Tagarchief: plantsoenen

Schijnaardbei : Potentilla indica

Standaard

categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-duchesnea_indica7

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de op aardbeien lijkende schijnvruchten en
– de gele 5-tallige bloemen met brede, getande bijkelkbladen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Schijnaardbei is een overblijvende plant van 5 tot 15 cm hoog, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Azië. Ze groeit op vochtige, voedselrijke beschaduwde plaatsen in plantsoenen, loofbossen, tussen stoeptegels en in tuinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met oktober met 5-tallige gele bloemen. Na de bloei groeien de 3- tot 5-tandige bijkelkbladen door en verschijnt er een op een aardbei lijkende rode ronde schijnvrucht.

 

 

schijnaardbei_0

 

 

 

Blad en stengel

 

Alle bladeren bestaan uit drie ovale deelblaadjes, die aan de onderkant wat zilverachtig behaard zijn op de nerven. De liggende stengels zijn behaard en wortelen op de knopen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam
– 5 tot 15 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m oktober
– alleenstaand
– stervormig
– 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 behaarde spitse kelkbladen
– 5 getande bijkelkbladen
– ongeveer 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– ovale deelblaadjes
– top spits
– rand gezaagd
– handnervig
– onderkant licht behaard op de nerven

Stengel
– liggend
– bloemsteel rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Vroegeling : Erophila verna

Standaard

Vroegeling : Erophila vernacategorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

IMG_2906-m.vroegeling

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– het kleine bladrozet en
– de tere kleine witte bloemetjes met 4 gespleten kroonbladen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vroegeling is een tenger eenjarige plantje van 3 tot 15 cm hoog. Ze komt zeer algemeen voor op open, droge zandgrond, zoals in plantsoenen, bermen, open grasland en tussen bestrating. In de kustprovincies is ze wat minder algemeen.  Vroegeling kiemt in het najaar en gaat als rozet de winter door. In het vroege voorjaar verschijnen de bloemetjes en voor de zomer zijn de zaden al gevormd. Dan sterft het plantje af en zullen in het najaar de zaden ontkiemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf februari tot en met mei met witte bloemetjes, die op onbebladerde, gladde stelen staan. De bloemetjes hebben vier diep gespleten kroonblaadjes. Vaak komt de plant massaal voor op haar groeiplaats. Deze krijgt dan vroeg in het jaar een witte waas van al die kleine bloemetjes. Voor sommige mensen is dit een teken dat het voorjaar eraan komt. Als de vruchtjes opengaan geven de witte tussenschotten weer een opvallend witte waas over de plantjes.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast vroegeling zijn er nog 5 andere (zeer) algemeen voorkomende, vroege voorjaarsbloeiers met 4-tallige, kleine witte bloemetjes en een bladrozet.

 

 

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

 

 

 

 

 

 

 

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 3 tot 15 cm

Bloem
– wit
– vanaf februari t/m mei
– tros
– stervormig
– 3 tot 5 mm
– 4 diep ingesneden kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 4 kelkbladen, behaard
– 6 meeldraden

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of getand
– voet gevleugeld
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– glad en kaal of verspreid behaard
– rolrond
– onbebladerd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Gehoornde klaverzuring : Oxalis corniculata

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de kleine, 5-tallige, gele bloemen en
– het klaverachtige groen of bruingroene blad en
– de teruggeslagen vruchtstelen

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gehoornde klaverzuring is een eenjarig plantje, oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa. Ze is vrij zeldzaam en komt voornamelijk voor in de stedelijke gebieden. Ze groeit op open, vochtige, voedselrijke grond in tuinen, plantsoenen, boomgaarden en op stenige plaatsen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De vijftallige, kleine, gele bloemetjes met uitgerande kroonbladen bloeien vanaf april tot en met oktober, staan met 1 tot 7 bij elkaar in een los scherm en zijn alleen geopend bij zonnig weer.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren bestaan uit 3 hartvormige deelblaadjes met een gave, gewimperde rand en zijn meestal bruin of bruingroen, maar kunnen ook groen zijn. De stengels kunnen 10 tot 30 cm lang worden, wortelen op de knopen en zijn behaard met haren die alle kanten op staan.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Gehoornde klaverzuring wordt gezien als een lastig onkruid. Naast dat de stengels wortelen op de knopen, vermeerdert het zich ook heel makkelijk via zaad. De vruchtdozen springen bij rijpheid van de zaden bij de minste beweging open en slingeren de zaden weg.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

stijve klaverzuring : heeft geen teruggeslagen vruchtstelen, stengels behaard met lange afstaande en korte aanliggende haren.

 

 

 

 

 

 

 

 

knobbelklaverzuring : heeft teruggeslagen vruchtstelen, stengels behaard met alleen korte aanliggende haren.

 

 

 

 

 

 

 

gehoornde klaverzuring : heeft teruggeslagen vruchtstelen, kruipende stengels, bladeren vaak bruingroen, haren op de stengels alle kanten uitwijzend.

 

 

 

 

Algemeen

 

– klaverzuringfamilie (Oxalidaceae)
– eenjarig
– vrij zeldzaam
– 5 tot 30 cm

Bloem
– donkergeel
– vanaf april t/m oktober
– bijscherm
– stervormig
– 4 tot 7 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– deelblaadjes hartvormig
– top uitgerand
– rand gaaf, gewimperd
– voet wigvormig
– veernervig
– bruin tot groen

Stengel
– kruipend
– worteld op de knopen
– behaard
– rolrond

zie wildebloemen

 

 

 

 

.

 

 

 

 

Tuinbingelkruid : Mercurialis annua

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– de bossig vertakte stengels en
– de aarvormige kluwens mannelijke bloemen

 

.

 

.

 

.

Algemeen

 

Tuinbingelkruid is een eenjarig plantje van 20 tot 40 cm hoog, dat algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op open vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grond in moestuinen, akkers, bermen, plantsoenen en tus-sen bestrating.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot de eerste vorst met lichtgroene bloemetjes. De plant is tweehuizig, dat wil zeggen dat er planten zijn met alleen mannelijke bloemen en planten met alleen vrouwelijke bloemen. De vrouwelijke bloemen zitten met 1 tot 3 in de oksels van de bladeren. De mannelijke bloemen vormen aarvormige kluwens.

 

 

.

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is vierkantig en bossig vertakt. De bladeren zijn glanzend groen.

 

 

.

 

 

Vergelijkbare soort

 

Bosbingelkruid heeft onvertakte stengels, bladeren zijn donkerder groen en bloeit in april en mei.

.

 

bosbingelkruid

.

 

 

Algemeen

 

– wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
– eenjarig
– algemeen tot niet voorkomend
– 20 tot 40 cm hoog

Bloem
– licht groen
– vanaf juni tot de eerste vorst
– stervormig
– 3 tot 4 mm
– 3 bloemdekbladen
– 8 tot 12 of meer meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig
– top spits
– rand gekarteld
– voet afgerond
– veernervig
– glanzend
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– kaal
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

.

 

 

 

 

 

Reuzenberenklauw : Heracleum mantegazzianum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de enorm grote, witte bloemschermen, soms tot 50 cm in doorsnede

 

 

 

 

 

Algemeen

 

De indrukwekkende reuzenberenklauw, ook wel Perzische berenklauw genoemd, is vanuit Zuidwest-Azie in de 19e eeuw naar Europa gebracht als sierplant. Op veel plaatsen is de plant verwilderd. Het is een overblijvende (vaak tweejarige) plant, die algemeen voorkomend in stedelijke gebieden. Elders is ze zeldzaam. Ze groeit op vochtige, zeer voedselrijke grond in bermen, tuinen, plantsoenen en struikgewas. Afhankelijk van de standplaats kan ze tot 3 meter hoog worden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Reuzenberenklauw bloeit vanaf juni tot en met september met een variabel aantal schermen witte bloemetjes. De schermen bestaan uit 50 tot 150 deelschermen. De buitenste bloemen in een deelscherm zijn vergroot en asymmetrisch. De bloemen geuren naar anijs en zijn heel aantrekkelijk voor insecten. In de winter gebruiken de insecten de plant om te overwinteren in de holle stengels.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De grote bladeren bevatten furanocumarine, een sterk geurende, vluchtige olie die de huid overgevoelig maakt voor ultraviolette straling, waardoor ontstekingen en brandwonden ontstaan. In het vroege voorjaar, als de zaden ontkiemen, zullen door de omvang en de enorme groeikracht van de plant andere planten geen kans krijgen en ontstaat er al snel een bos. Reuzenberenklauw is nauwelijks te beteugelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met witte bloemschermen

 

Er zijn veel planten met witte bloemschermen. Zie voor vergelijking en herkenning van de algemeen voorkomende soorten, die groeien in graslanden, akkers, bermen, langs heggen en bosranden de pagina “Sleutel algemene witte schermbloemigen“.

 

 

 

 

 

Algemeen


– 
schermbloemenfamilie (Apiaceae)

– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 2 tot 3 meter

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m september
– meervoudig scherm
– stervormig
– 8 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervormig oneven
– top spits
– rand getand
– voet half stengelomvattend
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rood gevlekt
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Muurpeper : Sedum acre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder gele, stervormige, 5-tallige bloemen en
– de platte, driehoekige, schubachtige blaadjes

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Muurpeper is een overblijvend algemeen voorkomend plantje van 5 tot 10 cm hoog. Ze groeit op open, droge, matig voedselarme tot voedselrijke zandgrond in plantsoenen, langs wegen en op muren en daken en kan daar in korte tijd grote kussens vormen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Muurpeper bloeit in juni en juli met helder gele bloemen van 10 tot 14 mm.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengels zijn sterk vertakt en liggend, alleen het uiteinde richt zich omhoog. De bladeren zijn wintergroen, kaal, plat driehoekig, schubachtig en zitten dakpansgewijs dicht bij elkaar langs de stengel. De bladeren van niet bloeiende stengels vormen vaak een bolletje en kunnen soms enigszins rood gekleurd zijn. De bladeren hebben een peperachtige smaak.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Muurpeper is een ideale bodembedekker, ze wordt ook gekweekt als tuinplant. Van de vetplanten is muurpeper de meest bekende soort.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

zacht vetkruid : bloemen kleiner dan 10 mm, de blaadjes hebben geen peperachtige smaak en zijn lijnvormig.

muurpeper : bloemen 10 – 14 mm, alle bloemen 5-tallig, plat driehoekig, schubachtig blad, peperachtige smaak.

tripmadam : bloemen 14 of 15 mm, schermen met 5- tot 8-tallige bloemen met gekielde kroonbladeren en grijs- of blauwgroene, lijnlancetvormige, halfronde, spitse bladeren.

 

 

zacht vetkruid

 

 

 

tripmadam

 

 

Algemeen

 

vetplantenfamilie (Crassulaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– ook als tuinplant
– 5 tot 10 cm

Bloem
– geel
– juni en juli
– tros
– stervormig
– 10 tot 14 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– afgeplat driehoekig
– top stomp
– rand gaaf
– voet afgerond
– zonder nerven
– vlezig
– peperachtige smaak

Stengel
– liggend, aan het einde rechtop
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klimopbremraap : Orobanche hederae

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de stevige, onvertakte bloeistengel met gelig, roomwitte, roze bloemen groeiend tussen klimop

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klimopbremraap is een overblijvende, slanke plant van 10 tot 60 cm hoog. De hele plant is behaard met klierharen. Ze is zeer zeldzaam en staat op de rode lijst als gevoelig. Je vindt klimopbremraap op beschaduwde, stenige plaatsen, ook in parken en plantsoenen. Ze parasiteert volledig op klimop. Ze heeft geen bladgroen en is daarom voor alle voedingsstoffen afhankelijk van de gastplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Klimopbremraap bloeit vanaf juni tot en met augustus; de bloeiwijze is een slanke, lange, ijle, aarvormige tros met tientallen bloemen. Van bovenaf is goed te zien dat de bloemen spiraalsgewijs langs de stengel staan en niet in rijen zoals bij klavervreter. Ze staan in de oksel van een smal, bruin schutblad, dat langer is dan de bloem. De kleur van de bloemen loopt van roomwit naar lichtgeel en rozerood. Ze zijn bovenop donkerrood geaderd.

Aan beide zijden van de bloem zit een kelkblad, dat uitloopt in 1 of 2 (ongelijke) smalle, spitse punten. De kroonbuis is vrij smal en licht gebogen. De geaderde bloemzoom is ongelijk gekarteld en bestaat uit een onder- en een bovenlip. De onderlip is 3-lobbig. Het middelste lob is het grootst. Klimopbremraap is de enige bremraap, waarvan de meeldraden bij volgroeide bloemen buiten de kroon steken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stevige stengel is niet vertakt, onderaan verdikt en roodbruin. Aan het onderste gedeelte staan schubvormige, puntige, roodbruine bladeren.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn 9 soorten bremraap, het makkelijkst te onderscheiden door te kijken naar de gastplant. Mocht dat niet helemaal duidelijk zijn, kijk dan ook naar de stempelkleur.

 

 

 

blauwe bremraap

 

 

 

bitterkruidbremraap

 

 

 

centauriebremraap

 

 

 

distelbremraap

 

 

 

grote bremraap

 

 

 

klavervreter

 

 

 

rode bremraap

 

 

 

walstrobremraap

 

 

 

Algemeen

 

bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– overblijvend
– zeer zeldzaam
– 10 tot 60 cm hoog

Bloem
– roomwit/gelig/roze
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige bloeiwijze
– 3 tot 4 cm
– lipbloem
– 10 tot 22 mm
– 4 of 5 kroonbladen, vergroeid
– 2 kelkbladen
– 4 meeldraden
– 1 stijl
– stempel geel

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– schubvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond

Stengel
– rechtop
– behaard met klierharen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Haagwinde : Convolvulus sepium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de grote, zuiver witte (zelden roze met witte strepen), trechtervormige bloemen en
– aan de hoek van 90° tussen bladsteel en bladschijf
– en de pijlvormige bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Haagwinde is een zeer algemeen voorkomende snelgroeiende overblijvende klimplant. Op zonnig tot half beschaduwde plaatsen met natte tot vochtige, voedselrijke grond kan je haar tegenkomen, zoals in akkers, plantsoenen, tuinen, rietlanden, ruigten en moerasbossen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Haagwinde bloeit vanaf juni tot de herfst met grote, trechtervormige, zuiver witte bloemen. Zelden zijn ze roze met witte strepen. De bloem wordt aan de onderkant omsloten door twee hartvormige, meestal roodbruin aangelopen schutbladen, die de kelk gedeeltelijk bedekken. De schutbladen overlappen elkaar niet, ze raken elkaar hooguit aan de rand en ze zijn langer dan de kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De niet of weinig vertakte stengels winden zich tegen de klok in om takken en stengels van andere planten of zaken zoals palen, gaas of spijltjes van hekken. Ze kan zo tot 3 meter hoog klimmen. De bladeren hebben een breed pijlvormige voet. De bladschijf en bladsteel staan ongeveer haaks op elkaar.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

haagwinde : grote witte bloemen, bladsteel maakt ongeveer een hoek van 90° met bladschijf.
akkerwinde : heeft kleinere, geurende witte of roze bloemen, die aan de buitenkant 5 donkere strepen hebben.
zeewinde : heeft roze/bleek purperen bloemen met 5 witte strepen, niervormige bladeren en liggende, zelden klimmende stengels.
gestreepte winde : opgeblazen schutbladen onder de bloem overlappen elkaar gedeeltelijk. Bloemen wit, vaak met roze strepen.

 

 

akkerwinde

 

 

 

zeewinde

 

 

 

gestreepte winde

 

 

 

Algemeen

 

windefamilie (Convolvulaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– tot 3 meter

Bloem
– wit, zelden roze met witte strepen
– vanaf juni tot de herfst
– gesteeld alleenstaand
– trechtervormig
– 3 tot 6 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– pijlvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet breed pijlvormig
– veernervig

Stengel
– klimmend
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen