Tagarchief: helmknoppen

Bitterzoet : Solanum dulcamara

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-solanum_dulcamara-01_xndr

 

 

Goed te herkennen aan
overhangende trossen paarse (zelden witte), 5-tallige, knikkende, geurende, bloemen met tot een gele kegel vergroeide helmknoppen

 

09_heidijk_drunen_annie_2011_08_16-23

 

 

 

Algemeen

 

Bitterzoet is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant en stelt weinig eisen aan grond, hoeveelheid licht en vochtigheid. Ze verdraagt zelfs zoute zeewind. Ze groeit op droge tot natte, min of meer voedselrijke grond in moerasbossen, aan waterkanten, op drijftillen, aan heggen, ook in de zeereep en op geknotte bomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode loopt vanaf juni tot en met september. De bloemen zijn paars met in het hart een opvallende gele kegel van vergroeide helmknoppen. Ze staan met 10 tot 25 bij elkaar in overhangende trossen. De kroonbladen van pas geopende bloemen staan eerst recht of zijn licht teruggeslagen; de kroonbladen van de bloemen, die langer open zijn liggen meestal tegen de steel. Elk kroonblad heeft aan de basis twee glanzende, groene vlekken met een witte rand. De bloemen ruiken aangenaam, maar bevatten geen nectar, hoewel dat door de glanzende, groene vlekken wel zo lijkt.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De donkergroene, soms paars aangelopen bladeren zijn aan beide zijden zacht behaard, langwerpig tot eirond, hebben een gave rand en een zwak hartvormige of afgeronde voet. De voet van de bovenste bladeren is vaak spiesvormig of het blad is 3-tallig geoord. De stengels zijn onderaan verhout, kunnen rechtop staan, op de grond liggen of zich winden om andere vegetatie.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De 1 cm grote, ovale bessen, die na de bloei gaan groeien, verkleuren van groen via geel naar rood en zijn glanzend. Ze bevatten vele zaden, die jaren kiemkrachtig blijven. De rijpe bessen zijn zacht en eetbaar voor vogels, die zo mede zorgdragen voor de verspreiding van de plant. Voor de mens zijn ze zeer giftig!

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Bitterzoet bevat glycosiden. Als je op de stengel kauwt proef je eerst de bittere smaak van de glycosiden. Dan gaat het speeksel met de glycosiden reageren en komt er sacharose vrij, dat zoet smaakt. Zoals de meeste nachtschade-soorten is bitterzoet giftig! Ondanks de giftigheid wordt bitterzoet gebruikt in de fytotherapie. Het heeft een vochtafdrijvende, ontstekingremmende en bloedzuiverende werking.

 

 

 

 

 

Weetje

 

Omdat bitterzoet een waardplant is voor de bruinrotbacterie, die besmetting van het oppervlaktewater kan veroorzaken, wordt de plant gezien als een probleem in de land- en tuinbouw. Bestrijding is niet makkelijk, omdat elk stukje wortel dat achterblijft, kan uitgroeien tot een nieuwe plant.

 

 

4195324642_629e060a2c_b

 

 

 

Algemeen

 

nachtschadefamilie (Solaneceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 30 tot 200 cm

Bloem
– paars, zelden wit
– vanaf juni t/m september
– tros
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet zwak hartvormig of afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop, windend of liggend
– weinig behaard of kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

mijne kop a4

Beenbreek : Narthecium ossifragum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

steel1-g

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder gele stervormige bloemen met oranje helmknoppen en geel behaarde meeldraden
– na de bloei aan de mooie donker oranje doosvruchten omgeven door de resten van de bloem

 

 

4434-640

 

 

 

Algemeen

 

Beenbreek is een overblijvende, in grote groepen groeiende, zeldzame plant, die groeit op natte, zure grond in heide- en veengebieden. Ze staat op de rode lijst als zeer sterk afgenomen plant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met gele bloemen, die in vrij dichte aarvormige trossen aan het einde van de tot 30 cm hoge stengels staan. De bloemen hebben zes bloemdekbladen, die aan de buitenkant een brede groene middenstreep hebben.

Na de bloei vallen de bloemdekbladen en meeldraden niet af, maar kleuren ze samen met de zaaddozen donker oranje. De helder gele bloemen met oranje helmknoppen zorgen ervoor dat beenbreek tijdens de bloeitijd makkelijk te herkennen is. En ook in het najaar blijft de plant vanwege de grote, donker oranje doosvruchten een mooie en opvallende verschijning.

 

 

 

 

 

Blad

 

Beenbreek heeft twee soorten bladeren, stengelbladeren en wortelstandige bladeren. De stengelbladeren zijn duidelijk kleiner dan de wortelstandige bladeren en staan min of meer plat tegen de stengel. De wortelstandige bladeren zijn langwerpig, zwaardvormig.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Op de Shetland Eilanden werd deze plant zowel als verfstof, als in de geneeskunde gebruikt.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

beenbreekfamilie (Nartheciaceae)
– overblijvend
– zeldzaam voorkomend
– 10 tot 30 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid of wortelstandig
– enkelvoudig
– zwaard- of lijnvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet (half) stengelomvattend
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– niet vertakt
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-gr-beenbreek

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

JOHN ASTRIA

Oosterse morgenster : Tragopogon pratensis subsp. orientalis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

949d6707d6f44e64a9cfdf555991e210-om

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele lintbloemen, die langer zijn dan de omwindselbladen
– de gele helmknoppen met bruinpaarse streep en
– het grasachtige blad

 

 

d-oosterse-morgenster-a2615

 

 

 

Algemeen

 

Oosterse morgenster is een overblijvende plant van 20 tot 90 cm hoog, die groeit op vochtige, voedselrijke grond in hooilanden en op rivierdijken. Ze is zeldzaam voorkomend in het rivierengebied. Ze wordt ook uitgezaaid, vooral in stedelijke gebieden. Elders komt ze niet voor. Ze staat op de rode lijst als zeldzaam en sterk afgenomen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Oosterse morgenster bloeit vanaf mei tot en met juli met goud- of oranjegele bloemhoofdjes, die enkel bestaan uit 5-tandige lintbloemen. Buisbloemen ontbreken. De binnenste lintbloemen zijn wel wat kleiner dan de buitenste. De helmknoppen van Oosterse morgenster zijn geel en hebben een bruin-paarse streep. Net als de bloemhoofdjes van gele morgenster zijn ook de bloemenhoofdjes van Oosterse morgenster alleen in de ochtend geopend, vroeg in de middags sluiten ze zich weer tot de volgende morgen vroeg.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeldzaam in het rivierengebied
– 20 tot 90 cm

Bloem
– goud- of oranjegeel
– vanaf mei t/m juli
– hoofdje, alleenstaand
– alleen lintbloemen
– 4 tot 5 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- tot lintvormig
– top spits
– rand gaaf
– parallelnervig
– voet (half) stengelomvattend

Stengel
– rechtop
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Donkere ooievaarsbek

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

donkereooievaarsbekdonker

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote donker paarsrode 5-tallige bloemen

 

 

geranium_phaeum-2

 

 

 

Algemeen

 

Donkere ooievaarsbek is een zeldzaam voorkomende, overblijvende, in pollen groeiende plant van 45 tot 60 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit Zuid-Europa. Ze is door de mens verspreid.

Bij ons is donkere ooievaarsbek een stinsenplant en je vindt haar op half beschaduwde, vochtige, voedselrijke plaatsen in lichte loofbossen en op beschaduwde grasgrond op of nabij buitenplaatsen en parken. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd van donkere ooievaarsbek is vanaf mei tot en met september. Haar bloemen zijn in de schaduw donkerrood, in het licht zijn ze meer paars. De bloemen staan met 2 bij elkaar. Tijdens de bloei buigt de bloemsteel zich aan de top, waardoor de bloemen voorover hangen.

De 5 kroonbladen zijn rechtafstaand tot iets teruggeslagen. Ze zijn rimpelig en hebben vaak een spits puntje. Aan de basis zijn ze wit. De 5 kelkbladen zijn grijsgroen door lange afstaande beharing. De bloemen hebben 10 meeldraden met forse helmknoppen en 1 groengele stijl.

 

 

 

 

 

 

Stengel

 

Ook de rechtopstaande, ronde stengels zijn, net als de kelkbladen, bezet met lange, zachte, afstaande, witte haren. De bladeren hebben vaak aan de voet van de insnijding een donkere vlek.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– zeldzaam
– stinsenplant
– 45 tot 60 cm

Bloem
– paarsrood
– vanaf mei t/m september
– gesteeld alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– wortelbladeren :
– rozet
– lang gesteeld
– 7-slippig
– stengelbladeren :
– verspreid
– kort gesteeld, bovenaan zittend
– onderste 7-slippig
– hogere 5- tot 3-slippig
– enkelvoudig
– handvormig ingesneden
– top spits
– rand getand
– voet hartvormig
– handnervig
– bovenkant behaard
– onderkant kaal

Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

John Astria

Kruishyacint : Hyacinthoides x massartiana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
de tros met meestal meer dan 12 blauw-paarse, witte of roze, breed klokvormige, hangende, redelijk grote bloemen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Aangenomen mag worden dat wilde hyacint in haar zuivere vorm niet meer in de Lage Landen voor- komt. De op wilde hyacint lijkende exemplaren zijn ontstaan door kruising van wilde hyacint (Hyancinthoides non-scripta) en Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica) en worden kruishyacint genoemd (Hyacinthoides x massartiana). Zowel Spaanse als kruishyacint zijn te koop als tuinplant.

Kruishyacint groeit op vochtige, voedselrijke grond in loofbossen. Ze komt vrij algemeen voor langs de binnen-duinrand. Elders is ze zeldzaam. Ze bloeit vanaf half april tot begin mei en wordt 15 tot 50 cm hoog. Kruishyacint behoort tot de stinsenplanten.

 

 

Spaanse hyacint

 

 

 

Vergelijkbare soorten
  wilde hyacint
– 6 tot 12 bloemen in eenzijdige trossen, aangenaam geurend
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig
– voornamelijk blauw-paars
– top van de tros gebogen
– bladeren tot 10 mm breed
– smal klokvormig, einde van de bloemdekbladen   teruggeslagen
  kruishyacint
– meer dan 12 bloemen aan alle kanten van de tros, reukloos
– meeldraden en helmknoppen roomkleurig of in de bloemkleur
– blauw-paars, wit of roze
– top van de tros recht
– bladeren tot 15 mm breed, soms nog breder
– wijd klokvormig, einde van de bloemdekbladen uitstaand

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wilde hyacint

 

 

wilde hyacint

 

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend, bolgewas
– vrij algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– blauw-paars, roze of wit
– april en mei
– tros
– breed klokvormig
– 12 tot 20 mm lang
– 6 bloemdekbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijnvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond of wigvormig
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone- en duinreigersbek : Erodium cicutarium sp. cicutarium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek met twee vlekken op kroonbladen

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze of witte bloemen met 5 kroonbladen,
– waarvan er 2 zijn kleiner en
– die hebben bij reigersbek een grijswitte vlek,
– bij duinreigersbek niet en
– het samengestelde, oneven, dubbel veervormige blad

 

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Algemeen

 

In sommige flora’s wordt reigersbek verdeeld in 2 ondersoorten : gewone reigersbek (subsp. cicutarium) en duinreigersbek (subsp. dunense Andreas).

De plant is afkomstig uit Zuidwest-Europa, het huidige verspreidingsgebied beslaat Noord-Frankrijk, Luxemburg, België, Nederland, Noordwest-Duitsland en Groot Brittannië. In België en Nederland komt de plant algemeen voor. De favoriete standplaats is in loofbossen en vooral in de binnenduinen, maar ook tussen stoeptegels wil de plant wel groeien.

 

 

duinreigersbek

 

 

 

gewone reigersbek

 

 

Reigersbek is een eenjarige plant van 5 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselrijke zandgrond in akkers, bermen en duinen. Duinreigersbek is vrij algemeen in de duinen, elders aangevoerd met duinzand. Rei-gersbek bloeit vanaf april tot en met oktober met 5-tallige, licht helder roze of witte bloemen, die met 3 tot 7 een enkelvoudig scherm vormen. De kroonbladen zijn niet alle 5 even groot; 2 zijn kleiner. Bij gewone reigersbek hebben de kleinere kroonbladen een grijswitte vlek aan de basis. Bij duinreigersbek ontbreken die vlekjes.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast de 2 genoemde ondersoorten is er ook nog kleverige reigersbek (Erdium lebelii, geen ondersoort).

 

 

  gewone reigersbek

– scherm: 5 tot 7 bloemen

– bloem 8 tot 17 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen met vlek

– snavel tot 3,5 cm lang

  duinreigersbek

– scherm: 3 tot 5 bloemen

– bloem 8 tot 14 mm

– helder roze, soms wit

– 2 kleinere kroonbladen zonder vlek

– snavel tot 2,5 cm lang

  kleverige reigersbek

– scherm: 2 tot 3 bloemen

– bloem 6 tot 8 mm

– meestal wit, soms lichtroze

– 5 gelijke kroonbladen zonder vlek

– kleverig door klierharen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

 

kleverige reigersbek

 

 

Reigersbek is van de andere ooievaarsbek soorten met kleine helder roze bloemen, zoals robertskruid en zachte ooievaarsbek, te onderscheiden door het blad. Reigersbek heeft oneven dubbel veervormig samengestelde bladeren; de andere ooievaarsbek soorten hebben handvormig gelobde of 3-5 tallige bladeren.

 

 

robertskruid

 

 

 

zachte ooievaarsbek

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 5 tot 60 cm hoog

Bloem
– helder roze, zelden wit
– vanaf april t/m oktober
– enkelvoudig scherm
– 8 tot 17 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden, waarvan 5 met helmknoppen
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– oneven dubbel veervormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop of opstijgend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

Gewone- en duinreigersbek

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA