderaan verhout, kunnen rechtop staan, op de grond liggen of zich winden om andere vegetatie.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De 1 cm grote, ovale bessen, die na de bloei gaan groeien, verkleuren van groen via geel naar rood en zijn glanzend. Ze bevatten vele zaden, die jaren kiemkrachtig blijven. De rijpe bessen zijn zacht en eetbaar voor vogels, die zo mede zorgdragen voor de verspreiding van de plant. Voor de mens zijn ze zeer giftig!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Bitterzoet bevat glycosiden. Als je op de stengel kauwt proef je eerst de bittere smaak van de glycosiden. Dan gaat het speeksel met de glycosiden reageren en komt er sacharose vrij, dat zoet smaakt. Zoals de meeste nachtschade-soorten is bitterzoet giftig! Ondanks de giftigheid wordt bitterzoet gebruikt in de fytotherapie. Het heeft een vochtafdrijvende, ontstekingremmende en bloedzuiverende werking.

 

 

 

 

 

Weetje

 

Omdat bitterzoet een waardplant is voor de bruinrotbacterie, die besmetting van het oppervlaktewater kan veroorzaken, wordt de plant gezien als een probleem in de land- en tuinbouw. Bestrijding is niet makkelijk, omdat elk stukje wortel dat achterblijft, kan uitgroeien tot een nieuwe plant.

 

 

4195324642_629e060a2c_b

 

 

 

Algemeen

 

nachtschadefamilie (Solaneceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 30 tot 200 cm

Bloem
– paars, zelden wit
– vanaf juni t/m september
– tros
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet zwak hartvormig of afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop, windend of liggend
– weinig behaard of kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4