Tagarchief: paars

Charoiet

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

.

Kenmerken van charoiet

.

Charoiet is een mooi blauwpaars gesteente uit Rusland, Siberië. Het gesteente wordt ook wel tsaroiet genoemd, een verwijzing naar de Russische tsaren. De kleur kan variëren: lichtbruin, licht- tot donkerviolet, soms blauw- violet, met gouden, donkergroene, grijze of zwarte insluitsels. De zuiverste kwaliteit is paarsblauw. De charoiet is steen van de hoop, van de toekomstverwachting en van de vrijheid – die je altijd zelf kunt kiezen, ook al lijkt dat niet zo.

 

 

charoiet

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Charoiet is nog niet zo lang bekend als heelsteen. Rond 1915 werden in Siberië grote voorraden van het gesteente ontdekt, ongeveer gelijktijdig met de grote revolte in Rusland. Charoiet werd gevonden toen tsaar Nicolaas II gedwongen werd afstand te doen van de troon. Het volk interpreteerde dat als een moment van hoop, dat er nu een einde zou komen aan de bittere armoede in Rusland. De steen werd daarom voor de Russen de steen van de hoop. Het gesteente was in Rusland lange tijd in de handel als paarse canasiet.

Pas in 1978 werd het beschreven als zelfstandig mineraal en kreeg het zijn tegenwoordige naam. Charoiet is niet echt zeldzaam. Maar omdat Rusland zeer strikte regels voor de export hanteert, is het aanbod op de markt klein. In Siberië bestaat de traditie om een charoïet mee te koken in het theewater. De aldus verrijkte thee zou de familiebanden sterken en beschermen tegen allerlei negatieve zaken. In Rusland werden van charoiet vazen, schalen en kistjes gesneden.

Sinds 1947 wordt de steen ook tot sieraad bewerkt. Het is een geliefde steen voor het slijpen van cabochons, die gebruikt worden in broches, hangers en ringen. Russen gebruiken charoiet ook wel als siersteen in de bouw. De steen is immers decoratief dankzij een rijkgeschakeerd uiterlijk, met mooie vloeiende lijnen en groene, blauwe, zwarte en gouden insluitsels.

 

 

edelsteen_charoiet_1

.

 

 

Chemische samenstelling

.

Eigenlijk is charoiet geen mineraal, maar een gesteente dat uit verschillende mineralen bestaat. De steen kan vele kleuren vertonen, maar wordt niettemin tot de paarse stenen gerekend. Zuivere charoiet is paars-paarsblauw. Uiteenlopende insluitsels zijn verantwoordelijk voor andere kleuren. Het gesteente kan sporen bevatten van onder meer gele tinaksiet, witte tot lichtgroene nefelien, donkergroene aegirien en roze mangaan.

.

 

 

Samenstelling:

(Ca,Na)4(K,Sr,Ba)2[(OH,F)(Si9O22)].H2O
+ Al, Ba, Ca, F, Fe, K, Mn, Na, Si, Sr, Ti
Hardheid: 5 – 6
Glans: glasglans, zijdeglans, parelglans
Transparantie: doorschijnend, doorzichtig,
ondoorzichtig
Breuk: ruw, oneffen
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,54 – 2,78
Kristalstelsel: monoklien

 

 

 

bol50mmcharoiet2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

        

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Slangenkruid : Echium vulgare

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

slangenkruid-110626-1038

 

 

Goed te herkennen aan
– de roze/paarse knoppen en blauwe bloemen
– met meeldraden en stijl ver buiten de bloem stekend en
– de roodbruine knobbels met lange haren op de stengel

 

 

slangenkruid-1

 

 

 

Algemeen

 

Slangenkruid is een behaarde, overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond. In Europa loopt het verspreidingsgebied van Midden-Scandinavië tot Spanje. In Noord-Amerika is de plant ingevoerd.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Slangenkruid bloeit vanaf mei tot en met september. Bij vele ruwbladigen verkleuren de bloemen van roze (in de knop) via paars (grotere knop) en blauwpaars (bloem in volle bloei) naar blauw (verwelkte bloem, een enkele keer tot wit of vleeskleurig. De 5 meeldraden zijn opvallend donker roze/paars en ongelijk van lengte. Evenals de stijl steken ze ver buiten de bloem. De bloeiwijze is een langgerekte pluim, waarin de bloemen in (niet opgerolde) schichten bij elkaar staan. De schichten groeien tijdens de bloei schuin naar boven uit.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn dicht behaard met aanliggende korte haren en afstaande lange haren op roodbruine of witte knobbels. De rozetbladeren zijn langwerpig tot lancetvormig, in een steel versmallend. De zittende stengelbladeren zijn lancet-tot lijnlancetvormig.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De wortel is in het verleden gebruikt als basis voor rode verf. Op internet vind je een aantal toepassingen voor inwendig gebruik van slangenkruid, zoals thee gemaakt van de onderste bladeren of toevoegen van jonge blaadjes aan sla.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen in het duingebied en
plaatselijk in stedelijke gebieden,
elders zeldzaam
– 30 tot 100 cm

Bloem
– verkleurend van roze naar blauw
– vanaf mei t/m september
– pluim, opgebouwd uit schichten
– trechtervormig
– 10 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of rozet
– enkelvoudig
– lancet- tot lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf, soms golvend
– voet aflopend (in steel)
– hoofdnerf met onduidelijk zijnerven
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– roodbruine knobbels
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Muurleeuwenbek : Cymbalaria muralis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_4918

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, licht paarse, gespoorde bloemetjes
– met in het midden twee gele vlekken en
– de glanzende bladeren, die op klimop-bladeren lijken en
– de plaats waar ze groeit; op muren en tussen stenen

 

 

Cymbalaria muralis - Muurleeuwenbek

Cymbalaria muralis – Muurleeuwenbek

 

 

 

Algemeen

 

Muurleeuwenbek is een overblijvende, liggende of hangende plant. Ze groeit op oude muren en tussen stenen van dijken. Ze kan 15 tot 60 cm lang worden. In de 17e eeuw is ze ingevoerd vanuit Zuid-Europa als sierplant voor op grachtmuren. Later heeft ze zich weten te verspreiden en nu is ze vrij algemeen in stedelijke gebieden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober met licht paarse, gespoorde bloemetjes. Ze staan afzonderlijk op lange stelen in de bladoksels, waardoor ze juist boven de bladeren uitkomen. Ze hebben een 2 spletige bovenlip en een 3-lobbige onderlip met 2 verdikkingen met gele vlekken.

De verdikkingen sluiten de bloem af, waardoor meeldraden en stijl niet zichtbaar zijn. De vlekken wijzen de insecten de weg naar de nectar. Na de bloei buigen de vruchtstengels zich van het licht af en groeien spleten en gaten in, waar de omstandigheden tot kieming van het zaad ideaal zijn.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De op klimop-bladeren lijkende bladeren zijn rond-achtig, glanzend, hebben 5 tot 7 lobben en zijn aan de onderkant vaak paars aangelopen. De stengels zijn sterk vertakt en vormen op regelmatige afstand wortels.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

weegbreefamilie (Plantaginaceae)
– overblijvend
– (plaatselijk) vrij algemeen tot zeer   zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– licht paars met geel
– vanaf mei t/m oktober
– gesteeld alleenstaand
– gespoorde lipbloem
– 9 tot 15 mm, incl. spoor
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig
– top stomp of toegespitst
– rand gelobd
– voet hartvormig
– handnervig

Stengel
– hangend of liggend
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Phosphosideriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Phosphosideriet

 

De naam Phosphosideriet, ook wel `Steen van Heling en Hoop` genoemd, is afgeleid van de elementen fosfor en ijzer, waarvan deze fascinerende edelsteen een combinatie is. Het is een niet veel voorkomende en vrij kostbare steen. Phosphosideriet is een ijzerhoudend mineraal en kan paars, roze, bruin, groen of kleurloos zijn.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eudialiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Eudialiet kan geel tot bruin en roze tot paars zijn. De steen is doorschijnend tot doorzichtig met een glasachtige glans.

 

 

 

.

.

Vindplaats 

 

Het mineraal Eudialiet komt met name voor in nefelien-syenieten. De typelocatie is het Julianehåb district in Groenland. Het mineraal wordt ook gevonden in Quebec, Canada.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen 

 

Samenstelling Na4(Ca,Ce)2(Fe2+,Mn,Y)ZrSi8O22(OH,Cl)2
Hardheid 5,5
Dichtheid 2,9
Kristalstelsel trigonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bermooievaarsbek : Geranium pyrenaicum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9617-gr-bermooievaarsbek

 

 

Goed te herkennen aan
– de in paren staande, helder roze tot lila , donker geaderde bloemen  met ingesneden kroonbladen en
– de behaarde, handvormig ingesneden bladeren

 

 

geranium-pyrenaicum-bermooievaarsbek-02

 

 

 

Algemeen

 

Bermooievaarsbek is een overblijvende, behaarde plant van 20 tot 60 cm hoog, oorspronkelijk afkomstig uit de bergstreken van Zuid-Europa, het Zwarte Zeegebied en het Atlasgebied.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, het rivierengebied, de kustprovincies en in stedelijke omgeving. Elders zeer zeldzaam. Niet op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasgebied en het kustgebied. Elders vrij zeldzaam, maar zeldzaam in de Kempen.

Wallonië: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders vrij zeldzaam en zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Je vindt bermooievaarsbek op open, min of meer vochtige, voedselrijke grond in bermen en op rivier- en spoordijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van bermooievaarsbek zijn eerst helder roze, oudere bloemen neigen meer naar het paars. Zelden zijn ze wit. De bloemen staan in paren en hebben 5 voor een kwart ingesneden kroonbladen, die 2 tot 3 keer zo lang zijn als de kelkbladen. Bloemen in de knop hangen, geopende bloemen staan rechtop, de vruchten staan rechtop op terug gebogen steeltjes.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is behaard met witte afstaande haren en naar boven toe met een toenemend aantal klierharen, die aanzienlijk korter zijn dan de overige haren. Ook de bladeren zijn behaard, in omtrek rond en voor 1/2 tot 2/3 handvormig ingesneden in 5 tot 9 slippen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot ontbrekend
– 20 tot 60 cm

Bloem
– helder roze tot paarsroze, zelden wit
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 15 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig
– top stomp
– rand top van de slippen getand
– voet hartvormig
– handnervig
– zachte behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

geranium-pyrenaicum

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

 

De gerbera, een kleurrijke bloem

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De gerbera

 

Whatever a man’s age, he can reduce it several years
by putting a bright-colored flower in his button-hole.

Mark Twain

 

 

 

Algemeen

 

De gerbera zou een goede keus geweest zijn voor de suggestie die Mark Twain doet. De gerbera is namelijk een bloem met zeer intense, felle en heldere kleuren. Het is dan ook een bloem met een hoge decoratieve waarde die zich ook prima staande houdt als enkele bloem in een vaas.

 

 

Oranje en gele gerbera's

 

 

De gerbera heeft zijn oorsprong in Azië, Zuid-Amerika en Tasmanië. De Leidse botanicus Gronovius heeft de plant in 1737 ontdekt en deze vernoemd naar zijn collega, Traugott Gerber, een Duitse arts die op het Deense Jutland bloemen verzamelde. De huidige Gerbera-rassen stammen af van de Gerbera Jamesonii die werd ontdekt en vernoemd naar Jameson, een plantenverzamelaar. Gerbera’s spreken met hun kleuren. Ze stralen vrolijkheid en levendigheid uit.

 

 

Soorten

 

De gerbera behoort tot het plantengeslacht Asteraceae. Er bestaan grootbloemige en kleinbloemige soorten. Voorbeelden van bekende Gerberasoorten zijn:

 

 

Grootbloemig

 

 

Optima (oranje)

 

 

GERB019 optima

 

 

 

 

 

Serena (roze)

 

suzie-fall-2 serena

 

 

 

 

 

Ruby Red (rood)

 

rubyred

 

 

 

 

 

Ferrari (rood)

 

red-gerbera-daisies_015754 ferrari

 

 

 

 

 

Tamara (geel)

 

tamara

 

 

 

Kleinbloemig

 

 

Flolili (oranje)

 

gerbera-flolili

 

 

 

 

 

Salsa (rood)

 

salsa

 

 

 

 

 

Illusion (geel)

 

illusion 1

 

 

 

 

 

Kaliki (geel)

 

Kaliki

 

 

 

 

 

Jaimy (rood)

 

jaimy

 

 

 

Gezien de decoratieve kracht en veelzijdigheid van de toepassing van de gerbera in zowel boeketten als in een compositie van alleenstaande bloemen, worden ook regelmatig nieuwe variëteiten ontwikkeld. Zo zijn onder andere de volgende soorten ontstaan:

 

 

 

Extreme (oranje met gele punten)

 

orange-yellow-gerbera-flower-extreme-close-up-24980916

 

 

 

 

Trianimo (geel met een oranjerood hart)

 

Cornice trianimo

 

 

 

 

 

Pincky Eye (lichtroze)

 

GERB020 pinkey eye

 

 

 

 

Dalma (wit met een zwart hart)

 

gerbera-floraco-dalma

 

 

 

 

Evergreen (lichtgroen)

 

Gerbera-Evergreen-Head-350_a7ff1c4a

 

 

 

 

 

Combat (roodbruin)

 

gerbera combat

 

 

 

 

 

Bentley (roodbruinpaars)

 

895250e1ca3e4b106b0d7586b76c1fe1 bentyley

 

 

 

 

Spetter (geel met een oranjerood hart)

 

Kaliki

 

 

 

 

 

Tri-Exotica (oranje met gele punten)

 

gemitriexotica

 

 

 

 

 

Thunder (oranje met gele punten)

 

potted-gerbera-daisy-plant_365 thunder

 

 

Kenmerken

 

De kleurenvariatie is heel groot, maar de meest geliefde zijn oranje, geel, rood, paars, zalm, wit, roze en tweekleurig. De lange stengels van de gerbera zijn behaard, waardoor ze er wollig uitzien en zacht aanvoelen. De bloemen bloeien aan het einde van de bladloze stengel en hebben een doorsnee van 12 – 16 centimeter.

 

 

Bijzonderheden

 

De oranje gerbera is het symbool van de Wereld Niet Roken Dag op 31 mei, ooit begonnen in Scandinavië. Op deze dag wordt de Gerbera Award uitgereikt aan een organisatie of persoon die zich sterk heeft gemaakt voor niet-roken bevorderende maatregelen.

 

 

Verzorgingstips

 

Gerbera’s in gemengde boeketten of alleen in een vaas vragen dezelfde verzorging, op het voedsel na.

Alleen gerbera’s in de vaas:

  • Zet gerbera’s in een goed schoongemaakte vaas
  • Snijd de stelen schuin af (voorzichtig wegens de tere steel)
  • Voeg een paar chloordruppels toe aan het water
  • Houd tijdens het schikken rekening met het omhoog groeien van gerbera’s in de vaas
  • Zorg voor een niet te hoog waterniveau in verband met gevoeligheid voor rot in de stengel
  • Houd de bloem verwijderd van tocht, warmte, zon en rijpend fruit
  • Ververs zo nodig het water en snijd dan opnieuw de stelen aan

Gemengde boeketten:

  • In plaats van chloordruppels snijbloemenvoedsel toevoegen

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

                                           

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Donkere ooievaarsbek

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

donkereooievaarsbekdonker

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote donker paarsrode 5-tallige bloemen

 

 

geranium_phaeum-2

 

 

 

Algemeen

 

Donkere ooievaarsbek is een zeldzaam voorkomende, overblijvende, in pollen groeiende plant van 45 tot 60 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit Zuid-Europa. Ze is door de mens verspreid.

Bij ons is donkere ooievaarsbek een stinsenplant en je vindt haar op half beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen in lichte loofbossen en op beschaduwde grasgrond op of nabij buitenplaatsen en parken. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd van donkere ooievaarsbek is vanaf mei tot en met september. Haar bloemen zijn in de schaduw donkerrood, in het licht zijn ze meer paars. De bloemen staan met 2 bij elkaar. Tijdens de bloei buigt de bloemsteel zich aan de top, waardoor de bloemen voorover hangen.

De 5 kroonbladen zijn rechtafstaand tot iets teruggeslagen. Ze zijn rimpelig en hebben vaak een spits puntje. Aan de basis zijn ze wit. De 5 kelkbladen zijn grijsgroen door lange afstaande beharing. De bloemen hebben 10 meeldraden met forse helmknoppen en 1 groengele stijl.

 

 

 

 

 

 

Stengel

 

Ook de rechtopstaande, ronde stengels zijn, net als de kelkbladen, bezet met lange, zachte, afstaande, witte haren. De bladeren hebben vaak aan de voet van de insnijding een donkere vlek.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– stinsenplant
– 45 tot 60 cm

Bloem
– paarsrood
– vanaf mei t/m september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelbladeren :
– rozet
– lang gesteeld
– 7-slippig
– stengelbladeren :
– verspreid
– kort gesteeld, bovenaan zittend
– onderste 7-slippig
– hogere 5- tot 3-slippig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand getand
– voet hartvormig
– handnervig
– bovenkant behaard
– onderkant kaal

Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

John Astria

Bonte wikke

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

SONY DSC

 

 

Goed te herkennen aan
– de trossen helder roze tot paarse vlinderbloemen,
– al dan niet met lichter gekleurde zwaarden en
– de behaarde stengels en bladeren
(het duidelijkste onderscheid met vogelwikke)

 

 

viciavil

 

 

 

Algemeen

 

Bonte wikke is een eenjarige plant, die voorkomt in heel Europa op bouwland, langs wegen en op spoordijken. Vaak komt de plant in groepjes voor. De plant klimt met ranken via andere planten omhoog. Elders is ze zeldzaam. Ze groeit op open, vochtige, vaak omgewerkte grond in bermen, aan spoorwegen, in akkers en op verlaten (bouw)terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bonte wikke bloeit vanaf mei tot en met augustus. De vlinderbloemen zijn bont van kleur, variërend van paars via helder roze naar blauwpaars, al dan niet met lichter gekleurde zwaarden, meestal lichtblauw of lila. De bloemen staan in gesteelde rijkbloemige trossen (meer dan 6 bloemen). De trossen staan in de bladoksels.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren eindigen in een vertakte rank, waarmee de plant zich vasthecht en zo omhoog klimt tot wel 1,5 meter.
Bladeren en stengels zijn behaard en die beharing kan sterk variëren; van afstaand tot aangedrukt, kort of lang en van weinig tot veel.

 

 

 

 

 


Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 30 tot 150 cm

Bloem
– helder roze
– vanaf mei t/m augustus
– tros
– vlinderbloem
– 1 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– even veervormig
– top rankend
– deelblaadjes :
– smal eirond tot langwerpig
– zeer kort gesteeld
– top spits met spitsje
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– behaard

Stengel
– liggend of klimmend
– behaard
– stomp vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-bonte-wikke

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Bosanemoon ; Anemone nemorosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

bosanemoon200406

 

 

Goed te herkennen aan
– de van binnen zuiver witte bloemen
– met meestal 6, doorzichtig geaderde bloemdekbladen en
– de drie handgedeelde bladeren onder de bloem

 

 

bosanemoon_02

 

 

 

Algemeen

 

Bosanemoon is een overblijvende plant van 5 tot 25 cm hoog, die algemeen voorkomt in het oosten en midden van het land, elders als stinsenplant.  Ze heeft een kruipende wortelstok, waardoor ze grote bestanden kan vormen. Ze groeit vooral in loofbossen, maar je kunt haar ook tegenkomen langs sloten en in grasland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Bosanemoon bloeit vanaf maart tot en met mei met witte bloemen, die ’s nachts en bij koud weer gesloten blijven. De halfknikkende tot rechtopstaande bloemen zijn meestal alleenstaand, hebben 6 tot 8 bloemdekblaadjes, die aan de onderkant vaak roze tot paars aangelopen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– ook als stinsenplant
– 5 tot 25 cm

Bloem
– wit
– vanaf maart t/m mei
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 4 cm
– 6 tot 8 bloemdekbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand grof gezaagd
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria