Tagarchief: zaden

Gewone brunel : Prunella vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de dichte, aarvormige bloeiwijze met paarse lipbloemen, vaak roodbruine kelken en groene schutbladen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone brunel is een zeer algemeen voorkomende, overblijvende plant. Ze bloeit vanaf mei tot de herfst en groeit op vochtige, matig voedselrijke grond in grasland, bermen, grazige duinvalleien, afgravingen en aan bospaden. Gewone brunel wordt 7 tot 45 cm hoog. Haar maximale hoogte bereikt ze alleen als er weinig gemaaid wordt. Frequent maaien kan geen kwaad, ze groeit gewoon door maar blijft lager en vormt meer uitlopers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiwijze is gedrongen aarvormig en bestaat uit een aantal dicht op elkaar staande schijnkransen van meestal 6 bloemen. Ze bloeit vanaf mei tot de herfst met paarse lipbloemen. De lipbloemen hebben een helmvormige bovenlip en een uit drie delen bestaande onderlip. De middelste lob van de onderlip is franjeachtig getand. De kelk van de bloemen is roodbruin of groen. Elke bloem heeft een groen schutblad, dat breder is dan lang en eindigt in een spits puntje.

Tijdens het rijpen van de zaden verlengt de bloeiwijze zich iets. Omdat een uitgebloeide bloeiwijze wat lijkt op een ouderwets gevlochten bijenkorf, wordt gewone brunel ook wel “bijenkorfje” genoemd. Als het regent gaat de vruchtkelk open, zodat de kleine zaden er door de regen uitgespoeld kunnen worden.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan kruisgewijs tegenover elkaar, zijn langwerpig tot eirond en kort behaard. Meestal is de rand gaaf, soms ook licht gekarteld. Het onderste gedeelte van de vierkante stengels ligt op de grond en wortelt op de knopen.

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Gewone brunel werkt ontstekingsremmend, bloedstelpend en sterk samentrekkend. Het is schimmelwerend en antibiotisch. Het kan gebruikt worden bij wonden, insectenbeten, koortsblaren, zweertjes en leveraandoeningen, als gorgeldrank bij tandvleesontstekingen, aften en keelpijn en als thee bij griep en koorts.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Een vegelijkbare lage soort is kruipend zenegroen. Toch zitten er een paar duidelijke verschillen tussen beide soorten. De bloeiwijze van kruipend zenegroen is langer en minder dicht. De bloemen zijn blauwer en missen de helmvormige bovenlip. Verder heeft kruipend zenegroen naast donkergroene, zittende stengelbladeren (die breder zijn dan de bladeren van gewone brunel) ook een bladrozet van gesteelde bladeren. Gewone brunel heeft geen rozet.

 

 

kruipend zenegroen

 

 

kruipend zenegroen

 

 

 

Algemeen

 

lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 7 tot 45 cm

Bloem
– paars, zelden wit of roze
– vanaf mei tot de herfst
– aarvormige tros
– lipbloem
– 8 tot 15 mm
– 4 of 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 of 5 kelkbladen, vergroeid
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– langwerpig tot eirond
– top stomp
– rand gaaf, soms licht gekarteld
– voet wigvormig
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop en opstijgend
– kort behaard of bijna kaal
– vierkant

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

De mier in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

De mier

 

 

Spreuken 30:24-25

 

“Vier dieren zijn de kleinste op aarde, maar zij zijn buitengewoon wijs; de mieren – sterk zijn ze niet, maar al in de zomer leggen ze een voorraad aan.” 

 

Wij weten niet wie Agur was – de schrijver van deze woorden – maar hij had wel ogen om op te merken en ver-stand om de lessen te trekken uit wat hij waargenomen had. In het land Israël wemelt het van allerlei soorten mieren, van zeer klein tot zo groot als een bij. Het soort waarover Agur het had, was waarschijnlijk de oogstmier, die in de kustgebieden veel voorkomt. Deze mier verzamelt in de zomer een voorraad zaden en slaat ze op in ondergrondse galerijen. Zaden die zouden kunnen ontkiemen, worden verwijderd en buiten het nest gedepo-neerd, om later als voedselbron te dienen. Al eerder in het boek Spreuken vestigt Salomo de aandacht op deze ijverige insekten:

 

Spreuken 6:6-8

 

“Ga naar de mieren, luiaard, kijk hoe ze werken en word wijs. Hoewel er onder hen geen leider is, geen aanvoerder, geen koning, halen ze in de zomer voedsel binnen, leggen ze in de oogsttijd een voorraad aan.” 

 

 

Iedere mier kent zijn of haar plaats in de mierenstaat; zij werken allemaal op efficiënte wijze samen, om voor de koningin en haar larven te zorgen. Sommige miersoorten zijn gevaarlijk en trekken samen uit op rooftocht, maar de oogstmier is vegetarisch en vormt geen bedreiging voor andere dieren. In tropische landen komt men de be-faamde bladmier tegen, wiens voorraad uit vers afgebeten bladgedeelten bestaat, en wiens heen en weer gaan tussen boom en nest op een protestmars lijkt. Mieren weten instinctief dat hun leven afhangt van het tijdig inza-melen. Wij mensen hebben de neiging om dingen uit te stellen en gaan liever luieren in de zon. Maar, zegt Salo-mo, die weg leidt tot armoede en gebrek.

 

Spreuken 6:6-11

 

6 Kijk naar de mieren, luiwammes, kijk hoe ze leven, en leer daar iets van.
7 Want ook al hebben ze geen aanvoerder, geen leider en geen koning,
8 toch verzamelen ze in de zomer alvast hun eten voor de winter. In de oogsttijd verzamelen ze voedsel.
9 Maar jij, luiwammes, hoelang blijf je nog liggen? Wanneer sta je eindelijk eens op?
10 ‘Nog even slapen, nog even soezen, nog even lekker liggen met de handen achter mijn hoofd’ –
11 Maar daar komt de armoede al op je af, zo snel als een hardloper. Gebrek overvalt je als een rover.

 

 

Mieren zijn niet alleen voorbeeldig in hun ijver, maar ook in de manier waarop zij samenwerken; alle energie wordt in dienst van de kolonie of staat gestopt. Van gelovigen wordt dat ook gevraagd.

 

 

Filippenzen 2:2

 

“maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.”

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Hoe serotonine verhogen?

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

Serotonine is een belangrijke stof die berichten van een gebied van je hersenen naar een andere stuurt. Studies wijzen uit dat het een rol speelt in een breed scala van psychologische functies, variërend van stemming naar slaapkwaliteit, leervermogen, libido, eetlust en zelfs geheugen. Een tekort aan serotonine kan lijden tot depressies, maar antidepressiva is niet de enige oplossing daarvoor. Er zijn ook andere dingen die je kan doen om het serotonine tekort aan te vullen.

 

 

 

 

 

1. Geniet van het licht

 

Wanneer je word blootgesteld aan zonlicht (en zelfs gewoon daglicht op een bewolkte of koude dag), beginnen je hersenen meer serotonine te produceren als reactie. Dus, maak er een gewoonte van om 10-20 minuten per dag te gaan wandelen. Dit is meteen een goed moment om al je gedachtes weer even te ordenen.

 

 

 

2. Minder je suiker gebruik

 

Mensen met een laag serotonine niveau hebben vaak een intense drang naar suiker, dit is een manier van je lichaam om een signaal te geven dat je meer serotonine nodig hebt (omdat suiker insuline produceert en zorgt voor serotonine kick). Dit is geen goede manier om je lichaam te stabiliseren, omdat dit lijd tot extra risico op ziektes zoals diabetes en hartziekten.

 

 

 

3. Neem meer Vitaminen B

 

Alle B-vitamines helpen de geestelijke en lichamelijke gezondheid te ondersteunen, maar de vitaminen B6 en B12 staan vooral bekent om ons humeur te verbeteren dankzij hun vermogen om de hoeveelheid serotonine in onze hersenen te verhogen.

Een recent onderzoek wijst uit dat oudere volwassenen met een depressie meestal weer herstellen na een paar weken, wanneer ze beginnen aan een dieet die bestaat uit B-vitamines. Een dagelijkse dosis van 50-100 mg wordt aanbevolen.

 

 

 

4. Streef naar positiviteit

 

Het is niet alleen de manier waarop je je lichaam behandelt dat de serotonine in je hersenen kan verhogen. Psychologen hebben ontdekt dat positief denken, en een positieve instelling ook een groot aandeel hebben in het aanmaken van extra serotonine.

Bijvoorbeeld, het bijhouden van een dagboekje, tijd doorbrengen met goede vrienden en het luisteren naar rustgevende muziek kunnen allemaal helpen bij het verlichten van een depressie.

Enkele andere manieren om te werken aan positiviteit zijn onder meer:

-Luister naar brainwave audio’s
-Ontdoen van negatieve invloeden (inclusief giftige mensen)
-Lach meer
-Als je over je problemen praat, focus je meer op de oplossingen dan het probleem zelf
-Luister meer naar gelukkige liedjes in plaats van verdrietige-
-Lees positieve boeken en kijk naar grappige films (in tegenstelling tot horror films en thrillers)

 

 

 

serotonine

 

 

 

5. Voeg meer eiwit toe aan je dieet

 

Het eiwitgehalte van voedingsmiddelen zoals eieren, kaas en meer vlees kan het niveau van tryptofaan in je bloed verhogen, waardoor je meer serotonine aanmaakt. Vergeet niet om ook het eigeel te eten en niet alleen de eiwitten. Eigeel is rijk aan tryptofaan, een potentieel kanker bestrijdend middel.

 

 

 

6. Eet meer noten en zaden

 

Alle noten en zaden zijn een bron van tryptofaan, dat is een aminozuur dat nodig is om serotonine op te nemen. Noten zijn niet alleen goed voor je stemming, maar ook voor je hart, ademhalingsstelsel en celproductie. Een handvol noten geeft je ook een fijne dosis vezels, wat goed is voor je spijsvertering .

 

 

 

7. Neem een massage

 

Massage heeft een directe invloed op de verhoging van je serotonine niveau. Massages verminderen het niveau van cortisol, een stresshormoon dat je hersenen blokkeert van het produceren van de juiste hoeveelheid serotonine.

 

 

 

8. mediteer

 

Regelmatig mediteren houdt je serotonine op het juiste niveau. Op dit moment zijn er tientallen geloofwaardige studies die de connectie tussen meditatie en psychologische gezondheid bewijzen, zodat je meerdere redenen hebt om aan deze gewoonte te voldoen.

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter T en V

Standaard

Categorie:  Kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Tandzaad (Compositae)

 

Het geslacht Tandzaad telt ongeveer 200 soorten, de meeste in Amerika. Zij behoren tot de grootste familie der bloeiende planten, de Compositae of Samengesteldbloemigen. Zoals de naam al aangeeft is datgene wat men voor een bloem aanziet bij deze familie in feite een verzameling heel kleine bloemetjes. Deze zijn gezamenlijk op een bloembodem ingeplant en zien er samen vaak als een ‘gewone’ bloem uit. Wat op het eerste gezicht een normale bloem lijkt is dus in feite een complete bloeiwijze. Deze wordt bij de Samengesteldbloemigen een bloemhoofdje genoemd.

Soms zijn de bloemhoofdjes bolrond, zoals we dat van Distels kennen. Ook bij het geslacht Tandzaad komt dit voor. In ons land zijn vier soorten van dit geslacht in de loop der jaren plaatselijk algemeen geworden, vrijwel altijd op voedselrijke plaatsen langs waterkanten.

De meest algemene soort in ons land is DRIEDELIG TANDZAAD (Bidens tripartitus), een van 3-90 cm hoge, eenjarige plant met rechtopstaande bloemhoofdjes. De vruchtjes hebben 2-4 naalden die met weerhaakjes zijn bezet, waardoor de vruchtjes gemakkelijk door mens en dier verspreid kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

Dat geldt ook voor de volgende soort, ZWART TANDZAAD (Bidens frondosus), een eveneens eenjarige plant met oranje-gele bloemhoofdjes. De plant wordt 30 cm tot 1 m hoog. De samengestelde bladeren bestaan uit 3-5 delen. Komt vooral voor langs rivieren en kanalen.

 

 

 

 

 

 

 

De andere twee soorten, Knikkend tandzaad (B. cernuus) en Vergroeidbladig tandzaad (B. connatus) zijn vaak moeilijk te onderscheiden van de twee reeds genoemde soorten.

 

 

Vergeet-mij-nietje (Boraginaceae)

 

Het VERGEET-MIJ-NIETJE (Myosotis arvensis) is geen erg lastig onkruid, ook al heeft het de neiging zich ongemerkt in de tuin te vestigen. De plant kan zich nogal snel verbreiden, doordat ieder exemplaar ongeveer 700 zaden produceert. De planten zijn echter gemakkelijk door wieden in bedwang te houden. De helderblauwe bloemen van 5 mm doorsnee met vijf bloemblaadjes en een geel oog maken de plant gemakkelijk te herkennen. Ze staan afwisselend, op korte steeltjes, aan het bovenste deel van de lang behaarde stengels.

Vóór de bloei zijn de stengels aan het eind naar binnen opgerold. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De onderste bladeren zijn gesteeld en rondachtig-ovaal: ze vormen een rozet aan de basis; de stengel-bladeren groeien afwisselend en zijn lancetvormig en stengelomvattend. Alle bladeren zijn aan weerszijden behaard. Het vergeet-mij-nietje is een eenjarige plant van 120 tot 60 cm hoogte. Algemeen voorkomend in praktisch geheel Europa, Noord- en Midden-Azië en Noord-Amerika. In ons land vooral op bebouwde zandgrond die rijk is aan humus in lichte bossen en langs wegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vetmuur (Caryophyllaceae)

 

LIGGENDE VETMUUR (Sagina procumbens) vormt een dichte rozet van lijnvormige blaadjes die 5-12 mm lang zijn en zich aan de top tot een stekelpuntje vernauwen. Uit de rozet komen liggende stengeltjes tevoorschijn met nog kleinere blaadjes, die in groepjes tegenover elkaar staan. Uit iedere groep blaadjes ontspringt een naar verhouding lange bloemsteel met een heel klein wit bloempje, dat vier bloemblaadjes bezig. Soms zijn de bloemblaadjes afwezig en zijn er alleen de vier grotere, groene kelkblaadjes. Dit onkruid komt voor in geheel Europa en in delen van Noord-Amerika. Bij ons zeer algemeen op zandgrond, tussen straatstenen, op muren en dergelijke. De bloemen verschijnen van mei tot september en bestuiven zichzelf.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vroegeling (Cruciferae)

 

Vroegeling (Erophila verna) is een heel klein rozetplantje dat zijn witte bloemetjes al vroeg in het jaar laat zien (februari-mei). De grootste hoogte die het plantje bereikt is 15 cm; soms is het niet hoger dan 3 cm. De bloemblaadjes zijn, zoals altijd bij de Kruisbloemenfamilie, vier in getal, maar ze zijn zo diep ingesneden dat het lijkt alsof het er acht zijn. De bladeren zijn spatelvormig tot lancetvormig, behaard en met of zonder getande randen. Uit het centrum van de rozet ontstaan verscheidene stengeltjes, die ieder een bloeiwijze dragen. Zoals de naam al zegt is Vroegeling een van de vroegst bloeiende wilde plantjes; het is een vormenrijke soort die voorkomt in geheel Europa, in Noord-Amerika, Noord-Afrika en Noord-Azië. Bij ons algemeen (en soms massaal voorkomend) op open, zandige terreinen, langs wegen, in parken en in de duinen. Ook op veengrond.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter S

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

 

De Schermbloemigen met fijn verdeelde bladeren (Umbelliferae)

 

Deze schermbloemigen vormen een charmante groep planten, die op hun mooist uitkomen wanneer ze in de wegberm of op een dijk groeien waar ze uitsteken boven de andere begroeiing. Fluitenkruid heeft niet voor niets de bijnaam ‘Hollands kant’. Zelfs wanneer deze planten de tuin binnendringen hoeft men dat niet te betreuren. Hun diep uit de grond voedsel halende penwortels brengen namelijk waardevolle mineralen naar boven waardoor die ook voor ondiep wortelende planten ter beschikking komen. Zorg er echter wel voor dat deze onkruiden niet tot zaadvorming komen: Wilde peen bijvoorbeeld brengt per plant ongeveer 4000 zaden voort en 4000 penen is wel wat veel van het goede.

 

 

Fluitekruid

 

FLUITEKRUID (Anthriscus sylvestris) is een overblijvende plant van 0,60 tot 1,50 meter hoog, met wijd vertakte ondergrondse stengels, die binnen korte tijd een flink stuk grond in beslag kunnen nemen. De zachte, heldergroene bladeren staan afwisselend, zijn tot 30 cm lang en 2-3 maal geveerd met ruw gezaagde randen. Ze komen tevoorschijn uit gegroefde scheden op de holle, eveneens van groeven voorziene stengels, die aan de onderkant donzig behaard zijn en aan de bovenkant kaal. De bloeiwijze is een eindstandig, samengesteld scherm met kleine witte bloemen die vijf bloemblaadjes hebben. De vruchtjes zijn langwerpig, kaal en zwart, met twee snavels aan de top.

Fluitekruid is inheems in Europa, Noord-Azië en Noord-Afrika. In ons land een zeer algemene verschijning op grazige, vochtige plaatsen, langs wegen en dijken en in vochtige loofbossen. De bloeitijd is mei-juni.

 

 

 

fluitekruid

 

 

 

 

 

Hondspeterselie

 

HONDSPETERSELIE (Aethusa cynapium) is een vertakte, eenjarige plant, die een grote variatie in afmetingen vertoont: gewoonlijk is hij tussen 30 en 90 cm hoog, maar er zijn ook exemplaren bekend van 3 cm hoog en andere die wel 2 meter bereiken! De holle stengels zijn blauwachtig van kleur en voorzien van fijne ribbels; de bladeren staan afwisselend en hebben een donkergroene kleur; ze zijn niet zo fijn verdeeld als bij de voorgaande soort. Ook hier staan de bloemen in samengestelde schermen, maar deze zijn minder dicht; aan de onderkant zitten omwindseltjes met drie tot vier bladeren.

De bloemen verschijnen van juni tot in de herfst. Wanneer de vruchtjes rijp worden buigen de steeltjes zich naar beneden terwijl de vruchtjes zelf rechtop staan. Ze zijn eivormig en geribbeld, zonder snavels. Alle delen van de plant zijn giftig. Er zijn vergiftigingen bekend in gevallen dat de bladeren waren aangezien voor die van gewone peterselie en de wortels voor jonge raapjes of radijzen. Hoewel dieren de planten weigeren te eten vanwege de onaangename geur, eten zij ze wèl wanneer de planten in hooi verwerkt zijn. Door het drogen zijn de giftige eigenschappen dan verdwenen. Hondspeterselie komt voor in de meeste delen van Europa en is in ons land algemeen langs wegen, op bouwland, in moestuinen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peen

 

PEEN (Daucus carota) is een tweejarige plant die 30 tot 90 cm hoog wordt. De slanke stengels staan rechtop en zijn vertakt; ze zijn hol, geribbeld, en borstelig behaard. De fijne verdeling van de afwisselend staande bladeren doet de plant eruit zien alsof hij gemaakt is van kant. De kleine witte bloempjes zitten in dichte, samengestelde schermen, die aan de voet een groot aantal schutblaadjes bezitten. Het middelste bloemetjes in het scherm is vaak rood of paars.

Na de bloei krommen de stelen van het scherm zich naar boven, waardoor als het ware een vogelnestje ontstaat. De vruchtjes zijn langwerpig, met en afgeplatte en een geribbelde, borstelige zijde. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst en het verspreidingsgebied omvat geheel Europa en een groot deel van Noord-Amerika. In ons land algemeen op grazige plaatsen, langs dijken en wegen. Dit is de stamvorm van de gekweekte peen.

 

 

 

 

 

 

 

Spurrie (Caryophyllaceae)

 

GEWONE SPURRIE (Spergula arvensis) lijkt wel wat op Kleefkruid. Hij heeft dezelfde manier van groeien en dezelfde kleverige stengels met de bladeren in kransen. Maar terwijl bij Kleefkruid de bladeren lancetvormig zijn, zijn die van Gewone spurrie lijnvormig. De rangschikking van de bloemen is ook anders, ze staan eindstandig in open groepjes; de vijf bloemblaadje zijn wit. De bloeiperiode loopt van april tot in de herfst. Deze eenjarige plant wordt 15 tot 30 cm hoog. Het verspreidingsgebied omvat geheel Europa. In ons land algemeen op zandgrond; wordt ook gekweekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De 2de negentien van Bachbloesem : Pine

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

grove_den__pinus_sylvestris__scots_pineimg_6610bloemflowermale

 

 

Pine (Grove Den)

Pinus sylvestris

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

 

bach-flower-remedie-24-pine-grove-den-20ml-1

 

 

Indicatie

 

Voor degenen die zichzelf de schuld geven. Zelfs als ze slagen denken ze dat ze het beter hadden gekund, en ze zijn nooit tevreden met hun inspanning of met het resultaat. Ze werken hard en hebben veel te lijden onder de fouten die ze zichzelf toedichten.

 

 

 

Affirmatie

 

Gezondheid is dus de werkelijke weerslag van wat we zijn. We zijn perfect want we zijn kinderen van God. Het bestaat niet dat we onze best moeten doen om iets te verdienen wat we al gekregen hebben. We zijn hier alleen maar om in stoffelijke vorm de perfectie te laten zien waarmee we vanaf het begin der tijden al begiftigd zijn.

 

 

 

Habitat

 

De Schotse den is een inheemse soort in bossen op zure grond in de Schotse Hooglanden. Ook elders is ze wijdverbreid geplant, de den plant zich voort via de zaden die ze zelf verspreiden.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor zelf-verwijt, schuldgevoel, voor hen die zichzelf de schuld geven, zelf-veroordeling, die vaak de verantwoordelijkheid nemen voor een situatie die niet hun schuld is. Ze zijn ontevreden en kritisch tegenover zichzelf, te nauwgezet, verontschuldigend en te nederig. De voortdurende moeite die ze doen om zichzelf alsmaar te verbeteren kan leiden tot vermoeidheid en neerslachtigheid. Helpt om schuldgevoelens te verlichten.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Onkruid soorten in ons land – letter M,O en P

Standaard

Categorie: Kamerplanten en bloemen

 

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

Madeliefje (Compositae)

 

Een van de meest algemene en bekende planten in ons land is het Madeliefje (Bellis perennis). De bladeren liggen in een rozet op de grond; ze zijn glanzend en ovaal tot spatelvormig. Aan de top zijn ze breed en rond, aan de basis lopen ze uit in een korte, brede bladsteel. De behaarde bloeistengel is bladerloos en eindigt in een enkele, rood aangelopen knop die uitgroeit tot een bloemhoofdje met talrijke witte straalbloempjes rond een kussentje heldergele buisbloempjes. Het wit is van onderen rood (soms ook aan de bovenkant enigszins rood).

Madeliefje bloeit vaak het hele jaar door, tot zelfs onder de sneeuw! Kinderen vlechten graag slingers van de bloemen. De kruisvaarders gebruikten de plant om wonden te genezen. Veel legenden zijn verbonden met het Madeliefje en het is een van de voorboden van de lente. In Engeland zegt men dat het geen lente is zolang je niet op twaalf madeliefjes tegelijk kan staan! Dat laatste geeft dan tevens aan in welke aantallen dit plantje kan voorkomen. Door de grondrozetten verstikt het het gras in het gazon en hoe lieflijk het plantje ook is, je kunt ook te veel van het goed hebben!

 

 

 

 

 

 

 

De Ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)

 

De inheemse leden van deze familie behoren tot de geslachten Reigersbek en Ooievaarsbek, die beide hun naam te danken hebben aan de lange snavel waarvan de vruchtjes zijn voorzien. Reigersbekken (Erodium) zijn te onderscheiden van Ooievaarsbekken (Geranium) doordat ze veervormig ingesneden of geveerde bladeren hebben, schermvormige bloeiwijzen met meestal drie tot negen bloemen en veel langere snavels. De wilde Geraniums moeten niet verward worden met de sierplanten uit het geslacht Pelargonium, die gewoonlijk – foutief – eveneens Geraniums worden genoemd.

 

 

Gewone reigersbek

 

gewone reigersbek

 

gewone reigersbek

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Gewone ooievaarsbek

 

gewone ooievaarsbek

 

 

 

 

 

 

Slipbladige Ooievaarsbek

 

De onderste bladeren van de SLIPBLADIGE OOIEVAARSBEK (Geranium dissectum) staan twee aan twee op lange bladstelen en zijn diep ingesneden tot 5-9 slippen. Deze slippen zijn op hun beurt ook nog weer ingesneden. De vijf purperkleurige (soms roze) bloemblaadjes zijn gekerfd, zodat het lijkt alsof er tien zijn. Het is een een- of tweejarige plant, met dichtbehaarde stengels die vertakt zijn, waardoor het uiterlijk vaak nogal onregelmatig is. De bloeitijd is van mei tot en met september. Deze soort komt voor in Europa en West-Azië en verwilderd in Amerika. In ons land plaatselijk vrij algemeen op kleigrond, aan wegen en dijken. De aanwezigheid van deze plant wijst op een voedselrijke grond.

Alle Ooievaarsbekken zijn betrekkelijk goed bestand tegen selectieve onkruidbestrijdingsmiddelen. Zo nodig kan het best gespoten worden als de kiemplantjes nog klein zijn. Overigens zijn ze gemakkelijk voor wieden onder de duim houden.

 

 

 

slipbladige ooievaarsbek

 

 

 

 

Robertskruid

 

ROBERTSKRUID (Geranium robertianum) is een plant met een aantrekkelijk uiterlijk. Gemakkelijk te herkennen door de ronde stengels, die sappig en behaard zijn, door de sterk verdeelde bladeren, die in de herfst eveneens rood kleuren en door de roze bloemen met vijf niet-ingesneden bloemblaadjes. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. De hele plant heeft een sterke geur. Het is een een- of tweejarige plant met aan de basis vertakte stengels die 10 tot 50 cm lang worden. De tegenoverstaande bladeren hebben 3-5 slippen die aan de rand zijn ingesneden. Robertskruid komt voor in geheel Europa, in Noord- en Midden-Azië en in Noord-Amerika; verwilderd in Zuid-Amerika. In een groot deel van ons land algemeen op vochtige beschaduwde plaatsen, soms tegen muren.

 

robertskruid

 

klein robertskruid

 

robertskruid

 

 

 

 

Gewone Reigersbek

 

De GEWONE REIGERSBEK (Erodium cicutarium) is een slordig groeiende plant met liggende, behaarde stengels. De violet-roze (soms witte) bloemen zijn naar verhouding groot en staan met meestal 5-7 bijeen in een schermpje. Van de bloembladeren hebben er gewoonlijk twee een donkere vlek aan de basis. De snavels van de vruchtjes hebben een lengte van 25-35 mm. De plant kan zowel een- als tweejarig zijn en wordt 8 tot 60 cm hoog. De geveerde bladeren variëren in lengte van 2 tot 20 cm. Ze zijn tegenoverstaand en de blaadjes waaruit het blad is opgebouwd staan afwisselend en zijn ook weer ingesneden. De bloeitijd strekt zich uit van april tot in de herfst. Inheems in Europa, Azië en Noord-Amerika. In ons land algemeen op zandgronden, vooral wanneer die rijk aan stikstof is.

 

 

gewone reigersbek

 

gewone reigersbek

 

 

gewone reigersbek

 

 

 

Paardenbloem (Compositae)

 

De PAARDENBLOEM (Taraxacum officinale) is ongeveer net zo algemeen als het Madeliefje maar heel wat lastiger. Aan de andere kant echter is de plant uitstekend te gebruiken in de keuken: hij bevat meer vitaminen A en C dan bijna elke andere groente of vrucht en de enigszins bittere bladeren verrijken iedere salade. Paardenbloem is verder ook een zeer heilzame plant: hij stimuleert de bloedsomloop, de lever, de spijsverteringsorganen en speciaal de nieren en de blaas.

Als tuinonkruid moet men er echter mee oppassen, want de plant neemt ongeveer driemaal zoveel ijzer uit de grond op als andere planten en ook koper en andere voedingsstoffen. Vandaar zijn waarde in een salade! Het is ook een slechte buur voor andere planten, doordat hij ethyleengas uitscheidt dat deze in hun groei belemmert. We kunnen de stoffen die hij uit de grond haalt ten nutte maken door de plant te composteren. Op die manier komen de ‘gestolen zaken’ weer in de grond terug, waar ondieper wortelende planten ze kunnen opnemen. Men kan van de plant ook een vloeibare meststof maken die op de bladeren van tuinplanten wordt gespoten en tegelijkertijd dient als afweermiddel tegen insecten.

De bladeren van de Paardenbloem met hun tandvormige slippen zitten in een grondrozet die groeit uit een al dan niet vertakte penwortel. De bloemen kunnen onder gunstige omstandigheden het hele jaar door verschijnen, maar de hoofdbloei valt in mei. De gele bloemhoofdjes staan afzonderlijk op een holle, onbebladerde, soms rode stengel, die een wit melksap bevat. Ze worden bezocht door een grote verscheidenheid aan insecten. Na de bloei ontstaan de bekende pluizenbollen, waaruit als men er tegen blaast de parachuutjes met daaraan de zaden tevoorschijn komen. De bloemhoofdjes openen zich ’s morgens tussen zes en zeven. Het verspreidingsgebied omvat het gehele gematigde en koude deel van het noordelijk halfrond. In ons land algemeen op allerlei plaatsen en alle grondsoorten.

 

paardenbloem

 

paardenbloem

 

 

 

 

 

Papegaaiekruid (Amaranthaceae)

 

PAPEGAAIEKRUID (Amaranthus retroflexus) is oorspronkelijk afkomstig uit Amerika, maar is tegenwoordig verspreid over bijna de gehele wereld. De stevige stengel, grijsgroen en dicht kortbehaard, is meestal vertakt, vooral aan de top. De voet van de stengels is vaak roodachtig. De hoogte van de plant varieert van 15 cm tot 1 m. De enigszins hangende bladeren staan afwisselend en zijn langgesteeld; ze zijn ruitvormig-eirond en naar de top en de voet enigszins versmald. De bladeren zijn behaard en hebben opvallende nerven, vooral aan de onderkant. Onder de kleine groene bloempjes zitten stijve, scherp gepunte schutblaadjes.

De bloemen vormen dichte aren in de bladoksels van 1-5 cm lang. De bloeistengel wordt bekroond door een dicht groepje van deze aren ter lengte van 5-20 cm. De bloeitijd is juli tot en met oktober. Papegaaiekruid bevat soms buitengewoon veel stikstofverbindingen, waardoor hij giftig is voor het vee. Varkens eten deze plant echter graag (vandaar de Engelse naam Pigweed ofwel Varkenskruid). In ons land is deze plant thans vrij algemeen, behalve in het noorden en in Zuid-Limburg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vroegeling : Erophila verna

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

IMG_2906-m.vroegeling

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vroege bloei en
– het kleine bladrozet en
– de tere kleine witte bloemetjes met 4 gespleten kroonbladen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vroegeling is een tenger eenjarige plantje van 3 tot 15 cm hoog. Ze komt zeer algemeen voor op open, droge zandgrond, zoals in plantsoenen, bermen, open grasland en tussen bestrating. In de kustprovincies is ze wat minder algemeen.  Vroegeling kiemt in het najaar en gaat als rozet de winter door. In het vroege voorjaar verschijnen de bloemetjes en voor de zomer zijn de zaden al gevormd. Dan sterft het plantje af en zullen in het najaar de zaden ontkiemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf februari tot en met mei met witte bloemetjes, die op onbebladerde, gladde stelen staan. De bloemetjes hebben vier diep gespleten kroonblaadjes. Vaak komt de plant massaal voor op haar groeiplaats. Deze krijgt dan vroeg in het jaar een witte waas van al die kleine bloemetjes. Voor sommige mensen is dit een teken dat het voorjaar eraan komt. Als de vruchtjes opengaan geven de witte tussenschotten weer een opvallend witte waas over de plantjes.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast vroegeling zijn er nog 5 andere (zeer) algemeen voorkomende, vroege voorjaarsbloeiers met 4-tallige, kleine witte bloemetjes en een bladrozet.

 

 

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

 

 

 

 

 

 

 

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen voorkomend
– 3 tot 15 cm

Bloem
– wit
– vanaf februari t/m mei
– tros
– stervormig
– 3 tot 5 mm
– 4 diep ingesneden kroonbladen
– kroon niet vergroeid
– 4 kelkbladen, behaard
– 6 meeldraden

Blad
– rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of getand
– voet gevleugeld
– veernervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– glad en kaal of verspreid behaard
– rolrond
– onbebladerd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Onkruid soorten in ons land – letter K – deel 4

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten

 

 

Kruiskruiden (Copmositae)

 

Klein kruiskruid

 

KLEIN KRUISKRUID (Senecio vulgaris) werd in vroeger tijd geprezen om zijn geneeskrachtige eigenschappen. De bladeren werden in water of wijn gekookt als middel tegen ‘pijn in de maag die uit de gal voortvloeit’, zoals de beroemde arts-kruidkundige John Gerard schreef. Vanwege deze en andere heilzame eigenschappen namen de Pilgrimfathers de plant mee toen ze in het begin van de zeventiende eeuw naar Amerika vertrokken. Vijftig jaar later was Klein kruiskruid daar al een onkruid geworden.

Deze soort komt thans over de gehele wereld in de gematigde luchtstreken voor en is een van de meest algemene onkruiden in de tuin. En geen wonder! Het gemiddelde aantal nakomelingen van een enkele plant kan ongeveer 1000 zijn. Wanneer u bedenkt dat het hele jaar door bloemen gevormd worden en dat vijf weken voldoende zijn voor levenscyclus van zaailing tot zaad, dan zouden dus aan het eind van de derde generatie in de herfst in principe een miljoen nieuwe planten uit één exemplaar kunnen zijn voortgekomen.

Ieder zaad is voorzien van een parachute, zodat de wind kan zorgen voor transport over grote afstanden. Bij nat weer worden de zaden kleverig, waardoor ze gemakkelijk blijven hangen aan alles wat ze aanraakt. Op die manier kunnen dus ook mens en dier ze vervoeren naar nieuwe groeigebieden. Vogels zijn verzot op de zaden, waardoor ze de zaak enigszins in toom houden. Anderzijds wordt hierdoor toch ook weer de verspreiding bevorderd, want uit de uitwerpselen kunnen weer zaailingen opslaan.

Klein kruiskruid heeft een nogal slordig uiterlijk als gevolg van de afwisselend, diep ingesneden en getande bladeren en de onregelmatig vertakte stengels, die slap en tamelijk sappig zijn. De hoogte varieert van 7 tot 50 cm, hoewel het maximum niet vaak bereikt wordt. De bloeiwijzen zijn uitsluitend opgebouwd uit (gele ) buisbloempjes, die uitsteken boven een kelkachtig omwindsel dat bestaat uit blaadjes die voor ongeveer de helft groen en voor de rest zwart zijn.

De bladeren zijn zacht behaard en de wortels zijn vezelig, waardoor de plant door wieden gemakkelijk verwijderd kan worden. Dat verwijderen moet zonder pardon gebeuren, vooral aan het eind van het jaar en zeker wanneer u in een akkerbouwgebied woont. Klein kruiskruid verschaft namelijk ’s winters een schuilplaats aan de bladluis Myzus persicae, die op zijn beurt de overbrenger is van een gevreesd bietenvirus. Voor de tuinier is er echter één lichtpuntje in de aanwezigheid van Klein kruiskruid: dat wijst op voldoende stikstof en andere voedingsstoffen in de grond.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleverig kruiskruid

 

KLEVERIG KRUISKRUID (Senecio viscosus) draagt zijn naam met ere, vanwege de sterk klierachtig-kleverig behaarde stengels, die 15 tot 45 cm hoog kunnen worden. Het is gewoonlijk een forsere plant dan de voorgaande. Hoewel de bladeren dezelfde vorm hebben zijn de randen niet getand en zijn ze donkergroen in plaats van lichtgroen. Ook zijn de bloemhoofdjes meer open, met uitgespreide, korte straalbloemen, die geel zijn en met ongeveer dertien stuks het platte kussentje van buisbloemen omgeven. De hoofdjes zijn langgesteeld, de knoppen bijna rond. Deze eenjarige plant bloeit van juni tot in de herfst. Komt voor in vrijwel geheel Europa en is verwilderd in Noord-Amerika. In ons land vrij algemeen op zandgrond, op ruige plaatsen, langs heggen en langs spoorwegen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jacobskruiskruid

 

JACOBSKRUISKRUID (Senecio jacobaea) wijkt van de voorgaande twee soorten af doordat niet alleen de plant als geheel maar ook de bloemhoofdjes veel groter zijn. De bloemhoofdjes staan op lange stelen in een schermvormige pluim, die 30 tot 90 cm hoog wordt. De bladeren onder aan de plant vormen een rozet en zijn getand; de vorm is ovaal, met kleine slippen aan de voet. De onderste stengelbladeren zijn gesteeld en geveerd, ze staan afwisselend langs de stengel. De bovenste bladeren zijn veel meer getand. Als geheel ziet de plant er slordig uit; hij kan een plaag worden op verwaarloosd grasland en is giftig voor het vee. Door de stevige wortels kan de plant ook in het gazon veel last veroorzaken. Jacobskruiskruid is een tweejarige of overblijvende plant die bloeit van juli tot en met oktober. Komt voor in geheel Europa; in ons land algemeen in grasland (vooral op de zandgrond), langs wegen en dijken en ook veel in de duinen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klein hoefblad : Tussilago farfara

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

hoefbladklein-130406-120

 

 

 

Goed te herkennen aan


– de goudgele bloemhoofdjes met een straal van zeer veel smalle straalbloemen en

– de vroege bloei met alleen bloemhoofdjes, geen blad

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein hoefblad is een zeer algemeen voorkomende overblijvende plant. Ze is een echte pionierplant en groeit vooral op zonnige, vrij open plaatsen met omgewerkte, zeer voedselrijke, meestal kalkhoudende grond, waar nog weinig andere begroeiing is. De lange ondergrondse wortelstokken helpen de grond, als die de neiging heeft om-laag te glijden, goed op zijn plaats te houden.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode begint vroeg in het voorjaar (soms al in februari). Ze bloeit met goudgele bloemenhoofdjes van 2-3 cm. De bloemstelen zijn 7 tot 15 cm hoog. De bloemenhoofdjes staan eerst rechtop, later knikkend. Na het rijpen van de zaden richten de hoofdjes zich weer op en groeien de bloemstelen uit tot ongeveer 30 cm. De bloe-menhoofdjes bestaan uit een straal van ongeveer 300 zeer smalle, vrouwelijke, draadvormige straalbloemen met in het hart 30 tot 40 mannelijke 5-slippige buisbloemen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Tijdens de bloei staan er groene of bruin- tot roodachtige, spinnenwebachtig behaarde, schubvormige blaadjes langs de wollig behaarde bloemsteel. De bladeren die na de bloei verschijnen zijn groen, (ei)rond tot hartvormig, gelobd en onregelmatig getand, wortelstandig en aan de onderkant blijvend wit viltig behaard. Aan de bovenkant zijn de bladeren spinnenwebachtig behaard, maar de beharing tussen de nerven verdwijnt later. De bladtanden zijn iets verdikt en bruin- tot zwartachtig. Vaak vertoont de hele bladrand een dergelijke kleur.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vroeger werd klein hoefblad gebruikt als hoestdempend middel vanwege de rijkelijk aanwezige flavonoïden, slijm – en looistoffen. Inmiddels is bekend dat de plant ook pyrrolizidin-alkaloïden bevat, die de lever beschadigen en als kankerverwekkend worden beschouwd. Het gebruik van klein hoefblad is dan ook af te raden.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Evenals de andere hoefblad-soorten is ook klein hoefblad een naaktbloeier. Dat wil zeggen dat de bladeren zich pas na de bloei gaan ontwikkelen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de Lage Landen  komen 4 soorten hoefblad voor, die alle vier goed uit elkaar te houden zijn, zeker als je ze gezien hebt. Klein hoefblad is laag en heeft gele bloemen. Groot hoefblad heeft een kegelvormige, bleek-roze bloeiwijze. Japans en wit hoefblad lijken het meest op elkaar. Ze zijn het makkelijkst van elkaar te onderscheiden aan de hand van de schutbladen aan de bloeistengel; bij Japans hoefblad zijn die bladen duidelijk langer dan de bloeiwijze, bij wit hoefblad zijn ze korter.

 

 

groot hoefblad

 

 

 

 

Japans hoefblad

 

 

 

 

wit hoefblad

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– tot 30 cm hoog

Bloem
– gele buisbloemen
– zeer smalle gele straalbloemen
– vanaf februari t/m april (mei)
– alleenstaand hoofdje
– 2 tot 3 cm

Blad
– stengelblad :
– enkelvoudig
– verspreid
– lancetvormig
– schubvormig
– groen of bruin- tot roodachtig
– voet halfstengelomvattend
– parallelnervig

– wortelstandig blad :
– enkelvoudig
– (ei)rond tot hartvormig
– 10 – 30 cm breed
– groen
– bovenkant spinnenwebachtig
behaard, later tussen de nerven kaal
– onderkant wit viltig behaard
– voet hartvormig
– gesteeld
– handnervig
– soms paars, rood, bont of gevlekt     gekleurd

Bloeistengel
– rechtop, later knikkend
– niet vertakt
– wollig behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

  

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria