Tagarchief: gastplant

Prachtschubwortel : Lathraea clandestina

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

IMG_2478-gr-prachtschubwortel

 

.

 

Goed te herkennen aan
de grote, helmvormig gekromde bloemen, die groeien onderaan bomen, direct uit de grond lijken te komen en (meestal) naar 1 kant staan, als pinguins in een sneeuwstorm.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

.

Prachtschubwortel of paarse schubwortel is een zeer zeldzaam voorkomende, lage plant, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidwest-Europa. Ze parasiteert op de wortels van loofbomen en struiken, voornamelijk op wilgen en populieren. Omdat ze een parasiet is heeft ze geen bladgroen nodig. Ze haalt alle voedingsstoffen bij haar gastplant, die daar overigens nauwelijks tot geen last van heeft. In de Lage Landen komt ze in het wild niet voor. Ze is met pootgoed van haar gastplanten verspreid in (heem)tuinen, parken en op landgoederen. De verwachting is dat ze zich zal uitbreiden.

 

 

Lathraea clandestina 4, Prachtschubwortel, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen

 

 

 

Bloem

 

Prachtschubwortel bloeit vanaf maart tot en met mei. Kleine polletjes lijken op afstand wat op krokussen, maar dichterbij zie je dat het een lipbloem is met sterk gekromde, helmvormige, paars/lila bovenlip. De onderlip is vaak donkerder. De lang gesteelde bloemen groeien vanuit de wortelstok (= ondergrondse stengel). De kroon is minstens 2x zo lang als de kelk. De kelkbladen zijn paars met een roomwitte rand. De schutbladen zijn roomwit.

 

 

 

 

 

 

 

.

Algemeen

 

bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam in (heem)tuinen
– 4 tot 8 cm hoog

Bloem
– paars
– vanaf maart t/m mei
– tros
– 4 tot 5 cm
– lipbloem
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– schubvormig
– top stomp
– rand gaaf
– voet (half)stengelomvattend
– parallelnervig
– ondergronds

Stengel
– ondergronds
– vertakt
– geelachtig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria

Klimopbremraap : Orobanche hederae

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de stevige, onvertakte bloeistengel met gelig, roomwitte, roze bloemen groeiend tussen klimop

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klimopbremraap is een overblijvende, slanke plant van 10 tot 60 cm hoog. De hele plant is behaard met klierharen. Ze is zeer zeldzaam en staat op de rode lijst als gevoelig. Je vindt klimopbremraap op beschaduwde, stenige plaatsen, ook in parken en plantsoenen. Ze parasiteert volledig op klimop. Ze heeft geen bladgroen en is daarom voor alle voedingsstoffen afhankelijk van de gastplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Klimopbremraap bloeit vanaf juni tot en met augustus; de bloeiwijze is een slanke, lange, ijle, aarvormige tros met tientallen bloemen. Van bovenaf is goed te zien dat de bloemen spiraalsgewijs langs de stengel staan en niet in rijen zoals bij klavervreter. Ze staan in de oksel van een smal, bruin schutblad, dat langer is dan de bloem. De kleur van de bloemen loopt van roomwit naar lichtgeel en rozerood. Ze zijn bovenop donkerrood geaderd.

Aan beide zijden van de bloem zit een kelkblad, dat uitloopt in 1 of 2 (ongelijke) smalle, spitse punten. De kroonbuis is vrij smal en licht gebogen. De geaderde bloemzoom is ongelijk gekarteld en bestaat uit een onder- en een bovenlip. De onderlip is 3-lobbig. Het middelste lob is het grootst. Klimopbremraap is de enige bremraap, waarvan de meeldraden bij volgroeide bloemen buiten de kroon steken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stevige stengel is niet vertakt, onderaan verdikt en roodbruin. Aan het onderste gedeelte staan schubvormige, puntige, roodbruine bladeren.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn 9 soorten bremraap, het makkelijkst te onderscheiden door te kijken naar de gastplant. Mocht dat niet helemaal duidelijk zijn, kijk dan ook naar de stempelkleur.

 

 

 

blauwe bremraap

 

 

 

bitterkruidbremraap

 

 

 

centauriebremraap

 

 

 

distelbremraap

 

 

 

grote bremraap

 

 

 

klavervreter

 

 

 

rode bremraap

 

 

 

walstrobremraap

 

 

 

Algemeen

 

bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 10 tot 60 cm hoog

Bloem
– roomwit/gelig/roze
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige bloeiwijze
– 3 tot 4 cm
– lipbloem
– 10 tot 22 mm
– 4 of 5 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stempel geel

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– schubvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond

Stengel
– rechtop
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine ratelaar : Rhinanthus minor

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de gele lipbloemen met witte, soms paarsblauwe, korte tanden

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine ratelaar is een eenjarige plant, vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen, maar de plant staat wel op de rode lijst als sterk afgenomen. Ratelaars zijn halfparasieten. Ze zijn voor water en mineralen afhankelijk van andere planten, met name grassoorten. Zodra de zaden ontkiemen gaan de wortels op zoek naar wortels van andere planten. Andere bouwstoffen die ze nodig hebben, kunnen ze zelf vormen. De gastplant gaat niet dood, maar zal niet zo groot worden als zijn soortgenoten.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine ratelaar bloeit vanaf mei tot en met september met gele lipbloemen, die witte, soms paarsblauwe tanden hebben, die hooguit 1 mm lang zijn. Na de bloei belanden de zaadjes, die onderin de bloem gevormd zijn, in de kelk. De kelk verdroogt en wordt hard. Als de planten bewogen worden hoor je de zaden rammelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Grote en kleine ratelaar lijken veel op elkaar, maar als je ze beiden gezien hebt, kun je ze makkelijk uit elkaar houden. Vooral de grootte van de tanden is een goed kenmerk. En ook de schutbladen zijn heel verschillend. Die van grote ratelaar zijn aan de onderkant van het blad breder en lichter van kleur dan die van kleine ratelaar.

 

 

grote ratelaar : heeft bredere, bleekgroene schutbladen met langere tanden, dan kleine ratelaar.

harige ratelaar : stengel en kelkbladen zijn lang behaard.

 

 

grote ratelaar

 

 

harige ratelaar

 

 

Algemeen

 

bremraapfamilie (Orobanchaseae)
– eenjarig
– vrij algemeen op de Waddeneilanden
– elders vrij tot zeer zeldzaam
– 10 tot 50 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m september
– eindelingse tros
– lipbloem
– 10 tot 15 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gezaagd
– voet afgerond
– veernervig
– zittend, iets stengelomvattend

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– scherp vierkant
– vaak met kleine donkere streepjes

zie wilde bloemen