Tagarchief: paars

Luzerne : Medicago sativa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
aan de eivormige tot langwerpige, rijkbloemige, lang gesteelde trossen paarse (soms witte), kortgesteelde vlinderbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Luzerne is een overblijvende, 30 tot 80 cm hoge plant. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen. Ze groeit op min of meer vochtige plaatsen in graslanden en bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Luzerne bloeit vanaf juni tot en met september. De bloeiwijze is een rijkbloemige, eivormige tot langwerpige tros vlinderbloemen. Ze zijn kort gesteeld, doorgaans paars, soms zijn ze wit. De trossen zijn lang gesteeld en staan in de bladoksels. Bij kruisingen van luzerne met sikkelklaver zijn de bloemen groen of geel-paars gevlekt. Sikkelklaver heeft gele bloemen.

De meeldraden en stijl liggen onder spanning in de kiel van de bloem verborgen. Zowel bijen als vlinders kunnen de bloem laten “ontploffen”. Zij drukken, op hun zoektocht naar nectar, de zwaarden en kiel naar beneden, waardoor het mechanisme dat stijl en meeldraden onder spanning houdt, wordt open gedrukt en stijl en meeldraden omhoog klappen tegen de buik van het insect.

De stijl is langer dan de meeldraden en ontvangt stuifmeel van een andere bloem, voordat de kortere meeldraden hun stuifmeel aan het insect afgeven. Bij een ontplofte bloem blijven na vertrek van het insect de meeldraden en stijl zichtbaar. Die bloemen worden bezocht door andere insecten vanwege het nu makkelijk bereikbare stuifmeel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De kortgesteelde bladeren bestaan uit 3 langwerpige deelblaadjes, die elk 2 à 3 cm lang zijn, het breedst boven het midden en waarvan de onderste helft van de rand gaaf is en de bovenste helft getand. De top heeft een stekelpuntje. De stengels zijn sterk vertakt en los bebladerd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De zaden van luzerne kunnen het hele jaar ontkiemen en worden verkocht als spruitgroente met de naam alfalfa; op dezelfde manier in de keuken te gebruiken als taugé. Ze wordt ook gekweekt als voederplant en vanwege haar stikstofbindende eigenschap gebruikt als groenbemester voor verbetering van schrale gronden.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Andere planten met paarse trossen vlinderbloemen zijn vogelwikke, stijve wikke en bonte wikke. Hoewel het ook vlinderbloemen zijn, zijn de bloemen van de wikke-soorten anders van vorm en smaller dan de bloemen van luzerne. Verder staan ze binnen 1 tros nagenoeg allemaal dezelfde kant op. Dat is bij luzerne niet het geval. De bladeren van luzerne bestaan uit 3 deelblaadjes, die van de wikke-soorten bestaan uit meer dan 3 deelblaadjes en de bladspil eindigt in een vertakte rank.

 

 

vogelwikke

 

 

stijve wikke

 

 

bonte wikke

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot zeldzaam
– ook gekweekt als voederplant
– 30 tot 80 cm

Bloem
– paars (soms wit)
– vanaf juni t/m september
– tros
– 8 tot 12 mm
– vlinderbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 behaarde kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– top spits met stekelpuntje
– rand bovenste helft getand
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– weinig behaar

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Korenbloem : Centaurea cyanus

Standaard

categorie ; kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder blauwe, eindstandige bloemhoofdjes met
– trompetvormige, stralende buitenste bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Korenbloem is een eenjarige plant van 30 tot 60 cm hoog. Ze komt vrij zeldzaam voor in de Lage landen en komt op de rode lijst voor als gevoelig. Ze groeit op open plaatsen met droge, voedselrijke zandgrond in graanakkers en bermen. Ook wordt ze uitgezaaid, dan vaak in afwijkende kleuren (roze en wit) of met dubbele randbloemen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Korenbloem bloeit vanaf juni tot en met augustus met helder blauwe (soms roze of witte) bloemhoofdjes, die bestaan uit een aantal grote, wijd trompetvormige, onregelmatig 5-9 spletige randbloemen en in het hart violette buisbloemen met een 5-tandige zoom.

De randbloemen zijn onvruchtbaar en dienen alleen om het bloemhoofdje aantrekkelijker te maken voor insecten. De bloemen in het hart zijn rijk gevuld met nectar en hebben tot een kokertje vergroeide meeldraden, waaruit de stijl omhoog komt. De bloemhoofdjes staan alleen aan het einde van de stengels en zijstengels.

De blaadjes van het onder het bloemhoofdje zittende eironde omwindsel hebben een vliezige bruin of witachtige rand, die franje-achtig is ingesneden. De binnenste omwindselblaadjes zijn vaak paars aangelopen. Het omwindsel blijft door de verdroogde bloemenhoofdjes geheel gesloten tot de vruchten rijp zijn en als er dan droog weer komt, opent het zich om de vruchten vrij te laten.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn veerspletig, de bovenste lancetvormig, maximaal 5 mm breed. Stengels en bladeren zijn spinnenwebachtig behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde wordt ze gebruikt voor haar urine drijvende werking, tegen maag- en darmstoornissen en als compres voor brandende rode ogen.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Korenbloem was een karakteristieke bloem van graanakkers, waar ze samen met klaprozen in de voorzomer bloeide. Door zaad-opschoning en intensieve onkruidbestrijding is ze daar zo goed als verdwenen. Je komt korenbloem nog het meest tegen in bermen, vaak uitgezaaid in “wilde-plantenmengsels”.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 30 tot 60 cm

Bloem
– blauw (soms wit of roze), in het hart   violet
– vanaf juni t/m augustus
– hoofdje, alleenstaand
– buisbloemen
– tot 3 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste veervormig ingesneden
– bovenste lancetvormig, max. 5 mm   breed
– top spits
– rand gezaagd
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– gegroefd

 

 

 

 

 

 

 

 

Amethist.

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemeen

 

De amethist dankt zijn prachtige paarse kleur voornamelijk aan sporen ijzer, titaan en mangaan en een beetje ra-dioactiviteit. In het zonlicht vervalt de radioactiviteit en kan de amethist verbleken. Zeer bleke amethist kan met bestraling met radium weer paars worden. Helaas is dit niet kleurecht; de steen verliest na verloop van tijd zijn kleur. Bekijk je amethist nauwkeurig van dichtbij vanuit verschillende richtingen, dan blijkt een kristalpunt twee verschillende kleuren te hebben: blauw/blauw-paars en rood-paars. Dit verschijnsel heet dichroïsme (tweekleurigheid). De ondoorzichtige amethist met witte lijnen is de edelsteen die met Valentijn aan geliefden wordt ge-schonken. Dit type amethist wordt chevron-amethist genoemd. De lichte lijnen heten flèches d’amour.
.
.Door de paarse kleur heeft de amethist een bijzonder effect. Paars ontstaat door het mengen van het vurige rood en het afstandelijke blauw; amethist is zo een compromis tussen tegenstellingen. Het kristal bevordert voor har-monie en helderheid van geest en helpt afstand te nemen. Amethist als geode (ook wel druse genoemd) in een ruimte opgesteld schept harmonie in huis. Amethist is de steen van onthechting en spiritualiteit. Bisschopsringen en andere liturgische voorwerpen bevatten vaak amethist, om de drager en gebruiker te helpen afzien van de aardse geneugten en de geest te verheffen.

 

.Amethist

.

 

 

Amethist_Brazilie

 

.

 

geode van amethist

.

 

.

Herkomst van de naam

 

De naam amethist komt van het Grieks: een samenstelling van a (‘zonder’) en metuein (‘dronken zijn’). De oude Grieken en Romeinen dronken wijn uit amethisten bokalen, of hielden een amethist in hun mond tijdens het drin-ken. Ze meenden dat ze dan niet dronken konden worden. De paarse kleur van dit kristal werd geassocieerd met de kleur van wijn en de Romeinse god van de wijn, Bacchus.

 

 

 

.

.

 

Amethist-Armband-met-Hart_624_218_6123_1275835032

.

 

.

 

Door de eeuwen heen

 

Amethist kent een lange geschiedenis. Al eeuwen is het een geliefkoosde sier- en heelsteen. Het kristal werd gevonden in de piramides van het oude Egypte en in graven van Etrusken en RomeinenGrieken en Romei-nen gebruikten de amethist als amulet om zich te beschermen tegen dronkenschap, verslaving en hoofdpijn door overmatig wijn drinken. Katers werden ook met de amethist bestreden. Soms door het dragen of opleggen van de steen, soms door het innemen van verpulverde amethist.

Plinius de Oudere, een Romeinse wetenschapper (23-79) schreef al over de helende krachten van stenen. Hij roemde het gebruik van amethist bij het drinken van wijn. Dronkenschap zou voorkomen worden door een ame-thist onder de tong of in de wangzak te stoppen. Amethist zou bovendien beschermen tegen het boze oog en hekserij, mits er een zon en maan in de steen gegraveerd stond. De sjamanen in Finland gebruikten een zoge-naamde sjamanensteen als hulp bij meditatie. Zo’n sjamanensteen is een driekleurige steen met amethist, sneeuwkwarts en rookkwarts.

In China geloofde men dat amethist een juridisch probleem in het voordeel van de drager kon doen veranderen. Dit resulteerde in een levendige handel. Het was mogelijk om een amethist voor dit doel te huren. Bij een gun-stige uitspraak was de steen een goede hulp gebleken en werd de huurprijs flink opgeschroefd. Vanaf de Romein-se tijd tot diep in deMiddeleeuwen was men erg bang voor vergiftiging. Bekend was dat amethist verkleurt bij contact met sommige plantaardige gifstoffen. Daarom werden kelken en bekers gesneden uit of versierd met amethist, zodat men op tijd gewaarschuwd zou worden voor vergif in het drankje.

In de 18de en 19de eeuw was paars/violet de kleur van rouw en boete. In die tijd werden veel rozenkransen van amethist gemaakt. Tijdens deJugendstil en de Art Nouveau(begin 20ste eeuw) was amethist geliefd voor het maken van sieraden. De beroemde Russische goudsmid Peter Carl Fabergé (1846-1920) gebruikte in zijn beroemde sieraden en met juwelen bezette eieren veelvuldig amethist.

 

.

 

 

 

Spiritueel

 

* Amethist stimuleert de groei van je spiritualiteit en je intuïtie. Het is de steen van onthechting en wijsheid.
* Het helpt je zonder oordeel en met compassie te kijken naar jezelf, naar anderen en naar je omgeving.
* Amethist helpt je het verschil te zien tussen wat echt belangrijk is en wat niet.
* Tijdens meditatie helpt amethist je de stilte in jezelf te vinden.
* Bij rouw en verdriet helpt amethist om je verlies te verwerken en te accepteren.
* Amethist maakt wilskrachtig maar niet per se heel actief.
* Het is dé steen van het loslaten. Negatieve gedragspatronen en gewoontes kun je verbreken door met amethist te mediteren.

.

.

.

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Amethist heeft vaak kleurzones in plaats van één egale kleur. Door zorgvuldig verwarmen kan de kleur regelma-tiger verspreid worden, maar tijdens de verhitting kan de steen geel, bruin of groen verkleuren.

 

Samenstelling: SiO2 + (Al, Fe, Ca, Mg, Li, Na).
Hardheid: 7, bros
Transparantie: doorzichtig, doorschijnend, ondoorzichtig (chevron-amethist)
Breuk: schelpvormig, splinterig
Splijtbaarheid: onduidelijk
Dichtheid: 2,63 – 2,65
Kristalstelsel: trigonaal, macrokristallijn

 

 

 

 

 

 

geode van amethist

 

 

 

 

 

 

 

 

.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

 

Groot spiegelklokje : Legousia speculum-veneris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, paarse 5-tallige bloemen met
– kelkslippen ongeveer even lang als de kroonslippen en
– een onderstandig vruchtbeginsel, dat lijkt op een kantige steel

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Groot spiegelklokje is een eenjarig plantje van 10 tot 40 cm hoog, dat groeit op open, vochtige, kalkhoudende grond in graanakkers en open bermen. Ze staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot spiegelklokje bloeit vanaf juni tot en met augustus met 5-tallige paarse bloemen, die samen een losbloemige pluim vormen. De cultuurplanten zijn vaak wit. De bloemen lijken op een lange, driekantige steel te staan, maar dat is het onderstandige vruchtbeginsel. De 5 kroonbladen zijn vergroeid en tot iets minder dan de helft gespleten. De kroonslippen van volledig geopende bloemen staan vlak af, zijn iets uitgerand en hebben een spitsje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

klokjesfamilie (Campanulaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 40 cm

Bloem
– paars
– vanaf juni t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 15 tot 25 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand zwak gekarteld
– voet (half)stengelomvattend of
aflopend
– kromnervig

Stengel
– rechtop
– weinig behaard
– kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groot spiegelklokje : Legousia speculum-veneris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, paarse 5-tallige bloemen met
– kelkslippen ongeveer even lang als de kroonslippen en
– een onderstandig vruchtbeginsel, dat lijkt op een kantige steel

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Groot spiegelklokje is een eenjarig plantje van 10 tot 40 cm hoog, dat groeit op open, vochtige, kalkhoudende grond in graanakkers en open bermen. Ze staat op de rode lijst als ernstig bedreigd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Groot spiegelklokje bloeit vanaf juni tot en met augustus met 5-tallige paarse bloemen, die samen een losbloemige pluim vormen. De cultuurplanten zijn vaak wit. De bloemen lijken op een lange, driekantige steel te staan, maar dat is het onderstandige vruchtbeginsel. De 5 kroonbladen zijn vergroeid en tot iets minder dan de helft gespleten. De kroonslippen van volledig geopende bloemen staan vlak af, zijn iets uitgerand en hebben een spitsje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

klokjesfamilie (Campanulaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– ook als tuinplant
– 10 tot 40 cm

Bloem
– paars
– vanaf juni t/m augustus
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 15 tot 25 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand zwak gekarteld
– voet (half)stengelomvattend of
aflopend
– kromnervig

Stengel
– rechtop
– weinig behaard
– kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone melkdistel : Sonchus oleraceus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– lichtgele bloemhoofdjes, die uitsluitend bestaan uit lintbloemen en
– de slappe grijsgroene bladeren met geoorde voet en stekelige rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone melkdistel is een zeer algemeen voorkomende eenjarige plant, die groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, vaak omgewerkte grond in akkers, (moes)tuinen, braakliggende terreinen, bermen, tussen stoeptegels en langs stoepranden.

 

 

 

Bloem

 

Ze wordt 30 tot 90 cm hoog en bloeit vanaf juni tot in de herfst. De bloemhoofdjes bestaan uit talrijke lichtgele lintbloemen. De onderkant van de buitenste lintbloemen is vaak zilverig roodpaars. De bloemhoofdjes zijn ’s morgens geopend en in de middag sluiten ze zich weer.

 

 

 

Blad

 

De slappe stengelbladeren hebben afgeronde oortjes en zijn veerdelig, waarbij de eindslip meestal groter is dan de overige bladslippen. Ze zijn dof- of grijsgroen van kleur en soms wat paars aangelopen. De bladrand is golvend en stekelig getand. De bovenste bladeren zijn vaak ongedeeld met spitse, afstaande oortjes en bijna gaafrandig.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

akkermelkdistel : heeft gele klierharen en stengelbladeren met ronde, tegen de stengel aangedrukte oortjes.

moerasmelkdistel : heeft zwarte klierharen en alle bladeren hebben een pijlvormige voet met spitse oortjes.

gewone melkdistel : geen klierharen, gedeelde bladeren met grote driehoekige eindlob en ongedeelde bovenste bladeren met spitse, afstaande oortjes.

gekroesde melkdistel : geen klierharen, stekelige, langwerpige bladeren met ronde, tegen de stengel aangedrukte oortjes.

 

 

De 4 melkdistels behoren tot de gele composieten met uitsluitend lintbloemen; de groep met grote of kleine paardenbloem-achtige bloemhoofdjes.

 

 

 

 

akkermelkdistel

 

 

 

 

moerasmelkdistel

 

 

 

 

gekroesde melkdistel

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– lichtgele lintbloemen
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdjes in een losse tros
– 1 tot 2 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig tot veervormig   ingesneden
– top stomp
– rand (golvend) stekelig getand of   gaaf
– voet (half)stengelomvattend
– veer- of netnervig

Stengel
– rechtop
– glad of bovenaan met klierharen
– kantig tot rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fluoriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Fluoriet wordt al eeuwen gebruikt als vloeimiddel om metalen gemakkelijker uit erts los te smelten en de slakken beter te laten afvloeien. Om die reden wordt fluoriet ook wel vloeispaat genoemd.

 

.

Algemeen

 

Fluoriet kan allerlei kleuren hebben: wit, geel, oranje, roze, bruin, groen, blauw, paars en doorzichtig. De kristalvorm is duidelijk zichtbaar: meestal een regelmatig achtvlak (octaëder). Deze feiten maken het mineraal aantrekkelijk voor verzamelaars.

Het verschijnsel fluorescentie is genoemd naar deze edelsteen. Men ontdekte bij het bewerken van metaal dat fluoriet oplicht in het donker, als het eerder in daglicht heeft gelegen. Ook het element fluor, ontdekt in 1886, ontleent zijn naam aan fluoriet.

Fluoriet is een echte studie- en denksteen. Het helpt grote lijnen te zien in de studiestof, en verbanden te leggen met reeds aanwezige kennis. Daardoor is de informatie gemakkelijker te ordenen en kan de stof beter opgenomen worden.

Dit mineraal brengt je op een zachte, maar toch snelle manier bij je kern. Het haalt het beste in je naar boven, zowel fysiek als geestelijk. Omdat fluoriet in zoveel kleuren voorkomt, werd en wordt het vaak gebruikt om andere edelstenen te imiteren.

 

 

 

.

 

fluoriet

 

.

.

Herkomst van de naam

.

De naam fluoriet is afgeleid van het Latijnse werkwoord fluere, dat ‘stromen, vloeien’ betekent.

In China is de fluoriet al eeuwenlang een geliefde steen om beeldjes en gebruiksvoorwerpen van te maken. Dit omdat het een zacht gesteente is, dat gemakkelijk is te snijden. De Chinezen beschouwden de groene fluoriet – net als alle andere groene stenen – als een krachtige talisman en amulet. Het mineraal zou vooral goede bescherming bieden tegen hekserij en duivelskunsten.

De Oude Grieken en Romeinen waren verzot op fluoriet. Ze vervaardigden er prachtige kommen en schalen in allerlei kleuren van. In die tijd was fluoriet zo populair, dat het zelfs werd nagemaakt om aan de vraag te kunnen voldoen. Vooral de blauwe fluoriet, die onder meer in Engeland gevonden werd, was zeer in trek. De namaakfluoriet was vooral van glas. Ook nu wordt nepfluoriet van glas op de markt aangeboden.

Vanaf het midden van de achttiende eeuw werd fluoriet gebruikt als vloeispaat bij de verwerking van metaal en glas, en bij de vervaardiging van allerlei kleuren email. Tegenwoordig wordt het ook gebruikt voor het bereiden van waterstoffluoride. Dit product wordt gebruikt in antiaanbakcoatings en als desinfecterend middel.

 

 

 

.

 

fluoriet_paars_3

 

.

 

Spiritueel

.

* Fluoriet absorbeert negatieve emoties en emotionele verstoringen, en brengt emoties in balans. Dat maakt dit mineraal een geschikte steen voor kinderen met ADHD en andere (geestelijke) groeistoornissen.
* Fluoriet beschermt tegen en helpt bij angstgevoelens. Het werpt een energetisch schild op, waarachter je beschermd bent tegen energetisch vampirisme en andere negatieve energieën.

 

* Fluoriet helpt om orde en structuur in chaos te scheppen. Fluoriet is een goede steen voor denkprocessen, bevordert de concentratie, helpt nieuwe toepassingen van reeds aanwezige kennis te vinden.

* Fluoriet geeft inzicht in patronen, en de moed en de kracht om die patronen te doorbreken als dat nodig is. Fluoriet helpt je het heft in eigen hand te nemen en je eigen weg te gaan, onafhankelijk en zelfstandig. Het ondersteunt de vrije wil en laat zien dat er altijd een keuze is.
* Witte fluoriet op het kruinchakra reinigt de aura.
* Paarse fluoriet op het voorhoofdchakra stimuleert de spirituele groei en de intuïtie, beschermt tegen energetisch vampirisme. Een goede beschermsteen voor overgevoelige mensen.
* Blauwe fluoriet op het keelchakra stimuleert creativiteit en communicatie.
* Groene fluoriet is kalmerend en ontspannend.
* Roze fluoriet op thymus of hartchakra verzacht een verhard gemoed, maakt je liever voor jezelf en je omgeving.
* Gele fluoriet en oranje fluoriet maken tevreden en blij.
* Rode, bruine en zwarte fluoriet op het basischakra beschermt tegen negatieve emoties en situaties.
* Regenboogfluoriet (vertoont alle kleuren samen) is een geweldige beschermsteen en heeft alle werkingen hierboven bij de verschillende kleuren genoemd.

 

 

 

.

 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

.

.

 

Chemische samenstelling

.

Fluoriet hoort bij de familie der halogenen, die gemakkelijk zouten vormen. Fluoriet bestaat grotendeels uit calciumfluoride, belangrijk voor de vorming van botten en tanden.

Samenstelling: CaF2 + (C, Ce, Cl, Fe, Mn, Y, Sm, Eu).

Soms kan fluoriet een alexandriet-effect vertonen: bij daglicht groen en bij kaars- of kunstlicht rood. Dat komt door ingesloten sporen cerium (Ce), yttrium (Y), samarium (Sm) en europium (Eu). De meeste fluoriet bestaat voor ruim de helft uit calcium. Indien de fluoriet relatief veel yttrium bevat, is de kleur violet, grijs of roodbruin.

 

 

Hardheid: 4, bros
Transparantie: doorzichtig, half doorschijnend
Breuk: glad tot schelpvormig, bros
Splijtbaarheid: goed
Dichtheid: 3,18 – 3,25
Kristalstelsel: kubisch

 

 

Fluoriet-schijf

.

 

 

 

 

.

 

voorpagina openbaring a4

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 John Astria

John Astria

 

 

 

Charoiet

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

.

Kenmerken van charoiet

.

Charoiet is een mooi blauwpaars gesteente uit Rusland, Siberië. Het gesteente wordt ook wel tsaroiet genoemd, een verwijzing naar de Russische tsaren. De kleur kan variëren: lichtbruin, licht- tot donkerviolet, soms blauw- violet, met gouden, donkergroene, grijze of zwarte insluitsels. De zuiverste kwaliteit is paarsblauw. De charoiet is steen van de hoop, van de toekomstverwachting en van de vrijheid – die je altijd zelf kunt kiezen, ook al lijkt dat niet zo.

 

 

charoiet

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Charoiet is nog niet zo lang bekend als heelsteen. Rond 1915 werden in Siberië grote voorraden van het gesteente ontdekt, ongeveer gelijktijdig met de grote revolte in Rusland. Charoiet werd gevonden toen tsaar Nicolaas II gedwongen werd afstand te doen van de troon. Het volk interpreteerde dat als een moment van hoop, dat er nu een einde zou komen aan de bittere armoede in Rusland. De steen werd daarom voor de Russen de steen van de hoop. Het gesteente was in Rusland lange tijd in de handel als paarse canasiet.

Pas in 1978 werd het beschreven als zelfstandig mineraal en kreeg het zijn tegenwoordige naam. Charoiet is niet echt zeldzaam. Maar omdat Rusland zeer strikte regels voor de export hanteert, is het aanbod op de markt klein. In Siberië bestaat de traditie om een charoïet mee te koken in het theewater. De aldus verrijkte thee zou de familiebanden sterken en beschermen tegen allerlei negatieve zaken. In Rusland werden van charoiet vazen, schalen en kistjes gesneden.

Sinds 1947 wordt de steen ook tot sieraad bewerkt. Het is een geliefde steen voor het slijpen van cabochons, die gebruikt worden in broches, hangers en ringen. Russen gebruiken charoiet ook wel als siersteen in de bouw. De steen is immers decoratief dankzij een rijkgeschakeerd uiterlijk, met mooie vloeiende lijnen en groene, blauwe, zwarte en gouden insluitsels.

 

 

edelsteen_charoiet_1

.

 

 

Chemische samenstelling

.

Eigenlijk is charoiet geen mineraal, maar een gesteente dat uit verschillende mineralen bestaat. De steen kan vele kleuren vertonen, maar wordt niettemin tot de paarse stenen gerekend. Zuivere charoiet is paars-paarsblauw. Uiteenlopende insluitsels zijn verantwoordelijk voor andere kleuren. Het gesteente kan sporen bevatten van onder meer gele tinaksiet, witte tot lichtgroene nefelien, donkergroene aegirien en roze mangaan.

.

 

 

Samenstelling:

(Ca,Na)4(K,Sr,Ba)2[(OH,F)(Si9O22)].H2O
+ Al, Ba, Ca, F, Fe, K, Mn, Na, Si, Sr, Ti
Hardheid: 5 – 6
Glans: glasglans, zijdeglans, parelglans
Transparantie: doorschijnend, doorzichtig,
ondoorzichtig
Breuk: ruw, oneffen
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,54 – 2,78
Kristalstelsel: monoklien

 

 

 

bol50mmcharoiet2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

        

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Bitterzoet : Solanum dulcamara

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-solanum_dulcamara-01_xndr

 

 

Goed te herkennen aan
overhangende trossen paarse (zelden witte), 5-tallige, knikkende, geurende, bloemen met tot een gele kegel vergroeide helmknoppen

 

09_heidijk_drunen_annie_2011_08_16-23

 

 

 

Algemeen

 

Bitterzoet is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant en stelt weinig eisen aan grond, hoeveelheid licht en vochtigheid. Ze verdraagt zelfs zoute zeewind. Ze groeit op droge tot natte, min of meer voedselrijke grond in moerasbossen, aan waterkanten, op drijftillen, aan heggen, ook in de zeereep en op geknotte bomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met september. De bloemen zijn paars met in het hart een opvallende gele kegel van vergroeide helmknoppen. Ze staan met 10 tot 25 bij elkaar in overhangende trossen. De kroonbladen van pas geopende bloemen staan eerst recht of zijn licht teruggeslagen; de kroonbladen van de bloemen, die langer open zijn liggen meestal tegen de steel. Elk kroonblad heeft aan de basis twee glanzende, groene vlekken met een witte rand. De bloemen ruiken aangenaam, maar bevatten geen nectar, hoewel dat door de glanzende, groene vlekken wel zo lijkt.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De donkergroene, soms paars aangelopen bladeren zijn aan beide zijden zacht behaard, langwerpig tot eirond, hebben een gave rand en een zwak hartvormige of afgeronde voet. De voet van de bovenste bladeren is vaak spiesvormig of het blad is 3-tallig geoord. De stengels zijn onderaan verhout, kunnen rechtop staan, op de grond liggen of zich winden om andere vegetatie.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De 1 cm grote, ovale bessen, die na de bloei gaan groeien, verkleuren van groen via geel naar rood en zijn glanzend. Ze bevatten vele zaden, die jaren kiemkrachtig blijven. De rijpe bessen zijn zacht en eetbaar voor vogels, die zo mede zorgdragen voor de verspreiding van de plant. Voor de mens zijn ze zeer giftig!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Bitterzoet bevat glycosiden. Als je op de stengel kauwt proef je eerst de bittere smaak van de glycosiden. Dan gaat het speeksel met de glycosiden reageren en komt er sacharose vrij, dat zoet smaakt. Zoals de meeste nachtschade-soorten is bitterzoet giftig! Ondanks de giftigheid wordt bitterzoet gebruikt in de fytotherapie. Het heeft een vochtafdrijvende, ontstekingremmende en bloedzuiverende werking.

 

 

 

 

 

Weetje

 

Omdat bitterzoet een waardplant is voor de bruinrotbacterie, die besmetting van het oppervlaktewater kan veroorzaken, wordt de plant gezien als een probleem in de land- en tuinbouw. Bestrijding is niet makkelijk, omdat elk stukje wortel dat achterblijft, kan uitgroeien tot een nieuwe plant.

 

 

4195324642_629e060a2c_b

 

 

 

Algemeen

 

nachtschadefamilie (Solaneceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 30 tot 200 cm

Bloem
– paars, zelden wit
– vanaf juni t/m september
– tros
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet zwak hartvormig of afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop, windend of liggend
– weinig behaard of kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Slangenkruid : Echium vulgare

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

slangenkruid-110626-1038

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze/paarse knoppen en blauwe bloemen
– met meeldraden en stijl ver buiten de bloem stekend en
– de roodbruine knobbels met lange haren op de stengel

 

 

slangenkruid-1

 

 

 

Algemeen

 

Slangenkruid is een behaarde, overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond. In Europa loopt het verspreidingsgebied van Midden-Scandinavië tot Spanje. In Noord-Amerika is de plant ingevoerd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Slangenkruid bloeit vanaf mei tot en met september. Bij vele ruwbladigen verkleuren de bloemen van roze (in de knop) via paars (grotere knop) en blauwpaars (bloem in volle bloei) naar blauw (verwelkte bloem, een enkele keer tot wit of vleeskleurig. De 5 meeldraden zijn opvallend donker roze/paars en ongelijk van lengte. Evenals de stijl steken ze ver buiten de bloem. De bloeiwijze is een langgerekte pluim, waarin de bloemen in (niet opgerolde) schichten bij elkaar staan. De schichten groeien tijdens de bloei schuin naar boven uit.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn dicht behaard met aanliggende korte haren en afstaande lange haren op roodbruine of witte knobbels. De rozetbladeren zijn langwerpig tot lancetvormig, in een steel versmallend. De zittende stengelbladeren zijn lancet-tot lijnlancetvormig.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De wortel is in het verleden gebruikt als basis voor rode verf. Op internet vind je een aantal toepassingen voor inwendig gebruik van slangenkruid, zoals thee gemaakt van de onderste bladeren of toevoegen van jonge blaadjes aan sla.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen in het duingebied en
plaatselijk in stedelijke gebieden,
elders zeldzaam
– 30 tot 100 cm

Bloem
– verkleurend van roze naar blauw
– vanaf mei t/m september
– pluim, opgebouwd uit schichten
– trechtervormig
– 10 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of rozet
– enkelvoudig
– lancet- tot lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf, soms golvend
– voet aflopend (in steel)
– hoofdnerf met onduidelijk zijnerven
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– roodbruine knobbels
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA